• Brieven aan zijn Mieske, een waar revolutionair

    Brieven aan zijn Mieske, een waar revolutionair

    Soms komt een boek op het juiste moment. Dat geldt voor Wissel op de toekomst van Soetan Sjahrir (1909-1966), waarbij Soetan geen voornaam is maar een titel. Eerder werd er in 1945 van deze Indonesische nationalist, Indonesische overpeinzingen uitgegeven dat meerdere drukken kende. Wissel op de toekomst komt op het juiste moment omdat het in de slipstream van vijfenzeventig jaar onafhankelijkheid van Indonesië verschijnt, waardoor de belangstelling voor de koloniale geschiedenis in ons land toeneemt. Zo kwam de naam Sjahrir ook bovendrijven in het boek Revolusi van David Van Reybrouck, zijn naam neemt in het register bijna een hele kolom aan verwijzingen in beslag, met toevoegingen als: premier, arrestatie en ballingschap, gevangenschap en overlijden.

    Nu is er dan een vollediger beeld van hemzelf beschikbaar in de vorm van brieven die hij schreef aan zijn Hollandse geliefde Maria Duchâteau, die hij Mies of Mieske noemde. De brieven zijn bezorgd door Kees Snoek, die in Indonesië heeft gewoond, onder meer de biografie van Eddy du Perron publiceerde en poëzie vertaalde van Sitor Situmorang en Rendra. De brieven omvatten de periode 1931-1945, van het idee van Soekarno om een nieuwe partij op te richten tot de dekolonisatieperiode. De laatste brief dateert van kerst 1945. In voetnoten wordt telkens de politieke achtergrond – die meeklinkt in de brieven – geschetst, zodat de kennis daarvan voor de lezer wordt verdiept.   

    Toekomstplannen

    Sjahrir heeft toekomstplannen voor zijn land die hij met zijn geliefde deelt, maar hij is bang dat de Indonesiërs vijandig tegenover de Hollandse Maria Duchâteau zullen staan, temeer daar ze nog getrouwd is met Sal Tas, voorman van de SDAP. Deze houding blijkt ook uit, ‘maar Mies was van het begin tot het einde een waar revolutionair. Standvastig en principieel.’
    Het is altijd jammer niet te weten hoe zij hier zelf over dacht, want haar brieven zijn helaas niet bewaard gebleven. We moeten het doen met verzuchtingen van Sjahrir in de trant van: ‘Als je hard en koel schrijft (…) doe je mij zoveel verdriet aan en Mieske het is niet waar’.   

    Sjahrir maakt zich per brief ook losser van haar en hecht sterk aan zijn werk en aan Ita, een vrouw waarmee hij, zoals we nu zeggen, een knipperlichtverhouding heeft. Hij lijkt Mies daarnaast vooral nodig te hebben om zijn verhaal kwijt te kunnen. Hier past enige schroom, want zijn brieven zijn in eerste instantie niet voor onze ogen bedoeld en al helemaal niet om ons oordeel op los te laten. Toch ontkom je als lezer niet helemaal aan deze beeldvorming, waarbij aangetekend dat het Sjahrir zelf de eerste is die zijn eigen tekortkomingen meteen weer relativeert: ‘Mijn eigen lot interesseert mij maar matigjes’, schrijft hij nadat hij in maart 1934 gevangen is genomen en naar Boven-Digoel werd verbannen, samen met onder meer Mohammad Hatta, de opvolger van Soekarno als partijleider. Later werd Sjahrir overgeplaatst naar Banda. Bovendien moeten we als lezer natuurlijk ook niet vergeten, dat de brieven werden gecensureerd.
    De reden van zijn gevangenneming en verbanning is, dat hij als ‘gevaarlijk voor de openbare rust en orde’ wordt beschouwd (volgens de wet van 1854). Een wreedheid die volslagen in tegenstelling is tot enkele mooie natuurbeschrijvingen die Sjahrir geeft van Nieuw-Guinea.

    Tegenstellingen

    Het zijn juist zulke tegenstellingen die schrijnen, en die ook het begin vormen van een ander recent verschenen boek, De strijd om Bali van Anne-Lot Hoeks. Zij zag in 2013 foto’s uit het album van een veteraan. Gruwelijke foto’s die ze niet kon rijmen met een bezoek dat ze eerder, in 2011 aan Bali bracht. De veteraan, vertelde zij tijdens een bijeenkomst in Spui25 in Amsterdam, wilde echter, toen ze hem in Parijs bezocht, vooral zijn eigen verhaal kwijt, terwijl Hoek in de eerste plaats op zoek was naar het grote, koloniale verhaal. Wat ze overigens ook ondersteunt met brieven, die een belangrijk onderzoeksobject blijven.

    Opvallend is, dat Sjahrir op een gegeven moment schrijft dat Mies ‘weer zo heerlijk sterk’ in hem leeft. ‘Overal voel ik je nabijheid en soms zie ik je zo voor mij staan. Heerlijk is dat liefste.’ Het lijkt of Sjahrir de lezer in zijn gevoelens over hem en Mies telkens een stapje voor is. Hij is niet bitter meer dat zij zo weinig schrijft, want de brieven die hij krijgt beuren hem in de situatie waarin hij verkeert op. Het lukt de lezer steeds beter zich in beider posities in te leven, hij ver van zijn vrouw en kinderen, zij met de kinderen ver van hem, met wie ze in september 1935 ‘met de handschoen’ trouwt.

    En toch schrijft Sjahrir opeens weer dat hij zich aangetrokken voelt tot het geestelijk nihilisme van Eddy du Perron, met wie hij contact heeft. Het geeft duidelijk zijn verwarring weer, want hij weet dat hij elk moment zou kunnen worden doodgeschoten. 

    Biografische schets

    Na de brieven volgen zo’n tachtig pagina’s met een biografische schets. Hierin leren we Sjahrir kennen als een analytische geest, hoewel de romantiek soms van zijn brieven afdruipt. Wat niet wegneemt dat hij ook Mies gebruikt als instrument om zijn hart te kunnen luchten en als makker in zijn revolutionaire strijd. Hij wordt ongeduldig als het niet gaat zoals hij wil. Tijdens zijn gevangenschap krijgt een zeker fatalisme vat op hem, dat na zijn overplaatsing naar Banda plaats maakt voor meer onverschilligheid.

    De notities van Kees Snoek bevestigen wat de aandachtige lezer al in Sjahrirs brieven had bespeurd, dat Sjahrir en Maria Duchâteau niet in staat zijn om zich in elkaars situatie in te leven. De biografische notities gaan door waar de brieven stopten. Sjahrir is inmiddels premier (november 1945-juni 1947) en Maria verdwijnt helemaal naar de achtergrond. Ze hebben elkaar nog een keer gezien: op 2 april 1947 in New Delhi, tijdens een door Nehru belegde conferentie. Het was een pijnlijk en nogal koel weerzien. Ze scheiden en hertrouwen beiden. In 1962 wordt Sjahrir beschuldigd van betrokkenheid bij een aanslag op Soekarno. Hij wordt gevangen genomen en op verzoek van zijn vrouw voor medische verzorging na enkele beroertes overgebracht naar Zürich, waar hij in 1966 zal overlijden.

    Door hun gelaagdheid en de aanvullende informatie zijn de brieven van Sjahrir aan Maria Dûchateau interessant voor een breed lezerspubliek. Voor lezers die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het kolonialisme in het algemeen en die van Indonesië in het bijzonder. En voor hen die geïnteresseerd zijn in de vraag hoe een huwelijk, hoe twee geestelijk aan elkaar verwante mensen al dan niet bestand zijn tegen een fysieke scheiding. Minder voor lezers die mooie, letterkundig hoogstaande liefdesbrieven willen lezen, maar dat was primair ook niet de bedoeling van deze uitgave. 

     

  • Oogst week 35 – 2021

    Wissel op de toekomst

    Wissel op de toekomst Brieven van de Indonesische nationalist aan zijn Hollandse geliefde, van Soetan Sjahrir. 

    Soetan Sjahrir (1909-1966) was oud premier van de Republiek Indonesie. Gedurende de dekolonisatie van Indonesië (1945–1949) was een belangrijke rol weggelegd voor deze kritische jongeling. Toen hij eind jaren twintig ging studeren in Amsterdam, ontmoette hij de Hollandse Maria Duchâteau. Zij werd Sjahrirs geliefde en strijdkameraad voor een vrij Indonesië. Zij volgde hem naar Indië, waar hij een politieke partij zou opzetten, maar werd teruggestuurd door het koloniale gouvernement. Vanuit die positie ontstond een briefwisseling. De brieven die Sjahrir aan Duchâteau schreef zijn zeer afwisselend, met een scherpe visie op de geopolitieke situatie en koloniale werkelijkheid, maar ook brieven vol verlangen en heimwee naar elkaar. In 1936 huwden zij ‘met de handschoen’, pas  in 1947, anderhalf jaar nadat Sjahrir was uitgeroepen tot premier van de Republiek Indonesië, zagen zij elkaar weer.

    Keuze uit de brieven is gemaakt en bezorgd door Kees Snoek, aangevuld met een biografische schets.
    Athenaeum Boekhandel publiceerde de eerste brief.

    Wissel op de toekomst
    Auteur: Bezorgd door Kees Snoek
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Toen ik klein was, was ik niet bang

    Gershwin Bonevacia (1992) is dichter, spoken word artiest en de huidige stadsdichter van Amsterdam. Kort geleden verscheen zijn nieuwe dichtbundel, Toen ik klein was, was ik niet bang. We maken kennis met Gush, de 10-jarige Gershwin Bonevacia die opgroeit in Rotterdam-Zuid. Een rebels en onbevangen kind, ondanks dat hij moeilijk meekomt op school en worstelt met dyslectie en racisme. Maar Gush is niet bang. Pas later vroeg Gershwin zich af: ‘Gush, waarom was je niet bang?’

    In deze bundel gaat Gershwin Bonevacia in dialoog met zijn 10-jarige ik middels een reeks zelfportretten en herinneringen over zijn worsteling met dyslectie, migratie, onveilig opgroeien en zijn droom om ooit astronaut te worden. Een onderzoek naar familiebanden, onverwerkte trauma’s, vergeten geschiedenis en kind-zijn. Toen ik klein was, was ik niet bang is een ode aan zijn jonge onbevreesde ik en een verwoede poging om die weer meer onderdeel van Gershwin Bonevacia te maken. Hier enkele strofen uit de bundel:

    ‘Tussen de middag’

    er zijn goede en slechte kinderen
    de slechte kinderen zijn verlaten door hun vader
    de goede kinderen gaan tussen de middag naar huis
    alle slechte kinderen worden opgehaald
    door een neef
    soms komt de neef niet
    de goede kinderen gaan naar de camping
    alle slechte kinderen worden gepest
    meisjes worden voorbereid op een cyclus
    zwarte kinderen worden profvoetballer
    ben je een gebroken kind
    dan word je gelijmd
    maar alleen als je ophoudt je te schamen
    (…)

    Toen ik klein was, was ik niet bang
    Auteur: Gershwin Bonevacia
    Uitgeverij: Das Mag

    Harlem Shuffle

    Colson Whitehead (1969) is een New Yorkse romanschrijver. Met De jongens van Nickel (2019) won hij de Pulitzerprijs.

    Zijn laatste roman, Harlem Shuffle, gaat over meubelverkoper Ray Carney, die een fatsoenlijk leven probeert te leiden. Zijn buren in 125th street in Harlem zien hem als beschaafd man, maar weten niet dat Ray afkomstig is uit een familie van bendeleden en boeven. Ray heeft er alles aan gedaan daar los van te komen. Hij heeft veel bereikt, zijn vrouw is in verwachting, beter kan het gewoon niet.

    Dan begint zijn brave burgermansbestaan barsten te vertonen. Barsten die steeds groter worden dankzij zijn louche, onfortuinlijke neef Freddy, die dankbaar gebruikmaakt van Rays keurige façade – en hem ondertussen de Harlemse onderwereld in sleurt. Terwijl Ray worstelt met zijn dubbelleven wordt het hem steeds duidelijker wie de touwtjes in handen heeft in Harlem. De vraag is of Ray hier zonder kleerscheuren vanaf komt, zijn burgermans leventje weer herpakken kan.

    Harlem Shuffle
    Auteur: Colson Whitehead
    Uitgeverij: AtlasContact
  • Ter Braak & Du Perron in Salon Saffier

    Agenda / vrijdag 19 juni / 20.15 uur / Utrecht

    Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Menno ter Braak en Eddy du Perron op 14 mei 1940 overleden. Ter Braak maakte op de dag van de capitulatie van Nederland een eind aan zijn leven, Du Perron overleed aan een hartaanval.

    Menno ter Braak en Eddy du Perron staan te boek als schrijvers en critici die een stempel drukten op de Nederlandse cultuurgeschiedenis van de jaren dertig. Zij trokken ten strijde tegen allerlei opvattingen in het toenmalige literaire en politieke leven. Hun samenwerking bereikte een hoogtepunt ten tijde van het tijdschrift Forum, het tijdschrift dat eigenzinnige standpunten uitdroeg, waaronder m.n.: de persoonlijkheid van de schrijver is belangrijker dan de vormgeving. De roemruchte literaire ‘vorm-vent discussie’ was geboren. Ook in hun waardering voor Multatuli vonden ze elkaar. In de tien jaar van hun vriendschap (1930-1940) wisselden Menno ter Braak en Eddy du Perron meer dan twaalfhonderd brieven met elkaar uit.

    In Salon Saffier schetsen hun biografen Léon Hanssen en Kees Snoek een portret van deze geestverwanten in het Interbellum. Na de pauze spreekt literatuurcriticus Arjan Peters met hen onder andere over de literaire, kunstzinnige en maatschappelijke betekenis van de schrijvers – toen en nu.

    Locatie: Wijde Doelen 8A, Utrecht
    Toegang: € 17,00
    In verband met beperkte ruimte: reserveer voor deze voorstelling