• Regio aan de rand van de afgrond

    Regio aan de rand van de afgrond

    Soms wordt een landelijk gebied zo mooi beschreven dat de term ‘streekroman’ een diskwalificatie betekent. Dit geldt zeker voor Je zult terugkeren naar Región, dat met zijn woeste, wilde toetsen eigenlijk een ‘penseelstreekroman’ zou moeten heten. Zelden gaf een boek het isolement van een verlaten regio beklemmender, krachtiger en verfijnder weer. Het origineel (Volverás a Región) is in 1968 geschreven door de Spaanse modernist Juan Benet. Vertaler M. Vanderzee schrijft achterin de Nederlandse uitgave een essay dat deze lastig leesbare roman verduidelijkt.

    Benet biedt een unieke leeservaring, omdat de onherbergzaamheid van het fictieve Región voortdurend samenvalt met zijn schrijfstijl. Bovendien maakt Benet van de mens – hoewel deze tot het mooiste én het lelijkste in staat is – een nietszeggend wezen dat vooral verslaafd lijkt aan beperkingen. Tot slot zorgen de verwijzingen naar Griekse tragedies ervoor dat de plot, lang onnavolgbaar, zich uiteindelijk als een ruïne ontvouwt. Wat doet de Spaanse Burgeroorlog met een gebied dat slechts wil stilstaan?

    Kom er maar eens doorheen

    Normaal gesproken zorgen tangconstructies voor ergernis. Maar wat als de schrijver het erom doet? In grote gedeelten van Je zult terugkeren naar Región spreekt een auctoriale verteller, die een naamloze reiziger door het ruige Región heen loodst. Met lange terzijdes over platentektoniek, de loop van allerlei rivieren en de invloed van de seizoenen en elementen op het landschap put hij de reiziger uit. Hierbij strooit hij zo kwistig met dubbele, zelfs driedubbele bijzinnen, gedachtestreepjes, tangconstructies en puntkomma’s, dat de lezer geen andere keus heeft dan de wanhoop te omarmen die de reiziger lamlegt: ‘Hij vindt niets en ziet zich uiteindelijk, teleurgesteld en bedrukt, genoodzaakt de nacht door te brengen op dezelfde rots waar hij een paar uur daarvoor en in een heel andere stemming had besloten even uit te rusten van zijn tocht die zo veelbelovend was begonnen.’

    De meanderende stijl en hak-op-de-tak-dwaalsporen van stapsgewijze beklimmingen naar mijlenverre panorama’s maken een labyrint van zowel Región, als van het boek zelf: ‘Het is godsonmogelijk dat het hem ooit lukken zal zich een weg te banen door die enorme, in het laaggebergte groeiende wirwar van boom- en struikhei en dwergeiken, die ravijnen vol cactussen en wilde frambozen, die kloven vol doornstruiken en brem, meidoorn en giftige slingerplanten, alles verstrengeld en ineengevlochten in een strenge, door een zeker genotvol sarcasme gekarakteriseerde orde (de ranke, gracieuze, breekbare bromelia die midden uit een kluwen van doorns en takken oprijst; de vrolijk fladderende, paarse vlinder in zijn dans door de hete middag boven een muur van hulst en kariatiden) die lijkt te suggereren dat ze slechts bestaat om houthakkers, kuddes, ploegscharen en wegen op een veilige afstand te houden.’ Benet trakteert ons op een loodzware tocht, intens als een Vuelta-etappe.

    Beperking, gelijkheid, broederschap

    Het natuurgeweld maakt dat de bevolking van Región vooral lusteloos voortleeft. Jazeker, Franco en zijn troepen rammelen aan de poort, maar het verzet ontbeert de echte vechtlust: ‘Región was republikeins uit onverschilligheid of inertie, revolutionair alleen omdat men er over de revolutie had horen praten en oorlogszuchtig, niet omdat men wraak wilde nemen op een onderdrukkende burgerlijke orde, maar uit woede en naïviteit, die beide voortkwamen uit een natuurlijke staat van ongeluk en verveling.’ Ook dokter Sebastián, orerend in paginalange citaten, waarschuwt voor deze lethargie. Voordat ze het weet, wordt de mensheid ingehaald door een onverschillige, nog hardere geschiedenis: ‘Het is waar dat we in achterlijke omstandigheden leefden (…) Wanneer men het zo vaak over de mens heeft dan is dat alleen maar omdat hij er eigenlijk niet toe doet: hij staat op het punt op de rommelzolder en in het museum te belanden. (…) De mens is een archeologisch object.’

    De nietigheid van de mens komt vaker terug. Zo weidt de verteller regelmatig uit over het prehistorische Carboon, Devoon en Paleozoïcum. In het licht daarvan lost de mens op als luchtdeeltjes in de ether. Dat hij in Je zult terugkeren naar Región machteloos staat tegenover zoiets als de burgeroorlog, is dan ook niet vreemd. Dokter Sebastián, achtergebleven in Región na de oorlog, zegt over de mens: ‘In mijn vaders tijd geloofde men dat het mogelijk was hem te bevrijden van uitbuiting door zijn medemens. En uiteindelijk is alles erop uitgedraaid dat niemand een ander nog uitbuit maar dat we allemaal worden uitgebuit, (…) door wat dan ook, (…) dus in plaats van uitbuiting af te schaffen heeft men haar in iets onaantastbaars en heiligs veranderd.’ Sebastiáns eindoordeel over de Región-inwoners liegt er niet om: ‘een laf, egoïstisch en laaghartig volk geeft altijd de voorkeur aan onderdrukking boven onzekerheid.’ De mens zwelgt in zijn machteloosheid en zoekt naar sturing. Daar zorgt het noodlot wel voor.

    Tragedie in Región

    Soms lijkt het boek een toneelstuk, een farce. Herhaaldelijk suggereert Juan Benet namelijk dat het geschrevene niet waar hoeft te zijn: ‘”Ik geloof dat men in die tijd”, moest de dokter eraan toegevoegd hebben, en als hij dat niet deed, dan had hij dat in ieder geval best kunnen doen, “ook de zomervakantie heeft uitgevonden.”‘ Benet geeft weinig prijs over de plot en regelmatig wisselt hij van vertelperspectief. Daardoor komt het verhaal van met name twee personen, María Timoner en dokter Sebastián, gefragmenteerd aan bod. Logisch: hun geschiedenis is door de oorlog aan flarden gescheurd. Waarom zou Benet chronologie, logica en rede toevoegen aan hun levens? Het beeld van verwoesting telt voor hem zwaarder dan het afgeronde geheel van een samenhangend relaas. Eén toneelgenre verbeeldt de ondergang van dokter Sebastián en María Timoner het beste: de tragedie.

    Meerdere verhaalelementen wijzen inderdaad die richting uit. Abstracte personen als de Tijd en de Dood worden met hoofdletters aangegeven, vele monologen onderbreken het verhaalverloop en meerdere hooggeplaatste personages wacht een noodlottig einde. Uiteraard bedrijft Benet ook dramatische ironie: hun neergang en mislukking kun je al van mijlenver zien aankomen. Tegelijk houdt de verteller met apostrofes zijn publiek bij de les: ‘Maar je hebt het goed mis, beste kerel! (…) Maar wat doe je nu weer, schlemiel?’ Steeds als je denkt dat je het verhaal doorhebt, dwingt Benet ons scherp te blijven, ons te wapenen tegen domheid. Región slaagt daar helaas niet in, ‘als onneembare vesting van achterlijkheid’, met dramatische gevolgen. Geen deus ex machina die dat kan voorkomen.

    Gij zult lezen

    Je zult terugkeren naar Región is enerzijds een magnetische vloek over Spanje, anderzijds een zoete belofte voor de literatuurliefhebber. Een magnetische vloek omdat Región de naburige inwoners verleidt met zijn rust en meesleurt in zijn defaitisme. Een zoete belofte omdat dit boek meerdere herlezingen behoeft, voordat zijn volle rijkdom zich openbaart.

     

     

  • Oogst week 10 – 2023

    Moeder en pen

    Moeder en pen is het derde deel van de dagboeken van Mensje van Keulen. Eerder verschenen in 2006 Alle dagen laat (uit 1976) en in 2018 Neerslag van een huwelijk (uit de jaren 1977-1979). Dit derde deel bestrijkt de periode 1979-1983. Het huwelijk van Mensje van Keulen staat op springen omdat haar man L vreemd gaat en zich totaal niet bemoeit met de opvoeding van zoontje Aldo. Hoe de verhoudingen liggen blijkt uit deze passage: ‘Ik mag dan geen waarde hechten aan dromen, de droom die me vannacht kwam plagen blijft rondspoken. Van Aldo’s schedeltje zou een plakje worden gehakt. Het was iets wat moest, zoals amandelen knippen. Ik smeekte een dokter het te doen, bang dat L er te veel vanaf zou hakken. De dokter hakte er te weinig af en moest nog eens hakken. Ik snikte het uit.
    Gisteren, toen we weer thuis waren, hield ik het niet meer. Een monoloog, een huilbui. Het quasi-gezellige kaartenhuis stortte in. Weer dat hij geen kinderen wilde, dat ik dat had moeten respecteren en omdat ik dat niet had gedaan was daar zijn ontrouw uit voortgekomen. De verwijten over en weer, de wrede, vernederende woorden. Mijn hoofd bonkte steeds harder. Ik schold hem uit zonder nog naar hem te kijken, zag mijn tranen druppen op mijn pizza.
    Hij ging weg, zogenaamd naar een verjaardag, hij zal de fruitboom bedoeld hebben, al heeft hij het niet meer over haar gehad’.

    Moeder en pen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult terugkeren naar Ragión

    De Spaanse schrijver Juan Benet (1927-1993) is in Nederland nauwelijks bekend. Er kwam alleen werk van hem uit bij uitgevers als IJzer en Kievenaar, die zich toeleggen op (her)uitgaven van literatuur die meer aandacht verdient dan ze ooit kreeg. Zo konden Nederlandse lezers in 2007 kennis maken met In de schemer en in 2021 met de novellen Een graf en Numa, een legende. In 2002 verscheen bij de nog kleinere uitgever De Leguaan (met speciale aandacht voor Spaanse literatuur) ook nog Dertien en een halve fabel en fabel veertien. Het is nu tijd voor een omvangrijker werk, zijn roman Je zult terugkeren naar Región, die dateert uit 1968. Het is een lastige roman omdat het als het ware aan de lezer wordt overgelaten om te bedenken wat het verhaal (en de waarheid ervan) nu eigenlijk is. Als hulp daarbij is een essay opgenomen van vertaler Vanderzee. Toen vertaler Spaans Maarten Steenmeijer de verschijning van dit boek vorig jaar in de Volkskrant aankondigde wees hij er op dat Faulkner Benets grote voorbeeld was. Die voerde de wereld niet op als ‘overzichtelijk en hapklaar, maar als een veelstemmige ervaring. Een ervaring die vanwege de complexiteit van de werkelijkheid én vanwege het menselijk onvermogen haar te doorgronden niet anders dan ondoorzichtig, labyrintisch en mysterieus kan zijn. De werkelijke werkelijkheid is, aldus Benet, een mysterie’.

    Je zult terugkeren naar Ragión
    Auteur: Juan Benet
    Uitgeverij: Kievenaar

    Scherven

    Heel wat bekender in Nederland is Bret Easton Ellis, zeker na zijn bestseller American Psycho uit 1991, dat in 2000 ook als verfilming succesvol was. Daarin werd de wereld beschreven vanuit de yup en seriemoordenaar Patrick Bateman. Geen seriemoorden in Scherven (in het Engels The Shards), zijn eerste roman na een stilte van dertien jaar. Het is een autofictioneel verslag van Ellis’laatste jaar op de Buckley highschool in Los Angeles in 1981. Het idee voor het boek drong zich al twintig jaar eerder aan Ellis op toen zijn herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen die hem en zijn vrienden op Buckley zich zozeer opdrongen dat hij er wakker van lag. Hij kon er toen echter, wonend in New York, geen vorm voor vinden en drukte alles weg. Toen hij twintig jaar later terugkeerde naar Los Angeles en vond dat hij het aan moest kunnen, kreeg hij een angstaanval: ‘De angstaanval, en de mislukking, vonden plaats precies op het moment dat ik over de Treiler wilde schrijven, een seriemoordenaar die in het late voorjaar van 1980 de San Fernando Valley onveilig begon te maken en zich daarna, in de zomer van 1981, nog heftiger liet gelden, en die angstaanjagend genoeg op een of andere manier met ons verbonden leek – en ik werd op de avond dat ik aantekeningen begon te maken overspoeld door zo’n enorme golf van stress dat ik letterlijk kreunde van angst bij de herinneringen, de tequila die ik achterovergeslagen had weer uitkotste en op de grond in elkaar stortte’. Dat was in 2006. De angstaanval bleek alles te maken te hebben met de belevenissen in 1981. In 2020 klopte het boek opnieuw bij hem aan: ‘Ik moest het boek schrijven, ik moest ophelderen wat er gebeurd was – eindelijk was het tijd’.

    Scherven
    Auteur: Bret Easton Ellis
    Uitgeverij: Ambo Anthos