• Het karakteristieke oeuvre van een dichtende scheepsarts en zwervende schrijver

    Het karakteristieke oeuvre van een dichtende scheepsarts en zwervende schrijver

    Onlangs is een nieuwe editie verschenen van het Verzameld proza van J. Slauerhoff (1898-1936). In 2018 was al een herziene versie van zijn Verzamelde gedichten gepubliceerd. De samenstelling en tekstverzorging van beide nieuwe uitgaven was in handen van Hein Aalders en Menno Voskuil. Slauerhoff is een schrijver van tegenstellingen, die Nederland haatte en het ontvluchtte. Toch schreef hij voor Nederlandse lezers, die hij vergastte op verhalen over Chinese verten en Portugese dichters van lang geleden. Hoe on-Nederlands kan een schrijver zijn die Jan heet, geboren en getogen is in Friesland en het liefst vakantie vierde op Vlieland?

    Slauerhoff keerde zich van Nederland af door te kiezen voor het beroep van scheepsarts dat hem tot ver buiten de landsgrenzen voerde. Hij koos niet alleen voor het avontuur van verre reizen naar exotische oorden, maar ook voor afzondering en eenzaamheid.  Vandaaruit zocht hij juist wel weer contact met lezers, een publiek, door middel van  van gedichten, verhalen, romans en artikelen. Aldus nam hij zijn lezers mee op sleeptouw, de hele wereld over. En die lezers lieten zich meevoeren door Slauerhoff. Het succes van zijn werk gedurende de hele twintigste eeuw, tot nu aan toe, getuigt daarvan. Zelf verkondigde hij nergens vrede te zullen vinden, behalve aan die laatste ‘smalle ree, van hout in zand’. Daar rust Slauerhoff nu al meer dan tachtig jaar. Zijn werk is sindsdien allerminst met rust gelaten.

    De scheepskist

    Tekstbezorgers Hein Aalders en Menno Voskuil doen in een nawoord van ca. 50 pagina’s uit de doeken hoe in de loop van die tachtig jaren het verzameld proza en de verzamelde gedichten zijn behandeld, in welke diverse vormen, samenstellingen en edities deze zijn verschenen en wie zich daarmee hebben bemoeid. De belangrijkste naam die hierbij moet worden vermeld is die van tekstbezorger, bibliograaf en filoloog Kees Lekkerkerker (1910-2006). Het is boeiende en informatieve kost, met als spannend pièce de resistance de scheepskist van de schrijver, waaruit zo lang na zijn dood nog nieuw materiaal blijkt te kunnen worden opgediept. De lezer krijgt op grond van dit overzicht de indruk dat er ooit een nóg uitgebreidere editie van Slauerhoffs literaire werk zal worden bezorgd. Omdat er dan weer een nieuwe vorm voor gevonden wordt. Of omdat er eindelijk iemand is die ook Slauerhoffs meest onleesbare teksten kan ontcijferen.

    Slauerhoff is vooral bekend van gedichten en proza. Hij schreef slechts één echt toneelstuk: Jan Pietersz. Coen, waarvoor ook plaats is ingeruimd in deze editie van het Verzameld proza. Dit toneelstuk verscheen in 1931,maar echt opgevoerd werd het stuk eigenlijk nooit. De ontvangst was kritisch omdat Slauerhoff door zijn benadering van Jan Pietersz. Coen als ‘gewoon mens’ afbreuk deed aan diens toen breed geaccepteerde heldenstatus. Een criticus repte in 1931 over Slauerhoffs Coen als ‘een stervende stakker, die zelfs geen schaduw van een groot man meer is’. Ná de Tweede Wereldoorlog lag de opvoering van dit toneelstuk gevoelig vanwege de onafhankelijkheidsstrijd die in Indonesië werd gevoerd. Waar de hedendaagse lezer over struikelt, zijn de schaamteloos racistische aanduidingen van de bevolking van Nederlands-Indië/Indonesië, die toen blijkbaar probleemloos konden worden gebruikt. Voor wie bedenkt een tekst uit 1931 te lezen die een historische, koloniale realiteit weergeeft uit de 17de eeuw, is het wellicht aanvaardbaar, maar toch: met de actuele, 21ste eeuwse gevoeligheid voor dit soort uitlatingen, is het lezen van sommige kwalificaties op zijn zachtst gezegd ongemakkelijk.

    Verhalenbundels en romans

    Verder bevat het boek de bekende en klassieke verhalenbundels Het lente-eiland en Schuim en as, de romans Het verboden rijk en Het leven op aarde alsook verspreid gepubliceerde en nagelaten verhalen en fragmenten. In Het verboden rijk combineert Slauerhoff zijn eigen fascinatie voor de geschiedenis van China met zijn bewondering voor de 16de eeuwse Portugese dichter Camoës. Daar voegt hij dan een meer hedendaags perspectief aan toe door het verhaal over de Ierse marconist. Voor dit laatste kon de schrijver uit zijn eigen ervaring putten als arts op de grote vaart.  

    De tweede roman van Slauerhoff, Het leven op aarde, sluit losjes bij Het verboden rijk aan. Ook de verhalen in de bundels Het lente-eiland en Schuim en as hebben onveranderlijk exotische oorden als decor. Met het oog daarop was enige geografische toelichting bij sommige teksten geen overbodige luxe geweest. In regel drie van het eerste verhaal bijvoorbeeld gaat het over ‘het arme duistere Amoy’. Tegenwoordig kennen we dat als Xiamen, een stad in de Chinese provincie Fujian. En een blik op de plattegrond van deze stad biedt onmiddellijk herkenningspunten voor wat Slauerhoff erover schrijft. 

    Monumentaal oeuvre

    Sommige fragmenten verschijnen in deze uitgave voor het eerst in druk. Dat maakt nieuwsgierig: leren we middels dit nieuwe materiaal een andere, nog onbekende kant van de schrijver kennen dan degene met wie lezers in de loop van bijna honderd jaar bekend zijn geraakt? Het antwoord is nee – en dat is geen teleurstelling, eerder een versterking van het karakteristieke oeuvre van de dichtende scheepsarts en zwervende schrijver. In het verhaal ‘De Vliegende Hollander’ lezen we: ‘Ja, ik verlang er naar alleen te zijn.’ Of het verhaal ‘Maagdenroof’ begint met de zin ‘Ik ben zoals mijn land- en stadgenoten dat noemen aan lager wal geraakt.’ Of het verhaal  ‘Rivalen’, dat begint met: ‘Ik ben gelukkig geweest, dat is zeker.’ Allemaal Vintage Slauerhoff. Het bevestigt het belang van deze nieuwe editie van Slauerhoffs Verzameld proza: een monumentale uitgave die – samen met de uniform uitgegeven Verzamelde gedichten – recht doet aan een monumentaal oeuvre.    

     

     

  • Goed nieuws, slecht nieuws

    Goed nieuws, slecht nieuws

    Herinnert u zich de Salamanders? Een uitgestorven diersoort. Ooit kon je in elke boekwinkel terecht voor schrijvers en titels van vroeger, en vaak waren dat Salamanderpockets van Querido. Terwijl buiten de zomerjurken opwoeien en de regenwulpen overtrokken, ging je binnen fijn op zoek naar een Topper van Toen:  Marcellus Emants of Jan Mens, Daum of Menno ter Braak, Bordewijk of Willy Corsari, Vestdijk, Multatuli. Hoge en lage literatuur, ooit bestsellers, dan wel de minder bekende titels van schrijvers die ooit Groot waren.

    Contemporaine schrijvers vond je trouwens ook als Salamander, maar dan met de minder bekende titels: Mulisch met Drie verhalen, Doeschka Meising met Robinson. Het merendeel van de uitgaven was oorspronkelijk Nederlands. In 1996 was het gedaan met het sympathieke beestje.

    Waar kunnen we nog terecht voor de boeken van weleer? Enkele auteurs zijn gewoon nog verkrijgbaar (Elsschot, Nescio; wanneer is een auteur eigenlijk van vroeger?). Af en toe verschijnt met de nodige tamtam een ‘ontdekking’ (Ida Simons, Dola de Jong), de actie Nederland Leest van de Openbare Bibliotheken blaast eens per jaar een al of niet ten onrechte vergeten titel nieuw leven in (De grote zaal van Jacoba van de Velde). Maar een permanente beschikbaarheid van de boeken waarover je hoort op school en leest in de literatuurgeschiedenissen, om maar een simpel criterium te noemen voor de selectie, kennen we in Nederland niet.

    Nu het goede nieuws. Uitgeverij Aspekt is begonnen met een Klassieke Reeks. Daarin is als deel 1 verschenen De opstand van Guadalajara van J. Slauerhoff.

    Slauerhoff: de scheepsarts, de zwerver, de verdoemde dichter, bewonderd door grote namen als Ter Braak, Hermans en Nooteboom. De laatste heeft bij deze uitgave een nawoord verzorgd, waarin hij o.m. de historische achtergrond van het verhaal schetst.

    Waarom is juist voor deze kleine roman gekozen? Het gegeven is prachtig: een ontwortelde zwerver, gedroste zeeman, doorkruist als glaszetter het barre Mexicaanse platteland en wordt op een dag aangezien voor de Messias. Hij laat het zich welgevallen en valt ten prooi aan de hartstochten en de machinaties van de sloebers die van de komst van de Verlosser beter hopen te worden. Dat loopt niet goed af. Een vernietigende natuur, een achterlijke kerk, corrupte politici, revolutionairen met een dubbele agenda, heimwee naar een mythisch Mayaverleden – Slauerhoff kwam nooit verder dan de Mexicaanse havens maar hij wist zijn stof te kiezen.

    Aanvankelijk zou het boek ‘Christus in Guadalajara’ heten.

    In een nawoord bij de vijfde druk van De opstand… (1983) vertelt Kees Lekkerkerker, de bezorger van Slauerhoffs Verzameld Werk, hoe de schrijver aan zijn materiaal kwam. Slauerhoff putte voor zijn Mexico in de jaren ’20 met name uit een vervolgverhaal in De aarde en haar volken uit 1880 over Colombia. Eveneens ging hij te rade bij een ‘Mexicaanse revolutieroman’ die hij aan het vertalen was. Lekkerkerker merkt droog op: ‘geografische nauwkeurigheid mogen we van Slauerhoff allerminst verwachten’ en ‘Historische precisie streefde hij evenmin na’. Hij staaft zijn uitspraken met afdoende voorbeelden.

    We hebben hier dus te maken met de werkwijze van Karl May: een exotisch verhaal op basis van populaire lectuur, gangbare stereotypen en de dikke duim van de schrijver. Kan het resultaat iets anders zijn dan kitsch? Het veelvuldig gebruik van Spaanse woorden ter verhoging van de couleur locale maakt het er niet beter op (een verklarend woordenlijstje ontbreekt).

    Nooteboom op zijn beurt stelt dat Slauerhoff ‘een feilloos instinct (had) voor het tegelijkertijd archaïsche en anarchistische, corrupte en revolutionaire Mexico van de jaren twintig’. Zó feilloos was dit instinct, aldus Nooteboom, dat Slauerhoff ‘intuïtief het monsterverbond (heeft) aangevoeld dat zich na zijn dood in verschillende vormen zou herhalen (het Molotov-Ribbentrop-pact, mei ’68, toen de communisten weigerden de studenten te steunen (…).’

    De eerste druk van De opstand van Guadalajara verscheen nadat Slauerhoff was overleden, in 1937. Hij had er veel werk aan gehad maar, het hoge woord moet er nu maar uit, het was en blijft een mislukking. Toen hij het aanbood voor publicatie in Groot Nederland gaf Greshoff niet thuis, en terecht. De taal is lelijk, hakkelend, en niet doeltreffend. Dat laatste wreekt zich onder meer in het feit dat bij verwijzingen telkens opnieuw niet meteen duidelijk is naar wie wordt verwezen (‘Hij wist niet…’ Wie ís die ‘hij’? Even teruglezen. De priester of de hereboer? O nee, het is de glaszetter.)

    Deze vertelling lijkt niet meer dan een uiterst schetsmatige kladversie. Het verhaal bevat onvolkomenheden, Nooteboom wijst erop, en voor hem behoren ze tot ‘de aantrekkingskracht van zijn werk’ en hij wijt ze aan Slauerhoffs ‘notoire slordigheid’. Dat was inderdaad Slauerhoffs reputatie: ‘slordigheid van compositie’, waarmee hij overigens ‘bijzondere effecten’ teweegbracht, aldus Albert Helman in diens voorwoord bij het Verzameld Proza. Maar die reputatie leeft niet meer en de hedendaagse lezer ergert zich alleen maar aan het onverklaarbare gedrag van de bisschop van Guadalajara omdat niemand hem heeft verteld dat de arme man een beroerte heeft gehad, een verteltechnische stommiteit die Nooteboom grootmoedig onder de ‘bewonderenswaardige ongerijmdheden’ van het werk schaart.

    Had Slauerhoff het maar kunnen herschrijven, dan hadden we mogelijk werk gekregen van het kaliber van Het leven op aardeHet verboden rijk en Schuim en As.

    Want het centrale gegeven mag er zijn: het uitzichtloze bestaan van de verworpenen der aarde, een sprankje hoop, illusies, moedwil en misverstand, een volslagen deceptie. Van dit verhaal zou een prachtige film zijn te maken.

    De volgende delen in deze reeks zijn nog niet bekend. Laten we hopen dat het er vele zullen zijn en dat de reeks een commercieel succes wordt. Misschien dat een iets mooiere verzorging en wat minder drukfouten daaraan kunnen bijdragen. En op voor- en achterkant níet viermaal de naam van de schrijver van het nawoord tegen slechts tweemaal de naam van de auteur a.u.b.

     

     

    De opstand van Guadalajara

    Auteur: J. Slauerhoff
    Nawoord door: Cees Nooteboom
    Verschenen bij: Uitgeverij Aspekt
    Aantal pagina’s: 122
    Prijs: € 17,95