• Vergeten interessante politieke opportunist

    Vergeten interessante politieke opportunist

    Na drie romans, waarvan Een verhaal uit de Zonnestad (2017) bekroond werd met de Bronzen Uil debuutprijs en vermeld werd op de longlist van de Libris Literatuur Prijs, promoveerde de historicus John-Alexander Janssen in 2023 op een proefschrift over de republikeinse politieke kritiek tijdens de jaren 1887-1893 in de Franse Derde Republiek. Een interessante tijd, alleen al door de bekende Dreyfusaffaire die kort daarna in 1894 ontstond en culmineerde in een controversieel vonnis en een ernstige crisis in de Franse politiek. Uit zijn proefschrift lichtte Janssen een andere, veel minder bekende, historische figuur die in de huidige tijd als hoogst actueel kan worden beschouwd. Het gaat om de populistische politicus en oud militair George Boulanger. Nog wel bekend in Frankrijk, daarbuiten vrijwel niet.

    Had Janssen bij het afronden van zijn dissertatie een vooruitziende blik? Het contract over het boek dat Boulanger! is geworden was al gesloten tijdens het werk aan het proefschrift. Het boek, zo schrijft hij in zijn verantwoording, zou een heel ander werk worden dan dat proefschrift: geen noten, geen wetenschappelijke verhandeling. Uiteindelijk nam Janssen ‘eindnoten’ zonder Franse citaten op en beperkte zich tot de essentiële stof.

    Die keuze is een goed besluit geweest want Boulanger! is heel toegankelijk geworden, ook voor de Nederlandse, niet in de Franse geschiedenis ingevoerde lezer en met een zeer actuele betekenis van het populisme. Het boek is mooi opgebouwd. Een proloog beschrijft de bezichtiging door de auteur van een begraafplaats in Elsene, Brussel (spoiler alert!) waar Boulanger op een ‘petit Père-Lachaise’ begraven ligt.

    ‘Ik stort me terug in het niets’

    Na het einde van een even wisselvallige als succesvolle korte politieke carrière in Parijs in 1889 verlaat de dan 52-jarige Boulanger de stad. Zijn parlementszetel heeft hij behouden, maar de Boulangistische beweging heeft bij de verkiezingen dat jaar flink verloren. Hij wijkt uit, met zijn jongere vriendin Marguerite naar het eiland Jersey waar hij wikt en weegt over een terugkeer in de Franse politiek. Maar de steun van zijn beweging kalfde af, zijn vriendin – hij was nog steeds gehuwd – werd zwaar ziek en samen belandden zij in 1891 in Brussel waar een arts haar – vergeefs – behandelde. Op 35-jarige leeftijd stierf ze, en niet lang daarna schoot Boulanger zich met een pistool dood op Marguerite’s graf. De begrafenis trok 150.000 mensen uit België en Frankrijk. De Belgische overheid had toespraken verboden uit angst voor oproer, Boulangers wettige vrouw en hun twee dochters ontbraken, een aanhanger gooide een schepje Franse aarde op het graf. Zijn persoonlijk testament dat hij had opgesteld voor de zelfmoord was even sober als veelbetekenend ‘ik stort me terug in het niets waar het lijden afwezig is’. Het politieke testament was gevuld met aansporingen en goede raad aan de beweging, maar had nul effect: de beweging viel verder in ruzies uiteen en verkruimelde.

    Zo eindigde een uiterst turbulent leven van een goed militair en een politieke opportunist. Zijn politieke opvattingen en keuzes voor partners liepen uiteen van rechts tot links en op de consistentie van zijn opvattingen was geen peil te trekken. Het boek eindigt met een epiloog waarin wordt nabeschouwd op een stukje what if history. Conclusie: Boulanger had nooit de macht kunnen krijgen met een meerderheidscoalitie, hoogstens als dictator. En dan was succes verre van verzekerd.

    Wat eraan vooraf ging

    Wat ging er allemaal aan Boulangers dood vooraf? Janssen omschrijft hem als een handige politicus die bekwaam meegolfde op allerlei vaak uiteenlopende sentimenten in de Franse samenleving na de harde nederlaag tegen Duitsland in 1870. Dat was een turbulente periode in Frankrijk, het einde van het bewind van Keizer Napoleon III, de linkse commune van Parijs van 1871, de Republiek erna en diverse elkaar bestrijdende politieke stromingen. Zoals republikeinen, legitimisten, orangisten, conservatieven, orleanisten, plebiscitairen en reactionairen. Een, zacht gezegd, heterogeen gezelschap.

    Wat was nu de drijvende politieke ambitie van Boulanger, afgezien van zijn persoonlijke ambitie om in elke functie snel vooruit te komen, zijn ongeduld, zijn vermogen om snelle daden te stellen en zijn onvermogen om behaalde winst ook vast te houden? Zijn kernboodschap is in feite dat politici, in het bijzonder parlementsleden, falen in hun taak. De verleiding is groot om Boulanger een 19e eeuwse Franse voorloper van het populisme te noemen. Dat is wat makkelijk maar er zijn zeker hier en daar interessante historische parallellen te trekken. Zo geloofde Boulanger in de macht van het volk, ongefilterd door een parlement. Minder helder was hij over de manier om die macht door te vertalen naar beleid en kiesstelsel. Sterk leiderschap was een derde belangrijke opvatting van Boulanger.

    Zijn stijl was het beklemtonen van de grote lijnen en het negeren van details. Ook was hij een meester in het wenden en draaien en het zich aanpassen aan de heersende winden voor zover die hem een kans gaven op politiek succes.

    Het tragische van Boulanger was dat veel volgers hem gebruikten, misbruikten, om zelf naar machtsposities te komen. Dat deden ze door hem de opening te laten maken, het ‘breekijzer voor verandering’ in de woorden van Janssen. Daarna slaagde Boulanger er niet in de eenheid te bewaren en viel zijn beweging dikwijls uiteen in meerdere flanken. Janssen vat het goed samen: ‘Boulangers kracht – de vereniging van groepen aan alle kanten van het politieke spectrum rondom zijn eigen persoon – was tegelijkertijd zijn zwakte. Juist door de grote politieke verschillen moest het wel om hem draaien. De magie werkte zolang hij niet definitief kleur bekende.’ En toch wel een beetje met huidige politici in gedachten een treffende stelling: ‘Winnaars zijn geen verantwoording schuldig, en zolang hij iedereen tevreden kon houden, vooral doordat hij de hoop op politieke verandering levend hield, werkte het.’

    Het fenomeen Boulanger is vandaag de dag razend interessant ondanks alle verschillen met de situatie 135 jaar geleden. Voornaamste parallel is wel de vluchtigheid van het electoraat en het sterke appel van opvallende persoonlijkheden in de politiek. Als er in de 19e eeuw een Tik Tok had bestaan, zou Boulanger een veelgebruiker zijn geweest. Voornaamste verschil is dat Boulanger een politiek jongleur was zonder een volwassen partij en programma. Dat zijn overigens fenomenen die pas in de late 19e eeuw zijn ontstaan. Tekenend voor de politieke windvaan met sterke aantrekkingskracht die Boulanger was, zijn de labels die later op hem zijn geplakt: een niet-marxistische vorm van socialisme, kraamkamer van Frans fascisme, voorloper van rechts nationalisme.

    Inkijk in verziekt politiek klimaat

    Janssens boek is bescheiden van opzet. Het is geen nieuwe beoordeling van Boulanger ten opzichte van de al rijke Franse literatuur, wel een (her?)ontdekking voor een Nederlands publiek dat interesse heeft in geschiedenis. Bovendien geeft Janssen een goede, degelijke inkijk in twee tot drie decennia van politieke onrust, economische crisis en het zoeken naar een werkelijk Franse identiteit, een eeuw na de Franse revolutie. Het was geen sterke, stabiele periode in Frankrijk, maar een ‘verziekt politiek klimaat’, zegt Janssen. Daarin kon een charismatisch man, succesvol militair, patriot, volkstribuun, bedreven in publiek effect van zijn optreden – hij verscheen vaak op een zwart paard gezeten – een wisselende rol van outsider tot minister vervullen, waarna zijn geloofwaardigheid als outsider snel teloor ging.

    Het boek leest lekker makkelijk ondanks de duizelingwekkende hoeveelheid gebeurtenissen, feiten, plaatsen en incidenten die de revue passeert. En dat terwijl Janssen in zijn nawoord uitlegt dat hij zich heeft moeten beperken tot de essentiële feiten en een representatief beeld. Dat lijkt goed te zijn gelukt. De lezer krijgt ook nog een behulpzame chronologie aangereikt.

    Kortom: een aanwinst voor iedereen met historische interesse over een bijzonder hoofdstuk in de Franse geschiedenis met interessante inzichten om het huidige populisme beter te begrijpen en te duiden. Een Netflix-serie waard.

     

     

  • In Trocadéro is alles onheilspellend

    In Trocadéro is alles onheilspellend

    Wie wel eens op een regenachtige novembermiddag door Parijs heeft gekuierd weet dat de stad niet per definitie pracht en praal is. De haussmanniens lijken dan vooral hoog, grijs en zelfs een beetje intimiderend. In het boek Trocadéro vertelt John-Alexander Janssen het verhaal van de Nederlandse Julian, recent afgestudeerd jurist, die heeft gesolliciteerd als rechter. In afwachting van de afronding van die procedure gaat hij een paar maanden naar Parijs om wat vakken te volgen. Niet voor niets laat Janssen zijn hoofdpersoon in het najaar, als het weer steeds druileriger en duisterder wordt, naar Parijs vertrekken. Ook de terroristische aanslagen van 2015 en 2016 verwerkt hij in het verhaal, alsof hij wil zeggen dat Parijs daarmee voor altijd een grimmiger stad is geworden.

    Maar niet alleen de passages die zich in Parijs afspelen hebben iets onheilspellends, ook in Den Haag, waar de lezer Julian volgt terwijl hij op weg is naar zijn laatste sollicitatiegesprek, lijkt er al iets mis te gaan: ‘Achter zijn ogen school alertheid. De tram tingelde en vertraagde. “Korte Voorhout”, klonk het. Een schokje ging door zijn buik. Hij opende zijn ogen. Was het gesprek wel vandaag? Had hij zich niet op de een of andere manier vergist? Hij pakte zijn telefoon uit zijn broekzak en bekeek de datum: 5 september 2014. Met een lichte schaamte stak hij het toestel weer weg. Maar met sommige dingen kon je geen risico nemen. Soms was een vergissing onvergeeflijk.’

    Julian lijkt daarmee een wat neurotische jongen die zijn zaakjes niettemin goed voor elkaar heeft. Hij zou vermoedelijk ook eindeloos dubbelchecken of hij zijn paspoort wel bij zich heeft als hij zou vliegen, terwijl hij weet dat het reisdocument in het voorvak van zijn tas zit. Maar toch lijkt ook hij een duisterder kant te hebben en het nodige te verbergen.

    Ook de achtergrond van één van Julians Parijse vrienden, van wie onduidelijk is of hij studeert, is aanvankelijk een mysterie. Hij is bijzonder rijk en legt Julian, die hij nog maar net kent, in de watten. Deze Danto, ook een Nederlander, lijkt zich voornamelijk op te dringen aan Julian zodra hij te weten komt dat Julian rechter wil worden. Daarnaast is hij een idealist, en is hij bezig met het organiseren van een groot feest voor alle lagen van de bevolking in Parijs, om hen met elkaar verbinden. Hij troont Julian mee naar de buitenwijken, hoewel die er eigenlijk helemaal niets mee te maken wil hebben. Toch is Danto zo dwingend en overtuigend dat Julian niet anders kan dan zijn vriend helpen.

    Het verhaal ontwikkelt zich verder met een soort onheilspellende ondertoon, waarbij de terroristische dreiging nog kan worden opgeteld. Lang blijft ook onduidelijk waar het verhaal precies toe leidt, wat de sfeer – voor Julian, niet voor de lezer – des te onplezieriger maakt. Janssen doet uiteindelijk wel uit de doeken hoe de vork in de steel zit, met de aanslag op Charlie Hebdo op de achtergrond, maar laat daarbij net voldoende aan de verbeelding van de lezer over en weet daarmee de roman spannend te houden. Bij elke zin bekruipt de lezer het gevoel dat er iets naars staat te gebeuren. Elke op het eerste oog normale gebeurtenis of handeling, geeft hij daarmee iets akeligs mee. Al met al schreef Janssen met Trocadéro een mooi portret van de duistere kanten van de lichtstad die, inderdaad, sinds de terroristische aanslagen voor altijd is veranderd.

     

  • Oogst week 25 – 2019

    Liefde, als dat het is

    Marijke Schermer (1975) is opgeleid als actrice, maar heeft na haar afstuderen geen toneel meer gespeeld. Wel schreef ze toneelstukken en libretto’s en regisseerde haar eigen en andermans werk.
    Daarbij schreef ze korte verhalen en de romans Mensen in de zon (2013) en Noodweer (2016) die beiden goed ontvangen werden, geeft ze les aan de schrijversvakschool Amsterdam en aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (writing for performance).

    Deze week verschijnt haar nieuwe roman Liefde, als dat het is.
    Daarin gaat het over de liefde. Sev en David ontmoeten elkaar in bed. Geen relatie spreken ze af. Zij was er nooit erg goed in en hij is na een gelukkig huwelijk van twintig jaar verlaten en heeft geen idee meer wie hij is. Behalve hen, volgen we Terri, Davids vertrokken echtgenote, hun kinderen en Terri’s nieuwe vriend. Een speurtocht naar wat het is en hoe het moet: samenzijn, een individu zijn in het collectief van het gezin, leven buiten het gebeitelde verband.

    Liefde, als dat het is
    Auteur: Marijke Schermer
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De Dolfijn

    Mark Haddon is vooral bekend door zijn internationale bestseller Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht, dat volop met literaire prijzen werd beloond. Minder bekend zijn zijn boeken Het akkefietje, Het rode huis en De pier stort in maar ook voor een van de verhalen uit dit laatste boek heeft hij een prijs gekregen.

    Mark Haddon wordt geprezen om zijn inzicht in de menselijke geest, om de mythische, sprookjesachtige sfeer die hij oproept in zijn boeken en de fantasievolle verhalen.
    Zijn roman De Dolfijn is onlangs in vertaling verschenen. Ook hier weer een mooi avontuur getuige de flaptekst: een pasgeboren baby is de enige overlevende van een verschrikkelijk vliegtuigongeluk. Ze wordt in welvarend isolement opgevoed door een overbezorgde vader. Als een huwelijkskandidaat langskomt, heeft hij snel door dat er iets niet in de haak is. Hij moet halsoverkop vluchten en ontsnapt aan boord van De Dolfijn, met een huurmoordenaar op zijn hielen…
    Zo begint een wild avontuur. Een stoere roman die van de moderne tijd naar de Klassieke Oudheid springt; waarin piraten tekeergaan, een prinses de hand van een gladiator wint, en vrouwelijke geesten met een lampreienmond een man naar de hel sleuren. En waarin de leden van een gebroken gezin over de aardbol zwerven, op zoek naar een nieuw thuis.

     

    De Dolfijn
    Auteur: Mark Haddon
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Trocadéro

    Deze week is ook de nieuwe roman van John-Alexander Janssen (1984) verschenen, getiteld Trocadéro. Een boek over Julian Perceval die niets liever wil dan rechter worden. Hij heeft gesolliciteerd en vertrekt naar Parijs. Hij is niet op zoek naar vriendschap, maar ontwikkelt toch intensieve banden met zijn buurmeisje en met twee Nederlandse studenten. Het contact met een van hen, tegen de achtergrond van een explosief en woelig Parijs’ decor, neemt echter gaandeweg verontrustende vormen aan. Zodanig zelfs dat alles wat hem lief is op het spel komt te staan en een verlies onvermijdelijk lijkt.

    John Alexander Janssen (1984) studeerde geschiedenis, filosofie en rechten en is docent geschiedenis. In 2014 won hij de Prix de Paris (gericht op het stimuleren van innoverend geschiedkundig onderzoek), die hem in staat stelde te werken aan zijn romandebuut Een verhaal uit de Zonnestad dat hem in 2017 de Bronzen Uil Publieksprijs opleverde.

     

     

    Trocadéro
    Auteur: John-Alexander Janssen
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hooiberg

    Tot slot aandacht voor de nieuwste van Koos van Zomeren, Hooiberg. Waarvan gezegd wordt dat het een verzameling louter onvergetelijke bijzaken is. Maar of dat werkelijk zo is, dat van die bijzaken? Het zou zomaar een zelfportret of een roman kunnen zijn.
    Of een boek waarvan Van Zomeren zelf zou kunnen zeggen:

    ‘Bij zo’n boek, stel ik me voor dat iemand het leest en zo vrij is om te zeggen: “Koos, wat heb je een ráár boek geschreven” – en dan ben ik intens tevreden.’ Maar zonder meer is Hooiberg een niet te missen boek uit het oeuvre van Van Zomeren. Dat er een jonge hond in voorkomt is zeker alsook een kikker met een bomgordel.

     

    Hooiberg
    Auteur: Koos van Zomeren
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Een goed gesprek maakt nog geen goed boek

    Een goed gesprek maakt nog geen goed boek

    Een boekje waarin André Spoor en J.L. Heldring, beiden oud-NRC grootheden, in gesprek gaan over grote thema’s uit de recente geschiedenis maakt je vanzelfsprekend nieuwsgierig. En het moet gezegd worden, de perspectieven en reflecties die ze geven zijn vaak interessant en soms ook verrassend. Maar de hoge verwachtingen die velen zullen hebben worden maar ten dele waargemaakt. De reden daarvan is eenvoudig. . Niet dat Onze eeuw een slecht boek is. Maar je moet je als lezer wel realiseren dat de gesprekken interessanter worden als je zelf al wat kennis meeneemt.

    Onze eeuw is een verslag van vier gesprekken die Heldring en Spoor in 2012 voerden, kort voor het overlijden van Spoor. Gesprekken over de grote politieke thema’s van ‘hun’ twintigste eeuw: de Koude Oorlog, dekolonisatie en Europa. In het laatste gesprek stippen ze ook de globalisering nog aan, maar de verschuivende machtsverhoudingen en opkomst van landen als China ligt naar eigen zeggen eigenlijk buiten hun bereik. De scherpte in hun redeneringen en de diepgang van hun kennis nemen in dat laatste gesprek dan ook snel af. Daarin werpt de dood van Spoor en Heldring zijn schaduw vooruit. Anderen moeten maar duiden wat eigenlijk ‘hun’ eeuw niet meer is. Een onvermijdelijkheid, zoals ook Heldring inziet: ‘Elk verschijnsel in de wereldgeschiedenis loopt op een gegeven moment op zijn eind. We weten niet hoe dat gebeurt, wel weten we dat niets hetzelfde blijft.’

    Onze eeuw is een echt gespreksverslag, geïnspireerd op een soortgelijk boekje met gesprekken tussen oud-kanselier Helmuth Schmidt en historicus Fritz Stern. Historicus John Alexander Janssen notuleerde de dialoog tussen de twee oud hoofdredacteuren. Niets meer en niets minder. En dat is jammer, omdat Onze eeuw daardoor op veel plaatsen de kenmerken van een gesprek niet ontstijgt, wat het leesgenot niet ten goede komt. Want hoe goed gesprekken ook zijn, en hoe goed de gesprekspartners ook naar elkaar luisteren, gesprekken hebben altijd een zekere grilligheid die de redeneerlijn verduistert. Iedereen die wel eens een verslag maakt van een bijeenkomst weet dit. Een letterlijke weergave helpt weliswaar om duidelijk te maken wie wat heeft gezegd, maar biedt zelden een goed en consistent betoog of boodschap. Daarvoor worden gesprekken domweg teveel gekenmerkt door onnodige uitstapjes, herhalingen en het zoeken naar de juiste toon en overtuiging. Natuurlijk wordt dit beter als een gesprekleider tot besluit een goede samenvatting en conclusie geeft, maar dit neemt de langdradigheid van letterlijke verslagen nooit helemaal weg.

    Uit zijn woord vooraf blijkt dat Heldring zich hier terdege van bewust is. Hij verontschuldigt zich voor de herhalingen die in opeenvolgende gesprekken onvermijdelijk zijn. En die herhalingen zijn er zeker, met alle consequenties voor de vaart en lijn van het betoog. Vervelend voor de lezer, maar niet de grootste moeilijkheid van Onze eeuw. Lastiger is dat Heldring en Spoor eigenlijk zonder inleiding hun gesprekken starten en ook zonder conclusie beëindigen. En dat hindert het lezen van Onze eeuw vaak nog meer dan de vele herhalingen. Omdat daardoor context en afronding bij elk thema ontbreken. Het is alsof je als lezer flarden van een gesprek opvangt waarvan je moeilijk deelgenoot wordt. Een gesprek dat weer uitdooft zonder dat je weet of het beëindigd is.

    Dit is vooral storend als ‘onze eeuw’ de jouwe niet is. Als je het thema dat Heldring en Spoor bespreken niet bewust hebt meegemaakt. Omdat je dan de kennis ontbeert om zelf het gesprek van context te voorzien. Dit verandert echter als je die context uit eigen herinneringen kunt inkleuren. Dan vervalt het bezwaar tegen ‘het gesprek’ en wordt Onze eeuw interessanter. Dan voel je je als lezer ook niet zo zoekend maar eerder deelgenoot, en worden de omzwervingen en zelfs de herhalingen in het gesprek geen barrière, maar juist een verrijking. Omdat de gespreksvorm dan je eigen meningsvorming stimuleert, meer nog dan een strak opgebouwde redenering. Dit wordt versterkt doordat ook Heldring en Spoor zelf nog duidelijk zoeken naar duiding en betekenis van de geschiedenis, hun eigen mening ter discussie durven stellen, en geen eindoordeel opdringen. Dat geven ze uiteindelijk zelf ook niet, maar ze zetten wel aan tot overdenking. En dat is natuurlijk juist wat een goed gesprek vermag.

     

    Onze eeuw
    J.L. Heldring en André Spoor in gesprek

    Auteur: J.L Heldring, André Spoor en John Alexander Janssen (notulist)
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam
    Aantal pagina’s: 135
    Prijs: € 12,50