• De kracht van dit boek zit in de rauwe beschrijvingen

    De kracht van dit boek zit in de rauwe beschrijvingen

    Een fictieve stad is het toneel van de roman Jericho van schrijver Lammert Voos. Hij werkte zelf jarenlang als vluchtelingenmedewerker, onder meer tijdens de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Hij publiceerde gedichten, verhalen en romans, deels in het Gronings, de taal van zijn jeugd. De naam Jericho komt in de Bijbel voor, in het boek Jozua, maar niets in deze roman verwijst naar de Bijbelse stad die op miraculeuze wijze veroverd werd door het Joodse volk dat uit het land Egypte weggetrokken was. Jericho is door Voos gesitueerd in het eveneens fictieve Moudzikistan, een ‘oud rijk dat bestaan had uit een lappendeken van volken, talen en religies.’ Het is een staat in het Pontisch-Kaspische steppegebied boven de Zwarte Zee, dat zich uitstrekt van het huidige Moldavië tot aan Kazachstan. De situering van de roman is fictief, maar weinig in dit boek is verzonnen. Voos heeft de roman bijeengesprokkeld uit zijn herinneringen en uit de verhalen van vluchtelingen en hulpverleners uit oorlogen wereldwijd. Hij schreef de roman voordat Rusland Oekraïne binnenviel.

    Jericho is in Voos’ roman de hel op aarde. De stad wordt voortdurend beschoten vanuit de bergen, het is de sterfplaats van wanhopige vluchtelingen en de pleisterplaats van cynische journalisten. Een vervuilde stad, zonder schoon water, lijdend onder de hitte, het stof en de explosieven. Niemand is daar zijn leven veilig en het leed gaat er naakt of half aangekleed over straat. ‘De massa week stroperig uiteen, murw van honger, dorst en uitputting. Stof en nog eens stof, kinderen met zwarte oogleden en lippen van roet (…)’. 

    Korte scènes en een motto

    Het boek bestaat uit korte scènes uit het leven van verschillende personen die we beurtelings volgen of van wie we steeds meer via flashbacks te weten komen. De belangrijkste figuren zijn de Nederlandse journalist Adam, de vluchteling Lidija, de geheimzinnige Anna, Detlev, de barman van Hotel International en de Nederlandse VN-gezant De Jong. Ze proberen allen te overleven in deze poel van ellende.

    De roman begint met een motto van Friedrich Nietszsche: ‘Wenn du lange in einem Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein.’ Dit citaat is helemaal van toepassing op Adam, de journalist. Mede door enkele flashbacks naar zijn jeugd ontstaat het beeld van een man die zijn journalistieke loopbaan gebruikt om aan zijn trauma’s te ontsnappen. Hij is opgevoed door een ‘beest’ van een vader die zijn moeder sloeg, en een moeder die ‘niet deugde’. De schrijver noemt Adam een zaterdagskind, iemand die niets bespaard is gebleven en zich daar zelf schuldig over voelt. Iemand die niet wil accepteren dat de afgrond ook in hemzelf bestaat en dat hij die afgrond telkens weer opzoekt, zoals nu in Jericho. In deze stad blijft hij – door de wol geverfd – ogenschijnlijk heel rustig te midden van de mensonterende omstandigheden waarin mensen om hem heen worden neergeknald of compleet gek worden van angst. Maar iedere keer als hij terugkeert in Nederland wordt hijzelf gek van angst. Het enige wat hem daarvan kan bevrijden is terug te keren naar een oorlogsgebied waar nieuwe belevenissen in verse lagen over de oude gelegd worden. 

    Wie wel en wie niet te vertrouwen

    De vluchteling Lidija is het slachtoffer van jodenhaat op het platteland en moet vluchten. Zij denkt in de stad Jericho veilig te zijn. Onderweg naar de stad verliest ze haar schoonouders en man. Ze ‘sleept’ twee jonge kinderen met zich mee, de een krijsend van honger, de ander bijna dood. Lidija is de schrijfster van een gedicht waarvan door het boek heen telkens zinnen opduiken. Een mooi en tegelijkertijd hartverscheurend gedicht, een ‘bittere zang van lijden en sterven’. Het gedicht wordt in het laatste hoofdstuk in zijn geheel afgedrukt.

    De geheimzinnige Anna wil haar levensverhaal kwijt bij journalist Adam, die weet dat zij via hem bekendheid wil krijgen. Zij is tamelijk ongrijpbaar, ook voor Adam. Hij heeft het gevoel dat haar verhaal is verzonnen, maar hij is toch gefascineerd door haar persoonlijkheid en charme. Hij heeft het gevoel dat zij hem meetrekt in een complot, hem voor haar karretje wil spannen. Adam weet niet goed wie wel en wie niet te vertrouwen is in deze stad.

    Dan is er de barman Detlev, zelf ook een vluchteling, die werkt in Hotel International, de veiligste plek van de stad. Hij is de barmhartige in deze roman, hij doet wat hij kan om de vluchtelingen en gewonden te helpen door ze van voedsel en medicamenten te voorzien geven. Naast deze barman is er ook nog de zichzelf opofferende Nederlandse VN-sergeant De Jong. Het is even zoeken, maar medemenselijkheid bestaat ook in deze stad. 

    Invoelende beschrijvingen

    De kracht van dit boek zit in de rauwe beschrijvingen die het gevoel geven dat je naast en tussen de mensen staat die de verschrikkelijkste dingen overkomen. Zo beschrijft Voos een plein nadat er een granaat is ontploft: ‘Het plein lag bezaaid met lijken en lichaamsdelen. Er kroop een jonge vrouw over de stenen die glibberig van het bloed waren, de resten van haar benen achter zich aanslepend. Overal schreeuwende en huilende mensen op zoek naar geliefden en familie. De ramen waren uit de McDonald’s geblazen, binnen lagen talloze gewonden.’ Lammert Voos schrijft heel afwisselend. Lange zinnen en zinnen die bestaan uit heel weinig woorden wisselen elkaar af. Hij gebruikt prachtige metaforen en verwijzingen. Een pantserwagen doet hem denken aan Jona in de walvis en beweegt zich als een ‘pissenbed’ door de straten.

    Toch is er ook wel wat op het boek aan te merken. Het verhaal van Anna blijft ook na meerdere lezingen onduidelijk. De Nederlandse VN-gezant De Jong is een soort Jezus-ex-machina. De auteur brengt de verschillende hoofdpersonen in de slothoofdstukken bij elkaar, maar dat komt in dit meeslepende en actuele boek wat geconstrueerd over. De drama’s van de hoofdpersonen waren los van elkaar al wel invoelbaar gemaakt.



  • Oogst week 25 – 2024

    Deze vreemde bewogen geschiedenis

    In de Aantekeningen achter in Deze vreemde bewogen geschiedenis schrijft Claire Messud (1966) dat haar boek fictie is: ‘Maar de wederwaardigheden van de familie Cassar sluiten nauw aan op die van mijn eigen familie. De ouders van mijn vader waren geboren en getogen in Algerije’.
    Deze vreemde bewogen geschiedenis begint op 14 juni 1940 in Salonika (Thessoloniki) waar Fransman Gaston Cassar marineattaché is op de ambassade van zijn land. De Duitsers hebben op die dag Parijs bezet en daarmee veranderen leven en werk van Cassar. Hij gaat niet in op de oproep van De Gaulle vanuit Londen aan alle nog vrije Fransen om zich bij hem aan te sluiten, maar besluit zijn eigen weg te gaan. Zijn vrouw Lucienne en de kinderen naar haar geboorteland Algerije. Daar worden ze bepaald niet meer welkom geheten omdat ze getrouwd is met een vertegenwoordiger van de koloniale heerser. Zo is zij, die al vreemdeling was in Salonika, nu ook in hun land van oorsprong niet thuis.
    Vanaf dat moment volgen we de familie Cassar gedurende drie generaties, om in 2010 te eindigen in Connecticut. Het verhaal van deze familie ontrolt zich in wisselende perspectieven en verspringend door de jaren.
    Van Claire Messud (1966) verschenen in Nederland eerder Het vorige leven, Meisje in brand en De kinderen van de keizer.

    Deze vreemde bewogen geschiedenis
    Auteur: Claire Messud
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Nooit moet je me vragen

    Eind vorig jaar verscheen in de privé-domeinreeks een heruitgave van de beroemde verzameling herinneringen, Familielexicon, van Natalia Ginzburg in de vertaling van Jan van der Haar. Nu, amper een half jaar later, is er de bundel essays en verhalen van de schrijfster, die in 1916 werd geboren als Natalia Levi en stierf in 1991 (Ginzburg was de naam van haar in de oorlog vermoorde man). De bundel die oorspronkelijk verscheen in 1970 is eveneens door Jan van der Haar vertaald. Eén van de verhalen is ‘De ouderdom’, geschreven in december 1968, toen ze dus 57 jaar oud was. Het begint als volgt: ‘Nu worden wij wat we nooit wilden worden: oud. Ouderdom hebben we nooit gewild of verwacht; en toen we ons die trachtten voor te stellen was dat altijd oppervlakkig, grofweg en vaag. Ze heeft ons nooit zo nieuwsgierig of belangstellend gemaakt. (In het verhaal van Roodkapje was degene die me het minst nieuwsgierig maakte haar grootmoeder, en het kon ons geen bal schelen dat ze veilig en wel uit de buik van de wolf kwam.) Het merkwaardige is dat we, nu ook wijzelf oud worden, geen belangstelling voelen voor de ouderdom (…) Onze blik zal altijd nog op de jeugd en kindertijd gericht zijn’.
    In het boek zijn tal van commentaren op het werk van Ginzburg opgenomen.

    Nooit moet je me vragen
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    Jericho

    Jericho is de vierde roman van schrijver en dichter Lammert Voos. Een roman over het behouden van waardigheid en menselijkheid in oorlogstijd. De journalist Adam bevindt zich als correspondent in de denkbeeldige stad Jericho. Het boek begint met een proloog waarin Adam worstelt met zijn herinneringen aan zijn oorlogcorrespondentschap in Jericho. ‘Niets had hem voorbereid op de stank en de chaos, de beelden die ’s nachts terugkwamen.’ Voos werkte als vluchtelingenwerker tijdens de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Deze roman is gebaseerd op zijn ervaringen. In het boek raken enkele mensen ingesloten in een belegerde stad waar vervolgend de anarchie uitbreekt.

    ‘De pantserwagen ploegde voort en bereikte het oude stadscentrum, reed langs de neoklassieke gebouwen, de eens zo mooie parken die nu allemaal kerkhoven waren, langs het station, in de richting van Hotel International. Achter het hotel lag de vn-compound en in het hotel huisden de fixers, de journalisten, hulpverleners, hoeren, pooiers en de gangsters die de stad in werkelijkheid controleerden. Mogadishu, Kabul, Goma, Bagdad; al die steden hadden zo’n hotel. Binnen heerste wapenstilstand, één stap buiten en je was vogelvrij.’

    De gebeurtenissen zijn schrijnend en beklemmend, ieder moet zichzelf redden (je maakt je een levendige voorstelling van Gaza als je dit boek leest). Ook denk je aan dat bijbelverhaal, ‘Val van Jericho’. En ja, zie dan je menselijkheid en waardigheid maar eens te behouden. Het boek is opgebouwd in kleine hoofdstukken, onderscheiden door steeds een witte bladzijde. Zo kan dit belangrijke verhaal in afgepaste stukje gelezen worden.

     

     

    Jericho
    Auteur: Lammert Voos
    Uitgeverij: Thomas Rap