• In deze familie eindigt de kleinste tegenslag in een ramp

    In deze familie eindigt de kleinste tegenslag in een ramp

    Een sobere grijze cover met een harlekijn die om de hoek komt gluren. Dat is de omslag van Nelleke Zandwijks (1961) nieuwe roman Het mooiste verhaal over mijn familie. Meteen een knipoog naar de inhoud, want het hoofdpersonage bekijkt de hele maatschappij rondom zich als een clown, met veel humor, maar ook met weemoed. Dat Zandwijk zelf de cover heeft ontworpen is geen toeval. Ze is immers van origine beeldend kunstenares en begon pas later in haar carrière te schrijven. Naast korte verhalen en columns verscheen vorig jaar haar vierde roman. Net zoals in haar debuut De dag van de jas (2001) en het succesvolle Pierenland (2009) speelt haar familie een hoofdrol in haar werk.

    Een ongewone familie

    Het mooiste verhaal is een tragikomische vertelling, vertellingen uit het leven van wat je op zijn minst een bizarre en vreemde familie kunt noemen. Elk lid neemt als het ware een unieke, maar verweesde positie in in de maatschappij en probeert naar godsvrucht en vermogen iets van zijn leven te maken. Hoewel Zandwijk stelt dat de roman autobiografisch is en de verhalen uit het leven zijn gegrepen, geeft ze ook grif toe dat ze een mix maakte van verschillende zaken. Ze vergroot heel wat gebeurtenissen en personages uit tot ze groteske proporties aannemen. Alles wordt gezien vanuit het oog van de ik-verteller, een scheel-kijkende vrouw van middelbare leeftijd die moeite heeft met relaties en het leven in het algemeen. Haar hypochondrische tweelingzus is licht hysterisch en verkeert in de onmogelijkheid om hoofd- en bijzaken te onderscheiden.

    Zelfs de kleinste tegenslag eindigt vaak in haar ogen in de grootste ramp allertijden. Gelukkig is er de Belgische zwager die alles een beetje relativeert. Alhoewel, hij lijkt een afkeer te hebben voor alles wat Hollands is en vergelijkt voortdurend met hoe men het in zijn thuisland zou oplossen. Hij dweept met de Tweede Wereldoorlog en loopt steevast rond in een legeruniform. Samen met hun zoon wonen ze in Antwerpen. Zoonlief heeft autistische trekjes en bepaalt zowat alles wat en hoe het er in het gezin aan toe gaat. Hij heeft een voorliefde voor de kleur grijs en slaapt op zijn veertiende nog steeds in bed bij zijn ouders. Ook de moeder van de ik-figuur mag niet ontbreken. Deze wil constant met het Hogere in contact komen. Sinds haar man haar verliet, wordt de klusjesman Adri haar steun en toeverlaat. De afwezige vader leren we kennen door zijn tweede vrouw, ‘de weduwe’, die de erfenis heeft opgeëist.

    De erfenis is trouwens een soort van running gag die steeds terugkomt op de vele mislukte verjaardagsfeestjes, tegenvallende kerstdiners en chaotische verhuizingen. En dan is er nog Jack, de partner, die lijdt aan PTSS na negatieve ervaringen in Libanon. Hij kwam beschadigd terug en de woede-uitbarstingen zijn legio. Het mag duidelijk zijn dat elk personage in deze roman worstelt met het leven. Zandwijk gaat dat thema ook niet uit de weg. Het is geen gewoon gezin dat je ziet, maar anderzijds toch een gezin als alle andere, dat je enkel kent als je er deel van uit maakt want een gezin is ‘een gevangenis, een bolwerk waar je als buitenstaander niet bij hoort.’

    Leuke stijl, weinig structuur

    Zandwijk stelt dat ze grip wil krijgen op het leven door erover te schrijven. Toch wil ze het geen therapeutisch schrijven noemen. Het is meer een relaas van haar verbazing over hoe sommige dingen gebeuren en hoe mensen uit onvermogen elkaar niet kunnen bereiken. Dan lijkt het het makkelijkst om te schrijven over zaken die je omringen.

    Het mooiste verhaal verzoent humor en diepe melancholie op de juiste manier. De absurdistische en cynische stijl doet bij wijlen denken aan Grunberg, maar de opbouw van het verhaal mocht zeker meer gestructureerd. Het werk is een samengaan van vijftien anekdotische verhalen uit het leven van de schrijfster waarin een rode draad ontbreekt. Het lijkt dan ook eerder een verhalenbundel dan een roman. Gelukkig werkt dit niet echt storend. Door haar aanstekelijke humor en nauwkeurige observaties blijft de lezer betrokken en is het al bij al een geestig en grotesk boek. Ondanks de vele mislukkingen en tegenslagen in de familie, eindigt Zandwijk in de proloog met een positieve noot. De lezer achterlatend met een goed gevoel en de gedachte dat elke familie wel iets aparts heeft.

     

  • Reizen zit haar in het bloed

    Reizen zit haar in het bloed

    Carolijn Visser staat bekend als schrijfster van reisverhalen met een natuurlijke voorkeur voor landen waar mensen zich in moeilijke omstandigheden staande weten te houden. Verschillende communistische of post-communistische samenlevingen zoals China, Vietnam en Tibet passeerden al de revue. In 2017 ontving ze de Libris Geschiedenisprijs en de Zeeuwse Boekenprijs voor Selma. Ontsnapt aan Hitler, gevangene van Mao. Groot was dan ook de verwondering dat Visser op de proppen kwam met Zeeuws geluk, een boek over Zeeland. Maar toch ook niet zo verwonderlijk. Visser groeide namelijk op in Middelburg en keerde met dit werk dus terug naar haar roots.

    Ongewoon reportageboek

    Zeeuws geluk is geen reisboek zoals haar voorgaande reisboeken. Visser ging weliswaar op ontdekkingstocht in haar heimat, maar dan wel vanuit een ongewoon uitgangspunt. Ze logeerde in drie woonzorgcentra, waar ze telkens meerdere dagen verbleef. De confrontatie met de bewoners daar, de herinneringen aan haar eigen verleden en de weidse landschappen maken Zeeuws geluk tot een uniek reportageboek. Visser begon niet zomaar uit zichzelf aan het boek. Ze deed het op uitnodiging van de Stichting Voor Regionale Zorgverlening die zich de vraag stelde: ‘Wat maakt het leven de moeite waard, ook al zit je in een verpleeghuis, een plek waar je liever niet zou zijn?’. Bovendien voelde ze zich wel verbonden met het gegeven van rusthuizen. Haar dementerende moeder zit ook in een bejaardentehuis. Het thema dementie gaat ze dan ook niet uit de weg en de scènes met enkele dementerende ouderen zijn vertederend.

    Mislukte jeugd in Zeeland

    Toch is Zeeuws geluk geen boek geworden over het ouder worden en het verblijven in rusthuizen. Visser zorgde ervoor dat het een zeer leesbaar werk werd waarin de geschiedenis van Zeeland sinds de Tweede Wereldoorlog aan de hand van verschillende anekdotes wordt beschreven. Met deze herinneringen wil ze vooral de sfeer schetsen van een regio die het zwaar te verduren heeft gehad, maar er ondanks alles bovenop gekomen is. Niet alleen zwarte momenten uit de geschiedenis van de provincie komen aan bod, hoewel herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de watersnood van 1953 prominent aanwezig zijn. Ook de strenge kerk, de klederdracht en de Duitse badgasten worden op een anekdotische en vaak ludieke manier beschreven. Naast de weergave van de verschillende gesprekken en activiteiten – van wandelen tot biljarten -met de bewoners, heeft de auteur heel veel aandacht voor haar eigen jeugdherinneringen.

    Ze denkt met plezier terug aan haar jonge tijd in Zeeland, hoewel ook die niet altijd makkelijk was. De familie keerde immers terug uit een mislukt avontuur in Indonesië en had het de eerste tijd moeilijk in het onbekende Zeeland. Ze mochten aanvankelijk verblijven in een van de vakantiehuisjes in vakantiepark Vebenabos in Vlissingen, tot een definitieve woning werd gevonden. Maar ze pasten zich geleidelijk aan en vonden het geluk, tot Carolijn na een conflict met een leraar in de middelbare school, Zeeland vaarwel zei. De donkere herinneringen overheersten en ze kwam er nooit meer terug, tot nu.

    Herziene kijk op Zeeland

    Heel bijzonder waren haar ontmoetingen met mensen die ze nog van vroeger kende. De dementerende moeder van een van haar vroegere hartsvriendinnen, oud-leerlingen van haar vader en moeder en zelfs oud-klasgenoten. Al deze ontmoetingen en verhalen zorgden ervoor dat Carolijn Visser met een andere bril naar Zeeland ging kijken en dat ze haar mening over haar vroegere thuis moest herzien.  Vandaag ziet ze opnieuw de schoonheid van Veere, de pracht van de Zeeuws kust, de rust op Walcheren en de levendigheid en openheid van Middelburg.

    Dat ze op een nieuwe manier kijkt naar haar heimat laat ze niet alleen zien in haar meeslepend schrijven, maar ook in het hele opzet van het boek. De anekdotiek wordt gespekt met prachtige landschapsgezichten van hedendaags Zeeland, afgewisseld met historische foto’s uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Daarnaast illustreert ze haar jeugdherinneringen met beelden uit haar eigen familiealbum. Zeeuws geluk is een ode geworden aan Zeeland en uitermate geschikt voor iedereen die iets met Zeeland te maken heeft. Voor wie Zeeland niet kent is het een originele kennismaking met de provincie.