In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit is de aanvang van het evangelie van de apostel Johannes. Niet toevallig is Johannes ook de naam van het hoofdpersonage in Ochtend en avond, de recente novelle van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. En is het niet zo dat Johannes ook een visser was, ja zo is het, Johannes was ook een visser, net als de Johannes van Fosse. En na het begin volgt het eind zoals na de ochtend de avond moet komen. En als in de avond de dood onherroepelijk is geworden, schrijft Fosse, zullen de woorden waarmee alles begon verdwijnen. Is dat een typische schrijversgedachte? Is het niet zo dat voor een schrijver alles begint en eindigt met woorden? Ja, zo is het.
Bovenstaande is een (onbeholpen) poging om het poëtische metrum van Fosses novelle te imiteren. Hij stelt vragen en beantwoordt deze in vrijwel dezelfde bewoordingen. Ochtend en avond is mede daarom eigenlijk geen novelle, maar een prozagedicht. Er ontbreken leestekens, de zinnen lopen eindeloos door en springen naar volgende regels zonder kapitalen te gebruiken. Het is een interne monoloog waarin Johannes zich afvraagt hoe het kan dat hij zich als oude man ineens weer lenig en fit voelt. Hij ontmoet allang gestorven vrienden en geliefden, weet dat ze dood zijn, maar vergeet dat ook weer, al ziet hij wel dat hij bijvoorbeeld een steen dwars door zijn oude vriend Peter heen kan gooien en voelt hij de kou in de hand van zijn overleden vrouw Erna.
Johannes gaat dood, maar komt onder de hand van de schrijver juist tot leven. Moeiteloos laat hij af en toe het perspectief verspringen, bijvoorbeeld naar Johannes’ jongste dochter, die het dichtst bij hem woont en na de dood van zijn vrouw een beetje op hem toeziet. Vader Johannes noemt ze hem. Door haar ogen zien we hoe hij op zijn sterfbed ligt. In de slaap gestorven, zo lijkt het. Maar wij weten beter. Johannes is klaarwakker gestorven.
In Ochtend en avond staat de geboorte van Johannes voor de ochtend. Die geboorte wordt in het eerste hoofdstuk beschreven in dezelfde stijl, in een overeenkomstig gedachtenspel. Maar nu is Olai het hoofdpersonage, de vader van Johannes. Olai verwacht veel van zijn zoon, groot geluk doorstroomt hem als het kind zich aankondigt, maar hij mag niet bij de geboorte aanwezig zijn. De vroedvrouw weerhoudt hem ervan. Juist daarom is die vaderlijke verwachting zo aanstekelijk. In het tweede deel laat Fosse Johannes in een kort fragment op deze manier denken aan zijn vader: ‘(…) tussen hem en zijn vader boterde het immers niet zo, en daarna kwamen er nog twee kinderen, Signe en de kleine Olai, ja, want uiteindelijk moest hij toch een kind naar zijn vader vernoemen, denkt Johannes, (…)’. Dat komt binnen, vooral als je zelf vader bent van een zoon en zoon van een vader. In de ochtend van het leven spelen mooie verwachtingen een hoofdrol. Als de avond is gevallen, blijkt het vaak anders te zijn gegaan en rest slechts het zwijgen.
Ochtend en avond / Jon Fosse/ vertaling Marianne Molenaar / uitgeverij Oevers
Jan Kloeze is schrijver, begin maart debuteerde hij met de roman Starfighter.
Bij uitgeverij Oevers is onlangs in een nieuwe vertaling weer een boek verschenen van Jon Fosse (1959), de Nobelprijswinnaar uit 2023. Fosse is auteur van uiteenlopende genres, hij heeft romans, toneelstukken, gedichten, kinderboeken, verhalen en essays geschreven en wordt geprezen om zijn bijzondere stijl. Marjet Maks schrijft daarover in haar recensie over Melancholie II: ‘Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid.’
Sommige lezers zullen even moeten wennen aan het repeterende taalgebruik van lange, meanderende zinnen. Anderen zullen meteen verkocht zijn.
Marianne Molenaar heeft inmiddels veel van het werk van Fosse vertaald. Ochtend en avond dat in 2000 in Noorwegen voor het eerst verscheen, vertaalde zij al eens in 2005. Voor deze nieuwe uitgave heeft zij haar toenmalige vertaling geheel herzien. Molenaar is een veelgevraagde vertaalster van o.a. het werk van Knut Hamsun, Per Petterson en Karl Ove Knausgård.
In Ochtend en avond wordt een weduwnaar wakker en voelt dat de wereld anders is geworden. Hij kan er de vinger niet echt op leggen, dus staat na enige aarzeling toch maar op en gaat zoals elke morgen naar de haven. Daar ontmoet hij zijn beste vriend Peter die al een tijdje dood is. Zij varen samen uit. Als hij vervolgens ook zijn vrouw bij terugkomst in de haven op hem ziet staan wachten, maakt hem dat heel gelukkig.
Ochtend en avond is een kleine troostrijke novelle die uitnodigt om nader kennis te maken met het werk van Fosse.
Auteur: Jon Fosse
Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
Spullen brengen
Zo’n driekwart jaar geleden, in juli 2023, verscheen er op de website van de NOS een bericht met als titel “Schrijvers helpen leger Oekraïne: ‘Poetin versla je niet met zang en dans”’.
Het was een bericht over een initiatief van een aantal vrienden om hulpgoederen (o.a. auto’s, helmen, kogelwerende vesten en medische spullen) te verzamelen voor Oekraïne met de bedoeling ze vervolgens ook ter plekke af te leveren. Een aantal van die vrienden zijn de schrijvers Jaap Scholten, Jelle Brandt Corstius en Tommy Wieringa.
Jelle Brandt Corstius maakte in die tijd al een tijdje de podcast over de oorlog in Oekraïne Voordat de bom valt, waarin hij beoogde ‘perspectief en context te geven bij deze oorlog’. (De laatste aflevering van deze podcast was op 19 maart 2024.)
Toen hij gebeld werd door Jaap Scholten om hulpmateriaal naar Oekraïne te rijden was hij daarvoor dan ook zeer gemotiveerd. Zijn ervaringen schreef hij op en zijn nu verschenen in het boek Spullen brengen.
Jelle Brandt Corstius (1978) kent Rusland goed, en was van dat land gaan houden. Hij heeft er jarenlang gewoond en gewerkt, als correspondent voor Trouw. Hij stond op het punt om naar Rusland af te reizen toen dat land Oekraïne binnenviel. Zijn liefde voor Rusland heeft enorme schade opgelopen uiteraard. Op dit moment is hij bezig met een zesdelige serie over Oekraïne voor de VPRO.
Auteur: Jelle Brandt Corstius
Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag
Twintig keer Dee
Met je debuut meteen de prijs voor het Beste Boek voor Jongeren winnen. Dat overkwam tot zijn eigen verbazing Oliver Reps in 2019 met zijn boek De dag die nooit komt waarover de vakjury schreef: ‘Je komt als lezer heel dichtbij, het verhaal heeft de kracht om intiem en klein te blijven, terwijl er ook vreselijk veel gebeurt.’
Onlangs is Reps’ tweede boek verschenen, Twintig keer Dee. Daarin gaat het over een student die in een opwelling naar Berlijn reist, naar zijn vriendin. Wat hem daar te wachten staat weet hij niet, maar spannend vindt hij het wel.
De jongen neemt het zekere voor het onzekere als hij vertrekt:
‘[…]
Zachtjes trek ik de deur achter me dicht
Neem twee trams eerder dan strikt noodzakelijk
Misschien wel drie
Uit voorzorg
Want je weet maar nooit
[…]’
Zo gaat het verder, in korte afgemeten zinnen met feiten en overdenkingen. Reps heeft het geschreven, als verse novel, als versroman.
De jongen is op tijd:
‘[…]
Ben hier veel te vroeg
Amsterdam Centraal
Struin maar wat rond
Langs winkeltjes
Koffietentjes
Om de tijd te doden
Mijn rugzak over mijn schouder
Koffertje in mijn hand
Nippend van mijn latte
En word zowat omvergelopen
Door de meute
Omdat ik niet meebeweeg
Met de stroom
[…]’
Oliver Reps is kinderboekhandelaar. Twintig keer Dee is geschreven voor volwassenen, maar is ook geschikt voor jong volwassenen. In het boek zijn prachtige foto’s van Anne Reinke opgenomen.
Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.
Verder kijken – Esther Kinsky
Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.
His Natural Life – Marcus Clarke
Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)
Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden
Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.
Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer
Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)
De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren
Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.
Het boek van de kinderen – A.S. Byatt
Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)
Nirwana – Tommy Wieringa
Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.
Het hart van de ever – Baltasar Porcel
Het hart van de everis de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)
Ruitjesblues – Jan Beuving
Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)
Luister – Sacha Bronwasser De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.
Een schitterend wit – Jon Fosse Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)
Das Spinnennetz – Joseph Roth Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.
De wintersoldaat – Daniël Mason
In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)
Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje
Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.
De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf Ademloos las ik dit jaar Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)
Scherven – Bret Easton Dit jaar las ik Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie.
In het huis van de dichter – Jan Brokken Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)
Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.
De laatste witte man – Mohsin Hamid Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)
Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom Als poëzierecensent wil ik allereerst deze verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden.
Balts – Luuk Gruwez In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)
Arkadia – Sipko Melissen Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,Arkadia is prachtig geschreven!
Drengr – Aron Dijkstra Een echte Viking is drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)
Jij zegt het – Connie Palmen Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’
Goudjakhals – Julien Ignacio
Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)
Marente de Moor – De schoft
Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen.
Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt
Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)
Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose
Een prachtig indrukwekkende debuutromanvan de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.
Rugzwemmen – Marc ter Horst
Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)
Een kleine weldaad – Raymond Carver
Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.
De minnaar – Marguerite Duras
Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)
De Noorse schrijver Jon Fosse (1959) wordt als een van de belangrijkste schrijvers van onze tijd gezien, hij ontving diverse prijzen in Noorwegen en Europa voor zijn krachtig, veeleisend en vernieuwend schrijven in alle literaire genres. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef hij ‘Melancholie I’ en ‘II’, een fictieve biografie over de Noorse schilder Lars Hertervig (1830-1902). In 2018 en 2020 zijn beide romans in het Nederlands vertaald en gepubliceerd door uitgeverij Oevers. In ‘Melancholia I’ probeerde Fosse de mentale staat van de schilder vast te leggen. Hertervig was schizofreen en straatarm, hij kwam uit een quakers gezin en schilderde wonderlijke, sprookjesachtige kustlandschappen. Fosse schrijft lange meanderende zinnen, vol herhalingen en monotone gedachten en zijn proza wordt wel vergeleken met minimalistische muziek.
Verhaal van een dagdeel
Fosse’s obsessie met de schilder vindt zijn vervolg in ‘Melancholie II’. Oline, de zuster van Lars, is de protagonist en we volgen haar kort na zijn dood in 1902. Net als in deel I beslaat het verhaal, dat eigenlijk niets om het lijf heeft, een dagdeel. Oline is oud en heeft zere voeten, ze strompelt langs de weg, met aan een snoer twee vissen die ze van visser Svein heeft gekregen, naar haar witte huisje met de rode voordeur bovenaan de heuvel. Halverwege ontmoet ze haar schoonzuster Signe die vraagt of ze even bij haar broer Sivert komt kijken. Sivert ligt op sterven. Oline wil eerst naar huis, ze kan toch niet met die vissen naar haar broer, bovendien moet ze naar het sekreet. Thuis aangekomen gaat ze meteen naar het hok waar zich de poepdoos bevindt en starend naar de dode vissenogen vervalt ze in een herinnering aan vroeger met haar broer Lars. Op de deur van het sekreet is een tekening geprikt, die ze ooit van Lars heeft gekregen.
‘Ze zijn zwart op dezelfde manier waarop Lars zwart is. De duisternis is dezelfde. Het is een duisternis die niet dood is, maar die straalt, een stralend duister, als het ware.
De tekeningen lijken op jou, zeg ik. Lars kijkt ineens naar mij. Hoezo dat? vraagt hij. Eh, ik weet niet. Maar ze lijken op jou, zeg ik.’
Herhalende zinnen
Het is inmiddels duidelijk dat Oline aan geheugenverlies lijdt. Sivert is vergeten, haar gedachten draaien om haar incontinentie, de vissen en Lars. Haar herinneringen zijn echter glashelder en ze beleeft de gebeurtenissen letterlijk alsof ze op haar netvlies staan. In de flashbacks denkt Oline vanuit de eerste persoon, maar soms verandert het perspectief binnen de zin weer terug naar het heden en wordt het personale perspectief gehanteerd. ‘Ik kijk naar moeder en ze kan toch niet hier op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, ze kan hier toch niet zo op het sekreet blijven zitten denken aan vroeger en weer als een kind zijn, denkt Oline. Maar daar zat moeder te huilen. En de volgende ochtend stond de vloer helemaal blank. En Oline denkt dat ze nu overeind moet komen, ze kan hier niet op het sekreet blijven zitten, nu doen haar benen ook niet meer zeer, ze moet opstaan en naar de keuken lopen met de vis want het is koud, ze heeft het koud, ze kan hier toch niet op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, maar is er iets gekomen?’
Die zere voeten
Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid. Hij bouwt het verhaal langzaam op en met de kleine stapjes die Oline zet, trekt hij de lezer in Oline’s hoofd en gedachtewereld en die is beklemmend. Niet zozeer om wat ze denkt, maar omdat ze zo ver van de realiteit afstaat, dat ze dementerend is en alleen woont. Als ze eindelijk in haar keukentje is en de vissen heeft schoongemaakt, mag ze gaan zitten. Maar het lot bepaalt anders. Ineens zijn de vissen weg en Oline moet opnieuw naar de zee, naar visser Svein voor eten en de hele wandeling herhaalt zich.
(…)‘visser Svein wilde geen cent voor de vis hebben, misschien begreep hij dat ze niet veel geld had momenteel, maar heeft ze er iets over gezegd, nee geen woord heeft ze erover gezegd, geen woord heeft ze erover gezegd, denkt Oline. Nog een klein eindje, ja, dan mag ze even uitrusten, denkt Oline, maar ze moet nog even volhouden. En zodra ze blijft staan doen haar voeten minder zeer.’
In tweede instantie gaat ze wel bij haar broer Sivert langs, wat een tamelijk hilarische scene oplevert. Haar schoonzuster Signe duwt haar nogal ruw de trap op en als Oline eindelijk naast Sivert zit, praat ze tegen hem en reikt hem zijn pijp aan zonder te zien dat hij al niet meer in leven is. De summiere terugblikken op Oline’s jeugd met Lars op het strand, het kinderrijke gezin, de vader die ook niet helemaal spoorde zijn de puzzelstukjes die een aardig beeld geven van de getormenteerde geest van de schilder, zijn jeugd en zijn leven in de natuur. Het zijn de terugblikken die zorgen voor een boeiende afwisseling met Oline’s beperkte heden in deze kleine roman, waarin de kracht bij het herhalende woord ligt en klein leed van het schrijnend dagelijks ongemak sterk uitvergroot.
Het is meteen een intrigerende titel: Autobiografie van een lijk. Het is één van de zeven verhalen die zijn opgenomen in de bundel met dezelfde titel van Sigizmoend Krzizjanovski (1887-1950). De schrijver is een Rus van Poolse afkomst, die tevens librettist was onder andere van Prokofjevs Eugen Onegin. Van hem werden een paar jaar geleden al twee romans in het Nederlands vertaald. Zijn vertellingen zijn grotesk, absurdistisch, surrealistisch. Kauw maar eens op de volgende tekst: ‘Als één arbeider met één schop op één dag één kubieke meter graaft, dan zullen duizend arbeiders met die ene schop in dezelfde tijdspanne diezelfde kuub graven. Ergo: als we de belletristische bezetting reduceren, kan dat ene thema worden bediend door één pen van dienst. Geen honderd honoraria maar één, geen honderd oplagen van tienduizenden stuks, maar één oertotaaluitgave in miljoenvoud’.
Auteur: Sigizmoend Krzizjanovski
Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels
Midzomer, stadsmoe
Schrijver en dichter Bernard Wesseling (1978) won in 2007 de C. Buddingh’-prijs voor zijn poëziedebuut Focus. Drie jaar eerder verscheen zijn romandebuut De favoriet. Nu is er opnieuw een roman, zijn vierde: Midzomer, stadsmoe, over de fietskoerier Rochus Veldman die achtervolgd wordt door de vraag wat er met zijn vermiste vriend kan zijn gebeurd. Een vriendin trekt hem de wereld weer in. Samen vertrekken ze naar Lesbos.
‘- Op Lesbos zijn we nodig. Niet dat we de problemen daar kunnen oplossen, maar het leed verzachten misschien. Oké, je twijfelt, ik zie het. Ik ook.
– Waarom Lesbos?
– Mijn vader zei dat ook: Waarom Lesbos? Waarom help je geen bejaarden, die massaal vereenzamen? Waarom vluchtelingen?’
Auteur: Bernard Wesseling
Uitgeverij: Querido
Melancholie II
‘Stavanger, vroeg in de herfst, 1902: Oline loopt van de zee de steile helling op, steunend op haar stok loopt ze stapje voor stapje omhoog, en haar voeten doen zo’n zeer dat ze nog maar net vooruitkomt, maar het gaat, stapje voor stapje loopt Oline omhoog, in aar ene hand de stok, in haar andere een snoer met vis en wat dooet het zeer, denkt Oline…’. Deze opening van Melancholie II van de Noor Jon Fosse (1959) tekent meteen zijn vertelstijl met repeterende zinnen die vaak beginnen met ‘en’. De roman is een vervolg op Melancholie I, over de Noorse landschapsschilder Las Hertervig (1830-1902). Melancholie II speelt zich af op de sterfdag van de schilder en vertelt het verhaal vanuit het perspectief van zijn zus Oline.
Igor Cornelissen (1935) schreef als journalist voor Het Vrije Volk, Het Parool enVrij Nederland over onderwerpen als de sociale strijd, Oost-Europa, communisme, spionage en de Tweede Wereldoorlog.
In Tussen Lenin en Lucebert schrijft hij over de opmerkelijke Nederlandse kunstcritica en communiste Mathilde Visser (1900 – 1985). Visser werd geboren in een welgesteld joods-liberaal milieu. Voor de oorlog woonde zij na een mislukt huwelijk een tijd alleen in Berlijn. Toen het haar daar te heet onder de voeten werd verhuisde ze naar Parijs waar ze de kunstenaars Pablo Picasso, Salvador Dali en Max Ernst leerde kennen. Die vriendenkring vormde haar verder en was de basis voor haar carrière als kunstcritica.
Hoewel ze na de oorlog veel geld gaf aan de Communistische Partij van Nederland kostte het haar veel moeite om het lidmaatschap te verkrijgen. De partijleiding vertrouwde de rijke, in bontjas gehulde bourgeoisdame niet helemaal.
Cornelissen reconstrueerde het levensverhaal van Mathilde Visser aan de hand van brieven, dagboeken en gesprekken met tijdgenoten.
Auteur: Igor Cornelissen
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Tokio mon amour
In het eerste hoofdstuk van Tokio mon amour toont Ian Buruma zich nog onzeker:
‘…Mijn vlucht met Pakistan International Airlines was geboekt. Ik stond ingeschreven bij de filmacademie van de Nihon-universiteit in Tokio en had een studiebeurs toegekend gekregen van de Japanse overheid, waarmee ik de kosten voor mijn levensonderhoud kon betalen. Ik vond het spannend om voor een flink aantal jaren naar Tokio te verhuizen, maar ook een beetje eng. Zou ik geen heimwee krijgen en me zo eenzaam voelen dat ik de hele tijd brieven ging zitten schrijven aan mensen die zich op bijna tienduizend kilometer van Tokio bevonden? Zou ik binnen enkele maanden terug zijn, vernederd omdat ik een morele nederlaag had geleden? Ik had een Japanse vriendin, Sumie, die mee naar Japan zou verhuizen, maar toch.’ …
Buruma kwam in 1975 aan in Tokio, en had geen idee wat hem te wachten stond. Hij was in Amsterdam en Parijs gefascineerd geraakt door Japanse films en theater en dus reisde hij naar de bron. In Tokio mon amour doet hij daar verslag van.
Auteur: Ian Buruma
Uitgeverij: Atlas Contact (2018)
Amsterdam
Eva Cossee over haar boek:
‘Mijn Amsterdam is een stad van immigranten. Dat ik zo denk, is niet zo vreemd. Mijn voorvaderen Cossée waren Hugenoten en kwamen in de zeventiende eeuw vanuit het Loire gebied naar Amsterdam, waar op dat moment bijna 10% van de bevolking van Franse herkomst was. Amsterdam heeft altijd een grote aantrekkingskracht op handelaren en kunstenaars gehad. Nu is Amsterdam de meest multiculturele stad ter wereld met nog meer verschillende nationaliteiten dan New York.
Amsterdam. Stad van aankomst schetst een beeld van de bevolkingsopbouw na 1945. En Amsterdam is ook altijd een rebelse stad geweest, met rookbommen en protesten, door Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden prachtig verwoord. De handel op het Waterlooplein wordt beschreven door Saskia Goldschmidt en de spreekwoordelijke vrije liefde in de hoofdstad door Cees Nooteboom, en het multiculturele straatbeeld door Robert Vuijsje. Tot slot krijgen ook de neushoorns en andere bewoners van de diergaarde Artis een stem.’
Auteur: Eva Cossée
Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2018)
Waarom schrijven?
De onlangs overleden Philip Roth heeft naast fictie ook veel non-fictie geschreven over een groot aantal onderwerpen, waaronder de schrijvers die hij bewondert, zijn eigen werk, het creatieve proces en de Amerikaanse cultuur. In Waarom schrijven? wordt voor het eerst al dit werk verzameld in één band. Het bevat de eerder verschenen essaybundels Lectuur van mijzelf en anderen en Over het vak, maar ook veel stukken die ofwel herzien zijn, of nooit eerder gepubliceerd. Waarom schrijven? geeft een prachtig beeld van de gedachtewereld van een van Amerika’s grootste schrijvers.
Auteur: Philip Roth
Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2018)
Tijdschrift Terras
Terras is een tijdschrift voor internationale literatuur dat gemaakt wordt door medewerkers verspreid over de hele wereld. Het veertiende nummer, Elders, onderzoekt de tegenstellingen van stad en platteland, centrum en periferie, en brengt plekken in kaart waar iets bijzonders aan de hand is en waar op een mooie manier over geschreven kan worden.
Het nummer bevat nieuwe ontdekkingen, niet eerder in het Nederlands vertaalde proza-auteurs die worden ingeleid door Annelies Verbeke, dichters zoals de Spaanse Sandra Santana en essayisten. Van Jon Fosse, die in het Nederlands taalgebied al naam heeft als toneelschrijver, worden gedichten en een essay gebracht. Daarnaast is er een hommage aan de dichter Charles Simic die dit jaar 80 wordt, verzorgd door K. Michel en Wiljan van den Akker en zijn er bijdragen van onder meer Arno Camenisch, Miek Zwamborn, Tomas Lieske, H.C. ten Berge en Joseph Zoderer. Menno Wigman figureert postuum in dit nummer als vertaler (naast Hélène Gelèns en Elma van Haren) van het Poettrio-project met Sean O’Brien, W.N. Herbert en Fiona Sampson.