• Julien Ignacio wint met ‘funky’ Goudjakhals de J.M.A. Biesheuvelprijs 2025

    Julien Ignacio wint met ‘funky’ Goudjakhals de J.M.A. Biesheuvelprijs 2025

    Op donderdag 20 februari werd in SPUI2 te Amsterdam voor de negende maal de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt. Een tweejaarlijkse literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel. De prijs is vernoemd naar J.M.A. Biesheuvel (1939-2020), een van de grootmeesters van het genre. Het bedrag voor de prijs wordt geheel door middel van crowdfunding bijeengebracht, uniek voor een literaire prijs. Dit jaar werd een bedrag van € 6049,45 bij elkaar gebracht. Het bedrag was hoger dan voorgaande jaren, wat een zeker verheugen over de populariteit van het korte verhaal teweeg bracht.

    De jury was overweldigd door het grote aantal kwalitatief sterke verhalenbundels dat zij onder ogen kreeg. ‘Zozeer dat we bijna wel twee shortlisten hadden kunnen samenstellen van bundels die de prijs die we te vergeven hebben in principe verdienen’.

    Over het winnende boek, Goudjakhals zegt de jury: ‘Een boek dat je binnenleidt in even vertrouwde als ongekende levens, die zich in je vastzetten als weerhaakjes, die je verleiden tot een grotere betrokkenheid met de wereld. Een boek dat moeiteloos andere perspectieven, andere plekken, andere tijden oproept, en daarmee tegelijk diep snijdt in de onze, in de ziel van het Nederland zoals we dat vandaag meemaken. Een vernieuwend boek bovendien, dat de grenzen van het genre opzoekt.’

    De jury noemt het boek ‘een overval’. ‘Wie de eerste pagina’s in Julien Ignacio’s tweede boek Goudjakhals leest, verbaast zich over de ongewone verteller – een algoritme, een programmaatje, een GPS-signaal? – die vertelt over een vernederde, strijdbare vluchteling in een kamp, een open detentiecentrum op een voormalige militaire basis. Dat alleen al is een indringend, urgent verhaal.’

    En: ‘Julien Ignacio bedient zich in het funky Goudjakhals van vele registers, allemaal even overtuigend, en ontvouwt in afzonderlijke verhalen een Groot Idee over ontworteling, vrijheid, uitbuiting en verzet dat niet alleen op talloze wijzen actueel is, maar zindert van de levenslust en creativiteit.’ Het gehele juryrapport is te vinden op jmabiesheuvelprijs.nl.

    De organisatie van de prijs is in handen van Arjen Fortuin, Vera van Geldern, Sven Schlijper-Karssenberg, Pieter van Scherpenberg en Edith Vroon. De feestelijke prijsuitreiking werd georganiseerd door de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam. Die maakte ook vier podcasts met verhalen van de genomineerde auteurs: slaacast/luister-biesheuvelprijs-2025.

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2025 bestond uit Joost Baars, Yra van Dijk, Janita Monna en Daan Stoffelsen. Zij toonden zich bij de uitreiking zeer tevreden over het niveau van de veertig inzendingen:

    Eerdere winnaars waren onder anderen Rob van Essen, Maarten ’t Hart en Mensje van Keulen en Hedda Martens.

     

     

    Lees ook: Recensie Goudjakhals
    En ook nog: Interview Julien Ignacio

  • Stimuleringsprijs voor dichteres Mieke van Zonneveld

    Stimuleringsprijs voor dichteres Mieke van Zonneveld

    Om haar stilistische en formele kwaliteiten kende de jury van de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs deze jaarlijkse prijs unaniem toe aan Mieke van Zonneveld voor haar debuutbundel Leger. Vorig jaar behoorde deze bundel al tot een van de genomineerden voor de VSB Poëzieprijs, die uiteindelijk naar Joost Baars ging voor zijn bundel Binnenplaats. Deze prijs voor literatuur wordt uitgereikt aan een schrijver met een belofte en wordt gezien als een stimulering op deze weg voort te gaan.

    Volgens de Commissie van voordracht (Kester Freriks (voorzitter), Pia de Jong, Gerard Raat en Yves T’Sjoen) ‘balanceert de poëzie van Van Zonneveld op de grens van mysterie en helderheid, tussen duisterheid en toegankelijkheid’. De inzet van Van Zonnevelds dichterschap wordt groot genoemd en haar aandacht voor ‘muzikaliteit van de taal met subtiel gebruik van stijlmiddelen als alliteratie, enjambement, binnenrijm en soms eindrijm’ wordt geroemd.

    ‘Van Zonneveld getuigt in deze bundel van een belangrijk dichterschap waarvan de inspiratiebronnen teruggaan van de klassieke oudheid tot Herman Gorter, van de Bijbel, het Paradijs en zelfs een bijna noodlottig ziekbed. […] haar dichterschap houdt nu al een grote belofte in.’

    In 1925 werd de prijs ingesteld door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en bestaat uit een ‘object’ en een geldbedrag van 7500 euro en wordt afwisselend uitgereikt in de categorieën poëzie en proza aan een schrijver van wie in voorgaande jaren een of twee publicaties zijn verschenen.

    Voor poëzie werd deze prijs al eerder toegekend aan onder meer: Idwer de la Parra, Hanneke van Eijken, Kira Wuck, Lieke Marsman, Ester Naomi Perquin, Thomas Möhlmann, Micha Hamel, Geert Buelens, Erik Menkveld, Piet Gerbrandy, Anna Enquist, Eva Gerlach, H.C. ten Berge, Christine D’haen, Leo Vroman, Ida G.M. Gerhardt, M. Vasalis.

     

  • Wijsgerig festival DRIFT en Perdu brengen poëzie

    Wijsgerig festival DRIFT en Perdu brengen poëzie

    Wijsgerig festival DRIFT presenteert in samenwerking met podium voor poëzie en experiment Perdu, een poëzieprogramma als binnenplaats van waaruit  de ander tegemoet getreden wordt. Poëzie als habitus waarin de positionering bevraagt wordt en als grensgebied waardoor verkennend overheen gegaan wordt.

    Een poëziefestival met Asha Karami, Radna Fabias, Joost Baars, Nguyễn Thị Mai en Martje Wijers.

    Entreeticket in de voorverkoop  € 12,50 en € 15,- aan de deur.
    Studenten betalen in de voorverkoop € 10,-  en € 12,50 aan de deur.

    Kijk hier voor meer informatie.
    En dan door scrollen naar beneden voor het bestellen van tickets.

     

  • Laatste VSB Poëzieprijs voor ‘Binnenplaats’ van Joost Baars

    Laatste VSB Poëzieprijs voor ‘Binnenplaats’ van Joost Baars

    Vanavond werd voor de laatste maal de VSB Poëzieprijs uitgereikt, en wel aan dichter en Amsterdamse boekhandelaar Joost Baars voor zijn bundel Binnenplaats. Volgens de jury is het debuut van Joost Baars (42 jaar) een ‘hallucinante, mystieke bundel (…)’ die tijd vraagt om ‘erin door te dringen maar bij elke herlezing groeien deze gedichten en trekken ze je mee in hun zoektocht naar of confrontaties met het transcendente.’

    De poëzieprijs en het daarbij behorende bedrag van 25 duizend euro werd hem in Diligentia in Den Haag overhandigd door juryvoorzitter Maaike Meijer. Met het uitreiken van de VSB poëzieprijs is tevens de poëzieweek van start gegaan.

    Overige genomineerden voor deze poëzieprijs waren Charlotte Van den Broeck met Nachtroer, Marije Langelaar  met Vonkt, Tonnus Oosterhoff met Ja Nee en de bundel Leger van Mieke van Zonneveld genomineerd. De uitreiking van de VSB Poëzieprijs was ook gelijk de start van de Poëzieweek 2018 die als thema ‘Theater’ heeft.

    Recensent Hettie Marzak over Binnenplaats: “Baars toont zich kwetsbaar, durft persoonlijk te zijn, diepe emoties te laten zien en kan deze uitdrukken in weloverwogen zinnen met originele beelden. Hier is iemand aan het woord die het vak van dichter verstaat.” Lees hier de hele recensie.

     

  • Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

    Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

    Het openingsgedicht van de debuutbundel Binnenplaats staat als een rode vlag apart, nog voordat de eigenlijke bundel begint. Een gedicht dat volgens de informatie op de persoonlijke website van de dichter vertelt over het moment waarop zijn vrouw een zware hartaanval kreeg. Het hart dat op de omslag afgebeeld staat, verwijst daar naar. De onmacht en de ontreddering van de dichter worden weergegeven in de ontoereikendheid van de taal op dat ogenblik: ‘daar 112′ de ik de taal die ik nog had’. Het besef hiervan bepaalt voor een groot gedeelte de sfeer en de inhoud van de rest van de gedichten.

    De titel van de bundel roept het beeld op van een omsloten plek, als van een gevangenis of een klooster. Maar het is zijn eigen besloten, innerlijke wereld van waaruit de dichter spreekt en waarmee hij zijn gedachten ontsluit voor een toegesproken ‘Jij’. Het enige woord in de hele bundel met een hoofdletter, zo kan de lezer zelf uitmaken of hij zich richt tot de lezer, een geliefde, de dood, tot God of misschien wel tot zichzelf. Ook de dichter zelf schijnt hierover in het onzekere te verkeren: in bijna elk gedicht wordt een vraag gesteld die een nieuw licht werpt op de identiteit van die ‘Jij’ en de mystieke verhouding van de dichter tot deze onbekende. Die verschillende schakeringen leveren mooie beelden op:

    ‘[…]
    al geef ik Je een plaats in dit

    gedicht, al geef ik Je een naam,
    Je blijft een vraag waarop ik

    van mijn tenen tot mijn kruin
    een antwoord schuldig blijf.’

    In het tweede deel Meer dan aan elkaar wordt de binnenplaats verlaten en wordt de buitenwereld verkend. De gedichten hebben een ander als onderwerp, van Tom Waits en Karl Marx tot aan Werner Herzog. Heel bijzonder is het gedicht Dode hond over de broer van de dichter, waar in een ontroerende wisseling van perspectief een eiland, een hond en de broer onderling van plaats en betekenis ruilen.

    Baars maakte ook een vertaling van zes gedichten van de priester jezuïet Gerard Manley Hopkins, de Sonnets of desolation, ook wel de ‘Terrible sonnets’ genoemd, die hij de titel gaf: ‘Waar ik niet heen wil gaan.’ Jammer dat de oorspronkelijke sonnetten ontbreken, omdat nu niet na te gaan is in welke bewoordingen Baars de moeilijke taal van Hopkins heeft omgezet. De gedichten zijn niet erg toegankelijk en vormen een vreemd element in deze bundel, tenzij Baars nogmaals de taal als een vervreemdend element heeft willen opvoeren; die niet bij machte is om gevoelens werkelijk uit te drukken.

    De laatste afdeling, Het dal van Spoleto, roept meteen de gedachte aan de heilige Franciscus van Assisi op, die volgens de legende preekte tot een groep vogels die aandachtig naar hem luisterde. Toen hij nog een ridder was en wilde deelnemen aan een gevecht tegen Apulië, kreeg hij in Spoleto een droom waarin hem opgedragen werd naar Assisi terug te keren en de wapens neer te leggen.

    In elk gedicht spreekt Baars een vogel toe: het eerste gedicht begint met de betekenisdragende regel: ‘o kraai, wat doe je in mijn binnenplaats? ‘ De dichter wijst de kraai erop dat zijn verschijnen onheil voorspelt:

    weet je dan niet

    waarvan je vehikel bent,
    zo diep in mijn cultuurgenoom

    verankerd, dat het mijn ratio omzeilt
    en in mijn lichaam haakt

    dat ik hier na het ziekenhuis-
    bezoek te ruste heb gelegd.

    Ik wil jou niet in mijn betekenis-
    geneigde brein, dat moet geloven

    dat ze thuiskomt, dat ze

    net zo onsymbolisch blijft
    als jij voor mij moet zijn.

    Nog twaalf andere vogels worden toegesproken die zich allen toegang verschaffen tot de binnenplaats van de dichter: zwanen en uilen, roodborstjes en mussen en nog andere, maar geen van de gedichten aan hen gewijd is zo bezwerend als deze. Ze lijken lichter van toon en voor het eerst valt er ook humor te bespeuren. Het is een aantrekkelijk en speels geheel van goed gevonden gedachten die consequent zijn volgehouden als preek tot de vogels.
    Het laatste gedicht, dat evenals het eerste buiten de bundel staat, heeft als steeds terugkerende versregel ‘met jou beginnen.’ als een refrein. Met zijn hoopvolle tendens een mooie afsluiting van deze bundel.

    Joost Baars is met zijn debuutbundel zeer terecht genomineerd voor de VSB-poëzieprijs van 2018. De gedichten zijn overdacht en nauwkeurig opgeschreven, maar nergens doen ze gemaakt aan. Baars toont zich kwetsbaar, durft persoonlijk te zijn, diepe emoties te laten zien en kan deze uitdrukken in weloverwogen zinnen met originele beelden. Hier is iemand aan het woord die het vak van dichter verstaat.

     

     

     

  • Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Literaire wereld verdeeld: Nobelprijs voor literatuur naar Bob Dylan

    Voor het eerst in de meer dan honderdjarige geschiedenis van de Nobelprijs voor de literatuur is deze toegekend aan een muzikant en tevens aan de eerste Amerikaan sinds Toni Morrison in 1993 de Nobelprijs won. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman (1941) is de wereldwijd bekende Amerikaanse singer-songwriter die in de jaren zestig en zeventig gevoelens als  ‘Rolling Stones’  omschreef, ooit ‘Rebel King of Rock’n Roll’ werd genoemd en poëtische teksten schreef als ‘How many roads must a man walk down / Before you call him a man? / How many seas must a white dove sail / Before she sleeps in the sand?’, wie het leest hoort direct de melodie. Dylan heeft hele generaties beïnvloed met zijn lyrische teksten.

    Volgens de Zweedse academie wetenschappen die de Nobelprijs toekent heeft Dylan ‘de status van een icoon’ en is zijn ‘invloed op de hedendaagse muziek diepgaand’. ‘Hij is waarschijnlijk de belangrijkste levende dichter’, aldus academielid Per Wastberg.

    Er waren 220 schrijvers genomineerd. Opmerkelijk is dat Dylan juist dit jaar ontbrak bij de favorieten, terwijl hij al jaren getipt werd voor de prijs. Wel als kanshebbers werden genoemd de Japanse auteur Haruki Murakami, de Amerikaan Philip Roth, de Syrische dichter Adonis en de Keniaan Ngugi Wa Thiong’o.

    De literaire wereld, waaronder velen liefhebber van Bob Dylan, is enigszins verbijsterd over deze opmerkelijke keuze van de Zweedse academie. Paul Abels van AFDH uitgevers liet op Facebook weten: Bob Dylan is hartstikke goed. Maar de Nobelprijs voor Literatuur had hij niet hoeven krijgen. ‘The Times They Are A Changin’, dat blijkt: literatuur moet heden ten dage in brokjes van drie minuten consumeerbaar zijn en gecombineerd worden met muziek.

    Joost Baars, essayist en dichter plaatste op zijn tijdlijn: Oké, maar dan ook een Grammy naar Les Murray wegens de uitzonderlijk muzikale kwaliteit van zijn teksten.
    Literair criticus en schrijver Joost de Vries meent: De upside is dat nu de weg vrij is, en Kanye hem over twintig jaar kan winnen.

    Dichter en columnist Daan Doesborgh, dacht als eerste toen hij het hoorde: dat vind ik nou ook weer niet nodig, maar noemt in zijn artikel op VN deze uitingen van verontwaardigd onbegrip vooral een ‘uiting van ongemak’. En: het toekennen van de Nobelprijs aan Bob Dylan dwingt ons om na te denken over de vraag waar we de grenzen van het domein literatuur moeten trekken. De toekenning maakt het antwoord op die vraag ongemakkelijk: de grens ligt niet waar jij dacht.
    Lees hier het hele artikel.

     

     

  • Zeggingskracht van poëzie

    Zeggingskracht van poëzie

    In 2014 verscheen de poëziebundel Weg van Damascus, van de Palestijns-Syrische dichter Ghayath Almadhoun. Op het omslag van deze bundel is het schilderij ‘De kus’ van Gustav Klimt te herkennen – maar liefelijk of ongeschonden is het niet, integendeel. Kennelijk is het schilderij veel meer dan levensgroot aangebracht op de muur van een gebouw of huizencomplex. Het zit vol beschadigingen, inslagen van kogelgaten, hele stukken muur ontbreken. Het symboliseert een aangrijpende werkelijkheid, die een wrede combinatie laat zien van enerzijds tederheid, overgave, artistieke inspiratie en aan de andere kant de bittere, actuele realiteit van oorlog en verwoesting. De titel van de bundel is Weg van Damascus, waarmee – voor zover dat nog nodig was – die bittere actualiteit in drie woorden ook nog eens is samengevat. Het gaat over het Midden-Oosten en over ‘weg’ zijn. Het hele oorlogs- en vluchtelingenvraagstuk is aan de orde, nog vóór de lezer de bundel zelfs maar heeft opengeslagen.

    Klinische observaties
    De gedichten van Almadhoun bestaan uit poëtisch proza of prozaïsche poëzie. De bundel bevat volgens de inhoudsopgave elf gedichten, die bijna alle uit meerdere delen bestaan.  De tekst van ‘De stad’ bijvoorbeeld, kennelijk over Damascus,  valt in acht stukken van zeer ongelijke omvang uiteen. Overkoepelend is het markante contrast tussen lieflijke beelden en de schrille realiteit.

    […] Deze stad heeft de navelstreng die haar verbindt met de dood niet doorgesneden. Elke nacht slijpt ze haar mes, in afwachting van de volgende slachting. Had ik maar de warmte van de motor van een auto in jouw trieste winter, of de kou van een graf in jouw bittere zomer, o woestijn van cement, o stad die thee drinkt op de melodie van de strijd, die de dans van de nederlaag danst op de lijken van haar verdoolde zonen. Amen.

    De cyclus ‘Details’, bestaande uit 19 fragmenten, is in klinische observaties evenzeer schrijnend – en juist door de poëtische vorm veelzeggend en aangrijpend.

    Een aantal mensen probeerde me weg te trekken, maar de sluipschutter protesteerde met zijn geweer, waarna ze zich bedachten. Hij was een gewetensvolle sluitpschutter, die eerlijk zijn werk deed en tijd noch mensen verkwistte.

    Afzichtelijke werkelijkheid
    Of wat te denken van de verbluffende speelsheid waarmee Almadhoun de begrippen ‘verdriet’ en ‘leed’ te lijf gaat in het gedicht ‘Hoe ik een dichter werd’:

    Haar verdriet viel van het balkon en brak. Ze kreeg behoefte aan een nieuw verdriet. Toen ik met haar naar de markt ging, bleken de prijzen van verdriet onwaarschijnlijk hoog, dus adviseerde ik haar een tweedehands verdriet te kopen. We vonden een verdriet dat in goed staat verkeerde, het was alleen een beetje groot. Het had aan een jonge dichter toebehoord, die die zomer zelfmoord had gepleegd, vertelde de handelaar ons. […]

    Overtuigend slaagt de dichter erin een uitzichtloze en afzichtelijke werkelijkheid die wij alleen kennen uit de krant en van de actualiteitenrubriek, op een indringende en ‘andere’  manier onder de aandacht te brengen. Voorwaar geen geringe verdienste van de dichter – en de bevestiging van de overweldigende en onuitputtelijk zeggingskracht van de poëzie. Van Almadhouns poëzie, maar ook van poëzie in het algemeen. Zoals het ook iets zegt over dichters, die uit omstandigheden die daar beslist geen aanleiding toe geven, inspiratie weten te putten voor gedichten die confronteren, amuseren, afleiden en troosten. Dit dwingt in het geval van Almadhoun niet alleen bewondering af, maar ook diep, diep respect.