• Oogst week 24 – 2023

    Vlindertje van methusalem. Essays over natuur en landschap.

    In deze rubriek worden ook boeken getipt die al wat langer uit zijn. Zoals Het vlindertje van Methusalem van filosoof en natuurhistoricus Johan van de Gronden dat vorig jaar verschenen is. Het is een prachtige verzameling essays waarin Van de Gronden de weg van zijn speurtochten en onderzoek beschrijft terwijl hij door Midden-Amerika reist en de trek van de bedreigde monarchvlinders zijn aandacht trekt. Deze vlindersoort volbrengt reis van duizenden kilometers en meerdere generaties door rond Allerzielen in Mexico aan te komen. In Zuid-Afrika zoekt Van de Gronden naar de resten van een verdwenen taal en in het Franse Ermenonville overdenkt hij de invloedrijke nalatenschap van de Zwitserse natuurfilosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).

    Van de Gronden in de inleiding: ‘De essays in dit boek zijn geleidelijk aan tot stand gekomen, terloops ontsnapt aan de waan van alledag. Ze kennen alle een, om eens een medische term te gebruiken, grote latentietijd. Natuurlijk zijn er momenten geweest waarop ik me heb afgevraagd of ik dit ene lucifershoutje nou echt moest afsteken terwijl om ons heen het vuur al hoog oplaaide. Ach, als het vonkje van de verwondering overspringt op een enkeling die even de stilte van het boek verkiest boven het geraas van de wereld, dan is het goed.’

    En dat is waarom wij lezen, dat er een vonkje mag overspringen.

     

    Vlindertje van methusalem. Essays over natuur en landschap.
    Auteur: Johan van de Gronden
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep

    Het bouwen van een zenuwstelsel

    In Het Bouwen van een zenuwstelsel een memoirschrijft Margo Jefferson (1947) over de kunstenaars en musici die haar hebben gevormd en waarom die zo belangrijk voor haar waren. Jefferson is sinds de jaren zeventig een van Amerika’s meest gerenommeerde essayisten en critici. In 2015 werd ze vooral bekend door de publicatie van Negroland, haar eerste boek over zichzelf.

    Jefferson groeide op in een witte welgestelde wijk die haar levenshouding bepaalde. In Het bouwen van een zenuwstelsel breekt Jefferson zichzelf eerst af, en bouwt zichzelf vervolgens weer op door haar gelauwerde kritieken te vervlechten met de woorden van overleden familieleden. Ze beschrijft sleutelmomenten uit haar leven, vermengd met gedramatiseerde berichten van mensen die haar vergezelden.  Zo ontstond een remix van haarzelf en herontdekt Jefferson haar identiteit en de vorm van deze memoir.

    In een interview in de Volkskrant zei Jefferson: ‘Wij waren ons er zeer van bewust dat de witte buitenwereld ons scherp in de gaten hield. Het cliché wilde dat zwarte vrouwen uitgesproken sensueel waren en daarnaast geschikt waren voor zwaar werk. Dat wij intellectueel of kunstzinnig zouden kunnen zijn, was totaal ondenkbaar.’

    Het bouwen van een zenuwstelsel
    Auteur: Margo Jefferson
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    Cannery Row is de straat waar deze roman zich afspeelt en die door Steinbeck wordt beschreven als: ‘een stinkboel, een geknars, een soort licht, een klank, een manier van leven, een nostalgie, een droom. Op Cannery Row ligt alles op een kluitje of verspreid, een en al blik en ijzer en roest en versplinterd hout, brokkelige bestrating en percelen onkruid en schroothopen, keten van golfplaat waar sardines worden ingeblikt, kroegen, restaurants, bordelen, stampvolle kruidenierswinkeltjes, laboratoria en logementen.’

    Cannery Row speelt zich af gedurende de Grote Depressie en beschrijft de belevenissen van een aantal zonderlinge types, zoals de Chinese kruidenier Li Chong, de zeebioloog Doc, de bewoners van het bordeel van Dora en vooral van Mack en zijn jongens, een groep van vier die leeft aan de rand van de maatschappij, zijn eigen wetten en regels stelt en er een bijzondere levenswijze op na houdt.

    Uit Cannery Row: ‘De winkel van Li Tjong mocht dan geen toonbeeld van netheid zijn, het assortiment was een mirakel. Het was er klein en stampvol maar in die ene ruimte kon je alles vinden wat je nodig had of wat er van je gading was: kleren, zowel vers als ingeblikt voedsel, sterkedrank, tabak, visgerei, machineonderdelen, boten, touw, petten, varkenskarbonades. Je kon bij Li Tjong terecht voor pantoffels, een zijden kimono, een miniflesje whisky en een sigaar.’

     

    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Hoe een Nobelprijswinnaar doorbrak met een klucht

    Hoe een Nobelprijswinnaar doorbrak met een klucht

    Tortilla Flat, de roman uit 1935 die John Steinbeck bekendheid bracht, is een lofzang op armoede. Geen verontschuldiging ervan, geen aanklacht ertegen, nee een ode aan paisanos, de lanterfantende en wijnzuipende armoedzaaiers die deze roman bevolken. Het boek verscheen tijdens de jaren van de Grote Depressie en de ‘Dust Bowl’ (de droogte en stofstormen, die een grote rol spelen in De druiven der gramschap). Peter Bergsma verzorgde een nieuwe Nederlandse vertaling.

    Geld maakt ongelukkig

    John Steinbeck (1902-1968) was niet de enige Amerikaanse schrijver uit deze periode die schreef over de minst gefortuneerde bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld William Faulkner deed dat eveneens (As I lay dying), John Fante zeker ook (Ask the dust). Tortilla Flat is echter bijzonder, omdat het de miserabele omstandigheden van de bezitlozen niet als problematisch voorstelt. Danny, de hoofdpersoon, en zijn vrienden voelen zich doorgaans gelukkiger zonder dan met bezittingen. Geld en goed zijn voor hen eerder een last, behalve als het om kleine hoeveelheden gaat die direct kunnen worden omgezet in vierliterflessen wijn. Dit blijkt al snel wanneer Danny twee huizen erft in de buurtschap ‘Tortilla Flat’, een klassieke probleemwijk nabij de stad Montery, aan de kust van Californië. Zijn nieuwe status als bezitter van twee woningen past hem helemaal niet. Hij verhuurt het ene direct aan iemand van wie hij al weet nooit een cent te zullen ontvangen. Wanneer dat huis niet veel later afbrandt, valt er een last van Danny’s schouders. In het overgebleven pand komen steeds meer vrienden te wonen. Alleen bed en beddengoed behoudt Danny als privébezit. Maar dan nog; op zeker moment houdt hij het niet langer uit en ontvlucht hij de woning om weer vrij te kunnen leven in de stegen en velden.

    Idealen en absurditeit

    Het drinken van grote hoeveelheden wijn, vervoerd in gecamoufleerde flessen (om te voorkomen dat ongenode derden er lucht van krijgen) en genuttigd uit jampotten, daarom draait het in het huis van Danny. Sinds Hemingways The sun also rises werd er op papier niet zoveel gezopen. Ook hier betreft het door de Eerste Wereldoorlog getraumatiseerde mannen, die niet geloven in het belang van werk en een gezinsleven. Toch zijn de paisanos van Steinbeck niet zonder idealen. In het voorwoord vergelijkt de auteur ze met de ridders van de Ronde Tafel. Hij hijst deze dronkenlappen en kleine criminelen op het schild. En dat zonder ironie, de schrijver heeft duidelijk genegenheid voor zijn personages. Ontroerend is het gedeelte waarin de vrienden azen op het geld dat een zwerver al jaren oppot, totdat ze horen dat die er een gouden kandelaar voor wil kopen. Dit als geschenk voor een katholieke heilige, vanwege een gelofte die werd uitgesproken om een hond te redden. Ze scharen zich allemaal achter het voornemen van de zwerver en vanaf dat moment is de geldschat volkomen veilig.

    Het boek moet echter ook weer niet al te serieus worden genomen. Zie bijvoorbeeld de archaïsche aanvangsbeschrijvingen bij elk hoofdstuk: ‘Hoe Danny, terug uit de oorlog, erfgenaam bleek te zijn, en hoe hij zwoer de weerlozen te beschermen’, enzovoorts. Tortilla Flat heeft de kenmerken van een klucht, met alle promiscuïteit en dronkenschap die daarbij horen. Delen ervan zouden als komisch toneelstuk kunnen worden opgevoerd door een plaatselijk amateurgezelschap. Een grappige anekdote gaat over een moderne, elektrische stofzuiger die Danny zijn minnares cadeau doet. Elektriciteit is er niet in de buurtschap, maar dat maakt voor de dame in kwestie weinig uit; ze produceert het zoemende geluid dat het apparaat hoort te maken gewoon zelf en stijgt hoog in aanzien bij haar vriendinnen.

    Sfeervolle beschrijvingen

    Een boek dus dat de maatschappelijke normen terzijde schuift en er een alternatieve wereldorde voor in de plaats stelt, waarin degenen zonder baan en zonder ambitie aan het langste eind trekken. Dit alles wordt ook nog eens opgetekend in een bijzonder fraaie stijl. Het vijfde hoofdstuk opent bijvoorbeeld zo: ‘De middag trad even onmerkbaar in als de ouderdom bij een gelukkig mens. Een beetje goud drong het zonlicht binnen. De baai werd blauwer en geribbeld door de zeewindrimpelingen. De eenzame vissers die geloven dat de vis bijt bij vloed verlieten hun rotsen, en hun plek werd ingenomen door andere, die ervan overtuigd waren dat de vis bijt bij eb.’
    Dergelijke korte intermezzo’s vind je om de haverklap terug in dit boek. Vaak gaat het over het weer, de natuur of de tijd. De schrijver weet hiermee de sfeer van de havenstad goed te vangen.

    In 1962 kreeg John Steinbeck de Nobelprijs voor literatuur toegekend, een destijds bekritiseerde keuze. Het is te hopen dat Peter Bergsma na drie moderne Steinbeck-vertalingen voor Van Oorschot (Muizen en mensen, Ten oosten van Eden en Tortilla Flat) ook de gelegenheid krijgt zich te storten op De druiven der gramschap, want dit tijdloze werk van de Nobelprijswinnaar verdient een recentere vertaling dan die uit 1940. Tortilla Flat is echter meer dan een opwarmer; wie het openslaat zal ontdekken dat het moeilijk is om geen sympathie te krijgen voor Danny en zijn broederschap van de druif.

     

  • Fotosynthese 24 – Kippendichteres uit Massachussetts

    Fotosynthese 24 – Kippendichteres uit Massachussetts

     

    Een klik op de foto toont de (actuele) achtergrondfoto in zijn geheel.


    Sander Kollaard won de Libris Literatuurprijs 2020 met Uit het leven van een hond. Toen ik deze roman over het baasje van hond Schurk las, gingen mijn gedachten uit naar andere boeken met een prominente rol voor een hond. Reizen met Charley van John Steinbeck, Flush van Virginia Woolf, De staart van Patricia de Martelaere, Het complete Rekelboek van Koos van Zomeren, en Mijn leven met Tikker van Jan Siebelink. Er waren jaren dat ik dieren uit de geschiedenis en de literatuur verzamelde in een schriftje. Alleen paarden en honden – je moet ergens een grens trekken. Mijn schriftje groeide uit tot een indrukwekkende mini-encyclopedie, maar alle inspanning die ik erin heb gestoken bleek verspilde energie toen het door internet steeds makkelijker werd om lijsten en collecties aan te leggen.

    Het schriftje is al decennia kwijt en bij lezing van Kollaards boek smoorde ik mijn  neiging om de opsomming hierboven uit te breiden onmiddellijk in de kiem. Toch bracht deze foto opnieuw en met weemoed mijn oude ‘hobby’ in herinnering. Nee, kippen heb ik nooit verzameld. Buiten de honden en paarden zijn er in de marge van mijn geheugen alleen anekdotische dieren blijven hangen. De kat Hodge van Johnson waarvoor zijn baasje  (volgens zijn biograaf James Boswell), speciaal oesters ging kopen. En de goudvis die Gabriele d’Annunzio in een hotel aantrof en Adolphus doopte. Toen hij later vernam dat de vis het loodje had gelegd liet hij hem in de tuin van het hotel begraven om er even later zijn tranen op de laatste rustplaats te komen plengen. D’Annuzio schijnt trouwens boeken te hebben laten drukken op rubber zodat hij ze kon lezen als hij gezellig met zijn eigen goudvis in bad ging.

    Excentriek geval

    De foto verhaalt van een nog excentrieker geval. De kippen vielen me meteen op, en toen ik in het bijschrift las dat het hier ging om ‘the chicken poet of Massachussetts’, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Een kippendichter? Ik moest denken aan Gerrit Komrij, die graag vertelde dat hij in 1944 in een kippenhok was geboren waarin zijn ouders voor luchtaanvallen waren weggekropen. Maar zijn gedichten zijn niet vergeven van hoenderachtigen. De kippendichter blijkt Nancy Luce te heten. Wikipedia keurt haar een intrigerend lemma waardig, alleen in het Engels én – hoe merkwaardig – in het Arabisch. Nancy Luce (1811-1890) werd geboren op het eiland Martha’s Vineyard, ten zuiden van Cape Cod, dat een paar honderd jaar extreem veel doven telde. Is er over de hele wereld één op de zesduizend mensen doof, op dit eiland was het er één op de honderdvijftien. Dat hadden de Vineyarders te danken aan een voorvader die de aandoening generaties lang in zijn genen doorgaf. De doven leerden met elkaar communiceren door een geheel eigen gebarentaal te ontwikkelen.

    De gelovige gemeenschap op het eiland kende grote gezinnen, maar de ouders van Nancy, Philip en Anna, hadden het door hun zwakke gezondheid bij één dochter moeten houden. Toen Nancy een eind in de twintig  was waren haar ouders zo verzwakt dat ze in haar eentje hun boerenbedrijfje voortzette. Zoveel stelde dat niet voor: ze hield kippen, molk een koe en een geit en verbouwde groenten. Ik ken ook een foto van die boerderij: die was, inclusief woongedeelte, niet groter dan een schuurtje. Toen haar beide ouders kort na elkaar stierven probeerden buurtbewoners haar onder curatele te laten stellen wegens krankzinnigheid. Waarschijnlijk zat daar hebzucht achter: (boeren roken een kans om hun erf uit te breiden met het perceel van wijlen Nancy’s ouders), want volgens de geraadpleegde arts was Nancy voldoende compos mentis. (Nancy’s biograaf Walter Teller veronderstelde dat ze aan neurasthenie, een zenuwzwakte, moet hebben geleden).

    Naamlijst voor kippen

    Nancy bleef haar verdere leven alleen met haar dieren. Die kregen allemaal een naam. De koe die ze in een achterkamer hield, heette Susannah Allen. Een naamlijst van haar kippen vormt een eigenaardig klankspel dat is weer te geven als een sonnet en vermoedelijk zijn de namen een mengeling van Engels en het dialect van de Wampanoag-indianen die er in Nancy’s tijd nog woonden:

    teedie lete,
    phebea peadeo,
    letoogie tickling,
    jaatie jafy, 

    reanty fyfante,
    speackekey lepurlyo,
    pondy lily,
    kalallyphe roseiekey, 

    tealsay mebloomie,
    levendy ludandy,
    appe kaleanyo, 

    meleany teatolly,
    aterryryree roseendy,
    vailatee pinkoatie.

    Nancy dichtte over de zonden der aarde, over God, over de wonderen der natuur. En over haar kippen. Elke hen die doodging kon rekenen op een grafsteen en een treurdicht met al haar namen en troetelnamen. Zoals in het volgende (vrij vertaalde) fragment over Tweedle-Tedel-Beebe-Pinky. De kip stierf, zo tekent Nancy aan, in haar armen op 19 juni 1871 om kwart over zeven ’s avonds op de leeftijd van vier jaar. 

    Arme lieve hartje,
    Pijn brak haar,
    En ik blijf achter met een gebroken hart
    Zij was mijn eigen hart
    Ze was slimmer dan zomaar iemand
    Ze is ontkomen aan het kwaad dat nog wacht.

    Zij die me hebben gekend, kennen – me – niet – langer,
    Alles komt aan zijn eind
    En zij, en ik, zullen elkaar weerzien in de hemel.

    Selfie avant la lettre

    Haar gedichten werden niet overgeleverd vanwege hoge literaire kwaliteiten maar vanwege de bijzonderheid van de auteur. Nancy zorgde zelf voor die publiciteit. Ze liet van de gedichten dunne boekjes drukken die ze aan voorbijgangers verkocht. Die kwamen in steeds grotere getale en de grafstenen voor de kippen groeiden uit tot een toeristische attractie. Bij die boekjes was ook deze foto van Nancy met haar kippen Ada Queetie en Beauty Linna te koop, een soort selfie avant la lettre. 

    Na haar dood ontfermden bewonderaars zich over haar erfenis. De gedichten, de grafstenen van de kippen, haar brieven en krantenartikelen over het houden van pluimvee, alles is bewaard gebleven in een klein museum in Edgartown op Martha’s Vineyard. Ze zit er zelf ook, een wassen beeld met hoofddoek, zoals op de foto. Iets verderop, in West Tisbury, staat haar eigen zerk, erbovenop een stenen kip. Eromheen kippen en kuikens van steen, plastic en rubber die er jaarlijks op haar sterfdag door toeristen worden neergelegd.

     


    Fotosynthese is een door Rudy Kousbroek geïnitieerd genre waarbij beeld en tekst een verbinding aangaan.

     

  • Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

    Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

     

     

    This Boy's Life

    Deze zomer ga ik een stukje van de VS bekijken, die gigantische plak land die minstens 5 landen is. Eerst rondrijden in de staten Washington, Oregon, California en Nevada, dan een weekje New York. Ik lees graag Amerikanen, met name verhalen: voor Raymond Carver, John Cheever, Charles Bukovski, John Fante, James Salter kun je me ’s nachts wakker maken. (Of als ik nog niet sliep, is er een goede kans dat ik die toevallig aan het lezen ben.) Hier noem ik 5 meesterwerken (en stiekem 17, als je streng bent.)

    Tobias Wolff – This Boy’s Life
    Het drong maar zeer langzaam tot me door toen ik op aanbevelen van ‘Steinz’ reisleesgids’ dit typische Oregon boek las, dat ik de film al had gezien. Wolff is een beetje ‘white trash’, een moeilijk jeugd met een hoop narigheid en dat hij er echt bovenop komt weet je door de rest van zijn geschiedenis. Zijn jonge jaren tonen een mooi en in zekere zin typisch Amerikaans plaatje van gerommel in de marge. Wolff is een technisch geweldig schrijver, knap is dat hij steeds het midden bewaart tussen sympathiek en helemaal niet sympathiek. Het betere Amerikaanse memoir.

     

    This Boy's Life
    Auteur: Tobias Wolff
    Uitgeverij: Bloomsbury Publishing PLC

    Romeinse koorts

    Edith Wharton – Romeinse koorts
    Het kwam als een schok, de eerste Wharton die ik las! Dit was Virginia Woolf in Amerika. Zo intelligent, zo geraffineerd goed geschreven! Met Lisette Graswinckel als vertaalster maakte ik een selectie van de verhalen om uit te geven, het boek verscheen bij Van Oorschot. Schitterend inzicht in de upper class in het New York van rond de vorige eeuwwisseling. Je kunt Wharton blijven lezen.

     

    Romeinse koorts
    Auteur: Edith Wharton
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Travels with Charley

    John Steinbeck – Travels with Charley
    Steinbeck reist in 1960 door de VS, een rondje tegen de klok in. Twee jaar later ontvangt hij de Nobelprijs. Dit is mooie reisliteratuur, niet overladen met feitjes, maar een schitterend rustig betoog over Amerika, deels besproken met Charley, de poedel van zijn vrouw die voorkomt dat John al te eenzaam wordt in zijn camper. Geert Mak reisde deze tocht na en schreef Reizen zonder John, eveneens aanbevelingswaardig. Hier meer.

     

    Travels with Charley
    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Penguin Books Ltd

    Specimen Days

    Whalt Whitman – Specimen Days
    Ook een Amerikaanse revelatie waren Leaves of Grass van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. Kende u het niet probeer het eens, al is het alleen maar om de Nederlandse poëzie te leren kennen, een stuk of dertig dichters vertaalden allen een stuk van dit geweldige vitale meesterwerk van de Amerikaanse poëzie. Hier schreef Literair Nederland er al eens over: https://litned.hollands-spoor.com/2715/

    Whitman schreef zijn memoires op in Specimen Days. Je loopt met Whitman over het Long Island van rond 1859, toen het nog met name grasland was, en je helpt mee de gewonden op veldbedden te krijgen in Washington, na een grote slag in de Amerikaanse Burgeroorlog. De kracht van Whitman is dan steeds een soort verwondering over wat hij allemaal meemaakt en ziet, een schitterende toon van een man met wie je graag bevriend had willen zijn. Te verschijnen in de vertaling van René Kurpershoek voorjaar 2019, Van Oorschot.

     

    Specimen Days
    Auteur: Walt Whitman
    Uitgeverij: General Books

    McSorley's wonderbaarlijke saloon

    Hier zal ik kort over zijn, en verwijzen naar een paar stukjes waar ik er meer over uitwijd en lyrisch over ben. Ik houd zeer van dit boek, portretten van gewone bijzondere New Yorkers, literaire antropologie, indianen, kermisklanten, alcoholisten in het interbellum aan de rafelranden van New York, fraai vertaald door Dirk Jan Arensman.

    Wie naar mijn idee bijna ondergesneeuwd is in het landschap van de Amerikaanse literatuur is John Irving. Toch zijn zijn meesterwerken The World According to Garp en The Cider House Rules en een paar andere, echt geweldig. Zo leerde ik Amerika kennen. Ook Jonathan Franzen noem ik graag als de  schrijver van echte Great American Novels. En heb ik Amerika beter leren kennen door erg van Paul Auster te houden. Nu ga ik eerst maar eens kijken of er nog genoeg van Amerika te houden is onder The Donald die als eigenzinnige kwaliteit minstens heeft dat hij er weinig om maalt of hij wel aardig gevonden wordt. Een man als Babbitt van Sinclair Lewis dus, nog zo’n Amerikaanse grootheid, zodat ik er met Thomas Wolfe (Daal neder, Engel) en Sherwood Anderson (Winesburg, Ohio) nog net op de valreep een paar Amerikaanse klassiekers ingefietst krijg.

    In Amerika is het Nooit Genoeg!

    McSorley's wonderbaarlijke saloon
    Auteur: Joseph Mitchell
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • De mens moet geen god willen zijn

    De mens moet geen god willen zijn

    In Druiven der gramschap (Grapes of Wrath) (1939) trekt de boerenfamilie Joad weg uit Oaklahoma vanwege de grote droogte, de Great Dust. De akkers, die de leden hebben gepacht leveren niets meer op en ze zien California als het land waar het allemaal veel beter zal zijn. Of in Bijbelse termen: het Land van Belofte. Predikant Jim Casy vergezelt hen, gekweld door twijfels aan zijn geloof.
    In Ten oosten van Eden (East of Eden) (1952) leveren twee broers strijd om de liefde van hun vader. In die roman draait het om de vraag wat God voor iemand is als hij de ene mens in het ongeluk stort en de ander alle gunsten toebedeelt. Een Kaïn en Abel-verhaal in een 20ste eeuws jasje.

    Maar al veel eerder, in 1933, stelde de schrijver van die romans, John Steinbeck, dat soort vragen in To a God Unknown. Die roman verscheen in Nederland in 1953 onder de titel Aan een onbekende god en is nu in een herziene vertaling opnieuw uitgegeven in de afdeling Klassiek van de jonge uitgeverij Bint (opgericht in 2016). De roman is in veel opzichten een soort oerversie van de andere twee.

    Om maar met de conclusie te beginnen: Aan een onbekende God is minder indrukwekkend (vooral in de dialogen) dan Druiven der gramschap en Ten oosten van Eden. Maar voor wie die twee romans las (of de verfilmingen zag), is het interessant om te zien hoe Steinbeck hier met dezelfde thema’s in een soort oerstadium in de weer is. Ook hier de arme boerenbevolking, de strijd tussen goed en kwaad, de vraag naar zingeving, de broederrivaliteit. En ook deze roman wemelt weer van de Bijbelse verwijzingen. Die zitten in namen, in woordgebruik en in scènes, maar ook meer verhuld in symboliek (de betekenis van water, bomen, rotsen bijvoorbeeld) en thema’s als schuld, boetedoening en opoffering. Dat is niet verwonderlijk omdat Steinbeck, in het Anglicaanse gezin waarin hij was geboren, de Bijbelse verhalen met de paplepel ingegoten kreeg. Toch worstelde hij al jong met godsvragen en de rol van religie in het leven.

    Zegen
    Hoofdpersoon van Aan een onbekende god is Joseph, de derde van vier broers Wayne, die besluit de ranch van zijn familie te verlaten omdat die te weinig plek biedt voor de velen die van het land moeten leven. Hij is de oogappel van zijn vader John, van wie hij de zegen ontvangt om in California een nieuwe toekomst op te bouwen. Op zijn reis ernaar toe ontmoet hij een paar mannen van Indiaanse afkomst die hem vertellen dat die streek in de eeuw ervoor een groot aantal jaren werd getroffen door een grote droogte die alle boeren verjoeg. Niettemin zet Joseph zijn plan door. Als hij met succes een bedrijf weet op te zetten komen, na de dood van vader John, zijn broers Burton, Thomas en Benjamin met hun vrouwen eveneens over. Joseph zelf vindt ook een vrouw, de belezen lerares Elizabeth.

    Maar het onvermijdelijke gebeurt. Na succesvolle jaren teistert een grote hitte het gebied. Veel vee sterft en de voedselbronnen raken uitgeput. Uiteindelijk beslist broer Thomas met het overgebleven vee weg te trekken naar vruchtbaardere streken. Joseph blijft achter in een onwrikbaar geloof dat de regens terug zullen keren en dat hij daar verantwoordelijk voor is. Hij voelt zich vergroeid met de plek en met de aarde. Het leidt tot een dramatisch offer, waarna de regen inderdaad terugkeert.

    Eik
    Ondertussen zijn we getuige geweest van allerlei verwikkelingen rond dood en leven, de bestemming van de mens, geloof in een God of in de natuur en de botsing tussen oude (Indiaanse) cultus en nieuwe religie. De belangrijkste dramatis personae zijn daar een weerspiegeling van.

    Allereerst Joseph zelf. Hij besluit zijn nieuwe boerderij te bouwen rond een enorme eik waarin volgens hem de geest van zijn vader is gaan wonen. Hij voert gesprekken met  de boom als hij om raad verlegen zit.
    Zijn oudste broer Burton is diepgelovig, fundamentalistisch zelf. Hij verwijt Joseph dat hij God verloochent en in plaats van Hem een boom aanbidt. Zijn fanatisme leidt tot een wraak die de twee definitief uit elkaar drijft.

    Thomas, de tweede van de broers, is een natuurmens, die een band met dieren heeft en het leven neemt zoals het komt: hij kent geen verzet en geen streven naar ingrijpen in de loop der dingen.

    De jongste, Benjamin, vertegenwoordigt het losbandige type. Hij trekt zich van God noch gebod wat aan. Dat leidt tot zijn dood als hij de vrouw verleidt van Joseph’s vaquero (veedrijver), Juanito, die hem neersteekt. Een daad die hem door Joseph wordt vergeven.

    Rots
    Deze Juanito vervult een belangrijke rol in de roman als confrontatie van het geloof van de oude Indianen met de religie van de blanke Amerikaan. Om boete te doen voor zijn daad trekt hij weg. De herinnering aan hem blijft bij Joseph levend omdat hij hem een plek heeft laten zien in een diep bos waar hij naar toe ging om troost te vinden en de eenheid met de aarde te voelen. Het is een met mos begroeide rots waar een bron water levert. Joseph zelf zal er steeds vaker naar toe gaan.

    Veel later in de roman zal Juanito Joseph daar weer treffen als het land verdord en verlaten is en alleen bij de rots nog een beetje water te vinden is. Hij adviseert Joseph contact te zoeken met Father Angelo, die zal kunnen bidden om regens. Joseph bezoekt die priester met tegenzin maar krijgt ruzie met hem als ook hij eist dat hij zich bekeert tot God. Joseph besluit tot een ultiem offer. De regens keren terug: Angelo gelooft dat zijn gebed dat heeft bereikt, terwijl voor Joseph vaststaat dat het zijn eigen daad is.

    En dan moet nog Elizabeth worden genoemd. Haar huwelijk met Joseph wordt beschreven als een rituele passage. Na de kerkelijke bruiloft in haar stad Monterey, die in Joseph’s ogen een ‘duivelsaanbidding’ was, voert hij haar naar zijn huis dwars door de bergkloof die uitzicht geeft op de vruchtbare vallei. Elisabeth wordt er bang, maar Joseph stelt haar gerust: ‘Dit is de overgang tussen het werkelijke en het reine (…) Gisteren zijn we getrouwd en het was geen huwelijk. Dit is ons huwelijk – door de pas heen.’ Dit doet denken aan de ‘nauwe poort’ uit het Lucasevangelie, maar ook aan het begrip ‘numineus’ van de Duitse theoloog Rudolf Otto (1869-1937). Hij bedoelde daarmee de geheimzinnige spanning die de essentie van elke religie is: iets wat onontkoombaar aan je trekt en tegelijk fundamentele angst inboezemt.

    In Aan een onbekende god blijft dit mysterie bestaan. De natuur is onbeheersbaar. Het is een voedende, maar ook angstwekkende kracht. Die is onaantastbaar. Bid. Breng offers. Zoek troost bij een eik. Maar probeer niet voor god te spelen.

  • Advies

    Advies

    Een paar jaar geleden was ik op Vilm, een klein eiland in de Baltische Zee, ruim de helft kleiner dan Rottumerplaat en een van de stilste en meest verlaten plekken van Duitsland. Dit eilandje was in de DDR-jaren dé vakantielocatie voor Communistische apparatsjiks. Ik sliep er dan ook in een bed waarin voorheen misschien wel Erich Honecker of Leonard Brezjnev hadden gelegen en voelde me een bevoorrecht mens (aan de juiste zijde van de geschiedenis).

    Het meest bijzondere aan Vilm was overigens niet zijn communistische geschiedenis maar de natuur, en dan vooral het bos. Een bos zoals een bos moet zijn: groen, grillig en bemost, zodat je eigenlijk overal trollen, kabouters en bosnimfen verwacht. Van een sprookjesachtige schoonheid zoals ik nog nooit had gezien en die terug te voeren is op het feit dat het bos decennia lang geen mensenhand meer had gezien. Niet zo vreemd dus dat het al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een beschermd natuurgebied is (en evenmin vreemd dat dat voor de leiders van de DDR het perfecte vakantie-uitje was).

    Maar niet alleen de apparatsjiks waardeerden de bossen van Vilm. Ook kunstenaars deden dat, in groten getale. De afgelopen 200 jaar schilderden ruim 350 Duitse landschapsschilders de natuur van het eiland. Een mooi voorbeeld daarvan is Eiken aan zee van Carl Gustav Carus (ca. 1834). Eiken zoals eiken moeten zijn: groot, grillig en majestueus, met een zacht ogend grasveld aan zijn voet, zodat je niets liever wil dan jezelf er neer vleien voor een subliem rustmoment.

    Ik moest aan Vilm en de bomen van Carus denken toen ik de Oogst van de week op Literair Nederland las. De nieuwe Nederlandse uitgeverij Bint heeft John Steinbeck’s klassieker To a God unknown uit 1933 opnieuw in Nederlandse vertaling uitgebracht. Die sublieme roman waarin, net als op Vilm en Carus’ schilderij, de eik de hoofdrol opeist. In mijn kast staat nog een licht beduimelde Penguin-Twentieth-Century-Classic-versie van deze roman. Ik heb het verschillende keren gelezen en wordt iedere keer weer gegrepen door de sage die Steinbeck hier spint, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat en de levensfilosofie van de kolonist Joseph Wayne lijkt voort te komen uit een onderhoudende potpourri van heidense, Griekse en Bijbelse verhalen. Met dat onbeschrijfelijk mooie einde dat ik het liefste zou willen citeren, maar niet doe omdat je dat uiteindelijk het beste zelf kunt ontdekken. Dat einde waarin man en boom één worden en zo het Leven redden. Dat einde dat een mustread is voor iedereen die van literatuur houdt. En dat kan nu dus weer in het Nederlands. Alhoewel uitgeverij Bint alle lof verdient voor deze uitgave zal ik deze zelf niet kopen. Ik zal binnenkort domweg voor de zoveelste keer mijn Penguin-klassieker ter hand nemen. Voor wie dit boek nog niet bezit, ligt mijn advies overduidelijk voor de hand.

     

     

     

  • Oogst week 23

    Aan een onbekende god

    Hoofdpersoon Joseph Wayne vertrekt naar de Salinas Vallei in Californië, een streek met een overweldigend mooie natuur waar auteur Steinbeck als kind zelf heeft gewoond. Onder de grote eikenboom bouwt hij een huis. Joseph verbeeldt zich dat de geest van zijn vader in de boom woont. Ook zijn broers komen naar de boerderij. Alles gaat voorspoedig, totdat de regen uitblijft. Zal Joseph ondanks de droogte trouw blijven aan zijn land? Ook als hij daarvoor een hoge prijs moet betalen? ‘Een intense en zintuiglijke roman vol natuurbeleving en mystiek.’

    Uitgeverij Bint bestaat nog geen jaar, maar heeft mooie plannen. In de reeks Bint Klassiek verschenen eerder de romans De kern van de zaak van Graham Greene en Thérèse van François Mauriac. Daar is nu dus Aan een onbekende god bijgekomen van John Steinbeck. De reeks zal worden uitgebreid met titels van o.a.Stefan Zweig, Isaac Bashevis Singer en Czesław Miłosz.

    Aan een onbekende god
    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Uitgeverij Bint

    Geen kunst

    Peter Esterházy (1950-2016) is een van de belangrijkste hedendaagse Hongaarse literaire auteurs. Maar volgens hem was hij ‘allereerst voetballer en pas daarna schrijver’. Hij had het van geen vreemde. Zijn vader voetbalde, een van zijn broers kwam uit voor het Hongaarse elftal en over zijn moeder zei hij: ‘Voetbal is haar hele leven, in het hoofd van mijn moeder heeft de wereld de vorm aangenomen van een voetbalveld.’

    In Geen kunst brengt hij zijn gestorven moeder tot leven. Hij gaat met haar het gesprek aan, over voetbal, over het gezin en over Hongarije in de jaren vijftig. Steeds vertelt ze nieuwe verhalen.

    Peter Esterházy is vooral bekend geworden met zijn postmoderne familiekroniek Harmonia Caelestis (2000), twee jaar nadat zijn vader was gestorven. Het moest een ode zijn, maar in het jaar dat zijn boek verscheen ontdekte hij dat zijn vader vanaf 1957 informant was geweest voor de Hongaarse geheime dienst en dat hijzelf door zijn vader was bespioneerd.

    Geen kunst
    Auteur: Péter Esterházy
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    Ongebaande paden

    Sylvain Tesson is een man die van extremen houdt en daar over schrijft. In Zes maanden in de Siberische wouden beschrijft hij hoe het is om als kluizenaar te leven, in een hut bij het Baikalmeer midden in het Siberische bos. In Berezina, met Napoleon in de zijspan volgt hij op de motor het winterse, terugtrekkende spoor van Napoleon en zijn Grande Armée nadat het, dan exact 200 jaar geleden, door tsaar Alexander I is verslagen.

    Een van die avonturen kostte Tesson bijna het leven. Hij beloofde zichzelf dat hij dwars door Frankrijk zou gaan lopen als hij voldoende zou herstellen. Dat deed hij en in augustus 2015 begon hij in het uiterste zuidoosten van Frankrijk aan een wandeling die hem ver wegbracht van de bewoonde wereld en onze alomtegenwoordige technologie. Zijn tocht voerde, door de zelfopgelegde restrictie dat hij alleen over onverharde wegen mocht lopen, dwars door de ongerepte natuur, over soms nauwelijks begaanbaar terrein en langs barre uithoeken. Een kleine drie maanden later eindigde zijn voetreis aan de noordwestkust.

    Ongebaande paden
    Auteur: Sylvain Tesson
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    De familie Mann

    De familie Mann is het tragische verhaal van een gezin dat volledig wordt beheerst door de literaire roem van de vader, Thomas Mann. Maar in De familie Mann draait het echt om de familie Mann. Niet allèèn maar over de beroemde schrijver uit het gezin.

    Aan een familie wordt het staatsburgerschap ontnomen. “Onwaardig om Duitsers te zijn’”schrijven de kranten. In december 1936 worden de Manns beschouwd als “schadelijke elementen in de samenleving”. De familie woont dan drie jaar in het buitenland. Drie jaar heeft Thomas Mann geaarzeld en geweifeld, nu heeft hij eindelijk “zijn hart gewassen” zoals hij het noemt, zich openlijk uitgesproken voor de emigratie en zich daarmee tegen het Hitler-regime gekeerd. Zijn familie heeft reikhalzend uitgezien en op hem ingepraat, agressief zoals dochter Erika, duidelijk zoals zoon Klaus, of zacht en beslist zoals zoon Golo en echtgenote Katia.

     

    Auteur: Tilmann Lahme
    Uitgeverij: uitgeverij De Arbeiderspers
  • Tegen gewenning

    Tegen gewenning

    Vanmorgen schrok ik wakker uit een droom. Er stond een agent voor onze buitendeur met een mitrailleur in zijn handen. Wijdbeens, alsof hij daar voor eeuwig geplant was. Glurend door de brievenbus aanschouwde ik dit donkere silhouet in de ochtendschemer. Hij stond met de rug naar ons huis, onbeweeglijk maar aan de intensiteit van zijn aanwezigheid, was te zien dat hij zo onopvallend mogelijk de straat observeerde op verdachte bewegingen. Onze Marokkaanse buurvrouw liet uit schrik haar man via de achterdeur naar zijn werk gaan en de kinderen hield ze thuis van school. Dat is het mooie van dromen, dat je alles ziet wat je eigenlijk niet kan zien. Tegen mij fluisterde ze: ‘Er moet een tegenwicht komen, er moet een tegenwicht komen.’

    Ik draaide me op mijn rug en hoorde me zelf zeggen: ‘Ja, je hebt gelijk. Het is klaar nu.’ Maar ja, wat moet je. Om nog een actiegroep in het leven te roepen tegen ophangen van slachtvee, gebruik van afkortingen die rijmen op ‘Nee’ en ‘ermee’ (assertiviteits-trainingen uit de vorige eeuw hebben hun sporen nagelaten) en zwaarbewapende agenten op straat, zal niet werken. Een goeie existentialistische roman uit de tijd van Sartre en zijn tijdgenoten kan nog wel eens helpen de mens terug te werpen op zichzelf en zijn daden te overwegen. Maar het zijn geen boeken die je even tussen tussen neus en lippen door leest. In een tijd waar het ene beeld een nog heftiger volgende beeld oproept. We grossieren in overtroevende en angstaanjagende beelden en berichten. Een gewoon boek komt er niet meer aan te pas. Ik zou dan ook willen voorstellen om vaker de boekenkast te raadplegen. En voor wie die niet heeft, er een op te bouwen.

    Wie The walking dead kijkt, komt tot het verlichtende inzicht dat (écht) alles went. Hakgeluiden in zompig vlees, bloedrochelende keelgeluiden en hoofden afhakken van levende doden (jaja, levende doden), we knabbelen er gerust een blok chocolade bij weg. Je raakt zo gewend aan het inhakken op lichamen dat als je buurman op die wijze vermoord zou worden, je er niet van opkijkt. Ons gewenningspatroon kent geen grenzen. Een boek tegen gewenning is Van muizen en mensen van John Steinbeck.

    Het speelt tijdens de grote crisis, zoals wij die nu wereldwijd kennen, in de Verenigde Staten, jaren dertig. Mensen raakten op drift, op zoek naar een menswaardig bestaan. Twee dagloners, George en Lennie trekken van farm naar farm volgens een plan dat George bedacht heeft. Lennie is zwakzinnig en kent zijn eigen kracht niet. In zijn hartstocht drukt hij muizen, honden en zelfs mensen dood. Ze dromen van een eigen stukje grond met een boerderijtje en wat vee. Maar eerst moet er geld verdiend worden. Ze komen op een farm waarvan de boer nogal opvliegend is. De domheid van Lennie kan hij niet verdragen. En ramp oh ramp, Lennie wordt verliefd op de boerin. Na een handgemeen met de boerenzoon komt Lennie in grote moeilijkheden. Het einde zal ik niet verklappen, alleen dat het geen fraai einde is.

    Wel kan ik verklappen dat er een groot medeleven met de personages in dit verhaal zal zijn. Maar het medelijden met de doodgeknepen muisjes zal groter zijn.

     

     

  • Leestips voor de decembermaand – Mandy Kraakman

    East of Eden – John Steinbeck
    Dit in 1952 gepubliceerd boek, is zeker geen nieuwkomer, maar met zijn gedetailleerde omschrijvingen, boeiende personages en (nog steeds) actuele thema’s, blijft East of Eden ook dit jaar weer een aanrader. De roman gaat over de families Trask en Hamilton. De aparte verhalen van de families komen elkaar later in het boek tegen in de Salinas Valley.

     

     

    index Gisèle – Susan Smit
    Een mooie, op ware feiten gebaseerde historische roman. Het is een boek over de oorlog, maar nog belangrijker een boek over hoe kunst en liefde in de oorlog ontstaan en blijven voortbestaan. Een hoofdpersonage in het boek is dichter Adriaan Roland Holst. De rollen van de twee andere hoofdpersonages zijn toebedeeld aan twee belangrijke vrouwen in zijn leven: glazenierster Gisèle en actrice Mies Peters. In het boek wordt er per hoofdstuk gewisseld van perspectief.

    indexDe geur van vrijheid – Giuseppe Catozzella
    Een prachtig boek over de trieste realiteit van mensen in een oorloggebied. Het gaat over de jonge Samia die als droom heeft op een dag de Olympische Spelen te winnen. Maar haar omgeving en de omstandigheden waarin ze verkeert, zorgen voor de nodige obstakels. Ze voelt zich gedwongen te vluchten uit het land waar ze is opgegroeid om haar geluk te zoeken in Europa. Maar voor ze de oversteek van Somalië naar Europa kan maken, staan haar nog de nodige moeilijkheden te wachten.

    Mandy Kraakman

  • Het archief, 10 jaar Literair Nederland, 2011: Reizen met Charley

     

    Op mijn stapeltje te lezen boeken liggen er twee gebroederlijk te wachten. Tot ik ze één voor één ter hand ga nemen. Een klein literair project zal ik maar zeggen. Het eerste boek is in het Engels, Travels with Charley. John Steinbeck publiceerde het in 1962 als verslag van zijn zoektocht naar Amerika. Ik kan het mezelf natuurlijk ook wat makkelijker maken en de vertaling lezen van Tineke Fundhoff uit 2011. Karel Wasch schreef hier ongeveer een jaar geleden een enthousiaste recensie over op deze site. Wasch had het boek met veel plezier gelezen en vond dat dat Steinbeck in zijn roadtrip de Amerikaanse samenleving goed had blootgelegd. Een prima aanrader om dit boek ter hand te nemen. Toch heb ik de Nederlandse vertaling eerder naast me neer gelegd en de originele Engelse uitgave aangeschaft. Hier ben ik eigenwijs in: als ik het origineel kan lezen geef ik daar toch meestal de voorkeur aan. Onder Travels with Charley ligt Geert Mak’s Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika. Een eigentijdse variant, door de ogen van een buitenlander. Met zijn ruim 500 pagina’s heel wat omvangrijker dan Steinbeck’s 200 pagina’s. Al met al een heel project dat me zonder twijfel de komende feestdagen flink wat leesplezier gaat opleveren.

    Reizen met Charley, John Steinbeck, Uitgeverij Atlas

    Lees ook Uit het archief, 10 jaar Literair Nederland:
    2011, Knip dan, toe dan 
    2003, De zwemmer van Zsuzsa Bánk
    2003, Alleen op de wereld
    2005, Het kleine meisje van meneer Linh


    en: 
    Een herinnering aan 10 jaar Literair Nederland

  • Recensie door: Karel Wasch

    Recensie door: Karel Wasch

    Nobelprijswinnaar John Steinbeck was vooral in de jaren ’60 en ’70 een bekende schrijver. Veel middelbare scholieren hadden zijn boeken op hun lijsten.

    Tortilla Flat, The Grapes of Wrath, Of mice and men of East of Eden werden veel gelezen. De laatste roman werd verfilmd met James Dean in de hoofdrol en kreeg een cultstatus. In Amsterdam is zelfs een café naar deze film vernoemd.

    De sociale bewogenheid van deze schrijver was uniek. Hij had een wat bonkige eigen stijl en zijn dialogen en natuurbeschrijvingen en vooral ook de schilderingen van de sociale wantoestanden in Amerika zijn opmerkelijk. Zijn werkje Travels with Charley in search of America  uit 1962 neemt in dit oeuvre een bijzondere plaats in. Steinbeck beschrijft daarin zijn reis door Amerika van Long Island naar de Pacific. Uiteindelijk eindigt hij in zijn thuishaven: New York. Hij reist in een oude wagen, die hij heeft omgebouwd tot een soort camper en die hij de Rosinante heeft gedoopt. En er is de hond Charley, die met hem meereist.

    Waarom deze reis? Om Amerika te onderzoeken. Een zoektocht naar zichzelf? En wat is een reis eigenlijk? De bespiegelingen zijn niet van de lucht. Zo lezen we op bladzijde 251 in de terugblik:

    ‘Mijn eigen reis was al lang begonnen voor ik vertrok, en was voorbij voor ik terugkwam. Ik weet precies waar en wanneer hij voorbij was. In de buurt van Abingdon, in de punt van Virginia, om vier uur op een winderige namiddag, ging mijn reis er zonder waarschuwing of afscheid of bekijk het maar vandoor en liet me ver van huis achter.’

    Steinbeck neemt afscheid van zijn vrouw, die hij een aantal maanden zal achterlaten. Ze groeten elkaar nauwelijks, want dat zou te pijnlijk worden. Steinbeck laadt heel wat drank in en ook veel hondenvoer. Hij heeft een soort wasmachine ontworpen voor onderweg. Het is een vuilnisbak, die meedeint met de bewegingen van de auto. Hij gooit er water en waspoeder in. Daardoor komt de was er na een paar honderd kilometer mooi schoon uit. Onderweg ontmoet hij in diverse staten inwoners, zwervers, toneelspelers en allerlei andere lieden van verschillend pluimage. Het levert interessante dialogen op. Zoals met de verdwaalde acteur, waarmee hij veel whisky gaat drinken en koffie.

    ‘Op Uw gezondheid,’ zei ik. We leegden onze plastic glazen, spoelden het weg met koffie en ik schonk nog eens in.
    ‘Als het niet te persoonlijk of te pijnlijk is- wat deed u in het theater?’
    ‘Ik heb een paar toneelstukken geschreven.’
    ‘Op gevoerd?’
    ‘Ja ze zijn geflopt.’
    ‘Moet ik uw naam kennen?’
    ‘Dat betwijfel ik. Die kende niemand.’

    De hond Charley krijgt in deze roman een heldenstatus. Hij begrijpt zonder te spreken. Hij bewaakt zonder te vechten, behalve wanneer wasberen de auto aanvallen en hij overleeft een zware ziekte, doordat Steinbeck hem als een mens volstopt met slaapmiddelen. Dit overigens nadat een dierenarts geen enkele behandeling weet. Hij vindt de hond te oud, niet waardig om verder te leven. Steinbeck krijgt twee lekke achterbanden en wordt door een pompstationhouder gered. Deze man regelt twee nieuwe banden, terwijl hij er nors en onvriendelijk uitziet. Schijn bedriegt! En Steinbeck stelt zijn vooroordeel voor de zoveelste maal bij. Het boek draagt als bijschrift: Een roadtrip door Amerika. Dat is een beetje bedrieglijk, want als de argeloze lezer denkt in een soort On the Road terecht te komen, dan komt hij bedrogen uit. Dit boek is minder een tocht op zoek naar spiritualiteit dan On the Road. Het legt de Amerikaanse samenleving bloot. De vertaling van Funhoff is in het begin wat stroef, maar later komt ze er meer en meer in.

    Een verrassende, hernieuwde kennismaking met dit prachtige werk, na al die jaren heeft het de tand des tijds ruimschoots doorstaan!

     

    Reizen met Charley
    Een roadtrip door Amerika

    Auteur: John Steinbeck
    Vertaald door: Tineke Funhoff
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas
    Prijs: € 22,95