• Opnieuw beginnen

    Opnieuw beginnen

    Op de eerste pagina’s van De Keizer van Gladness staat Hai op de rand van een brug, klaar om zichzelf van het leven te beroven. Later in de roman leren we waarom: een heftige pillenverslaving die hij maar niet onder controle krijgt, een mislukte studie en de dood van zijn vriend Noah die een abrupt einde maakte aan hun liefde. Maar bovenal, de eindeloze leugens tegen zijn moeder, die als Vietnamese migrant vooral wil dat haar zoon slaagt in de harde Amerikaanse maatschappij anno 2009. Maar dan hoort Hai het geroep van een vrouw aan de overkant van het water. Die vrouw, Grazina, overtuigt hem om niet te springen en zo begint Hai’s tweede kans in het leven.

    In plaats van terug te gaan naar huis, begint Hai na dat moment een parallel leven. Hij gaat bij de demente Grazina in huis wonen en verzorgt haar. Zijn moeder belt hij nog af en toe en dan liegt hij dat hij een doktersopleiding doet. Er ontstaat een diepe band tussen Grazina en Hai, die steun bij elkaar vinden. Grazina’s onconventionele manieren om verdriet te bestrijden (op broodjes stampen in de regen) lijken te werken voor Hai. Al vult Hai dat regelmatig aan met een greep uit de pillen van Grazina. Ook vindt Hai troost in de boeken van Grazina’s overleden partner: De gebroeders Karamazov en Kurt Vonnegut’s Slaughterhouse-Five. Dat is een belangrijk deel van Grazina’s achtergrond, niet voor niets was Grazina’s partner Vonnegut aan het vertalen want ook zij waren slachtoffers van nazibombardementen en vluchtte voor het geweld naar Amerika.

    Om wat extra’s te verdienen voor Grazina, gaat Hai op zoek naar werk. Via zijn neef Sony (vernoemd naar het merk van de TV), komt hij terecht bij HomeMarket, een franchiserestaurant met matig eten. HomeMarket belooft dat het voor de klanten elke dag Thanksgiving is, maar in de realiteit wordt vrijwel alles ingevroren en opgewarmd, behalve de legendarische maïsbroodjes. Bij HomeMarket krijgt Hai een nieuwe familie van misfits, die allemaal diep door het leven getekend zijn. Hai’s nieuwe leven bestaat uit werken en Grazina’s dementie met verhalen en pillen onder controle proberen te houden. Het is een fragiele situatie, maar Hai’s nieuwe leven begint meer en meer te bloeien tegen de intens treurige achtergrond van East-Gladness.

    Gladness in verval

    Vuong’s romandebuut Op aarde schitteren we even (On Earth We’re Briefly Gorgeous) uit 2019 is in vergelijking met De keizer van Gladness persoonlijker en poëtischer (en ook bijna de helft korter). Er zijn enkele elementen die herkenbaar zijn uit Vuong’s romandebuut: de pillenverslaafde Hai, de moeder die in de nagelsalon werkt en tragische dood van vriend Noah. Maar in De keizer van Gladness heeft Vuong meer ruimte genomen en zijn de thema’s meer in balans: Grazina, Sony, manager BJ en alle andere medewerkers komen echt tot leven. Vuong slaagt erin een bijzonder goed persoonlijk verhaal over trauma, migratie en verslaving te vertellen en tegelijkertijd de schrijnende maatschappelijke ontwikkelingen in East-Gladness en daarmee heel Amerika vast te leggen. Van Sony wiens ‘neurodiversiteit’ domweg wordt opgelost met pillen tot Grazina die bij gebrek aan een goed werkend zorgsysteem tussen wal en schip geraakt. De hartverscheurende scènes waarbij Grazina’s zoon Lucas zijn moeder in een verzorgingstehuis probeert te krijgen, gaan door merg en been. Ze leggen echter ook een dieper probleem bloot. Zonder geld en status, ben je veroordeeld tot plekken zoals Gladness.

    Rond de HomeMarket en Grazina’s huis ontstaat een heel ecosysteem, waar Hai met vallen en opstaan zijn eigen plek in weet te vinden. Elke medewerker van HomeMarket vertegenwoordigt een facet van het falende Amerikaanse systeem. Ondanks de intense Amerikaanse treurigheid van East-Gladness, weet Vuong de avonturen van Hai met humor te vertellen. Soms neigt dat wel naar Amerikaanse slapstick: de junk die in de wc van HomeMarket een overdosis heeft, krijgt per ongeluk ook nog eens een bak warme kaassaus over zich heen, wat de reanimatie niet makkelijker maakt. Vooral Sony’s rol in het verhaal nijgt soms naar clownesk, maar tegelijkertijd weet Vuong heel goed zijn kinderlijke denkwijze vast te leggen. Sony’s bijzondere fascinatie voor de Burgeroorlog en vooral voor de Confederatie, zorgt voor enkele humoristische scènes die tegelijkertijd het onderliggende Amerikaanse racisme blootleggen.

    Great American Novel

    Met die brede maatschappelijke kijk op Amerika en ook de focus op Amerika’s geschiedenis door Sony’s fascinatie voor de Burgeroorlog, is dit een roman die duidelijk geplaatst wil worden in de traditie van de Great American Novel. De keizer van Gladness speelt grotendeels in 2009 en 2010, de jaren dat Barack Obama aan de macht was en het land eindelijk uit de vrije val raakte na de Great Recession. In onze herinnering zijn het de jaren van herstel, maar Vuong laat zien dat dat economische herstel niet voor iedereen toegankelijk was of überhaupt op tijd kwam. De keizer van Gladness is een roman waarin Amerika centraal staat; de American dream en de diepe teleurstellingen die daar vrijwel altijd aan verbonden zijn. Waarschijnlijk zullen we De keizer van Gladness ooit lezen zoals we nu Great American Novel zoals John Steinbeck’s The Grapes of Wrath lezen; onszelf steeds afvragend hoe het ooit zover heeft kunnen komen.

  • Hij is niet hier, hij is niet daar… hij is naar Armorica

    Hij is niet hier, hij is niet daar… hij is naar Armorica

    Een boek dat zowel bankhangers als backpackers verblijdt, verschijnt zelden. Satori in Parijs (1966) krijgt het voor elkaar. In deze roman combineert Jack Kerouac traagheid en verstrooiing met reislust en soul searching. Het is het schriftelijke evenbeeld van slow tv als Verborgen verleden en Rail away, maar ook een intercontinentale zoektocht van een man naar ‘zichzelf’. De Amerikaanse auteur met Frans-Canadese ouders duikt in de familiegeschiedenis van zijn Bretonse voorgeslacht. Tien dagen trekt hij voor de reis uit. Tijdens de Parijs-Bretonse odyssee stuit hij op een man met dezelfde achternaam: Lebris de Kervoac. Toeval en trein leiden de Amerikaan echter terug naar Parijs: ‘een plek waar je ’s nachts echt kan rondwandelen om te vinden wat je niet zoekt.’ Langzaamaan verandert Jack in het archetype van de lachwekkend verdwaalde toerist. Satori in Parijs leest als pure satire.

    Het Japanse woord ‘satori’ betekent ‘begrijpen’. Volgens zenboeddhisten wordt dit consequent verkeerd vertaald als ‘plotselinge verlichting’ van lijden. Vooral niet-ingewijde westerlingen verwarren de term nogal eens met de vervulling van hun verlangens. Ook Kerouac begaat deze mispeer, nota bene op pagina één. Dit heeft verstrekkende gevolgen; vanaf het begin is zijn onderneming tot mislukken gedoemd. Wie zichzelf verdooft, verblindt zijn zintuigen. Dat doet hij zoals auteurs in Parijs al deden rond het fin de siècle: zuipend, zwervend en zwelgend. Continu bevraagt Kerouac daarbij het eigen schrijverschap, zijn onzekerheid op het papier morsend. Logischerwijs verdwijnt het aanvankelijke doel naar de achtergrond. Jack wil terug naar Amerika: ‘Ik had al heimwee. (…) naar Tampa, Florida, ben ‘k net zo klaar als de dikste koteletten in de goeie oude Winn Dixie-supermarkt, lieve God!’ Misschien zeggen onze wortels helemaal niet zo veel over onze identiteit.

    The (not very) quiet American

    Henry de Montherlant, Kerouacs inspirator tot de Franse reis, schreef ooit het boek De eenzame reiziger is een duivel. Hierop vormt Jack geen uitzondering. Over het Parijse pension waar hij uitcheckt, zegt hij: ‘Er werd me niet in alle toonaarden gesmeekt om nog eens terug te komen.’ Voor de toerismebranche is hij een gruwel: hij heeft luidruchtige seks in zijn kamer, brabbelt met dubbele tong na een dozijn cognacjes tegen wildvreemden én veroorzaakt een vliegtuigvertraging. Vlak voor opstijgen moet hij namelijk echt even plassen in de vertrekhal. Want ja… al die drankjes, hè? Toch lacht de lezer in zijn vuistje. Terwijl Jack zijn koffer het toestel in ziet kruipen, wordt de drinkebroer de toegang ontzegd.

    Ook in de trein, waar hij dan maar mee naar Brest rijdt, laat Jack zich gelden. Wanneer de conducteur de halte Saint Brieuc aankondigt, corrigeert de Amerikaan zijn uitspraak vier keer met: ‘Saint Brieuck!’ In Brest slaat de Bretonse nuchterheid hem eindelijk in het gezicht. Jack denkt goede sier te maken door in plaatselijk dialect een caféuitbater te verbluffen: ‘‘Daar is het toilet, eerste rechts.’ ‘La Poizette, hè?’ schreeuw ik. Hij kijkt me aan met die blik van: ‘Ga naar de wc en hou je bek.’’

    Niettemin leidt Kerouacs talige obsessie tot boeiende terzijdes, vooral bij de herkomst van zijn achternaam. Dan wendt hij zich ineens tot de lezer: ‘Zeg je dat ik een snob ben? – Ik wilde alleen maar uitzoeken waarom mijn familie haar naam nooit heeft veranderd en zou daar wellicht op een verhaal stuiten, dat ik zou kunnen herleiden naar de bron in Cornwall, Wales, en Ierland en misschien Schotland om er helemaal zeker van te zijn, en dan op naar Canada, naar de stad bij de rivier St. Lawrence waar, zoals ik heb gehoord, een Seigneurie was en dus kan ik daar gaan wonen (samen met mijn krombenige Frans-Canadese verwanten die dezelfde naam dragen) en nooit belasting betalen!

    Held met deuren op slot

    Inderdaad blijkt Kerouac zo Amerikaans als een Colt.45. Hij bezit nog geen duizendste vezel van de Breton die hij in zichzelf hoopte te ontdekken. Zoals hij zelf zegt: ‘lafhartig en verwaterd door twee eeuwen Canada en Amerika.’ Tijdens een nachtelijke omzwerving in Brest ontloopt hij de enge ‘apaches’ in de steegjes. Achteraf kan hij er smakelijk om lachen: ‘Wat makkelijk om daar grapjes over te maken terwijl ik dit op 6000 kilometer afstand opschrijf, veilig thuis in het oude Florida met de deuren op slot.’ Noemt hij zichzelf hier een toetsenbordterrorist avant la lettre? ‘Kortom, deze bevreesde en vernederde stomkop brulboei schurkenschurker afstammeling van de mens.’ Kerouac speelt met zijn zelftwijfel door zijn schrijfstijl navenant te laten weifelen. Geregeld vertraagt hij het ritme met gedachtespinsels tussen haakjes, liggende strepen, komma’s, vragen, of alles tegelijk:

    ‘Glorie, immer, maar voorbij, we maken een praatje – (Opnieuw, beste Amerikanen uit mijn geboorteland, in morsig Frans, in deze context vergelijkbaar met het Engels dat in Essex wordt gesproken): – Ik: – ‘‘Ah, sieur, shite, nog een cognac.’’ ‘‘Astu, mighty.’’ (Een woordspeling op matey, maat, en laat me je nog één vraag stellen, lezer: – Waar anders dan in een boek kun je terug om op te pikken wat je hebt gemist?)’ Wat de schrijver ons in elk geval laat missen, is duidelijkheid. Nagenoeg elke zin zou immers ironisch opgevat kunnen worden.

    ‘Waarom het uithoudingsvermogen van de lezer op de proef stellen?’ Omdat Kerouac daar zin in heeft. Net als in tirades, die niet te serieus moeten worden gelezen. Toch? Zo bezoekt Kerouac zijn uitgever in Parijs. In de blikken van alle daar aanwezige vrouwen leest hij slechts één ding: minachting. Hij verwoordt als het ware hun gedachtes, waar het zuur vanaf spat: ‘Kerouac? Ik kan tien keer zo goed schrijven als die beatnik-maniak en dat zal ik bewijzen met dit manuscript hier getiteld Silence au Lips over hoe Renard de foyer in loopt terwijl hij een sigaret opsteekt en weigert de trieste vormeloze glimlach te zien van de plotloze lesbische heldin wier vader net is overleden terwijl hij probeerde een eland te verkrachten in de slag van Cuckamonga.’ In dit lichtvoetige boek vallen zulke passages vol vitriool flink uit de toon. Maar soit, het anti-woke-gezeur schijnt tegenwoordig goed te scoren. Gooi het eruit, Jack!

    Saters beleven geen ‘satori’

    Kerouac wijdt zijn leven te zeer aan Bacchus om een zuivere ‘satori’ te beleven. Voortdurend zit hij achter vrouwen aan en bezat hij zich. Hij leeft, kortom, als een sater, die de roes der verdoving wil ervaren: ‘Mijn manieren, soms abominabel, kunnen charmant zijn. Met het klimmen der jaren werd ik een zuiplap. Waarom? Omdat ik van de extase van de ziel hou. Ik ben een wrak. Maar ik hou van de liefde.’ Met ‘satori’ heeft dit alles bitter weinig te maken. Wel wordt met het wassende alcoholgebruik zijn zoektocht lastiger en lastiger te voltooien. Het antwoord over zijn toch wat schrale herkomst staat in het nawoord van Pauline Bock. Dat Kerouac deze teleurstellende ontdekking nooit heeft gedaan, is mogelijk de belangrijkste bestaansreden voor Satori in Parijs. Wie weet dat hij aan het einde van zijn weg geen klomp goud vindt maar een ordinaire querulant, begint niet eens aan zijn queeste. En dan te bedenken dat Kerouac oprecht geloofde van Bretonse adel af te stammen. Noblesse oblige. Adelheid verplicht, maar daarvoor is dit boek te licht.

     

  • Een unieke en hoopgevende sprookjesachtige roman

    Een unieke en hoopgevende sprookjesachtige roman

    Een meisje, haar vader, het graf van haar moeder bovenop een berg en een beer. Meer is er blijkbaar niet nodig om een roman te schrijven over het einde van de menselijke beschaving en het begin van een nieuwe samenleving met een jong meisje als enig overgebleven mens moet overleven in de natuur. De derde roman van de Amerikaanse schrijver Andrew Krivak (1963), De beer, is zijn het eerste boek dat van deze schrijver in Nederlandse vertaling is verschenen. Als kind van Slowaakse immigranten is hij opgegroeid in Pennsylvania; tegenwoordig woont hij in Massachusetts. Het boek bestaat uit twee delen: het leven van het meisje samen met haar vader en haar leven na zijn dood. De mensen in het boek zijn naamloos, de dieren worden met hun soortnaam genoemd, alsook de planten.

    De natuur als ruimte 

    Vanuit de beschrijvingen van de natuur en de woonplaats van de auteur is het duidelijk dat de roman zich in het noordwesten van de Verenigde Staten afspeelt. Een vader voedt, sinds de dood van zijn vrouw, zijn jonge dochter liefdevol op. Hij onderricht haar op het kunnen overleven in de natuur. De vader ziet de noodzaak in om haar te leren hoe ze in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Hij leert haar hoe ze van natuurlijke materialen wapens voor de jacht en visvangst kan maken. Hij leert haar naar mossels te duiken, konijnenstrikken uitzetten, honing uit bijennesten halen, alsook hoe een kompas te gebruiken en vuur maken. Bovendien leert hij haar hoe ze met behulp van de maanstanden en de wisseling van de seizoenen vat kan krijgen op het fenomeen tijd.

    Niet de klokken bepalen het tempo waarin de mens wordt gedwongen te leven, niet Kronos, de Griekse god van de tijd, maar zijn mythologische tegenhanger Kairos, de god van het juiste moment, van de gelegenheid, is daarin bepalend. Wanneer een probleem zich aandient, dan pas is het ogenblik aangebroken om dit op te lossen. De mens moet niet voortdurend proberen alle eventuele moeilijkheden voor te zijn, want het leven is geen zaak van plannen, vooruitdenken, uitgebreid hamsteren of je toekomst veilig stellen. Leven is één worden met de natuur, dat straalt dit boek uit. Opgemerkt moet worden dat De beer meer is dan een eigentijds handboek vol handige tips om in de ongerepte natuur te kunnen overleven. De dialogen tussen het meisje en de vader zijn zo levendig en oprecht dat ze ontroeren. Ze hebben een filosofische grondtoon en zijn een eenvoudige handreiking voor de mens die direct in contact wil komen met de natuur.

    De beer als leidsman

    Na het overlijden van de vader gaat het meisje alleen verder. Ze verbrandt zijn stoffelijk overschot en draagt zijn as als een kostbaar kleinood bij zich. Haar doel is zijn as bij te zetten in het graf van haar moeder. Dat is een fraai thema in de roman, het grote verlies dat haar overkomt, vertaalt ze rechtstreeks naar haar reisdoel, namelijk de juiste rustplaats voor haar vader is bij haar moeder. Zo’n wijze van denken is alleen mogelijk wanneer je in harmonie leeft met de natuur, zonder het harde leven zelf verwijten te maken. Een beer helpt en begeleidt haar tijdens haar reis zonder dat een van de twee dominant is ten opzichte van de ander. Ze leren van elkaar te jagen en te vissen. Ook vertellen ze elkaar verhalen. Wanneer de beer toe is aan zijn langdurige winterslaap, moet het meisje zelf zien te overleven. Echter, wanneer ze in gevaar is, is er een poema die haar redt en haar helpt bij de dagelijkse voedselvoorziening. In dit tweede deel is de roman geworden tot een fabuleus sprookje en tegelijkertijd blijft het verhaal geloofwaardig.

    Post-apocalyptische roman?

    Bij de verschijning van de Amerikaanse editie van De beer werd dit boek in de aankondigingen en  recensies beschouwd als een post-apocalyptische roman. De vraag is of De beer aan de kenmerken van dit genre voldoet. De post-apocalyptische roman valt onder de noemer science fiction en daarin worden de gevolgen gepresenteerd van de ondergang van de hedendaagse, menselijke beschaving. In het algemeen gaat het om de teloorgang door een natuurramp of door onverantwoord menselijk handelen. Soms is de kern van het boek dat de samenleving gestraft wordt omdat deze zich heeft afgewend van de natuur, deze vernietigd of een grote afstand tot de natuur heeft gecreëerd. Veel lezers zullen in dit boek van Andrew Krivak een waarschuwing zien: geef je niet roekeloos over aan een al te moderne levenswijze. Een dergelijke visie wordt overigens niet expliciet gepropageerd.

    De beer voldoet aan de meeste kenmerken van een post-apocalyptische roman, maar enkele andere aspecten vallen op. Zo ontbreekt in De beer een desastreuze ramp die een grote massa mensen treft. Het apocalyptische is teruggebracht tot het overlijden van de vader, het meisje als wees overblijft en volledig afhankelijk is van de natuur. In dit boek gaat de eindtijd over in een prille begintijd en de nadruk ligt op dit nieuwe begin, niet op wat verloren is gegaan. De beer is in een sobere maar poëtisch taal geschreven, met gevoel voor de precieze waarneming van de flora en fauna en het handelen van de dochter en haar vader en later met de beer. De auteur laat het meisje op een (bijna) volwassen manier met haar vader spreken. Hij vermijdt al te kinderlijk taalgebruik, want dat zou afbreuk doen aan de gelijkwaardige verhouding tussen de vader en zijn dochter. Ook het taalgebruik van de dochter en de beer in de dialogen is met elkaar in evenwicht.  

    Een betoverende werking

    De beer is zeker geen moralistisch boek, er wordt een natuurlijke wereld beschreven waar wij misschien ver van afstaan, maar die als een paradijs wordt gepresenteerd. Het zet aan het denken, zonder dat de lezer zich schuldig hoeft te voelen over het leven dat hij zelf leidt. Omdat de personen, de dieren en de plantenwereld met elkaar in balans zijn, krijgt De beer een betoverde werking, je zou de roman wel willen binnenstappen om deze nieuwe wijze van leven en de daarbij behorende opvattingen te leren kennen. Het is moeilijk het boek, dat stilistisch meer het karakter heeft van een novelle dan van een roman, weg te leggen. Het in één keer uitlezen van het boek is een bijzondere en indringende leeservaring. Het is een verademing tussen de vele boeken die zich in de moderne wereld afspelen, over verstedelijkte samenlevingen waarin allerlei problematische situaties onder de loep genomen en psychologisch verklaard worden.  De beer is een unieke en hoopgevende sprookjesachtige roman, waarin de natuur centraal staat.

     

     

  • De goden van de waarheid hebben het in hun macht.

    De Ierse schrijver Sebastian Barry heeft al meer boeken over de McNulty-familie geschreven. Zo gaat De geheime schrift over de schoonzuster, en De omzwervingen van Eneas McNulty over de broer van de hoofdpersoon uit De tijdelijke gentleman, Jack McNulty. Zijdelings komen deze andere personages wel in het boek voor, maar een werkelijke rol spelen ze niet. Het verhaal van Jack McNulty staat geheel op zichzelf.

    Jack stelt zijn levensgeschiedenis op schrift in een huisje van hout en leem in Accra (Ghana), af en toe geteisterd door malaria, en lastiggevallen door de politie vanwege schimmige gebeurtenissen in het verleden. Het is 1957, en eigenlijk wil hij terug naar zijn geboorteland Ierland, maar hij wil eerst in het reine komen met de mislukkingen in zijn leven: zijn noodlottig verlopen huwelijk, de relatie met zijn dochters, zijn drank- en gokverslaving, en de gruwelen van de oorlog. Hij schrijft alles op, en zijn verhaal springt heen en weer tussen het heden in Afrika, en het verleden, in Ierland en overal elders op de wereld waar hij als ingenieur heeft gewerkt. Als officier in het Britse leger, en als echtgenoot van een vrouw uit een gegoed milieu, is hij tijdelijk een gentleman geweest, maar wat is daarvan gebleven?

    De andere hoofdpersoon uit het boek is Jacks vrouw, Mai, die hij in de loop der tijd heeft zien veranderen van een zelfverzekerde studente in een instabiele vrouw, gekweld door postnatale depressies en een toenemende alcoholverslaving. Het is vooral haar geschiedenis, en die van hun twee dochters Maggie en Ursula – over wie wellicht ook nog eens een roman of toneelstuk zal verschijnen – die dit verhaal tot een tragedie maakt.

    Barry’s stijl is bij vlagen adembenemend mooi. Zomaar een paar zinnen die het onderstrepen waard zijn:

    Waardoor raakt de ene ziel aan de andere gebonden? Heel vaak is het zoiets als een mening staande houden tegenover een wereld die haar probeert te weerleggen. 

    We praatten over niks, zoals mensen dat doen, totdat het niks op was.  (…) verleden, heden en toekomst in een warboel van oud licht (…) De vogels daar hadden een buitenlandse roep en de vissen droomden over farao’s en niet over koningen. 

    In één zin weet hij de hele geschiedenis samen te vatten: … er was niets anders meer in Gods schepping dan dat toekijkende kind en het geslagen kind en de verwoeste vrouw en de verbijsterde vader. (p166)

    Prachtig is ook de verwevenheid van het boek. Alle scènes en gebeurtenissen verwijzen op een of andere manier naar elkaar. Zo gaan Jack en Mai – op huwelijksreis in Dublin – naar een uitvoering van Dido en Aeneas. Niets is zo’n goede voorafschaduwing van Mai’s lot als Dido’s Klaagzang: When I am laid in earth, May my wrongs create, No trouble in thy breast – Remember me, but forget my fate. (En eigenlijk is het ook van toepassing op Jack zelf.)

    Het verhaal begint met een torpedo-aanval op het oorlogsschip dat Jack naar Afrika brengt, in 1940. In een zin van meer dan twee bladzijden wordt deze gebeurtenis invoelbaar gemaakt voor alle zintuigen, het is een fantastische opening. En tegelijk is het als opening misschien een truc, want in het geheel van het verhaal is deze ervaring maar een van de vele. Het stijlmiddel van de lange zin wordt bij een andere explosie – op een trainingslocatie voor het demonteren van explosieven – nogmaals toegepast, en zo worden ook deze gebeurtenissen aan elkaar gekoppeld.

    In de laatste hoofdstukken ziet Jack steeds meer overeenkomsten tussen Ierland en Afrika. Als je de hitte wegdenkt en die verdomde palmbomen en zwarte huiden, dan is het gewoon Ballymena in de regen, echt. (p207)

    Als Mai erachter komt dat Jack haar geld vergokt heeft, schrijft hij: Vernietigd zat ik daar, ook voor mezelf. (p116) Een zinsnede die vooruitwijst naar de gebeurtenissen rondom zijn oppasser in Accra, Tom Quaye, die voor hij kan terugkeren naar zijn vrouw, moet wederopstaan uit de dood.

    De tocht die de twee mannen maken naar het geboortedorp van Quaye, brengt Heart of Darkness van Joseph Conrad in herinnering, en verwijst naar de gewelddadigheid van het duistere continent dat symbool staat voor het duistere, gewelddadige innerlijk van de hoofdpersoon. Dit is een staaltje geweldige schrijfkunst: de hoofdpersoon is er zich niet van bewust, terwijl de lezer het wél oppikt.

    Elders rijst af en toe de vraag of het Jack McNulty is die aan het woord is, of Sebastian Barry. Er is bijvoorbeeld niets in Jacks leven of opleiding wat doet vermoeden dat hij regelmatig Cicero leest, en toch zegt hij ‘ik voelde me zoals Cicero zich misschien voelde …’ (p134)

    Af en toe is het té lyrisch, zoals wanneer hij een waanzinnige Mai redt, die naakt een sneeuwstorm ingelopen is: … verwonderde me nu ook over de totale witheid in de wereld, die alles niet alleen bedekte maar ook uitveegde, uitwiste, alsof ons hele verhaal weer tot een blanco bladzijde teruggebracht kon worden … (p200)

    De tijdelijke gentleman is een boek dat diepe indruk maakt, vooral door de gebeurtenissen, die onder de huid kruipen door de zintuiglijke taal. Het is een boek dat om herlezing vraagt, om de verweven structuur nog beter te doorgronden.

     

     

     

  • Recensie door: Martin Lok

    Recensie door: Martin Lok

    In zeventien dagen beklimt Lilly Dunne het verzamelde verdriet van haar leven. Om uit de hand van dat verdriet weer wat geluk te putten. Terwijl Lilly zich hieraan laaft, tekent ze haar levensverhaal op. Het verdeelde Ierland van het begin van de twintigste eeuw, de start van haar nieuwe leven in de Verenigde Staten in de crisisjaren, de mannen in haar leven en de oorlogen die zij vochten vloeien samen tot een ongelofelijke en toch alledaagse familiekroniek. Als Lilly op de top van haar verdriet is aangekomen plant ze er een vlag op en laat ze haar leven en verdriet in een vredige duisternis vervliegen.

    Op de eerste pagina breekt Lilly’s negenentachtig jarige hart ‘met een nietig, iel geluid’ als ze hoort dat haar kleinzoon Bill zelfmoord heeft gepleegd. Haar wereld staat stil en haar leven is over. Ze heeft een hekel aan schrijven, maar pakt nu de pen op om haar levensverhaal te boekstaven en het hart dat ze kwijt is weer te vinden. Ze geniet daarbij vooral van de dagelijkse tevredenheid die ze naar eigen zeggen ooit in de vingers had gehad. Zoals het geluk dat ze aantreft in ‘de oneindige subtiliteit van de bain-marie pan’.

    Met deze tevredenheid als houvast laat Lilly de mannen en daarmee het ongeluk in haar leven passeren. Allereerst haar vader, James Patrick Dunne, de latere commissaris van de Dublinse politie, en haar broer Willy Dunne, gestorven in de loopgraven van de eerste van de vier oorlogen die Lilly’s leven zouden bepalen. Vervolgens komen de herinneringen naar Tadg Bere naar boven. Vriend van Willy en Lilly’s verloofde aan het begin van haar volwassenheid.  Net als haar vader werkte Tadg voor de politie en streed hij tegen de Ierse nationalisten. Als de IRA Tadg en Lilly op hun dodenlijst plaatst vluchten ze naar de Verenigde Staten, het beloofde land. De start in het nieuwe land is echter verre van makkelijk. Maar als in Chicago de beloftes voor Tadg dan toch lijken te worden ingewilligd, blijkt zelfs de oversteek over de oceaan geen garantie voor geluk te zijn. Opnieuw vlucht Lilly, om elders in de Verenigde Staten datgene te vinden dat haar tot dan toe nog niet gegund is. In Cleveland ontmoet ze in de politieman Joe Kinderman haar tweede liefde, met wie ze uiteindelijk zal trouwen. Maar als Lilly zwanger is blijkt geluk voor haar niet te zijn weggelegd en verdwijnt haar echtgenoot spoorloos. Opnieuw staat Lilly er alleen voor. Ze vindt een baan en een stabieler leven als kokkin bij de welgestelde familie Wolohan. Maar ook dan blijven mannen het startpunt van nieuw ongeluk, al zijn het in deze fase van haar leven niet langer haar geliefden die het ongeluk brengen, maar haar zoon en kleinzoon. Het vertrek van haar zoon Ed naar Vietnam, de derde oorlog in haar leven, blijkt min of meer een afscheid voor altijd te zijn. Niet omdat hij sneuvelt, maar omdat zij na zijn terugkeer uit Vietnam in hem nooit meer haar zoon herkent. Net als zijn vader eerder had gedaan verdwijnt ook Ed uit haar leven. Maar hij geeft haar in haar kleinzoon nog wel het geluk van haar oude dag. Een geluk dat echter net als zijn voorgangers wordt gesmoord als Lilly ook haar kleinzoon Bill, weliswaar indirect, aan de oorlog verliest. Een verlies dat er één te veel is.

    Sebastian Barry heeft met zijn  In het beloofde land een aangrijpende familiegeschiedenis gecreëerd, waarin een ongelofelijk verhaal in de alledaagsheid van het leven geloofwaardig wordt. Met woorden die door hun eenvoud met nog meer kracht binnenkomen. Barry brengt zijn hoofdpersoon Lilly Dunne op ongekend broze wijze tot leven om haar vervolgens, net als de porseleinen pop uit haar jeugd, in de zeventien dagen tellende beklimming van haar verdriet, in gruzelementen te laten vallen. We leren Lilly daarbij in al haar eenzaamheid op ontroerende wijze kennen. ‘Tranen zijn beter wanneer je ze in je eentje huilt’, zo schrijft Lilly in haar levensverhaal. Het had haar motto kunnen zijn. Alle tegenslagen in het leven had de inmiddels negentachtigjarige Ierse vrouw in haar eentje verwerkt. Zo ook haar laatste tegenslag. De herinneringen troosten haar, maar brengen ook een nieuwe pijn. Het getuigt van de grote klasse van Barry dat het verwachte einde van zijn familiekroniek door een onverwachte ontknoping wordt overgenomen. Vlak voordat Lilly haar vlag op de top van haar verdriet plant blijkt haar leven tot haar laatste snik één vervlochten geschiedenis te zijn, waarbij het heden het verleden heeft ingehaald.

    Lilly zelf vond dat ze niet veel achterliet. Alles waaraan ze was gehecht had ze in een doos gedaan, maar ze verwachtte niet dat iemand daarin geïnteresseerd was. ‘Alles zal wel in zakken worden gedaan en bij het vuilnis worden gezet.’ Ik prijs me gelukkig dat Sebastian Barry daar een stokje voor stak.

    In het beloofde land

    Auteur: Sebastian Barry
    Vertaald door:  Johannes Jonkers
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido (2011)
    Aantal pagina’s: 268
    Prijs: €  18,95

     

     

  • Een boek als een verdovend middel

    Een boek als een verdovend middel

    Recensie door Rein Swart

    Net als Minder dan niets kent het vervolg De figuranten een duizelingwekkende dynamiek. Het zijn nog steeds drugs, seks, drank die het leven in Hollywood bepalen. Verveelde kinderen van steenrijke ouders draaien om elkaar heen. In twintig jaar is er wat dat betreft weinig veranderd, al wordt er meer gemoord. We ontmoeten opnieuw Clay en zijn louche vrienden, die snuiven, spuiten en zich prostitueren. Clay’s handen trillen nog steeds en op weg naar een afspraak met een dealer heeft hij zo’n kater dat hij niet meer weet hoe hij de tank van zijn BMW moet volgooien. Meteen wordt al duidelijk dat Clay zich betrokken voelt bij de moord op zijn jeugdvriend en dealer Julian. In een achteloos – zo lijkt het – tussengevoegde paragraaf zegt Clay dat het eerder tot hem had moeten doordringen welke rol hij in het drama heeft gespeeld.

    Het is vermakelijk dat Clay in het begin met de schrijver in de clinch gaat over een film die van Minder dan niets is gemaakt, over zijn eigen rol in het boek en de manier waarop hij door de schrijver werd neergezet.

    ‘Zo werd ik de jongen die overal de ballen van snapte. Zo werd ik de jongen die naliet een vriend te redden. Zo werd ik de jongen die niet van het meisje kon houden.’

    Daarmee houdt het grappige op. Vanaf het moment dat Clay aankomt uit New York zit je in een complot. Wat dat eerste betreft lijkt dit boek op het vorige waarin Clay in New Hampshire studeert en met kerst een maand naar huis komt.

    Hij wordt door een auto gevolgd als hij op weg is naar zijn tijdelijke luxe appartement, dat is ingericht door een partyboy uit Hollywood die in zijn slaap overleden is, maar wiens geest daar nog rondhangt.

    Clay is inmiddels scenarioschrijver en wordt door de producent en de regisseur gevraagd om mee te denken over de casting voor een nieuwe film. De knappe Rain wil graag een rol in de film. Ze weet dat het soort meisjes waar zij toe behoort maar een korte houdbaarheidsdatum heeft en is er niet vies van om met Clay naar bed te gaan om haar kansen te vergroten. Clay raakt echter verslingerd aan haar. Hij houdt haar aan het lijntje en kan het niet uitstaan dat ze opeens naar San Diego moet, zogenaamd vanwege een bezoek aan haar moeder. Clay krijgt van alle kanten waarschuwingen dat hij met Rain moet kappen, maar hij kan dat niet en offert zijn vriend Julian op.

    Dit boek is meer dan het vorige een crimi met telefoonlijnen die afgeluisterd worden, mensen die geschaduwd worden en geheimzinnige sms-jes die Clay schrijft en die ook vanuit zijn eigen account verstuurd worden. Het is een schaakpartij met vele personen en zetten. Angst speelt een grote rol in het leven van Clay. Hij ziet de woorden Verdwijn hier midden in de nacht in de spiegel. Deze waarschuwing las hij ook al in Minder dan niets op een billboard. Zijn psychiater wil liever niets meer met hem te maken hebben vanwege de gevaarlijke relatie met Rain, die deel uitmaakt van een misdadig netwerk.

    Het boek leest als een drug en is zo verslavend, dat je het niet opzij kunt leggen. Ellis schrijft bedwelmend. Het verhaal wikkelt zich als een Bond-film af met veel verschillende wendingen en korte flitsende scènes. Het nadeel is dat het allemaal nogal veel en vluchtig is wat er gebeurt.

    Wat is het ergste dat je kan overkomen? luidt de slogan die enkele keren over het voetlicht gaat. Onvoorwaardelijke liefde is het antwoord, dat in een filmscène wordt gegeven en dan ook nog ironisch uitgesproken terwijl dat in het script ernstig was bedoeld.

    Daarmee zijn we terug bij Minder dan niets waarin gesteld wordt dat om iets geven pijn kan doen en vermeden moet worden. Een indringend tijdsbeeld van mensen die in de ban zijn van kicks en steeds meer van het rechte pad af raken.