• Reisimpressie Kiev (2018) – deel 3

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 3

    Reisdoel Kiev! Deze miljoenenstad is, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde land Oekraïne als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland, waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Een miezerig regentje verwelkomt mij bij het verlaten van metrostation Dorohozhychi. Het door de regen grijsglimmend stralende plaveisel van het stationsplein contrasteert mooi met de kleurenpracht van de bloemen- en fruitkraampjes. Diep weggedoken in de beschutte krochten van mijn winterjas trek ik erop uit. Babi Jar is mijn doel. Een huiveringwekkende naam van een luguber ravijn in Kiev. Hier zijn in september 1941, volgens Duitse bronnen, in 36 uur tijd meer dan 33.000 joden vermoord. Opgebracht, naakt, door mitrailleurkogels doorzeefd, sommige vrouwen eerst verkracht, dood of soms nog levend in het ravijn gedonderd, bedekt met aarde, groep na groep. De daders: keurige politieagenten uit Bremen zonder speciale opleiding voor het verrichten van hun wandaden. Na afloop van de klus was er een feestje. Later keerden zij weer terug naar Bremen om daar bijvoorbeeld het verkeer te regelen (Timothy Snyder, Zwarte aarde, geschiedenis van de holocaust, blz. 268/269). Keurige mensen eigenlijk!

    Herinnering
    Wat herinnert nog aan die moordpartij? Marc Jansen spreekt in zijn boek Grensland, een geschiedenis van Oekraïne over ‘Lieux sans memoire’ (blz. 207 e.v.) en hij heeft gelijk. Niets, lange tijd was er niets dat herinnerde aan de gebeurtenissen bij Babi Jar. Na de moordpartij in september 1941 zijn er daar in de rest van de oorlog, naar schatting, nog eens zo’n 100.000 tot 150.000 Oekraïense nationalisten, Sovjet krijgsgevangenen, communisten, joden en zigeuners vermoord.

    Speciale aandacht voor de moord op de joden, zigeuners en homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog paste niet in de Stalinistische kijk op de oorlog. Het ravijn werd gebruikt als vuilstortplaats voor de gemeente Kiev. Geen monument, geen tentoonstelling, geen plaquette, geen gedicht. Of toch….? De in een Oekraïens-Joodse familie geboren schrijver-journalist Ilja Ehrenburg schreef in 1944 een gedicht zonder titel. De goede verstaander kon slechts uit het herhaalde gebruik van het woord ‘ravijn’ opmaken dat het hier ging om Babi Jar. Pas veel later publiceerde hij het ook onder die naam. Een fragment:

    Waartoe dienen woorden en wat is een ganzenveer
    Wanneer deze steen op mijn hart rust,
    Wanneer ik, zoals een dwangarbeider
    een kogel,
    andermans herinnering meesleep?
    Ik woonde eens in steden,
    En de levenden waren mij lief,
    Nu moet ik in vergeten woestenijen,
    Graven openen,
    Nu is ieder ravijn mij vertrouwd,
    En ieder ravijn voor mij een thuis.

    Als de dichter Jevgeni Jeftoesjenko samen met zijn collega-schrijver Anatoli Koeznetsovin augustus 1961 aan de rand van het ravijn staat, besluit hij daar een gedicht over te schrijven dat later onsterfelijk is geworden. Een fragment:

    Boven Babi Jar, daar staat geen monument.
    Een steile helling – de ene ongehouwen grafsteen
    Bang ben ik.
    Ik ben nu oud, oud als het Joodse volk.
    Ik denk nu
    Jood te zijn.

    Hierover zegt Katja Petrowskaja in haar in 2015 in het Nederlands vertaalde boek ‘Misschien Esther’:

    ‘De mensen belden elkaar op, vertelde mijn moeder, we huilden van geluk dat er nu eindelijk openlijk over het ongeluk werd gesproken. Een Russische dichter had zich het lot van de Joodse slachtoffers aangetrokken, van alle slachtoffers, het leek een wonder. Het leek alsof dat wereldongeluk niet meer dakloos was, alsof de eer van de herinnering was hersteld.’

    Sjostakovitsj heeft het gedicht kort na de publicatie in 1961 op muziek gezet in zijn Dertiende Symphonie die kort na de dood van Stalin, tijdens de zogenaamde dooi ten tijde van Chroesjtsjov, verscheen. Het is in dubbel opzicht symbolisch voor de holocaust. In de eerste plaats voor de gruwelen zelf waaraan in het gedicht gerefereerd wordt, maar in de tweede plaats voor het verzwijgen van de holocaust in de tijd daarna. Later, onder Breznjev, werden ook in cultureel opzicht de teugels weer aangehaald en werd Jevtoesjenko gedwongen zijn tekst aan te passen en het niet meer alleen te hebben over het droevige lot van de joden, maar dat van de Russen en Oekraïners samen met dat van de joden. Koeznetsov, die de verschrikkingen als twaalfjarige jongen zelf heeft meegemaakt, wordt door Jevtoesjenko aangemoedigd zijn getuigenis aan het papier toe te vertrouwen. Dit heeft zijn beslag gekregen in de documentaireroman Babi Jar, die pas in 1970 volledig en ongecensureerd in Engeland kon worden gepubliceerd. Pas in 1976 wordt er bij het ravijn een monument onthuld, een verschrikkelijk megalomaan geval, dat met geen enkel woord verwijst naar het specifieke lot van de joden in Babi Jar. Pas sinds 1991 staat er een joods herdenkingsteken in de vorm van een grote bronzen Menora. Vanaf de oude joodse begraafplaats loop je over een ‘Path of Sorrow’ naar de Menora. Langs dat pad is een permanente tentoonstelling te zien, waarin vooral veel aandacht wordt besteed aan het lot van de vermoorde joodse kinderen.

    Getekend landschap
    Het besef te staan aan de rand van het ravijn waar deze verschrikkelijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden heeft iets onwerkelijks. Het vervult niet alleen met weerzin, maar ook met een gevoel van vervreemding. Nu liggen er nog wat sneeuwresten en verkleurde bladeren, restanten van de herfst en de op zijn eind lopende winter. Er is eigenlijk nog nauwelijks sprake van een ravijn, hooguit een verzakking in het landschap. Waarom zoek ik dit soort plaatsen eigenlijk op? Je zoekt veel, maar je vindt weinig of niets en dat weet je vooraf. ‘Schuldig landschap’ noemt Armando dat. Mooier kan ik het niet zeggen. Het leidt tot momenten van introspectie. Tijd en ruimte worden onduidelijke begrippen, evenals zin en betekenis. Om Caspar Janssen te parafraseren: ‘Als je echt weet wat er allemaal is en was, dan gaat het pijn doen om buiten te lopen’ (Volkskrant 02-02-2018). Toch wil ik graag buiten lopen.

     

    Deel 1 verscheen op zaterdag 19 mei, deel 2 op zaterdag 26 mei.


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.

     

  • Reisimpressie Kiev (2018) – deel 2

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 2

    Reisdoel Kiev! Deze miljoenenstad is, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde land Oekraïne als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland, waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Geschiedenis en oorlog
    De Oekraïners snakken naar vrede en vrijheid. Contact met mensen uit het westen wordt enorm op prijs gesteld. De oorlog in het oosten van het land houdt iedereen in zijn greep. Op straat zie je herdenkingstekens met foto’s van de gevallenen en de vlaggen van hun gevechtseenheid. Tijdens mijn verblijf in de stad waakt de gids Sergeï voortdurend over mij. Dat Kiev niet zonder meer een veilige stad is, is ook op te maken uit de inpandige beveiligingsdeuren in zijn flat. Zijn vrienden leiden mij rond langs de diverse bezienswaardigheden. in de stad en Sergeï zorgt ervoor dat ik een persoonlijke rondleiding krijg van de directeur van het Oorlogsmuseum van Kiev, voorheen het Museum van de Geschiedenis van de Grote Patriottische Oorlog, 1941-1945. Op het dak van het museum staat een monstrueus, sociaal-realistisch beeld van het Moederland, de voormalige Sovjet-Unie. Het ontsiert het dak van het museum, maar kan niet worden afgebroken zonder het hele museum te vernietigen. De naamsverandering duidt op het veranderde karakter van het museum. Werd er voorheen eigenlijk alleen maar aandacht geschonken aan de heldendaden van het Rode Leger in hun strijd tegen de Nazi’s, nu is het perspectief veel genuanceerder en kritischer; veel meer in overeenstemming met onze kijk op de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ook de rol van de Oekraïners zelf in de oorlog blijft niet onderbelicht, zelfs niet ten aanzien van de holocaust.

    Een duidelijk bewijs van een afrekening met het verleden is de aandacht die het museum besteedt aan de in opdracht van Stalin door de communistische partij gecreëerde hongersnood van de jaren 30 in de Oekraïne, de zogenaamde holodomor, die tussen de 3 en 8 miljoen slachtoffers heeft gekost. Deze misdaad was ten tijde van de Sovjetoverheersing volstrekt onbespreekbaar. In Rode hongersnood, dat begin dit jaar in Nederlandse vertaling is verschenen, zet de Amerikaanse historicus Anne Appelbaum een gruwelijk beeld neer van deze ook nu nog nauwelijks bekende tragedie. In 2013 was er op de indrukwekkende tentoonstelling De Sovjetmythe, socialistisch realisme 1932-1960 in het Drents Museum nog een schilderij te zien van een Kolchozenfeest in de Oekraïne waarin een beeld gegeven wordt van het overdadige leven op het platteland in 1937, ten tijde van de holodomor dus. Een staaltje propaganda van het meest smerige soort.

    Geschiedenis en actualiteit
    Het museum besteedt ook aandacht aan het huidige conflict in het oosten van het land. Ook nu is het gekozen perspectief genuanceerd. Buitgemaakt oorlogsmateriaal laat zien dat de separatisten gesteund worden door Moskou. Beide partijen echter maken, volgens onze gids, gebruik van ongeregelde en oncontroleerbare huurlingenlegers die nog niet zo lang geleden betrokken waren bij gevechten in het voormalige Joegoslavië en Tsjetsenië en die alleen maar gehoorzamen aan hun eigen commandant en zich niets aantrekken van enig strijdplan. Een goed voorbeeld hiervan is de motorbende de Nachtwolven, nog onlangs in het nieuws vanwege de nauwe banden met Poetin. Pieter Waterdrinker schetst in zijn roman Poubelle een huiveringwekkend beeld van dit soort bendes als de hoofdpersoon in handen valt van zo’n groep huurlingen. Dat maakt het conflict extra ingewikkeld.

    Maar Kiev is niet alleen armoede, oorlog en naargeestigheid. Het is een miljoenenstad met een grote geschiedenis, de hoofdstad van Oekraïne, een betrekkelijk jong land, en momenteel twistappel tussen Russen en Oekraïners. In de ogen van de Russen is Kiev de moeder der Russische steden en onlosmakelijk verbonden met Rusland. Hier ligt de oorsprong van het middeleeuwse Kiev-Roes, waaruit Rusland zou zijn voortgekomen, en bevond zich de regeringszetel van grootvorst Volodymir, onder wiens gezag het christendom werd verheven tot staatsgodsdienst.

    In Nestorkroniek, nog onlangs in Nederlandse vertaling van Hans Thuis verschenen bij uitgeverij VanTilt, wordt gesproken over het goudkoepelige Kiev, verwijzend naar de honderden Grieks-orthodoxe kerken in de stad. Daarvan is het huidige Kiev slechts een flauwe afspiegeling, al zijn de vele kerken nog steeds karakteristiek voor de stad. Het gerenoveerde Holenklooster stamt nog uit de tijd van Kiev-Roes. Het is het voornaamste heiligdom van gelovig Oekraïne. Een bezoek daaraan is eigenlijk een ‘must’, al zal de afdaling in het ondergrondse gangenstelsel, waarin de overblijfselen van tal van heiligen liggen opgebaard in nissen, niet voor iedereen een plezier zijn.

    Als je geen kaarsje bij je hebt, loop je in het aardedonker, voortdurend aangestoten door gelovigen die weinig begrip kunnen opbrengen voor wanhopig naar de uitgang zoekende buitenlanders. De devotie van deze mensen is ons vreemd. Je ziet dat godsdienst een heel andere rol in het leven van de mensen speelt dan bij ons. Godsdienst biedt mensen houvast in een onzekere wereld. Bovendien is godsdienst in Oekraïne ook politiek. In de Sovjettijd stond de kerk op gespannen voet met de uitgangspunten van de staat. Nu heeft Kiev zijn eigen patriarch en hoeven de mensen niet meer te dansen naar de pijpen van de patriarch van Moskou, die samenspant met de door velen gehate Poetin. Vanzelfsprekend ligt dit in de Russische gezinde gebieden, waar steden liggen als Loehansk en Donjetsk, anders. Daar luisteren de meeste mensen wel naar Moskou. Toch zijn er in Kiev veel minder openlijke tekenen van afkeer van Poetin en Rusland dan in Lviv. Dit zal waarschijnlijk te maken hebben met het feit dat Kiev de officiële regeringszetel is en de bevolking van Kiev veel meer gemengd is dan die van Lviv.

    Deel 1 verscheen op zaterdag 19 mei, deel 3 op zaterdag 2 juni.

     


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.

     

  • Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

    Reisimpressie Kiev (2018) – deel 1

     

    Reisdoel Kiev, een miljoenenstad die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde Oekraïne is, als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.


    Een stukje geschiedenis

    Oekraïne heeft nauwelijks een geschiedenis als onafhankelijk land. Delen van het land hebben in het verleden deel uit gemaakt van het vroegere keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, Polen, Litouwen en Rusland. De bevolkingssamenstelling is heel divers met als gevolg dat weinig mensen zich Oekraïener beschouwen. De inwoners van het westelijk gelegen Lviv voelen zich het meest verwant met Polen of Litouwen, terwijl de inwoners van het oostelijke Donjetsk en Loehansk duidelijk Russische georiënteerd zijn. Als na de onafhankelijkheid in 1991 de economie instort, nemen de spanningen in het land toe. De westelijke gebieden willen toenadering tot de Europese Unie, terwijl de mensen in het oosten meer verwachten van de oude banden met Rusland.

    Als in februari 2014 na langdurige demonstraties, stakingen en geweldplegingen op het Maidanplein in Kiev, de Russisch gezinde president de kuierlatten neemt naar Rusland en er een pro-westerse regering aantreedt, wordt deze niet erkend door Rusland. Onlusten op de Krim, waar het merendeel van de bevolking Russisch gezind is, leidt ertoe dat Rusland besluit militair in te grijpen en het schiereiland in te lijven. Dit moedigt de pro-Russische mensen in het oosten van het land aan de wapens op te nemen tegen de regering. Met steun van Russische wapens en, naar het schijnt, zelfs Russische militairen weten deze separatisten stand te houden tegen de regeringstroepen met als gevolg dat het land in een voortdurende staat van (burger)oorlog en anarchie verkeert. De corruptie viert hoogtij en gewetenloze zakenlui maken vaak de dienst uit. De regering is niet in staat de problemen het hoofd te bieden en is zelf onderdeel van de problemen.

    Een goed beeld biedt het prachtige boek Oorlog en kermis van Olaf Koens. Koens besteedt daarin veel aandacht aan het conflict in het oosten van Oekraïne. De titel duidt op de bizarre, krankzinnige realiteit waarin veel mensen in Rusland en Oekraïne leven. Iets van die kermisgedachte kom je overigens ook tegen in de recente debuutroman Kiev op de bodem van een glas van Tobias Wals

     

     


    Boelgakov

    Na vorig jaar een bezoek te hebben gebracht aan Lviv, waar gewoon op straat in alle openbaarheid rollen toiletpapier en deurmatjes werden verkocht met een afbeelding van Poetin erop, is het interessant te zien hoe zich dit verhoudt tot de stemming in het meer centraal gelegen Kiev.
    Daarnaast is Kiev ook de geboorteplaats van Boelgakov, de schrijver van De meester en Margarita, een hoogtepunt in de twintigste eeuwse Russische literatuur. Het boek is een verhulde satire op de Russische samenleving onder Stalin. Margarita sluit een pact met de duivel om haar geliefde uit de gevangenis te bevrijden. Haar geliefde is een schrijver die wordt opgesloten in een gesticht vanwege een nog niet voltooid en nog niet gepubliceerd boek. Dit geldt eigenlijk ook voor Boelgakov zelf, die – als in een gevangenis – in het geheim aan zijn roman moest schrijven, omdat hij wist dat die onder Stalin nooit zou worden gepubliceerd. Russen en Oekraïeners hebben een gemeenschappelijke cultuur en koesteren hun schrijvers, zo ook Boelgakov.


    Dagelijkse zorgen

    Mijn contactpersoon tijdens deze reis is Sergeï. Hij ontvangt me gastvrij in zijn eenvoudige flat, ik krijg een inkijkje in de dagelijkse zorgen van de mensen in Kiev. Niet alleen is de levensstandaard niet te vergelijken met die van ons, ook de organisatiegraad van de samenleving staat op een heel ander niveau. De bestrijding van de corruptie bij de overheid baart de mensen veel zorgen. Sergeï geeft me een rondleiding door de universiteit van Kiev, zijn werkterrein; een prachtig, statig, classicistisch complex, een universiteit waardig. Vooral de mensa is schitterend en bepaald sfeervol. Het moet een genot zijn hier dagelijks te mogen vertoeven. Bij de bezichtiging van de collegezalen blijkt duidelijk het verschil met onze universiteiten. Alles is gericht op klassikaal, frontaal onderwijs, waarbij het gebruik van ICT spaarzaam is. Werkcolleges waarbij de discussie met de hoogleraar of medewerker centraal staat, komen nauwelijks voor. Alles ademt nog de sfeer van de jaren 50 bij ons, ook wat betreft de gezagsverhoudingen.

    Tsja, en Boelgakov, die moet je eigenlijk gewoon lezen!

     

    Deel 2 en deel 3 verschenen op zaterdag 26 mei en 2 juni.


    Huub Bartman is historicus en liefhebber van Oost-Europese en Russische literatuur. Voor een goed begrip van het werk van deze schrijvers bezoekt hij graag de plaatsen waar ze hebben geleefd en gewerkt. Het afgelopen jaar was zijn reisdoel Kiev.