• Jonathan Coe blaast klassieke thrillergenre nieuw leven in

    Jonathan Coe blaast klassieke thrillergenre nieuw leven in

    Niet alleen Britten zijn dol op hun ‘knusse’ detectiveverhalen, die toevalligerwijze vaak rond de kerst of oud en nieuw spelen. Historische periode vaak het interbellum of de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog. Locatie meestal een lieflijk dorpje, omringd door weelderige natuur, plus een kasteel met een heuse lord. En laten we de dominee niet vergeten, in de oude pastorie naast het nog oudere kerkje. Onmisbaar zijn de rustieke winkeltjes en tearooms met de roddelende dames, de authentieke pubs met de roddelende heren. Dan is er een moord! Liefst in of nabij het kasteel, dan wel de kerk. Favoriet hierbij is een gesloten kamer (de moordenaar kon er in noch uit en toch…), verborgen gangen of trappen. En het wemelt van rode haringen.

    Steevast wordt de moord onderzocht door een excentrieke speurder die toevallig in de buurt is, of door een locale politieman die meestal slimmer is dan degenen die hij ondervraagt. Wanneer het verhaal zich ontwikkelt, blijken dikwijls personages anders te zijn dan wie wij dachten dat ze waren. Uiteindelijk is de dader iemand van wie de lezer het in het geheel niet heeft verwacht, maar door de uitleg van de slimme speurneus wordt die onmiddellijk overtuigd. 

    Steeds dezelfde misdaadformule

    Bovenstaande formule is duizenden malen gehanteerd, in boeken, toneelstukken en films. Tot de laatste categorie behoort de ondraaglijke tv-serie Midsomer Murders. Een schoolvoorbeeld. Honderdtweeënveertig afleveringen sinds 1997 en de opnames voor de tweehondervijfentwintigste zijn bezig. Kennelijk kunnen de kijkers daarvan geen genoeg krijgen of zijn ongeneeslijke masochisten. Voor hen bestaat een hele serie boekjes als Your Guide to Not Getting Murdered in a Quaint English Village, waarin de lezer zelf een moord moet oplossen. Tips hierin: kijk niet in de vijver, blijf uit het doolhof en vertrouw de dominee niet. Alleen al over Midsomer Murders verschenen twee van dit soort boekjes.

    Daarom is het hoogst interessant dat een belangrijke auteur als Jonathan Coe zich op het genre lijkt te hebben geworpen met The Proof of My InnocenceDe Nederlandse vertaling van de titel, Het bewijs van mijn onschuld, mist de dubbelzinnigheid van de originele. ‘Proof’ betekent namelijk eveneens ‘drukproef’ en die laatste vormt een belangrijk motief in het boek. Het bewijs van mijn onschuld begint met een raadselachtig tekstje van twee bladzijden over een witharige speurder in een trein die op het punt staat een medepassagier te arresteren. Wie is zij en wie is de arrestant?  Wanneer vindt dit plaats en wat is de misdaad precies? Pas daarna begint de roman met een ‘Proloog’ over Phyl, die net is afgestudeerd. 

    Vriendschap en ‘Friends’

    Ze woont bij haar ouders Andrew en Joanna in een dorpje bij Heathrow. Op dat vliegveld heeft ze een lullig baantje in een Japans fastfoodrestaurant. Haar moeder is dominee en haar vader een gepensioneerde landmeter met veel te veel boeken. Begrijpelijk dat ze zich ongelukkig voelt en zelfs dat ze als troost altijd kijkt naar de tv-serie FriendsDan komt Christopher Swann, een interessante studievriend van haar moeder op bezoek, vergezeld van zijn dochter Rashida. Een wetenschapper die al decennia de radicalisering van de Britse conservatieven volgt op zijn blog. Een aantal conservatieve sleutelfiguren hadden hij en Joanna decennia geleden al in Cambridge ontmoet, onder wie ene Roger Wagstaff. Dat vindt Phyl allemaal interessant.

    Het klikt tussen de twee dochters, ook omdat Rashida evenzeer verslaafd is aan Friends. Phyl vertrouwt haar toe dat ze ervan droomt een roman te schrijven. Ze twijfelt tussen drie genres: ‘cosy crime’, ‘dark academia’ en autofictie. Eigenlijk een gewone Coe, denkt de lezer tijdens deze ‘Proloog’, want de actuele politiek speelt weer een belangrijke rol – Liz Truss wordt premier – en dit soort personages kennen we uit eerder werk van Coe. In Deel 1 wordt het dan toch echt een ‘cosy crime’, zelfs ‘voorzien’ van een passend, beduimeld omslag. Swann is aanwezig op een congres van een conservatieve denktank in een kasteel met een echte lord (de elfde van die naam). In een liefelijk dorpje bovendien. Voor de keynote speech was Kwasi Kwarteng aangetrokken, maar die is zojuist door Truss tot minister benoemd. Hij wordt vervanger door een professor gespecialiseerd in een literaire auteur die een paar decennia geleden een eind aan zijn leven maakte, en mede door hem populair werd als een conservatieve voorloper. Swann raakt geïntrigeerd door deze schrijver Peter Cockerill en diens laatste roman, Mijn onschuld.

    De Britse koningin sterft

    Tussen de bedrijven door heersen er spanningen tussen Swann en de al genoemde Wagstaff. Het congres moet echter stoppen door een ‘Nationale Ramp’: de Britse vorstin overlijdt. Dan is er opeens een moord, plus een geheime gang en een – excentrieke – lokale inspecteur die de zaak moet oplossen: Pru Freeborne (lees de naam hardop!). Authentiek ‘dark academia’ – inclusief omslag – is Coe’s tweede deel. Brian, een studievriend van Joanna en Christopher, heeft zijn herinneringen aan die jaren geboekstaafd. Daarin is meer informatie te vinden over genoemde sleutelfiguren. Wagstaff bijvoorbeeld bleek al in 1980 te pleiten voor het afbouwen van de ‘National Health Service’ en andere publieke voorzieningen. Brian staat ook stil bij Cockerill. Met name bij diens obsessie met een zeventiende-eeuws volksliedje, dat ook al in de twee vorige delen een rol speelt. Een rode haring?

    Het genre is bekend geworden met Donna Tartts De verborgen geschiedenis (1992) en ook het Cambridge van Coe biedt de lezer statige oude zalen, bruine pubs en een heus geheim genootschap, de Processus Group. Maar bij hem is dat uiteraard politiek en met de Brexit is dit aartsreactionaire gezelschap in het centrum van de macht belandt.
    Wat zou Coe doen met autofictie, het derde deel, waarmee hij als auteur in het geheel geen ervaring heeft? Hij laat de vriendinnen Phyl en Rashida afwisselend vertellen over hun speurtocht naar het verband tussen de nieuwe moord en de oude zelfmoord. Die brengt hen achtereenvolgens bij een Londens antiquariaat, een stokoude voormalige redactrice van Cockerills uitgeverij plus een steenrijke Britse miljonair die om fiscale redenen in Monaco woon, en…de drukproef van de roman Mijn onschuld bezit. Hun autofictionele wegen kruisen die van inspecteur Freeborne, met wie ze enthousiast gaan samenwerken. 

    Politieke ontwikkelingen

    Heeft Cockerill werkelijk zelfmoord gepleegd? Het antwoord op die vraag zou het plezier voor de lezer bederven. Idem bij Coe’s ‘Epiloog’, die de recente misdaad oplost. Wel exit Liz Truss. Zelf heeft hij een cameo à la Alfred Hitchcock als een onopvallende student die nooit enig blijkt heeft gegeven van een politieke interesse, maar later als auteur van verhalen en romans ‘een bescheiden succes heeft’. Maar Het bewijs van mijn onschuld blijft, ook ondanks de soms hilarische en aanstekelijke humor, een bloedserieus boek over een tragische politieke ontwikkeling waarbij giftig ultra-conservatisme en het grote geld de macht overnemen. Terwijl de genoemde genres just druipen van de nostalgie naar de tijden dat Engeland nog gezellig was en de universiteit een bolwerk van conservatieve tradities. 

    Als illustratie van het groeiende complot verwijst Coe naar de werkelijkheid: het pamflet Brittania Unchained uit 2012. Een pamflet dat niet overal bekend is, maar alle usual suspects droegen eraan bij: onder anderen Truss, Kwarteng, Patel en Raab. Desondanks heeft Coe overduidelijk veel plezier gehad in het zich eigen maken van de verschillende genres, die hij superieur onder de knie blijkt te hebben. Wat een genoegen om te lezen!



  • Oogst week 16

    De roofkoning

    Op zijn eigen website schrijft auteur Machiel Bosman over De Roofkoning:

    ‘Dit is het boek dat ik altijd heb willen schrijven. In 1688 trekt de Nederlandse prins Willem III van Oranje met een immense legermacht naar Engeland en zet zijn eigen schoonvader af. Hij legt de basis voor twee eeuwen Britse mondiale dominantie. Hier wordt wereldgeschiedenis geschreven.
    En toch wordt zijn missie in de Nederlandse geschiedschrijving meestal als een voetnoot afgedaan. Hoe kan dat? Hoe kan het dat de grootste staatsman die Nederland heeft voortgebracht zo weinig erkenning heeft gekregen in eigen land?
    In dit boek staat de invasie van Engeland door prins Willem III centraal. Het is de laatste van de grote Engelse koningsdrama’s. Als Shakespeare een eeuw later had geleefd, had die er wel raad mee geweten.’

    En:
    ‘Mijn benadering van geschiedenis is tamelijk ouderwets. Ik wil verhalen vertellen: van koningen en prinsen, van dienstmeiden en knechten, van liefde, trouw, dood en verraad – in een veranderende wereld van vooruitgang en verval.’

    Wie wordt hier nou niet nieuwsgierig van?

    De roofkoning
    Auteur: Machiel Bosman
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum

    Mijn vaders dromen

    De schrijver Ewald Flisar (1945) heeft de halve wereld overgereisd. In veel van zijn verhalen, gedichten en romans is daarvan de weerslag te vinden.

    Mijn vaders dromen is de eerste roman die van hem in Nederland verschijnt. In Slovenië is hij een van de meest gelezen en gelauwerde schrijvers van het land.
    Mijn vaders dromen gaat over de verhouding tussen de 14-jarige Adam en zijn vader. Adam is een eenzame jongen die, behalve zijn doodgeboren broertje, niemand heeft om mee te praten. Meer en meer gaat hij op in zijn levendige dagdromen – maar zijn het wel dromen, zoals zijn vader, een gerespecteerde dorpsdokter, hem blijft verzekeren? En waar zijn de grenzen tussen de werkelijkheid en zijn dromen?

    Mijn vaders dromen
    Auteur: Evald Flisar
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Nummer 11

    Een van de grootste hedendaagse Engelse schrijvers, Jonathan Coe is komend weekend te gast op het International Literature Festival Utrecht (22 en 23 april). Coe, vooral bekend van zijn politieke en satirische roman What A Carve Up! (Het moordend testament) uit 1994, wordt op zaterdag 23 april geïnterviewd door Hans Bouman.

    Het moordend testament was een felle aanklacht tegen het ‘Thatcherisme’ waarin de vrije markt ideologie voor alles gaat. Een aantal personages daaruit komt terug in Nummer 11 (inderdaad zijn 11e roman), dat weer een humorvolle en satirische roman schijnt te zijn waarin de afstand tussen de elite en het gewone volk groter is dan ooit.

    De Bezige Bij: ‘Dit is een roman waarin Jonathan Coe doet waar hij zo goed in is: ons laten zien hoe we leven.’

     

    Nummer 11
    Auteur: Jonathan Coe
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij