• Reizen

    Reizen

    Ik reis van Amerika naar IJsland, Irak en weer terug naar Amerika. Al die tijd bevind ik me aan de Italiaanse kust: mijn huwelijksreis gaat naar Sicilië. De eerste dagen zit mijn hoofd bij de personages die Tommy Orange in zijn debuut tot leven schiep. Tony Loneman, geboren met foetaal alcoholsyndroom, blijft het langst bij. Zijn eigen afwijking kan hij niet uitspreken: ‘Het enige wat ik hoorde was ‘Droom’, en daar zat ik, voor de tv die uitstond, en staarde ernaar. Mijn gezicht breeduit op het scherm. De Droom’. Orange schept een Amerika dat ik niet ken, niet alleen omdat ik er nog nooit geweest ben, maar vooral omdat ik niet afstam van de Indianen en hun verlies nooit ten volle zal begrijpen. Er is geen daar daar gunt me een glimp.
    Ondertussen leert de baby, ook mee op vakantie, zichzelf kruipen. Zijn wereld wordt groter, wij zijn getuige.

    Friday Black van Nane Kwame Adjei-Brenyah toont eveneens een onbekend Amerika. In verhalen die zich deels in de toekomst afspelen laat Adjei-Brenyah de vele verschrikkelijke gezichten van racisme, hebzucht en de menselijke drang naar geweld zien. In het IJsland dat Gerwin van der Werf in Een onbarmhartig pad schetst is het landschap even angstaanjagend als de situatie van de hoofdpersoon. Tiddo voelt de afstand tot zijn vrouw en zoon toenemen. Een reis moet de redding van het gezin zijn. Maar zoals het gaat met dingen die iets moeten goedmaken – notitie: lekker laten staan, die lifters.
    Aan het Italiaanse strand hoeft gelukkig niets gered te worden. De baby onderzoekt het zand, wij proosten maar weer eens ergens op.

    Intussen reis ik af naar Irak. Het is oorlog. Wie let er op wie, wie redt wie? Ook hier een wereld, leger en land, die ik nooit zal kennen. Vriendschap en machteloosheid ken ik wel. De gele vogels van Kevin C. Powers krijgt me in tranen. Het einde van de vakantie nadert. Het valt me altijd zwaar, afscheid nemen van de zee. Mijn man zegt dat die ene cocktail meer iets voor mannen is, dus drink ik er twee. Hij heeft gelijk.
    Nog een keer naar Amerika dan. Jori Stam tekent in Oregon een wereld en verwarring die aan Fargo doet denken. De sneeuw, de voetstappen, de haas, ik blijf er lang op kauwen en dat is goed. Thuis, in Nederland, ben ik moe maar voldaan. Ik ging naar Sicilië maar maakte een wereldreis.

     


    Marijn Sikken mijmert over boeken en verhalen en schrijft daarover. In 2017 debuteerde ze met de roman, Probeer om te keren bij Uitgeverij Cossee.

  • Willoos in de chaos

    Willoos in de chaos

    Kevin Powers was 17 toen hij zich aanmeldde bij het Amerikaanse leger. In 2004 en 2005 diende hij als mitrailleur in Irak. Na zijn diensttijd had hij een paar uitzichtloze baantjes voordat hij besloot Engels te gaan studeren. Nu is hij docent poëzie aan de Universiteit van Texas. In 2012 verscheen zijn debuutroman The Yellow Birds waarvan de rechten voor verschijning al aan 16 landen verkocht waren. Tegen de tijd dat in september 2012 de Nederlandse vertaling ‘De gele vogels‘ een feit was, stond het boek al op de longlist van de Guardian First Book Award. En terecht.

    De gele vogels vertelt het verhaal van soldaat John Bartle. De lezer is niet alleen getuige van zijn diensttijd in Irak, – dagen die gevuld zijn met dood en ellende – , maar ook van zijn onvermogen om zich na terugkomst aan te passen aan het normale leven.
    De openingsscène speelt zich af op een dak ergens in de stad Al Tafar in Irak. De Amerikanen zijn in een vuurgevecht verwikkeld met een onzichtbare vijand. Bartle probeert zichzelf in zijn angst om te sterven van alles wijs te maken. Als hij maar niet opvalt en anoniem blijft, zal hij vast niet sneuvelen. ‘We verwarden correlatie met oorzakelijkheid en kenden een speciale betekenis toe aan de portretfoto’s van de doden, gerangschikt naar hun positie op de groeiende slachtofferlijsten in de kranten, ten teken dat de oorlog een bepaalde orde kende.’ De tegenstrijdige gevoelens worden goed beschreven: ‘Het maakte ons blij dat te lezen. Niet omdat zij dood was, maar omdat wij het niet waren.’ De dood als bevestiging van zijn eigen leven.

    Bartle hangt aan de kameraadschap met zijn medesoldaten en kent gevoelens van liefde en haat voor zijn sergeant Sterling. ‘Ik haatte het hoe laf ik bleef tot hij riep: “Maak ze af, die geitenneukers!” Haatte het hoezeer ik van hem hield als ik dankzij hem mijn doodsangst overwon en begon te schieten, hem ook zag schieten, met een grijnslach, onophoudelijk schreeuwend. Haatte zijn vermogen om alle haat van deze omgeving, deze paar hectaren, in zich op te nemen en om te zetten in nietsontziende moodzucht.’ Er zijn momenten dat hij Sterlings goedkeuring koestert, maar er zijn evenveel momenten dat deze man hem angst in boezemt. ‘Ik vroeg me af hoeveel verder hij zou kunnen gaan. En hoeveel verder ík zou kunnen gaan. Waar zou hij ons nog toe kunnen brengen?’

    Van het dak in Irak neemt Bartle de lezer mee terug in de tijd: naar zijn training, zijn reactie op zijn uitzending, het afscheid van familie, maar vooral zijn ontmoeting met medesoldaat Murphy is belangrijk. Net voor hun missie doet Bartle Murphys moeder een onmogelijke belofte. Een snelle toezegging die cruciaal blijkt te zijn voor het verloop van zijn leven. De auteur springt soepel door de tijd: het verloop van de missie in Irak wordt afgewisseld met het leven dat opgepakt moet worden in Amerika. De tijd in Irak wordt gekenmerkt door overleven. Angst, onverschilligheid, doffe machteloosheid en barbaarsheid wisselen elkaar af. Niet alleen de soldaten en bevolkingen lijden, datzelfde geldt voor de stad: die lege stad die er smeulend bij ligt, tot op het bot ontluisterd. Terug in Amerika overheersen de desoriëntatie en het onvermogen terug te keren in de wereld. Ook thuis blijft hij ontheemd: ‘De mogelijkheid van een volgende dag lijkt de meest fundamentele natuurwetten te trotseren.’ Bartle heeft last van schuldgevoelens en schaamte, maar vooral de reconstructie van de waarheid rond de dood van Murphy houdt hem dag en nacht bezig. Zijn warrige gedachten en tegenstrijdige gevoelens zijn overtuigend neergezet. Soms zijn zij zo overweldigend dat de gedachtengang van Bartle een zin van ruim 2 pagina’s beslaat. Maar zelfs zo’n zin is logisch en prima te volgen.

    De gele vogels is meer dan een bildungsroman van een soldaat. Het gaat om relaties en onderlinge verhoudingen. Bartle blijft zoeken of en zo ja in welke mate hij verantwoordelijk is voor de dood van Murphy. Zijn geheugen speelt hem parten: wat is vertelling en wat is waarheid? Het is een gevecht om zijn herinneringen te ordenen tot een samenhangend geheel. ‘Ik kon niet meer uitmaken wat waar was en wat ik me slechts inbeeldde…’

    Uiteindelijk kan Bartle maar tot één conclusie komen: hij was geen held, geen toonbeeld van krijgshartigheid en het was enkel geluk dat hij overleefde en anderen niet. Maar zijn de overlevenden schuldig aan de dood van de gesneuvelden? ‘Wie kon nog denken dat zijn wil ertoe deed in zo’n chaos?’ En in die allesoverheersende wanorde moet een mens aanvaarden dat er geen blijvende waarheid is.
    De grote vraagstukken maken De gele vogels heel wat meer dan de beschrijving van een oorlog, het is een zoektocht naar waarheid en verantwoordelijkheid.

    Een prachtige, aangrijpende roman.