Mijn afspraak liep uit, 10:00 uur werd 10:15, werd 10:25 uur. Er was een spoedbehandeling. Vanuit de behandelkamer hoorde ik de tandarts zeggen, ‘Dit kan even pijn doen.’ Een vrouwenstem klonk, ‘Oh, ik kan wel wat hebben. Ik heb vijf kinderen gebaard.’ Op een toon van, wat dacht je, ik kan wel tegen een stootje hoor.
Het was maandagochtend, ik zat in de wachtkamer van de tandartsenpraktijk in mijn vorige woonplaats. Vanuit de stad was ik er met de intercity, daarna met de stoptrein heen gereisd. Ik had een boek mee. Van Dis over zijn liefde voor een vrouw die hij veertig jaar deelde met een ander (de Ander genoemd). Een liefdevol boek, al wekte het ook enige wrevel. De onderdaan en vereerder in de persoon van de schrijver in relatie tot zijn geliefde. Daar kon ik niet goed tegen op die koude maandagochtend. Zo steriel, afstandelijk, en soms die toon van het jongetje dat nooit had gedeugd. Ik wilde maar niet betrokken raken bij hun levens, hun liefde. Er ontbrak een bepaalde waarachtigheid.
Misschien kwam het door dat andere boek, Monsterlijk Moederschap van Jozefien Van Beek dat ik had gelezen, hele stukken opnieuw gelezen. Een zoektocht naar wat een vrouw beweegt een kind te willen, naar de relatie moeder en kind. Wat haarzelf bewogen heeft een kind te willen. De kern van dit essay is haar moeder, die haar alleen opvoedde en zegt dat zij het gelukkigste is dat haar is overkomen. En dat ze dat niet van zichzelf met betrekking tot haar kind kan zeggen. Het boek zwerft al weken door het huis. Het lag op de keukentafel toen mijn oudste dochter er was. Toen ik het zag liggen vond ik de titel opeens confronterend, als beledigend. En dat je soms niet weet wat je moet vinden van jezelf, als moeder.
‘De eerste keer dat ik heel duidelijk voelde dat ik een kind wilde, was in 2016 in New York.’, begint Jozefien Van Beek haar essay. Hoe dwingend het verlangen van een vrouw naar een kind kan zijn, onontkoombaar (kent een man, een jongen zulke verlangens naar het vaderschap?).
Ik zag mezelf als vrouw zonder kinderen. Reizend naar Berlijn, Lissabon, Londen, elke dag (vooruit) schrijven aan iets. Als Frida Vogels, de godganse dag achter mijn werktafel (dit is geromantiseerd, ik weet het). Geen gehoor geven als er iemand voor de deur staat, enkel brood, appeltjes en noten eten. Toch had ik die kinderwens, vurig ook. Ik werd de vrouw die jaarlijks twee keer met trein en bus naar Friesland vluchtte. Zeulend met een typemachine, schrijfpapier, boeken. Na ontheemde dagen, alles weer terug naar huis bracht. ‘Als ze bij hen is, is ze niet zichzelf; als ze niet bij hen is, is ze niet zichzelf; en dus is het even moeilijk om je kinderen achter te laten als het is om bij ze te blijven.’, citeert Van Beek Rachel Cusk. Niemand laat zijn eigen kind alleen (toch?), zong Willy Alberti ooit.
Een gedachte die me bekruipt tijdens het lezen: als we nu stoppen met ons voort te planten, wordt het leven van vrouwen er dan beter op? Natuurlijk weet ik beter, maar toch.
‘Samen met de baby wordt het schuldgevoel van de moeder geboren.’ schrijft Van Beek. Ze verlangde zo hevig naar een kind dat het haar emotioneerde. Als haar zoontje geboren is, lijken de dagen eindeloos lang en heeft ze nergens tijd voor. ‘Ik moet zo vaak huilen. Ik ben zo moe.’ Ze vraagt zich af of haar zoontje haar haat, ‘Ik vraag het mij echt af’. En dan. ‘Ik prijs me gelukkig dat mijn kinderwens zo oorverdovend was. Dat ik geen greintje twijfel had. En toch. Toch vraag ik me af of het een vergissing was, of ik misschien de grootste vergissing van mijn leven heb gemaakt.’
Op dat punt, van verlangen naar het verlangde gekregen te hebben. Daar gebeurt iets, daar zit een wankel punt.
Van Beek spiegelt haar verlangens, ervaringen en onzekerheden over het moederschap aan films (Rosemary’s baby, The lost Daughter), citeert Rachel Cusk, Vivian Gornick, Deborah Levi, Chantal Akerman waar het moeder en kind relaties betreft. Ze laat de literatuur spreken. Je laten aanzwengelen tot introspectie, nadenken over wat je ziet. Hoe waardevol dit is. Boeken en films (om dit samengebracht te zien) als reflectie op het moederschap. De waarde van dit alles. Lees, en lees nogmaals over ons (monsterlijk) bestaan als moeders, en waar het wringt. Dat de drang tot creëren en moederschap ten koste van wat dan ook wel samengaat, heeft Van Beek met dit essay bewezen.
Monsterlijk Moederschap / Jozefien Van Beek / uitgeverij Flaneur
Inge Meijer schrijft over de boeken die ze leest.

