• Joke van Vliet wint BNG Literatuurprijs

    Joke van Vliet wint BNG Literatuurprijs

    Joke van Vliet heeft met haar tweede boek Niets is echt gebeurd (Querido, 2025) de BNG Literatuurprijs gewonnen. De prijs werd vanavond uitgereikt door juryvoorzitter Pieter Jeroense in de Amstelkerk in Amsterdam. De jury noemt het boek een ‘stilistisch begaafde, psychologisch gelaagde en trefzekere roman waarin de spanning flink wordt opgedreven’.

    Van Vliet is de eerste winnaar zonder de voormalig gehanteerde leeftijdsgrens die bij 40 jaar lag. De reden daarvoor is dat ‘leeftijdsdiscriminatie gewoonweg niet meer van deze tijd is. Schrijvers debuteren regelmatig op hogere leeftijd, waardoor hun literaire carrière ook later op gang komt.’

    Uit het juryrapport:
    ‘Niets is echt gebeurd
    laat ons, samen met de blinde kunstenares Daan den Dolen, tastend in het duister treden. Daan heeft zich teruggetrokken in haar flat en leeft in de overtuiging dat ze elk moment kan worden opgepakt. Met grote precisie schetst Van Vliet haar wereld, waarin Daan zowel door de kamers als haar herinneringen dwaalt. ‘Herinneren is terugkijken door een vergrootglas’, peinst ze, ‘bepaalde momenten uitgelicht en nauwkeurig bestudeerd, terwijl andere delen ongezien blijven.’ Kijken en zien – of juist níet zien – worden sleutelbegrippen. Wat gebeurde er met haar moeder, haar vader? Wat gebeurde er met het Kind?’ Lees hier het hele juryrapport.

    Van Vliet bouwt in deze roman voort op de thematiek uit haar verhalenbundel Wanneer de herten komen (2022). Deze werd geprezen om haar grillige, bijna surrealistische beeldtaal en stond op de shortlist voor de J.M.A. Biesheuvelprijs.

    Als winnaar van de BNG literatuurprijs ontvangt Van Vliet een geldbedrag van 15.000 euro en een sculptuur van kunstenaar Theo van Eldik.

    Overige genomineerden:
    Maarten Inghels – Hannibal & Gideon (Das Mag)
    Rik Zaal – Het land van Hrabal (De Arbeiderspers)
    Coco Schrijber – Het gezoem van bijna alles (Querido)

    De lezersjury (bestaande uit BNG-medewerkers) koos Coco Schrijber met Het gezoem van bijna alles, als winnaar. Schrijber mag een maand verblijven in het Roland Holsthuis te Bergen.

    Lees hier de recensie op Literair Nederland.

  • Een eenzaam leven

    Een eenzaam leven

    ‘Ik verzin levens’ zegt beeldend kunstenaar en schrijfster Joke van Vliet in een interview. Dat wil niet zeggen dat niets echt gebeurd is in haar eerste roman Niets is echt gebeurd, integendeel. Een bezinksel van zoekende mensen vormt de klei waarmee haar fictieve personages gekneed zijn. Dat levert een duizelingwekkend verhaal op dat start met de traumatische jeugdervaring van hoofdpersoon Daan en dat een zoektocht is naar een eigen weg in het leven. Een weg die bezaaid ligt met onzekerheid en vragen over moederschap en talent, kunst en schoonheid en met gemis, pijn, verdriet en eenzaamheid.

    De fabel van het verhaal is de volgende: Daan, eigenlijk Danaë, den Dolen woont in een rijtjeshuis met haar vader en moeder. Moeder is professioneel fluitiste, vader werkt als modelfotograaf in een eigen studio. Als Daan negen jaar jong is verlaat moeder het gezin. Daan denkt dat dat haar schuld is. Vader verkoopt het huis en Daan en vader gaan in de fotostudio wonen waar Daan al gauw bij zijn werk betrokken wordt. Ze gaat later naar de fotovakschool. Als haar vader jaren later in een verpleeghuis overlijdt, trekt Daan in bij zijn laatste verpleger Don. Daan wordt min of meer tegen haar wil moeder en huisvrouw. Het dochtertje wordt in de roman consequent enigszins afstandelijk ‘de baby’ en ‘het kind’ genoemd. Daan en Don raken steeds verder van elkaar verwijderd. Als ‘het kind’ negen jaar is, verlaat Don na verwijten van Daan en een knallende ruzie het gezin. Hij laat een afscheidsbriefje na: ‘Zeg Finne dat ik van haar houd’. Daan raakt de weg kwijt, verwaarloost zichzelf en haar kind. Het boek begint als Daan zich in die deplorabele toestand bevindt. Ze maakt al snel duidelijk dat ze een afschuwelijke daad heeft begaan die ze niet meer ongedaan kan maken.

    Verstikkende kinderliefde

    De 25 korte hoofdstukken van de roman beschrijven vanuit Daans huidige hallucinante perspectief fragmentarisch en niet-chronologisch het thema moederschap. Daan bevraagt haar eigen schuldig leven en zoekt naar waarheid en betekenis. Moeder maakte thuis altijd muziek en wilde niet gestoord worden, alleen poes Babushka mocht even langskomen. Dat de poes zo heet, is overigens niet zonder betekenis, zoals niets in deze roman. Babushka is Russisch voor grootmoeder en is de benaming die in Nederland gebruikt wordt voor de matroesjkagelukspoppetjes. Moeder, Daan en Finne zijn in feite ook drie van die poppetjes. In Daans beleving en herinnering is haar ‘slechtheid’ de oorzaak van haar moeders vertrek, zij heeft bijvoorbeeld een keer de gaatjes en het mondstuk van haar moeders fluit vol met klei gestopt. ‘Ze was een manipulatief diertje dat alles opeiste’ overdenkt ze nu. Vader zegt op zijn sterfbed dat moeder heeft gekozen voor haar talent en haar carrière, voor haarzelf dus, omdat zij sinds Daans geboorte niet meer kon fluiten zoals ze wilde en het niveau niet meer haalde. ‘Een kind zonder haar ouders gaat dood,’ zegt Daan later tegen een buurvrouw, om vervolgens met haar dochtertje in een soortgelijke spagaat tussen een eigen leven en een leven in dienst van een kind te belanden. Ze voelt zich na de geboorte van haar dochter zowel een gekooide tijger als een parkietje dat op een stokje zit te wachten tot het jong groot genoeg is. Het loopt niet goed af met moeder en dochter.

    Van Vliet snijdt een belangrijk en actueel thema aan met het moederschapsjuk. Het is een gegeven waar veel vrouwen die een eigen (werkzaam) leven willen leiden mee te maken hebben. Sommigen, zoals Charley Toorop of Andreas Burnier besteedden hun kinderen als ‘ontaarde moeders’ uit om te kunnen werken, anderen, zoals de vroegtwintigste-eeuwse Amsterdamse Joffers als Coba Ritsema en de latere Jeanne Bieruma Oosting kozen er bewust en nadrukkelijk voor alleenstaand en kinderloos te blijven. En niet alleen kunstenaarsvrouwen hebben hiermee te maken. Teddy Tops recent verschenen roman Egelskop gaat over niet-ontwikkeld vrouwentalent door opgelegd huisvrouwen- en moederschap en één van de ‘B’s’ van de recente Zuid-Koreaanse 4B-beweging (B = ‘ni’ oftewel ‘nee’) zegt ‘nee’ tegen het moederschap om eigen ruimte voor vrouwen te behouden.

    Daan heeft van jongs af aan een zogenoemd lui oog. Later verliest ze door een vuiltje in haar andere oog ook daarin het zicht en is ze nagenoeg blind. In deplorabele toestand ploetert ze zich uitgehongerd een weg door een langzaam maar zeker totaal vervuild huis, wat onbeschrijflijk sinistere scènes oplevert in een decor van ratten en kattenpoep, geschreven in een gedetailleerde, filmische stijl. Het wel of niet zien speelt een grote rol in de roman. Daans vader zegt dat Daan ‘het oog’ heeft, van een vakfotograaf bedoelt hij, Daan beschrijft de ogen van haar moeder zoals ze in een verte staarden toen ze voor haar vertrek fysiek nog bij het gezin was. Er worden gitgele meeuwenogen genoemd, de argwanende ogen van poes Maria, grotvissen zonder ogen. Partner Don sluit als verpleegkundige in het hospice duizenden ogen.

    ‘Wie noemt zijn kind nou Danaë, naar een cycloop?’ vraagt Daan zich af. Is Daan ook wat dit betreft in de war, of vergist de schrijfster zich hier? Danaë is in de Griekse mythologie geen cycloop. Wel zijn er parallellen met de mythologische Danaë in Niets is echt gebeurd.

    Schoonheid, talent en moraal

    De roman bevat heel veel betekenisdragende elementen. Er valt werkelijk geen mus dood van het dak zonder betekenis, of het nu een moedervlek is, een abrikozenpit, een oehoeënde uil, insecten, aanraking en zintuigen, de Etna en lava, een ballerinapopje of verschrompeld fruit, gebladerte, fossielen, medicijnen, het heelal, ruimtehond Laika of de Bijbel. De naam van poes Maria verwijst naar Daans moeder, over wie Daan zich op een moment afvraagt of zij misschien niet meer dan een verschijning was, zoals Maria voor Bernadette. Schoonheid en (onbetrouwbare) herinneringen zijn de belangrijkste motieven. ‘Een mens moet voortdurend op zoek naar schoonheid,’ zegt Daans moeder, ‘de rest doet er niet toe.’ Daan vraagt zich vervolgens af wat schoonheid eigenlijk is, of die werkelijk iets teweegbrengt en of dat belangwekkender is dan thee schenken, veters strikken, een enkel kind verzorgen? Tegelijkertijd leert ze dat talent niet vrijblijvend is en dat ook zij dus iets met haar talent zou moeten doen.

    Draait het in het leven om de zoektocht naar goed of fout of bestaat dat onderscheid niet en zijn goed en fout slechts afspraken, vraagt Daan zich af. Is een mens vrij om zijn eigen moraal te bedenken? Door haar poging het beter te doen dan haar moeder, is het Daan niet gelukt om van haar te leren, constateert ze met terugwerkende kracht. Het liefst zou ze als een vlinder naar een volgend stadium groeien. En zo voelt ze zich uiteindelijk: als een vlinder die ontwaakt uit zijn overwintering, verleid door een reepje binnenvallend licht – als in de fotostudio van haar vader en als op de omslag van het boek.

    In 2022 debuteerde Joke van Vliet met de verhalenbundel Wanneer de herten komen. De werkelijkheid omvat meer dan zijn feitelijke beschrijving, zei ze toentertijd over de verhalen in die bundel. In deze roman is dat zeker ook het geval, wat versterkt wordt door een beschrijving die sterk inzoomt op heftige gebeurtenissen. Het is en blijft de vraag, niet alleen voor Daan, wat uit de romanwerkelijkheid echt gebeurd is. Dat Daans strijd en gedrag mededogen oproept is een verdienste van de schrijfster die in een zelfbewuste stijl met veel verbeelding een werkelijkheid creëert die bij tijden surrealistisch aandoet, maar ook meeslepend en overtuigend is.

     

  • Scrollend door het leven

    Scrollend door het leven

    Vrijdagavond zag ik Leave the world behind, een apocalyptische film naar het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Rumaan Alam. Aangezet door de auteur van Goudjakhals die ik in Restaurant 1e klas op Amsterdam Centraal sprak over zijn boek. Bij de afsluitende woorden verheugde hij zich op de avond, een nieuwe film op Netflix, met Julia Roberts (zonder make-up) en Ethan Hawke (vettig kapsel, knipbeurt gemist). Het sloeg op me over, ik ging kijken.
    De film opent in een blauw (dicht)geverfde slaapkamer waar Hawke onder een grijs dekbed wakker wordt. Roberts is met koffers in de weer. In een moment van slapeloosheid huurde ze online een vakantiehuis aan de kust van Long Island. Hawke hoort het welwillend aan, vraagt enkel: ‘But, help me out babe, why today?’ ‘Well’, zegt Roberts en loopt naar het slaapkamerraam. Ze wilde naar de zonsopgang kijken. Zag al die mensen op straat volhardend aan hun dag beginnen. ‘All in an effort to make something of themselves. Make something of our world.’ Dat ze zich gelukkig voelde daar onderdeel van te zijn. Tot ze bedacht, haar gezicht betrekt, hoe de wereld echt in elkaar steekt. ‘And I came to a more accurate realization.’ Kijkt in de camera: ‘I fucking hate people.’ En de film begint.

    De volgende ochtend denk ik aan de betekenis van herten in de film. Na vijftien minuten verschijnen er langs de rand van het gazon waar Roberts en Hawke vanuit de keuken zicht op hebben, de eerste herten. Om daarna de hele film door gedrieën, als enkeling of roedel te verschijnen. Ze dringen zich op, sluiten de protagonisten in. Ik zoek in mijn geheugen naar herten in andere boeken. Wacht, daar is de verhalenbundel Wanneer de herten komen van Joke van Vliet. In het verhaal met de gelijknamige titel, is er sprake van een hinde. ‘Ineens staat ze er, geluidloos naar voren gestapt vanuit de gekrulde varenbladen, haar kortharige vacht glanzend in de ochtendzon.’ Het dier doet de man uit het verhaal, die zich poogt los te maken uit een huwelijk en in een vervallen huisje in een bos (weg van de wereld) is getrokken, denken aan zijn moeder, aan zijn vrouw. Heel even lijkt het of Van Vliet de synopsis voor de film schreef. Er wordt, net als in de film, naar het dorp gegaan voor boodschappen, wat de limiet aangeeft van wat de protagonisten aan sociaal contact kunnen verdragen. Wanneer de herten komen is onheilspellend absurdistisch, aandoenlijke ook. 

    Terwijl ik dit schrijf, hoor ik op de radio hoe men zich zorgen maakt over ‘hele generaties’ die het scrollen op hun mobiel niet kunnen laten. Hoeveel tijd daarmee verspild wordt. Ik denk er weleens aan, hoe te leven zonder internet. Waar laat ik mijn scrollende vingers dan, waar richt ik mijn blik op. Leave the world behind, zoek jezelf (broeder), dat zongen Van Kooten en De Bie in de jaren tachtig al.
    Dan dit nog: de serie Friends speelt een rol in de film, bescheiden lijkt het, maar voor tienerdochter Rose (Farrah Mackenzie) – die onverhoopt de gelegenheid krijgt de laatste aflevering van de serie te zien – een soort ‘Napels zien en dan sterven’ vervulling krijgt. Waarmee de film eindigt. Ach, wat een film.

     

     



    Inge Meijer is een pseudoniem.