• Oogst week nr 14 – 2023

    Arkadia

    In Arkadia van Sipko Melissen ontdekken we in het eerste deel de Zeeuwse kinderjaren van de Amsterdamse student Ko. Toen hij 9 was moest hij daar met het gereformeerde onderwijzersgezin waarvan hij deel uitmaakte, afscheid nemen van zijn eerste vriendje op Tholen. Het tweede deel speelt zich af in Putten waar hij zich verdiept in de geschiedenis van die plaats waar in 1944 bijna alle mannen door de Duitsers werden afgevoerd als represaille voor een aanslag. In het laatste deel is Ko 25 jaar oud en op weg naar zijn ouders die in het Friese Koufurderigge in een vakantiehuisje verblijven. Hij wil bij hen zijn vriend Bor introduceren. ‘Hij ziet zijn vader en moeder in het zomerhuisje zitten, wachtend op hem en zijn verhalen, evenals zijn twee jongere broers en de drie zusjes. Maar wat kan hij vertellen? Dat Bor steeds bruiner en mooier werd en dat híj steeds bruiner en mooier werd en dat hij in zijn kleine zwembroek langs de vloedlijn danste. Of over de nachten dat hij wakker schrok en zich bewust was van de kosmische verlatenheid waardoor zij omringd waren? Moest hij, om de spanning te verhogen, vertellen dat zij tijdens die vakantie op Trevose Head technically voor levenslang in aanmerking kwamen? Toen ik op een zonnige ochtend in onze lievelingsbaai Bor aanhaalde en spontaan zoende, wees hij mij erop dat we officieel de kans liepen levenslang de bak in te gaan. Homoseksualiteit was in Engeland nog steeds illegaal, met buggery technisch strafbaar by imprisonment for life’.

    Arkadia
    Auteur: Sipko Melissen
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Tanners erf

    Meer dan een paar koeien en kippen en een klein stuk land heeft de Zwitserse boer Tanner niet. Hij is een eenvoudige man die zijn bedrijf aan de uitlopers van de Alpen leidt zoals zijn ouders dat al generaties lang deden.
    De novelle begint in het voorjaar. Tanner wil zijn koeien Carmen, Fiona, Bella, Pama, Petra en Vreni de wei in laten. Er is iets met Vreni. Een van haar spenen is hard: ‘ze heeft een hard kwartier’. Hij vult de emmer met de melk uit de drie andere spenen en zet die voor aan de naamloze stier. Die laat hij nooit buiten; hij heeft zijn vader eens een oog uitgestoten. In de volgende scène zit Tanner aan de keukentafel bij zijn vrouw Marie. Hij heeft de stalgeur van zich af gewassen. Kauwend op zijn brood zegt hij tegen zijn vrouw:
    ‘Vreni heeft een hard kwartier.’
    ‘Ach jeetje!’
    ‘Het gaat goed met ‘r.’
    ‘Dan ga ik ‘r zo brood brengen.’
    Tanner knikt, want Vreni is dol op brood. (…)
    Tanner klemt de boterham tussen zijn tanden, scheurt hem af, klokt er een slok koffie achteraan.
    ‘Komt wel goed’, kauwt hij.
    ‘Moet ik Frankhauser bellen?’
    Tanner schudt zijn hoofd (…) Marie blijft een tijdje zwijgend zitten, Tanner slurpt, ze houdt haar hoofd scheef. Wat zou er nu komen?
    Maar er komt niks, ze recht haar nek en breit verder.
    Later ontdekt Tanner twee enorme gaten, bodemloze putten,  in zijn erf. Wat moet hij daarmee aan? Wat hebben ze hem te zeggen? Hij wil graag de juiste keuzes maken, maar maakt de verkeerde.

    Tanners erf
    Auteur: Lukas Maisel
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Strijd om de ziel. Het leven van P.C. Kuiper (1919-2002) in de psychiatrie

    In 1988 werd psychiater Pieter Kuiper in Nederland op slag bekend met zijn onthullende boek Ver heen. Daarin schreef hij onverbloemd over zijn eigen depressie die uitliep op een psychose waarin hij zichzelf dood waande. Het boek werd, mede door een optreden van Kuiper in het boekenprogramma van Adriaan van Dis, ook door menigeen buiten zijn eigen vakgebied met ontroering gelezen en als troost ervaren. Nu is er de biografie van deze man, geschreven door Koen Hilberdink. Wat Kuiper in Ver heen (en bij Van Dis) niet vertelde was dat hij ook homoseksueel was en wat voor strijd hem dat in zijn leven opleverde. Hij schreef zelfs een boek Neurosenleer waarin hij homoseksualiteit als een aandoening beschreef. Het is onder andere dat persoonlijke gevecht van Kuiper dat Hilberdink beschrijft, onder meer aan de hand van diens dagboeken en brieven. Daaruit komt ook naar voren welke rol zijn vrouw Noortje, dochter van de theoloog Heiko Miskotte, en het geloof in dit verhaal hadden. Hilberdink schreef eerder biografiën van de dichters Paul Rodenko en Hans Lodeizen en van uitgever Johan Polak.

    Strijd om de ziel. Het leven van P.C. Kuiper (1919-2002) in de psychiatrie
    Auteur: Koen Hilberdink
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Van een fascinerende wispelturigheid

    Van een fascinerende wispelturigheid

    Uitgeverij Athenaeum Polak & Van Gennep en Athenaeum Boekhandel zijn erfstukken van Johan Polak (1928 – 1992) zoals De Bezige Bij en Van Oorschot dat zijn van de mannen van het eerste uur in de naoorlogse uitgeverswereld in Nederland: Geert Lubberhuizen en Geert van Oorschot. Wie een boekje opendoet over deze kleurrijke figuren boort een cultuurtijdperk aan, een lente waarin een onbekende en later beroemde uitgever eigenzinnig een fonds begint op te bouwen. Hun biografie, prettige bijkomstigheid, zit propvol anekdotes rond het vuur der knetterende letteren waar zij als geen ander zó dicht bij gezeten hebben.

    Voer voor biografen
    Richtten Polak en Van Oorschot, beiden geporteerd door het uitgeven van prachtboeken, hun blik vooral op de ‘klassieken’ en hielden ze revolutionair modernisme af, zo had Lubberhuizen van De Bezige Bij van meet af aan trek in wat geen ‘oude kost’ was. Gemeen hadden die grote drie (Polak, Lubberhuizen, Van Oorschot) een karakter vol tegenstrijdigheden, een harde maar uitdagende noot om door een biograaf te worden gekraakt.

    Na de kostelijke levensbeschrijvingen van Lubberhuizen door Wim Wennekes en Van Oorschot door Arjen Fortuin is dan eindelijk de biografie van Johan Polak verschenen. In J.B.W.P. (de signatuur van Polak onder de tekstverantwoording in de door hem uitgegeven verzamelde werken) geeft Koen Hilberdink de hoofdfiguur zijn unieke plaats in de bijna vijftig naoorlogse jaren die hem nog vergund waren. Polak was hartpatiënt en stierf op 64-jarige leeftijd.

    Openheid in voorkeur
    Onder zijn joodse afkomst en homofiele geaardheid heeft hij zijn leven lang geleden. Het is een opzichtige draad door de biografie die zeer onderhoudend is. Ook, en misschien vooral in de precaire passages over de Amsterdamse homoscene in de jaren zestig.Het was een eclatante periode voor Polak als persoon en zakenman. Zijn voorkeur voor jongens hoefde hij niet meer te verheimelijken. Bovendien legde hij de stevige basis voor de Athenaeum boekwinkels en voor de uitgeverij Athenaeum- Polak & Van Gennep die thans meer dan een halve eeuw bestaan en uit de Nederlandse cultuur niet meer weg te denken zijn.

    Rond 1980 keerde het tij voor Polak en braken jaren aan waarin hij zich geplaatst zag tegenover het verval van de West-Europese cultuur, de aidsepidemie en opvlammende Jodenhaat. Levensangst en isolement die hem kort na de oorlog parten hadden gespeeld, staken weer de kop. Voor de buitenwereld echter schermde hij zijn kwetsbare positie echter zorgvuldig af. Als uitgever liet Polak zich niet leiden door de commercie maar door zijn persoonlijke smaak. Ook was hij boekhandelaar en handschriftenverzamelaar die ondanks eruditie, rijkdom en kunde werd bepaald door onzekerheid en levensangst.

    J.H. Leopold werd al vroeg zijn lievelingsdichter en geestverwant. Geen andere poëzie wist zó exact zijn eigen roerselen te verwoorden. En in de literatuur en cultuur van de oude Grieken en Romeinen bekoorden hem de onbeladen seksuele omgang tussen mannen en de knapenliefde, een van de redenen dat hij na een mislukte studie psychologie voor klassieke talen koos.

    Leven in fantasieën
    Het is niet Hilberdinks enige steekhoudende verklaring voor de beweegredenen van Polak. De biograaf beschouwt ongerustheid en schrik als onderliggende factoren van de bravoure en koketterie waarmee Polak zich in de media presenteerde. Schijnbaar geamuseerd placht hij uit te roepen dat hij joods, homo, en lelijk was. Zo ‘lelijk als een paard’. Bovendien was naar eigen zeggen zijn onmetelijke rijkdom, als grootaandeelhouder van het familiebedrijf van zijn moeder, geen pre. Met zulke uitlatingen kon hij zijn angst voor ondergang, antisemitisme, communisme en homohaat even van zich afschudden.

    Naast deze behoefte aan verkrampte grootspraak wijst Hilberdink op het belang van fantasieën voor Polak. Hij leefde ze naar hartenlust uit in gekochte relaties met jongemannen en in een zeer luxe en decadent leven. Hij bouwde – aldus is de eindconclusie van Polaks biografie – een glansrijke voorgevel om een gebroken binnenkant aan het oog te onttrekken.

    Overbodig te vermelden dat hij geen heilige was. Zwakke plekken in Polaks handel en wandel zijn niet aan Hilberdinks aandacht ontsnapt. Zo is er de inconsequente houding van Polak in zijn streven naar gelijkberechtiging van homoseksuelen. Hij was fervent behartiger van hun belangen binnen het COC maar evengoed gaf hij een studie uit over de genezing van homofilie.
    Als bezwaarlijk ondervonden zijn handelspartners het, dat hij persoonlijke en zakelijke belangen verstrengelde. Het is één van de redenen voor het uit elkaar gaan van Johan Polak en Rob van Gennep die overigens nog steeds zijn naam aan de door Polak nagelaten uitgeverij verbindt.

    Uitwisseling van genegenheid en vriendjes
    Behalve de meer bekende schrijvers uit de tweede helft van de vorige eeuw komt een markante stoet figuren uit de ‘tegennatuurlijke’ letteren in Hilberdinks boek voorbij: Antoine Bodar of de destijds felbegeerde hetero Hans Plomp, die over zijn ervaringen met Polak Een somber herenboek schreef. Zo is J.B.W.P. naast het portret van een uitgever ook een staalkaart van figuren-van-het-eerste uur in de literatuur- en cultuur van de Nederlandse homowereld.
    Polak was er een vooraanstaande speler in. Bevrediging vond hij niet in de intieme ontmoeting met jongemannen maar in de uitoefening van macht over hen die hij volop kon kopen.’

    Met Gerard Reve, van wie Polak de emancipatoire De taal der liefde, Lieve jongens en soortgelijke boeken uitgaf, wisselde hij zelfs vriendjes uit. Later is het tot een breuk gekomen met de grote volksschrijver zoals met andere metgezellen die niet langer Polaks onberekenbare karakter verdroegen. Een wispelturigheid die menig lezer van Hilberdinks biografie zal fascineren.