• Een schrijver die het metier goed beheerst

    Een schrijver die het metier goed beheerst

    Schrijver en vertaler Rob van Essen (1963) schreef eerder vier romans waarvan vooral Kwade Dagen de nodige publiciteit genereerde. Hij heeft een christelijke achtergrond en dat wordt in dit nieuwe werk Het jaar waarin mijn vader stierf uit de doeken gedaan. Toch zou ik Van Essen absoluut geen typisch christelijke schrijver willen noemen. Hij zet zich niet af tegen zijn achtergrond, maar plaatst er wel de nodige vraagtekens bij. De vader van de auteur was in de Here en Van Essen schreef een roman in de vorm van dagboeknotities, waarin zijn vader een allesoverheersende rol speelt. Maar er is duidelijk meer.

    Van Essen heeft een gezond gevoel voor humor en dat geeft het boek ondanks de gitzwarte achtergrond de broodnodige luchtige noot mee. Het boek doet af en toe denken aan de mooiste werken van de te vroeg overleden Henk van Teylingen, die zich na een gereformeerde opvoeding bekeerde tot de Hare Krishna. Zo ver zal het bij Rob van Essen wel niet komen, want tussen de regels door deelt hij af en toe ferme tikken uit aan het New Age-gezweef. Aan de andere kant trakteert hij ons op humoristische, filosofische uitstapjes en kleine overpeinzende observaties. (‘Hij was zo overgevoelig, dat hij zich nog het liefst zou verontschuldigen als hij over iemands schaduw fietste.’)

    Het geloof staat ver van hem af, maar de vragen over de inhoud van het leven zijn duidelijk gebleven. Af en toe krijgen we de indruk dat de wapens hem uit handen zijn geslagen. Wat nu? Gelukkig doet hij ook aan zelfspot en schetst zichzelf als een onhandige knaap waar het vrouwen betreft, iemand die een drankverslaving wist af te zweren en nu aan de Prozac is. Zou dat allemaal waar zijn? Van Essen volgt behoedzaam het spoor terug. Hij spreekt zijn spijt uit over de vroege verhuizing van het gezin van Amstelveen naar het platteland. Als het gezin in Amstelveen zou zijn gebleven, hoe anders was de jeugd van Rob en zijn broers en zus dan verlopen? Rob – blijkt later – heeft zich uiteindelijk  gevestigd in Amsterdam, maar is hij daar niet zelf een buitenstaander, iemand die het gewoel van de stad maar al te graag verruilt voor lange fietstochten langs Ouderkerk, kortom langs de boorden van diezelfde stad.

    Vader was schoolmeester, later hoofdonderwijzer bij de School met den Bijbel en het gezin volgde hem steeds naar zijn nieuwe werkplek. Verder schreef vader kinderboeken, kindertoneelstukken en veel columns in o.a. het Reformatorische Dagblad. Een aantal jaren zwoer hij het geloof af, maar waarom dat precies was en ook vooral waarom hij later terugkeerde in de moederschoot der kerk wordt niet duidelijk. Het is een van de raadsels, die Rob van Essen graag had willen oplossen maar wanneer zijn vader gestorven is, blijkt dat hij verzuimd heeft de goede vragen te stellen toen het nog kon. Zou de cynische man er überhaupt op hebben geantwoord, wanneer het hem zou zijn gevraagd? De band tussen vader en zoon bestaat uit het samenwerken aan kleine projecten, Rob maakt enkele illustraties bij een kinderboek van zijn vader en zal later met zijn computerkunde op de proppen komen om verhalen voor hem te rubriceren. De illustraties worden door de uitgever geweigerd maar het boekje verschijnt toch. Dat is opvallend omdat Van Essens vader eerder had uitgeroepen: ‘Ze publiceren het maar met jouw tekeningen of helemaal niet!’ Een dubbele moraal?

    Aandoenlijk zijn de momenten waarin Van Essen citeert uit het werk van zijn vader. Een poging achter de persoon en de drijfveren van de gesloten man te komen, die maar ten dele slaagt. We zien de vader in – wat later zal blijken – zijn laatste levensjaar, snel achteruit gaan. Rob van Essen maakt dat proces, bewust en van heel dichtbij mee. Zelfs zo dichtbij, dat hij bij zijn vader in bed gaat liggen om over hem te waken in het ziekenhuis. Maar of hij hierdoor echt dichterbij komt blijft de vraag.
    De gedichten van zijn vader zijn nergens meer te vinden, ook niet nadat Rob alle spullen uit de studeerkamer van zijn vader nog eens heeft uitgezocht. Waren daarin niet juist de gevoelens van zijn vader vervat? Van Essen vraagt zich na de dood van zijn vader af waarom het hem zo weinig doet. Hij komt niet echt bij zijn emoties. Lijkt hij wellicht op zijn vader? Rob zelf wilde eerst dominee worden, maar waarom hij dat niet werd komen we niet te weten.

    Hilarische momenten beleven we verder tijdens een kunstweek op een camping, waarin Van Essen gestrikt wordt deel te nemen aan diverse activiteiten, waar hij niet op zit te wachten. De buitenstaander moet naar voren treden, maar wordt gered door de bel.
    De grote dilemma’s van het leven, hoe we met de dood omgaan, met roem, met ons verleden, met naastenliefde, vergeving, spelen luchtig door het boek heen, maar zijn er wel degelijk. Dat Rob van Essen deze thema’s niet uit de weg gaat is zeer in hem te prijzen, dat hij zichzelf op een badinerende wijze neerzet zo mogelijk nog meer. Ook de beschrijvingen van de natuur zijn van een ingehouden, haast metafysische kracht. De fragmenten uit popsongs en uit de filosofie, de ontmoetingen met andere schrijvers, alles staat in het teken van de eerdergenoemde thematiek. Het wordt tijd dat Van Essen met dit puntgave boek doorbreekt naar de plek in de Nederlandse literatuur die hij verdient. Een vakman, die het metier zo goed beheerst als hij, verdient dat. Zijn vader zou er om geglimlacht hebben.

     

  • Jack Kerouac (1922 – 1969)

    Jack Kerouac (1922 – 1969)

    Door Coen Peppelenbos

    De roman On the road van Jack Kerouac is voor sommige lezers een ijkpunt in hun literaire ontwikkeling. Sal Paradise en zijn aan drugs en seks verslaafde vriend Dean Moriarty rijden kris kras door Amerika. Wat het boek uitademde was een hang naar vrijheid op seksueel en intellectueel gebied. In Nederland is het boek vertaald onder de veel minder aansprekende titel Onderweg (on the road klinkt toch wat rauwer, opa en oma zijn ‘onderweg’).
    Kerouac was een schrijver die aan één onderwerp genoeg had: zichzelf. Zijn meest bekende boek, maar ook de andere boeken hebben zijn eigen leven als vertrek- en eindpunt.

    Wat de aanleiding was om juist nu een biografie(tje) uit te brengen over Kerouac is onduidelijk, maar Karel Wasch maakte een 148 bladzijden tellend boekje over een van de prominentste leden van de zogenaamde Beat Generation.
    Het beeld dat daaruit opdoemt is niet erg positief. Kerouac is zijn hele leven aan het klooien met vrouwen (trouwen, scheiden, als er een kind van komt erkent hij het kind niet), drank , drugs, religie (katholicisme, boeddhisme) en het slijten van zijn manuscripten. Pas vrij laat krijgt hij succes. Aan het eind van zijn leven wordt hij ook nog eens antisemitisch. Leuk mannetje.

    Wie het boek van Wasch leest en er achter probeert te komen waar de boeken Kerouac over gaan, komt bedrogen uit. Wasch is meer geïnteresseerd in de ontmoetingen met andere literaire grootheden, zoals Allen Ginsberg en William Burroughs.
    Er is wat raars aan de hand met dit boekje over Kerouac. Het wemelt van de slordigheden. Er worden rare gedachtesprongen gemaakt. ‘In de tussentijd werd het duidelijk dat Jacks vader leed aan ongeneeslijke maagkanker. Jack, net als Dylan Thomas de dichter uit Wales die er een gedicht aan wijdde, moest werkeloos toezien hoe zijn vader steeds meer een wrak werd.’ Een merkwaardige zin over Dylan Thomas. Begrijp ik nu goed dat Dylan Thomas een gedicht schreef over de vader van Kerouac? Het is niet het enige voorbeeld waarbij je even met de ogen knippert.

    Je vraagt je af wat Wasch bedoelt met deze zin over Jacks boezemvriend Neal: ‘Hij had een 38 pistool gekocht en had geprobeerd zich dood te laten vriezen bij de snelweg. Toen dit laatste te lang duurde bleek dat de radiator was bevroren. Thuisgekomen nam Carolyn het pistool van hem af.’ Het bevriezen lukt niet omdat de radiator bevroren was? En wat te denken van: ‘De snelheidsmeter op het dashboard begeeft het en Kerouac belandt uiteindelijk op de achterbank en stelt zich voor dat ze een ongeluk krijgen.’

    Los van de spelfouten, het ontbreken van woorden in een zin, boeken die opeens een andere spelling krijgen ( De Diamanten Soetra en De Diamanten Sutra), fout hoofdlettergebruik (na een dubbele punt komt er bij Wasch altijd een hoofdletter) en een merkwaardige zinsbouw (‘Op het adres 212 Orizaba Street huurt Kerouac een kleine dakhut waar Bill Garver, een junkievriend van Burroughs woont een etage lager.’) zijn er nog meer in het oog springende slordigheden. Zinnen sluiten niet op elkaar aan, informatie wordt niet uitgelegd. Wasch heeft het opeens over de poging van Ginsberg om het echtpaar Rosenberg te redden van de doodstraf. Niet duidelijk is wat die mededeling met Kerouac te maken heeft. Daarnaast is het de vraag of iedere lezer weet wat dat echtpaar gedaan heeft.

    Wasch citeert ook erg merkwaardig. Zo haalt hij bijvoorbeeld Johnnie van Doorn aan die over Kerouac zei: ‘King of the Beats, reizend van zijn bankstel naar de ijskast, wat een einde.’ Meer dan honderd bladzijden verder zegt Johnnie opeens: The King of the Beats, de schrijver van On the Road maakte alleen nog maar de gang van het bankstel naar de ijskast.’ Als zelfs dat citaat al niet zo betrouwbaar is, hoe zit het dan met de rest van de citaten? Het zou interessant zijn om dat uit te zoeken. Wasch heeft behoorlijk geknipt en geplakt in biografieën over Kerouac, maar nergens verwijst hij daar direct naar. Achterin staat een lijstje boeken en artikelen, maar in het boekje staat nergens waar hij een citaat heeft weggeplukt. Ook de rest van de informatie is met schaar en lijmpot in deze lor van een biografie terechtgekomen, slecht vertaald en daarom vaak zo onleesbaar.

    Een paar keer heeft Wasch zelf iemand gesproken. Dat wordt dan meteen in cursief opgetekend. Zo weet hij bijvoorbeeld Burroughs een nietszeggend zinnetje te ontlokken. Zijn eigen naspeuringen leveren niet meer dan een bladzijde eigen materiaal op. Binnen die bladzijde eigen materiaal zitten ook niet relevante opmerkingen over het leven van Wasch (‘Ook in Nederland bestond de politie uit reactionairen. Toen ik eens tegen een agent een opmerking plaatste moest ik direct mee naar het hoofdbureau.’). Voor de rest is het jatwerk. Naar de papierversnipperaar ermee.