• Een Amerikaanse vliegtuigkaper verdween in de bossen van Oregon

    Een Amerikaanse vliegtuigkaper verdween in de bossen van Oregon

    Debuutromans bepalen heel vaak de verdere carrière van beloftevolle auteurs. Jori Stam publiceerde eerder al een verhalenbundel Een volstrekt nutteloos mens (2016),  waarop verdienstelijke commentaren kwamen. Met Oregon waagt hij zich aan de nobele kunst van het romanschrijven. Hij doet dat met verve. In een stijl die je een mix kunt noemen tussen Hemingway en Hermans levert hij een uiterst aangename, verrassende en mysterieuze roman af die de lezer stemt tot nadenken of, beter nog, tot herlezen. Alleen al het uitgangspunt spreekt aan: een jonge schrijver besluit een roman te schrijven over D.B.Cooper, een Amerikaanse vliegtuigkaper, die met een parachute uit het vliegtuig sprong en landde in de bossen van Oregon, waarna hij nooit meer werd gezien.

    Rivaliteit in de blokhut

    De schrijver, Stijn, zit met een writer’s block en besluit naar Oakridge, Oregon te gaan om ter plaatse nieuwe inspiratie te krijgen. Om niet alleen te zijn en om de relatie met zijn oude vriend, de succesvolle schrijver Philip, wat aan te halen, nodigt hij hem uit om mee te gaan naar Oregon. Het verschil tussen de twee wordt al van bij het begin duidelijk en kan niet groter zijn. Stijn is een dwangneuroticus die het graag op orde heeft en alles tot in de puntjes heeft uitgekiend. Bang voor CO2-vergiftiging neemt hij zelfs koolstofmonoxidemelders mee naar de blokhut. Het menu is tot in de kleinste details uitgetekend en de aankopen zijn uitgeschreven op lijstjes. Philip daarentegen is al te laat op de luchthaven, blijkt ook een sloddervos te zijn, zeer sociaal en onbekommerd. Hij kiest het mooiste plekje in de blokhut, haalt  de ingrediënten van twee menu’s door elkaar, en natuurlijk zorgt dat al onmiddellijk voor wrevel bij Stijn. Nog een groot verschil: bij Stijn is het net uit met zijn vriendin, Philip heeft net een gezinnetje gesticht. Aangekomen in de blokhut in de besneeuwde bossen van Oregon ziet de lezer dat de twee mannen zich langzaamaan meer ergeren aan elkaar. Toch blijven ze beleefd en ondernemen ze wandelingen samen. Stijns boek wil niet vlotten, Philip daarentegen schrijft gretig door, maar wil niet meedelen waaraan hij werkt. Met mondjesmaat komen zowel Stijn als de lezer te weten dat hij aan een boek werkt over Stijn en diens vriendin Kirsten.

    Meerdere dimensies en een ongewoon slot

    De relatie tussen Stijn en Kirsten vormt de tweede verhaallijn in het boek. Jori Stam wisselt het blokhutverhaal af met de verhaal over de ontmoeting, de relatie en het einde daarvan tussen Stijn en Kirsten. Ook hier valt het verschil op tussen de eerder neurotische Stijn en de vrijgevochten Kirtsen en lijkt het vrij duidelijk dat de relatie gedoemd is om te mislukken. Toch krijgt de lezer gaandeweg medelijden met Stijn, die alles goed bedoelt, maar het moeilijk kan verwoorden of duidelijk maken wat voor hem belangrijk is. Bovenop het relatieverhaal voegt de auteur nog een derde dimensie toe aan zijn roman. Vanaf de eerste nacht in de blokhut brengt hij het aspect suspense naar boven.

    In ware Hitchcock-stijl bouwt hij spanning op, waar verder niets mee lijkt te gebeuren. Alleen de mysterieuze sfeer blijft hangen: rare geluiden vanuit de kelder, onbekende voetsporen in de sneeuw, uitgedrukte sigaretten in het bos, … Dit past natuurlijk allemaal in het beeld dat de neurotische Stijn voor zichzelf opbouwt. Hij slikt massa’s oxazepam, maar is ontzettend paranoïde, ook tegenover zijn vriend Philip. Aan het eind van het boek trekt Stijn het besneeuwde bos in en achtervolgt hij een hinde. In een zeer bevreemdend slot, dat het midden houdt tussen droom en hallucinatie, vindt hij kalmte in zijn hoofd. Of toch niet? Het slot zal vele lezers met een onbevredigend gevoel achterlaten. Ook na het herlezen van de laatste hoofdstukken, blijft de lezer met (te veel?) vragen achter.

    Uiterst aangename stijl

    Oregon is een boek met veel lagen en veel thema’s. Enerzijds is er de relatieanalyse op verschillende niveaus, daarnaast is er de rivaliteit tussen beide schrijvers, maar gaat het zeker ook over het schrijverschap an sich. Verder is er het aspect van de dwangneurose, paranoia en de mogelijke gevolgen daarvan. En wat te denken van het ongrijpbare einde? Misschien probeerde Jori Stam iets te veel elementen in het boek bijeen te brengen, waardoor het voor de lezer niet altijd even vatbaar is. Zijn grote verdienste is evenwel de fantastische en rake typering van de personages.  Zowel in de beschrijvingen als in de handelingen komen zijn karakters ten volle tot uiting. Bovendien heeft hij de gave van een eenvoudige en vlotte vertelstijl. Korte zinnen, rake beschrijvingen, spijkers met koppen slaan. Dat zorgt voor een zeer aangename leeservaring. Het is zonder meer een veelbelovend debuut, maar misschien de volgende keer de touwtjes nog strakker in handen houden en de lezer een aantal handvatten geven om het slot beter te begrijpen. Dat had het werkelijk afgemaakt.

     

  • Reizen

    Reizen

    Ik reis van Amerika naar IJsland, Irak en weer terug naar Amerika. Al die tijd bevind ik me aan de Italiaanse kust: mijn huwelijksreis gaat naar Sicilië. De eerste dagen zit mijn hoofd bij de personages die Tommy Orange in zijn debuut tot leven schiep. Tony Loneman, geboren met foetaal alcoholsyndroom, blijft het langst bij. Zijn eigen afwijking kan hij niet uitspreken: ‘Het enige wat ik hoorde was ‘Droom’, en daar zat ik, voor de tv die uitstond, en staarde ernaar. Mijn gezicht breeduit op het scherm. De Droom’. Orange schept een Amerika dat ik niet ken, niet alleen omdat ik er nog nooit geweest ben, maar vooral omdat ik niet afstam van de Indianen en hun verlies nooit ten volle zal begrijpen. Er is geen daar daar gunt me een glimp.
    Ondertussen leert de baby, ook mee op vakantie, zichzelf kruipen. Zijn wereld wordt groter, wij zijn getuige.

    Friday Black van Nane Kwame Adjei-Brenyah toont eveneens een onbekend Amerika. In verhalen die zich deels in de toekomst afspelen laat Adjei-Brenyah de vele verschrikkelijke gezichten van racisme, hebzucht en de menselijke drang naar geweld zien. In het IJsland dat Gerwin van der Werf in Een onbarmhartig pad schetst is het landschap even angstaanjagend als de situatie van de hoofdpersoon. Tiddo voelt de afstand tot zijn vrouw en zoon toenemen. Een reis moet de redding van het gezin zijn. Maar zoals het gaat met dingen die iets moeten goedmaken – notitie: lekker laten staan, die lifters.
    Aan het Italiaanse strand hoeft gelukkig niets gered te worden. De baby onderzoekt het zand, wij proosten maar weer eens ergens op.

    Intussen reis ik af naar Irak. Het is oorlog. Wie let er op wie, wie redt wie? Ook hier een wereld, leger en land, die ik nooit zal kennen. Vriendschap en machteloosheid ken ik wel. De gele vogels van Kevin C. Powers krijgt me in tranen. Het einde van de vakantie nadert. Het valt me altijd zwaar, afscheid nemen van de zee. Mijn man zegt dat die ene cocktail meer iets voor mannen is, dus drink ik er twee. Hij heeft gelijk.
    Nog een keer naar Amerika dan. Jori Stam tekent in Oregon een wereld en verwarring die aan Fargo doet denken. De sneeuw, de voetstappen, de haas, ik blijf er lang op kauwen en dat is goed. Thuis, in Nederland, ben ik moe maar voldaan. Ik ging naar Sicilië maar maakte een wereldreis.

     


    Marijn Sikken mijmert over boeken en verhalen en schrijft daarover. In 2017 debuteerde ze met de roman, Probeer om te keren bij Uitgeverij Cossee.

  • De lezer als de man in de grot van Plato

    De lezer als de man in de grot van Plato

    Volgens de Brits-Amerikaanse filosoof A.N. Whitehead is de Westerse filosofie niets anders dan ‘een serie voetnoten bij Plato.’ Iets soortgelijks kun je evengoed zeggen van veel kunstwerken. Zo refereren zowel werk als uitlatingen van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge aan Plato’s allegorie van de grot: iemand zit met zijn rug naar het licht, naar wat zich buiten de grot allemaal afspeelt. Op de wand van de grot ziet hij de schaduwen van die wereld waardoor hij van de werkelijke wereld alleen maar een idee krijgt.

    Ook ten aanzien van de wat filosofisch ingestelde literatuur kun je soms zeggen dat het een voetnoot bij Plato is. Een voorbeeld is de beschrijving die Michel Houellebecq in zijn roman Elementaire deeltjes geeft: ‘Hij had zijn beeld geïsoleerd beschouwd, als een mentale vorm die onafhankelijk van hemzelf bestond en met anderen kon worden gedeeld.’ Identificatie met zijn eigen beeld werd opgeheven, in de ruimte werden twee sferen van elkaar gescheiden: in de ene die van het zijn, in de tweede die van het niet-zijn ‘en de opheffing van het individu.’

    Neem vervolgens het debuut van schrijver Jori Stam (1987) ter hand. De rode lijn in de meeste van de tien verhalen die samen de bundel Een volstrekt nutteloos mens vormen, is de werkelijke, eenzame wereld tegenover de, in zijn geval, virtuele wereld die met anderen wordt gedeeld.

    Het begint al in het eerste verhaal, waarin de literaire thrillers van schrijver Harm een slechte pers krijgen, terwijl er 128.548 bezoekers afkomen op het videokanaal van zijn buurman, ‘een nietsnut met overgewicht.’ Beide families gaan samen met vakantie. De mannen maken een wandeling door een diepe kloof. De buurman heet terug te zijn gegaan, omdat hij de zware tocht niet kan volhouden, maar een foto op Facebook lijkt iets anders te bewijzen. De kloof tussen schijn en werkelijkheid is veranderd in een afgrond.

    In het tweede verhaal zet het ‘liken’ van een foto op Facebook de gezonde verhouding tussen een man en een vrouwelijke collega onder druk. Ook in het vierde verhaal speelt sociale media een rol: de ik-persoon creëert  op een datingsite een eigen identiteit, onafhankelijk van de werkelijkheid. De identiteit van een onzekere man, die op die manier de macht in handen legt van eenzame vrouwen. Maar ondertussen …. In nog geen vier pagina’s neemt dit verhaal een morbide wending.

    Ook in het vijfde verhaal draait het om twee werelden. In dit geval om die van mensen en dieren. Het verhaal speelt zich af in een Turkse kebabzaak, waar aluminium bakjes worden gevuld met friet, vlees, sla, dressing en gesmolten kaas. Hetzelfde soort bakjes waarmee de ik-persoon muizen vangt. ‘Toen zij uiteindelijk bedaarde, schreef ik met een zwarte markeerstift MUIZENGEVANGENIS op het bakje.’ Het blijft niet bij de overeenkomst tussen de bakjes. Er bestaat ook een overeenkomst tussen de knijpfles met gif en die met saus ….

    In het negende verhaal gaat Antoon, klein van stuk met een buikje en ‘veel erger nog borstjes en uitstulpende tepels’, helemaal op in zijn paarden, ‘zijn vrienden, kennissen en familie ineen.’ Hij wil een nieuw veulen kopen, wat iedereen in de omgeving bevreemd, ‘na wat er met het vorige veulen is gebeurd.’ Antoon maakt kennis met de vriendin van zijn neefje, Toet, ‘een enorme gestalte zonder borsten maar met een pony en een paardenstaart. Ze kan ook briesen door haar grote lippen.’ Hier wordt de nadruk gelegd op de overeenkomst tussen in dit geval een pony en een enorm grote vrouw.

    Het tegenover elkaar plaatsen van twee mensen, de twee mannen in het eerste verhaal, de collegae in het tweede, of twee werelden, de echte en de virtuele, en die van mensen en dieren, doet ook denken aan de eerder genoemde roman Elementaire deeltjes van Houellebecq, waarin hetzelfde gebeurt. Net als de titel van de verhalenbundel van Stam, die herinneringen oproept aan Bruno, één van de twee hoofdpersonen uit Houellebecqs roman. Bruno omschrijft zijn leven als ‘vrijwel nutteloos’, ‘leeg’ en liefdeloos. Of, als het niet leeg is, in ieder geval vol angsten en diepten, ‘kortsluitingen’ zoals bij Vincent, de hoofdpersoon in het derde verhaal uit Stams bundel.

    Vincent neemt wraak op de minister van Volksgezondheid. Deze pleit in een televisieprogramma van de EO in een gesprek met Vincents huisarts, die zijn moeder hielp sterven, tegen versoepeling van de euthanasiewet voor minderjarigen en psychische patiënten. Vincent vecht met zijn positieve en negatieve gevoelens, zoals de andere personages ook doen. Met de rug naar het licht vechten met het echte leven en zich verlaten op het virtuele leven. Met alle, vaak absurde gevolgen van dien.

    Het mooie aan dit veelbelovende debuut is, dat de auteur daarbij veel open laat. Alsof de lezer de man in de grot van Plato is, die zelf op ideeën komt en de plot (die er vaak niet echt is, of alleen wordt aangeduid)  kan invullen.

     

    Een volstrekt nutteloos mens

    Auteur: Jori Stam
    176 blz.
    Prijs: € 19,99
    Uitgeverij Atlas Contact