• Oogst week 18 – 2021

    De vrouw in de bontjas

    ‘Er is geen leeftijd waarop een vrouw alleen hoort te leven. Zolang ze jong is, heeft ze een chaperon nodig. Later een bewaakster. Ik leef alleen. Dat komt door juni 1940, want op de weg van die juni ben ik de mensen kwijtgeraakt dankzij wie ik niet alleen was. Alles is volledig in elkaar gestort. Dus hier sta ik, in Nice, met mijn laatste briefjes van honderd frank. En mijn jeugd aan een zijden draadje. Waarom komt alles altijd tegelijkertijd?’ Al op één van de eerste pagina’s lezen we deze verzuchting van een vrouw die zojuist een tafereel heeft meegemaakt in een kruidenierswinkel waar een morsige grijsaard kaviaar kocht. Weer buiten voelt ze dat de man haar achtervolgt.
    Het is het begin van de novelle De vrouw in de bontjas van Elsa Triolet over een jonge vrouw die in het begin van de oorlog haar minnaar is verloren. Ze ziet wat er om haar heen gebeurt maar het voelt voor haar alsof ze er nauwelijks nog deel van uitmaakt.
    De Frans-joodse schrijfster Elsa Triolet (1896-1970) werd geboren als Ella Joerjevna Kagan in Moskou. Ze was (na een mislukt huwelijk met een Franse officier Triolet) de vrouw van Louis Aragon. De vrouw in de bontjas uit 1944 is het eerste verhaal dat van haar in het Nederlands is vertaald.

    De vrouw in de bontjas
    Auteur: Elsa Triolet
    Uitgeverij: Vleugels

    Winnetou

    Hoeveel jongens zijn in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw niet opgegroeid met de vijftien Prisma-pockets over de helden Winnetou en Old Shatterhand? De originele Duitse versie van Karl May verscheen in 1893 in drie delen. Het was knap werk want May was nooit in Amerika geweest; hij baseerde zijn verhalen louter op persoonlijke studie. We zijn nu bijna 130 jaar verder. Blijven de verhalen over de vriendschap tussen het opperhoofd van de Apachen, Winnetou, en de Duitse landmeter die om de kracht van zijn vuist Old Shatterhand werd genoemd, nu nog overeind? Uitgeverij IJzer vindt van wel. In een nieuwe frisse vertaling verscheen het eerste deel van de trilogie. De vertalers verklaren in hun nawoord hun keuzes in onze tijd waarin het kolonialistische en racistische vocabulaire ter discussie staat. Zo leggen ze uit waarom ‘roodhuid’ is gehandhaafd en waarom niet ‘blanke’ maar ‘withuid’ wordt gebruikt.

    Winnetou
    Auteur: Karl May
    Uitgeverij: IJzer

    Op de schouders van de natuur

    De Noorse Anne Sverdrup-Thygeson is hoogleraar ecologie. Van haar is in Nederlandse vertaling verschenen Op de schouders van de natuur. Het is een prachtig geïllustreerd boek over biodiversiteit en het belang ervan voor ons voortbestaan als mens. In haar voorwoord schrijft ze: ‘Ik had het geluk op te groeien in een gezin waarin het vanzelfsprekend was om veel tijd buiten door te brengen en waarvan de leden geïnteresseerd waren in verhalen en taal die de relatie tussen ons en de natuur beschrijft in het verleden en het heden. Waarin het geen probleem was dat ik graag alles wilde weten en waar werd geprobeerd mijn eeuwige vragen over hoe alles eigenlijk met elkaar samenhing te beantwoorden’. Maar ze is niet alleen de bevlogen wetenschapper. Ze kan ook schrijven. Geen wonder, want ‘Als kind verzamelde ik mooie woorden, woorden die feestelijk in je mond golfden en rolden als ik ze las, zoals onomatopoetikon of woorden die van je huig over je tong huppelden voor ze op het puntje van je tong belandden, zoals trigonometrisch punt. Mijn opa leerde me dat het klein hoefblad in het Latijn Tussilago farfara heette’.

    Op de schouders van de natuur
    Auteur: Anne Sverdrup-Thygeson
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • De waarheid van Old Shatterhand

    De waarheid van Old Shatterhand

    Zijn hele schrijvende leven probeerde Karl May (1842 – 1912) twee geheimen te bewaren. Hij verzweeg dat hij als jongeman vanwege kruimeldiefstal en oplichting in de gevangenis was terecht gekomen, en hij loog zijn lezerspubliek voor over de romanpersonages Old Shatterhand en Winnetou. Wanneer men aan hem vroeg of hij zelf al die avonturen had beleefd, dan antwoordde hij daar resoluut bevestigend op. Natuurlijk! Met zijn Henri-buks en Berendoder had hij als Old Shatterhand het Wilde Westen minder wild gemaakt, vreedzamer, christelijker. Om zijn bewonderaars te behagen, gaf hij hen blauwzwarte paardenharen cadeau onder het mom dat ze van de dode Winnetou kwamen. Alleen, Karl May had nimmer over de prairies gedoold. Hij verzon zijn eigen werkelijkheid. 

    Ik las de avonturenromans van Karl May tussen mijn negende en vijftiende jaar. Vijftig dikke pockets uit de befaamde Prismareeks, allemaal met een nummer op de rug, mijn verzamelinstinct werd geboren. Nummer twee heette Old Shatterhand. Nog steeds betrap ik mezelf erop dat ik bij zijn naam denk aan een bejaarde man die voortdurend met zijn hand trilt of schudt. Waarom heb ik al die deeltjes, met veelal spannende titels als De schat in het Zilvermeer of Door het woeste Koerdistan willen lezen? Was het vanuit plichtsbesef? Je maakt af waaraan je bent begonnen, zelfs tegen heug en meug. Eigenlijk waren de uitgesponnen landschapsbeschrijvingen waar May patent op had voor een kind uit de jaren zeventig best saaie lectuur.  

    Veel herinner ik me niet meer van al die boeken, behalve dan dat de pagina’s weinig lucht tussen de regels boden. Verder vertel ik graag, wanneer iemand geïnteresseerd is, hoe Old Shatterhand met leugen en waarheid omging. (Al vraag ik me nu af of mijn herinnering klopt, ik blader een paar deeltjes door zonder de passages terug te vinden.) Old Shatterhand loog als rechtschapen christen nimmer, terwijl hij wel in situaties terechtkwam waarin het opbiechten van de waarheid gevaarlijk kon zijn. Zijn oplossing: vertel je vijanden alleen dingen die kloppen, dus lieg niet, maar hou cruciale informatie achter. 

    Recent dacht ik daaraan toen mijn partner vertelde over zijn taalkundecollege over de maximes van Paul Grice. In de theorie van Grice ga je er vanuit dat iedereen zich houdt aan het coöperatieprincipe, namelijk dat wat je zegt ook waar is en zo volledig mogelijk. Als je aan een collega vraagt: ‘Hoeveel kinderen heb je’ en hij antwoordt dat hij twee zonen heeft, kijk je toch vreemd op als je bij een bezoekje drie zonen en een dochter aan tafel ziet zitten. Letterlijk is het geen leugen, je collega heeft (ook) twee zonen, maar erg coöperatief was zijn antwoord nu ook weer niet. Het is precies hoe Old Shatterhand met de waarheid durfde te spelen zonder gewetenswroeging te krijgen. 

    Het ging mij uitstekend af om ook als Old Shatterhand de waarheid te spreken.  De innemende jongen uit de hoogste klas die tegen mij zei: ‘Ik zie jou nooit met een meisje’, antwoordde ik vlot met, ‘Ik kom nu al niet met mijn geld uit.’ De dubbele bodem in zijn eigen opmerking – de jongen lakte de nagel van zijn linkerpink roze en droeg gebloemde vestjes – drong pas bij thuiskomst tot mij door. Het kost nu eenmaal meer moeite om de Old Shatterhand in de ander te herkennen.

     

     


    Eric de Rooij (1965) is schrijver, dichter en humanistisch geestelijk begeleider, in zijn columns schrijft hij over boeken die iets voor hem betekend hebben. Begin dit jaar verscheen zijn debuutroman De wensvader bij uitgeverij kleine Uil.