• Duistere kanten van het menselijk bestaan

    Duistere kanten van het menselijk bestaan

    Om de zoveel tijd komt  een ervaren lezer wel eens een boek tegen waarvan de bedoeling hem niet helemaal duidelijk is. Ofwel heeft hij er niets van begrepen, ofwel is het precies de bedoeling van de auteur om verwarring te scheppen en de lezer aan het denken te zetten. Dat laatste is waarschijnlijk de opzet van het nieuwste boek van de Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Littell. Een oude geschiedenis liet lang op zich wachten. Littell teerde nog voort op het gigantische succes van zijn controversiële De Welwillenden, winnaar van de Prix Goncourt in 2006, wat hem meteen een plaats bezorgde bij de nieuwste generatie van topauteurs.

    Littell zat de voorbije twaalf jaar echter niet stil, maar schreef vooral non-fictiewerk over zijn ervaringen in oorlogsgebieden als de Balkan, Tsjetsjenië en Syrië. In De Welwillenden voerde Littell de perverse Max Aue op, de SS-officier die de grootste gruwelen niet uit de weg ging. Tegen wil en dank ging de lezer zich identificeren met deze verdorven geest. Dat kon omdat Littell, ondanks alle ziekelijke gebeurtenissen, de lezer meenam in een verhaal waarin hij duidelijk wilde maken tot wat de mens, in de persoon van een nazi, in staat is.

    Verontrustende leeservaring

    In Een oude geschiedenis gaat Littell een stapje verder. Hij schreef een eerste versie van het boek in 2012 die bestond uit twee hoofdstukken. In deze Nieuwe versie, de subtitel van zijn roman, breidt hij het uit tot zeven hoofdstukken, omdat hij ‘op een dag merkte dat de tekst, als een geest, op raadselachtige wijze door bleef werken. Ik moest dus opnieuw beginnen met schrijven, alsof er nog geen boek was. Vreemde ervaring.’ Vreemd is het ongetwijfeld ook voor de lezer die geconfronteerd wordt met een verontrustende en onrustige leeservaring waarin alle donkere kanten van het menselijk bestaan naar boven gehaald worden.

    De zeven hoofdstukken volgen allemaal dezelfde structuur. Elk hoofdstuk bestaat nog eens uit vijf al dan niet geconnecteerde onderdelen waardoor je een soort van muzikale compositie krijgt van vijfendertig stukjes die eigenlijk variaties zijn op hetzelfde thema. Veel ingrediënten komen telkens terug: een elektrische stroomstoring, een reproductie van De dame met de hermelijn, appels, dekbedovertrek met een afbeelding van groen gras, borden vol rauwe vis en gekonfijte groenten, een groen-met-goudgeel deken, en zo kunnen we nog even doorgaan. Elk hoofdstuk begint en eindigt ook op dezelfde manier. Het ik-personage komt uit het zwembad, dwaalt in een lange, kromme gang en ontwaart plots een blinkende deurklink waardoor hij in een heel andere ruimte komt. De 35 stukjes spelen zich telkens af in een andere ruimte na het openen van een deur. Op het einde van elk hoofdstuk belandt het personage opnieuw in het zwembad, wat gerust gezien mag worden als een vorm van loutering na de ‘avonturen’ die hij heeft meegemaakt.

    Machtswellust

    Het hoofdpersonage wisselt ook telkens: nu eens een man, dan weer een vrouw, dan een kind, verschillende genderfluïde personages, maar telkens worden ze geconfronteerd met hetzelfde: ze komen in een wereld terecht waar de chaos overheerst en worden het slachtoffer van de manipulaties van anderen (of van de schrijver?) en hun eigen onzekere seksuele identiteit. De ruimtes lijken gevuld met psychopaten die het beste van zichzelf geven. Het is alsof Littell ‘la condition humaine’ in zijn meest duistere vorm tracht vast te leggen en de lezer om de oren wil slaan met zijn visie over het menselijk bestaan. De mens is een verdorven machtswellusteling, lijkt hij te willen zeggen. Alles draait om macht en wellust en de personages bevinden zich ofwel in  een machtspositie of in een onderdanige positie, al toont hij ook aan dat dit snel kan wisselen.

    Identificatie onmogelijk

    Seksscènes verworden tot gewelddadige pornoscènes, het seksuele genot draait uit op sadistische machtspelletjes waarbij hij het grove geweld niet uit de weg gaat. Bloed, sperma en stront spatten van de pagina’s om de lezer niet tot identificatie te laten komen, maar om hem eerder een gevoel van afschuw en walging te geven, alsof hij daarmee zijn grote gelijk wil halen. Identificatie is dus niet mogelijk, en dat maakt het zo moeilijk om in dit boek te geraken. De vervreemding zorgt ervoor dat de lezer af en toe, toegegeven ook uit misprijzen, het werk aan de kant moet leggen, maar toch is er iets wat hem ertoe dwingt het weer op te nemen. Ook de stijl draagt bij tot die vreemde leeservaring: Littell gebruikt een uiterst koele, zakelijke stijl die zeer precies en gedetailleerd is en waar alle emoties nauwkeurig uitgefilterd zijn. Deze klinische, zintuiglijke vorm van schrijven maakt het geheel nog afstandelijker waardoor de lezer geen kans krijgt om zich betrokken te voelen. De vele avonturen vol seks en geweld zijn vooral gericht op een mix tussen lust en afschuw, al lijkt het laatste absoluut de overhand te krijgen. Littell drukt de lezer met de neus op de feiten of liever: lijkt zelf een neus te zetten naar de lezer.

     

  • Niemand is wie hij denkt te zijn

    Niemand is wie hij denkt te zijn

    Twintig jaar geleden debuteerde de Vlaamse schrijver Christophe Vekeman met Alle mussen zullen sterven. Sindsdien maakt hij deel uit van de literaire wereld. Met Cruise is hij aan zijn tiende roman toe en haalt hij alle registers boven van het groteske. Want dat is het geworden. Anders dan zijn twee vorige romans, Hotel Rozenstok (2015) en Mensen als ik (2018) heeft dit keer het autobiografische geen aandeel in zijn boek, maar voert hij veertien dolgedraaide figuren op die samen op een boot verzeild raken. Niet autobiografisch, maar misschien toch: Vekeman ontpopte zich op vele literaire podia tot een fantastische performer, en dat is wat hier precies gebeurt, maar dan op papier.

    Kalme chaos

    De veertien personages die het cruiseschip Calm Sea bevolken, hebben zich ingeschreven voor een bezinningscruise. Want dat is het nieuwe concept van kapitein Verdussen: een bezinningscruise zonder de overdaad aan entertainment, zonder overvloedige culinaire uitspattingen, maar vooral met rust. Het idee slaat echter niet aan en meer dan de helft van de kajuiten staat leeg. Toch wordt het wel een verhaal van overdaad, maar dan wel een aan de kant van de losbandige, over-the-top karakters die allemaal aan eenzelfde kwaal lijken te lijden: ze worstelen met hun ware aard of hun identiteit. Op deze cruise verkennen ze de grenzen van hun eigen bestaan en komen ze tot nieuwe inzichten. Zo is er onder meer een hamburgerverkoper die niet tegen de geur van uien kan, een detective-in-spe die telkens de bal misslaat, een homoseksuele psychiater die hetero is en een priester die alleen maar aan seks denkt. Gedurende de reis komt hun ware aard boven en transformeren ze in nieuwe persoonlijkheden die vaak slechter af zijn dan hun vorige ik. De auteur wil duidelijk maken dat  heel wat mensen op zekere ogenblikken in hun leven geconfronteerd worden met een of andere identiteitscrisis. Hoe men ermee omgaat kan zeer verschillen. Dat bewijzen de van de pot gerukte karakters en scènes in Cruise.

    Stilistisch en schokkend pareltje

    De manier waarop Vekeman dit gegeven brengt is hilarisch, losgeslagen, ongeremd, maar ook aangenaam om lezen. Ondanks de soms lange zinnen is het uiterst leesbaar en blijft het amusant. Neem de beschrijving van een figuur als Barteke Courtois, een notoir onderzoeksjournalist die tot het inzicht komt dat hij eigenlijk in hart en nieren een racist pur sang is. Vekeman houdt zich niet bezig met politieke correctheid. Hij gaat er zo over dat de lezer niet anders kan dan inzien dat het hier gaat om parodie, ironie en sarcasme. Naast scènes die de grenzen verkennen van racisme, seksueel misbruik en geweld besteedt Vekeman veel aandacht aan opvallende en beestachtige seksscènes waarbij hij grof taalgebruik niet schuwt. De lezer valt van de ene verbazing in de andere en vraagt zich vaak af in welke wondere wereld hij is beland. De bezinningscruise is een broedplaats voor aberrant gedrag waarbij alle remmen zijn losgeslagen. Soms waant de lezer zich in een scène uit een  film van Tarantino waarbij de overdrijvingen zo grotesk zijn dat je alleen maar kunt bulderen van het lachen en niets au sérieux neemt.

    Toch schuilt er meer achter de humor dan je zou denken. Impliciet bekritiseert Vekeman alles wat met bezinning en meditatie te maken heeft en zwaait hij de lof voor plezier en genot, twee vermaledijde gevoelens waarin het in deze tijd soms ontbreekt. Hij tast alle grenzen af en waakt erover dat de lezer meegaat in het afwijkende gedrag van de personages. Vekeman maakt vaak gebruik van de innerlijke monoloog waarbij de lezer een inzicht krijgt in het bizarre denkpatroon van het personage. De lezer kan zijn eigen conclusies trekken en de grenzen aftasten van het aanvaardbare.

    Maatschappijkritisch

    Het is niet makkelijk een antwoord te geven op de vraag waarover het boek nu eigenlijk gaat. Is het een aaneenschakeling van humoristische karakters en scènes of schuilt er meer achter? De lezer kan zich niet van de gedachte ontdoen dat Vekeman op zijn geheel eigen manier en in zijn geheel eigen stijl de draak wil steken met mensen die zich anders (lees: beter) voordoen dan ze eigenlijk zijn. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ De mens hoeft zich niet anders voor te doen dan hij is. Alleen gebruikt hij het perfecte medium van de satire om dat heel overdreven uit de doeken te doen, zonder zelf met het vingertje te wijzen. Iets wat hij verschillende van zijn personages ongetwijfeld verwijt. Hij doet er bovendien nog een schepje bovenop en toont dat er best gelachen en genoten mag worden in het leven. Vekeman bewijst eens te meer dat hij een literair buitenbeentje is, net zoals zijn generatiegenoot Dimitri Verhulst. Beiden hebben een eigengereide manier van schrijven, maar dat is ook hun handelsmerk. Beiden lijken ze de lezer te zeggen: take it or leave it.

     

  • Psychologische steekspel over schuld en boete

    Psychologische steekspel over schuld en boete

    In september 2014 reed in Haaksbergen bij een demonstratie van monstertrucks, er een het publiek in. Er kwamen drie mensen om bij dit ongeluk. Dit gegeven inspireerde Bart Smout tot zijn tweede roman De geboorte van schuld, een intrigerend en boeiend verhaal. Het is alweer tien jaar geleden dat hij debuteerde met Lege Lijnen. Smout mag dan misschien niet zo bekend zijn bij het grote publiek, maar hij heeft wel verschillende literaire paden bewandeld. Zo was hij redacteur van het literaire tijdschrift Titaan en stond op het podium van verschillende festivals waaronder Lowlands.

    Het ongeval

    De geboorte van schuld is opgebouwd rond het klassieke thema van schuld en boete, maar ondanks dat klassieke gegeven is het een verrassend fris en degelijk verhaal. Alles draait rond Dylan Rutven, monteur bij een garage die bijklust als chauffeur bij evenementen. Bij een demonstratie met een monstertruck gaat het mis. De rem hapert en hij rijdt in op het publiek. De balans is zwaar: vijf doden. Daarna begint het psychologische steekspel over schuld. De maatschappij acht de chauffeur schuldig en rechercheur Tahiri, belast met het onderzoek doet er alles aan om Dylan achter de tralies te krijgen. Waarom drukte hij niet eerder op de noodknop? Was hij niet te vermoeid van zijn nachtclubbezoek de avond voordien? Voor Dylan is het aanvankelijk een ongeval waaraan hij geen schuld heeft. De veelheid aan beschuldigingen en – valse –  bewijzen zorgen echter voor een knagend gevoel, waardoor hij gaat twijfelen aan zichzelf.

    Universele schuld

    Alles en iedereen laat hem in de steek, hij kan alleen nog terecht bij de Bulgaarse nachtclubdanseres Leda. Op dat moment neemt de auteur een zijweg en in de vele nachtelijke gesprekken die Leda en Dylan met elkaar voeren en krijgen we een overzicht van hun beide levens. Beiden lijken het slachtoffer te zijn van een ongelukkige jeugd en van de keuzes die ze eerder in hun leven maakten. Zijn ze schuldig aan de situatie waarin ze zich nu bevinden? Dylan vraagt zich luidop af of je niet met een soort schuld geboren wordt die op de een of andere manier later in je leven tot uiting komt. Feit is dat de tragische achtergrond van beide protagonisten absoluut een groot aandeel heeft gehad in hun huidige situatie. In het achtergrondverhaal komen nog veel meer thema’s aan de orde waarin schuld en boete een hoofdrol spelen zoals misbruik, mensensmokkelaars, prostitutie, drugshandel.

    Verrassende wendingen

    Smout slaagt erin verrassend uit de hoek te komen. Het eerste hoofdstuk opent met een jonge moeder en haar zoontje Jonathan die zich klaarmaken om naar een demonstratie van monstertrucks te gaan kijken. Het vervolg laat zich al snel raden. De lezer echter krijgt het gevoel dat de moeder het hoofdpersonage wordt van het boek, maar niets is minder waar. Vanaf hoofdstuk twee stapt Smout over op de ik-figuur, Dylan en verschijnt de moeder slechts sporadisch nog in het verhaal.  Het feit dat hij haar op de achtergrond aanwezig houdt, zorgt er wel voor dat het schuldgevoel de hele tijd latent aanwezig blijft. Aan het eind van het boek lijkt Dylan de keuze te hebben gemaakt een andere weg in te slaan, het leven opnieuw te beginnen, ver weg van alles en iedereen die hem ooit lief was. Hij gaat daar heel ver in, maar verrassend genoeg laat Smout hem op zijn stappen terugkeren in een aangenaam, maar bizar en open einde.

    Rake karakterisering

    Smout schrijft in korte, eenvoudige zinnen. Daardoor leest het boek zeer vlot en ben je als lezer nauw betrokken bij het gebeuren en de personages. De karakterisering is uitstekend en de empathische identificatie met de tragische hoofdpersonages verloopt probleemloos. Net als Dylan, gaat de lezer zich vragen stellen bij de onorthodoxe manier waarop rechercheur Tahiri absoluut zijn gelijk wil halen en hoe hij manipulatief omgaat met de gedachten van Dylan.
    De worsteling met het ongeluk en de schuld die Dylan met zich meedraagt, is loodzwaar en doet hem verrassende keuzes maken. Precies die wendingen maken het verhaal uiterst interessant. Ook na het lezen ga je als lezer nog verder met de vraag over schuld en boete. Wie is nu eigenlijk schuldig? Is er wel iemand schuldig? Moeten we het noodlot niet als onderdeel van het leven gaan beschouwen? Allemaal vragen die Smout in zijn boek opwerpt en waarover hij, zonder expliciet te zijn, de lezer laat nadenken. Net als rechercheur Tahiri,  gaat ook Smout manipulatief te werk en kruipt hij in het hoofd van anderen, het hoofd van de lezer.

     

  • Een Amerikaanse vliegtuigkaper verdween in de bossen van Oregon

    Een Amerikaanse vliegtuigkaper verdween in de bossen van Oregon

    Debuutromans bepalen heel vaak de verdere carrière van beloftevolle auteurs. Jori Stam publiceerde eerder al een verhalenbundel Een volstrekt nutteloos mens (2016),  waarop verdienstelijke commentaren kwamen. Met Oregon waagt hij zich aan de nobele kunst van het romanschrijven. Hij doet dat met verve. In een stijl die je een mix kunt noemen tussen Hemingway en Hermans levert hij een uiterst aangename, verrassende en mysterieuze roman af die de lezer stemt tot nadenken of, beter nog, tot herlezen. Alleen al het uitgangspunt spreekt aan: een jonge schrijver besluit een roman te schrijven over D.B.Cooper, een Amerikaanse vliegtuigkaper, die met een parachute uit het vliegtuig sprong en landde in de bossen van Oregon, waarna hij nooit meer werd gezien.

    Rivaliteit in de blokhut

    De schrijver, Stijn, zit met een writer’s block en besluit naar Oakridge, Oregon te gaan om ter plaatse nieuwe inspiratie te krijgen. Om niet alleen te zijn en om de relatie met zijn oude vriend, de succesvolle schrijver Philip, wat aan te halen, nodigt hij hem uit om mee te gaan naar Oregon. Het verschil tussen de twee wordt al van bij het begin duidelijk en kan niet groter zijn. Stijn is een dwangneuroticus die het graag op orde heeft en alles tot in de puntjes heeft uitgekiend. Bang voor CO2-vergiftiging neemt hij zelfs koolstofmonoxidemelders mee naar de blokhut. Het menu is tot in de kleinste details uitgetekend en de aankopen zijn uitgeschreven op lijstjes. Philip daarentegen is al te laat op de luchthaven, blijkt ook een sloddervos te zijn, zeer sociaal en onbekommerd. Hij kiest het mooiste plekje in de blokhut, haalt  de ingrediënten van twee menu’s door elkaar, en natuurlijk zorgt dat al onmiddellijk voor wrevel bij Stijn. Nog een groot verschil: bij Stijn is het net uit met zijn vriendin, Philip heeft net een gezinnetje gesticht. Aangekomen in de blokhut in de besneeuwde bossen van Oregon ziet de lezer dat de twee mannen zich langzaamaan meer ergeren aan elkaar. Toch blijven ze beleefd en ondernemen ze wandelingen samen. Stijns boek wil niet vlotten, Philip daarentegen schrijft gretig door, maar wil niet meedelen waaraan hij werkt. Met mondjesmaat komen zowel Stijn als de lezer te weten dat hij aan een boek werkt over Stijn en diens vriendin Kirsten.

    Meerdere dimensies en een ongewoon slot

    De relatie tussen Stijn en Kirsten vormt de tweede verhaallijn in het boek. Jori Stam wisselt het blokhutverhaal af met de verhaal over de ontmoeting, de relatie en het einde daarvan tussen Stijn en Kirsten. Ook hier valt het verschil op tussen de eerder neurotische Stijn en de vrijgevochten Kirtsen en lijkt het vrij duidelijk dat de relatie gedoemd is om te mislukken. Toch krijgt de lezer gaandeweg medelijden met Stijn, die alles goed bedoelt, maar het moeilijk kan verwoorden of duidelijk maken wat voor hem belangrijk is. Bovenop het relatieverhaal voegt de auteur nog een derde dimensie toe aan zijn roman. Vanaf de eerste nacht in de blokhut brengt hij het aspect suspense naar boven.

    In ware Hitchcock-stijl bouwt hij spanning op, waar verder niets mee lijkt te gebeuren. Alleen de mysterieuze sfeer blijft hangen: rare geluiden vanuit de kelder, onbekende voetsporen in de sneeuw, uitgedrukte sigaretten in het bos, … Dit past natuurlijk allemaal in het beeld dat de neurotische Stijn voor zichzelf opbouwt. Hij slikt massa’s oxazepam, maar is ontzettend paranoïde, ook tegenover zijn vriend Philip. Aan het eind van het boek trekt Stijn het besneeuwde bos in en achtervolgt hij een hinde. In een zeer bevreemdend slot, dat het midden houdt tussen droom en hallucinatie, vindt hij kalmte in zijn hoofd. Of toch niet? Het slot zal vele lezers met een onbevredigend gevoel achterlaten. Ook na het herlezen van de laatste hoofdstukken, blijft de lezer met (te veel?) vragen achter.

    Uiterst aangename stijl

    Oregon is een boek met veel lagen en veel thema’s. Enerzijds is er de relatieanalyse op verschillende niveaus, daarnaast is er de rivaliteit tussen beide schrijvers, maar gaat het zeker ook over het schrijverschap an sich. Verder is er het aspect van de dwangneurose, paranoia en de mogelijke gevolgen daarvan. En wat te denken van het ongrijpbare einde? Misschien probeerde Jori Stam iets te veel elementen in het boek bijeen te brengen, waardoor het voor de lezer niet altijd even vatbaar is. Zijn grote verdienste is evenwel de fantastische en rake typering van de personages.  Zowel in de beschrijvingen als in de handelingen komen zijn karakters ten volle tot uiting. Bovendien heeft hij de gave van een eenvoudige en vlotte vertelstijl. Korte zinnen, rake beschrijvingen, spijkers met koppen slaan. Dat zorgt voor een zeer aangename leeservaring. Het is zonder meer een veelbelovend debuut, maar misschien de volgende keer de touwtjes nog strakker in handen houden en de lezer een aantal handvatten geven om het slot beter te begrijpen. Dat had het werkelijk afgemaakt.

     

  • Een spannende avonturenroman

    Een spannende avonturenroman

    Mark Haddon blijft achtervolgd door het wereldwijde succes van Het Wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht (2003), een schitterend meesterwerk over een jongetje met het syndroom van Asperger. De romans, Een Akkefietje (2006) en Het rode huis (2012), twee behoorlijke familiedrama’s, kenden niet hetzelfde succes. Met zijn verhalenbundel De Pier stort in (2016) gooide de Britse auteur het over een andere boeg. Zijn verhalen werden duisterder, gruwelijker en vertoonden een duidelijke invloed van de gothic novel. Haddon was echter nog niet klaar met de roman als genre. Met De Dolfijn haalt hij een ware krachttoer uit. Hij exploreert de grenzen van de roman tot het uiterste en brengt metafictie op zijn best in fantastisch proza boordevol actie.

    De Dolfijn start met een tragische gebeurtenis. Multimiljonair Philippe laat zijn hoogzwangere vrouw, een Zweedse actrice, met een privévliegtuigje overvliegen vanuit Frankrijk naar Winchester. De onervaren piloot crasht en de enige overlevende is de baby, die ternauwernood uit de moeder bevrijd kan worden. Philippe voedt zijn dochter Angelica alleen op, afgesloten van de wereld en is overbeschermend. Hij eigent zich Angelica toe en misbruikt haar. Als playboy Darius flirt met de 16-jarige Angelica, slaan bij Philippe de stoppen door. Tot zover de eerste veertig bladzijden van het boek. Dan ontpopt het verhaal zich in een onconventionele vertelling en krijgt de lezer een mix voorgeschoteld van verschillende verhalen met dezelfde oorsprong. De lezer wordt van heden naar verleden getransporteerd, van de Klassieke Oudheid naar Shakespeare in een wervelend tempo.

    Omzwervingen en tragische gebeurtenissen

    Dan is er de vraag: vermoordt Philippe Darius, of kan Darius ontsnappen? Dat blijft wat onduidelijk. Feit is dat we hem even later aan boord zien van het zeiljacht De Dolfijn, maar dat kan ook in de fantasie zijn van Angelica, die als verdedigings- en overlevingsmechanisme voor het misbruik in hongerstaking gaat en zichzelf verliest in verhalen. Wat volgt kan dus evengoed ontsproten zijn aan haar verbeelding. Darius wordt wakker op het schip en is plots de Griekse prins Pericles geworden. Het vervolg van de roman is een afwisseling tussen het hedendaagse verhaal van Philippe en Angelica, en de lotgevallen van Pericles, met alles erop en eraan: schipbreuk en muiterij, hongersnood en pest en bloederige vechtscenes waarbij Darius soms op het nippertje aan de dood ontsnapt. Zijn omzwervingen en vele tragische gebeurtenissen volgen elkaar in snel tempo op, de lezer moet er echt zijn hoofd bijhouden om het overzicht te bewaren. Soms is het even teruggrijpen naar de vorige bladzijde: wie is er nu aan het woord? Vaak lijkt dat Angelica te zijn, maar ze blijkt naast verteller ook gewoon luisteraar te zijn. Er lijkt geen duidelijke lijn te zitten in het verhaal, maar dat is schijn. Haddon navigeert tussen twee werkelijkheden en geeft de lezer met opzet een gedesoriënteerd gevoel mee.

    Evenwichtsoefening tussen realiteit en droom

    Haddon baseert zijn verhaal op  de geschiedenis van Pericles, zoals die beschreven werd in de 17e eeuw door Shakespeare en Wilkins. In dat verhaal ontdekt Pericles de incestueuze relatie van zijn toekomstige met haar vader, een Syrische koning en dan gaat de bal aan het rollen. Hij moet halsoverkop vluchten en alle figuren ondergaan een zware lijdensweg tot het bittere eind. In een subliem intermezzo laat Haddon ook de stervende Wilkins en de geest van Shakespeare aan het woord. Het werk zit boordevol intertekstualiteit en Haddon speelt met de meerdere verhalen, klassieke motieven en verschillende interpretaties.

    De Dolfijn is een subtiele evenwichtsoefening tussen realiteit en droom in een verbluffende taal, nu eens voortjagend als een aanstormende trein, dan weer vertragend, even rust brengend om vervolgens weer als een raket de hoogte in te schieten. De rake karaktertekeningen geven het werk nog eens extra glans. De vele vrouwelijke protagonisten krijgen een prominente rol: ze zijn een uiting van het sterke geslacht en overleven met verve de vele ontberingen en tegenslagen, soms ternauwernood, maar ze komen er steeds sterker en meer vastberaden uit. De donkere achtergrond en ongekende wreedheden vormen een ideaal decor om enerzijds de verschrikkelijke ravage te tonen die de mens soms ondergaat, maar anderzijds ook de enorme veerkracht die daar tegenover staat. De verschillende getergde vrouwen uit het verhaal staan hier zeker symbool voor. Haddon is erin geslaagd onder het mom van een spannende avonturenroman die van begin tot einde boeit, een roman over de roman te schrijven die aantoont dat het genre nog lang niet op zijn laatste benen staat, maar toelaat een subtiel spel te spelen met verhaalstof, personages én lezers.

     

  • In wankel evenwicht tussen twee talen en twee ideologieën

    In wankel evenwicht tussen twee talen en twee ideologieën

    Iedereen heeft herinneringen aan zijn jeugd. Vaak zijn dit geromantiseerde herinneringen, soms gaat het over pijnlijke en traumatiserende ervaringen. De engel van het vergeten van de Oostenrijkse schrijfster Maja Haderlap is een combinatie van beide. Deze debuutroman werd in twintig talen vertaald en is een internationale bestseller. Het werk won bijna alle literaire prijzen van de Duitstalige literatuur. Maja Haderlap, literatuurdocente aan de universiteit van Klagenfurt, publiceerde eerder enkele essays en poëzie in het Duits en Sloveens en wordt vergeleken met Herta Müller.

    Van idylle tot nachtmerrie

    Het begint als een idyllisch sprookje. Haderlap beschrijft hoe Mic (alterego van de schijfster) opgroeit in een boerendorpje in het zuiden van Karinthië. De lezer maakt kennis met de grootmoeder, een kruidenvrouwtje met een eigen mening en zeer begaan met de opvoeding van haar kleindochter. Haar vader heeft last van woede-uitbarstingen en depressieve buien die aanvankelijk moeilijk te verklaren zijn, maar al gauw is duidelijk dat het huwelijk van Mics ouders niet gelukkig is. Haar moeder is verbitterd en wil een leven voor zichzelf. Tegen de achtergrond van een lieflijk landschap begint zich langzaam het verhaal van de geschiedenis van de streek te ontspinnen.

    Grootmoeder overleefde ternauwernood concentratiekamp Ravensbrück, en vertelt haar kleindochter over de ontberingen die ze moest doorstaan. Vader werd als kind gefolterd om zijn eigen vader te verraden. Hij was voorgoed getraumatiseerd en sloot zich daarna aan bij de partizanen. Hard werken en veel drinken kunnen zijn angstgevoelens en suïcidale neigingen nauwelijks onderdrukken. In dit door het verleden getekende boerengezin groeit Mic op. Dan gaat ze theaterwetenschappen studeren in de stad Klagenfurt. Daar ontmoet ze mensen met andere overtuigingen. Ze moet er een moeilijke keuze maken: schrijft ze verder in de taal van haar familie, het Sloveens, of schakelt ze over naar het Duits van de school. Hoe kan ze die twee verbinden? Mic blijft worstelen met spoken uit het verleden en de kansen die de toekomst haar kunnen bieden.

    Vergeten geschiedenis

    De engel van het vergeten is meer dan een familie-epos. Het verhaalt van de lotgevallen van de Sloveense minderheid in Karinthië. Deze minderheid had sinds 1920 een aparte en beschermde status, maar kwam hoe langer hoe meer onder druk te staan, zeker in het nazi-Oostenrijk onder Hitler. Vele boerenjongens uit de zuidelijke dorpjes sloten zich aan bij de partizanen. De vergeldingen waren navenant. De Sloveense minderheid in Karinthië werd een verdeelde groep met verraders, overlopers en verzetstrijders. De onderlinge strijd was wreed  en de Duitsers maakten hier handig gebruik van om deze niet-Ariërs uit te roeien. Hele huizen en zelfs dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, families werden uit elkaar gehaald en gedeporteerd. De weinige overlevenden kwamen zwaar getraumatiseerd terug. Haderlap beschrijft een onbekend stuk Europese geschiedenis. Het nawoord over de Oostenrijkse Slovenen van Ute Weinmann werkt zeker verhelderend als achtergrondinformatie voor wie niet vertrouwd is met deze geschiedenis.

    Loskomen en loslaten

    Haderlap worstelt net als haar alterego Mic met de demonen die haar familie hebben geteisterd. Ze wordt geconfronteerd met twee werelden als ze gaat studeren en probeert in beide werelden haar rol te spelen. Het thema dood is sterk aanwezig in de roman, zowel de natuurlijke dood als de ontelbare zelfmoorden van de door het verleden geteisterde bevolking. Het rouwproces en de begrafenis van de grootmoeder is subliem beschreven en vormt letterlijk en figuurlijk een overgangsritueel. De beschouwingen van de vader tijdens de begrafenis doen Mic tot inzichten komen. Mic weet dat ze het verleden moet koesteren en loslaten, dat ze zich een verzoenende houding moet aanmeten tussen de werelden waarin ze zich beweegt. Alleen op die manier is er een toekomst voor haar en haar lotgenoten weggelegd.

    Afstandelijk hartverscheurend

    De stijl van Haderlap is eenvoudig, maar toch ook vrij poëtisch. Ze doet een spreidstand tussen verschillende soorten ik-vertellers. Haar vertellen is vaak beschouwend en soms belerend, maar ze houdt telkens de teugels strak in handen. De Oostenrijkse beschrijft het verschrikkelijke verleden bijna emotieloos, met flink wat afstandelijkheid. Toch wordt de lezer geraakt, precies vanwege het tragische verleden. Ook haar taal draagt hieraan bij. Haderlap beschikt over de gave om niet alleen het idyllische plattelandsleven, maar ook de tragische gebeurtenissen goed te beschrijven. Het boek hoort zeker thuis in de herinneringseducatie, maar leest als een prachtig en hartverscheurend verhaal over een vergeten stukje geschiedenis van Europa dat zijn evenwicht moet vinden tussen twee talen en twee ideologieën.

     

  • Klassiek verhaal in populaire genres gebracht

    Klassiek verhaal in populaire genres gebracht

    Wouter Godijn, vooral bekend als stilistisch dichter, neemt in het hedendaagse Nederlandse literaire landschap een unieke plaats in. Voor zijn dichtwerk won hij de Jan-Campert-prijs, maar ook als prozaïst kan hij niet ontkennen van nature een begenadigd poëet te zijn. Zijn roman Hoe ik een beroemde Nederlander werd haalde in 2012 de shortlist van de AKO literatuurprijs. Met zijn nieuwe roman De kamer waar alle verhalen beginnen pakt hij opnieuw uit met een geheel eigen stijl die de grenzen van diverse literaire genres exploreert.

    Stilistisch huzarenstukje

    Godijn begint met een motto van Edgar Allan Poe dat gelijk het gehele boek omvat: ‘All that we see or seem is but a dream within a dream’. Vanaf dat moment wordt de lezer geconfronteerd met drie slaapkamerscènes en drie lange dromen. Een redacteur van drieënzestig staat op het punt naar bed te gaan, misschien wel voor de laatste keer, want hij voelt zich niet goed. Hij klaagt over het feit dat literatuur niet meer is wat het ooit was. Hij dient zich op de redactie enkel nog bezig te houden met de populaire lectuur van fantasy, thrillers en sciencefictionverhalen en hij is het (leven) moe. Wat volgt is een waar stilistisch huzarenstukje. In drie lange dromen en met een knipoog naar de door de redacteur zo verguisde genres, ontwikkelt Godijn met heel veel taalgevoel een uniek portret van een tragische en verziekte familiegeschiedenis. Een gezin met een te vroeg gestorven vader, een depressieve moeder en de incestrelatie tussen broer en zus komt terug in de drie dromen, die telkens in een andere stijl worden geschreven. Door de donkere verhalen heen kan de lezer de zwarte familiegeschiedenis van de redacteur en zijn tragische evolutie ontdekken.

    Therapieën

    De redacteur probeert in het reine te komen met zijn verleden. Verschillende therapieën en behandelingen bleken nutteloos en de zus verdween noodgedwongen uit zijn leven. In de drie dromen onderneemt de jongen/man telkens een zoektocht naar de verdwenen zus. De eerste is een fantasy-verhaal met een hoog Game of Thrones-gehalte. Bij thuiskomst van jagende mannen blijkt het kasteel Droomredeom verwoest en geplunderd en vrouwen en kinderen zijn verdwenen. Wat volgt is een achtervolging op zoek naar de moeder en de zus met bloederige afloop.

    De naam van het kasteel is een omkering van het woord ‘moedermoord’, een verwijzing naar zijn eigen verleden. De moeder van de redacteur werd depressief omdat haar zoon niet te behandelen was en pleegde uiteindelijk zelfmoord. Hij ontdekte haar, hangend aan de trap. De tweede droom is een ware thriller. De zaak van de verdwenen zus eindigt net als het eerste verhaal tragisch en opnieuw speelt de man zelf een hoofdrol. Hij leert dat het leven an sich niets waard is en dat de dood het ultieme geluk betekent.

    Het laatste verhaal speelt in een futuristische, maar desolate wereld waarbij broer en zus het huis verlaten op zoek naar betere oorden. Zus gaat plots mee met een groep die rondtrekt en hij verliest haar uit het oog. Een zoektocht zonder einde is het vervolg. De drie dromen werken als een soort therapie voor de redacteur, maar net als vroeger, brengen ze weinig soelaas. In een allerlaatste droom komen engelen hem halen. Hij krijgt als toetje nog een vierde droom. Daarin komt hij tot besef van zijn zonde en is hij klaar (om te sterven?!).

    Taalvirtuoos

    De taal die Godijn hanteert is op zijn minst poëtisch te noemen. Bijwijlen zoekt hij het ver en bemoeilijken zijn ingewikkelde constructies en lange zinnen een vlotte lezing. Hij gebruikt veel stijlfiguren als synesthesieën, maar vooral ook tegenstellingen en oxymorons, als wil hij laten zien dat er voor elke negatief element ook iets positiefs bestaat. Of misschien wil hij hiermee aanduiden dat niets is wat het lijkt, een expliciete verwijzing naar het motto van Poe.

    Eenmaal aan de stijl gewend, staat de lezer verbaasd van de virtuositeit die aan de pen van Godijn ontspringt. Deze stijl, gecombineerd met de tragische inhoud, zorgt voor een onrustig gevoel, waarbij de lezer telkens uit zijn comfortzone wordt getrokken. Gelukkig wordt dit goed gemaakt door de vele humoristische knipogen en sarcastische reminiscenties aan onze hedendaagse maatschappij. Knap hoe de auteur een klassiek verhaal vertelt aan de hand van enkele populaire genres, alsof hij daarmee wil aantonen dat ook deze deel geworden zijn van de echte literatuur en als referentiekader kunnen dienen voor het leven. Maar natuurlijk ‘Literatuur is nergens goed voor… Niets is ergens goed voor’, zo relativeert Godijn opnieuw elke these.

     

  • Experimenteel verhaal met elegantie geschreven

    Experimenteel verhaal met elegantie geschreven

    Twee jaar geleden verscheen in De Volkskrant  een stuk met de titel De jonge schrijver is een vrouw’. Op de bijhorende foto pronkten Maartje Wortel, Hanne Bervoets, Nina Polak, Alma Mathijsen en Niña Weijers. Weijers’ bekendheid kabbelde nog altijd voort op het enorme succes van haar in 2014 verschenen ijzersterke debuut De consequenties, een ideeënroman die ondertussen haast tot de status van cultboek wordt verheven. Het boek won zowat alle belangrijke literaire prijzen en zorgde voor vernieuwing in het Nederlandse literatuurlandschap. Het was vijf jaar wachten op een nieuwe roman van de jonge schrijfster. Kamers Antikamers is een roman die niet zomaar in een hokje te plaatsen valt. Soms bevreemdend, soms verwarrend, soms afstandelijk en soms herkenbaar.

    Wat is de werkelijkheid

    Kamers Antikamers is een verhaal zonder plot. Wie probeert enige lijn te vinden in het geheel, kan zich de moeite besparen. Het is onmogelijk te reconstrueren wat zich in de roman afspeelt of hoe alles samenhangt. Er is natuurlijk een startgegeven: een jonge schrijfster van ongeveer dertig jaar, zonder enige twijfel het alter-ego van Weijers, betrekt een kamer in een laatnegentiende-eeuws pand aan een stadspark.  Een terugkerend motief zijn haar wandelingen en gesprekken met schrijfster M. (alter-ego voor Maartje Wortel).

    Met dit uitgangspunt begint Weijers te experimenteren. Ze haalt in het begin van het boek uitdrukkelijk de term parataxis aan, het naast elkaar plaatsen van zaken. Ze verwijst naar het fragmenteren en vervormen van vertrouwde verhalen, naar meervoudige perspectieven. Ook haar personage bouwt ze op die manier op: ‘Je begrijpt dat je als mens voortdurend bezig bent te splijten, je zou het uiteenvallen kunnen noemen’.

    En zo begint ze met de vervorming van de werkelijkheid. Weijers vraagt zich voortdurend af hoe het echte leven eruitziet. Haar personage ziet het perfecte gezin als ze door haar raam neerkijkt op de buren in het belendende pand.  Weijers en haar personage worstelen met de klassieke verwachtingen van het burgerlijke bestaan. Daarom tekent de auteur verschillende levens die in elkaar overvloeien. Zo leeft de schrijfster alleen op haar kamer, maar het volgende moment is ze samen met een man.  Ze lijkt plots een kind te hebben, daarnaast is ze een stoere vrijgezel die leeft van affaires. Ze is weer alleen en nodigt vriendinnen uit of ze heeft een relatie met een vrouw.

    Het causale verband tussen die verschillende fases is er niet, bestaat ook misschien helemaal niet. Weijers exploreert het leven via een naadloze overgang tussen de werkelijkheid en het onbestaande, tussen verleden, heden en toekomst, tussen droom en daad. Soms zijn er wel aanwijzingen dat we ons in een nieuw stuk bevinden. Heel subtiel verspringt ze van een ik-verteller naar een hij-verteller. De auteur gebruikt ook bijna geen namen in het boek. Het hoofdpersonage krijgt , afhankelijk van in welke werkelijkheid ze zich op dat moment bevindt, telkens een andere aanduiding: ‘de vrouw’ of ‘de ander’ of ‘de kleine’. Lettend op de kleine details kan toch enige structuur in het plotloze verhaal gevonden worden.

    Heldere vertelstijl

    Het experimenteren met de grenzen van de werkelijkheid leidt vaak tot onleesbare draken van schrijfsels. Dit is zeker niet het geval bij Kamers Antikamers. De zeer heldere vertelstijl, die Weijers ook al hanteerde in De Consequenties, zorgt voor de samenhang en maakt het werk bijzonder leesbaar. Ze lapt alle conventies en regels aan haar laars en componeert verschillende levens van hetzelfde personage die wonderwel goed samengaan. Er is een overheersend gevoel van voyeurisme: de lezer neemt een kijkje in haar kamer, haar leven, maar van zodra hij te dicht komt, bevindt hij zich in een andere kamer. Dat gebeurt ongemerkt, zonder overgang of aankondiging, maar is helemaal niet storend.

    Precies daar ligt de sterkte van Weijers: een experimenteel verhaal schrijven, zonder plot, zonder veel poeha, maar met de elegantie en het gemak alsof alles zo makkelijk loopt.

    Ondanks het ontbreken van een echt verhaal, gaat het boek wel degelijk ergens over. Het exploreert niet alleen de grenzen van de werkelijkheid, maar toont hoe mensen in het leven kunnen staan. Vrijheid is een belangrijk gegeven, maar de keuzes die mensen maken zijn misschien nog belangrijker. De roman toont hoe liefde kan groeien en verdwijnen, hoe mensen vrienden vinden en verliezen. Weijers beschrijft op een heel heldere en verbluffende manier dat het leven niet rechtlijnig is, dat er verschillende naast elkaar bestaande levens zijn en dat er niet zoiets bestaat als de enige juiste weg.

     

  • De positie van vrouwen in de maatschappij

    De positie van vrouwen in de maatschappij

    Marja Pruis is geen onbekende in het Nederlandse schrijverslandschap. Haar romans worden steevast genomineerd voor literaire prijzen. Het meest echter wordt Marja Pruis gewaardeerd omwille van haar gevatte columns en essays. In De Groene Amsterdammer schrijft ze al ruim tien jaar over het leven, de zin en onzin van onze dagelijkse riten, de plaats van de vrouw in de maatschappij of gewoon de dingen die zich in haar leven afspelen. In de bundel Oplossingen zijn haar al eerder gepubliceerde stukken aangevuld met nieuw materiaal. Een bundel in vijf hoofdstukken, of liever thema’s, en kreeg als ondertitel Het leven, mijn handreiking. Wie echter kant-en-klare oplossingen verwacht voor existentiële problemen, kan zich de moeite besparen.

    Pruis snijdt nogal wat onderwerpen aan die een probleem kunnen vormen. Ze doet dat in haar eigen ironische, maar onvervalste en eerlijke stijl met ironie en humor, waardoor de stukken licht te verteren zijn en een glimlach om de mond brengen. De stukken confronteren de lezer met zeer herkenbare situaties en initiëren soms een plaatsvervangend gevoel van ongemak dat gelukkig in de pointe van het stuk of in de laatste zin wordt weggelachen.

    Over liegen en liefde

    Het eerste thema dat Pruis aanpakt is getiteld Liegen. Daarin legt ze via een aantal stukjes uit dat zaken achterhouden of iets niet vertellen niet hetzelfde is als liegen. Ze gaat er vanuit dat haar kinderen en haar man haar stukken niet lezen zodat ze niet geconfronteerd wordt met deze problematiek. Hetzelfde thema komt ook nog aan bod in het hoofdstuk Liefde. Ook in de liefde hoeft niet alles gezegd te worden. Er wordt volgens Pruis teveel aandacht gehecht aan het analyseren van situaties, aan het uitpraten. Sommige zaken moet je voor jezelf kunnen houden, ook in een goede relatie.  Het mooiste aan de stukjes uit Liefde is de vertedering die naar boven komt. Hier verlaat Pruis vaak het spottende en kritische pad, maar zoomt ze in op de relaties met haar moeder, man, kinderen. Door de herkenbaarheid en de  manier waarop het gebracht wordt, raakt Pruis hiermee een gevoelige snaar.

    Vrouw in de maatschappij

    Pruis schrijft over vrouwen en hun positie in de maatschappij. Daarom zijn haar stukken niet direct zo duidelijk voor mannelijke lezers, waarbij dit niet speelt. Vrouwelijke lezers daarentegen begrijpen ongetwijfeld direct waarover ze het heeft. In Slimste mens slaat Pruis de nagel op de kop. Ze haalt enkele clichés over vrouwen aan – autorijden, oriëntatie, talenkennis –  en vraagt zich af waarom vrouwen niets van de wereld kennen. Ze verwijst naar het tv-programma De Slimste Mens waarin vrouwen vaak het onderspit delven. Uiteindelijk komt ze uit bij een emotie dat ook in andere stukken aan bod komt: angst – de angst om beslissingen te nemen, angst om volwassen te worden, angst om alles door elkaar te halen en om verantwoordelijkheid te nemen – een gevoel dat bij haar, en vrouwen in het algemeen, vaak aanwezig is.

    Om daar vanaf te komen verwijst ze naar een bij Petrowskaja gevonden woord Luftmensch, wat niets anders betekent dan sukkel of schlemiel. En daarmee eindigt ook haar betoog, met enige zelfspot. Marja Pruis is een kei in zelfspot en het ondermijnen van haar eigen talenten. Doordat ze naar eigen zeggen overal de beste wil zijn, botst ze vaak op de grenzen van haar kunnen. Vooral in het hoofdstuk Over ouder worden speelt ze hiermee en is haar ironie in elke zin aanwezig.

    Intertekstualiteit

    Waar de lezer moeite mee kan hebben, zijn Pruis’ vele verwijzingen naar en citaten van andere schrijvers. Een belezen iemand zal deze quotes kunnen plaatsen in de grotere context, voor anderen kan het storend werken. Als zou Pruis willen uitpakken met haar grote literaire kennis, toch is het geen etaleren. Ze gebruikt deze verwijzingen vaak om een punt te maken en aan te tonen dat zij niet de enige is die er zo over denkt. Het orgelpunt van de bundel is het stukje Tiptop, een schijnbaar banale opsomming van wensen en raadgevingen en een passend slot voor haar Oplossingen. Een bundel om in te kuieren, om af en toe een stukje in te lezen en te mijmeren. En je af te vragen of jij ook zo over het leven denkt. Vooral als je vrouw bent.

     

  • Het leven van de Oldenbarnevelts nazaten van Johan Van Oldenbarneveld

    Het leven van de Oldenbarnevelts nazaten van Johan Van Oldenbarneveld

    Vierhonderd jaar geleden op 13 mei 1619, was er de omstreden onthoofding van ‘Vader des Vaderlants’ Johan van Oldenbarnevelt. Een gebeurtenis die nog steeds gespreksstof oplevert bij vele historici en waarover uitgerekend dit jaar verschillende boeken verschijnen. Historicus Ronald Prud’homme van Reine maakte naam met zijn biografieën over de zeehelden Michiel de Ruyter, Maerten en Cornelis Tromp en Piet Hein, maar besloot zich daarna te verdiepen in de 17e- eeuwse geschiedenis van de Republiek der Nederlanden. In 2013 verscheen zijn werk over de moordenaars van Johan de Witt, in 2016 het boek over de zelfmoord van Van Speijk. Nu sluit hij zijn trilogie af met het verrassende Onthoofdingen in de Hofstad – De val van de Oldenbarnevelts. Inderdaad, een meervoud, want waar het in alle andere werken over van Oldenbarnevelt stopt bij de onterechte terechtstelling van de landsadvocaat, gaat Prud’homme van Reine een stuk verder in de geschiedenis en toont hij de gevolgen van deze executie voor zijn gehele familie.

    Minutieus bronnenonderzoek

    De auteur gaat gedetailleerd te werk. Zijn minutieus bronnenonderzoek leverde hem heel wat stof op die hij detail na detail verwerkt in zijn omstandige geschiedenis. In zijn inleiding schetst hij de figuur van Oldenbarnevelt als ambitieuze intellectueel met een enorme gedrevenheid die één belangrijke zaak miste: sociale status en afkomst. Zijn hele verdere leven zal hij daaraan werken door zichzelf een gefingeerde stamboom toe te eigenen en ervoor te zorgen dat zowel zijn zonen, door een gedegen opleiding en uitgekiende contacten, als zijn dochters, door goed uitgekozen huwelijkspartners, in hoog aanzien komen te staan op de sociale ladder.

    Johan van Oldenbarnbevelt vs. Maurits van Nassau

    Het levensverhaal van Johan van Oldenbarnevelt is als een sprookje met een slechte afloop. Hij klimt steeds hoger op de sociale ladder en schopt het tot landsadvocaat, in welke functie hij eigenlijk de hoogste bestuurder is van de Republiek der Nederlanden. Hij beslist over de binnenlandse politiek en de financiën en is hét aanspreekpunt bij uitstek voor de buitenlandse politiek. Hij onderhoudt goede contacten met de koning van Frankrijk en de koningin van Engeland, die natuurlijk de strijd met Spanje nauw in de gaten houden. Belangrijker is zijn verhouding met de hoogste militaire gezagvoerder, Maurits van Nassau, prins van Oranje. Hoewel ze een tegengesteld karakter hebben, heerste er aanvankelijk wederzijds respect en is er een goede samenwerking.

    Dat verandert wanneer het Twaalfjarig Bestand aanbreekt. Maurits wil verder oorlog voeren, van Oldenbarnevelt kiest voor een diplomatieke oplossing. Als ook het godsdienstige conflict tussen remonstranten en contraremonstranten hoog oplaait, en beide hoofdrolspelers ook daar een tegengestelde houding aannemen, loopt het volledig mis. Van Oldenbarnevelt neemt enkele beslissingen die lijnrecht ingaan tegen Maurits en dat leidt uiteindelijk tot de arrestatie van de landsadvocaat. Na een schijnproces dat ettelijke maanden duurt, wordt hij ter dood veroordeeld en op 13 mei 1619 valt de bijl. De auteur laat ook niet na een ontluisterend beeld te schetsen van prins Maurits. Oorlogszuchtig en wraakzuchtig deinsde hij er niet voor terug om de wet naar zijn hand te zetten of te overtreden. Bovendien was hij een vrouwenversierder en had overal in het land bastaardkinderen rondlopen.

    Afrekening met de Van Oldenbarnevelts

    Halverwege het boek is Johan van Oldenbarnevelt geëxecuteerd en dat maakt dit werk zo uniek. Het vervolg is een boeiend stuk geschiedenis dat minder bekend is bij het brede publiek. Na de executie breekt Maurits onmiddellijk zijn woord: hij had beloofd zorg te dragen voor de nabestaanden van van Oldenbarnevelt, maar niets is minder waar. De goederen worden verbeurdverklaard, zodat de familie alles kwijt is. De zonen, Willem en Renier, verliezen al hun belangrijke posten en aanstellingen en worden gemeden door iedereen. Bij de remonstranten leefde er ook bijzonder veel ongenoegen over de manier waarop Van Oldenbarnevelt was aangepakt en geëxecuteerd. Kortom, er ontstond een voedingsbodem om iets te ondernemen tegen Maurits.

    Mislukte aanslag op Maurits

    In wat volgt, beschrijft de auteur de omstandigheden en aanloop naar de mislukte aanslag op Maurits door Willem en enkele remonstranten. Willem van Oldenbarnevelt maakte de fout door te veel mensen en enkele onbetrouwbare kornuiten bij het complot te betrekken. Renier, die helemaal niet betrokken wou zijn, kwam uiteindelijk over de brug met geld om de aanslag te financieren. Het complot kwam echter aan de oren van Maurits en alle betrokkenen werden gearresteerd en terechtgesteld. Willem kon ontkomen en zou de rest van zijn leven in ballingschap in Brussel doorbrengen. Renier had minder geluk en werd 4 jaar na zijn vader ook geëxecuteerd in de Hofstad.

    Lotgevallen nabestaanden

    Prud’homme van Reine sluit zijn werk af met een overzicht van de lotgevallen van de overgebleven familieleden en nakomelingen van Van Oldenbarnevelt. Veel lof is er voor Jacob Westerbaen, die na de dood van Renier met diens vrouw huwde. Westerbaen, begenadigd dichter en vaak in één adem genoemd met Vondel, Cats en Huygens, schreef meerdere teksten over Johan van Oldenbarnevelt en werkte zo mee aan diens eerherstel. Hij zorgde er mede voor dat de herinnering aan hem levendig en positief bleef.

    Met Onthoofdingen in de Hofstad is Prud’homme van Reine erin geslaagd een stuk (vergeten) vaderlandse geschiedenis op boeiende en aangename wijze te brengen. Sommige lezers zullen de vele details storend en vertragend vinden, maar de auteur heeft hiermee geprobeerd een zo uitvoerig en volledig mogelijk beeld te schetsen van de omstandigheden en gebeurtenissen.  Op die manier is er een inkijk in de karakters en maatschappelijke context van een bijzonder boeiende periode. Een sterk staaltje geschiedschrijving met een goede wetenschappelijke onderbouwing, gegoten in een vlot lezend verhaal.

     

  • Ideeënroman over keuzes en leven in vrijheid

    Ideeënroman over keuzes en leven in vrijheid

    Creatief met woorden moet wel het devies zijn van Pauline Genee (1968). Hetzelfde devies wordt overgenomen door hoofdpersonage Ava in de roman Roadblock. Hoewel deze roman nog maar de tweede is op het conto van Genee, mag ze toch als een van Nederlands aanstormende talenten gezien worden. Creativiteit is niet nieuw voor Genee. Het was haar grote droom om balletdanseres te worden, maar haar avontuur bij de Leerlingen van het Nederlands Danstheater mislukte waarna ze met taal aan de slag ging ging. Ze studeerde Frans en Russisch en werkt sinds 1995 als speechschrijver op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2014 brak ze door met het alom geprezen debuut Duel met paard, een historische roman waarvoor ze genomineerd werd voor de Anton Wachterprijs. Nu, vijf jaar later, verschijnt haar tweede roman Roadblock.

    Over juiste keuzes

    Roadblock vertelt het verhaal van Ava. Na haar verbroken relatie met Peer, een kunstschilder, zoekt ze nieuwe oorden op. Ze volgt een opleiding om als waarnemer in een vreemd land de verkiezingen te volgen. Bij de eerste missie gaat het mis. Haar gezelschap stuit op een roadblock en wordt gegijzeld. Ava weet verder niet wat er met de rest van haar groep gebeurt. Zijzelf wordt meegesleurd naar een kale berg waar ze, bewaakt door mannen met bivakmutsen, de rest van de lange gijzeling doorbrengt. Tot zover de plot van het verhaal.

    Roadblock gaat over veel meer dan een gijzeling, het is een roman die  de geest exploreert en inzoomt op het maken van keuzes. Daarom is het ook niet belangrijk waar de gijzeling plaatsvindt of wie de gijzelnemers zijn. Genee laat dit ook de hele roman in het ongewisse. Roadblock is vooral een zoektocht van Ava naar zichzelf, een gewetensonderzoek naar de vraag of ze wel de juiste keuzes heeft gemaakt. Het eerste hoofdstuk focust op Ava’s opleiding, maar tussen de regels door leer je de ware achtergrond van haar beslissing om deze missie aan te vatten. Ze wil met zichzelf in het reine komen. In haar relatie met Peer droeg ze een geheim met zich mee. Ze kon het niet opbrengen om Peer hiermee te confronteren en dit leidde tot de breuk. Peer trekt zich terug in een kluizenaarsbestaan, zij trekt de wijde wereld in maar komt eveneens in een kluizenaarschap terecht. Het grote verschil met Peer is evenwel dat hij hiervoor koos, zij wordt hiertoe gedwongen.

    Gegijzelde levens

    In haar hut op de kale berg zit Ava geketend haar dagen, weken, maanden af te tellen. Ze overweegt haar opties. Als de ‘Baard’ – de hoofdgijzelnemer – haar meedeelt dat ze ‘levend meer waard is dan dood’, vermoedt ze dat er financiële of politieke motieven achter haar gijzeling schuilen en dat de diplomatieke mallemolen haar wel vlug vrij zal krijgen. Als er uiteindelijk geen schot in de zaak komt, kiest ze haar eigen weg. Ze onderneemt drie mislukte ontsnappingspogingen. Langzaamaan groeit echter een soort van vertrouwensrelatie tussen haar en de gijzelnemers. Ze beseft dat ze afhankelijk wordt van hen.  Ze probeert allerlei informatie te verzamelen over haar locatie, haar teamgenoten, maar blijft toch in het ongewisse. De lezer krijgt een inkijk in het hoofd van Ava. Haar geheim wordt langzaam ontrafeld. Het verhaal van eenzaamheid en duisternis krijgt langzaam betekenis. Ava houdt zich recht door taalspelletjes in haar hoofd of door imaginaire wedstrijdjes te organiseren tussen de torretjes en spinnetjes in haar hut. Uiteindelijk kiest ze ervoor om een laatste ontsnappingspoging te ondernemen. Waarheen deze ultieme vlucht leidt, blijft ook voor de lezer een raadsel.

    Vrijheid en gebondenheid

    Genee slaagt erin om van Roadblock een spannende psychologische roman te maken. Het verhaal op zich wordt gebruikt als instrument om enkele ideeën op een zeer doordachte manier uit te werken. De idee van vrijheid lijkt hier de belangrijkste. Hoe vrij is de mens? Welk impact hebben keuzes op het bestaan en hoe kan je verkeerde keuzes weer rechtzetten. Ava’s gebondenheid en vrijheid met Peer wordt geplaatst tegenover de onvrijheid en afhankelijkheid van de gijzelnemers. In beide gevallen groeit onzekerheid, twijfel, maar ook vertrouwen. Genee toont hoe verplichtingen en kansen een nieuwe richting en wending  kunnen geven aan het leven, maar ook hoe ingrijpend deze kunnen zijn. De manier waarop Genee Ava’s innerlijke strijd schetst, de twijfels en de onzekerheid, de angst en het verhaal van de gemiste kansen is bijzonder. De taal houdt het midden tussen spanning en berusting. Korte en lange zinnen wisselen elkaar af, de intense sfeer wordt soms doorbroken door een luchtige noot, maar Genee schrijft zeer beheerst en houdt de teugels strak in handen. De lezer blijft met een krop in de keel naarstig hunkeren naar de ontknoping, maar blijft, net als Ava, met vele vragen achter. Dit stoort echter geenszins. Het verhaal zindert na en nodigt tegelijk uit tot diepere hersenspinsels en enige zelfanalyse.

     

  • Ontluisterende geschiedenis in bijzonder mooie novelle

    Ontluisterende geschiedenis in bijzonder mooie novelle

    Enige tijd geleden keerde Lammert Voos, telg van de Groningse kleigrond met alle gevolgen van dien, terug naar zijn heimat. Stammend uit een gezin waar geweld en alcoholisme schering en inslag waren, had ook hij veel moeite om van een alcoholverslaving af te geraken. Na zijn passage als zanger van de roemruchte Friese band Umberto di Bosso é Compadres in de jaren tachtig, was hij docent aan de Schrijversvakschool in Groningen. Hij publiceerde een viertal dichtbundels, waaronder één in het Groningse dialect, drie boeken met kort proza en een roman. Hij was Stadsdichter van Deventer en in 2016 verscheen Abdou en de anderen – Ooggetuigenverslag van een ex-vluchtelingenwerker, een geëngageerd essay over het migrantenvraagstuk. In het meeslepende Malterfoske, rekent hij af met zijn jeugd en afkomst van een familie Groningse armoezaaiers.

    Uitzichtloos

    Ondanks de beknopte omvang van de novelle Malterfoske, slaagt Lammert Voos er wonderwel in om perfect de ongemakkelijke sfeer op te roepen die hij nastreeft. Voos schildert het Groningse leven van de grote herenboeren, maar vooral van de arbeiders, vissers, klompenmakers en meiden die zich niet konden losmaken uit de armoede. Een armoedig leven dat zich generatie na generatie voortplant en gebeiteld zit in de Groningse kleigrond. Naast prachtige en poëtische natuurpassages  – Voos kan zijn passie voor het dichten niet loochenen – waarin duidelijk zijn voorliefde voor het Groningse landschap naar boven komt, gebruikt hij vooral negatieve adjectieven die de sfeer donker maken. Het leven in de Noord-Groningse buurt is zwart, duister, grimmig, koud en nat. De personages zijn dat ook. De naam Malterfoske is trouwens verzonnen. Het eerste deel van de naam verwijst naar ‘treiteren’, het tweede naar ‘bosje’, en hoewel ook het buurtschap is verzonnen, is de novelle wel gebaseerd op de werkelijkheid.

    Van Zondeval tot Genesis

    In zeven hoofdstukken, die telkens een Bijbelse titel meekregen, beschrijft Voos de ingehouden woede en kwaadheid van de verschillende generaties, die er maar niet in slagen los te komen uit hun status. Hun leven wordt gekenmerkt door armoede, incest, ziekte , uitbuiting en die eeuwigdurende uitzichtloosheid. Het zwijgen overheerst, alles ondergaan staat voorop. Maar dan zijn er toch die enkelingen, mensen die tot een daad komen die je niet ziet aankomen, daarin schuilt vooral de kracht van Malterfoske. Het openingsverhaal Zondeval zet de toon.  Een meid wordt bezwangerd door de zoon van een herenboer. Ze moet het hof verlaten. De boer vermoordt zijn zwakzinnige zoon omwille van de daad. Op zijn sterfbed leert de boer dat zijn andere zoon verantwoordelijk was. Ook hij kan hier niet mee omgaan en pleegt zelfmoord.

    De herenhoeve komt te vervallen en zal in verdere verhalen opnieuw opduiken. In het tweede verhaal Schippers zonder God speelt de verbannen meid een hoofdrol, ondertussen bij arme schippers aanbeland. Voos bouwt immer verder, zowel in de tijd als met een (neven)personage uit een vorig verhaal. Van bij het begin tot de twintigste eeuw tot vandaag schetst hij het ruige leven in Malterfoske. Het laatste hoofdstuk Genesis is een terugblik van de grootmoeder van Voos die alles heeft zien gebeuren, die alle verhalen kent. Het vormt een mooie samenvatting van alles waar Malterfoske voor staat en brengt een boodschap van hoop voor haar kleinzoon die is ontsnapt aan alle ellende die zijn voorouders hebben meegemaakt.

    Doordachte uitgave

    Niet alleen de inhoud van deze fijne novelle is bijzonder, ook de uitgave mag er wezen. Een mooie hardback, dik lichtgelig papier en een tweekleurendruk maken het tot een hebbeding en een aanwinst voor de boekenkast. De omslag is van een bijzondere eenvoud. Op een blauwzwarte achtergrond staan eenvoudig gestileerde silhouetten getekend. Grote koppen die allemaal dezelfde kant opkijken. Onderaan in het klein en zwart is er één kopje dat de andere kant opkijkt, tegendraads, ontsnappend aan de richting waarin de anderen gedwongen werden. Over het concept van de hele novelle is bijzonder goed nagedacht: van cover, lay-out, typografie tot inhoud: alles maakt van Malterfoske een ontluisterend verhaal met veel ingehouden woede en droefheid dat je na lezing dichtklapt met een hoopvolle blik naar de toekomst.