• ‘Ik ben er weer’

    ‘Ik ben er weer’

    ‘Je moet niet zo veel piekeren!’, ‘Kom nou gewoon vanavond, wij peppen je wel op,’ ‘Probeer er toch maar van te genieten,’ en ‘Als je eens ging sporten?’. In zijn boek Knecht, alleen (het vervolg op Jasper en zijn knecht) van Gerbrand Bakker zijn het stuk voor stuk goedbedoelde adviezen. De gedeprimeerde schrijver voelt zich het eenzaamst op de momenten dat zijn omgeving hem met deze opmerkingen uit het slop wil trekken. De depressie moet opgelost worden.

    Zijn favoriete auteur J.J. Voskuil indachtig tracht Bakker zo kaal mogelijk het fenomeen depressie te omschrijven. Geen metaforen, geen poespas, geen mooischrijverij. Het resultaat is een kwetsbaar, eerlijk en soms drammerig egodocument dat naast de eigen psyche eveneens de seksualiteit, populaire beeldcultuur en liefde voor taal, flora en fauna een ruime plaats biedt. Bakker staat er alleen voor, zowel in de Eifel, waar hij gedeeltelijk woont, als in Amsterdam, want zijn hond Jasper is overleden.

    (T)issues

    In Knecht, alleen fileert Bakker hardnekkige misverstanden omtrent depressie. Exemplarisch is Romana Vrede, die bij tv-programma DWDD als tafeldame het gedicht November van J.C. Bloem voordraagt. Het vers haalt haar naar eigen zeggen uit haar winterdepressie en de tranen biggelen over haar wangen. ‘Toen werd ik kwaad,’ schrijft Bakker. ‘Je bent gewoon een beetje somber, Romana. Gaat weer over, al is het maar in februari, als je de eerste sneeuwklokjes ziet. Maar hoe durf je dat een depressie te noemen? Je schiet vol als je een gedicht voorleest!’ Later in de uitzending schaart Trijntje Oosterhuis liefdesverdriet onder dezelfde noemer. ‘Of tafelheer Tim Hofman – die zoals gebruikelijk vreemd uit zijn ogen keek – het kende? ‘‘Hou op!’’ riep Tim. En Matthijs zelf? ‘‘Hou op!’’ riep Matthijs. Eelco Bosch van Rosenthal zat op de gastenbank. Eelco? ‘‘Hou op!’’ zei Eelco.’ Depressie is volgens Gerbrand een groot Niets. Je voelt niets, je ervaart niets, je bent niets. Het is onzegbaar, zelfs, of misschien wel juist voor een schrijver. Die eerbiedigt de taal en snapt als geen ander dat een depressie niet te bezweren valt met typeringen als ‘hels’ of ‘vervelend’, laat staan verdwijnt na een potje janken met Van Nieuwkerk. Zoals de schrijver droogjes opmerkt bij het zoveelste bezoek aan de psycholoog: ‘Altijd die doos met tissues op die tafels. Je ziet hem meteen en je vraagt je af: ‘‘Gaat er gehuild worden?’’’

    Schriftsteller, Naturschützer, Kritiker

    Gerbrands boeken zijn ook in Duitsland ongekend populair – om niet te zeggen lesenswert. In het gelijknamige tv-programma wordt hij geïnterviewd over zijn oeuvre. Het interview vindt plaats in zijn woning in de Eifel. Bij de aftiteling van Lesenswert blijkt een functie aan zijn schrijverschap toegevoegd: natuurbeschermer. Als een Hollandse Cesar Millán windt hij namelijk iedere hond om zijn vinger, hij voedert allerlei gevogelte in zijn tuin en ook de botanici onder de lezers halen hun hart op aan Knecht, alleen. Verwacht echter geen monologen à la David Attenborough. Gerbrand Bakker walgt van de Britse borstklopperij. Op een schrijvers- annex yogaretraite waar veelal Engelsen aanwezig zijn, verpulvert hij de Engelse dweepzucht: ‘Dat het wellicht raadzaam is een volgende keer niet uitsluitend Dickens of Shakespeare of Keats als voorbeelden aan te halen tijdens hoog intellectuele gesprekken. (…) Lees eens buitenlands! riep ik. (…) Of ze (…) wel doorhadden dat er elders op de wereld ook boeken geschreven werden? Dat je ook een Thomas Mann kon aanhalen als voorbeeld van het eenofander [sic], of Fernando Pessoa of Arto Paasilinna?’ Ook klaagzangen richting commercials, zoals die van ABN-AMRO, treffen doel: ‘Heeft die de opdracht gekregen zo’n akelig arrogante lul te spelen? (…) ‘‘Hoe ik het doe?’’ En dan die schalkse blik in de camera. Gatverdamme.’

    Machismo

    Toch is de auteur het hardst voor zichzelf. Na een droom waarin Bakker als een Gustav von Aschenbach om erkenning smeekt bij een 15-jarige jongeman die lijkt op de beeldschone Tadzio uit Der Tod in Venedig, schrijft hij: ‘Als dit een verhaal van iemand anders zou zijn, zou ik denken: ja, leuk en aardig allemaal, poëtisch ook, maar die schrijver moet eigenlijk een schop onder zijn reet hebben.’ Zijn latent aanwezige geaardheid speelt volgens hemzelf amper een rol in zijn werk, omdat zij een gegeven is. Het is er gewoon. Tegelijkertijd vindt Bakker het opvallend vaak nodig om films als Moonlight en Call me by your name af te kraken vanwege hun homo-gehalte: ‘Mijn grootste bezwaar was dat als je de homoseksuele component uit de film weg zou laten, (…) er niets van de film over zou blijven.’ Het is een kortzichtige opvatting in dit overwegend zelfbewuste boek; hij had er nooit last van, omdát hij er geen probleem van maakte, ‘zonder enig activisme.’ Oftewel, als je er een thema van maakt, vergroot je het probleem. Die interpretatie is even subtiel als tendentieus. Dat zou namelijk betekenen dat iets pas een probleem wordt als mensen onrecht aankaarten en dat te fanatiek doen. Bakkers poging het beslist níét over homoseksuele geaardheid te hebben doet denken aan mensen die voor anderen bepalen waar “we” het niet over mogen hebben.

    Waarom?

    Gaandeweg wordt duidelijk dat de auteur zich voortaan toelegt op het schrijven van dagboeken en de romans laat voor wat ze zijn. ‘Maar waarom?’ vragen meerdere Duitse toehoorders bij zijn lezingen. ‘Een woord dat port en zuigt, onbekende diepten in wil, een antwoord verlangt dat niemand geven kan. Of een antwoord oproept dat bedacht is, een onecht antwoord, om die priemende vraag tevreden te stellen.’ Een voorlopige reden die hij zelf oppert, klinkt evenwel logisch. Zijn romans oogstten veel roem, maar gaven een verkeerd beeld van wie hij is. Hijzelf werd niet begrepen, hetgeen tot eenzaamheid leidde. Zelfs zijn ouders konden weinig met een depressieve zoon. Uiteindelijk komt het allemaal neer op verbinding. ‘Je veux de l’amour! (…) nee: gewoon keihard de rauwe waarheid uitschreeuwen.’ Tot zijn verbazing concludeert hij dat zijn overleden hond Jasper zijn ware liefde is. ‘Wat schreef ik daar nou? Hij bleek niet de fijne kameraad die ik me gewenst had en toch heb ik erg van hem gehouden. Dat kan dus, met een hond. Waarom kan ik dat dan niet met een mens?’ 

    Daarom

    ‘Waarschijnlijk moddert iedereen maar wat aan, en zijn er goede, middelmatige en slechte acteurs,’ besluit Bakker. Deze wijsheid moge platgetreden klinken, de schrijver heeft simpelweg niet de pretentie iets nieuws mee te geven. Als antwoord op een negatieve recensie in de Neue Rheinzeitung smaalt de auteur: ‘“Hat er der Welt etwas mitzuteilen?” Nou: nee. En: is dat niet heerlijk?’ Impliciet is Knecht, alleen wel degelijk betekenisvol, krachtig in zijn eenvoud. Na elke periode van depressie doet Bakker de simpele, sterke mededeling ‘Ik ben er weer’. Na het lezen van Knecht, alleen kunnen we concluderen: inderdaad, hij is er weer!

     

  • Oogst week 23 – 2020

    Terug naar Tarvod

    Boris Dittrich werd vooral bekend als Tweede Kamerlid en fractievoorzitter van D66. Hij was advocaat en rechter en is wereldwijd actief op het gebied van mensenrechten voor LHBT’ers bij Human Rights Watch. Daarnaast is hij schrijver. Inmiddels kennen velen zijn thrillers. Nu is daar Terug naar Tarvod, een roman over het leven in een Israëlische kibboets in de jaren zeventig. Hoofdpersoon Sophie werkt voor een Rijksvastgoedbedrijf en spoort eventuele erfgenamen van eenzaam gestorven personen met een nalatenschap op. Oud-rechter Roman Ronnes is zo iemand, bovendien overleden onder raadselachtige omstandigheden. Sophie vindt zijn memoires waaruit blijkt dat Ronnes in de tijd dat hij in de kibboets woonde verwikkeld was in een onstuimige liefdesgeschiedenis. Hiermee maakt Dittrich van de roman een raamvertelling. Omdat Sophie zelf nog treurt om een verloren liefde raken Ronnes belevenissen haar zo dat ze zich vastbijt in de vraag of hij nog nabestaanden heeft en hoe hij is overleden. In hedendaags Israël doet ze daarover een onverwachte ontdekking.

    Terug naar Tarvod
    Auteur: Boris Dittrich
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De zwarte klok

    Een onderwijzeres, een politiecommissaris, een kinderpsychiater en een meisje van dertien. In een vredig Oostenrijks dorp aan het begin van de zomer worden deze vier mensen ongerust over een aantal vreemde gebeurtenissen. Er wordt een kind mishandeld. Iemand probeert zelfmoord te plegen. Een man maakt een dodelijke val van een bouwsteiger. Een speeltuin wordt verwoest en de etalage van een speelgoedwinkel wordt vernield. Er is iets gaande, er schijnen problemen te zijn, maar iedereen heeft het te druk met zijn eigen leven om ze te zien. Onafhankelijk van elkaar proberen de vier die het wel zien te begrijpen wat er gebeurt. Er zijn aanwijzingen, maar een duidelijk beeld van een misdaad ontbreekt. Wel blijkt dat mensen blind kunnen zijn voor het idee dat er iets mis is en dat agressie en redeloosheid kunnen opspelen zonder dat iemand de gevolgen ervan doorziet.
    Paulus Hochgatterer (Oostenrijk, 1961) is schrijver en kinderpsychiater in Wenen. Hij schreef tientallen boeken en won vele literatuurprijzen waaronder de EU Prijs voor Literatuur voor Die Süsse des Lebens.

    De zwarte klok
    Auteur: Paulus Hochgatterer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Knecht, alleen

    In 2016 verscheen in de serie Privédomein Jasper en zijn knecht van Gerbrand Bakker, dagboekaantekeningen over zijn dagelijks leven in de Duitse Eiffel. Jasper is de ‘enigszins gedragsgestoorde, nauwelijks te disciplineren hond’. Maar in het wederom autobiografische Knecht, alleen, het vervolg op dit boek, is Jasper dood en Bakker weer alleen waardoor hij zijn leven als leeg ervaart. Want er is behalve geen hond ook geen mens als levensgezel te bekennen. Via onaantrekkelijke landen als Albanië en Bosnië-Herzegovina maakt hij een roadtrip naar Griekenland en belandt in een depressie. Somber vraagt hij zich af hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Ondertussen werkt hij in de tuin, praat hij met vrienden en zijn ouders en probeert hij zijn leven weer in beter vaarwater te krijgen.
    Op zijn website dingetjes enzo schrijft Bakker over Knecht, alleen: ‘Ik heb gevraagd om een omslag in een paarstint. De vorige was oranje, maar dit voelde niet als een oranje boek. Dit is een paars boek.’ En: ‘Ik heb mijn moeder min of meer verboden het te lezen.’ Bakker daagt uit tot lezen.

    Knecht, alleen
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers