• Ironie wint het van intellectualisme

    Ironie wint het van intellectualisme

    Jonas Lüscher mag bij het Nederlandse publiek dan een nobele onbekende zijn, in de Duitstalige wereld is zijn toekomst verzekerd. Vier jaar geleden verraste hij iedereen met een briljante novelle over de financiële crisis, Het voorjaar van de barbaren. Vorig jaar sloeg hij iedereen met verstomming met zijn debuutroman Kracht. Het boek haalde vele long- en shortlists van literaire prijzen en uiteindelijk ging Lüscher aan de haal met de Zwitserse Literatuurprijs 2017 en de som van dertigduizend Zwitserse Frank.

    Alles in Kracht draait rond hoofdpersonage Richard Kracht, hoogleraar retorica aan de gerenommeerde universiteit van Tübingen in Duitsland. Zijn tweede huwelijk staat onder druk, zijn vier kinderen en ex-vrouw kosten hem een hoop geld en daarenboven dient hij ook nog zijn hypotheek af te lossen. Zijn faam in de academische wereld staat in schril contrast met het zooitje dat hij ervan heeft gemaakt in zijn privéleven. Als een geschenk uit de hemel wordt hij uitgenodigd om mee te doen aan een prijsvraag van de rijke internetondernemer Tobias Erkner uit Silicon Valley. In een  voordracht van maximum achttien minuten hoeft hij enkel een antwoord te geven op de vraag: ‘Why whatever is, is right and why we still can improve it?’ Hij kan er één miljoen dollar mee verdienen en daarmee zouden heel wat van zijn privéproblemen van de baan zijn.

    Neoliberalisme vs. Facebook
    Kracht is ervan overtuigd dat hij de wedstrijd zonder veel concurrentie kan winnen, want met zijn achtergrond als econoom, filosoof en germanist beschikt niemand over betere papieren dan hijzelf. Hij trekt naar Amerika en logeert bij zijn jeugd- en studievriend Istvan. Tijdens zijn verblijf aan Stanford probeert hij te werken aan een overtuigend betoog. Intussen wordt de lezer in verschillende flashbacks meegenomen naar het verleden van Kracht. De focus ligt op de jaren tachtig waarbij Kracht als overtuigd neoliberaal inzoomt op de tal van economische, politieke en filosofische discussies. Hij heeft het over Reagan en Thatcher en beschrijft de Duitse politiek aan de hand van de kanseliers Schmidt en opvolger Kohl, terwijl ook de Val van de Berlijnse Muur voorbijkomt.
    Kracht verliest zichzelf meer en meer en weet niet meer van welk hout pijlen te maken. Meest memorabele scène uit het boek is een kanotocht die Kracht tegen alle adviezen in toch onderneemt, zonder enige ervaring, overtuigd dat hij het aankan. Uiteindelijk moet hij worden ontzet en gered en bezwijkt hij bijna aan zijn eigen overmoed. In een ontmoeting met Erkner wordt hij ondergedompeld in de hedendaagse wereld van Facebook, Google, Twitter en Silicon Valley. De clash is hem te groot en het boek eindigt dan ook tragisch voor deze antiheld.

    Ironie troef
    Kracht is een vreemd boek dat door sommigen de hemel in wordt geprezen, door anderen dan weer helemaal wordt afgekraakt. De roman kan op zijn minst intelligent, grappig, ironisch en actueel genoemd worden. De stijl die Jonas Lüscher gebruikt is er één om u tegen te zeggen. Het doet sterk denken aan de boeken van Thomas Mann waarin ook een zeer ironisch en zelfs sarcastisch portret wordt geschilderd van de hedendaagse maatschappij en de zichzelf uitgeroepen intellectuele elite van vandaag. De hele tijd staat het contrast of de botsing tussen het oude economische denken en de nieuwe postmoderne wereld, die vanuit Silicon Valley wordt gedicteerd, centraal. Kwatongen beweren dat Lüscher te veel in zijn roman heeft willen opnemen. Te veel onderwerpen worden kort aangeraakt en blijven oppervlakkig. Daarnaast probeert hij zeer intellectueel over te komen en goochelt hij met moeilijke begrippen en theorieën. Er is inderdaad stof genoeg om meerdere romans te schrijven, maar de onderliggende humor en ironie maken immens veel goed. Toegegeven, het boek leest niet als het nieuwste detectiveverhaal van de populaire schrijvers, daarvoor hanteert Lüscher niet de juiste stijl. Zinnen van meer dan twee pagina’s lang lezen immers niet altijd vlot. Men zou het gekunsteld kunnen noemen, en dat is het voor een stuk ook, maar het toont ook aan dat Lüscher een vakman is. De lange zinnen staan ook symbool voor het denkpatroon van hoofdpersonage Kracht, die vol van zichzelf overal en altijd het laatste woord wil hebben en zichzelf altijd tracht te bewijzen. Ook de vele moeilijke theorieën en filosofische begrippen staan hiervoor symbool. Daarnaast beschrijft hij niet alleen de aftakeling van het gezin, maar vooral de mentale aftakeling die Kracht ondergaat. Lüscher beheerst de kracht om met ironie en humor en in enkele hilarische scènes het intellectuele te ondermijnen met een monkellach die heel veel goed maakt. Er is nog wat werk aan de winkel, er kan nog geschaafd worden aan de stijl, maar de toekomst voor Lüscher is veelbelovend.

  • ‘Je stelt de verkeerde vragen’

    ‘Je stelt de verkeerde vragen’

    Recensie door Laura Schans

    Het is absurd om in het weekend waarin Griekenland op de rand van de afgrond bungelde voordat de Eurogroep en premier Tsipras een akkoord bereikten over steun en afbetaling, Het voorjaar van de barbaren van Jonas Lüscher te lezen. De voorpagina’s stonden vol met berichten over lege pinautomaten, het inhouden van medicijnen om tekorten te voorkomen, de dreiging van humanitaire rampsituaties en protesten die uitmondden in rellen. Het voorjaar van de barbaren, uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink, blijkt een boeiende parabel te zijn over staatsbankroet, het ontduiken van verantwoordelijkheid en de barbarij waar mensen in vervallen zodra het luchtkasteel van maatschappelijke zekerheden uiteenspat.

    In deze parabel gaat het over de elitekant van de financiële crisis. De Duitse zakenman Preising bezoekt een relatie in Tunesië, een bezoek dat hem is opgedragen door Prodanovic, zijn partner die zakelijk gezien alle touwtjes in handen heeft maar vanwege zijn achternaam bij chique aangelegenheden liever Preising naar voren schuift. Preising ondergaat de reis met een mengeling van gelatenheid en geamuseerdheid: hij geniet van de exotische locaties en lekkernijen en vertelt smakelijk over de gebeurtenissen die zich tijdens zijn reis aaneenrijgen, de een nog gekker en schokkender dan de ander. Maar uit de manier waarop hij observeert, blijkt dat hij zichzelf niet ziet als deelnemer.

    De eigenlijke verteller van het verhaal blijft anoniem. Hij of zij is opgenomen in hetzelfde instituut als Preising, ná de gebeurtenissen in Tunesië waar het in de roman om gaat. Tijdens gezamenlijke wandelingen langs een gele muur die het terrein van het instituut omringt, vindt Preising in hem of haar een gelaten luisterend oor. Op een van de sporadische momenten dat de verteller het woord neemt, zegt deze: ‘In ons onvermogen om onszelf als handelende personen te zien leken we op elkaar, Preising en ik. Hij slaagde erin dat klaarblijkelijke gebrek te zien als een deugd.’

    Onderweg naar het resort in een Tunesische oase, waar Preising van de gastvrijheid van zijn zakenrelatie zal genieten, raakt hij verzeild bij een bruiloft. Een groep schaamteloos rijke, jonge, gebruinde Engelsen viert het huwelijk van Mark en Kelly, werkzaam bij dezelfde bank in de Londense City. Ondertussen druppelen alarmerende berichten over een dreigend Engels staatsfaillissement binnen, die door alle aanwezigen argeloos worden genegeerd, ook door de ouders van de bruidegom. Vanaf een verhoging boven het zwembad kijken zij met lichte afkeuring neer op de entourage van hun zoon en aanstaande schoondochter, een scene die ze stilletjes verantwoordelijk houden voor het ineenstorten van de Engelse economie. Een oordeel spreken ze daarover echter niet uit: moeder Pippa verstopt zich in een boek van een beroemde Tunesische schrijver, vader Sanford verschuilt zich achter zijn sociologische theorieën.

    Preising wordt door Pippa en Sanford uitgenodigd voor het grote feest, een aanbod waar hij gretig gebruik van maakt. Levendig vertelt hij over dit feest ‘waar geld geen enkele rol speelt, of juist de allergrootste’. Als Engeland in de nacht na de huwelijksvoltrekking dan daadwerkelijk failliet wordt verklaard, mogen de Engelse gasten in het resort geen ontbijt meer nuttigen omdat de rekening niet meer zal kunnen worden betaald, zijn hun creditcards geblokkeerd en alle vluchten met Engelse luchtvaartmaatschappijen geannuleerd. Vol scherpe humor en in precieze zinnen wordt de daaropvolgende barbarij uit de doeken gedaan waarin een en ander op passend absurde wijze sneuvelt.

    Preising vertelt met smaak hoe de dramatische gebeurtenissen zich voltrekken. Hij gedraagt zich als grote bemoeial, die zichzelf tegelijk voortdurend neerzet als een toevallige getuige die nergens iets mee te maken heeft. Ondertussen schotelt hij zijn wandelmaatje in het instituut filosofische uiteenzettingen voor, over de relatie tussen geld en waarheid en de moraal die in verhalen te vinden moet zijn. Deze slimme gedachten kunnen niet verbloemen dat juist Preising een belichaming is van het probleem dat vol symboliek wordt uitgewerkt in deze korte roman, een probleem dat ook vertegenwoordigd wordt door de rijke Engelsen die feestvierden ‘alsof het een bijzaak betrof’. Iederéén in deze roman deelt in het onvermogen zichzelf als handelend persoon te zien.

    Het ontduiken van verantwoordelijkheid dat in elk personage te herkennen is, maakt dat deze korte roman leest als een parabel: in de openingsscènes verkondigt Preising zelf dat het in elk goed verhaal gaat om de moraal. Maar om welke dan, in dit geval? Als Preising is aangekomen bij zijn ontsnapping uit de chaos van Tunesië, wil zijn wandelmaatje eindelijk zelf iets weten. ‘Je stelt de verkeerde vraag’, is het enige dat Preising antwoordt op een vraag die de lezer niet te weten komt. Niemand maakt zijn handen vuil, en wij blijven met lege handen achter. Ondertussen staan er nog steeds lange rijen voor de Griekse pinautomaten.

     

    Het voorjaar van de barbaren

    Auteur:  Jonas Lüscher
    Vertaald door Gerrit Bussink
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 160 pagina’s
    Prijs: € 17,95

     

  • Oogst week 18

    door Carolien Lohmeijer

    Het vertellen van een verhaal is de beste manier om iets duidelijk te maken moet filosoof Jonas Lüscher gedacht hebben toen hij zich aan het schrijven van zijn debuut Het voorjaar van de barbaren zette. In deze novelle wordt een gezelschap van overwegend jonge, rijke Britten die in Tunesië een exorbitant huwelijksfeest vieren, in één klap geconfronteerd met de gevolgen van het Engelse staatsbankroet: middenin de woestijn, geblokkeerde creditcards, geen geld en geen baan meer, wel torenhoge schulden. Het is het begin van de barbarij. Deze parabel werd na verschijnen in Duitsland humorvol, bitterzoet en tegelijkertijd messcherp genoemd. Binnenkort een eigen recensie op Literair Nederland.
    Het voorjaar van de barbaren, Jonas Lüscher, vertaald door Gerrit Bussink, Wereldbibliotheek, 160 pagina’s, € 17,95

    De Arabier van de toekomstIn de autobiografische beeldroman De Arabier van de toekomst schrijft en tekent Riad Sattouf over zijn vroegste jeugdjaren (1978 tot 1984) die hij voornamelijk doorbracht in het Libië van Khadaffi en het Syrië van Assad. Hij is de zoon van een Franse moeder en een Syrische vader en valt door zijn blonde haren altijd op tussen de donkere Arabische kinderen.
    Zijn vader, geen overtuigd islamiet, maar wel gehecht bepaalde islamitische gebruiken, is hoogopgeleid aan de Sorbonne, maar kan in Frankrijk geen baan vinden en daarom vertrekt het gezin eerst naar Libië, later naar Syrië.

    De actualiteit van vandaag is waarschijnlijk mede bepalend voor het succes van De Arabier van de toekomst, al speelt dat dus zo’n 30 tot 40 jaar geleden. Volgens de uitgeverij geeft het de lezer wel ‘een kritisch en komisch inkijkje in de culturele achtergrond van de conflicten van vandaag.’
    Arabier van de toekomst, De Geus, Riad Sattouf, vertaald door Toon Dohmen en Mariella M. Manfré, 160 pagina’s, € 21,95

     

    Dit is geen theater meerDan is bij ons binnengekomen Dit is geen theater meer, de nieuwe dichtbundel van Annemarie Estor. Zij ontving in 2013 de Herman de Coninckprijs voor de beste bundel De oksels van de bok. Hoewel, bundel kan je het niet noemen: het boek bevat één lang gedicht.
    Estor is veelzijdig, samen met Lies van Gasse schreef en tekende ze ook het beeldverhaal Het boek Hauser. Aan het project Paradijselijke reizen van Paul van Gulick leverde ze een belangrijke bijdrage in de vorm van 8 gedichten.
    In Dit is geen theater meer ‘worden decors afgebroken en komt een uitgeteerde wereld tevoorschijn. Estor beschrijft de dromen, verlangens en dwaalwegen van de mens.’
    Estor is zowel in Nederland als in België actief. Op 13 mei a.s. vindt in Antwerpen in de Arenbergschouwburg een muzikale boekpresentatie plaats rondom Dit is geen theater meer.
    Annemarie Estor, Wereldbibliotheek, 64 pagina’s, € 19,95