• Jonge vrouw vindt haar kracht

    Jonge vrouw vindt haar kracht

    Jennifer Nansubuga Makumbi is een Oegandese schrijfster die in 2014 doorbrak met de bruisende roman Kintu, een verhaal over macht en beperkingen tussen vaders en zonen. Haar tweede grote roman, De eerste vrouw, is een familiegeschiedenis die zich focust op de macht en kracht van vrouwen. Het boek speelt zich af tussen 1975 en 1983 in Oeganda, grotendeels tegen de achtergrond van het schrikbewind van Idi Amin.

    De dertienjarige Kirabo is een open en nieuwsgierig meisje, een verhalenvertelster die alle aandacht krijgt en liefdevol wordt opgevoed door haar grootouders en familie in het plattelandsdorp Nattetta. Kirabo verlangt echter hevig naar haar afwezige moeder, over wie niemand haar informatie wil verschaffen. De puberende Kirabo merkt dat ze haar lichaam kan verlaten: ‘De ik die rare dingen deed, vloog haar lichaam uit.’ Daarmee legt ze het verband dat haar moeder haar niet wilde.

    Zelfs slim zijn werd onaantrekkelijk

    Op zoek naar haar identiteit gaat ze te rade bij de zogenoemde dorpsheks Nsuuta. Omdat de oude vrouw blind is maar toch van alles lijkt te zien, gelooft Kirabo dat ze ook echt een heks is. Ze bezoekt haar in het geheim omdat Nsuuta in een vete verwikkeld is met Alikisa, Kirabo’s oma. Nsuuta is wijs en geëmancipeerd en praat met Kirabo over het belang van de rol die vrouwen spelen in het familieleven. Dat Kirabo uit haar lichaam kan treden heeft volgens Nsuuta te maken met haar afstamming van de eerste vrouw, een wezen dat gemaakt is om mannen te behagen of te breken.

    ‘Wie zou er groot, luidruchtig of dapper willen zijn, of een van de andere eigenschappen willen hebben die volgens mannen mannelijk zijn? We doken ineen, sloegen onze ogen neer, gingen zachtjes praten en ons zwak en hulpeloos gedragen. Zelfs slim zijn werd onaantrekkelijk. En al snel werd het vrouwelijk om klein te zijn. Daarna werd het mooi en gingen vrouwen ernaar streven. Dat was het moment waarop we onze oerstaat uit onszelf begonnen te verdrijven. Toen we eenmaal klein waren geworden, moesten de mannen voor ons zorgen, en al snel werden we hun bezit. Vaders verkochten hun dochters, mannen kochten een echtgenote. En toen we eenmaal handelswaar waren, konden mannen alles met ons doen wat ze wilden. Zelfs nu nog is ons lichaam niet van onszelf. Daarom grijpen ze het als ze er behoefte aan hebben.’

    Dorpskind

    Kirabo’s vader, Tom, is een snelle jongen die in Kampala woont en voor een koffiehandelaar werkt. Over zijn rol in haar leven denkt Kirabo nauwelijks na, tot hij haar op een dag komt halen. Hij wil dat ze bij hem komt wonen en in Kampala naar school gaat. Daar wacht haar de eerste grote schok in haar jonge leven. Tom, redelijk bemiddeld, woont in een modern huis, is getrouwd, heeft twee kinderen en een bediende. Dat was Kirabo allemaal niet verteld. Ineens is het dorpskind getuige van een heel ander leven, waarin een klassiek jaloerse stiefmoeder haar pest. Gelukkig mag de diepongelukkige Kirabo bij haar tante Abi gaan wonen. Abi is bewust ongehuwd, vrijgevochten en liefdevol. Zij bereidt Kirabo voor op het volwassen leven van een vrouw, de menstruatie, en hoe ze moet omgaan met haar haar seksualiteit en haar ‘bloem’ (geslacht).

    Vervolgens gaat Kirabo naar een katholieke kostschool, waar ze wordt geconfronteerd met meisjes uit andere clans, steden en dorpen en de bijbehorende milieus, rituelen en discriminatie. Het einde van het Amin-tijdperk is aangebroken en de nonnen trachten de meisjes te beschermen tegen het grimmige oorlogsgeweld en de soldaten die op het terrein van de school bivakkeren. Ze hebben voor veel meisjes met actieve hormonen een grote aantrekkingskracht. Overigens komt het Amin-regiem in het boek niet erg dichtbij, behalve wanneer de vader van Kirabo’s jeugdvriend Sio, een arts die zich te westers gedraagt, wordt opgepakt en nooit meer terugkomt.

    Hartsvriendinnen

    Het vierde deel, ‘Toen de dorpen nog jong waren’, gaat terug naar de jaren dertig van de vorige eeuw en is deels een briefwisseling tussen Nsuuta en Alikisa. Dat is een verfrissende variatie in de tekst en een efficiënte manier om het verhaal te vertellen. De jeugd van Nsuuta en Alikisa speelde zich af in de koloniale tijd van de Engelsen, de komst van missionarissen en invloed van het westen. Nsuuta en Alikisa waren hartsvriendinnen die als tienjarigen een verbond van eeuwige trouw sloten door elkaar te beloven met dezelfde man te trouwen. Alikisa trouwde inderdaad met de grote liefde van Nsuuta, maar Nsuuta besloot inmiddels tot een onafhankelijk leven en werd verpleegster. Toch deelden ze later dezelfde man, Miiroo, de opa van Kirabo, wat tegelijkertijd de bron van de latere vete tussen de twee vrouwen werd.

    Heft in eigen handen

    In het laatste deel wacht Kirabo de rampspoed waardoor ze op slag volwassen wordt. En ze ontmoet Sio weer. Hij praat over ‘mwenkanonkano’, het Lugandese woord voor feminisme en laat merken dat hij vrouwen als zijn gelijke ziet, totdat hij haar verraadt met haar jeugdvriendin. Hij heeft hun toekomst samen al uitgestippeld zonder Kirabo’s mening te vragen. Kirabo snapt ineens hoe het werkt bij mannen. Ze staat op en neemt het heft in eigen hand door met een ferm staaltje feminisme op te komen voor zichzelf en haar vriendin, slachtoffer van Sio’s lust. Ze weigert de man te volgen op zijn voorwaarden. Dat is tevens de kern van dit verhaal vol sterke vrouwen met de boodschap: vrouwen mogen hun eigen weg gaan en moeten mannen blijven opvoeden.

    Mooiste zin: ‘Ze was op de lichtheid van een kippenveer de schaamte voorbij gezweefd.’ De zin hoort bij een prachtige scène tussen Sio en Kirabo. Sio wil haar ‘bloem’ zien. Kirabo stemt daarmee in, maar is nog niet toe aan seks. Ze schaamt zich voor ‘alles daaronder’, wat hij respecteert. Tot hij met een kippenveer haar geslacht beroert…

    De tijd vooruit

    De eerste vrouw is een fijne familiegeschiedenis vanuit het vrouwelijk perspectief. Kirabo is een bijzonder meisje dat onder je huid kruipt. Trouwens, alle vrouwen in het verhaal zijn warm, liefdevol en sympathiek, behalve de stiefmoeder en Kirabo’s eigen moeder, die op het einde opduikt.
    De roman is uit het Engels vertaald door Josephine Ruitenberg. Soms is het jammer als de Afrikaanse woorden niet worden verklaard, en de gewoonte om op de tanden te zuigen bij ergernis, verlegenheid of woede komt in ieder hoofdstuk wel een keer voor. Dat had wat minder gekund. Maar het verhaal is een integere coming-of-age, intelligent en speels gecomponeerd. Achtergrondinformatie over politiek, het leven op het platteland versus de stad, de diepgewortelde rites en mythes en de rol van vrouwen binnen hun clans wordt subtiel gedoseerd en geeft een beeld van de macht en kracht van vrouwen in Oeganda ruim veertig jaar geleden. De Oegandese vrouwen waren hun tijd ver vooruit.

     

  • Oogst week 13 – 2021

    De eerste vrouw

    In De eerste vrouw van Jennifer Makumbi groeit het leergierige kind Kirabo op te midden van familie. Haar moeder heeft ze echter nooit gekend en ze is opgegroeid bij haar grootouders. Haar omgeving in het Oegandese dorpje Nattetta lijkt haar te dwarsbomen als ze op zoek gaat naar de vrouw uit wie ze voortkwam. Zelfs van haar vader, die ze wel kent, wordt ze niets wijzer. Kirabo is ook een merkwaardig kind. Ze kan bijvoorbeeld uit haar lichaam treden.

    In het eerste hoofdstuk van de roman besluit ze de blinde dorpsheks Nsuuta te raadplegen. Die weet haar het vertrouwen te geven dat haar uittredingservaringen haar in staat stellen de oorspronkelijk vrouw te vinden die nog niet is gekneed voor de mannenmaatschappij. De roman is gebaseerd op het Oegandese scheppingsverhaal van de eerste vrouw.
    De eerste vrouw begint in 1975 als dictator Idi Amin aan de macht is. Het is de tweede roman van Makumbi van wie in 2020 Kintu in het Nederlands verscheen.

    De eerste vrouw
    Auteur: Jennifer Nansubuga Makumbi
    Uitgeverij: Cossee

    Beer

    In april verschijnt Beer van de Canadese schrijfster Marian Engel (1933-1985). Het origineel is al uit 1976 en is nu in het Nederlands vertaald door Barbara de Lange. Het boek oogstte nogal wat kritiek om de seksuele en spirituele relatie die de 27-jarige bibliothecaresse Lou krijgt met een beer. Dat gebeurt als ze op een verlaten eiland, waarop ze zich heeft teruggetrokken om de bibliotheek van een excentrieke kolonel te catalogiseren, ontdekt dat er buiten haar nóg een bewoner is, de beer.

    Margaret Atwood loofde het als een vreemd en wonderlijk boek en een verontrustend sprookje.

    Beer
    Auteur: Marian Engel
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV

    Revisor Binnenpost

    ‘Als ik ’s ochtends aan het fietsen ben, trap ik alle tegenstrijdige gedachten, alle onzekerheid, alle schuldgevoelens en frustratie er even uit en ben ik gewoon lichaam, een steeds makkelijker heuvel op fietsend lichaam. Ja, dit jaar is het jaar van het lichaam. Van medelichamen (…) Is 2020 niet ook een jaar geweest waarin jij je juist geconfronteerd zag met je lichamelijkheid en met een zekere blindheid? Door jouw ervaringen met ziekte en isolatie kan ik me dat goed voorstellen, maar misschien heb ik het verkeerd. Is jouw glas halfvol of halfleeg? En heb jij nog woorden, voor nu de échte, allerlaatste brief?’

    Het is een fragment uit een brief van Alfred Schaffer aan Bernke Klein Zandvoort, één van de bijdragen aan Binnenpost, het nieuwste nummer van De Revisor. Daarin schrijven zes auteurs elkaar in 2020 vanuit vier landen 22 brieven over wat de coronapandemie voor hen betekent. Naast de twee genoemden zijn dat Roos van Rijswijk, Sander Kollaard, Bernard Wesseling en Neske Beks. Ook opgenomen is Aantekeningen uit het moeras van Eva Gerlach.

    Revisor Binnenpost
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Querido
  • Groots epos over Oeganda

    Groots epos over Oeganda

    Af en toe wordt er een boek geschreven dat mythische proporties aanneemt. In Oeganda is dat Kintu, de debuutroman van de Brits-Oegandese schrijfster Jennifer Nansubuga Makumbi. Tien jaar lang werkte ze eraan, waarna ze hem probeerde te slijten aan verschillende uitgeverijen. Uiteindelijk werd het boek in 2014 in Oeganda uitgegeven en kreeg het in 2018 een Engelse vertaling plus eensklaps internationale roem. Even plotseling werd de schrijfster overladen met prijzen, waaronder de fameuze Windham-Campbell Prize van Yale University. Ondertussen staat Kintu bekend als dé grote Oegandese roman en wordt Jennifer Nansubuga Makumbi beschouwd als een van de belangrijkste BAME-schrijvers (Black, Asian and Minority Ethnic) van de wereld.

    Kintu start met een korte proloog waarin ene Kamu Kintu op 5 januari 2004 brutaal en zonder reden wordt vermoord in een volkstoeloop in Bwaise, een buitenwijk van Kampala. Daarna begint het eerste van de zes boeken (hoofdstukken) die deel uitmaken van Makumbi’s epos. Ze grijpt terug op de oude mondeling overgeleverde verhalen en begint in 1750. Kintu Kidda, stamvader van een hele clan en gouverneur van de Budduprovincie is onderweg naar de nieuwe kabaka (koning) om deze zijn eer te bewijzen. Per ongeluk brengt hij zijn adoptiezoon om het leven, maar heeft niet de moed om dat in zijn dorp te vertellen. De biologische vader spreekt een vloek uit over de clan. Deze vloek is het uitgangspunt van de volgende hoofdstukken waarin telkens een ander lid van de clan centraal staat, verspreid over de jaren tussen pakweg 1960 en 2004.

    Moderne geschiedenis

    Vanaf het tweede hoofdstuk ontpopt de roman zich als een soort geschiedenis van Oeganda. Door de ogen van de verschillende personages laat Makumbi de recente ontwikkelingen zien. Ze wil alleen tonen, niet oordelen en doet een schijnbaar objectief relaas van haar land, de beproevingen en problemen. De verhalen zijn soms grappig, vaak schrijnend en meelijwekkend. De persoonlijke problemen van de hoofdpersonages lijken een weerspiegeling van de problemen waar Oeganda mee worstelt. De grote thema’s uit andere Afrikaanse romans, migratie en kolonialisme, raakt Makumbi slechts zijdelings aan. Bij haar wordt duidelijk hoe Oeganda worstelt met zijn onafhankelijkheid en het op zichzelf aangewezen zijn. Naar de kolonialen wordt zeker niet de hele tijd met de vinger gewezen. De politieke regimes van onder andere Idi Amin worden vermeld en kritisch belicht, zowel in positieve zin – op economisch vlak hielp Amin het land wel degelijk vooruit – als in de gekende negatieve zin. Grote thema’s in het verhaal zijn echter relaties en familie, arm versus rijk,  de aidsepidemie, volksgebruiken en christendom, maar vooral het dagelijkse leven en het gevecht om te overleven.

    Kleurrijke personages

    De personages zijn stuk voor stuk levensecht en geloofwaardig: of het nu gaat om de oude man die al tien van zijn twaalf kinderen aan aids heeft verloren, de jongen die als gevolg van een verkrachting wordt geboren, het verstoten meisje dat tracht tegen wil en dank te overleven of om de uit incest tussen tweelingbroer en -zus geboren jongen. Makumbi gaat geen taboe uit de weg. Op bewonderenswaardige wijze kruipen de mensen uit de verhalen uit het dal en gaan ze gewoon verder met hun leven. De lezer raakt geïntrigeerd door hun belevenissen, door het opboksen tegen religie en bijgeloof, tegen rituelen en tradities. De personages zijn kleurrijk en gevarieerd en zijn ongetwijfeld een mooie afspiegeling van de hedendaagse Oegandese samenleving.

    Makumbi gebruikt in Kintu ook vaak woorden in het Luganda waarvoor ze van het Britse lezerspubliek veel kritiek kreeg omdat ze weigerde een verklarende woordenlijst toe te voegen. Ze heeft het boek geschreven met een Oegandees publiek voor ogen en anderen moeten maar uit de context afleiden wat die woorden betekenen. Dat maakt het werk, hoewel zeer authentiek, soms ook lastig om te lezen.
    Makumbi’s taal is beschrijvend. Ze tekent en schetst er een uniek portret van landschappen en personages mee en weet de juiste sfeer op te roepen om het verhaal meeslepend te maken. Toch houdt ze altijd een zekere afstand tot haar onderwerp en onthoudt ze zich van commentaar. Het is aan de lezer om conclusies te trekken en zich een beeld te vormen van recht en onrecht bij de opbouw van Makumbi’s land.

    Subliem sluitstuk

    In een magistraal laatste hoofdstuk, De thuiskomst, laat de auteur alle vijf vorige boeken samenkomen in een soort zuiveringsritueel om af te rekenen met de oude vloek die nog steeds over de Kintu-stam heerst. De personages en hun ideeën worden met elkaar geconfronteerd en dat leidt vaak tot voortschrijdende inzichten. Zo krijgt het oude bijgeloof een flinke deuk en accepteert men de moderne tijd. Er wordt beweerd dat Jennifer Nansubuga Makumbi met Kintu het magnum opus van haar land heeft geschreven, net zoals Chinua Achebe dat eerder deed voor Nigeria. Kintu is inderdaad een groots boek, passend in de grote traditie van voorheen mondeling overgeleverde verhalen. Het is een machtig epos over een land in moeilijkheden, al wil de schrijfster dat zelf niet zo gezegd hebben. Kintu is een knap staaltje vertelkunst dat een belangrijke plaats inneemt in de Afrikaanse cultuur en literatuur.

     

  • De heilzame werking van gore-tex

    De heilzame werking van gore-tex

    Schotland exporteert naast whisky en zalm ook behoorlijk wat sociaal-realistische fictie. James Kelman won bijvoorbeeld in 1994 terecht de Booker Prize voor zijn helaas niet in het Nederlands beschikbare roman How Late it Was, How Late, met de diepe ellende in Glasgow als onderwerp. En wie herinnert zich niet Irvine Welsh’ vuilbekkende heroïnejunkies? Steracteur Ewan McGregor heeft aan de verfilming van Trainspotting zijn doorbraak te danken.
    In Sal lijkt Mick Kitson (1962) aanvankelijk dezelfde weg op te gaan. De dertienjarige Sal is met Peppa, haar zusje van tien, op de vlucht voor de politie na de moord op haar stiefvader Robert. Maar de zussen rennen vooral weg voor huiselijk geweld, seksueel misbruik en de drank- en drugsverslaving van hun ouders:

    ‘Ze heeft Robert een keer in zijn hand gebeten toen hij ma sloeg en daarna mepte hij haar door de kamer en noemde haar een klein tyfuswijf dus ik liet me op haar vallen om te zorgen dat hij haar niet meer kon slaan en toen gaf hij mij twee trappen in mijn rug zodat ik een bloeduitstorting kreeg die eerst paars en toen geel werd en ik weer moest thuisblijven van school.’

    Sal heeft met gestolen creditcards van Robert survivalspullen op het internet besteld en vlucht na de moord op haar stiefvader met Peppa de wildernis in van Galloway Forest Park, een woest, ongerept natuurgebied in het zuidwesten van Schotland. De meisjes overleven er door strikken te zetten, te vissen of op kleinwild te jagen met een luchtbuks. Hoe heeft een stadskind als Sal dat geleerd? Door filmpjes te bekijken op YouTube en zich in gespecialiseerde websites te verdiepen. Nogal ongeloofwaardig als u het ons vraagt, maar oordeel vooral zelf.

    Ver weg van de grootstedelijke armoede slaat Kitson dus een andere richting in met zijn boek en wordt zijn roman een lofzang op de natuur, op het harde, maar eerlijke en mooie leven in de wildernis. Sinds Henry David Thoreau in 1845 de natuur in trok en voor een zelfvoorzienend bestaan koos om Walden te schrijven, is het aantal boeken die een pleidooi vormen voor een eenvoudiger bestaan, dichter bij moeder aarde, niet meer bij te houden. Jammer genoeg verliest Kitson zich echter vooral in praktische uiteenzettingen over survivaltechnieken, zoals het looien van konijnenvellen, vistechnieken, of de heilzame voordelen van gore-tex:

    De beste stof is gore-tex; waar Peppa’s Helly Hansen-jack van is gemaakt. Gore-tex houdt wind tegen maar is ademend zodat het vocht van je lichaam er in één richting doorheen kan en je geen vochtvorming binnen in je laagjes krijgt want dat vocht kan onder heel koude omstandigheden bevriezen en daar zou je uiteindelijk ook aan doodgaan.’

    Ongetwijfeld nuttig voor wie zelf graag in de natuur kampeert, maar voor andere stervelingen qua leeservaring vergelijkbaar met de gebruiksaanwijzing van de toaster.

    In stilistisch opzicht is dit boek weinig opzienbarend. De vorm lijkt er niet toe te doen en de nadruk ligt dan ook vooral op de plot, maar helaas gaat het ook met de spanningsopbouw mis. Zo wordt de vaart uit het verhaal gehaald door een zeer lang intermezzo over ene Ingrid, een oude Duitse vrouw die de meisjes in het bos ontmoeten en van wie de hele voorgeschiedenis in de DDR wordt naverteld. In dit opzicht is onze blik op literatuur natuurlijk ook ingrijpend veranderd door de overheersende beeldcultuur. We zijn inmiddels Netflix-series gewend waarin het verteltempo zeer hoog ligt en meerdere verhaallijnen elkaar voortdurend doorkruisen. De ‘traagheid’ van literatuur, waarin de plot vaak niet het belangrijkste is, heeft precies daarom vaak haar charme, maar wanneer de nadruk net op de actie ligt, zoals in dit boek, is ze eigenlijk alleen maar hinderlijk. De ontknoping van het verhaal, waarin de losse eindjes nog snel worden samengebonden, verandert daar jammer genoeg niet veel aan.

     

  • Oogst week 38 – 2019

    Zwarte schuur

    Onvoorspelbaar, anders en toch onmiskenbaar Oek de Jong. Dat zijn de eerste geluiden die je hoort over Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong.
    Zwarte schuur begint met de opening van een tentoonstelling van het nieuwe werk van de succesvolle kunstenaar Maris Coppoolse:

    … ‘Maris sprak kort, zoals hij altijd deed bij openingen. Hij maakte indruk door zijn zware stem met het Zeeuws accent, door zijn forse gestalte en opvallende kop met lange, rechte neus, zwarte haren, met grijs doorschoten, en helblauwe ogen. Hij leefde al bijna veertig jaar in grote steden, maar je kon nog altijd aan hem zien dat hij van het platteland kwam en dat zijn mannelijke voor- ouders boeren en landarbeiders waren geweest, net zo uit de kluiten gewassen als hij en met net zulke grote handen. Op deze avond in september hing er bovendien de aura van een grote ten- toonstelling om hem heen – vijftien zalen met schilderijen, het werk van een half leven – en van een al weken durende voorpubliciteit.’

    Maar dan wordt pijnlijk duidelijk wat hem al die jaren heeft geïnspireerd, een catastrofe uit zijn jeugd, waar hij al die jaren mee heeft moeten omgaan.

    Zwarte schuur gaat over dit leven van de kunstenaar, zijn huwelijk en zijn jeugd. Binnenkort hier een recensie.

    Zwarte schuur
    Auteur: Oek de Jong
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Sal

    Een jong meisje wil haar jongere zusje beschermen tegen haar vader. Koste wat kost. Bijna een jaar lang bereidt zij daarom een vlucht voor. Ze steelt een landkaart uit de schoolbibliotheek. Met gestolen creditcards koopt ze een kompas, een goed mes, regenjassen en een ehbo-set. Ze informeert zich op het gebied van overlevingstechnieken en leert zichzelf hoe ze een schuilplaats kan bouwen en vuur kan maken. Maar de praktijk is weerbarstiger dan de theorie. Het wordt een strenge winter en haar zusje heeft een arts nodig.

    Dit bijzondere verhaal dat zich afspeelt in de barre Schotse natuur is het debuut van Mick Kitson (1962). Deze journalist werd op zijn 40ste leraar. Uit onvrede over de boeken op de leeslijst van zijn leerlingen schreef hij Sal dat meteen een groot succes werd.
    Sal werd o.a. door The Scotsman bekroond tot een van de ‘Beste Schotse Boeken van 2018’ en The Guardian schreef: ‘Sal is an ambitious and skilled novel. Literature needs more stories like this.

     

    Sal
    Auteur: Mick Kitson
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De ziekte van Weimar

    Ook Kees ’t Hart vindt het belangrijk dat middelbare scholieren goede literatuur op hun lijst zetten. Hij heeft in ieder geval dit voorjaar meegedaan aan de serie ‘De ideale leeslijst’ in een toe te juichen serie in de Groene Amsterdammer afgelopen voorjaar.

    ’t Hart zet zich ook in Den Haag in voor de literatuur. In het Nationale Theater organiseert hij samen met Hans Muiderman het programma Over boeken. Drie verschillende gasten praten onder leiding van Kees ’t Hart over drie boeken. Tussen de gesprekken door is er livemuziek, een debuterende schrijver en maken de toeschouwers kans op een gratis boek. De volgende editie van Over boeken is op 2 oktober a.s.

    Maar het gaat hier natuurlijk om zijn nieuwe roman, De ziekte van Weimar. Deze keer speelt het verhaal zich af in 1807 in Franeker. Aan de Academie aldaar komt geld vrij voor de oprichting van een monument ter ere van de nieuwe wetenschap en maatschappij. Men is diep onder de indruk van een beeld in Goethes tuin in Weimar. Albert van Huszen reist daar per koets heen, vergezeld door de leden van de Franeker ceremoniële commissie om er met de schrijver en wetenschapper te overleggen over een replica van het beeld. Op te richten in Franeker, maar dan groter en grootser.
    In Weimar heerst na de Slag bij Jena van 1806 nog steeds chaos. Bovendien verdringen tientallen bezoekers zich voor Goethes huis; iedereen wil bij hem op audiëntie. Hij laat zich zelden zien. De tijd dringt als Albert erin slaagt hem te spreken.

    De ziekte van Weimar
    Auteur: Kees 't Hart
    Uitgeverij: Querido