• Oogst week 51 – 2023

    Oogst week 51 – 2023

    Russisch familiealbum

    ‘Van mijn kennissen woont er niemand meer in het huis waar ze zijn opgegroeid of zelfs maar in de stad of het dorp waar ze hun kinderjaren hebben doorgebracht. De meesten van mijn vrienden leven gescheiden van hun ouders. Velen zijn in het ene land geboren en wonen nu in het andere. Anderen leven in ballingschap en geven hun gedachten gestalte in een tweede taal te midden van vreemden. Ik heb vrienden wier familieverleden uitgewist is in de concentratie-kampen. Zij zijn de weeskinderen van de geschiedenis.’

    Zo begint Russisch familiealbum van Michael Ignatieff. Het lijkt zo actueel, maar nieuw is dit boek zeker niet. Het is verschenen in 1987 en het is ook niet de eerste keer dat het in Nederland uitgebracht wordt. Het is een echte klassieker, en door de oorlog in Oekraïne zal het zeker weer op de belangstelling van veel lezers kunnen rekenen.
    In deze familiekroniek die o.a. de laatste jaren van het tsaristische Rusland beschrijft, gaat Ignatieff (zoon van een Russische graaf en een Canadese moeder) op zoek naar het verhaal van de familie van zijn vader. Zijn grootouders vluchtten tijdens de Russische Revolutie. Russisch familiealbum is op hun memoires gebaseerd. Ignatieff riep ook de hulp in van familieleden en maakte voor het boek in 1983 en 1986 twee studiereizen naar de Sovjet-Unie.

    Russisch familiealbum
    Auteur: Michael Ignatieff
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Puur geluk en andere verhalen

    De Engelse schrijfster Katherine Mansfield (1888 – 1923) wordt alom gewaardeerd om haar korte verhalen. Ze werd geboren in Nieuw-Zeeland. Voor haar studie vertrok ze naar Londen. Ze keerde daarna voor korte tijd terug naar haar geboorteland. Daar aarde ze niet meer en ze koos uiteindelijk definitief voor Europa, waar ze zich desondanks ook nooit helemaal thuis heeft gevoeld. Haar bekendste korte verhalen schreef ze met Nieuw-Zeeland als achtergrond. Een daarvan is Puur geluk.

    Mansfield was bevriend met o.a. de schrijvers Virginia Woolf en D.H. Lawrence en was een groot liefhebber van Tsjechov, door wie zij ook geïnspireerd werd. Zij schreef over mensen die vastzitten in situaties waarin ze permanent tegenover elkaar lijken te staan en pijnlijke schade veroorzaken door hun onvermogen om open en eerlijk te zijn. De veertien verhalen in Puur geluk gaan over dingen die meestal niet gebeuren en gevoelens die niet gedeeld kunnen worden.

    Barbara de Lange vertaalde Puur geluk. Zij vertaalde o.a. ook Virginia Woolf, D.H. Lawrence, Donna Tartt, Howard Jacobson en Margaret Atwood.
    In december 2023 ontving De Lange de Letterenfonds Vertaalprijs, een oeuvreprijs voor literair vertalers die zich onderscheiden door o.a. de hoge kwaliteit van hun vertaalwerk.
    In 2017 publiceerde Literair Nederland een interview met haar.

    Puur geluk en andere verhalen
    Auteur: Niek Hendriks en Theo Hendriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2023)

    En steeds is alles er

    Marjoleine de Vos is schrijver en dichter. Ze is daarnaast columnist en redacteur kunst bij NRC Handelsblad. Voor haar dichtbundel Zeehond werd ze in 2002 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2023 kreeg ze de Groenman-taalprijs, die elke twee jaar wordt uitgereikt aan een schrijver die zich onderscheidt door goed en creatief gebruik van de Nederlandse taal.
    Dat ze zich goed kan uitdrukken is – zeker over een onderwerp als de dood – van grote waarde, en meteen te ervaren in de beginpagina’s van En steeds is alles er waarin de auteur haar eerste verwondering beschrijft als ze het levenloze lichaam ziet van de man van wie ze gehouden heeft.
    ‘De laatste blik op het gezicht, zó graag had je die willen werpen, maar die is onmogelijk, omdat het gezicht het gezicht niet is. De wisseltruc van de dood, die je liefste meeneemt en je achterlaat met iets van Madame Tussauds. Iets wat al na korte tijd best weg kan.’

    Om even later verder te gaan: ‘En dan ligt het daar, netjes aangekleed in het mooie overhemd, het gezicht in een plooi die je er nog nooit op hebt gezien. De aanraking van die wasachtigheid, de streling die je bedoelde en die afketst van de koude wang. Het lichaam heeft de dierbare losgelaten. De scheiding tussen lichaam en geest is duidelijk zichtbaar en de geest is weg. Laat dat lichaam dan ook maar – néé! Laat me het lichaam houden! De tegenstrijdigheden.’
    Rake uitspraken en emoties. Voorstelbaar, en zo herkenbaar.

    En steeds is alles er
    Auteur: Marjoleine de Vos
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Verrassend moderne verhalen die de honderd zijn gepasseerd

    Verrassend moderne verhalen die de honderd zijn gepasseerd

    De verhalen van de Nieuw-Zeelandse schrijfster Katherine Mansfield (1988-1923) zijn nagenoeg tijdloos. Toegegeven, af en toe duikt er een feestelijk bal, een bediende of een stoomtrein in op. Vergeleken met haar tijdgenoot James Joyce en zijn verhalenbundel Dubliners, die sterk de stempel van tijd en plaats dragen, wijken deze aspecten in Het tuinfeest en andere verhalen voor de uitbeelding van relaties en het innerlijke leven van de personages. Dit zorgt ervoor dat deze verhalen, honderd jaar na publicatie, nog steeds als relevant aanvoelen.

    In de korte verhalenbundel van Hanna Bervoets, Een modern verlangen die precies honderd jaar later werd gepubliceerd, gebruikt Bervoets een vergelijkbare strategie van focus op het emotionele leven en aangegane relaties. In tegenstelling tot Mansfield is bij Bervoets de setting van veel verhalen honderd jaar in de toekomst geplaatst, bijvoorbeeld in de futuristische setting van een ruimteschip. Het resultaat is echter hetzelfde: de ware aard van menselijke relaties wordt onthuld in zijn universaliteit. De relaties en het gevoelsleven van haar personages worden door Mansfield indirect beschreven. De meeste verhalen worden verteld vanuit een positie buiten het verhaal en scherp gesteld via de personages.

    Gebruik van indirecte rede

    Dit scherp stellen, gecombineerd met een slim gebruik van de vrije, indirecte rede, verschuift echter zo onopvallend dat bij sommige zinnen niet met zekerheid gezegd kan worden wiens perspectief ze weergeven. Bijvoorbeeld in het verhaal ‘Het tuinfeest’ wordt het gevoel van een van de dochters van de burgerlijke familie Sheridan, Jose, als een dekkende laag over de gevoelens van de bedienden gelegd. ‘Jose vond het heerlijk opdrachten aan het personeel te geven en zij vonden het heerlijk haar te gehoorzamen. Ze gaf hun altijd het gevoel dat ze deelnamen aan een drama.’ Maar wie zegt dat het personeel het heerlijk vond om haar te gehoorzamen. Is dat Jose? Het personeel zelf? Beweert Mansfield dit? Op subtiele wijze besteedt de schrijfster hier aandacht aan de klassenverschillen en hoe die doorwerken op het gebied van emoties. De gevoelens van het personeel vallen hier niet te achterhalen, ze worden overweldigd door de opgewonden Jose of kunstgrepen toepassende Mansfield.

    De verhalen ‘De kamenier’, of ‘Het leven van Ma Parker’, worden beschreven vanuit personages uit een sociaal lagere klasse. Zoals de lijfmeid van een groep oudere welgestelde dames, of in het verhaal van Ma Parker, een schoonmaakster bij een intellectueel. Over de schoonmaakster is algemeen bekend dat ze een ‘hard leven’ heeft gehad. Hoe hard en hoe ver haar hardheid reikt op emotioneel gebied, wordt duidelijk na de begrafenis van haar enige geliefde kleinzoon. Zij wordt overmand door rouwgevoelens en staat het zichzelf toe om een keer in haar leven te huilen. Zij bevindt zich echter in het huis waarin ze schoonmaakt en kan niet naar haar jongste dochter die bij haar thuis zit. ‘O was er dan nergens een plekje waar ze zich kon verstoppen en alleen kon zijn en zo lang kon blijven als ze wilde, zonder iemand te storen en zonder dat iemand haar lastigviel?’ Het verlangen om haar emoties te uiten wordt weergegeven in aandoenlijk simpele bewoordingen. Het is het meest aangrijpende en trieste verhaal van de bundel dat eindigt met de woorden: ‘En er was nergens een plekje.’

    Randfiguren en wanhopige mensen

    Veel verhalen gaan over randfiguren, eenzame, oude, of wanhopige mensen. ‘De zeereis’ gaat over Fenella, wiens moeder is gestorven. Zij onderneemt een boottocht met haar oma omdat ze bij haar gaat wonen. Mansfield laat op een bewonderenswaardige manier zien hoe eenzaam Fenella is in het midden van de drukte op een passagiersboot. Hetzelfde gebeurt in ‘De vreemdeling’ bij meneer Hammond – in de menigte op de kaai, wachtend op zijn vrouw die terugkomt van een zeereis voelt hij zich minder eenzaam en op afstand dan toen hij met haar eindelijk alleen is in de hotelkamer, en zij op zijn schoot zit. Juffrouw Brill voelt zich in het gelijknamige verhaal een actrice die samen met alle andere mensen in de Jardines Publiques een toneelstuk opvoert, opgenomen in het interessante, beweeglijke, schitterende leven, totdat de gefluisterde woorden van een jongeman haar duidelijk maken dat ze er volgens hem niet bij hoort. De pijn van buitensluiting die deze woorden bij Juffrouw Brill veroorzaken wordt door Mansfield opnieuw indirect weergegeven: ‘Maar toen ze de deksel erop deed, meende ze iets te horen huilen.’. 

    Sommige kunstgrepen die Mansfield toepast om haar personages weer te geven hebben een lange geschiedenis. De schetsen van het menselijke emotionele leven zijn echter op zich al de moeite waard, afgezien van de uiterst subtiele en kunstzinnige manier waarmee ze de ware materie van deze verhalen presenteert. Dankzij haar verfijnde vertelkunst kom je tijdens het lezen dichter bij de kern van het menselijke leven en bent getuige van zijn innerlijke geheimen.