• Literair Nederland duikt met Thomas Heerma van Voss Het archief in

    Literair Nederland duikt met Thomas Heerma van Voss Het archief in

    Op zaterdag 30 november kwamen recensenten en redactieleden van Literair Nederland en Jong Literair Nederland samen in antiquariaat Hinderickx & Winderickx in Utrecht voor de jaarlijkse borrel. Ook Thomas Heerma van Voss was erbij. Hij kwam praten over zijn roman, Het archief. In 2009 debuteerde Heerma van Voss met de roman De allestafel. Sindsdien schreef hij essays, korte verhalen en drie romans, waarvan de laatste, Het archief, deels is gebaseerd op zijn ervaringen bij literair tijdschrift De Revisor. Als nieuwste redactielid van Literair Nederland ging ik met hem in gesprek. Over redactie voeren, het belang van literaire tijdschriften en goed kunnen kijken naar kleine dingen.

     

    Het archief gaat over Pierre, die als ‘veelbelovend jong redactielid’ plaatsneemt in de redactie van literair tijdschrift Arabesk. Wat is hij voor iemand? 

    ‘Pierre is iemand die zich in de luwte wil bekommeren om wat anderen ontgaat. Hij is beschouwend, vaak meer analytisch dan deelnemend en heeft een groot hart voor de literaire zaak, zonder dat hij precies weet wat hij daarmee moet, kan of wil. Als hij gevraagd wordt om bij de redactie te komen zegt hij al snel ja.’


    Wat is Arabesk voor tijdschrift, hoe staat het blad ervoor?

    Arabesk is verwant met literair tijdschrift De Revisor, waar ik vanaf 2015 of was het 2014, zeven jaren in de redactie heb gezeten. Wat daar ingewikkeld was, en dat merkt Pierre ook bij Arabesk, is dat er voortdurend verwezen werd naar het roemruchte verleden, soms expliciet, soms impliciet. En de situatie is in het heden natuurlijk heel anders dan vroeger. Inmiddels heeft Arabesk meer inzendingen dan abonnees.’ 


    En is er een uitgeverij die de gang van zaken bekritiseert.

    ‘De uitgeverij die Arabesk uitgeeft, zegt tegen Pierre en de drie andere redacteuren: probeer te verjongen. Er worden initiatieven geopperd om het blad online zichtbaarder te maken. Met een zogeheten ‘diversiteitssubsidie’wordt er een externe redacteur met een multiculturele achtergrond ingeschakeld om de boel op te schudden. Dat is nodig en belangrijk, het blad is te traditioneel, te stoffig en te wit, maar het is tegelijkertijd ook een potsierlijke vertoning: ze betalen iemand om hardop te zeggen wat ze zelf al weten. Daarnaast leveren de beginnende vertalers en dichters die deze externe Arabesk-redacteur aandraagt matige stukken in. De redactieleden worstelen met de vraag of ze die moeten plaatsen. Aan goede intenties en welwillendheid is er bij Arabesk geen gebrek, alleen wordt de vraag steeds groter hoe de redactie het moet aanpakken, wat zin heeft en of het blad wel per se in stand gehouden moet worden.’


    Misschien is het probleem ook dat veel mensen geen weet hebben van het bestaan van literaire tijdschriften.

    ‘Mijn boek is een paar maanden geleden verschenen. Ervoor had ik met een PR-medewerker van uitgeverij DasMag een overleg. Hij zei: leg in elk interview opnieuw uit wat een literair blad is, want niemand weet dat nog. Dus hoorde ik mezelf in de radiogesprekken die ik had steeds zeggen: een literair tijdschrift bestaat uit literaire verhalen, essays en gedichten, het heeft vaak een kleine oplage maar dient wel als kweekvijver, enzovoorts.’ 


    Het eerste hoofdstuk gaat over Pierre en zijn vader, die een enorm archief bijhoudt. Wat is Pierres vader voor een man?

    ‘Hij is zo iemand die, zonder veel te zeggen, heel aanwezig kan zijn. Hij heeft zich verschanst in zijn kamer met allemaal papieren, allemaal oude tijdschriften. Hij was ooit ook redacteur en journalist en hij hecht eraan dingen te bewaren, te begrijpen waar iets vandaan komt.’


    Hoe is Pierre door hem beïnvloed?

    ‘Ik denk dat verlangens vaak halfbewust tot stand komen. Dus er zitten geen expliciete passages in het boek waarin Pierre denkt: “Ik zit bij dit blad omdat mijn vader dit interessant vindt.” Maar dat idee spreekt wel uit alles wat hij doet. Zijn vader is heel prominent aanwezig. Voor ik aan Het archief begon, was ik al bezig met een tekst over een blad waarvan ik niet wist hoe het verder moest gaan, wat het moest worden. Pas vanaf het moment dat ik dacht: “O wacht, er moet een vader in en ik weet hoe het met die vader moet aflopen”, werd het een roman.’

    Pierres vader wordt erg ziek. Pierre kan daar niets aan veranderen, een parallel met de teloorgang van het tijdschrift. Hij staat erbij en kijkt ernaar. Hoe vond je het om Pierre te schrijven?


    ‘Ik houd van boeken waarin de zwaarte de lichtheid versterkt en andersom. En ik houd van een hoofdpersoon die goed om zich heen kijkt. Ik denk dat Pierre die blik ook deelt met zijn vader: goed kijken naar kleine dingen. Het boek gaat over verschillende manieren om je te verhouden tot iets dat aan het verdwijnen is. Pierre probeert alles te doen wat hij kan, maar ja, wat kan je doen als een naaste heel ziek is? Je kan het niet verbeteren, je kan er wel zijn.’


    Pierres moeder neemt in het boek weinig ruimte in. Toch heeft ze een fascinerende relatie met Pierres vader.

    ‘Pierres ouders zijn al heel lang samen. Hun huwelijk uitpluizen is niet waar zijn blik op was gericht, dus dat zit relatief weinig in het boek. Zijn moeder heeft nooit precies begrepen hoe haar man in elkaar zit. Of ze heeft nooit de goede toon gevonden. Ze hebben allebei een andere manier van leven. Als het einde dan ineens zo concreet opdoemt, is daar geen ontkomen meer aan. De een wil antwoorden, de ander wil niets zeggen.’ 


    En hoe zit het met de relatie tussen Pierre en Lucie, zijn vriendin.

    ‘Lucie is er door het hele boek heen. Een van de moeilijkheden, dat is meer technisch, met het schrijven van Het archief was dat er in de redactietijd een spanningsboog moest zitten. Die periode duurt vier, vijf jaar. Dus ik moest suggereren dat er jarenlang leven is buiten het blad, zonder dat het daar te veel over gaat. Ik wilde daarbij per se een goede relatie, omdat het te voorspelbaar is als Pierres redacteurschap negatieve invloed heeft op zijn relatie met Lucie. Ze is iemand op wie hij kan leunen, een soort baken.’


    Er is een gedrukte editie van Arabesk met bijdragen van een aantal schrijvers die we kennen uit Het archief, waaronder Pierre. De echte schrijvers ervan staan achterin vermeld. Heb jezelf de redactie ervan gedaan? 

    ‘Ja, dat was heel leuk om te doen. In Het archief beschrijf ik allerlei teksten uit Arabesk, maar ik kon natuurlijk amper uit het blad citeren, dan zou je een onevenwichtig boek krijgen. Toen mijn roman af was maar het nog maanden zou duren voor hij verscheen, heb ik de uitgeverij gevraagd of we niet, ter promotie, eenmalig een uitgave van Arabesk konden maken. Ik dacht dat ze zouden zeggen: “Nee, dat wordt te duur, te veel gedoe”, maar ze zeiden dat het prima was als ik het zelf regelde. Dus heb ik een overzicht gemaakt van alle verwijzingen in de roman naar Arabesk en ben ik schrijvers gaan vragen. Wat me in positieve zin verraste, was dat iedereen die ik hiervoor vroeg het leuk vond om onder zo’n Arabesk-pseudoniem te schrijven. De schrijvers konden zich uitleven. Het werd een rollenspel op papier.’


    Hoe reageerden redactieleden van andere literaire tijdschriften. Zijn ze blij met de aandacht?

    ‘Het is  niet zo dat alle redacties hebben gereageerd. Wel heb ik van meerdere mensen gehoord dat ze na het lezen een abonnement gingen nemen op een literair blad. Dat was natuurlijk niet een doel op zich van mijn boek, wel is het een fijne bijvangst.’

     

     

    Op de foto: Thomas Heerma van Voss en Juno Blaauw
    (Foto: Carolien Lohmeijer)


     

     

     

     

     

     

    Het archief / Thomas Heerma van Voss / uitgeverij DasMag / 274 blz.

     

     

     

  • Oogst week 48 – 2024

    Oogst week 48 – 2024

    Augustusblauw

    De wereldberoemde pianist Elsa M. Anderson stopt midden in een uitvoering van het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov met spelen. Ze staat op en loopt van het podium af. Het orkest en de dirigent, het publiek in de zaal en daarbuiten: ze blijven in verwarring achter. Wat betekent het dat Elsa M. Anderson in een winkel in Athene een vrouw ziet die precies die beeldjes koopt die zijzelf had willen kopen? Dat ze zichzelf in die vrouw herkent is het begin van een reis door Europa. Ze zoekt haar dubbelganger op straat, achtervolgt haar en ontloopt haar. Augustusblauw van Deborah Levy gaat over dubbelgangers, verandering en toeval.

    Deborah Levy (1959) is een Britse schrijver van romans, toneelstukken en gedichten. Haar toneelstukken werden opgevoerd door de Royal Shakespeare Company. Haar romans Swimming Home (2011) en Hot Milk (2016) stonden beide op de shortlist voor de Booker Prize, en The Man Who Saw Everything (2019) stond op de longlist voor diezelfde prijs. Levy’s meest belangrijke dichtwerk is An Amorous Discourse in the Suburbs of Hell (1990), een gesprek tussen een engel en een accountant over spontaniteit, ambitie, logica en tevredenheid.

    Augustusblauw
    Auteur: Deborah Levy
    Uitgeverij: De Geus

    Deze brieven eindigen in tranen

    In Deze brieven eindigen in tranen van Musih Tedji Xaviere ontmoeten Bessem en Fatima elkaar op het voetbalveld. Het is liefde op het eerste gezicht, maar wel een liefde met grote hindernissen. In Kameroen zijn relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden, het is gevaarlijk om queer te zijn. Bij een inval van de politie in een homobar wordt Fatima opgepakt. Ze verdwijnt spoorloos, Bessem blijft alleen achter. Dertien jaar later, als Bessem hoogleraar is aan een universiteit, komt ze een oude vriendin tegen. Is zij de laatste persoon die Fatima heeft gezien? Bessem gaat op zoek naar haar geliefde. 

    Musih Tedji Xaviere is geboren in Njinikom in Kameroen en woont sinds een aantal jaar in Groot-Brittannië. Ze wist al vroeg dat ze schrijver wilde worden, als elfjarige, na het lezen van Charles Dickens’ Oliver Twist (1838). Als twintiger publiceerde ze zelf een young adult roman omdat er voor haar in Kameroen geen mogelijkheden waren bij traditionele uitgeverijen. Met haar debuutroman, Deze brieven eindigen in tranen, die de Pontas Prize en de JJ Bola Emerging Writers Prize won, kwam haar droom uit.

    Deze brieven eindigen in tranen
    Auteur: Musih Tedji Xaviere
    Uitgeverij: Orlando en Oxfam Novib

    Magnetisch middernacht

    Een lawine sleurt het huis van Iðunn, Lokes buurmeisje, met bewoners en al de zee in. Lokes moeder kan niet van de schok bekomen. Ze blijft Iðunn zien, gelooft dat het meisje nog leeft en blijft haar zoeken. Omdat ze weigert die zoektocht op te geven, brengt haar man haar naar een psychiatrische kliniek. Na niet al te lange tijd krijgt Loke een nieuwe moeder en een stiefzusje, Pippa. Met zijn vieren vormen ze een nieuw gezin. Op een dag zien Loke en Pippa een meisje op de helling. Is het Iðunn? Ze heeft takkenharen en lijkt op een dier. 

    Laura Broekhuysen (1983) studeerde niet alleen viool aan het Conservatorium van Amsterdam, maar ook Writing for performance aan de theaterfaculteit in Utrecht. Haar debuutroman Twee linkerlaarzen (2008) werd genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs en de tweejaarlijkse Vrouw & Kultuur DebuutPrijs. Winter-IJsland, mijn eerste jaar in een verlaten fjord (2016) en Flessenpost uit Reykjavik (Querido, 2019) werden beiden genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Ook stond Winter-IJsland op de shortlist voor de Bob den Uyl Prijs. Haar eerste dichtbundel, Wij capabelen verscheen in 2022.

    Magnetisch middernacht
    Auteur: Laura Broekhuysen
    Uitgeverij: Querido
  • Veertig verhalen geschreven door Anne Frank

    Veertig verhalen geschreven door Anne Frank

    Het Achterhuis, Anne Franks dagboek, is een van de meest gelezen boeken ter wereld en dat is zeker niet alleen te danken aan het aangrijpende verhaal. Het zit hem in de manier waarop Frank vertelt, haar heldere stem, scherpzinnige (zelf)kritiek en onverbiddelijk oog voor het grappige en absurde. Al na de eerste paar bladzijden is duidelijk: hier is een schrijver aan het woord. Dat Frank naast haar dagboek ook verhalen schreef zou dus niemand moeten verbazen. Pennekinderen — Verhaaltjes en gebeurtenissen uit het Achterhuis viert Franks schrijverschap én herinnert ons aan de verschrikkingen van de holocaust. Frank stierf in februari ’45, zes maanden na haar laatste dagboekaantekening, in concentratiekamp Bergen-Belsen.

    Lees de hele recensie op Jong Literair Nederland.

  • Hoogte- en dieptepunten van de menselijke natuur

    Hoogte- en dieptepunten van de menselijke natuur

    Het is 2022 als Irwan Droog voor het eerst iets over walrus Wally leest. Het jaar ervoor heeft Wally, een Atlantische walrus, zo’n zes maanden in Europese wateren gezwommen, waar hij zich ophield in havens en kleine bootjes vernielde met zijn zware lijf. Nieuwsberichten gingen de wereld over, want wat moest een walrus in Europa en vooral, wat moesten mensen met hem?

    Droog raakt gefascineerd door het dier en de reis die het maakte, en misschien nog wel meer door wat die reis ons over onszelf en onze impact op de natuur vertelt. Hij besluit Wally na te reizen, van het Ierse Valentia Island, waar Wally op 14 maart 2021 voor het eerst werd gezien, via Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Engeland, terug naar Ierland. IJsland, de laatste plek waar Wally gezien is, slaat hij over. Eerst omdat hij zijn pasjes is kwijtgeraakt en daarna omdat hij niet meer wil vliegen. Wally en wij is het verslag van Droogs tocht.

    De impact van klimaatverandering

    Dat Wally in Europa rondzwemt is niet alleen leuk (als je van grappige filmpjes over dieren houdt) of lastig (als je boot gezonken is), het vertelt ons ook iets over de tijd waar we in leven. Droog zet de toon met zijn eerste alinea. Daarin beschrijft hij wat er gebeurt in een walruskolonie aan de noordoostkust van Rusland, op basis van beelden afkomstig uit BBC’s Our Planet, ‘Frozen Worlds’. Door klimaatverandering krimpen de ijsvlaktes waar de walrussen gewoonlijk leven en sommige verdwijnen zelfs helemaal. De walrussen moeten dus op zoek naar andere grond. Een groep klimt op een berg, tachtig meter hoog, maar de weg terug is niet makkelijk. De BBC schuwt de werkelijkheid niet en laat in slow motion zien hoe tientallen walrussen te pletter vallen op het strand. De impact van de mens, op walrussen, maar ook op alle andere dieren, blijft het hele boek terugkomen.

    Droog als walrusexpert?

    Wie weet er veel van walrussen? Droog niet. Althans, niet voor zijn interesse door Wally wordt gewekt. Misschien dat hij er daarom in slaagt de informatie die hij over walrussen deelt, zo goed gedoseerd aan te bieden. Nergens is sprake van lange lappen feiten. Droog vertelt steeds een beetje, over de anatomie van walrussen, bijvoorbeeld, en de voortplanting en sociale relaties, over de vernietigende impact van de commerciële walrusjacht (gelukkig sinds halverwege de vorige eeuw verboden) en de manier waarop walrussen communiceren: ze lijken met elkaar te praten door middel van allerlei geluiden en ‘zingen’ ook gezamenlijk. Droog weet daarbij de indruk te wekken dat hij ieder feitje vertelt op het moment in de reis dat hij het zelf te weten kwam.

    Over walrussen en mensen

    Wally en wij, de titel zegt het al, Droogs boek gaat zeker niet alleen over Wally of over walrussen in het algemeen. Minstens even veel aandacht gaat uit naar mensen en hun reactie op de komst van Wally. Op iedere plek waar Wally is geweest, gaat Droog in gesprek met degenen die met de walrus te maken hebben gehad. Hoewel hij erin slaagt zijn gesprekspartners te typeren, blijven de gesprekken wel wat aan de oppervlakte. Alsof iedere persoon die hij opvoert alleen een functie van zijn rol is: een kassamedewerkster die Wally-merchandise verkocht (deels gemaakt door de bewoners van het stadje), een wildlife guide, natuurbeschermers die zich zorgen maken over Wally en de redenen dat hij in Europa rondzwemt.

    Foto’s om twee keer te bekijken

    Naast de foto van Wally op de omslag — hij zit in een motorbootje en laat zijn ene flipper nonchalant over de rand hangen — zijn er acht pagina’s foto’s in het boek opgenomen, op stevig wit papier. Voor wie dat niet al uit zichzelf doet: het is een aanrader om de foto’s voor je begint te lezen te bekijken. Het zijn foto’s van een walrus, bruin en rimpelig rond op zijn vlot, in bootjes, op een steiger. En foto’s van de omgeving. Niet veel bijzonders, eigenlijk.

    En dan, als je alles gelezen hebt, bekijk je de foto’s voor de tweede keer. Nu staat er niet zomaar een walrus op de foto’s, maar is het Wally, het dier waar mensen overal ter wereld aan gehecht zijn geraakt. Interessant is om te kijken door wie de foto’s zijn gemaakt. Alle foto’s waar Wally niet op staat, zijn gemaakt door de auteur. Hij heeft de walrus immers zelf nooit in het echt gezien.

    Geweldig en lastig

    In de epiloog zegt Lizzi Larbalestier, vrijwilliger van de British Divers Marine Life Rescue op de Isles of Scilly, die eigenhandig een haul-out, een drijvend bed, voor Wally maakte: ‘Mensen waren geweldig, en ze waren lastig. Dat is hoe het altijd gaat. Ik zag de hoogtepunten, maar ook de dieptepunten van de menselijke natuur.’ Ze vat daarmee precies samen wat Droog in zijn boek heeft laten zien. En Wally? Na zijn bezoek aan IJsland heeft niemand nog iets van hem vernomen. De hoop is dat hij ergens tussen de andere walrussen een walrusleven leeft.

     

     

  • Oogst week 38 – 2024

    Roadtrip to Auschwitz

    In Eva Ruttens Roadtrip to Auschwitz bezoeken familieleden uit drie generaties samen Auschwitz-Birkenau. Voor Rutten, die de middelste van die generaties vertegenwoordigt, is het niet de eerste keer dat ze er is. In 2004 maakte ze na de dood van haar moeder een bedevaartstocht naar het kamp waar haar Poolse grootmoeder tegenover Josef Mengele kwam te staan. Het was er ijskoud, hartje winter, en Rutten beloofde haar grootmoeder en haar moeder dat ze ooit, als ze zelf een dochter heeft, zou terugkomen. Roadtrip to Auschwitz is het verslag van die reis: Rutten bezoekt samen met haar tienerdochter en twee zussen van haar moeder de plekken in Duitsland, Polen en Oostenrijk die beslissend zijn geweest voor de geschiedenis van haar familie.

    Rutten is een Belgische journalist. Ze is geboren in Gent en groeide op naast haar grootouders die beiden tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen zaten — ze hadden banden met het Poolse ondergrondse verzet — en elkaar na de oorlog ontmoetten in een displaced persons camp in Duitsland. Rutten studeerde journalistiek in Hasselt en publiceert in, onder andere, Feeling, De Standaard Magazine, HLN, Sabato (De Tijd). Ze woont met haar man en dochter in Hemiksen. Het verhaal van Roadtrip to Auschwitz is niet alleen verschenen in boekvorm, Rutten heeft er ook een podcast over gemaakt.

    Roadtrip to Auschwitz
    Auteur: Eva Rutten
    Uitgeverij: Pelckmans

    Zwervelingen

    Zwervelingen van Rešoketšwe Manenzhe speelt zich af in Zuid-Afrika in 1927, het jaar dat de Ontuchtwet werd aangenomen, die relaties tussen ‘witten’ en ‘zwarten’ illegaal maakte. Het leven van Abram (Brits) en Alisa (Jamaicaans) wordt erdoor op zijn kop gezet. Voor de invoering van de Ontuchtwet leidden ze een gelukkig en comfortabel leven met hun twee kinderen. Erna worden de kinderen ineens beschouwd als twee ‘bewijzen’ van hun verboden relatie. Op school stellen ambtenaren vragen en er worden lijsten gemaakt van de bezittingen van het gezin, dreiging hangt als een donkere wolk boven hen. Abram weet zich geen raad. Hij wil zijn gezin beschermen, maar hoe? Alisa zakt weg in een depressie met verschrikkelijke gevolgen.

    Manenzhe is dichter en schrijver van korte verhalen en romans. Haar gedichten en korte verhalen zijn verschenen in verschillende tijdschriften en ze heeft een heel aantal prijzen op haar naam, waaronder de Dinaane Debut Fiction Award 2020, de HSS. Award voor Beste Fictie 2021, de UJ Prize 2021 voor Zuid-Afrikaanse Engelstalige fictie, de First-Time Author Award en de South African Literary Awards 2021. Ze is Zuid-Afrikaans en woont in Kaapstad.

    Zwervelingen
    Auteur: Rešoketšwe Manenzhe
    Uitgeverij: Orlando

    De mierenkaravaan

    Kiek is veertig jaar en werkt op een tuinderij. Samen met vrijwilligers kweekt ze groenten en anderen planten. Het ecologische evenwicht is belangrijk op de tuin, ieder levend wezen speelt daarin zijn eigen rol. Toch zijn er levende wezens die niet welkom zijn, zoals de haas die het evenwicht brutaal komt verstoren. In Kieks persoonlijke leven staat er ook een evenwicht op het spel: ze blijkt een chronische ziekte te hebben. In De mierenkaravaan beschrijft Mariken Heitman de veranderingen die de tuin én Kiek gedurende vier seizoenen ondergaan.  

    Heitman is opgegroeid in Gelderland en studeerde biologie aan de Universiteit Utrecht. Naast haar werk als schrijver werkt ze als tuinder en docent groenteteelt. Haar debuut, De wateraap, werd genomineerd voor de Bronzen Uil en de Anton Wachterprijs. Ook stond het boek op de longlist van de Jan Wolkersprijs. Voor Heitmans tweede boek, Wormmaan, ontving ze het C.C.S. Crone stipendium en, in 2022, de Libris Literatuur Prijs. De mierenkaravaan is Heitmans derde boek. Naast romans schrijft Heitman ook artikelen en essays. Deze zijn onder andere verschenen in De Volkskrant, De Standaard en NRC.

    De mierenkaravaan
    Auteur: Mariken Heitman
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • De kunst van rake zinnen  

    De kunst van rake zinnen   

    ‘Bij Zwarte meisjes voel ik me ongemakkelijk.’ Met de eerste zin van haar debuutroman Lotgenoten laat Sabrine Ingabire, een jonge Rwandees-Belgische schrijver, zien dat ze de kunst van rake zinnen beheerst. Het zit hem niet in de controverse, de lichte paniek die je als lezer voelt. Mag je zoiets zeggen? Of misschien vooral, wie mag zoiets zeggen en wie niet? Het sterke is dat Ingabire die zeven woorden niet inzet puur om te provoceren. Ze heeft ze nodig om het thema van Lotgenoten van het begin af aan ondubbelzinnig te verwoorden. Het is de dertigjarige Ajali, Ingabires hoofdpersoon en net als zij van Rwandees-Belgische afkomst, die spreekt, in een kort hoofdstuk, genaamd #0. Dat hoofdstuk fungeert als een inleiding voor een terugblik die het hele boek zal duren. ‘Als ik als tiener eerlijk met mezelf had kunnen zijn,’ gaat Ajali verder, ‘dan was dat de kern geweest van mijn wezen: dat ik me bij zij die het meest op me leken het ongemakkelijkst voelde.’

    Leven in het land van de kolonisator

    Tiener Ajali woont met haar vader en moeder in het Belgische Gent. Haar broer, die een stevig aantal jaar ouder is, komt een jaar na het afronden van zijn studie weer thuiswonen. ‘Het ging niet goed met hem. Dat zag ik. Dat zag iedereen. Maar niemand zei er wat van. En wat moest ik zeggen als zelfs zijn eigen ouders — de ouders die hem zo graag hadden gewild — niets zeiden?’

    Wat volgt is een pijnlijk eerlijke bespreking van Ajali’s leven in het laatste jaar van de middelbare school en haar worsteling zich te verhouden tot de mensen om haar heen en het land waarin ze woont. Niet toevallig vervult het enige hoofdstuk dat zich twee jaar eerder afspeelt, als Ajali veertien en vijftien jaar is, een sleutelrol in het verhaal. Een makkelijk hoofdstuk is dat niet. Ajali’s vertwijfeling is onmiskenbaar in de hoeveelheid onbeantwoorde vragen die ze zichzelf stelt, maar het hoofdstuk leest daardoor wel minder vlot dan de rest van het boek.

    Dat Ajali opgroeit in België doet ertoe. Na de Eerste Wereldoorlog werd Rwanda, dat eind negentiende eeuw door Duitsland was geannexeerd, aan België toegewezen. Waar de Duitsers het bij een kleine aanwezigheid hadden gehouden, waren de Belgen actieve kolonisators, die grote winsten onttrokken ten koste van de lokale bevolking. Daarnaast gebruikten en versterkten zij bestaande machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen voor hun eigen doeleinden, en consolideerden deze onder andere door vanaf 1931 op Rwandese identiteitskaarten te vermelden tot welke groep iemand behoorde, Tutsi’s, Hutu’s of Twa. Het meest verschrikkelijk gevolg daarvan, de genocide van 1994, liet decennia op zich wachten, maar kan onmogelijk los gezien worden van de Belgische kolonisatie.

    Lotgenoten

    Hoewel het Belgische koloniale verleden en de impact van het sindsdien voortdurende racisme in de Belgische samenleving in het hele boek doorklinken, bespreekt Ingabire nergens de details van het verleden van Ajali’s ouders. Ajali is in België geboren, als enige van haar familie, en is geen onderdeel van de vanzelfsprekende vertrouwdheid die haar ouders en broer hebben met andere Rwandezen in België. ‘Deze vrienden, die geen vrienden waren, waren wel degelijk familie, hoewel ze geen familie waren.’ Dit is waar de titel terugkomt. Deze mensen zijn haar ouders’ lotgenoten. ‘En het maakte niet uit dat ze nooit diepe gesprekken voerden over hun diepste dromen of angsten, het maakte niet uit dat ze elkaars lievelingskleuren niet kenden, dat ze elkaar eigenlijk helemaal niet zo leuk of grappig vonden: het lot had hen samengebracht, en het lot had hen samengehouden, ondanks de kolonisatie, en de oorlogen, en het alomtegenwoordige racisme in hun ongastvrije gastland.’

    Ajali weet niet wat er is voorgevallen in de levens van haar ouders, niet werkelijk, en niemand vertelt het haar. Ze is geen onderdeel van het lotgenootschap. Toch slaat de titel van het boek ook op haar, want al is depressie een ‘witte mensen ziekte’, zowel Ajali als haar broer lijden eraan, ieder op hun eigen manier. Ook zij zijn lotgenoten, in een samenleving die hen beoordeelt op basis van kleur, waarin elke dag een strijd is tegen vooroordelen en discriminatie. Begrip, en vooral de vanzelfsprekendheid ervan, blijft vaak uit, zelfs tussen Ajali en haar broer. Pas als er iets verschrikkelijks gebeurt lukt het hen om elkaar te vinden. ‘Ik keek mijn broer voor het eerst in maanden aan. Echt, echt, aan. Alsof ik zijn ziel zou kunnen zien, zoals hij in staat bleek mijn ziel te zien.’

    Taal, saamhorigheid en uitsluiting

    Het meest opvallende aan Lotgenoten is misschien wel de manier waarop Ingabire taal gebruikt. Het zit hem in de treffende zinnen. Ingabire heeft de discipline te zorgen dat ieder woord klinkt als het juiste, dat haar zinnen precies lijken te zeggen wat ze wil zeggen. Daarnaast speelt ze met meertaligheid, en vooral de betekenis ervan. Naarmate het boek vordert wordt duidelijk met wie Ajali welke taal spreekt en welke woorden in die taal wel of niet kunnen worden gebruikt. Ajali spreekt Frans met haar familie en andere Rwandezen, Nederlands met haar Vlaamse vrienden en dan is er nog het Kinyarwanda, de taal van haar ouders en hun lotgenoten, die Ajali niet en haar broer wel beheerst. Ingabire weet tastbaar te maken dat taal meer is dan een manier om met elkaar te communiceren, het gaat om saamhorigheid en uitsluiting, om wie erbij hoort en wie niet, om de gedachteloze manier waarop Ajali’s Vlaamse vrienden het n-woord gebruiken, in 2011 nog! Ook Ajali zelf ziet zich genoodzaakt het te gebruiken, maar wel alleen als ze in het Nederlands én met hen praat.

    Geen college

    Ingabire slaagt erin een aangrijpend en geloofwaardig verhaal neer te zetten, dat ook nog eens prettig leest. Echt een boek om een paar uur in te verdwijnen, overigens niet alleen voor volwassenen, maar ook voor oudere tieners. Dat alleen is reden genoeg om Lotgenoten te lezen, maar Ingabire krijgt meer voor elkaar. De ingenieuze manier waarop zij de impact van racisme invoelbaar maakt en laat zien dat de gevolgen ervan doorsijpelen in ieder onderdeel van iemands leven is bewonderenswaardig. Dit maakt het boek niet alleen een aanrader voor mensen die deze gevolgen aan den lijve ondervinden, maar vooral ook voor mensen die zich hier niet of onvoldoende van bewust zijn en er mede daardoor aan bijdragen. Dat Ingabire dit voor elkaar krijgt zonder te verzanden in ellenlange uitleg of het geven van ‘colleges’ is een grote verdienste.

     

     

  • Als je stem je wapen is

    Als je stem je wapen is

    Op Jong Literair Nederland verscheen half augustus een recensie over The hate you give van Angie Thomas.

    Daarin zegt Khalil tegen de hoofdpersoon Starr: ‘Luister dan! The Hate U — met een U — Give Little Infants Fucks Everybody. T-H-U-G-L-I-F-E. Wat de maatschappij er bij de jeugd in pompt, komt er weer uit als je groot bent. Snap je?’ Dat antwoord geeft meteen de titel en het centrale thema van het boek weer: de impact van racisme.
    […]
    Vanaf de eerste bladzijde weet Thomas de lezer te grijpen en dat houdt ze het hele boek lang vol. Het is onmogelijk niet te worden meegesleurd in de onherroepelijke aaneenschakeling van gebeurtenissen.
    […]
    The hate u give vertelt niet één verhaal, maar tientallen verhalen en is daarmee een ware snelcursus racisme voor tieners én volwassenen.

    Lees hier de hele recensie op Jong Literair Nederland.

     

     

     

  • Een zeer geslaagde detective voor tieners

    Een zeer geslaagde detective voor tieners

    Het eerste hoofdstuk, de klap, Otis die niet alleen aangereden wordt maar ook sterft: het begin van Otis’ Redding is ronduit schokkend. Gelukkig eindigt de flaptekst met hoopvolle woorden: ‘Melvin gaat op onderzoek uit en doet een mysterieuze ontdekking. Misschien kan hij Otis nog redden!’

    Het boek leest als een detective, waarbij de lezer op een slimme manier aan de hand genomen wordt.

    Het is een sterk verhaal, ook voor tieners die anders mogelijk niet tot lezen komen: pakkend, goed leesbaar en met échte emoties en karakterontwikkeling. Een aanrader!

    Lees de recensie op Jong Literair Nederland. 

     

     

     

  • Bombong de kleine reus beleeft grootse avonturen

    Bombong de kleine reus beleeft grootse avonturen

     

    Wie Bombong de kleine reus van Drs. P leest, zal niet snel vermoeden dat het hier om een oude tekst gaat. Drs. P schreef Bombong tientallen jaren geleden als vervolgverhaal voor de Donald Duck. Toch voelt het in de nieuwe uitgave, bewerkt door Ivo de Wijs en voorzien van prachtige illustraties van Elisa Pesapane, als een splinternieuw verhaal. En, het frisse en nieuwe van Bombong is niet de enige verrassing. In het nawoord schrijft Ivo de Wijs dat Drs. P bekend stond als kinderhater. Een onterecht gevolg van een interview waarin werd geknipt, en na het lezen van Bombong ook moeilijk voor te stellen. Het boek ademt juist liefde voor kinderen: wat is er mooier dan het schrijven van een verhaal dat zo aansluit bij de belevingswereld van een kind?

    Hoe een reus leert oppassen
    Bombong is niet klein geboren, maar zoals een reus betaamt: GROOT. Hij houdt ervan de mensen een beetje bang te maken door stampend en bulderend rond te gaan. ’Attentie, attentie!’ roept hij. ‘Ik ben een reuzereus!’ Echt kwaadaardig is hij niet, om dorpen loopt hij heen, maar wel reuzehinderlijk. Zijn stappen dreunen het porselein aan diggelen en hij laat enorme gaten achter in het voetbalveld. Toch zijn de dorpelingen allang blij dat hij hun huizen met rust laat, maar Mutar, de tovenaar, is uit ander hout gesneden. Als Bombong midden door Mutars net geschapen landschap banjert, is de maat vol. Voor Bombong goed en wel door heeft wat er gebeurt, heeft de tovenaar hem veranderd in een piepklein reusje in een reuzegrote wereld.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

     

  • De juiste mensen kunnen je gelukkig maken  

    De juiste mensen kunnen je gelukkig maken   


    Overladen met de verwachtingen van zijn ouders en beste vriend begint de elfjarige Rick, uit het gelijknamige boek Rick van Alex Gino, aan de middelbare school. Zijn vader benadrukt steeds dat er een nieuwe wereld voor hem open zal gaan. Meisjes! Rick vindt dat knap vervelend maar hij durft er niets van te zeggen. Hij ziet best in dat zijn leven zal veranderen, maar hij is niet op die manier geïnteresseerd in meisjes. En ook niet in jongens trouwens, waarvan zijn moeder telkens aangeeft dat dat heus mag. 

    Ricks beste vriend Jeff kijkt wel naar meisjes, aldoor zelfs, en levert commentaar op hun uiterlijk. Meteen op de eerste schooldag is het raak. ‘Kijk dat lekkere hapje daar,’ zegt Jeff zodra Rick het schoolplein oploopt. Rick heeft er een hekel aan als Jeff zo over meisjes praat, maar zegt er niets van. Net zoals hij niet zegt dat hij niet op Jeffs manier naar meisjes kijkt. Ze zijn al jaren beste vrienden, maar soms heeft Rick geen idee waarom. Jeff denkt vaak niet na voor hij iets doet, en ook als hij wel nadenkt, doet hij dingen die hij beter had kunnen laten. Dingen die dom zijn, of akelig en gemeen, hij heeft de lachers graag op zijn hand. Maar, hij is sterk en vertrouwd, hij weet zich te handhaven in groepen, en een beste vriend doe je niet zomaar weg.

    Keuzes en knopen

    Al tijdens de eerste schoolweek begint het te schuren. Het meisje dat Jeff een lekker hapje noemde, blijkt Melissa te zijn, een transgender meisje dat vanaf groep één bij Rick in de klas heeft gezeten en dat hij dus eerst als jongen kende, iets wat hij instinctief voor Jeff verzwijgt. Ook gaat Rick, na lang twijfelen, naar de bijeenkomsten van het Regenboog Spectrum, een LHBTQIAP+ groep binnen de school waar iedereen zichzelf kan zijn. Rick begrijpt al snel dat hij keuzes zal moeten maken, want Jeff en het Regenboog Spectrum gaan niet samen, maar knopen doorhakken is lastig. Gelukkig heeft hij steun aan opa Ray met zijn luisterend oor en advies: ‘Denk goed na over met wie je omgaat. De juiste mensen kunnen je gelukkig maken.’

    Rick volgt het klassieke coming of age stramien, dus het verloop van het verhaal is niet overal even verrassend. Toch voelt het boek interessant en vernieuwend: de karakters zijn net even anders dan in de meeste boeken. Bijkomend pluspunt is dat diversiteit wordt uitgewerkt door alle karakters zelf aan het woord te laten in plaats van over hen te praten. Dat Rick aseksueel of aromantisch is, komt stap voor stap en begrijpelijk aan het licht. De liefde en zorg van opa voor zijn kleinkind zijn hartverwarmend, en het geheim dat opa met zich meedraagt versterkt het thema. Het boek is geschreven in korte, nauwgezet geformuleerde zinnen die weinig aan de verbeelding overlaten. Erg mooi worden die zinnen daar niet van, maar de combinatie met de grote letters en ruime opzet van de bladzijden, doet vermoeden dat het Gino daar ook niet om te doen is. Het gaat niet alleen over inclusiviteit, het probeert deze ook in de praktijk te brengen door te zorgen dat het taalgebruik en de opmaak voor iedereen toegankelijk zijn.

    Personages die terugkeren

    Nog leuk om te weten is dat sommige lezers Melissa, het meisje dat op de lagere school bij Rick in de klas zat, al zullen kennen. Een van Gino’s eerdere boeken vertelt haar verhaal, in de eerste druk nog onder de onhandige titel George, maar sindsdien onder haar nieuwe naam. Melissa en Rick zijn samen onderdeel van het Regenboog Spectrum, stuk voor stuk leerlingen waar nog een heleboel meer over te vertellen is. Rick is een verfrissend, hoopvol boek. Niet alleen als je op zoek bent naar ruimte om jezelf te zijn, maar ook als je simpelweg zin hebt om iets leuks te lezen. Reden genoeg om te hopen dat Gino meer boeken schrijft, waarin we steeds nieuwe karakters van dichtbij leren kennen, en ook Rick en Melissa opnieuw tegenkomen.


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl

  • Een roestige gemeenschap waar iedereen welkom is

    Een roestige gemeenschap waar iedereen welkom is


    Sanne Roosebooms boek Mot en de metaalvissers eindigt met een waarschuwing: ‘Als je net als Mot gaat vissen met een magneet, kijk je dan heel goed uit?’ Die waarschuwing is geen overbodige luxe want wie wil er nu niet net als Mot zijn? Met haar elf jaar weet ze precies wie ze is en wat ze wil. Helaas heeft haar moeder andere ideeën. Zij blijft Mot bij de naam noemen die ze haar bij de geboorte heeft gegeven: Vlinder. ‘Een dwingnaam’, zegt Mot. Ze is ervan overtuigd dat haar moeder die koos omdat ze zo moest worden: lief, fladderig, luchtig, kleurig, maar Mot houdt van zwart, van stampen en, zo ontdekt ze, van roest.

    Aan het begin van het boek heeft Mot een lange zomer voor zich. Al haar vrienden zijn op vakantie en haar moeder moet werken. Zij helpt klanten zich mooier te voelen, met kleding, make-up, gezond eten en een goede lichaamshouding. Allemaal dingen die Mot stom vindt, en zodra er een klant langskomt, lijkt het erop dat haar moeder haar liever kwijt dan rijk is, alsof ze zich voor Mot schaamt. Daarom trekt Mot er in haar eentje op uit. Wandelend langs het kanaal komt ze bij de metaalvissers terecht, die roestig metaal opvissen met magneten en een sterk touw. Als Mot besluit een eigen magneet te kopen en ze daarmee een kleine duikboot opvist, begint het avontuur.

    Spanning die ontspant

    Een van de leukste dingen aan Mot en de metaalvissers is de manier waarop Rooseboom omgaat met spanning. Het boek is meeslepend en verrassend, de ontknoping blijft tot het laatste moment moeilijk te raden, maar de spanning loopt niet zo akelig op dat je dwangmatig verder moet lezen. Je leest Mot en de metaalvissers niet omdat je niet anders kan, maar omdat je van iedere bladzijde geniet en liefst zo lang mogelijk bij Mot in haar roestige wereld wil blijven. Dit komt niet alleen doordat Rooseboom de spanning perfect weet te doseren, maar ook doordat Mot omringd wordt door mensen die van haar houden en haar bij willen staan met hulp en advies. Vergeet de kinderheld die alles alleen moet opknappen, Mot is onderdeel van een gemeenschap van metaalvissers en acrobaten die op De Werf wonen, een roestige gemeenschap waar iedereen welkom is. Die helpt haar niet alleen om het avontuur tot een goed einde te brengen, maar ook om haar moeder beter te leren begrijpen (en andersom!) en zich met haar te verzoenen.

    Macht en rijkdom

    Naast het conflict tussen Mot en haar moeder staat er nog een tweede conflict centraal: tussen het roest van de stad en nietsontziende vooruitgang. Het voortbestaan van de gemeenschap op De Werf wordt bedreigd door de vooruitstrevendheid van de machtigste man van de stad. Alles moet wijken voor zijn dure plannen bestemd voor de allerrijksten. Natuurlijk komen Mot en haar vrienden hiertegen in opstand. Tijdens het lezen rijst af en toe de vraag of de tegenstelling tussen roest en rijkdom niet wat dik wordt aangezet. Wordt De Werf rooskleuriger voorgespiegeld dan zo’n plek in werkelijkheid kan zijn? Is de rijke man nietsontziender dan nodig? Misschien wel, maar tegelijkertijd is Mots wereld zo’n aansprekende plek dat het makkelijk is erin te geloven.

    De kleur van roest

    Het gebruik van kleur geeft Mot en de metaalvissers extra diepte. Niet alleen door de treffende beschrijvingen van modder, algen en roest, maar ook door de illustraties van Sophie Pluim in zwart en, hoe kan het ook anders, roestrood. Ondanks die stemmige kleurcombinatie zijn de illustraties eerder vrolijk dan deprimerend, eerder warm dan donker. In samenspraak met de tekst zorgen ze ervoor dat je Mots wereld zonder moeite voor je ziet en je realiseert hoe waardevol het roest is in de levens van mensen, én in de stad. Al met al is Mot en de metaalvissers een boek dat tot herlezen uitnodigt, zeker als je wel eens droomt van een plek waar iedereen welkom is.

     


    Literair Nederland is bezig met het opzetten van Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl