In 1947 werd de Nieuw-Zeelandse schrijfster Janet Frame als schizofreen gediagnosticeerd. Ze zat acht jaar in een psychiatrische inrichting en kreeg daar meer dan 200 electroshockbehandelingen. In 1952 werd ze ternauwernood gered van een lobotomie en ontslagen uit de inrichting nadat een leidinggevende had gelezen dat haar een literaire prijs was toegekend. Frame was niet schizofreen.
Dit voorval wordt door de Amerikaanse schrijfster Kate Zambreno aangehaald in haar al in 2013 verschenen maar nu pas in het Nederlands vertaalde Heldinnen. Daarin wordt deze episode over Frame verteld naar aanleiding van het tragische leven van Vivien (Viv) Eliot, de vrouw van T.S. (Tom) Eliot, die wellicht een schrijver had kunnen worden als zij niet zo (onder andere door Tom) vernederd was.
Wat Janet Frame overkwam doet verder sterk denken aan de Amerikaanse actrice Frances Farmer over wie Zambreno eveneens schrijft. Farmer werd in 1943 gearresteerd vanwege de weigering een verkeersboete te betalen. De eigenzinnige vrouw werd daarop gediagnosticeerd als psychotisch en schizofreen. Ook zij kreeg shocktherapie. Na een jaar werd ze genezen verklaard.
Gekke echtgenotes
Kate Zambreno is geobsedeerd door het verschijnsel dat zelfbewuste vrouwen in de kunst- en literaire wereld zoals Frame en Farmer werden gemarginaliseerd en zelfs weggezet als hysterisch of anderszins gepathologiseerd, vooral als ze de vrouw-van zijn. Dat overkwam niet alleen de al genoemde Viv Eliot, maar ook bijvoorbeeld Jane, vrouw van Paul Bowles, Zelda, vrouw van Scott Fitzgerald, Jean Rhys (pseudoniem van Ella Rees Williams), Djuna Barnes en anderen: ‘Ik raakte in de ban van de gekke echtgenotes, mijn eeuwige referentiepunt’ schrijft Zambreno. Haar [ze beschouwt zich als non-binair, maar in navolging van Basje Boer in het Voorwoord bij de vertaling van Heldinnen worden hierna de vrouwelijke voornaamwoorden gebruikt] onderzoek dat uiteindelijk zal resulteren in Heldinnen noemt ze een ‘boek van schaduwgeschiedenissen’.
Voor Zambreno lagen de vragen die die levens opriepen dicht bij haar eigen werkelijkheid. Ze is getrouwd met kunstenaar John Vincler en voelde zich vaak de vrouw-van die steeds haar man volgde (hij verhuisde in verband met zijn carrière vaak en was het meest bepalend voor de agenda van het gezin) en ondertussen met veel strijd haar eigen onafhankelijke leven wilde leven. Haar eigen biografie verweeft ze met wat haar onderdompeling in al die vrouwenverhalen te zeggen heeft.
Sudderen
Zambreno’s onderzoek kreeg een extra stimulans toen ze in 2009 een blog startte onder een titel die verwees naar de genoemde actrice: Frances Farmer is My Sister. Het werd een platform waarop veel vrouwen hun kennis en ervaring deelden. Van alles wat daar beschreven werd en wat ze zelf analyseerde uit lezen en herlezen van literatuur maakte ze een synthese, ‘een soort langdurig laten sudderen van een groot aantal elementen’. Dat sudderen is duidelijk niet zonder emotie gegaan; je voelt vaak de kwaadheid die regelmatig bij haar op kwam. Heldinnen ademt verontwaardiging over al het onrecht dat ambitieuze vrouwen is aangedaan. Ze wil dat dat verandert en spoort vrouwen aan zich niet te laten wegzetten: ‘Het is cruciaal dat wij onszelf (…) weten te overtuigen van onze uiteindelijke genialiteit’ en: ‘Rot op met je canon. Rot op met al die grote jongens met hun belangrijke boeken’.
Witregels
Zambreno beheerst haar materiaal tot in haar vezels. Haar kennis strekt zich uit tot de kleinste details. Dat maakt lezing van Heldinnen niet altijd gemakkelijk. Het is een stortvloed van informatie, die iets weg heeft van een omgevallen archiefkast. De pagina’s lijken achtereen volgeplakt met snippers van aantekeningen, gevonden citaten, fragmenten en associatieve zijsporen. Ondanks een indeling in hoofdstukken lijkt er niet veel ordening in te zitten. Ze herhaalt zich vaak en strooit met losse gedachten tussen teksten door. Ze gebruikt werkwoordloze zinnen, als een soort verzuchtingen, met veel witregels en springt van de hak op de tak. Een voorbeeld ter verduidelijking is het volgende over Vivien Eliot (die ook bevriend was met Bertrand Russell):
‘(witregel)
Ik voel me geroepen op te treden als de literaire executeur van de doden en de uitgewisten. Het is mijn verantwoordelijkheid te waken over hun nalatenschap.
(witregel)
In 1947 overleed Viv op achtenvijftigjarige leeftijd. De doodsoorzaak op haar overlijdensakte luidt ‘hartaanval’. Mogelijk door medische nalatigheid of een overdosis. In haar grafsteen is de verkeerde datum gebeiteld. Het jaar erop won haar man de Nobelprijs. (En vervolgens Bertrand Russell twee jaar later – is er voor of na haar ooit iemand geweest die het bed heeft gedeeld met twee winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur?)
(witregel)
Een doorhaling. De regel ‘Voor mijn vrouw’ verdween uit zijn gedicht ‘Aswoensdag’. Bertrand Russell schreef haar uit zijn memoires.
(witregel)’
Toch zou het jammer zijn om Heldinnen om die reden terzijde te leggen. Zambreno doet iets belangrijks. Ze leert vrouwen-van autonoom te zijn en hun echtgenoten eventuele superioriteitsgevoelens ter discussie te stellen.



