• Water dat niet meer bewoog – Extaze 2011 – 0

    In een tijd dat het voortbestaan van literaire tijdschriften op losse schroeven staat verscheen in april het nieuwe literaire tijdschrift Extaze. Dat getuigt van lef, maar niet zonder reden. De inhoud is  van een gehalte waar je stil van wordt, en geniet. Hemelbestormers uit liefde en passie voor de literatuur, Haagsche literatuur wel te verstaan. Zelf vonden ze het ook een gotspe, om de literatuurgod van Nederland te tarten, want zo voelt het toch wel. Als ware Titaantjes willen zij de (Haagse) literatuur een kontje geven. Hup naar boven, bestorm die hemel.

    Vanuit de behoefte de literaire leemte van de stad Den Haag te vullen, is Extaze ontstaan. Of beter: Extaze moet Den Haag weer op de literaire kaart zetten. Deze is in eerste instantie weggelegd voor Haagse schrijvers en daarnaast staan ze open voor Nederlandstalige schrijvers van waar dan ook.

    Gesprek met filosofen

    Filosoof Tom Domisse schreef een essay over liefde en ironie. Hij  voert een gesprek  met Goethe en Schiller dat van commentaar wordt voorzien door Thomas Mann. Mann noemde Goethe de meest omvattende, alzijdige dilletant die ooit geleefd heeft. Dit alles omkaderd door Faust, opgevoerd in de Koninklijke Schouwburg door het Nationaal Toneel. Hoe de Faust, het theaterstuk en Faust als persoon nog steeds confronteert als de ultieme kunst van sterflijkheid. Een essay dat vervolgd wordt in het volgende nummer van Extaze, zo belooft Domisse.

    Kees Schuyt (auteur van J.B. Charles/W. H. Nagel, 1910-1983), schreef, De wind steekt op: het wonderlijke van het gewone. Een essay over de Haagse schilder-dichter Willem Hussem (1900-1974). Hussem was een meester in het poëtische miniatuur: ‘Mensen zijn wolken / waar zij komen / betrekt de lucht’.
    Schuyt beschrijft  met enthousiasme het dubbeltalent van Hussem. Waarbij het zeldzaam is dat in beide kunstvormen, schilderen en dichten, het hoogste niveau wordt bereik, zoals bij Hussem het geval was.

    Van radiomaker en schrijver Wim Noordhoek, een stuk over het kunstenaarschap van Van Eeden, Het Den Haag van Marcel van Eeden. Marcel van Eeden (1965) maakt beeldboeken en zijn werk siert deze Extaze. Het is van een wonderlijke realiteit die aan een verleden doet denken dat om de hoek ligt. Noordhoek zegt daarover: ‘Van Eeden fossiliseert het recent verleden.’ Zo is het, zijn tekeningen lijken versluierde, stenen beelden van een levendige werkelijkheid. Als ansichtkaarten die nooit verstuurd worden. Noordhoek is aanstekelijk beeldend in zijn taalgebruik om te duiden wat het werk van Van Eeden hem toont.

    Haagse roman

    Filosoof en journalist Jan-Hendrik Bakker, schreef een prettige analyse over het heden en verleden van de Haagse roman, Verstilling en ondergang (De erfenis van de Haagse roman). Bakker gelooft, in tegenstelling tot anderen, dat de Haagse roman niet dood is. Hij schrijft dat in de stereotype Haagse roman adel een belangrijke rol speelt. Evenals verveling, onbestemde verlangens, moord en andere misstappen. ‘In de Haagse roman gingen welgestelde families langzaam ten onder, kwijnden jonge dames weg en hield men er kleverige zondes op na.’ Hiermee ‘Eline Vere’ van Couperus in herinnering roepend. Hij eindigt met te zeggen dat Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje nooit in Den Haag geschreven had kunnen zijn. Want: te grappig en schaamteloos extravert. ‘Hier waart nog steeds de geest van Eline rond. Alles moet bedekt blijven, een beetje dubbel, met de gordijnen dicht. Wij lijden in stilte. Totdat ze ons vinden in ons boudoir en iemand daarover dan een verhaal vertelt …’

    Het verhaal van schrijfster Nicolette Smabers De hellehond. Een vrouw verliest haar tweeling broer op de dag dat ze elkaar zouden treffen aan het strand om de sterfdag van hun moeder te gedenken. Ze gaat alsnog naar hun afspraak, waarbij de  repeterende gesprekken en handelingen tussen haar broer en zichzelf in haar hoofd schrijnend zijn.

    Van Kees ’t Hart het vermakelijke stuk, Rondhangen. De schrijver opent met, ‘Verreweg het beste is rondhangen, maar dan ook echt rondhangen. Rondhangen zonder reddingsboeien. Bedacht rondhangen is het einde van rondhangen.’ Begint ’t Hart aldus, wat volgt kan gelezen worden als een handleiding om het ultieme rondhangen onder de knie te krijgen. Het beste is dat je daarbij je ogen open hebt. En dan bedenken dat je je ogen open hebt en ergens naar kijkt. ‘Voor de televisie kijken naar een programma dat je niet wilt zien en blijven rondhangen omdat je rond bent gaan hangen. A is B.’

    Indisch Den Haag

    Kees Ruys (biograaf van Aya Zikken) schreef een uitgebreide en boeiende inleiding over het leven en werk van F. van den Bosch (1922-2001). Het verhaal Goupil van F. van den Bosch leest als een biecht. Van den Bosch beschrijft zijn jeugdjaren in Nederlands Indie, het leven als kind op straat en zijn omgang met een Indische jongen waar hij een onbestemde angst voor heeft maar toch bevriend mee raakt. En wat er allemaal in het ongezegde leeft dat als voelbare bovennatuurlijke kracht uit het verhaal naar boven komt. Een persoonlijk verhaal is het. Van den Bosch is een schrijver die voornamelijk voor zichzelf schrijft om de heftigheid van- en de veelheid aan herinneringen te kunnen ordenen. Daarna kwam altijd de schaamte.

    Het korte verhaal De man, de vogel en de hond van Yolande de Kok leest als een choreografie voor een man, een hond en een vogel. Met een onverwacht dramatische afloop. Verder bijdragen van Gertrude Kunze, Peter J. van Dijk (kort verhaal), Paul Steenhauer, Gilles Boeuf en Didi de Parijs gedichten, Wim Willems en Cor Gout een inleiding op respectivelijk Twee brieven van Tjalie Robinson en Twee brieven van Willem Bijsterbosch en Rob H. Dekker schreef een opmerkelijk essay over de in 2010 overleden schilder-muzikant Captain Beefheart. Beslist een tijdschrift dat iets in beweging brengt, nieuwsgierig maakt naar een vervolg.

     

    Extaze 2011-0, Water dat niet meer bewoog
    Redactie: Cor Gout, Els Kort en Kees Ruys,
    Uitgeverij In de Knipscheer
    Prijs € 15,00

     

  • Biografie haalt schrijver niet uit de vergetelheid

    Biografie haalt schrijver niet uit de vergetelheid

    Wil een auteur na zijn dood voortleven, kan hij het best als volgt te werk gaan. Hij moet tijdens zijn leven het één en ander publiceren, sterven en een tijd vergeten worden  om daarna weer ontdekt te worden. Het lukt de meeste auteurs heel aardig. Al kan het opnieuw ontdekt worden een probleem zijn. Bekendheid bij leven biedt geen garantie voor de waardering van zijn of haar werk na de dood.
    J.B. Charles (1910-1983) is een schrijver die na zijn dood zo goed als vergeten is geraakt. Zijn boeken worden niet meer herdrukt en zijn alleen nog in antiquariaten te vinden. Tijdens zijn leven, was hij in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een bekend persoon in de Nederlandse literaire wereld.

    Charles publiceerde onder het pseudoniem van Willem Hendrik Nagel. Hij dichtte, schreef een roman, een verhalenbundel, en leverde talrijke bijdragen aan maatschappelijke discussies in kranten, tijdschriften en ook in boekvorm. Echt bekend werd hij in 1953 door de publicatie van Volg het spoor terug, dat elf keer herdrukt werd. Het was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een bestseller en J.B. Charles’ meest succesvolle boek.

    Het spoor terug 

    Nu lijkt de belangstelling voor het werk van J.B. Charles zo goed als uitgestorven. De moderne lezer is hem vergeten en alleen lezers op leeftijd zullen zich hem herinneren. Toch heeft uitgeverij Balans het aangedurfd om de bijna 500 bladzijden tellende biografie over hem, geschreven door Kees Schuyt, uit te geven. Dat suggereert dat er hier iets te ontdekken valt, want wie leest er nu graag over het leven en werk van een schrijver die zelfs in de betere boekhandel niet meer te vinden is?

    De titel van de biografie Het spoor terug, verwijst uiteraard naar Charles’ succesvolle Volg het spoor terug, maar is ook de naam van de historische reportageserie van het radioprogramma OVT. Dat is niet geheel toevallig want de VPRO heeft net als Schuyt de titel aan Charles’ boek ontleend. Er zijn meer overeenkomsten tussen deze radiorubriek en biografie, want wat Schuyt’s biografie geslaagd maakt, is het terugkijken in de geschiedenis aan de hand van een man die verrassend veelzijdig was. Je zou kunnen zeggen dat het een mooie OVT reportage in boekvorm is geworden.

    Schuyt begint zijn biografie met het opsommen van de vele kanten van Willem Hendrik Nagel. Hij komt er tot vijf: verzetsman, literator, jurist, dichter, wetenschapper en public intellectual. Die indeling is enigszins arbitrair. Je zou literator en dichter heel goed samen kunnen nemen en er bijvoorbeeld ‘vader’ aan kunnen toevoegen. De boodschap luidt dat Nagel een veelzijdig man was en Schuyt weet dat in zijn verhaal goed uit te buiten.

    Opgroeien in Groningen en in het verzet

    Willem Nagel groeide op in een groot, gereformeerd gezin in Groningen. Zijn dominante vader was een trouw aanhanger van Abraham Kuyper en zoon Willem zet zich al snel af tegen geloof en vaderlijk gezag. In de jaren dertig behoort hij tot de kleine, selecte groep die rechten studeert en hij erkent de dreiging van het nationaal socialisme al vroeg. Vlak voor de Duitsers in mei 1940 binnenvallen verricht hij zelfs wat inlichtingenwerk door onder het mom van een studiereis over de grens Duitse troepenbewegingen in kaart te brengen.

    Tijdens de bezetting kiest hij bijna meteen voor verzet. Opvallend is dat trouw aan God, koningin of vaderland geen rol spelen bij Nagels’ besluit zich te verzetten. Voor hem is het een gewetenskwestie en een vanzelfsprekendheid. Zijn houding vatte hij later samen met de woorden ‘Ik verdom het’ en het zou zijn levensmotto worden. In Volg het spoor terug schrijft hij:
    ‘Als wij nog eens van wapenspreuk veranderen, stel ik voor: ‘Ik zal trachten wat te handhaven en wat te veranderen,maar verwacht er niet te veel van’. ‘Ik verdom het’ zou nog beter zijn. Ik geef evenwel toe, dat het allebei wat vreemd staat onder twee steigerende leeuwen, maar wij zouden als de christelijke natie die wij zeggen te zijn, als totemdier óók een lieveheersbeestje kunnen kiezen. Twee lieveheersbeestjes schuin tegen elkaar open op het ontplooide lint daaronder ‘Ik Verdom Het’. Ik laat mij morgen zo’n wapen maken.’

    Tijdens de oorlog komt Nagel te werken bij het Ministerie van Landbouw als ambtenaar voor de Tuchtrechtspraak. In zijn vrije tijd houdt hij zich bezig met verzetsactiviteiten die langzamerhand steeds serieuzer worden. Ook begint hij gedichten te publiceren, ‘omdat het niet mocht’, zoals hij later verklaarde. Zo ontstaat er een vriendschap met de Groningse kunstenaar H. N. Werkman, die de oorlog niet zou overleven. Zelf weet Nagel maar nauwelijks te ontkomen aan de Duitse Sicherheitsdienst (SD), die vanuit het Groningse Scholtenhuis een vreselijk terreurbewind voert. Hij vlucht naar Utrecht, wordt nu fulltime verzetsstrijder en neemt de naam Charles aan als deel van zijn nieuwe identiteit.

    Naoorlogse beschuldigingen van W.F. Hermans

    Na de oorlog pakt de jurist Nagel zijn juridisch werk weer op, promoveert, raakt betrokken bij het gevangeniswezen en interesseert zich voor de rol van het slachtoffer in het recht. Later ontwikkelt hij zich als internationaal vermaard hoogleraar in de criminologie. Als J.B. Charles neemt hij zijn literaire carière na de oorlog pas echt serieus. Zijn pseudoniem gebruikt hij om zijn juridische identiteit strict te scheiden van zijn literaire. Het is een geheim dat W.F. Hermans uiteindelijk publiek maakt.
    Met Hermans krijgt J.B. Charles het vanaf 1955 echt aan de stok. De twee maken dan deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Podium dat moeite heeft overeind te blijven. In de polemiek Mandarijnen op zwavelzuur suggereert Hermans dat Charles tijdens de bezetting heeft gecollaboreerd. Hij doet dat op grond van het feit dat Charles ambtenaar voor de Tuchtrechtspraak was. Het tuchtrecht in die dagen kon volgens Hermans gezien worden ‘als een begin van typisch nationaal-socialistische rechtsverkrachting’. Charles heeft daar aan meegewerkt.

    Hermans had ongelijk. Lezend in Schuyts biografie vraag je je af wat Hermans bezield heeft om zo’n ongefundeerde beschuldiging te uiten. Het deel van de Tuchtrechtspraak waar Nagel als ambtenaar voor werkte, was een Nederlandse aangelegenheid en was door de Duitse wetgeving onaangeroerd gebleven. Charles heeft zelf nooit op de beschuldiging gereageerd, waarschijnlijk uit diepe verontwaardiging over de onrechtvaardigheid van de beschuldigingen. Hij wilde de naam W.F. Hermans nooit meer horen. De affaire is echter opvallend lang door blijven klinken. Schuyt laat zien dat tot 1990 Hermans’ beschuldiging door anderen als feiten werden overgenomen.

    Het hele idee van Goed en Fout beheerst het leven van de schrijver Charles en de jurist/criminoloog Nagel. De persoon en zijn pseudoniem lopen in elkaar over als het gaat om actuele kwesties waar Goed en Fout een rol spelen. En die zijn er na de oorlog genoeg: de Russische inval in Hongarije in 1956, het huwelijk tussen Beatrix en de Duitser Claus, de vier, drie, twee van Breda, de eerste provo-acties, en de arrestatie van de antirookmagiër Jasper Grootveld op beschuldiging van de verkoop van ‘zinnenprikkelende’ afbeeldingen. Met al die zaken bemoeit Charles zich en in het geval van Jasper Grootveld treedt hij als deskundige voor de verdediging op. Zijn uitspraak ‘Waartoe heb ik mijn zinnen als ze niet geprikkeld mogen worden’ wordt zelfs een gevleugelde uitspraak.

    Criminoloog in tegenspraak met schrijver

    De schrijver Charles en de criminoloog Nagel vullen elkaar aan en spreken elkaar soms tegen. Nagel hield zich beroepsmatig wetenschappelijk bezig met kwesties als vergelding, straf, schuld en boete, maar die begrippen komen tot leven in het literaire werk van Charles. De verzetstrijder Charles lijkt tussen beiden in te zitten.

    Zo spant hij zich in om een vrouw die hij uit de oorlog kende als een verraadster, gratie te verlenen nadat ze berouw had getoond. Het is een opmerkelijke daad omdat haar verraad hem zelf bijna het leven kostte. Het is de rationele, juridische Nagel die zich keert tegen de doodstraf en zelfs tegen levenslange opsluiting van oorlogsmisdadigers. De polemische J.B. Charles is woedend op Duitse generaals die na de oorlog om politieke redenen ongestraft in functie bleven en over het opnemen van het fascistische Spanje in de NAVO. Woede en teleurstelling zijn ook te vinden in Volg het spoor terug en later in de Van het kleine koude front, dat bestaat uit stukken over toen actuele, koude oorlogskwesties die hij eerder in Maatstaf publiceerde.

    Uiteindelijk lijkt het onderscheid tussen Goed en Fout bijna een obsessie voor Charles te worden. Schuyt wijst op zijn te nauw begrip van het fascisme en het negeren van sociale en historische verklaringen. Charles zoekt het kwaad, het fascistische in het karakter van de mens en meent het ook eenvoudig te kunnen herkennen. Wie niet van Karel Appel houdt maar wel van oranje, blanje, bleu, voor het strenger straffen van jongeren is, ingezonden stukken schrijft over vlaggen die na zes uur bleven hangen, voor de doodstraf en tegen hogere belastingen is, die komt aardig in de buurt van een fascistische persoonlijkheid. Zijn houding leidt er toe dat sommige mensen moeite met hem kregen, zoals de secretaresse van zijn vriend en uitgever Bert Bakker.

    Verwant voelend aan terroristen

    In de jaren zeventig neemt zijn literaire productiviteit sterk af. Hij richt zich op zijn wetenschappelijk werk, interesseert zich voor het opkomende terrorisme in onder andere Duitsland en Israël. Door zijn verzetsverleden voelt hij zich verwant aan terroristen en hij spreekt vergoelijkend over de daden van de Baader Meinhof groep. Duitsland vertrouwt hij halverwege de jaren zeventig nog steeds niet. Het land was volgens hem nauwelijks veranderd. Het zijn geluiden die verbazen uit de mond van een man die zo vergevingsgezind kon zijn tegenover veroordeelde oorlogsmisdadigers. Het is een tegenstelling die velen hebben opgemerkt .

    Wat Schuyt goed laat zien in deze biografie is hoe het Zwart Wit, het Goed en Fout van de oorlog nog lang nadreunt in literair en politiek Nederland. In elke kwestie moest stelling genomen worden en voor grijstinten was weinig tot geen ruimte. Charles heeft die situatie zowel betreurd als bevestigd. Genuanceerd was hij door te pleiten voor een Derde weg tussen Amerikaans kapitalisme en communisme. Ongenuanceerd zwart wit was hij in zijn opvattingen over nationalisme en fascisme. Aan het eind van het leven leidt dat ongenuanceerde nog tot een pijnlijke affaire. Naar aanleiding van een ingezonden stuk in NRC Handelsblad levert hij harde kritiek op Isräel in woorden die op z’n minst ongelukkig zijn. Het leidt tot allerlei beschuldigingen van antisemitisme aan zijn adres. De verzetsheld lijkt het spoor bijster te zijn.

    Kees Schuyt heeft een boeiende biografie geschreven die het ook waard is om gelezen te worden zonder kennis van het werk van J.B. Charles. Het is, zoals de achterflap meldt, inderdaad een ‘meeslepende biografie’ waarin een fraai beeld wordt geschetst van Nederland voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

    Na biografie blijkt zijn werk verouderd

    De vraag blijft of Charles’ werk het waard is om opnieuw gelezen te worden. Zijn enige roman De vrouw van Jupiter werd bij verschijning als gedeeltelijk mislukt beschouwd en Schuyt bevestigt dat beeld nog eens. Nog minder geslaagd was de verhalenbundel De menseneter van Nowawes waar W.F. Hermans indertijd zijn kwaliteitsgehakt van maakte. De indertijd succesvolle bundel Van het kleine koude front, is volgens Schuyt nauwelijks leesbaar zonder een uitvoerige uitleg van de genoemde personen en kwesties. Hermans had al voorspeld dat niets zo snel veroudert als een polemiek vol serieuze argumenten en zwaarwichtige redeneringen. In dit geval had hij gelijk.

    J.B. Charles was een dichter die niet behoorde tot de traditionelen (Achterberg, Bloem) maar ook niet tot de experimentelen van de jaren vijftig. Zijn poëzie is verrassend eenvoudig en doet af en toe erg modern aan. Met een gedicht als Een zonnebril van plastic kun je zo voor de dag komen op een slam poetry festival.

    De grootste kans om herontdekt te worden maakt Volg het spoor terug. De laatste, serieuze bespreking van het boek dateert uit 1999 en prijst het als ‘de meest indrukwekkende getuigenis van het illegale werk die de Nederlandse literatuur heeft opgeleverd.’ Het is een verzameling herinneringen, bespiegelingen en meningen waarbij de oorlog, het verzet maar ook actuele kwesties een rol spelen. In 1953 was het één van de eerste boeken waarin openlijk over het verzet en oorlogservaringen gesproken werd. Het is een persoonlijk, chaotisch boek waar Charles zijn woede vaak de vrije loop laat. Aan die persoonlijke houding ontleent het ook voor een groot deel zijn kracht.

    Inmiddels is Volg het spoor terug alleen nog antiquarisch verkrijgbaar, of gratis te downloaden via de internetsite van de dbnl. Ontdekken kan tegenwoordig dus ook via de e-reader.