• Oogst week 48 – 2025

    De ondergang

    De ondergang is het laatste van een serie boeken die Édouard Louis over zijn armoedige jeugd, zijn vader, zijn moeder en nu dan over zijn broer schreef. Die broer overleed al voor zijn 40ste. Louis schrijft daarover: ‘Mijn broer bracht een groot deel van zijn leven door met dromen. In zijn arme arbeidersmilieu stelde hij zich voor dat hij een wereldberoemde ambachtsman zou worden, dat hij zou reizen, een fortuin zou verdienen, en dat zijn vader, die uit zijn leven was verdwenen, zou terugkeren en van hem zou houden.
    Hij heeft niet een van zijn dromen kunnen verwezenlijken.’

    Édouard Louis brak door met Weg met Eddy Bellegueule uit 2014 waarvoor hij in Frankrijk de Prix Pierre Guénin kreeg, een prijs tegen homofobie en voor gelijke rechten. Voor De ondergang ontving hij in 2024 de Prix Les Inrockuptibles 2024, de prijs voor de beste Franse roman.

    Veel van zijn boeken zijn ook in Nederland bewerkt voor toneel. Op dit moment tot en met begin juni 2026 speelt het ITA-Ensemble Weg met Eddy Bellegueule in de regie van Eline Arbo.

    Auteur: Edouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2025)

    Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop

    In het kader van de viering van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname was er vorige week aandacht voor Bigi Yari — Tien Surinaams-Nederlandse schrijvers reflecteren op vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid.
    Deze week is het de beurt aan Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop door Coen Verbraak. Nog steeds zijn er legio Nederlanders die niet, of niet veel afweten van de geschiedenis van dit land waar Nederland zo’n stempel op heeft gedrukt, ondanks het grote aantal Surinamers dat sinds 50 jaar in Nederland woont.

    Als iemand in staat is om iets aan die lacune in kennis te doen, is dat wel documentairemaker en journalist Coen Verbraak. In Suriname gaat hij in gesprek met bekende en minder bekende Nederlandse Surinamers en praat met hen over hun land, hun ervaringen tijdens en herinneringen aan de hoopvolle tijd van 50 jaar geleden en wat er daarna gebeurde, de migratiestroom naar Nederland, de bestuurlijke chaos, de militaire machtsgreep, de Decembermoorden.

    Basis voor het boek is de serie van BNNVARA, Suriname – 50 jaar tussen zorg en hoop, die sinds begin deze maand op NPO 2 wordt uitgezonden (en via NPO-Start is terug te zien). Het boek is de uitgebreide versie van deze gesprekken.

     

    Auteur: Coen Verbraak
    Uitgeverij: Uitgeverij Alfabet (2025)

    Al die Amsterdamse mensen

    Niet alleen Amsterdam viert dit jaar een belangrijke verjaardag, – haar 750e -, dat zal u niet ontgaan zijn, maar ook het Genootschap Amstelodamum viert een feestje. Dit genootschap is 125 jaar geleden opgericht om de kennis van en de belangstelling voor het verleden en heden van Amsterdam te bevorderen. Beide verjaardagen zijn aanleiding geweest om in dit jubileumjaar Al die Amsterdamse mensen uit te geven, een uitgave die in het teken staat van de mensen die Amsterdam tot Amsterdam hebben gemaakt, de inwoners van de stad.

    Een grote groep schrijvers heeft elk een Amsterdammer uitgelicht, gebaseerd op nieuw onderzoek. Uiteenlopende Amsterdammers krijgen een gezicht, sommigen van hen kennen we, anderen nog niet.

    De redactie werd gevormd door Babs Boter, universitair docent Geesteswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Gijs van der Ham voormalig senior conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum, Marleen Rensen, universitair hoofddocent moderne Europese letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en Patricia van Ulzen, hoofdredacteur van Amstelodamum.

     

     

    Auteur: Babs Boter, Gijs van der Ham Marleen Rensen, Patricia van Ulzen (redactie)
    Uitgeverij: Uitgeverij Walburgpers (2025)
  • Oogst week 4 – 2025

    Oogst week 4 – 2025

    Bloedboek

    Met hun debuut Bloedboek viel de Zwitserse Kim de L’Orizon meteen in de prijzen. Het boek won de Deutscher Buchpreis, de Schweizer Buchpreis en de Literatuurprijs Jürgen Ponto Stichting. De non-binaire verteller van Bloedboek is opgegroeid in een klein en conservatief dorp in Zwitserland, in een familie waarin vooral gezwegen wordt. Nu hun oma haar geheugen verliest, neemt de verteller hun jeugd onder de loep. Wat kan die ontdekken over het verleden van hun oma en haar jong overleden zusje? Bloedboek gaat over volwassen worden en over intergenerationeel trauma, over het doorbreken van een familiaire zwijgcultuur.

    Kim de L’Horizon (1992) is (toneel)schrijver en -acteur. Die werd geboren in Ostermundigen (Bern) en studeerde Duits, Film- en Theaterstudies aan de universiteiten van Bern en Zurich en Literair Schrijven aan het Zwitserse Literaire Instituut in Bern. Die is redacteur van literair tijdschrift Delirium, speelde in meerdere toneelstukken en was in 2021 en 2022 residentschrijver bij het Bern Theater. Naast de prijzen voor hun debuutroman, die L’Horizon in een periode van tien jaar schreef, won die meerdere prijzen, waaronder prijzen voor poëzie en voor een korte film.

    Bloedboek
    Auteur: Kim de L’Horizon
    Uitgeverij: De Geus

    Monique ontsnapt


    ‘Ze belde me halverwege de avond. Ze huilde. Ik was achtentwintig jaar toen ze belde en het was pas de derde, misschien de vierde keer sinds mijn geboorte dat ik haar hoorde huilen.’ Zo begint Monique ontsnapt van Édouard Louis. Het is zijn moeder die belt, hijzelf is in Griekenland. De man met wie ze samenwoont is dronken en agressief, hij scheldt en tiert. Helaas geen nieuwe ontwikkeling, ze heeft het geweld van haar partner lang verborgen gehouden voor haar zoon. Alleen gaat dat niet langer, ze heeft zijn hulp nodig, ook omdat ze jaren eerder zijn vader is ontvlucht vanwege huiselijk geweld. Het is echt het verhaal van zijn moeder dat Louis vertelt, een vrouw die vastzit in een wrede en onrechtvaardige wereld.

    Édouard Louis (1992) is een Franse schrijver en socioloog. Hij werd geboren in Hallencourt in Noord-Frankrijk en groeide daar op in een arm gezin dat, nadat zijn vader ernstig gewond raakte tijdens zijn werk als fabrieksarbeider, afhankelijk is van overheidssteun. Zijn moeder vond af en toe werk in de ouderenzorg. Hij is de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Louis schrijft autobiografisch. Zijn boeken gaan over thema’s als armoede, racisme, alcoholisme en homoseksualiteit.

    Monique ontsnapt

    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het passeren van onmeetbare ruimten


    In haar eerste essaybundel, Het passeren van onmeetbare ruimten, onderzoekt Hester van Gent in vijftien essays de ruimte om ons heen. Ze werpt een onalledaagse blik op alledaagse dingen en laat zich meeslepen door visioenen, waardoor ons beeld van de werkelijkheid kantelt. Ook gaat ze op zoek naar het verborgene, naar onbekend terrein. Op zoek naar avonturen dus, naar kinderen die hun stad verkennen. Het boek is voorzien van afbeeldingen die zich op verschillende manieren tot de tekst verhouden. Verrassend bijvoorbeeld, of verhelderend.

    Hester van Gent (1971) is schrijver van journalistieke stukken en essays. Ook schrijft ze recensies over stedenbouw, architectuur en kunst. Ze werkt als stedenbouwkundige en studeerde Stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft. Aan de Hogeschool Utrecht rondde ze de postacademische opleiding Wetenschapsjournalistiek af en ze volgde de masterclass Architectuurkritiek die werd georganiseerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Vlaams Architectuur Instituut. 

    Het passeren van onmeetbare ruimten

    Auteur: Hester van Gent
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • Leven en werk van Wigman in prachtig vormgegeven boek

    Leven en werk van Wigman in prachtig vormgegeven boek

    Op een of andere manier is in het huis van de literaire historie altijd plaats voor de gedoemde dichter. Tijdens zijn leven verguisd, bespot, gemeden of in elk geval niet goed begrepen. En na zijn dood juist herkend als kwartiermaker en wegbereider. In Nederland was Slauerhoff er zo een. Het ultieme specimen is de Franse 19de eeuwse dichter Charles Baudelaire. Ten slotte ook maar de schrijver van één werkelijke bundel, maar wat voor een: Les fleurs du mal (1857) groeide uit tot een van de meest invloedrijke gedichtenbundels ooit. 

    Menno Wigman voelde zich sterk verwant aan Baudelaire. Al op 21-jarige leeftijd vertaalde Wigman gedichten van Baudelaire en publiceerde deze in eigen beheer, onder het halfpseudoniem Menno Wichman, met c h, waarmee hij een saluut bracht aan die ándere Nederlandse zeer onburgerlijke poète maudit: Erich Wichman(n), die leefde van 1890-1929. Menno Wigman overleed in 2018, slechts eenenvijftig jaar oud. Aan zijn dichterschap is nu (vijf jaar na zijn ontijdige dood) een ondanks alles, bijzonder feestelijk lees- en kijkboek gewijd.

    In een tiental hoofdstukken wordt Wigman’s leven en werk van verschillende kanten belicht. Sommige van die hoofdstukken zijn in principe ‘tekstloos’, d.w.z. er is genoeg te lezen maar het betreft vooral afbeeldingen van schrijvers en boeken die Wigman hebben geïnspireerd, vaak knipsels, handschriften, plakboeken en ander geknutsel uit de nalatenschap van de dichter zelf. Andere meer beschouwende hoofdstukken zijn van de hand van vriendin van Wigman en vertaalster Kiki Coumans, en de dichters Rob Schouten, Willem Thies en Vrouwkje Tuinman. 

    Op 16-jarige leeftijd maakte Wigman in eigen beheer zijn eerste poëziebundel, hij gaf een eigen tijdschrift uit (‘Nachtschade’) … alles getuigde van ‘het vuur van zijn ambitie’. En ook voor het overige komt het allemaal voorbij: drummen in een punkbandje, de telkens weer veel te tijdelijke troost van seks, verlangen naar Parijs, spleen, dwepen met vergankelijkheid en dood. Juist in de context van dit laatste manifesteerde Wigman zich – zeer toepasselijk – als een der initiatiefnemers van het fenomeen ’eenzame uitvaart’.  

    Pièce de resistance is het slot van het boek, dat een inventaris behelst van Wigman’s bibliotheek. Het gebruikte lettertype is helaas te klein om makkelijk te kunnen lezen; ongetwijfeld is hiervoor gekozen met het oog op de nodige ruimtebesparing, en met een vergrootglas is het leesbaar. Aldus is men erin geslaagd om op zestien bladzijden ruim 3.200 titels op te sommen van boeken die bij Wigman in de kast stonden. Een prachtige lijst met – wie zal het verbazen – heel veel poëzie. Van Achmatova tot Yeats en van Achterberg tot Tuinman. En heel veel Baudelaire. 

    Het is ongerijmd dat een boek over een helaas te jong gestorven dichter, die zelf bezeten was van dood en vergankelijkheid, zoveel enthousiasme weet los te maken. Want dat doet het. Voor de makers van dit boek, van wie zeker ook vormgever Huug Schipper moet worden genoemd, voor dichter Menno Wigman en voor de poëzie zelf. Bron van schoonheid, inspiratie en troost. 



  • Oogst week 45

    De Minnaar

    Verhalen als Romeo & Julia scoren altijd. Al in de Middeleeuwen bezingt Diederic van Assenede in Floris ende Blanchefloer de liefde tussen een moslima en een christen. Zie ook modernere werken als De Verstotene van Naima el Bezaz, waarin een Marokkaanse vrouw vreemdgaat met een Joodse man, of Hajar en Daan van Robert Anker. Maar alleen een Française steekt Shakespeare werkelijk naar de kroon: Marguerite Duras. In 1984 schrijft zij L’amant, De Minnaar. Duras – pseudoniem van Marguerite Donnadieu – wint met dit boek de Prix Goncourt.

    De Minnaar gaat over de verhouding tussen een Frans pubermeisje en een Chinese man. In het huidige Ho Chi Minh-stad, dat vroeger Saigon heette, blaast het Frans kolonialisme zijn laatste adem uit. Dit continentale controleverlies loopt parallel aan een destructieve, doch verleidelijke relatie, die bol staat van begeerte, angst, nabijheid en afstand. ‘Naar geen enkel boek keer ik zo vaak terug, als De Minnaar‘, zegt Connie Palmen in haar voorwoord. Geen gekke aanbeveling… in elk geval een stuk verstandiger dan steeds weer terug te keren bij een foute ex-minnaar.

    De Minnaar
    Auteur: Marguerite Duras
    Uitgeverij: De Geus

    Ik zeg geen vaarwel

    Han Kang is allang niet meer de dochter van. In dit geval van Han Seung-won, een van Korea’s grootste auteurs. Met daarnaast broers die allen schrijven voor de kost, komt Han Kang uit een echt schrijversnest. Ze heeft zo’n beetje de helft van alle Koreaanse literatuurprijzen gewonnen en sleept de International Booker Prize in de wacht voor De Vegetariër. Dit werd in 2007 zelfs verfilmd, wat natuurlijk wel vaker een boost voor beroemdheid betekent. Ze is zelfs de favoriete auteur van de Brit Max Porter.

    In Ik zeg geen vaarwel trekt hoofdpersoon en schrijfster Gyong-ha naar het Jeju-eiland. Kangs oeuvre resoneert in meerdere werelddelen, wat waarschijnlijk te maken heeft met een gothic setting en magisch-realistische verteltrant. Dit geldt althans voor Ik zeg geen vaarwel: op het Jeju-eiland gebeuren onheilspellende, occulte zaken, piept en kraakt het huis onder een sneeuwstorm en wordt het dodenrijk nadrukkelijk opgezocht. Han Kang zegt bepaald geen vaarwel; des te beter voor miljoenen lezers!

    Ik zeg geen vaarwel
    Auteur: Han Kang
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    De vriend van Matisse

    De lijst beroemde Haagse schrijvers loopt lekkâh lang door. Van Birney, Brakman en Bomans tot Campert, Carmiggelt en Couperus. En zo kun je het alfabet nog driemaal moeiteloos door allitereren met literators. Een minder bekende, maar wel degelijk zeer begaafde ‘Windhapper’ luistert naar de naam Theo Monkhorst (1938). Van zijn hand verscheen reeds menig roman, poëziebundel en toneelstuk. Met De vriend van Matisse rondt Monkhorst een project af dat hij in Noord-Frankrijk begon, begin 2023. Een roman over de impressionist, fauvist en beeldhouwer die in de leer gaat bij een boer.

    De schilders vervlochtenheid met zowel het fauvisme als impressionisme kenmerkt De vriend van Matisse. Enerzijds vertelt Monkhorst zijn verhaal met lichte toets, anderzijds smijt hij met ferme verfstreken over Matisses, die een vrouw tot muze kiest. En niet zomaar een… de dochter van de landpachter bij wie hij inwoont. Die keuze leidt in het kleine Noord-Franse gehucht tot de nodige onrust. Toevalligheidje: de boer heet Theodore, zoals Monkhorst. De boer vreest weliswaar voor het welzijn van zijn kind, maar Monkhorst kan er gerust vanuit gaan dat zijn geestelijke kind (De vriend van Matisse) een gunstig lot tegemoet gaat.

    De vriend van Matisse
    Auteur: Theo Monkhorst
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • In het land van de wind

    In het land van de wind

    De Haute Provence is nog altijd een wat ruige, ongerepte streek, met diepe dalen en een eigenzinnige bevolking, mensen die met lede ogen moeten aanzien hoe steeds meer huizen in hun pittoreske dorpen als buitenverblijf worden gekocht door gefortuneerde buitenlanders of – nog erger – Parijzenaars. Jean Giono (1895-1970), geboren en getogen in het stadje Manosque, bracht er zijn hele leven door, met uitzondering van de Eerste Wereldoorlog, toen hij onder meer de hel van Verdun moest doorstaan en gewond werd aan het front. Hij keerde terug naar huis als overtuigd pacifist en wijdde zich aan de literatuur.

    Heuvel was zijn debuut. Het idee voor het boek, dat in 1928 werd gepubliceerd, ontstond tijdens een reis met zijn zwangere vrouw van Manosque naar de Drôme, door een bergachtige streek met bij wielerliefhebbers bekende cols als de Montagne de Lure of de Mont Ventoux. De plaats van handeling is Bastides Blanches, een gehucht met niet meer dan een twaalftal inwoners ‘halverwege tussen de vlakte waar de stoomdorsmachines ronken en de uitgestrekte lavendelwoestenij, het land van de wind, in de koele schaduw van het Montagne de Lure’.

    Een tijloos verhaal

    Een lieflijke plek? Nee, want de bewoners spelen eigenlijk een bijrol in het woeste landschap, waar ze hoogstens worden gedoogd, al zoeken ze de afzondering ook bewust op: ‘Wat van de stad komt, is slecht: de wind, die regen brengt, en de postbode.’ Ze voeren een dagelijks gevecht tegen een bezielde natuur: de personificaties in dit boek zijn niet op de vingers van één hand te tellen. Een heuvel ligt bijvoorbeeld ‘als een os in het gras te slapen’, of ‘het vel van de aarde plooit zich in dikke vetrollen’. Het verhaal is in zekere zin tijdloos en had zich op enkele details na net zo goed duizend jaar geleden kunnen afspelen. De beproevingen houden niet op: zo valt de plaatselijke bron droog of moeten alle mannen lijf en leden wagen om een bosbrand – een ‘soepel vuurdier’ – die het dorp bedreigt, af te wenden. Op een bepaald moment formuleert Giono de vijandigheid van het landschap vrij expliciet:

    ‘Deze aarde die zich breed uitstrekt naar beide kanten, vet en zwaar met haar lading van bomen en water, zijn rivieren, zijn beken, zijn bossen, bergen en heuvels, en zijn ronde steden die midden tussen de bliksems ronddraaien, zijn hordes mannen die zich vastklampen aan zijn vacht: en als dat nu een levend wezen was, een lichaam? Met kracht en kwade intenties?’

    Giono’s unieke stijl zal geen enkele lezer onberoerd laten. Die is hoogst persoonlijk, zeer poëtisch en tegelijkertijd aards, ongekunsteld, trouw aan Giono’s eenvoudige komaf. De beelden die hij gebruikt, zijn origineel, maar niet vergezocht: ze leunen dicht aan bij de leefwereld van de lokale bevolking en de natuur. Neem bijvoorbeeld deze beschrijving van een van de mannen van het dorp: ‘Janet ziet er vanavond grimmig uit: zijn huid blauw als graniet, een scherpe neusrug en doorschijnende neusvleugels, als de rand van vuursteen. Eén geopend oog fonkelt in de schaduw als een glinsterende steen, zo’n scherf van een rots die diep in de aarde verborgen ligt en waarop de grote gladde ploegschaar die gewoontegetrouw rechtdoor gaat, plotseling breekt en omvalt.’

    Streven naar uitgepuurde taal

    Vertaalster Kiki Coumans verwijst onder meer naar Walt Whitmans Leaves of Grass in haar nawoord, een boek waar Giono sterk van onder de indruk was. Het doet de vraag rijzen of hij misschien ook vertrouwd was met Walden, het pleidooi voor een eenvoudig leven dicht bij de natuur van Whitmans land- en tijdgenoot Henry David Thoreau. Of zelfs met het onlangs door Rokus Hofstede in het Nederlands vertaalde De grote angst in de bergen van de Franstalige Zwitser Charles-Ferdinand Ramuz, uit 1926 (dus vlak voor Heuvel uitkwam). Giono en Ramuz delen alleszins het streven naar een ongekunstelde, uitgepuurde, aardse taal en hebben ook hun thematiek gemeen: het gevecht van de mens tegen een bezielde natuur. Toch zijn ze elk op hun manier volstrekt uniek.

    Wat er ook van zij, Heuvel is een prachtig boek van een groot schrijver. Laten we hopen dat er nog meer vertalingen volgen, want een groot deel van Giono’s oeuvre is nog niet voor ons taalgebied ontsloten of alleen nog tweedehands te verkrijgen in het Nederlands.

     

     

  • Hij verheerlijkte de schoonheid van het kwaad

    Hij verheerlijkte de schoonheid van het kwaad

    De schrijver Jean Genet (1910-1986)  leidde een zwervend, stelend en hoererend bestaan. Na elf arrestaties werd hij tot levenslang veroordeeld. Dit werd niet uitgevoerd , omdat een aantal beroemde auteurs als Jean Cocteau, André Gide, Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir een petitie indienden  bij premier Auriol, die hem daarop amnestie verleende. Dagboek van een dief is geen dagboek met data en uren chronologisch vermeld, maar een  autobiografisch verslag van zijn omzwervingen in Frankrijk, Spanje, Italië en België.

    De kleine crimineel

    Jean Genet vertelt zijn avonturen in een mix van een  lyrisch-literaire stijl en straattaal (argot). Zijn verhalen spelen aan de zelfkant van de maatschappij in de jaren dertig van de vorige eeuw en gaan over hoe hij tot de verheerlijking van het kwaad gekomen is. Hij wijdt dit aan zijn geboorte uit een buitenechtelijke relatie en dat zijn moeder hem na zeven maanden heeft afgestaan. Via een weeshuis komt hij als pleegzoon bij een familie in de Morvan. Als er iets gestolen is, rust al vlug de verdenking op hem. Dat geeft de doorslag om op zijn elfde de door hem geromantiseerde kant van de kleine crimineel op te zoeken. Wanneer hij op zijn negentiende in de gevangenis zit,  ontsnapt hij om in het Vreemdelingenlegioen te dienen.

    Vanaf 1942 schrijft  Genet autobiografische boeken, waarin de bourgeoisie belachelijk wordt gemaakt en diefstal verheerlijkt.
    ‘De verveling van mijn dagen in de gevangenis maakte, dat ik mijn toevlucht zocht in mijn vroegere leven, ook al was het zwervend, grimmig of armoedig. Later, toen ik vrij was, bleef ik schrijven om geld te verdienen. Voor een idee van een literair oeuvre haalde ik mijn schouders op.’ 

    Geromantiseerde werkelijkheid

    In Dagboek van een dief beschrijft Genet niet alles zoals het werkelijk gebeurd is. Sommige dingen worden mooier beschreven dan het was, andere gebeurtenissen worden weggelaten. De originele manuscripten konden toentertijd niet integraal worden uitgegeven, vond uitgever Gallimard. Er zaten te kruidige homoseksuele passages in, die destijds (nog) niet acceptabel waren. Op dit stuk doet de roman gedateerd aan, want we hebben na de oorlog veel kunstenaars gehad, die de burgerij geschokt hebben en homoseksualiteit is in Nederland sinds Gerard Reve in de jaren zestig in de literatuur geaccepteerd geraakt.

    Als redacteur bij een literair blad ontdekte Jean Cocteau de schrijver Jean Genet. In 1943 verscheen zijn eerste roman Onze Lieve Vrouwe van de Bloemen. Genet schreef zijn romans tussen 1942 en 1948, en vaak in de gevangenis. Hij schreef ook avantgardistische toneelstukken als De Meiden (1947) en Onder Toezicht (1949). Zijn artistieke en morele credo komt duidelijk in zijn werk naar voren: schoonheid ontspringt uit het lelijke en abjecte, moordenaars worden door hem vergeleken met heiligen en monniken. Het is haast onbegrijpelijk hoe hij erin geslaagd is zijn ervaringen in een lezenswaardige, literaire stijl te kunnen opschrijven. Wel is bekend dat hij als een bezetene Kafka, Dostojevski, Proust en Gide las.

    Geëngageerde teksten

    De criminelen waar hij mee optrok, bewonderde hij om hun krachtige en erotische uitstraling. Eén van de vaste trucjes van hem en zijn vrienden was dat een  jongeman met een rijke, oude man meeging en een derde dan de man overviel, soms chanteerde.
    Op het eind van zijn leven publiceerde hij niet meer. Hij koos partij voor The Black Panthers beweging en de Palestijnen. Waarvoor hij nog enkele geëngageerde teksten voor hen schreef.
    In 1986 werd Genet begraven in Larache, in Marokko. Zijn graf richt zich enerzijds op de voormalige Spaans-Marokkaanse gevangenis en anderzijds op een bordeel. Het is goed dat De Bezige Bij dit werk als klassieker opnieuw heeft uitgegeven, het geeft een goed tijdsbeeld van de Franse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. En alleen al om zijn poëtische stijl, is het waard dit boek te lezen.     

     

  • De dromende dichter

    De dromende dichter

    In het ene oog de maan, in het andere de zon, de nieuwe bloemlezing van het werk van Paul Éluard (1895-1952), roept associaties op met – als u die ooit hebt gezien – de surrealistische schandaalfilm Un chien andalou van Luis Buñuel en Salvador Dalí . Ogen, manen, zonnen: het zijn stuk voor stuk vaak terugkerende beelden bij surrealisten. En warempel: toeval of niet, maar in de inleiding van de bloemlezing lezen we zowaar dat Dalí’s muze Gala voorheen getrouwd was met… Paul Éluard. Altijd handig, zo’n inleiding, want ook al maakt de opvatting dat poëzie voor zich moet spreken nog steeds opgang, een minimum aan duiding is niet overbodig. Niet dat je dwangmatig alles moet proberen te begrijpen – dan loop je in mijn ervaring vaak onherroepelijk vast – maar een beetje houvast is aangenaam. Natuurlijk kan je meteen op hoop van zege in het diepe duiken, maar een paar zwemlessen voordat je het water in duikt, kunnen geen kwaad.

    Zoals we in de inleiding kunnen lezen, trachtte Éluard het leven op te roepen zoals het zich ‘ongefilterd door de rede’ voordoet. Daarvoor deed hij veelvuldig een beroep op ‘droomachtige situaties en beelden’. Vandaar dus die ogen, zonnen en manen. Bij dat laatste substantief zullen lezers die bekend zijn met het werk van de Spaanse dichter Federico García Lorca een aha-erlebnis krijgen. Overigens was Lorca op zijn beurt weer een aanbidder van… Dalí. Le monde est petit! En toch ging Éluard na verloop zijn eigen weg: zijn opvatting dat de taal een doel op zich kan zijn, leidde tot een breuk met de surrealistische gangmaker André Breton.

    Opvallend is ook dat – nog steeds volgens de inleiding – Éluard in Frankrijk bekend zou staan als facile. Zijn vocabulaire is in vergelijking met het vaak vrij vergezochte woordgebruik van de symbolisten weliswaar vrij eenvoudig, maar die eenvoud doet zich enkel voor op woordniveau. Met vrij eenvoudige termen – zon, maan, hand, wolk – construeert hij behoorlijk complexe beelden en associaties die veel verbeelding en inlevingsvermogen vergen van de lezer.

    Variatie

    Voor deze bloemlezing werden gedichten gekozen uit drie belangrijke bundels van Éluard: Capitale de la douleur (1926), La vie immédiate (1932) en Le livre ouvert (1938-1944). Al bij de selectie gedichten uit de eerstgenoemde bundel valt de variatie in de vorm en de prosodie op: Éluard werkt nu eens met vrije verzen of prozagedichten, kiest dan weer voor vormvaste gedichten, wisselt korte verzen af met lange, schakelt heel vlot van een jachtig, naar een traag en slepend ritme. Het zou ondoenbaar zijn om die rijke variatie in kort bestek te behandelen, dus kiezen we er maar het evocatieve gedicht De verliefde uit. Het begint vrij toegankelijk, maar gaandeweg wordt de lezer steeds verder in Éluards surrealistische droomwereld getrokken.

    ‘De verliefde

    Ze staat recht op mijn oogleden
    En haar haar ligt door het mijne,
    Ze heeft de vorm van mijn handen,
    Ze heeft de kleur van mijn ogen,
    Ze verdwijnt in mijn schaduw
    Als een steen tegen de lucht.

    Ze heeft haar ogen altijd open
    En laat me niet slapen.
    Haar dromen op klaarlichte dag
    Laten de zonnen verdampen,
    Laten mij lachen, huilen en lachen,
    Praten zonder ook maar iets te zeggen.’

    Éluard liet zich uitgebreid inspireren door de beeldende kunsten. Niet onlogisch, want hij was bevriend met heel wat schilders, beeldhouwers enzovoort. Zo passeren Ernst, Dalí, Picasso, Man Ray, Picabia en Joan Miró de revue. Wie bekend is met het werk van die laatste schilder – overigens een veel lichtvoetigere surrealist dan Dalí, die nogal zwaar op de hand en dikdoenerig kon zijn – zal misschien spontaan aan de libellen van zijn schilderijen denken bij het lezen van deze regels:

    ‘Prooizon gevangene van mijn hoofd,
    Haal de heuvel weg, haal het bos weg.
    De lucht is mooier dan ooit.
    De libellen op de druiven
    Geven hem welomlijnde vormen
    Die ik in één gebaar verjaag.’

     Sagan

    En soms is er plots de schok van de herkenning. Neem bijvoorbeeld de openingszinnen van Amper gehavend, uit de bundel La vie immédiate:

    ‘Vaarwel droefenis
    Gegroet droefenis
    Ik lees je in de lijnen van het plafond
    Ik lees je in de ogen die ik bemin’

    ‘Gegroet droefenis’, dat is toch… Jawel, Françoise Sagan heeft voor de titel van haar debuutroman Bonjour tristesse leentjebuur gespeeld bij Éluard. Met schaamrood op de wangen moet ondergetekende ruim twintig jaar na een eerste lezing ontdekken dat Sagan die titel niet zelf heeft bedacht. Enfin, zeg van de Fransen wat u wilt, maar ze eren wél hun dichters, nu eens met een staatsbegrafenis, dan weer in de populaire cultuur of een of ander chanson.

    Asile de Saint-Alban

    Tot slot moeten we het onvermijdelijk over de laatste bundel hebben die in deze bloemlezing aan bod komt: Le livre ouvert. Dat boek stamt uit de woelige oorlogsjaren, een tijd van verzet en onderduiken voor Éluard. Dwongen de omstandigheden een dromerige surrealist om toenadering te zoeken tot de concrete werkelijkheid? Op het eerste gezicht niet, al wordt de toon wel grimmiger. Een van de hoogtepunten is Het gekkenkerkhof, dat Éluard in 1943 schreef. Het handelt over de begraafplaats bij het Asile de Saint-Alban, een ziekenhuis voor geesteszieken in het Zuid-Franse Lozère waar hij tijdelijk onderdook.

    ‘Het gekkenkerkhof

    Dit kerkhof gebaard door de maan
    Tussen twee golven zwarte hemel
    Dit kerkhof archipel van het geheugen
    Leeft van verdwaasde winden en geesten in puin

    Driehonderd graven op rijen in de barre grond
    Voor driehonderd doden gemaskeerd met aarde
    Naamloze kruisen zonder naam mysterievolle lijken
    De aarde geblust en de mens verdwenen

    De onbekenden zijn uit de gevangenis gekomen
    Getooid met afwezigheid en zonder schoenen
    Niets te hopen over
    De onbekenden zijn in de gevangenis gestorven
    Hun kerkhof is een redeloze plek’

    Opvallende afwezige in deze bloemlezing is het gedicht Liberté, dat bijvoorbeeld wel als enige gedicht van Éluard is opgenomen in de bloemlezing De tuin van de Franse poëzie – een canon in 100 gedichten (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2011). Het is door zijn lengte en vorm echter wat atypisch voor deze grote dichter en is waarschijnlijk vooral bekend door zijn historische belang: tijdens de oorlog werd het door Engelse vliegtuigen uitgestrooid boven het bezette Frankrijk. Al is dat op zich natuurlijk wel een prachtig, poëtisch beeld. Ziet u nu nog een oorlogvoerende natie die tactiek gebruiken?

  • Oogst week 9 – 2019

    Uiterste dagen

    De verhalen van zijn Finse grootmoeder over haar vader in een oorlog uit een ver verleden en zijn fascinatie voor ‘geschiedenis en geweld, en vooral de ambivalentie van geweld’ (interview De optimist), vormen de basis voor het debuut Uiterste dagen van Ferdinand Lankamp (1989).

    Een historicus bereist het land van zijn familiegeschiedenis en vertelt het – al dan niet ware – verhaal.

    Uit het eerste hoofdstuk:

    (…) ‘De lente dreigt vooral zwaar te worden vanwege de brief die hij vrijdag heeft gekregen. Die brief had hij al verwacht, hij had haver apart gehouden voor het geval er een beroep op hem zou worden gedaan. De veearts van het leger was in de herfst langsgekomen. Hij bekeek Edvards merries, noteerde hun gewicht, hun leeftijd, stelde vragen over hun karakter. Toen de Russen een paar weken later aanvielen begreep Edvard dat het een kwestie van tijd was. In de brief die hij vrijdag ontving stond het onvermijdelijke: de Finse krijgsmacht vordert Ida, zijn merrie van zeventien jaar, de lieveling van het gezin en vooral van zijn dochter Cecilia. Op maandag, vandaag, zou hij nadere instructies ontvangen. Hij tilt de melkbussen van de kar. Op het licht achter de vensters van de boerderij na is het donker, maar toch denkt hij, kijkend naar het noorden, de boomtoppen in de verte te zien, de heuvel waarover de weg richting de stad loopt en waarvandaan hij vandaag een bode verwacht. Een lente zonder Ida. Wat moet hij zonder Ida?’

    Uiterste dagen
    Auteur: Ferdinand Lankamp
    Uitgeverij: Atlas Contact (2019)

    Salomons oordeel

    De nieuwe roman van Robert Vuijsje geeft weer stof tot nadenken en discussie. Het thema identiteit wordt vanuit alle hoeken aanschouwd en beschreven. Het is een eigentijdse roman waarmee Vuijsje de huidige tijd afzet tegen die van een kleine 10 jaar geleden toen zijn boek Alleen maar nette mensen verscheen en zeer uiteenlopende reacties teweegbracht.
    Salomons oordeel gaat over Max en Alissa. Max is een jood uit Amsterdam-Zuid, Alissa is zwart en komt uit de Bijlmer. Hun zoon Salomon is 17 en wil rapper worden.

    ‘Ik heet Salomon, en dan ook nog Cohen?’ vraagt hij aan zijn ouders. ‘Wat denk je dat mijn vrienden daarvan vinden?’ 
    Max en Alissa denken dat ze alle moderne valkuilen van racisme en antiracisme hebben doorstaan. Salomon staat voor de keuze: hoor ik bij de mensen die op mijn vader lijken of bij de kinderen die zwart zijn, net als ik? Max en Alissa denken dat ze op dezelfde manier naar de wereld kijken, tot Salomon door zijn vriendinnetje wordt beschuldigd van verkrachting.

    Salomons oordeel
    Auteur: Robert Vuijsje
    Uitgeverij: Lebowski (2019)

    Vos 8

    In 2017 ontving de Amerikaan George Saunders (1958) de Man Booker Prize voor zijn roman Lincoln in de bardo dat de jury ‘geestig, intelligent en een diep bewegende vertelling’ noemde.
    Saunders vooralsnog vooral bekend om zijn korte verhalen schrijft ook romans en novellen, essays en kinderboeken.

    Vos 8 gaat over een vos die een dromer is. ‘Zijn medevossen nemen hem niet altijd even serieus. Maar hij spreekt mooi wel Mens, een taal die hij zichzelf heeft geleerd door bij een raam naar verhaaltjes voor het slapengaan te luisteren. Vos 8 heeft dus best wat in zijn mars. En wanneer het nieuwe gebouw VosZichtStaete de leefwereld van de vossen bedreigt, vindt hij het geen tijd meer voor dromen maar voor daden.’

    Vos 8
    Auteur: George Saunders
    Uitgeverij: De Geus (2019)

    Als de tijd daar is

    Maurice Blanchot (1907-2003) is zijn leven lang ziekelijk geweest en de dood, zijn eigen of die van de mensen om hem heen, is altijd aanwezig geweest in zijn leven en werk.

    Blanchot lijkt een weinig toegankelijk schrijver. Over Als de tijd daar is schrijft uitgeverij Vleugels: ‘een radicale en bevreemdende roman, die een aantal conventies van de literaire roman doorbreekt. Zelden zal een lezer van een boek zo moeilijk kunnen doordringen in wat de taal beschrijft. En zal deze daardoor beseffen dat taal niet zo’n directe verbinding heeft met een werkelijkheid als men doorgaans denkt. De eerste dertig pagina’s gaan bijvoorbeeld over iets wat misschien drie seconden in beslag neemt: de verteller komt een huis binnen. Hij neemt zoveel tijd om alle indrukken, gedachten én hypothetische mogelijkheden te benoemen dat de taal hier de geschetste werkelijkheid geheel overwoekert. De taal, het vertellen, de manier waarop iets wordt verteld is duidelijk veel belangrijker dan het vertelde zelf. De taal speelt dus eigenlijk de hoofdrol in dit boek, zoals in alle boeken van Blanchot – en de nouveau roman in het algemeen. Het lijkt alsof er meer taal is dan werkelijkheid.’

     

    Als de tijd daar is
    Auteur: Maurice Blanchot
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    De Hollandse reis

    De Hollandse reis verscheen als Le voyage de Hollande voor het eerst in 1964 in Frankrijk en was voorzien van een tekening van Jongkind, een typisch Hollands landschap met windmolens, beemden en scheepjes onder een lage wolkenlucht.
    Het werd een jaar later al herdrukt, en daarna in 1981 en 2005 opnieuw uitgegeven.

    In de zomer van 1963 verbleven Louis Aragon (1897-1982) en zijn vrouw Elsa Triolet (1896-1970) een maand in Nederland. Tussen 29 juli en 26 augustus bezochten ze onder meer Texel, Zuid-Holland (Wassenaar) en Utrecht. De neerslag van die reis vinden we terug in De Hollandse reis, een dichtbundel die bestaat uit zes delen van wisselende lengte (twee tot twaalf gedichten).

     

     

    De Hollandse reis
    Auteur: Louis Aragon
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels
  • Oogst week 3 – 2019

    Vrijheid

    Komend weekend, op 19 januari, opent in Museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling Vrijheid – de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968. Tegelijkertijd verschijnt van Hans den Hartog Jager een boek met dezelfde titel. Den Hartog Jager heeft vijftig ‘kernkunstwerken’ geselecteerd, de – in zijn ogen – meest toonaangevende kunstwerken die de afgelopen vijftig jaar in Nederland zijn gemaakt.

    Op de website van De Fundatie is te lezen waarom zij gekozen hebben voor ‘Vrijheid’ als thema: ‘Juist in deze fragmentarische tijden, waarin de betekenis van veel zaken die in Nederland decennialang vanzelfsprekend leken opnieuw worden bevraagd, willen we tonen wat de essentiële kracht van kunst is: nieuwe vergezichten openen, vastgeroeste normen, waarden en vormen ter discussie stellen, de tijdgeest weerspiegelen, en daarop vooruitlopen. Daarom hebben we gekozen voor ‘vrijheid’ als dragend thema. Dat woord heeft in Nederland de laatste jaren een curieuze, bijna populistische politieke lading gekregen. Vijftig jaar geleden stond ‘vrijheid’ nog voor de nieuwe, revolutionaire ontwikkelingen waarmee bestaande patronen werden doorbroken, nu is het woord vooral een symbool geworden voor het vasthouden aan ‘authentieke Nederlandse waarden’. Tegelijk is het óók eenvoudig vol te houden dat het streven naar vrijheid, onafhankelijkheid, uniciteit, al die jaren een kernwaarde van hedendaagse kunst is gebleven.’

    Waarom ze dit initiatief hebben opgezet staat ook beschreven: ‘Door één keer zoveel ‘kernkunstwerken’ uit de afgelopen decennia bij elkaar te brengen willen we de actuele discussies over de rol van kunst in de maatschappij van nieuwe energie voorzien. Maar uiteindelijk hopen we vooral dat Vrijheid één grote viering wordt van de kracht van kunst: een tentoonstelling en een boek, om mensen te laten genieten, verdieping te bieden en aan te zetten tot denken, juist in deze wereld, in deze tijd.’

    De tentoonstelling loopt van 19 januari t/m 12 mei. Het boek is vanaf heden verkrijgbaar.

    Vrijheid
    Auteur: Hans den Hartog Jager
    Uitgeverij: Athenaeum

    Vacuüm

    Op zijn eigen website vertelt Oscar Spaans waar de verhalen in zijn debuut Vacuüm over gaan: ‘over mensen die het allemaal niet zo goed meer weten.’

    En hij vervolgt: ‘Volgens het cliché schrijf je geen boek zonder dat er bloed, zweet en tranen bij vloeien. In het geval van Vacuüm was het eigenlijk vooral zweet, maar dan wel letterlijk: de inspiratie voor de verhalen deed ik niet zelden op bij het verhuisbedrijf waar ik drie dagen per week werk.’

    De uitgeverij heeft het over personages die onthecht zijn, langs elkaar heen leven en op zoek zijn naar houvast. Ze zitten vast, gaan een nieuwe fase van hun leven in, of sluiten er juist één af: ze bevinden zich allemaal in een vacuüm en moeten omgaan met de leegte die dat met zich meebrengt. Soms zijn het herinneringen aan een bepaalde plek die hen ervan weerhoudt om verder te gaan met hun leven, soms is het de belofte van een nieuw begin dat ze doet besluiten het oude achter zich te laten. In andere gevallen is er van een keuze helemaal geen sprake.

    Een bundel over vallen en weer opstaan, of blijven liggen.

    Verhalen van Oscar Spaans verschenen eerder in o.a. RevisorTirade en Kluger Hans. In 2017 won hij De Grote Lowlands Schrijfwedstrijd met zijn verhaal ‘Beestjes’.

     

    Vacuüm
    Auteur: Oscar Spaans
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Roadblock

    Lovende recensies kreeg Pauline Genee op haar romandebuut Duel met paard dat in 2014 bij Uitgeverij Querido verscheen. Roadblock is haar tweede roman.

    Die vertelt over Ava die verkiezingen gaat waarnemen in een niet al te gevaarlijk land. Het had een onschuldige onderbreking van haar drukke leven moeten worden: een soort vakantie. Maar het loopt anders: bij een roadblock valt Ava’s team in handen van een gewapende groep. Er klinken schoten, Ava wordt van haar teamgenoten gescheiden en belandt, ver van de bewoonde wereld, op een kale berg. In de angstige tijd die volgt probeert ze haar kansen in te schatten.

    Heen en weer slingerend tussen hoop en vrees maakt ze de balans op van haar leven. Heeft ze de juiste keuzes gemaakt? Krijgt ze de kans haar grootste fout recht te zetten?

     

    Roadblock
    Auteur: Pauline Genee
    Uitgeverij: Querido

    Sido

    In 2017 verscheen in de serie Privé-domein De eerste keer dat ik mijn hoed verloor van de Franse schrijfster Colette. Eind 2018 ging een film over haar in première met in de hoofdrol Keira Kneightley,

    Beiden gebeurtenissen waren aanleiding voor uitgeverij Vleugels om Colette’s roman Sido in een herziene vertaling uit te geven.

    In Sido schetst Colette in beeldende beschrijvingen haar jeugd in het Bourgondische dorpje Saint-Sauveur, met haar broers, ‘de wilden’, met wie ze oneindig veel in de bossen speelde, haar mysterieuze, eenzelvige zus, haar eenbenige vader met literaire en politieke ambities en haar eigenzinnige, vooruitstrevende moeder Sido.

    Sido
    Auteur: Colette
  • Vier genomineerde vertalers Dr. Elly Jaffé-prijs vertellen over hun werk

    Vier genomineerde vertalers Dr. Elly Jaffé-prijs vertellen over hun werk

    Dit jaar wordt er voor het eerst met een shortlist gewerkt voor de uiteindelijke winnaar van de driejaarlijkse Dr. Elly Jaffé Prijs wanneer ook het Elly Jaffé stipendium bekend wordt gemaakt. De shortlist werd op 20 maart j.l. vrijgegeven. Vertalers Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes zijn de genomineerden voor de beste literaire vertaling uit het Frans. Al is niet iedereen blij met de shortlist. Anneke Alderlieste (1943) heeft zo haar bedenkingen hierover. ‘De prijs is tot nu toe altijd, hupsakee, aan één winnaar toegekend. Die kon dan bij de uitreiking een prachtig doorwrocht dankwoord uitspreken. Ik heb mevrouw Jaffé nog gekend, volgens mij wilde zij dat zo. Persoonlijk verheug ik me er niet op dat we straks allemaal in spanning zitten af te wachten wie de winnaar wordt.’

    Lees meer op de site van de Auteursbond waar de genomineerden vertellen hoe ze soms jarenlang puzzelen aan vertalingen om ze in alle opzichten recht te doen aan het Franstalige origineel. Met eindeloos geduld zoeken naar Nederlandse zinnen die de juiste beelden, klanken en gevoelens van een boek oproepen. Maar alles met liefde voor de taal en het verhaal.

    De prijsuitreiking vindt plaats op 31 mei 2018 in Vondel CS in Amsterdam. De winnaar ontvangt € 40.000 euro. Ook is er een Stipendium van € 7.000,- te vergeven als aanmoediging voor beginnende vertalers. De drie genomineerden voor het Stipendium 2018 zijn Carlijn Brouwer, Gertrud Maes en Eva Wissenburg. De jury 2018 bestaat uit Philip Freriks, Rudi Wester, Wineke de Boer en Eric Metz.

    De Dr. Elly Jaffé Prijs werd in 2001 ingesteld op initiatief van mevrouw Elly Jaffé (1920-2003). Zij gaf les, maakte vertalingen en was jarenlang literair criticus van Franse literatuur voor het weekblad De Groene Amsterdammer.

    Eerdere prijswinnaars waren Hans van Pinxteren (2001), Marianne Kaas (2003), Rokus Hofstede (2005), Jeanne Holierhoek (2007), Mirjam de Veth (2009), Jan H. Mysjkin (2012) en Hannie Vermeer-Pardoen (2015).

     

     

  • Oogst week 18 – 2018

    Kliffen

    Op 31 mei aanstaande is de bekendmaking van de dr. Elly Jaffé Prijs 2018, een driejaarlijkse prijs voor de beste vertaling van een Frans literair werk in het Nederlands.
    Vertaalster Kiki Coumans is met 6 titels genomineerd. Ze vertaalt proza en poëzie uit het Frans, onder andere werk van Colette, Boris Vian en Yves Bonnefoy.
    Coumans is ook verantwoordelijk voor de vertaling van Kliffen van de Franse schrijver Olivier Adam, dat binnenkort in de Franse reeks bij uitgeverij Vleugels verschijnt.
    Olivier Adam (1974) debuteerde in 2000 met Je vais bien, ne t’en fais pas, dat ook werd verfilmd. Sindsdien schreef hij twaalf romans en een aantal jeugdboeken. Kliffen werd genomineerd voor zowel de Prix Médicis als de Prix Goncourt.

    Volgens uitgeverij Vleugels is Kliffen een melancholieke coming of age-roman die terugblikt op een grauwe jeugd in de jaren 80 en 90, over een stelletje dolende vrienden dat elkaar vindt onder de klanken van Lou Reed, The Cure en The Smiths.

    Verschijnt 14 mei

    Kliffen
    Auteur: Olivier Adam
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Vrouwen

    Ook bij uitgeverij Vleugels verschijnt Vrouwen van de Roemeense schrijver Mihail Sebastian (1907-1945). 

    Sebastian was in Roemenië een van de succesvolste schrijvers uit het interbellum, maar werd vooral na de val van het communisme alom bekend en geliefd. Zijn internationale doorbraak heeft hij aan de publicatie van zijn Dagboek 1935-1944 te danken. Arthur Miller: ‘Zijn proza had door Tsjechov kunnen zijn geschreven – dezelfde ingetogenheid, openheid en scherpzinnigheid in de waarneming. Hier staan we voor een leven en een absurde dood die ons nog lang in de ban zullen houden.’
    Een absurde dood, inderdaad: De joodse Sebastian kwam de Tweede Wereldoorlog door zonder deportatie maar kwam na de bevrijding in mei 1945 in Boekarest onder een Russische vrachtwagen.

    Vrouwen, – het boek bestaat uit vier novellen die hun eenheid vinden in hetzelfde hoofdpersonage dat als jongeling de vrouw en de erotiek ontdekt – is vertaald door de Vlaming Jan H. Mysjkin die zich al jaren toelegt op de vertaling en promotie van de Roemeense poëzie en literatuur. Omgekeerd heeft hij in duo met dichteres Doina Ioanid ook Nederlandstalige dichters in het Roemeens vertaald. Voor zijn vertalingen zowel in als naar het Roemeens en Frans is hij veelvuldig bekroond.

    Vrouwen
    Auteur: Mihail Sebastian
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels (2018)

    De Kapellekensbaan

    De Kapellekensbaan van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon verscheen voor het eerst in 1953. Sindsdien is het vele malen opnieuw uitgegeven. Het wordt inmiddels beschouwd als een van de hoogtepunten van de Nederlandstalige literatuur uit de vorige eeuw, maar veroorzaakte ophef bij verschijnen van de eerste druk. Het week in vorm, structuur, inhoud en taalgebruik teveel af van wat tot dan gemeengoed was. 

    Maar ook heden ten dage worden lezers gewaarschuwd èn aangemoedigd: De Vlaamse schrijver Tom Lanoye schrijft (Revue Lanoye, 2016, p. 43): ‘Bijt op Uw tanden, schattebouten, en zet door. Vooral tijdens de eerste paar bladzijden. Laat U niet afschrikken en geniet juist van deze onverwachte woorden hier, dat gekke voorzetsel ginds, die maffe uitdrukking daar. U went er snel aan – lees voort, lees voort! De context geeft de betekenis wel prijs en wees gerust, Uw beloning is niet min. U krijgt een boek te lezen zoals U er nog nooit een las.’

    Het boek gaat over het meisje Ondineke Bosmans dat wil ontsnappen aan het grauwe bestaan in de fabrieksstad Aalst, ‘de stad van de 2 fabrieken waar het altijd regent, zelfs als de zonne schijnt’, – en de geboortestad van Boon.
    Het lukt haar echter niet. Een bonte stoet aan personages geeft voortdurend commentaar waardoor een chaotisch geheel ontstaat.
    Die stad blijkt onze eigen naoorlogse wereld te zijn, waarover de schrijver van Ondinekes verhaal en enkele huisvrienden heftig debatteren. Over één ding zijn ze het niettemin eens: het is de hoogste tijd om met zijn allen op zoek te gaan naar ‘de waarden die waarlijk tellen’ in ons kortstondige bestaan.

    De Kapellekensbaan
    Auteur: Louis Paul Boon
    Uitgeverij: Athenaeum (2018)

    Sampler

    Tot slot aandacht voor een even opmerkelijk als sympathiek initiatief: Uitgeverij Das Mag geeft een bundel uit met acht verhalen van jonge, onbekende en nog nergens onder contract staande schrijvers. Zij mochten geheel vrij een verhaal schrijven en werden alleen gehouden aan een maximumlengte. En omdat het erom gaat dat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen nemen van de inhoud van Sampler, is de prijs ook laag gehouden: € 5,- voor een papieren editie, gratis als e-boek.

    In Sampler staan verhalen van: Sarah Arnolds, Peter Buurman, Jacco Doppenberg, Rashif El Kaoui, Sofie Lakmaker, Carl Plaisier, Fenna Riethof en Pete Wu.

    Sampler
    Auteur: Sarah Arnolds ; Peter Buurman ; Sofie Lakmaker ; Rashif El Kaoui ; Jacco Doppenberg ; Pete Wu ; Carl Plaisier ; Fenna Riethof
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag (2018)
  • Martin de Haan wint Filter Vertaalprijs 2018

    Gisteren werd op Wereldboekendag door de jury van de Filter Vertaalprijs in samenwerking met Het Literatuurhuis Utrecht bekend gemaakt dat van de vijf genomineerden Martin de Haan voor de nieuwe vertaling van Choderlos de Laclos, Riskante relaties (Arbeiderspers) de prijs gewonnen heeft.

    Les Liaisons dangereuses is een omvangrijk werk en werd de afgelopen vijftig jaar al driemaal eerder vertaald. Volgens de jury is met de vertaling van Martin de Haan pas ten volle van het boek te genieten.

    Martin de Haan (1966) is essayist en vertaler van (voornamelijk) Franse literatuur. Hij is onder meer vaste vertaler van Milan Kundera en Michel Houellebecq. In samenwerking met vertaler Rokus Hofstede vertaalde Martin de Haan werk van o.a. Régis Jauffret en Marcel Proust. Als essayist publiceerde hij een boek over Michel Houellebecq, Aan de rand van de wereld, en tal van beschouwingen in dagbladen en tijdschriften.

     

    De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks beschikbaar gesteld voor de meest bijzondere vertaling uit het voorgaande jaar. Het prijzengeld bedraagt € 10.000 en werd dit jaar bijeengebracht door de uitgeverijen Atlas Contact, Boom, De Bezige Bij, Lebowski, Singel Uitgeverijen, Vantilt, Van Oorschot, Wereldbibliotheek en enkele anonieme begunstigers die hiermee willen bijdragen aan een hogere waardering voor vertaalprestaties.

    Overige genomineerden waren:
    Kiki Coumans voor Het raam gaat open als een sinaasappel van Guillaume Apollinaire (Uitgeverij Vleugels)
    Piet Gerbrandy en Casper de Jonge voor Poëtica van Aristoteles (Historische Uitgeverij)
    Lisa Thunnissen voor De cowboykampioen van Aura Xilonen (Uitgeverij Wereldbibliotheek)
    Han van der Vegt voor Omeros van Derek Walcott (Bananafish)

    De jury bestond dit jaar uit Jacqueline Bel (voorzitter), Erik van den Berg, Harm-Jan van Dam, Vicky Francken, Robbert-Jan Henkes (winnaar van de prijs in 2017) en Eva Wissenburg (secretaris).