• 99 stories

    99 stories

    Met twee dezelfde boeken sta ik in de boekhandel – of nu ja, het ene exemplaar is onvertaald en het ander net uitgekomen in het Nederlands, twee keer zo dik en met onbegrijpelijke opmaak, want alle verhalen beginnen op de rechterpagina en ja, zo kom ik ook wel aan de 212 bladzijden. Toevallig sta ik ook voor de kassa. Ik kan me voorstellen hoe het personeel me moet zien: een jonge vrouw, diep in gedachten verzonken – kijk, ze maakt een foto van een bladzijde uit een van de boeken, waarom kijkt ze zo bijzonder boos?
    Het heeft nooit wat willen worden met mijn pokerface.

    Waar het om gaat is verhaal 92 uit de bundel 99 stories of God van Joy Williams. Het is een van de kortste uit een bundel waarin de verhalen toch al met grote regelmaat niet langer bedragen dan een enkele alinea. Onvertaald heet het Distinction: ‘I have never known an insane person, he said. But I have known people who later became dead.’
    Schitterend, wat mij betreft. In Onderscheid, de vertaling, gaat het zo: ‘Ik heb nooit iemand gekend die krankzinnig was, zei hij. Maar ik heb mensen gekend die later dood werden.’
    Stukken minder schitterend.

    Van vertalen weet ik weinig. Wat ik wel weet is dat sommige dingen me eerder opvallen in mijn moedertaal. Zo kan ik stapelgek worden van de overdreven manier waarop veel Nederlandse acteurs hun teksten articuleren. Ik denk niet dat deze acteurs dit meer doen dan anderstalige acteurs, wel denk ik dat ik die nuance mis in het Engels en Duits en in het Frans helemaal.

    Mijn probleem zit hem in het ‘dood werden,’ zo lelijk en weinig treffend vind ik dat. Vertalen is keuzes maken, zegt Jan van Mersbergen in een blog waarin hij zijn liefde voor vertalingen uitlegt: ‘Mijn spreektaal schuurt langs de vertalingen. Ik heb altijd opmerkingen over de woordkeuzes van de vertalers, ik ben altijd blij dat ik die keuzes kan zien. In het Nederlands moet ik die keuzes ook maken. In het Engels lees ik over de keuzes heen, in die taal is er voor de meeste zaken wat mij betreft één woord. Uitdrukkingen staan daar nog los van, die ken ik helemaal niet.’

    Mooi en waar. Ik lees in het Engels om mezelf af te remmen. Om diezelfde reden eet ik sushi met stokjes: ik moet mezelf ervan weerhouden alles in een keer in mijn mond te stoppen. Nu durf ik voorzichtig te beweren dat mijn Engelse leesvaardigheden beter ontwikkeld zijn dan mijn hand-oogcoördinatie. Toch zal ik, net als Jan in zijn blog uitlegt, heel wat missen, simpelweg doordat Engels niet mijn moedertaal is.
    Dood werden – misschien is het niet zo’n groot probleem. Misschien is het een opvatting, zoals de keuze van Erik Bindervoet om Joyce’ Dubliners te vertalen als Dublinezen een opvatting is. Maar ik deel die opvatting met Marianne Gaasbeek, vertaler van 99 stories of god, niet. Dus trek ik mijn gezicht in een plooi, leg de vertaling terug en reken volkomen tevreden de originele bundel af aan de kassa.


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

  • Hoop en leven

    Hoop en leven

    Toen bekend werd dat schrijver Renate Dorrestein ernstig ziek is, was ik bezig in twee boeken. Het een, 99 stories of God van Joy Williams, is een bundel die precies doet wat het belooft: negenennegentig zeer korte verhalen, variërend van twee pagina’s tot twee regels, waarin het zoeken naar god is. Soms komt Hij letterlijk aan het woord, soms sluimert er iets op de achtergrond, de verhalen lezen als literaire ‘Waar is Wally’s’s. Zo bestaat er een verhaal alleen uit de zin, ‘When God abandoned the Aztecs, He turned their chocolate trees into mesquite’. Bijzonder is niet alleen het gebrek aan paginanummers, maar ook dat de titel onder het verhaal staat, waardoor het gelezen verhaal postuum een ander licht krijgt.
    Ondertussen las ik weer een Coupland. Waar ik dacht alles van hem te kennen, bleek dit bij nader inzien niet zo te zijn, wat voelde alsof verlate verjaardagscadeautjes een voor een binnenkwamen en geduldig wachtten tot ik ze uitpakte. Ik kocht Girlfriend in a coma in vertaling en lang na de laatste bladzijde dacht ik nog over het hysterische einde na. Misschien is dit boek Couplands meest religieuze roman, een uitspraak waar ik uiteraard voorzichtig mee moet zijn, maar het komt door het idee dat het leven, de ander, serieus genomen moet worden.

    Rudy Kousbroek, nog zo’n favoriet, geloofde heel stellig niet in God nadat hem duidelijk werd gemaakt dat dieren niet naar de hemel zouden gaan – een gedachtegang waar ik volledig in mee ga, al ga ik er vanuit al mijn vorige huisdieren na mijn overlijden weer te zien, evenals mijn oma’s, opa en iedereen die er niet meer is. Toch kreeg ik bij het lezen van Kousbroeks essays heel sterk het vermoeden van een religieus denker: iemand die erg aansloot bij de wezens en de wereld om hem heen. Is dat niet ook geloven, je verbonden voelen met dat wat – of hen die – je niet kunt verklaren?
    Dorrestein bleef maar in mijn hoofd zitten.

    Sommige schrijvers, zoals Grunberg en Houellebecq, werken vanuit een idee en alles staat in functie van dat idee. Anderen schrijven vanuit het personage. Stephen King bijvoorbeeld plaatst zijn personages in extreme omstandigheden en kijkt dan hoe ze reageren. Ook Renate Dorrestein is zo’n schrijver. Als vroege lezer kwam ik erachter dat de methode personage, om het zo maar even te noemen, mij het meest aanspreekt – misschien vanuit het idee dat het leven, de ander, serieus genomen moet worden. Dat laatste is iets waar Dorrestein, met of zonder gebruik van ironie in haar proza, in excelleert.
    Ik heb 99 stories nog niet uit, dagelijks lees ik enkele verhalen. Schrijft Williams vanuit het idee of vanuit haar personages? Ik weet het niet zeker, al sluit ik duidelijk ergens op aan. Met regelmaat blader ik terug, misschien zoek ik wat Dorrestein al blijkt te hebben gevonden. In een interview zegt ze: ‘Alle geloof is hoop, hoor.’ Hoe heetten die twee prachtige romans van haar ook alweer? O ja: Zolang er hoop is en is er leven.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.