• ‘Hertalen die handel!’

    ‘Hertalen die handel!’

    Lang was Marita Mathijsen faliekant tegen het hertalen van boeken die kunnen bogen op een canonieke status in de Nederlandse literatuur. Ze zag niets in het inwisselen van door een schrijver weloverwogen gekozen woorden voor hedendaagse equivalenten. Hertalen deed in haar ogen geen recht aan het origineel. En het inkorten van een verhaal ook niet. Inmiddels is Marita Mathijsen om. ‘Liever een luie lezer dan geen lezer. Hertalen mag. Het is de enige manier om literatuur uit het verleden te redden van de vergetelheid’, liet ze zich vorige maand in een interview ontvallen.

    Ik snap haar oorspronkelijke bedenkingen. Waar Marita Mathijsen bang voor was, is dat literaire meesterwerken teruggebracht worden tot simpele verhaaltjes. Als literatuur staat of valt met de stem en de stijl van de schrijver wordt met het hertalen en/of inkorten van een tekst iets wezenlijks geamputeerd. Ik snap ook waarom ze terugkwam op wat ze vond. Ze wil dat Vondel, Multatuli, Couperus en al die andere voortreffelijke schrijvers uit het verleden gelezen en gewaardeerd worden door nieuwe generaties lezers. Taal mag wat ze te vertellen hebben niet in de weg staan.

    Het belang en de zeggingskracht van letterkundige werken van voor negentienhonderdnogwat wordt in Nederland onderschat. Of het ontbreken van een hertaaltraditie daar de oorzaak of een gevolg van is, laat ik in het midden. Maar betreurenswaardig is het ontbreken van die traditie wel.

    Een tekst die stevig in zijn schoenen staat, kan heel wat hebben. Neem nou Hamlet. Ik hou van Hamlet en die liefde werd tijdens mijn meeste recente verblijf in Londen bekroond met vier versies voor mijn verzameling die inmiddels meer dan honderd exemplaren telt. In lang niet al die exemplaren wordt het toneelstuk van William Shakespeare op de voet gevolgd. Sommige ver- en hertalers veroorloven zich heel veel vrijheden. Maar Hamlet blijft Hamlet. Als Hamlet het kan hebben dat hij grondig onder handen genomen wordt, waarom zouden Gijsbrecht van Aemstel, Max Havelaar en Eline Vere dat dan niet verdragen?

    Nederland is het bewerken van haar eigen klassiekers niet gewend, maar helemaal onbekend is het fenomeen hier ook weer niet.
    Eerstegraads docente Nederlands en schrijver van de roman Darko’s lessen Michelle van Dijk pakte de door Marita Mathijsen én Ronald Giphart – ‘hertalen die handel!’ is zijn motto – toegeworpen handschoen op en treedt daarmee in de voetsporen van onder andere Ivo de Wijs, Daniël Mok en Gijsbert van Es, die zich ontfermden over De geschiedenis van Woutertje Pieterse, De kleine Johannes en Max Havelaar. Michelle van Dijk maakt zich sterk voor Louis Couperus’ Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan. Haar hertaling die het origineel uit 1906 trouw volgt, is werk in uitvoering en verschijnt als feuilleton op haar blog.

    PS. Anders dan Marita Mathijsen suggereert is hertalen niet de enige manier om klassieke literatuur nieuw leven in te blazen. Verstrippen is ook een optie. Kijk maar naar Dick Matena en Viktor Hachmang. Hachmang werkte ruim drie jaar aan de graphic novel Blokken: de mislukking van een heilstaat en gebruikte daarbij gewoon de woorden van F. Bordewijk.

     

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

    Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

    Een gecompliceerde persoonlijkheid die te midden van roerige gebeurtenissen zijn weg in het leven zocht. Zo treedt Joost van den Vondel (1587-1679) voor het voetlicht in het vierde boek van Hans Croiset (1935).

    Ik, Vondel is als het ware een door de dichter zelf opgetekende monoloog die zich uitstekend zou lenen als tekst voor een solo-optreden in het theater. Deze autobiografie is vooral toch bedoeld als ‘leesboek’ zo lijkt Croiset, schrijvend acteur zoals zijn vader Max, telkens weer aan te stippen door middel van een inleidende synopsis boven elk hoofdstuk. Een boek over een eeuwige jeugd met een louterende anticlimax lijkt nog de beste karakterisering.

    Samenvatting boven hoofdstukken
    Boven het indrukwekkendste hoofdstuk ‘Mariavespers’ staat als samenvatting: ‘Waarin Vondel [man van boven de negentig] naar de Oude Kerk wordt vervoerd en door Huygens’ zonen naar hun jarige vader [van tegen de tachtig] wordt begeleid.’ Constantijn Huygens is een andere literaire grootheid uit de zeventiende eeuw, de vader van de net zo beroemde wetenschapper Christiaan. Er komen in Ik, Vondel nog meer dragers van de Nederlandse renaissance en ‘Gouden eeuw’ voorbij zoals de Nassau’s en bestuurders van de stad Amsterdam. Ook zij worden door de verteller neergezet als mensen van vlees en bloed.

    Tijd op zijn retour
    Vondel leefde als hoogbejaarde in een tijd waarin zowel hij als de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op hun retour leken. Zijn geestesvermogens hebben tot in zijn laatste levensmaanden niet aan kracht ingeboet, maanden waarin zijn biografie ten slotte voltooid wordt door zijn aangetrouwde nicht en hartsvriendin, de erudiete Agnes Block. Zij is één van de figuren die Vondel zeer dierbaar zijn naast zijn overleden vrouw bij wie hij vijf – inmiddels eveneens gestorven kinderen – had. Ook kleinkinderen overleeft hij waardoor het net om hem heen almaar strakker wordt aangehaald en hij behalve op Agnes Block steeds meer op dienster Aeltje aangewezen raakt.

    Vondel kan moeilijk verkroppen dat op zijn oude dag de Amsterdamschen Schouwburg gesloten is. Het is een gevolg van geldverslindende oorlogen die de Republiek voert tegen het buitenland. En ook binnen de grenzen is het vaak hommeles zoals de lezer in geuren en kleuren wordt voorgeschoteld in eerder genoemd hoofdstuk ‘Mariavespers’. Tijdens het ten gehore brengen van muziek in de Oude Kerk leggen indringers – die menen dat een katholieke kerkdienst aan de gang is – het orkest op onbehouwen wijze het zwijgen op.

    Toneeldichter herleeft bij zijn werk
    Zoals gezegd lopen in Croisets boek de dreigende ondergang van Amsterdam en Republiek enerzijds en het naderend einde van Vondel anderzijds, parallel. Wie echter anno 2017 tijdens een wandeling of vaart langs zeventiende-eeuwse Amsterdamse grachtenpanden zijn ogen de kost geeft ziet een glorieuze stad en wie dan Vondel leest, proeft de mens en dichter op zijn best. Het is een ervaring waarvan eeuwenlang en telkens opnieuw, toeschouwers in de Amsterdamse schouwburg van Gijsbrecht van Aemstel in verhevigde mate hebben genoten. Na afloop bewonderden zij de stad alsof zij herrezen was en Vondel in zijn goede jaren nog in hun midden vertoefde.

    Behalve in zijn werk herleeft onze grootste toneeldichter in Ik, Vondel en mede in de enkele jaren geleden verschenen biografie door Piet Calis. Al tijdens zijn leven had Vondel een biograaf in de gedaante van Geeraert Brandt. Deze bezoekt op de valreep de dichter om naar precaire feiten te vissen. Met dit optreden verlevendigt Croiset de monoloog van Vondel, een kunstgreep als aan het einde van het boek wanneer Agnes Block schrijvend in Vondels huid kruipt. Brandt hoeft niet alles te weten, vindt Vondel en juist dit verleidt hem als autobiograaf tot het openbaar maken van wat hij liever niet aan de grote klok hangt . Waaronder zijn geestelijke depressies, een buitenechtelijke liefde en zijn geloofstwijfel.

    Geloofsvertwijfeling
    De oude Vondel is niet de diepgelovige gebleven zoals hij als schrijver van theaterstukken als Adam in ballingschap bekend stond. Godsdiensttwisten waren al voor zijn ouders een dagelijkse realiteit. Door hun doopsgezindheid belandden ze na de verovering door de katholieke Spanjaarden vanuit hun woonplaats Antwerpen in Keulen, waar Joost in 1587 geboren werd. Omdat het daar te heet onder de voeten werd, vluchtten ze naar het protestantse Amsterdam. Eigenzinnig als hij was bekeerde Vondel zich tot het katholicisme wat hem uiteraard niet in dank werd afgenomen. Zo ontzegde P.C. Hooft – bij wie hij ’s zomers in het ‘Hoge Huys’ te Muiden met andere eminente letterkundigen verkeerde – hem na zijn ommezwaai de toegang.

    Openheid en eerlijkheid
    De ouder wordende Vondel begon zich meer en meer over zijn vroegere standpunten te verbazen. Niet tornde hij aan de schandaligheid van de terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt in het ‘Het stockske’. Was zijn negatieve visie op de Nassau’s in dit overbekende hekeldicht nog onderhuids, in zijn laatste levensjaar windt hij er geen doekjes om: ‘Met het sinds kort weer op de republikeinse troon zetten van een Nassau dreigt onze opstand [tegen de Spanjaarden eind zestiende eeuw] in een dictatuur te veranderen.’ Kritisch ook is hij kort voor zijn dood zelfs naar God: ‘De vogels, de zon en de verschietende sterren zijn onderdelen van een groter geheel, dat zich volgens de nieuwe wetenschappen buiten Uw bemoeienis afspeelt […] er moet een nieuwe encycliek komen, waarin helder voor iedereen te lezen staat dat de grote geleerden van onze tijd, zonder gevaar voor brandstapels, hun baanbrekende werk kunnen voortzetten. Uw  mensheid kom er verder mee!’

    Dit fragment is tevens een demonstratie van Croisets dynamische stijl en natuurgetrouwe uitbeelding. Door deze schrijfkunst is Ik, Vondel een onvergetelijke hommage geworden aan de Shakespeare van de lage landen.

     

     

  • Oogst week 44

    Land van liefde en ruïnes

    Steeds meer mensen gaan naar IJsland op vakantie. Inmiddels overstijgt het aantal toeristen ruimschoots het aantal inwoners van het land.
    Tijd om kennis te maken met literatuur uit dat land.

    Schrijfster Oddny Eir (IJsland, 1972) schrijft romans, poëzie en essays en werkt daarnaast als kunstdocente, galeriehoudster en milieuactiviste. Zij is winnares van de EU-Literatuurprijs 2014.

    Na een droom over een oude Vikingvrouw gaat Oddny Eir op ontdekkingsreis. Ze is net gescheiden, opnieuw verliefd geworden en op zoek naar antwoorden die ze hoopt te vinden in de IJslandse natuur. De vragen die zij zich stelt zijn bijvoorbeeld: Hoe creëren we een thuis voor liefde? Waar kwamen haar voorvaderen vandaan en hoe probeerden zij in harmonie te leven met de natuur? Hoe behouden we onze persoonlijke ruimte maar komen we toch dicht bij de ander?

    Dit reisverslag is geschreven in dagboekvorm, het heeft aandacht voor intieme details en grote levensvragen.

    Land van liefde en ruïnes
    Auteur: Oddny Eir
    Uitgeverij: De Geus

    Ik, Vondel

    Er schijnen negentien biografieën te bestaan over Neerlands meest beroemde dichter en toneelschrijver, Joost van den Vondel. Hans Croiset die Vondel in zijn toneelcarriëre zowel speelde als regisseerde wilde ook als schrijver in Vondels huid kruipen en schreef Ik, Vondel als ware het een autobiografie.

    Vondel leefde in de Gouden Eeuw, toen het Nederland op tal van gebieden voor de wind ging. In Ik, Vondel schrijft Croiset o.a. over de bewondering en de vernedering die Vondel ten deel vielen, over zijn trouw aan zijn overleden echtgenote, over de liefde voor een nieuwe vrouw, het verlies van zijn kinderen en over godsdienstige kwesties.

    De uitgeverij noemt het een ‘meeslepende roman’.

    Ik, Vondel
    Auteur: Hans Croiset
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Als stilte steekt

    Schrijfster en filosofe Désanne van Brederode is bestuurslid van en al sinds de oprichting betrokken bij Het Syrisch Comité dat de verbinding wil maken tussen Nederlandse en Syrische burgers.

    Zij schreef Als de stilte steekt, waarin zij aan de hand van eigen ervaringen en die van (Syrische) vrienden onderzoekt waarom het Westen zich zo afzijdig heeft gehouden van alles wat zich de afgelopen jaren in Syrië heeft afgespeeld.

    Als stilte steekt
    Auteur: Désanne van Brederode
    Uitgeverij: Querido

    De Weense sigarenboer

    De zeventienjarige Franz verruilt de idyllische schoonheid van het Oostenrijkse merendistrict voor de drukte van Wenen. Zijn heimwee verdwijnt snel in de hectiek van de stad. Franz is in opleiding bij de oudere sigarenverkoper Otto Trsnyek; hij zal de inwoners van Wenen snel gaan voorzien van kranten en rookwaren. Een van zijn vaste klanten is professor Freud, die niet alleen regelmatig langskomt voor sigaren, maar ook kwistig is met adviezen voor het liefdesleven van de jonge Franz. Het is 1937. Het zal nog maar een paar maanden duren voor de annexatie van Oostenrijk door Duitsland zal plaatsvinden, waardoor de levens van de jonge tabaksverkoper, Otto en professor Freud onherroepelijk zullen veranderen.

    Robert Seethaler werd in 1966 in Wenen geboren. Hij schreef meerdere romans, waaronder het in Duitsland succesvolle Der Trafikant, en brak definitief door met Een heel leven, dat sinds verschijnen in de bestsellerlijsten stond. Seethaler woont in Berlijn en Wenen.

    De Weense sigarenboer
    Auteur: Robert Seethaler
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij