• P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    De P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza is toegekend aan Marga Minco. Het is goed te vernemen dat drie literatoren ernaast zaten en Marga Minco, tegen hun verwachtingen in deze oeuvreprijs zal ontvangen. In de zaterdageditie (8-12-’18) van Trouw werd door drie kenners van de literatuur desgevraagd gespeculeerd welke schrijvers voor deze oeuvreprijs – die jaarlijks  afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie – in aanmerking komen. De namen die vielen waren Jeroen Brouwers, Arnon Grunberg en Koos van Zomeren en op de valreep twee vrouwen: Nelleke Noordervliet en Mensje van Keulen.
    Toen Minco’s naam werd genoemd waren ze het erover eens dat haar werk ‘uitmuntend en bekend’ is, maar haar oeuvre leek hen te klein om in aanmerking te komen en bovendien stond ze niet ‘midden in het literaire debat’. Op social media wisten ze beter, daar werd geopperd (zo meldde het stuk) dat Marga Minco de P.C. Hooft-prijs ‘nodig eens moest winnen’.

    En dat gebeurde, dankzij de juryleden: Mathijs Sanders (voorzitter), Gustaaf Peek, Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur, die oordeelden dat Minco’s oeuvre dan wel bescheiden is ‘in toon en omvang, maar dat met iedere generatie blijft winnen aan zeggingskracht’. Waarmee deze jury laat zien dat wat van waarde is in het Nederlandse literaire landschap, niet uit het oog verloren mag worden.

    Oorlogsjaren

    Marga Minco (geb. Sara Menco, Ginneken, 1920) groeide op in een orthodox-joods gezin. Op 18 jarige leeftijd begint ze als film- en toneelcriticus bij de Bredasche Courant en schrijft daar ook haar eerste literaire stukjes. Ze wordt in 1940 ontslagen omdat ze joods is. Haar ouders worden verplicht naar de Amsterdamse Jodenbuurt te verhuizen, waar zij bij hen intrekt. Wanneer op een dag mannen de woning van de familie binnendringen, vraagt vader Minco of zijn dochter even de jassen wil halen. Deze kans benut zij om via een poortje in de tuin te ontsnappen. Een scene die in haar debuut, Het bittere kruid staat beschreven. Ze ziet haar ouders, broer en zus nooit meer terug. Minco gaat van onderduik naar onderduikadres. Haar ervaringen gedurende de bezettingsjaren zetten de toon voor haar latere schrijverschap. In haar oeuvre zijn al haar herinneringen en oorlogservaringen verwerkt.

    Marga Minco trouwde na de oorlog met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) die zij in 1938 leerde kennen bij de krant. Ze kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

    Het bittere kruid

    Minco is vooral bekend om haar debuut, Het bittere kruid (1957) waarvoor ze de Vijverbergprijs, (voorloper F. Bordewijkprijs) ontving. Vele jongeren, zo niet alle scholieren lazen deze kleine kroniek voor de leeslijst – Waarmee ‘Lezen voor de lijst’ dan toch zijn dienst bewijst. In 1985 werd het boek verfilmd. Daar was ze allerminst gelukkig mee omdat de film teveel afweek van haar boek. In de titelrol werd opgenomen dat Minco zich distantieerde van de film die dezelfde titel draagt als haar boek. Haar hele oeuvre bestaat  uit zo’n zestien kleine romans, verhalenbundels en drie kinderboeken.

     

    Andere bekende werken van Marga Minco zijn:  Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004).
    In 2015 verscheen in de reeks Gedundrukt van Van Oorschot, een twintigtal van haar beste verhalen en de met de tijd steeds indrukwekkender geworden roman Een leeg huis, onder de titel Na de sterren. Met de door haar zelf aangedragen titel van deze dundrukuitgave, speelt ze met haar bescheidenheid: zij komt, met een ‘dundruk’ na de schrijvers, ‘de sterren’ A. M.G. Schmidt en Carmiggelt.

    Bescheidenheid

    De 98-jarige schrijfster geeft sinds 2010 geen interviews meer, gelezen wordt ze nog steeds. Onlangs verscheen de 57ste druk van de kroniek Het bittere kruid. In 2015, rond de dundrukuitgave, stemde ze nog toe in een ‘papieren interview’ met Arjan Peters: ‘Dingen die ik noteren moet’: Acht vragen aan Marga Minco.’ (VK 2-10- ‘15).

    In het radioprogramma ‘Nieuws en Co’,  werd dochter Jessica Voeten gevraagd naar de reactie van haar moeder op de prijs. Marga Minco reageerde verrast en verheugd maar ook: ‘Hoe kan dat nou. Ik heb al zo lang niets meer geschreven.’
    ‘Maar het is voor je hele oeuvre’, sprak haar dochter. ‘Maar dat is niet zo groot,’ besloot de bescheiden schrijfster.

    Uitreiking

    Gezien de leeftijd en gezondheid van de laureaat zal de prijs van 60 duizend euro niet, zoals gebruikelijk, in mei worden uitgereikt in het Haagse Literatuurmuseum, maar in januari bij de schrijfster thuis.

    In 1999 werd haar oeuvre bekroond met de Annie Romeinprijs en in 2005 met de Constantijn Huygensprijs.

     

     

  • Teksten tentoonstellen

    Ik kwam – natuurlijk – voor The Elgin Marbles, maar was misschien wel meer onder de indruk van wat er tijdelijk in één van de vitrines lag: het manuscript van Alice in Wonderland van Lewis Carroll. De door Carroll zelf geïllustreerde eerste versie van het verhaal maakte deel uit van een tentoonstelling waarin nog veel meer bekende werken in het handschrift van hun maker te zien waren. Alice’s Adventures under Ground – die titel gaf Lewis Carroll zijn kerstcadeautje voor Alice Liddell – bewonderend, had ik het gevoel dat ik  Lewis Carroll aan kon raken.

    Het zal de samensteller van de tentoonstelling in The British Library – toen nog gevestigd in hetzelfde gebouw als het British Museum – weinig moeite gekost hebben om met al het materiaal dat voorhanden was die mooie expositie te maken. Terwijl tentoonstellen eigenlijk niet de core business van deze bibliotheek was en is. Laten zien wat ze in huis hebben, is in zekere zin bijzaak. Het gaat The British Library net als de Nederlandse evenknie – de Koninklijke Bibliotheek – om het verzamelen van wat verschijnt, zodat het culturele erfgoed behouden blijft en bestudeerd kan worden.

    Voor musea ligt dat anders. Van musea wordt juist verwacht dat zij iets laten zien. Dat zij aan de hand van voorwerpen een verhaal vertellen.
    Bij voorwerpen denk je in dit verband niet meteen aan teksten, maar soms durft een museum het aan om documenten en teksten centraal te stellen in een expositie. Veertien jaar geleden zag ik zo’n tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel: Arthur Rimbaud (1854-1891). Een seizoen in de hel. Zorgvuldig uitgelicht waren daar onder andere de processtukken van de zaak Rimbaud versus Verlaine te zien, maar ook andere paperassen, en wie dat wilde kon op een bed in de ziekenzaal naar Un saison en enfer luisteren. Ik las, luisterde en keek mezelf aandachtig door de veertien zalen die de tentoonstelling telde.

    Aan die voorbeeldige tentoonstelling moest ik denken toen ik op de laatste zondag van de Boekenweek gratis met Griet naar Leeuwarden reisde en in het Fries Museum Mata Hari: de mythe en het meisje zag. Vooraf verwachtte ik vooral voorwerpen te zien. Ik hoopte op een tentoonstelling à la Sarah Bernhardt – De Kunst van het Grote Drama, die de actrice tot leven bracht aan de hand van objecten die haar omringden.
    Ik kwam enigszins bedrogen uit. Er waren voorwerpen te zien, maar de meeste verkeerden nooit in de nabijheid van Mata Hari. Er was vooral veel te lezen, waaronder de aanklacht, het bewijsmateriaal, het doodvonnis en de brief waarin zij zichzelf vrijpleit en om gratie vraagt (en fanmail in een glazen kastje).
    Het zag er mooi uit, maar inhoudelijk schoot de tentoonstelling wat mij betreft tekort. De mythe en het meisje kwamen allebei onvoldoende uit de verf. Na afloop wilde ik vooral meer weten, bijvoorbeeld of er terecht vraagtekens gezet worden bij het jaar waarin Isaac Israëls Mata Hari portretteerde. Daarom ben ik inmiddels weer in een biografie over Margaretha Zelle begonnen. Weer, want ik las er het afgelopen jaar al drie.

     

    Foto: fanmail in een glazen kastje

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.