• Postuum verschenen laatste deel Ewout Meyster-cyclus

    Postuum verschenen laatste deel Ewout Meyster-cyclus

    Toen Wessel te Gussinklo vijf jaar geleden na het winnen van de Book Spotprijs voor De hoogstapelaar,  voor Literair Nederland werd geïnterviewd, vertelde hij bezig te zijn aan zijn laatste boek. Het werd wel heel lang, te veel bladzijden voor één boek. Daarom dacht hij eraan om het op te splitsen in twee delen. In 2021 verscheen dan ook het lijvige Op weg naar de Hartz en ging men ervan uit dat het zijn laatste was, zeker nadat de auteur op 18 oktober 2023 overleden was.

    Maar onlangs, precies een jaar na zijn overlijden bracht uitgeverij Koppernik De uitverkorene uit, het vijfde en onvoltooide deel van de Ewout Meyster-cyclus. Een boek waaraan hij tot de avond voor zijn dood gewerkt heeft. En misschien is het onvoltooide ook in deze zin logisch, Wessel te Gussinklo bleef vervlochten met zijn alter ego en kon er onmogelijk een punt achter zetten. De zoekende Ewout was het symbool geworden voor de met de wereld worstelende Wessel Gussinklo. Bijna veertig jaar lang ging hij op stap met Ewout, als kind en puber die zijn plaats zoekt in De verboden tuin (1986) en De opdracht (1995), en dan na jarenlange stilte de sublieme come-back van Ewout Meyster in De hoogstapelaar (2019) en Op weg naar De Hartz (2021).

    Eigenzinnige stijl

    Gussinklo bleef altijd op de achtergrond in de literaire wereld en brak nooit echt door bij het grote publiek. Erkenning kwam er pas nadat hij in 2019 de Book Spot literatuurprijs won en twee jaar later de Boekenbon literatuurprijs. Toch kwamen zijn boeken niet op de bestsellerlijsten. Dat is te wijten aan te Gussinklo’s eigenzinnige manier van schrijven. Hij had een zeer eigen en aparte stijl, niet om te plezieren, wel om zijn overtuiging mee te geven. Hij wilde dat wat ongrijpbaar en onpeilbaar was toch naar boven brengen. Hij gebruikte een taal waar anderen al lang afstand van genomen hadden. Zijn diepgaande en haarfijne analyses raken tot in het diepste van de ziel en zijn soms moeilijk te doorgronden. Hij vond zichzelf ook een schrijver pur sang en weigerde mee te gaan in de compromissen waaraan populaire schrijvers zich vaak aan overgeven. Ook in De uitverkorene viert die eigenzinnige stijl weer hoogtij.

    In De Uitverkorene bevindt Ewout zich nog steeds in De Hartz, de bijzondere hogeschool met zijn bizarre docenten en studenten die ook onderwerp waren in Op Weg naar De Hartz. Ewout blijft worstelen met zichzelf, maar zijn vriend Meindert probeert zorg te dragen voor hem. Tijdens een lezing van een Duitse professor overstijgt Ewout zichzelf en geeft hij openlijk commentaar. Dat levert hem veel respect op bij de toplieden van het instituut. Tot zijn verwondering wordt hij uitgenodigd tot de hoogste kringen en mag meedenken in de discussies. Tegelijkertijd wordt hij verslonden door een bijna dierlijke lust voor de sensuele Thérèse die steeds zijn pad kruist. Dat De uitverkorene onafgewerkt bleef, is duidelijk.

    Onophoudelijke woordenstroom

    Het geheel is wat chaotisch en wat meer structuur was zeker gewenst. Maar eens te meer toont het werk de stilistische hoogstandjes die eigen zijn aan Wessel te Gussinklo. Hij schrijft in een onophoudelijke woordenstroom, een stream-of-consciousness, die in een zenuwachtig en opzwepend ritme doorgaat, waardoor je als lezer steeds sneller mee moet lezen en soms naar adem moet happen. De stijl, de woordenschat en het ritme zijn van een onnavolgbare uitmuntendheid. Ewout zet de lezer een spiegel voor van de mens die worstelt met zichzelf en de wereld, die zoekt naar waarheid, maar waarvoor de verlossing steeds uitblijft, hoe hard je het ook probeert.

    Wessel te Gussinklo wordt gemist. Ewout Meyster lijkt veroordeeld om voor eeuwig in De Hartz te blijven, of toch niet. In een pakkend nawoord schrijft zijn weduwe Odilia over de laatste dagen. Hoe Wessel tot op het einde doorging, met correcties, aanpassingen, juiste zinswendingen en hoe zij die allemaal opnam. Even voor zijn dood liet hij toch iets los over waar het naartoe ging met Ewout. In een mooi slotakkoord schrijft Odilia hoe zij het vervolg ziet van het personage dat al zo lang de lezer meeneemt op zijn tocht, een visie ingefluisterd door een stervende Wessel te Gussinklo.

     

    Lees hier het interview met Wessel te Gussinklo.

     

     

  • Met een varkenspak in de sloot

    Met een varkenspak in de sloot

    Stel je voor: een ijskoude oudejaarsavond met veel vuurwerk en een vieze sloot met een man die er niet meer uitkomt. Niet zomaar een man, maar eentje in een varkenspak, met op de achtergrond een brandend slachthuis dat langzaam maar zeker totaal wordt vernietigd. Dit is de opening van De instructies van Carolina Trujillo. Hoe is het mogelijk dat iemand in zo’n bizarre situatie terechtkomt? Heeft hij de brand gesticht? Waarom dat varkenspak? De toon is gezet en het boek grijpt je bij de keel.

    Het verhaal springt heen en weer tussen heden en verleden, maar als je bereid bent mee te springen, doorgrond je al snel dat het gaat om een reeks gebeurtenissen die Mol, de man in het varkenspak, onvermijdelijk naar zijn ondergang leiden. De scène in de sloot is slechts het begin. Trujillo’s personages werken zichzelf wel meer in de nesten, zoals in de roman De terugkeer van Lupe García (2009). Waarin een viertal wraak probeert te nemen om wat hun ouders is aangedaan. Maar in haar nieuwe roman gaat hoofdpersonage Mol wel heel ver om zichzelf te bewijzen.

    Conflict tussen de liefde en een ideaal

    Na jaren komt Mol zijn geliefde jeugdvriendin Nora weer tegen die een gedreven dierenrechtenactivist blijkt te zijn geworden. Ze pakken hun vriendschap moeiteloos op. Nora probeert Mol te overtuigen van haar activistische idealen, maar hij twijfelt of haar radicale plannen wel zinvol zijn en of ze zich daardoor niet in de problemen zal werken. Voor haar liefde en erkenning wil hij echter alles doen: ‘Het maakte niet uit welk kooltje ze uit het complimentenvuur trok, ik zou me er zolang het gloeide aan warmen, maar diep van binnen wist ik wel hoe het zat.’ Nora gebruikt Mol louter als hulp voor haar doelen, als chauffeur of iemand die haar plannen uitvoert als ze dat zelf niet kan.

    Naast de vraag hoe ver je voor een liefde gaat, behandelt de roman ook hoe ver je kunt gaan voor een ideaal, in dit geval dierenrechten. Trujillo is, na jarenlang vleeseter te zijn geweest, zelf veganist geworden en het is duidelijk dat ze grondig onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de vlees- en melkindustrie. Op indringende toon beschrijft ze gedetailleerd de misstanden die dagelijks op grote schaal plaatsvinden: van de vreselijke en bloederige activiteiten vóórdat een stuk vlees op ons bord ligt, tot het transport van gewonde dieren naar hun laatste bestemming, het slachthuis. Pijnlijk en confronterend. Zonder dat de roman een pamflet wordt, raken Trujillo’s woorden haar lezers: ‘De varkens in de laadbakken zaten onder de schrammen. Drie sterren humane slacht, biologisch, scharrel en ambachtelijk. Als ze op transport zijn, maakte het geen donder uit.’ Of Trujillo nu een liefdesverhaal wilde schrijven of een activistische roman: het is haar beide gelukt.

    Herhaling van thrillerachtige acties

    Het verhaal wisselt voortdurend van periode, wat de lezer meer inzicht en emotionele diepgang biedt. Deze tijdswisselingen ondermijnen echter wel het hoge tempo van de roman. Zoals in het hoofdstuk over de bezetting van een stal door Mol en zijn vrienden, dat in een thrillerachtige stijl met korte zinnen uur na uur beschrijft. Dit wordt abrupt afgewisseld met een hoofdstuk over het moment waarop Mol uit een sloot wordt gehaald tijdens nieuwjaarsnacht. Hoewel beide gebeurtenissen spannend zijn in Mols activistenleven, voelt de sprong tussen deze hoofdstukken te groot. Er gebeurt namelijk nog veel meer belangrijks in Mols bestaan tussen deze momenten.

    Ook de instructies die Mol voor Nora uitschrijft, verstoren het leesritme. De ene keer beschrijft hij zijn eigen pad en hoe hij langzaam de grip op de realiteit verloor. De volgende keer, soms nog op dezelfde pagina, kunnen we midden in een scène zitten die toekomstige activisten meedeelt wat ze wel of juist niet moeten doen tijdens een protestactie. Om verwarring te voorkomen moet je goed in de gaten houden waar je je in het verhaal bevindt.

    Gelukkig wordt het aan het einde van de roman duidelijk waarom Mol deze instructies heeft geschreven: ze zijn er niet om te vertellen hoe je moet handelen voor het beste resultaat tijdens bijvoorbeeld een protestactie. Ze laten juist zien dat het onmogelijk is om te zeggen wat de juiste manier van protesteren en het laten horen van je eigen stem is. De roman beschrijft de pijnlijke confrontatie die Mol moest ondergaan om in te zien dat je machteloos staat als je de vraag stelt of iets goed of juist niet goed is. Draait radicaliseren om jezelf te bewijzen of gaat alles om een groter doel waar je als individu toch weinig invloed op hebt? Is het belangrijker om in iets te geloven dan de manier waarop je dit wil bereiken? De instructies is een knap geconstrueerde roman die deze belangrijke vragen aan de orde stelt.

     

     

  • Oogst week 43 – 2024

    De Zieners

    Hannah, een dakloze Eritrese vluchtelinge moet in London zien te overleven. Eerst woont ze op een opvangadres in Kilburn, maar al snel slaapt ze onder een boom in een parkje in Bloomsbury. Van haar leven in Eritrea is niets anders over dan het dagboek van haar moeder, die jong gestorven is. Het verhaal dat erin staat, over de levensgeschiedenis van haar ouders, is niet makkelijk te verteren. In De zieners, een roman die uit een enkele alinea bestaat, belicht Sulaiman Addonia wat het betekent om een vluchteling te zijn in een stad als Londen, waarbij hij de hoogstpersoonlijke aspecten van het psychologische en seksuele leven van Hannah niet schuwt.

    Sulaiman Addonia (1974) woont in London. Eerder verschenen al twee romans van zijn hand, Als gevolg van de liefde, waarin een twintigjarige vluchteling verliefd wordt op een jonge vrouw die een burqa draagt, en Silence Is My Mother Tongue, een boek over een broer en zus die zich staande proberen te houden in de chaos van een vluchtelingenkamp. Addonia werd geboren in Eritrea en vluchtte in 1976 met zijn familie naar Soedan, waar hij zag hoe zijn vader vermoord werd. Samen met zijn moeder en jonger broertje leefde hij in Jedda tot hij in 1990 asiel aanvroeg en kreeg in Groot-Britannië. Meerdere van zijn boeken zijn genomineerd voor prijzen, waaronder de Lambda Literary Award for Bisexual Fiction en de Orwell Prize voor politieke fictie.

    De Zieners
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Na de zon

    Het is niet makkelijk te zeggen waar Na de zon van Jonas Eika over gaat. Het boek omvat vier korte verhalen, waarvan er een in twee delen is gesplitst. Ogenschijnlijk zijn de verhalen heel verschillend. In Cancún verlenen jonge jongens hun diensten aan rijke strandbezoekers. Een IT-consultant in Kopenhagen komt, na het missen van een werkafspraak, terecht in wereld die hij niet kent: de handel in derivaten. Een drietal dat als een gezin probeert te leven gaat gebukt onder verslaving, geldgebrek en de stress van de verwachte komst van een baby. En wat is er aan de hand met de rouwende oude man die geobsedeerd raakt met een vreemd voorwerp dat hij in de woestijn vindt? De vraag moet misschien niet zozeer zijn waar het boek over gaat, maar waar het óm gaat. Wat wil Eika ons vertellen met deze set verhalen?

    Jonas Eika (1991) is een Deense schrijver. Met hun fictie sleepte hen al een aantal prijzen in de wacht. Zo ontving hen de Bodil & Jørgen Munch-Christensen Prijs voor hun debuut, Lageret Huset Marie. En ook Na de zon werd bekroond, met de Michael Strunge Prijs en de Blixenprijs. Een van de verhalen eruit werd voorgepubliceerd in The New Yorker.

    Na de zon
    Auteur: Jonas Eika
    Uitgeverij: Koppernik

    Alle tijden zijn onzeker

    Het is 1783 en wetenschappelijke vernieuwingen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Een luchtballon stijgt op, met mensen aan boord, de verschillen tussen arm en rijk zijn gigantisch en dat er ineens vaccinaties bestaan ziet niet iedereen als een zegen. Wie is er voor vernieuwing, wie is ertegen en hoe ziet dat eruit? In Alle tijden zijn onzeker brengt Joke van Leeuwen dat in beeld. Ze volgt Marie, een nuchter type en Vince, die veel speelser is, die hun eerste schreden zetten als stel. En dan is er nog Pierre, die zich verliest in zijn strijd tegen wat hij als het kwaad ziet. De paralellen met vandaag zijn niet toevallig.

    Joke van Leeuwen (1952) schrijft boeken voor kinderen en volwassenen. Ook is ze dichter en illustrator, maakt ze theaterprogramma’s en treedt ze op als performer. Eerder ontving ze onder andere de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboeken, de C. Buddingh’-prijs voor haar dichtbundel Laatste lezers en de AKO Literatuurprijs voor het boek Feest van het begin.

    Alle tijden zijn onzeker
    Auteur: Joke van Leeuwen
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 42 – 2024

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    De Britse historicus en schrijver Jonathan Dimbleby (1944) is presentator van radio- en televisieprogramma’s over actuele zaken. Hij begon daarmee in 1969 bij de BBC en schreef mee aan televisieseries die hij zelf presenteerde. Boeken van zijn naam zijn onder meer: The Palestinians (1978), Russia: a journey to the heart of a land and its people (2008), Barbarossa – Hoe Hitler de oorlog verloor (2021).

    Dit jaar verscheen Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won. Dimbleby geeft daarin een nauwgezette analyse van de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen in het allesbepalende jaar 1944. Er werd een moordaanslag op Hitler gepleegd, de geallieerden landden op de stranden van Normandië en tegelijkertijd bracht het Rode Leger in Operatie Bagration de Duitse Wehrmacht een verwoestende nederlaag toe, waarbij Wit-Rusland en het oosten van Polen werden heroverd. Nazi-Duitsland werd op de knieën gedwongen. Deze Russische triomf aan het oostfront kenmerkt de geschiedenis van Europa na de oorlog. Churchill en Roosevelt bogen voor Stalin die Oost-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde hebben. Dimbleby legt verbanden tussen dit succes en de huidige oorlog van Poetin in Oekraïne.

     

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won
    Auteur: Jonathan Dimbleby
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    De A van Asta

    De Deens Tine Høeg (1985) schreef met De A van Asta niet een roman in de gewone zin van het woord. Ze speelt met woorden. De tekst bestaat uit korte zinnen en regels met een of meer witregels ertussen. Soms bestaat een regel uit één woord, en een of twee zinnen of regels op een bladzijde komen ook voor. Interpunctie ontbreekt vrijwel.

    Asta, de hoofdpersoon en ik-verteller is bezig aan een boek over een Poolse cementkunstenaar. Ze wordt gestoord in het werk en gaat terug naar het verleden als ze een uitnodiging ontvangt voor een herdenkingsdienst voor August, een jongen met wie ze in hetzelfde studentenhuis woonde en die tien jaar eerder is overleden. Mai was destijds al haar beste vriendin en is dat nog steeds. Geregeld past Asta op het zoontje van Mai.

    De roman gaat over het studentenleven van toen, de feestjes en verliefdheden, waarin August een relatie had met Mai. Over wie ze dachten te zijn en wie ze nu zijn. Angsten, herinneringen en ambities komen boven. Op trage wijze laat Høeg het verhaal tot leven komen dat Asta nooit aan Mai heeft durven vertellen. Hoe waren de onstuimige dagen voorafgaand aan Augusts dood, wat gebeurde er werkelijk in de nacht dat hij stierf?

    Het boek werd bewerkt tot een toneeltekst en opgevoerd door het Koninklijk Deens Theater.

    De A van Asta
    Auteur: Tine Høeg
    Uitgeverij: Koppernik

    Intermezzo

    De Ierse schrijfster Sally Rooney (1991) staat bekend als iemand die schrijft over de millennials. Door The Guardian werd ze uitgeroepen tot dè millennialstem en Time rekende haar in 2022 tot de meest invloedrijke mensen ter wereld. Rooney noemt zichzelf een feminist en een marxist, sommige critici spreken vooral dat laatste tegen.

    In haar roman Normale mensen zet ze wat als normaal en niet-normaal wordt gezien tegen elkaar af. Deze roman werd genomineerd voor de Booker Prize en won belangrijke andere prijzen. Er werd ook een televisieserie van gemaakt, net als van Gesprekken met vrienden.

    In Intermezzo, Rooney’s vierde roman, rouwen twee zeer verschillende broers om de dood van hun vader. Peter, een dertiger, is een succesvolle advocaat in Dublin. Hij heeft relaties met twee vrouwen en geen idee hoe hij die moet handlen. Hij lijkt onaantastbaar, maar kan niet zonder slaapmedicatie. De tweeëntwintigjarige Ivan, een professioneel schaker en sociaal onhandige loner, krijgt een relatie met de achttien jaar oudere, net gescheiden Margaret. Hij is niet bepaald dol op zijn broer. ‘Opzettelijk zacht, bijna sissend, zegt Ivan: “God man, wat haat ik jou. Mijn hele leven al.” Zonder zich te verroeren, zonder om zich heen te kijken of andere gasten of de serveersters op hen letten, zegt Peter alleen: “Weet ik.”’ Rooney ontleedt de karakters van de twee broers.

     

    Intermezzo
    Auteur: Sally Rooney
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 24 – 2024

    Ondergang – Prigozjin, Poetin

    De Brit Mark Galeotti is historicus, politicoloog en een van de belangrijkste Ruslandkenners. Anna Arutunyan is een Russisch-Amerikaanse journalist en analist. Tot februari 2022 woonde ze in Rusland. Beide auteurs zijn verbonden aan het Nederlandse kennisplatform Raam (op Rusland, Oekraïne en Belarus).

    Ondergang, Prigozjin, Poetin opent met aantekeningen van de auteurs. ‘Toen we voor het eerst over dit project begonnen na te denken wisten we geen van beiden zeker of hij, als persoon, een boek verdiende, vooral omdat zoveel over zijn leven, optreden en familie een groot, steevast fel bewaard geheim bleef.’ Toch vonden de auteurs hem als het ‘archetype van het Poetin-regime’ interessant genoeg voor nader onderzoek.

    ‘Zjenja – Jevgeni Viktorovitsj Prigozjin – werd in 1961 geboren (…) Hij was slim genoeg om te kunnen dromen over een specialistische carrière, maar niet zo slim of intellectueel gedisciplineerd dat een topuniversiteit hem zou verwelkomen, (…) atletisch genoeg om te kunnen dromen over de roem en weelde van een leven als topsporter, maar niet genoeg om het te bereiken. (…) Of het nu uit woede, desillusie of simpele hebzucht was, Zjenja richtte zich op de misdaad.’ In de gevangenis ontdekte hij zijn ondernemerstalent.

    De hoofstuktitels typeren Prigozjin als Crimineel, Entrepreneur, Kok, Minigarch, Trollenbaas, Condottiere, Aasgier, Krijgsheer, Rebel en Spook. Hij was Poetins chef-kok, en hield zich bezig met drugs, wapens en grote witwasoperaties en lucratieve (goud, hout, diamant) militaire operaties in Afrika. Met zijn Wagnerleger werd hij een toonaangevende politieke figuur. De opstand tegen Poetin werd zijn einde, al zijn er Russen die geloven dat hij zijn eigen dood in scène heeft gezet. De auteurs beschrijven niet alleen Prigozjins opkomst en ondergang maar onderzoeken ook de impact die hij had en heeft op het Kremlin.

     

    Ondergang - Prigozjin, Poetin
    Auteur: Mark Galeotti, Anna Arutunyan
    Uitgeverij: Prometheus 2024

    De instructies

    De instructies is het zevende boek van Carolina Trujillo (Montevideo, 1970). In 1991 debuteerde ze in Uruguay, waarheen ze na een verblijf van enkele jaren met moeder en zus in Nederland was teruggekeerd, met de Spaanstalige roman De exilios, maremotos y lechuzas die een eerste prijs won. Later kwam Trujillo weer terug naar Nederland waar ze aan de Filmacademie scenarioschrijven studeerde. In Nederland debuteerde ze in 2002 met de roman De bastaard van Mal Abrigo, over twee jongetjes uit een verpauperd cocaïnedorp. Trujillo laat hen president en minister van defensie worden. Behalve schrijfster is ze columniste bij de NRC.

    Hoofdpersonen in De instructies zijn Mol en Nora. Nora is een geradicaliseerd dierenrechtenactiviste en Mol laat zich door haar beïnvloeden. Het komt tot het in brand steken van een slachthuis. Mol wil zich bezinnen maar het lukt hem niet zich van Nora los te maken. Hij moet van haar instructies schrijven over brandstichting in een slachthuis en welke fouten je daarbij moet vermijden.

    Het is Trujillo’s specialisme om onrecht, schuldgevoel, verdriet en ander drama op laconieke en humoristische wijze te vertellen. ‘Het was oud en nieuw, een uur na middernacht toen ik, een volwassen vent met een vaste baan en in bezit van een verklaring van goed gedrag, gekleed in een zelfgemaakt varkenspak aan de rand van een industriegebied in een sloot viel. Het ijskoude water kwam meteen tot mijn borst, mijn voeten vonden geen vaste bodem en ik kon niet zien waar de wal was omdat de capuchon met varkensoren over mijn ogen was gezakt.’

    De instructies
    Auteur: Carolina Trujillo
    Uitgeverij: Koppernik 2024

    Laatste cahiers 1951-1959

    In negen schoolschriften maakte filosoof, journalist en schrijver Albert Camus (1913-1960) sinds 1935 aantekeningen over zijn leven en werk met de bedoeling deze cahiers ooit te publiceren. In 1962 en 1964 werden de eerste twee gepubliceerd, in 1989 de laatste cahiers. De Arbeiderspers geeft deze nu uit in de serie Privédomein onder de titel Laatste cahiers 1951-1959.

    Camus is vooral bekend om zijn De mens in opstand, De pest – dat in de coronaperiode weer veel gelezen werd – De vreemdeling en De mythe van Sisyphus. In de laatste twee verwerkte hij ideeën over het existentialisme. Hij stond in contact met Sartre en De Beauvoir en hield in de VS lezingen over het existentialisme. Vaak worden de filosofen op een lijn gesteld, maar Camus verschilde in denken van Sartre. Bij Sartre ging het om het intellectuele bestaan, bij Camus om het tastbare. Uiteindelijk vervreemdden ze van elkaar.

    Volgens Camus was het leven absurd en zinloos en had het geen betekenis of bedoeling. Dat absurdisme verwerkte hij in romans, essays en in theaterstukken. ‘Wat men een reden om te leven noemt, is tevens een uitstekende reden om te sterven,’ is een van zijn aforismen.
    De notities uit de Laatste cahiers beslaan soms een verhalend stuk tekst, soms slechts een zin. ‘Roman. “Zijn dood was niet bepaald romanesk. Met hun twaalven werden ze in een cel voor twee gestopt. Hij kreeg geen adem en raakte bewusteloos. Hij stierf, tegen de groezelige muur gedrukt, terwijl de anderen, om bij het raam te komen, hem de rug toekeerden.” * Bij haar eiste het geluk alles, zelfs het doden. * Natuurlijkheid is geen aangeboren deugd; ze moet worden verworven.’ Het nawoord van René Puthaar werpt licht op de aantekeningen.

     

    Laatste cahiers 1951-1959
    Auteur: Albert Camus
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2024, serie Privédomein
  • Oogst week 21 – 2024

    Kafka voor beginners

    Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Franz Kafka stierf. Hij werd niet ouder dan 40 jaar en publiceerde tijdens zijn leven weinig. Toch worden begrippen als ‘kafkaësk’ en ‘kafkaiaans’ voor situaties waarin een individu wordt vermalen in bureaucratie en instituties, wijd en zijd gebruikt. Dat is vooral te danken aan zijn vriend Max Brod die tegen de wens van de schrijver na zijn dood al zijn geschriften, waaronder zijn drie romans, toch uitgaf. In Nederland is onder andere schrijver-dichter Willem van Toorn een groot ambassadeur voor Kafka. Hij vertaalde al zijn werk. Ter gelegenheid van de herdenking van de sterfdag van de auteur verzorgde hij nu ook twee uitgaven die prachtige inleidingen vormen op het oeuvre en de gedachtewereld van de ‘tovenaar uit Praag’. In Kafka voor beginners geeft hij een beknopt overzicht van zijn leven van zijn vroegste inspiratie tot zijn latere romans, zijn rake beschrijvingen, zijn ziekte en zijn vriendschappen en zijn humor.

    Hoewel velen bij Kafka vooral denken aan de romans ‘Het proces’, ‘Het slot’ en ‘Amerika’ of aan zijn korte verhalen als ‘De gedaanteverwisseling’ en ‘Een hongerkunstenaar’ zijn daarnaast zijn vele brieven indrukwekkend. Ook uit die brieven maakte Van Toorn een selectie in Ik moet u zo ontzettend veel schrijven. De brieven zijn uit de jaren  1900 tot 1920 en door Van Toorn voorzien van een toelichting.

    Kafka voor beginners
    Auteur: Willem van Toorn
    Uitgeverij: Athenaeum

    Walvistij

    Walvistij is de debuutroman van de Engelse  Elizabeth O’Connor (geb. 1992), die daarvoor bekend was van haar korte verhalen. De roman speelt zich af in de laatste vier maanden van 1938, kort voor de oorlog dus, op een afgelegen eiland voor de kust van Wales. Er wonen maar twaalf gezinnen, waaronder dat van de 18-jarige Manod, haar zus en haar vader (hoe het zit met de moeder wordt later in de roman duidelijk). Ze is geboren op 20 januari 1920, maar haar geboorteakte vermeldt 30 januari ‘omdat mijn vader niet eerder bij het bevolkingsregister op het vasteland kon zijn’.
    De komst van twee antropologen, Edward en Joan, die de bevolking en de geschiedenis van het eiland willen bestuderen, maakt dat Manod nieuwsgierig wordt naar het vasteland en ze ziet er een kans in om aan de bekrompenheid van haar omgeving te ontsnappen.
    Het verhaal krijgt een onheilspellende wending als een walvis aanspoelt waarvan de bewoners zich niet lijken te kunnen ontdoen:  ‘De walvis strandde ’s nachts op een van de platen voor het eiland. Hij dook op uit het water als een kat die onder een deur door kruipt. Hij werd door niemand opgemerkt, niet door de lichtcirkel van de vuurtoren op het water, niet door de vissers die ’s nachts op hun wijting en tong visten, niet door de boeren die bij zonsopgang hun vee over de heuvel leidden (…) Volgens enkele ouderen was het een teken, hoewel ze het er niet over eens waren of het een goed of slecht teken was. Meneer Jones, de dominee, las bijna elke week de Engelse kranten, maar volgens hem was er niets dat de komst van het dier kon verklaren’.

    Walvistij
    Auteur: Elizabeth O'Connor
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Het Dalkey-archief

    De boeken van de Ier Flann O’Brien (1911-1966) worden bevolkt door bizarre figuren en de setting is meestal absurdistisch. In het in 2010 in het Nederlands verschenen Op twee-Vogel-Wad voerde O’Brien bijvoorbeeld een schrijver op die personages schept die tegen hem in opstand komen en in De derde politieman, dat in 1972 in het Nederlands verscheen pleegt een schrijver een roofmoord omdat hij een wetenschappelijk commentaar wil uitgeven op de natuurkundige theorieën van een waanzinnig geleerde, De Selby. Deze zelfde De Selby duikt op in Het Dalkey-archief, O’Briens roman uit 1964 (Dalkey is een slaperig kuststadje op 20 km van Dublin). De geleerde probeert deze keer de wereld te vernietigen door alle zuurstof uit de lucht te halen en whisky te laten rijpen door toepassing van de relativiteitstheorie: de drank kan dan in een paar uur decennia ouder worden. In de roman figureren verder Sint Augustinus, in gesprek met De Selby, en James Joyce die zijn overlijdensbericht vervalst heeft. En voor wie de verwikkelingen nog niet absurd genoeg zijn is er het klankrijke taalgebruik: ‘In deze landstreken, merkte De Selby op, wemelt het wonderbaarlijk van klaplopers, kwistenbiebels en kusmekloten’. Laat dat soort vertalingen maar over aan Robbert-Jan Henkes. Hij verzorgde ook een nawoord bij de roman.

    Het Dalkey-archief
    Auteur: Flann O'Brien
    Uitgeverij: Koppernik
  • Oogst week 11 – 2024

    Na de zon

    De Nobelprijs heeft de Deense schrijver Jonas Eika (1991) nog niet gewonnen. Maar ‘die andere Scandinavische onderscheiding’ staat al wel op zijn naam: de Nordic Council Literature Prize. Hij dankt die prijs aan de verhalenbundel Efter solen. Sinds februari dit jaar ligt de Nederlandse vertaling door Michal van Zelm – Na de zon –  in onze winkels. Zelfs overzees scoort het boek van Eika; een klein gedeelte van Na de zon verschijnt als feuilleton in de New Yorker. Ook zijn debuutroman Lageret Huset Marie levert hem al literaire prijzen op in Denemarken. Jonas Eika komt eraan.

    De titel – Na de zon – anticipeert op een duistere inhoud. Wat bevindt zich immers achter die allesverwarmende en -verlichtende ster, behalve het eeuwige donker? Bovendien prijzen recensenten Eika’s dierlijke stijl, die zindert van lichamelijkheid. In dit werk beziet Eika het leven van Londenaren, Amerikanen, Mexicanen en Denen, die allen om andere redenen de veranderende wereld proberen te begrijpen, vaak tevergeefs. De meeste personages zijn weliswaar ongelovig, het mystieke blijft hen aantrekken. Net als seks, uiteraard. En of dit alles nu zijn doel bereikt of voorbijschiet: het levert prachtige verhalen op! Na de zon, voor de lezer.

    Na de zon
    Auteur: Jonas Eika
    Uitgeverij: Koppernik

    Landziek

    Wie zeeziek wordt, moet gewoon even stevig over zijn nek gaan. Probleem opgelost. Oh ja, en van boord gaan, natuurlijk. Want landziekte, daar heeft geen sterveling last van. Of toch wel? Sommige ziekten zijn niet op te lossen, zelfs niet met een simpele vaccinatie. Neerlandica Mariëlle Selser ondervindt dit aan den lijve en schrijft erover in haar medische geschiedenis Landziek. Ze lijdt aan ME/CVS, wat staat voor myalgische encefalomyelitis en het chronische vermoeidheidssyndroom. Deze ziekte is niet aangeboren en overvalt Selser in 2011 als een beroerte die haar tot op heden parten speelt. Praten, schrijven, bewegen: alles kost moeite.

    Vanaf het moment van verschijnen kent Selsers boek een grote lezersschare. Mensen met longcovid, bijvoorbeeld, herkennen zich in haar verhaal. Wat te doen, als je niet meer volwaardig mee kunt draaien als voorheen? Landziek is meer dan de tegenhanger van zeeziekte. Hoe laconiek de Nederlandse overheid omgaat met bepaalde ziekten, hekelt Selser. Zelfs de wetenschap tast wat ME/CVS aangaat, in het duister. De ‘hersenmist’ waar meerdere patiënten last van hebben, wordt dichter en dichter en trekt zelden meer op. Ongelooflijk eigenlijk, dat Selser desondanks Landziek wist te schrijven.

    Landziek
    Auteur: Mariëlle Selser – een medische geschiedenis
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    Wat wij verzwijgen

    Stille wateren, diepe gronden. Als deze uitdrukking nog niet bestond, was hij speciaal voor de familie van Aisha Dutrieux in het leven geroepen. In haar autobiografische roman – Wat wij verzwijgen – staat de zwijgzaamheid van een Nederlands-Indische familie centraal. Eerder schreef Dutrieux al Het leven noemen en Wees niet bang. Ook geniet ze bekendheid als Volkskrantcolumniste en heeft ze een carrière als rechter achter de rug. Beroepsdeformatie of niet: in Wat wij verzwijgen stelt Dutrieux zich eveneens neutraal en objectief op richting haar oom. Met het oog op wat hij haar geflikt heeft en hoe de familie hierop reageert, mag dat een wonder heten.

    Wat wij verzwijgen verenigt een oud cliché met een nieuwe maatschappelijke tendens. Enerzijds gaat de roman over grensoverschrijdend gedrag, dat het meest in familiesferen voorkomt. Anderzijds bestrijdt Dutrieux een cliché, hardnekkig als het koloniale verleden: de ‘zwijgzame Indiër’. Haar familie houdt zich weliswaar koest over het misbruik van hoofdpersoon Mia, zelf doorbreekt zij dit doodzwijgen als ze haar ooms oude huis doorzoekt. Ze spreekt hem toe, oordeelloos, moedig. In dat opzicht doet Wat wij verzwijgen denken aan De tolk van Java, geschreven door Alfred Birney. Geen afrekening, maar een verrekening.

    Wat wij verzwijgen
    Auteur: Aisha Dutrieux
    Uitgeverij: Spectrum
  • Oogst week 6 – 2024

    De kant van Ada

    Binnen afzienbare tijd zal een veroordeelde verkrachter en moordenaar vrij komen. Hoofdpersoon en ik-verteller Ada Storkema piekert in De kant van Ada van Peter Middendorp over de dertien jaar die zijn verstreken voordat de dader, een jonge boer, werd opgepakt. Noodlottige jaren, want de veroordeelde moordenaar is haar man Tille en Ada vraagt zich af of zij mede schuldig is aan de misdaad, of ze deze had kunnen voorkomen.

    De kant van Ada is een vervolg op Jij bent van mij, dat in 2018 verscheen. Daarin maakt Tille Storkema op een nacht een fietstocht en ontmoet het zestienjarige meisje Rosalinde. Hij verkracht en vermoordt haar, de volgende ochtend wordt ze naakt in een weiland gevonden. Tille, totaal buiten verdenking, zwijgt, is gewoon boer en een vader voor zijn kinderen. Ondertussen wordt hij gekweld door herinneringen. Het dorp waarin de familie woont gelooft graag dat de dader uit het asielzoekerscentrum komt. Maar door een dna-onderzoek valt Tille na dertien jaar eindelijk door de mand.

    En nu krijgt Ada het woord. Voorzichtig vertelt ze hoe ze de voorbije jaren heeft beleefd. Bij Tille’s arrestatie besefte ze dat ze het ‘al die tijd had geweten’. Verteerd door schuldgevoel confronteert zij zichzelf keer op keer met de gruwelijke waarheid. ‘Als ik hem gegeven had wat hij wilde, als ik hem had gegeven wat hij nodig had…’ Hoe heeft ze verder geleefd, hoe moet het verder als Tille vrij is?

    Van het boek is ook een toneelvoorstelling gemaakt, momenteel in diverse theaters te zien.

     

    De kant van Ada
    Auteur: Peter Middendorp
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2024)

    3lingnieuws 1937-1943

    De Tsjechische en Joods arts Felix Oestreicher (1894-1945) voelt zich door de angstaanjagende politieke ontwikkelingen in april 1938 gedwongen om met vrouw en dochters Karlsbad (nu Karlovi Vary) te verlaten. Ze belanden aan de Nederlandse kust en later in Blaricum en Amsterdam. ‘3lingnieuws 1937-1943’ is een selectie van de brieven die hij schreef aan eveneens voor het fascisme gevluchte familieleden en vrienden.

    Afschriften van de brieven worden in 1989 na de val van de muur door Oestreichers dochters Beate, Maria en Helly gevonden, als ze na het overlijden van hun tante Lisbeth haar huis opruimen. Daar ontdekken ze een map met 196 brieven van hun vader. Een groot aantal daarvan bleken de ‘Drillingsberichte’, brieven die voornamelijk over hen gaan.

    Geboeid en liefdevol beschrijft Oestreicher de ontwikkeling van zijn drie dochters, die nooit van de brieven hadden gehoord. Ze wisten wel dat hun vader schreef, want hij hield een oorlogsdagboek bij in Westerbork en Bergen-Belsen. Dat heeft hij vlak voor zijn dood aan Beate overhandigd en zij gaf het aan Maria, historica. Maar de Drillingsberichte waren een verrassing voor hen. Het eerste 3lingnieuws is van 19 april 1937, het laatste van 25 oktober 1943. Het boek bevat een selectie van 74 brieven uit de map.

     

    3lingnieuws 1937-1943
    Auteur: Felix Oestreicher
    Uitgeverij: M10Boeken

    Bloedzang

    Caro van Thuyne (1970) denkt dat de meeste boeken van schrijvers over hun moeder rouwboeken zijn. Haar Bloedzang is het in zekere zin ook. De moeder van de ik-figuur, het literaire alter ego van Van Thuyne, heeft een herseninfarct gehad en wordt in coma gehouden. Als ze eruit komt is ze gedeeltelijk verlamd en praten kan ze alleen in onbegrijpelijke woorden en zinnen. Voor Van Thuyne is het een nachtmerrie dat haar moeder de taal is verloren. Ze vormde een eenheid met haar moeder, maar dreef door het lezen van literatuur ook van haar vandaan.

    Terwijl ze weet dat woorden immer tekortschieten om een mens volledig recht te kunnen doen, wil ze in een boek haar moeder nabij brengen. De auteur heeft een grote verbeelding en in een zintuigelijke stijl zoekt zij een weg om de moeder-dochterrelatie te beschrijven. Met haar kenmerkende animistische wereldbeeld haalt ze herinneringen op, vertelt anekdotes, kijkt naar foto’s en in spiegels, haalt er sprookjes, mythes en scheppingsverhalen bij. Ze gaat door onmacht, pijn, angst, leven, dood en ziekte.

    De moeder is haar taal verloren, maar Van Thuyne denkt aan het West-Vlaams dialect en schrijft: ‘Maar weet je, m’màtje, dat mijn taal een wildgroei is van de jouwe, dat mijn verbeelding van jouw tong is gerold. (…) Jouw taal is als bloedzang door mijn kinderlijf gegaan’. Met haar eigen bezielde taal bevrijdt ze in Bloedzang haar moeder en daarmee zichzelf.

     

    Bloedzang
    Auteur: Caro van Thuyne
    Uitgeverij: Koppernik (2023)
  • Klein leed onder een vergrootglas

    Klein leed onder een vergrootglas

    De drie novelles in Winterverhalen van de Noorse Ingvild H. Rishøi (1978) hebben eenzelfde thematiek. Jonge volwassenen staan in een winterse wereld op straat, zonder geld, zonder toekomst en met de zorg voor kinderen. Schrijnend en ontroerend, maar hoopvol, want de hoofdpersonages worden steeds op het dieptepunt van hun situatie gered door een welwillende voorbijganger.

    Een prachtige en sterke thematiek, die mooi aansluit bij de kerstgedachte. In We kunnen niet iedereen helpen probeert een jonge moeder met haar dochtertje, Alexa, thuis te komen. Het is ijzig koud en het regent. Ze moeten lopend naar huis, want ze heeft net niet genoeg geld voor de bus. Wanneer haar vijfjarig dochtertje in haar broek plast, ontstaat een dilemma. Ze moet een droge onderbroek voor haar kopen, bovendien wil Alexa wat geven aan een dakloze man. ‘Hij heeft een hoody aan. Hij glimlacht. “Ik had nog wat kleingeld,” zeg ik. Ik pak mijn portemonnee en rits hem open. Achter ons begint een sirene te loeien, Alexa legt haar handen over haar oren. Dan stopt de sirene en Alexa laat haar handen zakken en ik laat de munt vallen. Dan zie ik wat voor munt het is. Maar het is te laat. Het is een munt van twintig kronen. Ik wilde er één van tien geven. Nu is het te laat.’

    Met de moed der wanhoop stapt de moeder even later met haar dochtertje een winkel binnen om van haar allerlaatste geld een onderbroek te kopen. In het pashokje, terwijl ze hannest met de onderbroek en haar dochter, trekt de wereld van haar leven in haar gedachten voorbij. De onverantwoordelijke vader van het kind, het moeizame opvoeden, en de troostrijke onbevangenheid van Alexa. In die gedachtestroom komt de hopeloosheid van haar situatie tot uiting en staat de redding van die dag achter het gordijn.

    Een vader voor zijn zoon

    De goede Thomas beschrijft de moeizame situatie van Thomas, die net vrij is uit de gevangenis. Hij wil een kussen kopen voor zijn zoontje, Leon, hoewel hij eigenlijk niet weet hoe hij dat moet doen. Toch probeert hij contact te maken met de verkoopster. Hij kent zijn zoontje nog niet, maar heeft gehoord dat hij slecht slaapt. Na zijn tijd in de gevangenis moet hij ook weer nader komen tot Live, de moeder van zijn kind. Als hij toevallig een oud schoolvriendinnetje ontmoet, raakt Live weer op de achtergrond. Hij doet en zegt steeds de verkeerde dingen en alles dreigt te ontsporen. Thomas is geen slechte jongen, alleen maakt hij de verkeerde keuzes. Hij wil zo graag, maar kan het niet.

    Flashbacks naar gesprekken met een psycholoog in de gevangenis, en herinneringen aan hoe hij Live ontmoette en hun onenightstand, geven wat achtergrondinformatie over zijn situatie. Live kende alleen zijn naam. Ze probeerde hem, de vader van haar kind, te vinden toen Leon geboren was. Helaas er zijn zoveel Thomassen. ‘En lang voor die tijd, toen ik de zevende was die Thomas heette en Live me opbelde om te vertellen dat ik vader zou worden, zei dat we moesten afspreken om te praten en het was alsof God de hele hemel opende en het allermooiste over me uitstortte.’ Die flinterdunne grens tussen wel of niet goed, beschrijft Rishøi weergaloos. Terwijl het oude schoolvriendinnetje interesse in hem toont, is Tomas op weg naar zijn zoontje, en komt te laat… Hij heeft weer de verkeerde keuze gemaakt. Dit keer echter is het lot aan zijn zijde.

    Hoopvol

    Ook Grote zus, de derde novelle in deze bundel gaat over de diepe behoefte van de hoofdpersoon om haar dierbaren te beschermen. De zeventienjarige Rebekka is met haar jongere broertje en zusje op de vlucht voor de sociale dienst. Ze hebben alle drie een andere vader en de zorg komt op Rebekka neer. Haar eigen vader is dood en de andere twee vaders zijn vaag, evenals de rol van de moeder. Rebekka doet haar best en blijft de kinderen aansporen en hoop geven. Na een lange moeizame tocht in een ijskoude nacht met rugzakken en vermoeidheid, besluit ze te gaan liften, op het gevaar af herkend te worden.
    ‘”We gaan met de auto,” zeg ik. “Echt?” vraagt Mikael. “Ja,” zeg ik. “Is dat niet fijn?” “Heel fijn,” zegt Michael. “Dan kun je nu even zitten om uit te rusten,” zeg ik. “Zoals Mia doet.” Mikael gaat zitten. Mia leunt met haar voorhoofd tegen haar knieën. Ik leg uit dat ze niets moeten zeggen in de auto. Niet hoe ze heten, niet waar ze heen gaan. “En Mia,” zeg ik. “Je moet de hele tijd je capuchon ophouden.” Mia zegt niets. “Als het iemand is die veel vragen stelt, dan stappen we weer uit,” zeg ik.’

    En dat doen ze ook, als een vrouw die voor hen stopte te veel interesse in hen toont. Het drietal ploegt opnieuw door de sneeuwnacht op weg naar een schuilhut waar Rebekka goede herinneringen aan heeft. Ze redden het niet, tot de vrouw die toch goede bedoelingen had terugkomt.

    Het zijn de kleine en hoopvolle overwinningen en onverwachte goedheid van vreemden die deze verhalen zo sympathiek en ontroerend maken. Alsof de auteur wil zeggen, ze zijn er heus wel hoor, de mensen die nog een hart hebben en bereid zijn een ander te helpen.

    Ingvild H. Rishøi is geboren en getogen in Oslo. Winterverhalen dateert uit 2014. In 2022 verscheen de roman Stargate, ook vertaald en uitgegeven door Koppernik. Het is een kerstvertelling en een klein meesterwerk vol realistische magie, in de traditie van H.C. Andersen. Rishøi wordt gezien als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen en haar werk werd meermalen bekroond met prestigieuze prijzen.

     

     

  • Oogst week 39 – 2023

    Het lange antwoord

    Het lange antwoord is de debuutroman over de vele vormen van moederschap van Anna Hogeland. Alle aspecten komen voorbij: zwangerschappen, miskramen, bevalling, complicaties bij de bevalling, doodgeboren kinderen, abortus, eiceldonatie, ivf-behandelingen, onvruchtbaarheid enzovoort. Centraal in de roman staan de twee zussen Margot en Anna. De roman begint met een telefoongesprek tussen de twee dat al meteen duidelijk maakt dat er een zekere afstandelijkheid is tussen hen. Anna, die in verwachting is van haar eerste kind hoort via de telefoon van Margot (die al een zoontje heeft en voor de tweede keer in verwachting was) dat ze een miskraam heeft gehad. ‘We hoefden er verder geen woorden aan vuil te maken, zei ze, ze wilde gewoon liever dat ik het van haar hoorde dan van onze moeder. En ze wilde dat ik me vrij bleef voelen om tegenover haar over mijn zwangerschap te praten – toen ze belde zat ik op negen weken (…) Daarna wist ik niet zo goed of ik haar nog eens moest bellen, of ze het nog verder over haar miskraam wilde hebben, ook al beweerde ze van niet. Eigenlijk was ik verbaasd dat ze het me überhaupt had verteld. We waren nooit het type zussen geweest dat hun diepste geheimen met elkaar deelt en aangezien ik altijd het gevoel had dat die dynamiek bewuster van haar kwam dan van mij deed ik mijn best om dat te respecteren’.
    Die afstandelijkheid verandert als zij in een later gesprek komen op Elizabeth, wier verhaal het onderwerp van het eerste hoofdstuk vormt.

    Het lange antwoord
    Auteur: Anna Hogeland
    Uitgeverij: De Geus

    Moedermelk

    Nora Ikstena (1969) is een Letse schrijver, die studeerde in Engeland en Amerika, maar werkzaam is in haar geboorteland. Ze heeft al een twintigtal boeken op haar naam staan, maar Moedermelk is het eerste van haar dat we nu ook in het Nederlands kunnen lezen. Het verhaal gaat over drie generaties vrouwen die op verschillende manieren te maken hebben met de Sovjetonderdrukking. Globaal bestrijkt de roman de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van de Muur, de tijd dus dat Letland deel was van de Sovjet-Unie. Vertellers zijn afwisselend een moeder en haar dochter. De moeder is arts. Haar carrière wordt gesmoord als ze het opneemt voor een vrouw die door haar echtgenoot wordt mishandeld. Ze weigert haar dochter haar moedermelk te geven omdat die (door haar verbitterdheid over de Russische onderdrukking) doordrenkt is van onderdrukking. Daartegen wil ze haar dochter beschermen, die later een afkeer ontwikkelt van de melk die de kinderen op school gedwongen moeten drinken. Toch is er hoop via de derde vrouw in de roman, de grootmoeder van de dochter, wier optimisme het niet-onderdrukte Letland vertegenwoordigt.

    Moedermelk
    Auteur: Nora Ikstena
    Uitgeverij: Koppernik

    Teer

    Hoofdpersonages in Teer van Toni Morrison zijn het verliefde zwarte stel Jadine en Son. Ze komen beiden uit totaal verschillende werelden. Jadine is een beeldschoon fotomodel, ze heeft gestudeerd aan de Sorbonne en wordt financieel gesteund door een rijke familie. Son is een voortvluchtige man  man, die zijn vrouw heeft vermoord. ‘Teer’ uit de titel verwijst naar een benaming (‘Tar baby’) die blanken volgens Morrison vroeger gaven aan zwarte meisjes. Son vertelt Jadine het mythische verhaal van de teerpop. Omdat teer in de geschiedenis werd gebruikt om materialen aan elkaar te hechten, zoals het biezen mandje van Mozes, staat het beeld van de teerpop voor de zwarte vrouw die dingen bij elkaar weet te houden. In het Nawoord bij de roman van Neske Beks lezen we meer over: ‘Handig is te weten dat dit een Afro-Amerikaanse mythe [over Broer Konijn, Broer Vos en de teerpop] is die oorspronkelijk door totslaafgemaakten werd verteld’. Morrsison zei erover: ‘In het boek (…) gebruik ik dat oude verhaal omdat het, ondanks het grappige, vrolijke einde, mij vroeger bang maakte. In het verhaal komt een teerpop voor voor die door een witte man wordt gebruikt om een konijn te vangen’.
    Het uit 1981 stammende Teer van Toni Morrison is nu verschenen in de statige Perpetuareeks van Athenaeum.

    Teer
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Wonderschone verhalen

    Wonderschone verhalen

    In de vroege ochtend reden we met de Lelijke Eend naar een recreatiemeer op zeventien kilometer afstand. Gisteren kochten we zomerschoenen, die behoorlijk prijzig waren. Terwijl we langs bosranden reden met af en toe een opening met zicht op een akker met jonge aanplant, spraken we af dat we vandaag geen cent zouden uitgeven. We hadden brood met schapenkaas en rucola mee, en een fles water. Later, toen we langs een soort slotgracht reden, kon ik me opeens voorstellen dat als ik de dingen niet goed meer zou weten gelijk zoals je als baby de dingen nog niet wist, ik vaak met de Lelijke Eend zou willen worden rondgereden. In de Eend voelt rijden als op reis gaan, ook als de bestemming niet ver is. Ik sprak mijn gedachte uit, hij lachte, zei dat het goed was. We zetten de auto op de parkeerplaats van een restaurant waar bij de ingang een bord stond dat hier alleen gasten van het restaurant mochten parkeren. We haalden onze tassen uit de auto en liepen naar het strandje waar je zonder badkleding het water in kunt. 

    We liepen langs een weide waar uitheemse runderen graasden, aan de andere kant van de wei lag het meer er prachtig bij. Het strandje dat wij voor ogen hadden, was nog een flink eind lopen, het was warm. We keken elkaar aan, gingen door het klaphek dat de runderen binnenhoudt, de wei in. Aan de waterkant legden we onze spullen in het gras, keken om ons heen en doken het water in. Het was heerlijk, we zwommen een flink stuk, kwamen niemand tegen. Daarna zaten we op onze handdoeken en aten het brood met schapenkaas en rucola. Toen nam ik het boek Hoe ik de vissen ontmoette, van de Tsjechische schrijver Ota Pavel uit mijn tas, me enthousiast aangeraden door een vriend. Op een ochtend appte hij me ‘Ken je dit al?’ met de cover van het boek. Hij sprak over, ‘wonderschone verhalen in prachtig proza over vissen’ en, ‘de diepe verbondenheid met de natuur’. Enthousiasme van een vriend moet immer gehonoreerd worden, ik kocht het boek.

    Misschien omdat ik aan een meer zat, of door het zonlicht op het wateroppervlak waarboven talloze libellen scheerden, of de wind die langs bomen en struiken streek waardoor de verhalen van Pavel zich zo perfect lieten lezen dat ik na elk verhaal opkeek, als zou de wereld veranderd zijn. Het waren prachtige verhalen waarin, zonder dat triestige zaken benoemd werden, er toch sprake was van een bepaalde droefheid. Ik moest denken aan Het dikke schrift van Ágota Kristóf, verhalen die je door hun zuiverheid en heftigheid overmannen. Pavel vertelt over zijn leven met een stem waaraan je gekluisterd raakt. Hij schreef ze in de perioden dat hij, geplaagd door een bipolaire stoornis, in inrichtingen verbleef. Een verhaal begint zo: ‘We gingen hout sprokkelen.’ Een onderneming met de hele familie. ‘Ik liep stil achteraan in de familieoptocht om alles te zien en niets van mijn leven te missen.’ In al zijn verhalen is hij de stille toeschouwer van zijn leven, dat hij in, ja, ‘wonderschone verhalen’ heeft beschreven. En die vissen, nog nooit iemand zo liefdevol over vissen horen spreken. Ota Pavel leefde van 1930 tot 1973. Lees dit boek!

     

     



    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft op bij een goed verhaal.

  • Oogst week 17 – 2023

    Moeder, na vader

    In zijn nieuwste boek beschrijft Gerbrand Bakker in Moeder, na vader een jaar uit het leven van zijn 86-jarige moeder nadat zijn 90-jarige vader is overleden. Hij begint met het verhalen van de laatste maanden van zijn vader. Die is overleden aan spit, schrijft hij, ‘iets anders kan ik er niet van maken.’

    Met de details die we van Bakker in zijn andere autobiografische boeken als Jasper en zijn knecht en Knecht, alleen gewend zijn, beschrijft hij de laatste maanden van zijn vader, waarin de dokter, thuiszorgsters, fysiotherapeut, bed, sta-opstoel, rollator en pijnstillers het huis van zijn ouders in komen, terwijl langzaam maar zeker ook verwardheid zich van zijn vader meester maakt. Zij moeder, zelf ook niet meer gezond, ziet ‘met lichte wanhoop’ de achteruitgang. ‘(…) ze zei: “Het loopt allemaal zo anders, we hadden zo graag samen oud willen worden.” Toen zei iemand, ik zal het geweest kunnen zijn, dat dat al zover was, dat die tijd nú was. Dat ze nú samen oud waren, hij 90, zij 86. Alsof oud en gebrekkig zijn steeds maar weer vooruitgeschoven werd; ach, oud en gebrekkig en uiteindelijk dood, dat is iets voor in de toekomst.’

    Na vierenzestig jaar huwelijk blijft zijn moeder alleen achter, met haar verdriet. Alle kinderen hebben steeds de helpende hand geboden, aan vader en moeder en aan moeder alleen voor wie het nu allemaal niet meer zo hoeft. Toch is ze gehecht aan het leven, meer dan ze erg in heeft. Bakker beschrijft de hele tijdspanne op zijn bekende directe, feitelijke en daarmee ontroerende wijze en laat onderwerpen als zijn eigen leven, zijn vrienden en geliefden, de natuur en de literatuur niet buiten beschouwing.

     

    Moeder, na vader
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2023

    een klein detail

    De Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) publiceert in literaire en culturele tijdschriften in Europa en het Midden-Oosten. Ze schrijft romans, toneelstukken, korte verhalen en verhalende essays, waarbij haar thema’s alledaagse dingen in familieleven en liefde zijn, tegen de gewelddadige achtergrond van het Israël-Palestinaconflict.

    In een klein detail is haar uitgangspunt het waargebeurde verhaal van een Palestijns bedoeïenenmeisje dat in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten is verkracht en vermoord. Deze oorlog wordt door Israël als de Onafhankelijkheidsoorlog gevierd maar staat onder Palestijnen bekend als de Nakba, de Catastrofe.

    Het eerste deel van de novelle wordt verteld door een Israëlische commandant met psychopathische trekjes die met zijn mannen in de woestijn op zoek is naar Arabieren. In het tweede deel leest een naamloze, jonge Palestijnse vrouw uit Ramallah een artikel over het bedoeïenenmeisje. Het verhaal obsedeert haar en ze besluit de verkrachting en moord, ongeveer vijftig jaar na dato, te onderzoeken. Bang rijdt ze door Israël naar de plaats van de gebeurtenis. ‘Zodra ik achter het stuur van de kleine witte auto heb plaatsgenomen en het sleuteltje omdraai, lijkt het alsof een spin zijn web om me heen weeft, zo strak dat het een ondoordringbare barrière wordt, ook al zijn de draden nog zo breekbaar en dun. Dat is mijn angst die me de weg verspert, ontstaan uit mijn angst voor wegversperringen.’ In musea en archieven doorzoekt ze gegevens voordat ze uiteindelijk arriveert op de zandvlakte waar de misdaad heeft plaatsgevonden. Een verontrustende, meesterlijke ontknoping volgt.

    In een interview zegt Shibli: ‘Mijn werk (…) ontstaat uit en komt voort uit Palestina als een conditie van onrecht; uit het normaliseren van pijn en degradatie.’

    een klein detail
    Auteur: Adania Shibli
    Uitgeverij: Koppernik 2023

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981

    Journalist en publicist Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog en japanoloog. Voordat hij New York als woonplaats koos, woonde hij onder meer in Hong Kong en in Tokio. Hij schrijft artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, en boeken in het Engels en Nederlands, vooral over Azië en met name Japan. Ook publiceert hij over een breed aantal onderwerpen op politiek en cultureel gebied in vooraanstaande kranten. De Tweede Wereldoorlog is een centraal thema in zijn werk. Zo publiceerde hij in 2013 1945, biografie van een jaar waarin hij een beeld geeft van de directe gevolgen van de oorlog in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie.

    Minder bekend is dat Buruma ook fotografeert. In Spektakel in Tokio – Japanse foto’s 1975-1981 publiceert hij een ruime selectie van de foto’s die hij maakte in zijn tijd in Tokio. Hij zag er naast conformisme, rangen en standen en ingewikkelde etiquetteregels veel theatraliteit en excentriciteit die hij op foto’s vastlegde. Zelf maakte hij als acteur en danser in Tokio een tijdje deel uit van die wereld. Naast foto’s maakte hij er ook documentaires. In 2018 verscheen zijn boek Tokio mon amour over die periode. Deze verhalen worden met Spektakel in Tokio aangevuld met beelden van een onbekende kant van de wereldstad, waaronder die van achterbuurten, kermiswerkers, traditionele tatoeage-meesters, de theaterwereld.

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023