• Schoolreisje en missie ineen

    Schoolreisje en missie ineen

    Tussen de regels door is het klip en klaar: ‘De vrijheid van Oekraïne is nog niet gestorven.’ In deze eerste regel van het Oekraïense volkslied, en dan vooral in het woordje ‘nog’, schuilt volgens Jelle Brandt Corstius ‘een berg doden, drama, verdriet. Opnieuw vechten Oekraïners voor hun voortbestaan, in wat een lange oorlog lijkt te worden, met ongewisse uitkomst.’
    De oorlog verscheurt Brandt Corstius. Tweeëntwintig jaar geleden bezocht hij Lviv voor het eerst en viel als een blok voor Oekraïne en voor de cultuur – en de absurditeiten – van het oosten. Hij leerde Russisch en zou als correspondent voor  dagblad Trouw van 2005 tot 2010 in Moskou wonen. Hij voelde zich er als een vis in het water en noemt Rusland ‘de liefde van zijn leven’. Een liefde waar hij mee moet breken nu Rusland Oekraïne is binnengevallen. ‘We kunnen niet neutraal toekijken, de vrijheid en veiligheid van Europa is in het geding. Ook wij zijn in oorlog met Rusland.’ 

    Hij sluit zich aan bij Jaap Scholten, schrijver en oprichter van ‘Protect Ukraine’. Zijn stichting levert spullen die Oekraïense soldaten in leven moeten houden, zoals terreinauto’s, maar ook kogelvrije vesten, helmen en tourniquets. Brandt Corstius twijfel geen moment en gaat met een groep van veertien mannen op weg naar het Oosten. ‘Het is oorlog, en wij komen de spullen brengen voor de goeden zodat die van de kwaden kunnen winnen.’ Het is voor hem een persoonlijke afrekening met zijn oude liefde Rusland waar hij naar smacht. 

    Jongensachtige branie

    Spullen brengen is het relaas van deze tocht. ‘Een bont reisverslag en een afscheid van een oude liefde ineen’, aldus het omslag. Schoolreisje en missie ineen had er ook kunnen staan, want als iets het boek karakteriseert is het wel de bonte mengeling van kwajongensachtige branie zo kenmerkend voor schoolreisjes maar dan met de ernst van het slagveld.

    Bij vertrek uit Bloemendaal wordt de toon meteen gezet. ‘Af en toe geeft de correspondent zonder enige reden anders dan kinderlijk plezier een flinke dot gas en dan gillen we het uit van de pret. Over snelheidsboetes hoeven we ons niet veel zorgen te maken, over een paar dagen wordt de nummerplaat – een Zweedse – er in Oekraïne afgehaald en rijdt hij zonder plaat met soldaten aan het front.’ De reis gaat via Drenthe naar Lientzen in de Duitse deelstaat Brandenburg, waar ze overnachten bij een bevriende graaf van Scholten. Deze graaf Carl-Han Graf von Hardenberg blijkt af te stammen van een van de weinige militairen die zich tegen Hitler keerde, en draagt in deze nieuwe oorlog graag zijn steentje bij met een uitgebreid banket voor de groep (met bijpassende dranken). Brandt Corstius en zijn kompanen laten het zich met plezier welgevallen.

    Maar als het konvooi de grens met Oekraïne bereikt wordt de sfeer vanzelfsprekend meer gespannen. Het is duidelijk dat het nu serieus wordt. ‘Veertien Nederlandse simkaarten bij elkaar kan een juicy target zijn.’ Ze verwijderen ze voor de zekerheid, omdat ze toch een oorlogsgebied binnenrijden. Ver van het front, maar overal kan een raket inslaan.

    Toch verdwijnt de kwajongenssfeer niet helemaal. En Brandt Corstius houdt ook gedurende de laatste etappes de humor vanuit overtuiging overeind. Ook in zijn wekelijke podcasts, zo schrijft hij, probeert hij altijd iets raars te stoppen. ‘Want wat heeft het leven nou voor zin zonder humor?’ En het zijn toch vooral ook de absurditeiten van zijn geliefde Rusland die hem tijdens deze wrange oorlog op de been houden. Zoals de militaire salades die Russen altijd blijken te eten op 9 mei, om de overwinning op de Nazi’s te vieren. Of het schaap dat ouders uit de arme regio Boerjatië van de Russische staat krijgen als compensatie voor hun gesneuvelde zoon. 

    Van schoolreisje naar missie

    Naast de lichtvoetige Brandt Corstius, is er ook de didactische. Hij deelt zijn kennis over Rusland en de Russische ziel met graagte, waardoor je als lezer het een en ander opsteekt. Over dat niet Poetin het probleem is, maar het in Rusland diepgeworteld imperialisme. En over waarom Oekraïners zich in de Tweede Wereldoorlog in groten getale bij nazi’s aansloten, en tegen de Russen vochten, waardoor Poetin ze nu nazi’s noemt.

    Maar verwacht geen uitgebreide introductie in het hoe en waarom van de oorlog. Daarvoor blijft de luchtigheid waarmee Brandt Corstius de missie en het conflict beschrijft te groot. Altijd met een knipoog, zo lijkt het. Een knipoog die alomtegenwoordig lijkt, zo blijkt uit de waarschuwingen die hij via zijn telefoon over luchtaanvallen krijgt. Als het gevaar is geweken klinkt steevast de vertrouwde stem van Mark Hamill, Luke Skywalker uit Star Wars. ‘The air alert is over. May the force be with you.’ 

    Ondanks de lichtvoetigheid is het duidelijk dat wat voor sommigen begon als een schoolreisje is uitgegroeid tot een missie. Alsof hij daar nog over twijfelt, vraagt Brandt Corstius aan Mychajlo, die in Kyiv een auto komt ophalen, naar de romantiek van oorlog, naar de verbroedering en de intensiteit van het leven aan het front. Mychajlo is vrijwilliger en chauffeur van een ambulance die gewonden en doden vervoert. Voor hem geen schoolreisjes. Geen kwajongens branie. Als Brandt Corstius vraagt of er ook mooie momenten in de oorlog zijn, maakt zijn dofheid plaats voor felheid. ‘Er is helemaal niets moois aan man. Domme oorlogsromantiek. Ik wil dat deze kutoorlog voorbij is en weer iets leuks doen.’

     

     

  • Oogst week 16 – 2024

    Ochtend en avond

    Bij uitgeverij Oevers is onlangs in een nieuwe vertaling weer een boek verschenen van Jon Fosse (1959), de Nobelprijswinnaar uit 2023. Fosse is auteur van uiteenlopende genres, hij heeft romans, toneelstukken, gedichten, kinderboeken, verhalen en essays geschreven en wordt geprezen om zijn bijzondere stijl. Marjet Maks schrijft daarover in haar recensie over Melancholie II: ‘Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid.’
    Sommige lezers zullen even moeten wennen aan het repeterende taalgebruik van lange, meanderende zinnen. Anderen zullen meteen verkocht zijn.

    Marianne Molenaar heeft inmiddels veel van het werk van Fosse vertaald. Ochtend en avond dat in 2000 in Noorwegen voor het eerst verscheen, vertaalde zij al eens in 2005. Voor deze nieuwe uitgave heeft zij haar toenmalige vertaling geheel herzien. Molenaar is een veelgevraagde vertaalster van o.a. het werk van Knut Hamsun, Per Petterson en Karl Ove Knausgård.

    In Ochtend en avond wordt een weduwnaar wakker en voelt dat de wereld anders is geworden. Hij kan er de vinger niet echt op leggen, dus staat na enige aarzeling toch maar op en gaat zoals elke morgen naar de haven. Daar ontmoet hij zijn beste vriend Peter die al een tijdje dood is. Zij varen samen uit. Als hij vervolgens ook zijn vrouw bij terugkomst in de haven op hem ziet staan wachten, maakt hem dat heel gelukkig.

    Ochtend en avond is een kleine troostrijke novelle die uitnodigt om nader kennis te maken met het werk van Fosse.

    Ochtend en avond
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Spullen brengen

    Zo’n driekwart jaar geleden, in juli 2023, verscheen er op de website van de NOS een bericht met als titel “Schrijvers helpen leger Oekraïne: ‘Poetin versla je niet met zang en dans”’.
    Het was een bericht over een initiatief van een aantal vrienden om hulpgoederen (o.a. auto’s, helmen, kogelwerende vesten en medische spullen) te verzamelen voor Oekraïne met de bedoeling ze vervolgens ook ter plekke af te leveren. Een aantal van die vrienden zijn de schrijvers Jaap Scholten, Jelle Brandt Corstius en Tommy Wieringa.

    Jelle Brandt Corstius maakte in die tijd al een tijdje de podcast over de oorlog in Oekraïne Voordat de bom valt, waarin hij beoogde ‘perspectief en context te geven bij deze oorlog’. (De laatste aflevering van deze podcast was op 19 maart 2024.)

    Toen hij gebeld werd door Jaap Scholten om hulpmateriaal naar Oekraïne te rijden was hij daarvoor dan ook zeer gemotiveerd. Zijn ervaringen schreef hij op en zijn nu verschenen in het boek Spullen brengen.

    Jelle Brandt Corstius (1978) kent Rusland goed, en was van dat land gaan houden. Hij heeft er jarenlang gewoond en gewerkt, als correspondent voor Trouw. Hij stond op het punt om naar Rusland af te reizen toen dat land Oekraïne binnenviel. Zijn liefde voor Rusland heeft enorme schade opgelopen uiteraard. Op dit moment is hij bezig met een zesdelige serie over Oekraïne voor de VPRO.

    Spullen brengen
    Auteur: Jelle Brandt Corstius
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag

    Twintig keer Dee

    Met je debuut meteen de prijs voor het Beste Boek voor Jongeren winnen. Dat overkwam tot zijn eigen verbazing Oliver Reps in 2019 met zijn boek De dag die nooit komt waarover de vakjury schreef: ‘Je komt als lezer heel dichtbij, het verhaal heeft de kracht om intiem en klein te blijven, terwijl er ook vreselijk veel gebeurt.’

    Onlangs is Reps’ tweede boek verschenen, Twintig keer Dee. Daarin gaat het over een student die in een opwelling naar Berlijn reist, naar zijn vriendin. Wat hem daar te wachten staat weet hij niet, maar spannend vindt hij het wel.

    De jongen neemt het zekere voor het onzekere als hij vertrekt:
    ‘[…]
    Zachtjes trek ik de deur achter me dicht
    Neem twee trams eerder dan strikt noodzakelijk
    Misschien wel drie
    Uit voorzorg
    Want je weet maar nooit
    […]’

    Zo gaat het verder, in korte afgemeten zinnen met feiten en overdenkingen. Reps heeft het geschreven, als verse novel, als versroman.

    De jongen is op tijd:

    ‘[…]
    Ben hier veel te vroeg
    Amsterdam Centraal
    Struin maar wat rond
    Langs winkeltjes
    Koffietentjes
    Om de tijd te doden
    Mijn rugzak over mijn schouder
    Koffertje in mijn hand
    Nippend van mijn latte
    En word zowat omvergelopen
    Door de meute
    Omdat ik niet meebeweeg
    Met de stroom
    […]’

    Oliver Reps is kinderboekhandelaar. Twintig keer Dee is geschreven voor volwassenen, maar is ook geschikt voor jong volwassenen. In het boek zijn prachtige foto’s van Anne Reinke opgenomen.

    Twintig keer Dee
    Auteur: Oliver Reps
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie
  • Drie en een halve kilo verleden tijd

    Drie en een halve kilo verleden tijd

    Hugo Brandt Corstius liet zijn kinderen weten dat ze hem na zijn dood maar in een vuilniszak moesten stoppen en ergens dumpen…
    Dat leek hen toen het er op aan kwam – hij overleed op 28 februari 2014, 78 jaar oud – toch wat te radicaal en gezien het beperkte volume van vuilniszakken ook moeilijk uitvoerbaar. Bij gebrek aan betere ideeën lieten ze hem cremeren. Maar wat te doen met het resultaat, de as?
    Zoon Jelle, uit zijn evenwicht door de snelle hersenverweking en daarop volgende dood van zijn vader, hoopt weer rust in zijn hoofd te krijgen door de as te verstrooien op de Middellandse Zee, ter herinnering aan de fietstochten die ze samen gemaakt hebben.

    Met ‘de conditie van een oude duif‘ en zonder veel voorbereiding gaat hij op de fiets langs bij het crematie-oord om de lange tocht te beginnen. Dat de verbrande resten van zijn vader drie en een halve kilo blijken te wegen dreigt het plan te verstoren, want daarvoor is geen plaats in zijn al overvolle fietstassen. Dankzij de welwillende dame van het ashuis gaat hij uiteindelijk op pad met een zakje van purper satijn met een strik eromheen, waarin een paar ons van zijn vader is opgeborgen. Die het hele idee van deze reis volstrekte dwaasheid zou vinden.
    De tocht duurt twee weken, waarvan elke moeizame etappe en bizarre slaapplek met precisie wordt beschreven, inclusief de Nederlanders die Jelle af en toe tegen komt en die hem wijzen: Rusland is díe kant op! In die twee weken verandert hij van een snel ontroerde, onevenwichtige, bangige, door zijn vader plotseling verlaten zoon, in een afgetrainde volwassen wielrenner die – eens een documentairemaker altijd een documentairemaker – de lezer voorziet van nuttige adviezen mocht hij ooit een hoge berg per tweewieler willen beklimmen. ‘Beter is het om meteen aan het begin van de klim even te stoppen, veel water te drinken en eens goed naar de berg te kijken. Hoe loopt de weg, hoe lang is hij en wat voor helling heeft hij? Zie ik daar nou een auto door een haarspeldbocht gaan? Ligt er halverwege al een dorp? Dan zal de weg daar weer omlaag gaan. Dan kijk je naar de lucht. Bij een lange klim en goed weer loont het de moeite om een laag kleding uit te trekken.’

    Excentriekeling
    Maar voordat hij tot deze volwassenheid is gerijpt beschrijft Jelle zonder gene de genegenheid, de woede en de schaamte die zijn vader bij leven en welzijn in hem los maakte. Want Hugo Brandt Corstius behoorde tot het mensentype van de excentrieken, waar ze in Engeland dol op zijn, maar die in Holland vooral het ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ oproept. Overal voordringen en er een geheel eigen wijze van dansen op na houden zijn maar twee van de vele eigenaardigheden die zijn lust en zijn leven waren, tot schaamte van zijn kinderen als ze erbij waren. Dat hun vader niet alleen universitair docent semantiek en computerlinguïstiek was maar ook onder allerlei schuilnamen briljante maar vaak vileine columns schreef was zijn kinderen niet onbekend, maar dat deel van zijn leven ging langs hen heen. Wat ze ervan merkten was wel wel dat hij altijd aan het werk was en weinig tijd had voor het vaderschap. De kinderen waren dan ook vooral op de wereld gekomen omdat hun moeder dat wenste. Toen zij op haar 34ste overleed aan huidkanker bleven zij over met een vader die weinig geneigd was affectie te tonen, maar op onverwachte momenten toch toegankelijk bleek te zijn. Al met al eerder een gekke oom dan een ouder.

    Met smaak vertelt Jelle in As in tas over de eigenaardigheden van de man die door een bizar toeval zijn vader was maar zich daar niet naar gedroeg en aan wie hij in de loop van de tijd toch erg verknocht raakte. Hugo Brandt Corstius had bijvoorbeeld de neiging zich op allerlei prestaties te laten voorstaan, die hij misschien wel maar vaak ook niet verricht had. Liegen was dat niet, meer het oplaten van proefballonnetjes, kijken tot hoever hij kon gaan.
    Hij bezat de kunst om dingen zo stellig te zeggen dat je ze ging geloven.(…) Zo kon hij mij alles wijsmaken; zoals ‘Ik zat ooit bij de Black Panthers’ of ‘Ik belandde ooit in de gevangenis omdat ik met zwarten vooraan in de bus ging zitten’. Zo zou hij ook onder meer de magnetron hebben uitgevonden. En het internet. Later ging ik natuurlijk wel twijfelen aan al deze mededelingen. Daardoor ga ik er per definitie nooit van uit dat iemand de waarheid spreekt. Want als je vader tegen je liegt, wie kun je dan wel nog geloven? (…)En toch: ik wist nooit helemaal zeker dat het niet waar was. Hij was nou eenmaal een wonderlijk stripfiguur, en die maken wonderlijke dingen mee. Toen ik een abonnement op The New York Times nam, kreeg ik er toegang tot het archief bij. Zonder erbij na te denken tikte ik de zoekterm ‘Brandt Corstius’ in. Er kwam één resultaat uit. Een artikel van 1 september 1961 met de kop ‘DUTCH WRITER FREED – New Orleans judge drops charges in race incident.Bleek dat hij was opgepakt toen hij met Afro-Amerikanen voor in de bus was gaan zitten.’

    Als Jelle en zijn vader een treinreis door Rusland maken blijkt al snel dat één van Hugo’s beweringen niet klopt:
    Uiteraard had mijn vader voordat we op reis gingen beweerd dat hij vloeiend Russisch sprak. Hij kende inderdaad één zin uit zijn hoofd: ‘Ja ne snaiu gde on’, ‘Ik weet niet waar hij is’. Verder kon hij heel goed knikken alsof hij de conversatie prima volgde. Dan had ik dus een gesprek met een Rus over de werkloosheid in Irkoetsk, waar mijn vader heel begrijpend bij knikte, om ineens ‘Ik weet niet waar hij is’ te zeggen. ‘Ik weet ook niet waar hij is,’ antwoordden de Russen dan meestal verontwaardigd. Voor de duidelijkheid: ze vroegen nooit ‘Welke hij bedoel je?’, maar gingen zonder hapering mee in het universum van mijn vader.

    Liggen op vaders rug
    Het is moeilijk de verleiding te weerstaan om grote delen uit As in tas te citeren, want de fietstochten die Jelle met zijn vader maakte en die hij in dit boek herhaalt leveren veel mooie anekdotes op.

    ’s Avonds, als mijn vader een smerig vegetarisch gerecht voor zich had staan, zei hij altijd, terwijl de serveerster wegliep: ‘Wat heeft zij een dikke kont.’ En altijd net te hard, zodat de serveerster het ook kon horen. Dat had ik maar te accepteren: wie een leuke tijd wilde doorbrengen met mijn vader moest die pesterijen voor lief nemen. Als mensen kwaad werden was hij volgens mij het gelukkigst. Dat betrof niet alleen zijn stukjes in de krant, maar ook het dagelijks leven. De tochtjes duurden daarom ook nooit langer dan twee dagen, dan was ik de pesterijen zat.

    Maar heel dicht bij de ergernis was ook de affectie:

    ‘Na het wijn drinken (…) en het beledigen van de serveerster kwam altijd het slapen in de hotelkamer. Mijn vader deed dan eindelijk zijn overhemd met enorme zweetvlekken uit en ging onder de douche, waar hij zich schoor zonder scheergel of spiegel. Met een bebloed gezicht kwam hij dan naast mij liggen. Vrij snel ging het licht uit, waarna de echte gesprekken begonnen. Over de liefde en soms zelfs over ons gezin. Mijn vader viel meestal als eerste in slaap, per slot van rekening had hij bijna alleen de fles leeggedronken. De geur van het overhemd waarde dan nog steeds door de kamer. Het was ongelooflijk dat die geur niet minder werd, elke keer dat ik inademde dacht ik: papa. Die geur was overigens heel aangenaam, voor mij in ieder geval. De eerste jaren na de dood van mijn moeder kroop ik vroeg in de ochtend, in een soort halfslaap, in het in het bed van mijn vader. Het was een rond bed, een reliek uit de jaren zeventig. Ergens in die cirkel lag mijn vader, en dan ging ik boven op hem liggen.’

    Met As in tas schreef Jelle Brandt Corstius de dood van zijn vader van zich af. En de lezers van het boek maken kennis met de echte Hugo Brandt Corstius. Ze gaan onherroepelijk van hem houden. Iets wat hij nooit gewild zou hebben. Maar gelukkig nooit te weten zal komen.

  • Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Onder de titel Een nieuw hoofdstuk wordt een grote literaire benefietavond gehouden voor vluchtelingenkinderen. Vele auteurs hebben zich hierbij aangesloten en treden die avond belangeloos op in een uniek programma dat in en samen met de Stadsschouwburg Amsterdam wordt georganiseerd. Naast initiatiefnemer Dimitri Verhulst geven onder anderen Tommy Wieringa, Connie Palmen, Jelle Brandt Corstius, Christine Otten, Anne Vegter, Kader Abdolah, Renate Dorrestein, Maartje Wortel en Esther Gerritsen acte de présence. Presentatie van de avond is in handen van onder meer Ruben Nicolai en er is muziek van Wende Snijders.

    De opbrengsten van de avond gaan naar My Book Buddy. Dit project voorziet alle kinderen in AZC’s van een eigen prentenwoordenboek Nederlands en zorgt ervoor dat AZC-scholen boekenkasten met geschikte leesboeken krijgen. In dit project wordt niet ingegaan op de oorzaken en gevolgen van het vluchtelingenvraagstuk, dat vele nuances kent. Het richt zich op een groep kwetsbare kinderen die de huidige crisis niet heeft veroorzaakt, maar er wel door wordt geraakt.

    2016 Jaar van het Boek
    Het benefiet wordt georganiseerd door de Leescoalitie* in het kader van 2016 Jaar van het Boek. Doel van dit jaar is om boeken dichter bij iedereen te brengen: bij jong en oud, rijk en arm, laaggeletterd en boekenwurm, bij hen die al generaties lang hier wonen en bij nieuwkomers. Taal en lezen als basisvaardigheden kunnen gevluchte kinderen op weg helpen in een nieuwe samenleving. Beschikbare en aantrekkelijke boeken helpen bij de taalontwikkeling, bieden inspiratie en (voor)leesplezier.

    De line up wordt nog steeds aangevuld, zie voor een actueel overzicht 2016jaarvanhetboek.nl. Tickets voor het benefiet zijn verkrijgbaar via de ticketshop van Stadsschouwburg Amsterdam. De opbrengsten uit de kaartverkoop gaan volledig naar My Book Buddy.

    De benefiet wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationale Toneel.

     

  • Lviv, een impressie van een literair geïnspireerd stadsbezoek

    Lviv, een impressie van een literair geïnspireerd stadsbezoek

    ‘Het is een ironie van de geschiedenis dat de stad Lviv, die gedurende haar lange geschiedenis pas enkele decennia een puur Oekraïense stad is, nu juist als het centrum geldt van de Oekraïense cultuur’ *

     

    ‘Directe vluchten tussen Oekraïne en Rusland zijn sinds zondag gestaakt. Dat is het gevolg van nieuwe sancties vanuit Kiev. Die zijn bedoeld om de Russen te straffen voor de annexatie van de Krim en het steunen van gewapende separatisten in Oost-Oekraïne.’, zo meldt het ANP op maandag 26 oktober 2015. Kiev International Airport is een middelgrote luchthaven, van de buitenwereld gescheiden door een omheining van rollen prikkeldraad. Op de luchthaven zelf zijn alleen vliegtuigen te zien van Ukraine International Airlines met aan de zijkaGalicische vertellingennt een paar militaire vrachtvliegtuigen. Russische bestemmingen staan niet aangegeven op de elektronische informatieborden. Na een verblijf van een paar dagen in de West-Oekraïense stad Lviv vliegen wij via Kiev terug naar Amsterdam. De vliegreis bekort ik met het lezen van de Galicische vertellingen van de Poolse schrijver Andrzej Stasiuk. Wat een geweldenaar, deze schrijver. In een serie korte verhalen schetst hij liefdevol het harde, soms rauwe boerenleven in een Galicisch dorp aan de rand van de Karpaten, schijnbaar onafhankelijk van elkaar, maar op een geraffineerde manier toch innerlijk vervlochten. Zo kom je thuis uit de Oekraïne!


    Lemberg, Lvov, Lwow en nu Lviv

    Lviv is een mooie, middelgrote stad van ca. 750.000 inwoners met een roerige geschiedenis. De uitstraling van de stad is Midden-Europees: veel barok en jugendstil met in de buitenwijken de bekende sovjetflats. De stad doet sterk denken aan het Poolse Krakau. galicie_DEF
    De hoofdstad van de landstreek Oost-Galicië ligt op de scheidslijn van Midden- en Oost-Europa. Vóór de Eerste Wereldoorlog behoorde de stad (toen Lemberg geheten) tot het Oostenrijks-Hongaarse kroonland Galicië. Nadien is ze beurtelings bezet door Russen, Polen, Duitsers en Oekraïners. Even zovele keren veranderde de stad van naam: van Lemberg naar Lvov, Lwow en nu dus Lviv. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie behoort de stad tot de onafhankelijke republiek Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het Joodse deel van de bevolking, ongeveer eenderde  van het totaal, volkomen uitgeroeid. Door het verschuiven naar het westen van de grenzen van Polen en de Sovjet-Unie na 1945, werd de Poolse bevolking gedwongen de stad te verlaten en mee te verhuizen. Voortaan maakte Lviv deel uit van de Sovjet-Unie. Nauwelijks beschadigd door bombardementen of andere krijgsverrichtingen staat het karkas van de stad nog overeind, een mooi karkas, dat wel. De Oekraïners hebben de lege huizen gevuld. Jan Paul Hinrichs noemt Lviv in zijn voortreffelijke literaire reisgids Lemberg – Lwów – Lviv de ultieme stad voor historici. En dat is dan ook de reden voor ons bezoek aan deze stad.


    Moderne stad met authentiek karakter

    Het zijn regenachtige dagen. De droge momenten zijn schaars. Wij laten ons echter niet weerhouden er op uit te gaan en iets dichter bij de geschiedenis van de stad te komen. De paraplu bewijst zijn diensten. Het historisch museum van de stad op het centrale plein biedt een goede ingang. Veel informatie over de strijd tegen de Turken in de 17e eeuw en de historische relaties met de kozakken, de Russen en de Polen; interessant allemaal, maar van het Joodse verleden is vrijwel niets terug te vinden, ook elders in de stad trouwens niet: een restant van een synagoge, geen enkel museum, een onduidelijk monument over de Shoah en verder niets. Toch curieus gezien het stempel dat de Joden in het verleden op deze stad hebben gedrukt, maar misschien wel verklaarbaar. De Oekraïners hebben het mogelijk te druk met hun eigen misère. Het wankele bestaan van hun jonge onafhankelijke staat bezorgt hen al kopzorgen genoeg. Overal liggen in kraampjes anti-Poetin prullaria te koop, van deurmatjes tot rollen wc-papier met zijn portret er op. Op het plein voor het monument van de onafhankelijkheid staan kraampjes waar jonge mensen actie voeren tegen de separatisten in het oosten van het land en overal staan in de winkels bij de kassa bussen waarin je geld kan deponeren voor de strijd. Het land is in oorlog. Toch beheerst dit niet het straatbeeld van Lviv. De stad maakt een moderne, westerse indruk met grote winkelstraten en verlichte etalages. De bekende winkelketens, waardoor bij ons alle winkelstraten op elkaar lijken, ontbreken echter grotendeels. Dit geldt ook voor de schreeuwerige lichtreclames. De stad behoudt zo zijn eigen authentieke karakter. Overal vind je naast de Oekraïense vlag de vlag van de Europese Unie. In gesprekken met de mensen merk je dat ze graag deel zouden uitmaken van de Europese Unie, een geluid dat bij ons nauwelijks nog gehoord wordt. Zij zijn de corruptie van hun eigen politici beu evenals de Russische militaire dreiging. Lviv is een groene stad met veel parken, plantsoenen en bomen, in de herfst werkelijk een lust voor het oog. Behalve wat bedelaars bij de kerkportalen, zie je weinig echte armoede op straat. De stad is schoon en oogt redelijk onderhouden. De mensen zijn over het algemeen goed gekleed. Wel zie je soms oude mensen vaag veegwerk verrichten op straat, een soort werkverschaffing, en in de restaurants zitten heel wat jongelui uren lang achter één consumptie. Wij zijn dan ook meer dan welkom als wij, voor weinig geld overigens, uit eten gaan en een fles voortreffelijke Oekraïense wijn bestellen. Er is een levendig uitgaansleven in het centrum van de stad. Bekend is het Bierrestaurant Pravda. Tijdens de maaltijd wordt de spijsvertering op gang gehouden door het oorverdovend lawaai van een big band.


    Actuele geschiedenis

    Tijdens een bezoek aan de grote begraafplaats Lychakiv, vergelijkbaar met Père Lachaise in Parijs, komt de geschiedenis erg dichtbij. Doorgaans hebben dit soort bezoeken een wat contemplatief karakter waarbij zich als vanzelf een glimlach rond je kaken plooit bij het zien van de soms nogal protserig aandoende, monumentale grafzerken van veelal nauwelijks bekende grootheden. Plotseling valt ons oog op een hele serie Poolse graven waarvan de portretmedaillons systematisch zijn kapot gemaakt. Grafschennis! Overduidelijk! Dit geeft een beklemmend gevoel: er zit veel haat en verdriet in deze samenleving. Het viel trouwens op dat het, ondanks het slechte weer, tamelijk druk was op de begraafplaats. Oudere stelletjes, armpje door, maar ook groepjes jongeren. Ernstig kijkende mensen. Vlak achter de enorme militaire begraafplaats van het type dat we wel kennen uit de omgeving van Ieper en Noord-Frankrijk, zien we een in der haast aangelegde nieuwe begraafplaats, overweldigd door een zee van bloemenkransen.  Hier rusten de doden van de oorlog tegen de separatisten in het oosten. Een jonge vrouw loopt rond met een kleurenfoto van haar broer, misschien wel haar vriend of man. Dit is een levende begraafplaats. Een zekere bedruktheid maakt zich van ons meester.


    Advies voor een heruitgave
    Het zout der aarde
    Na een bezoek aan de prachtige opera van de stad, verdiep ik mij in Het zout der aarde, een boek van de Galicische schrijver Józef Wittlin, mij aangeraden door Jan Paul Hinrichs in zijn hiervoor genoemde reisgids en aangeschaft op de veilingsite Catawiki. Het is een aangrijpende anti-oorlogsroman, in 1937 verschenen bij de Wereldbibliotheek en uitstekend vertaald door Dr. A.E. Boutelje. Als de uitgeverij het boek nog even door meestervertaler Karol Lesman kritisch tegen het licht laat houden, heeft zij, naar mijn mening, een mogelijke bestseller in huis. Het is voortreffelijk geschreven, aangrijpend, beeldend, humoristisch, geëngageerd en uiterst actueel, gezien de vele herdenkingen in het kader van de Eerste Wereldoorlog en de spanningen in de Oekraïne. Het was Wittlins wens om in Lwow een straat naar hem genoemd te krijgen: ‘Nee, geen hoofdstraat met paleizen, banken, gerechtsgebouw, gevangenis, school, handels- en nijverheidskamer of Turks bad. God Verhoede! Mij is een smalle straat zonder riolering en met tien huisnummers genoeg: een of andere nauwe hoek onder het Hoge Slot, bijvoorbeeld de Sieniawskastraat. En wie zou het schaden als de Miodovastraat verandert in de Józef Wittlinstraat.’ (Jan Paul Hinrichs, blz. 111)


    Kerkbezoek

    Een bezoek aan Lviv is niet compleet zonder bezoek aan de vele kerken van de stad. In het bijzonder moet hier genoemd worden de Armeense kathedraal; oriëntaals exotisch, maar ook met Mucha-achtige Jugendstill. Naar mijn smaak misschien wat erg bont en weinig ingetogen, maar wel een van de plaatsen waar veel mensen kennelijk rust en ruimte vinden voor persoonlijke overdenkingen, gezien het aantal in devotie verkerende gelovigen. En het gaat hier niet om enkel wat oudere mensen zoals bij ons, maar ook om jonge mensen in de kracht van hun leven.


    Zhovkva

    Op de laatste dag brengen wij met de bus een bezoek aan het plaatsje Zhovkva, zo’n veertig km buiten Lviv. Zo’n busrit is op zich al een belevenis. Je ziet wat van het platteland en van de plaatselijke bevolking. De armoede is hier natuurlijk groter dan in Lviv. Hier rijden vrijwel alleen nog maar oude Lada’s, terwijl dit in Lviv duidelijk anders is. Zhovkva staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO en is dan ook een prachtig stadje met een schitterend geometrisch Renaissanceplein. Het enige gebouw dat echt aan renovatie toe is, is de indrukwekkende Joodse synagoge gebouwd in 1699, ooit een van de mooiste in Europa. Ook hier is verder vrijwel niets over van wat herinnert aan het Joodse verleden. De man van de plaatselijke VVV was zo enthousiast over ons bezoek dat hij ons zeker een half uur aan de praat wist te houden. Wij konden niet vertrekken zonder zijn boek over de geschiedenis van Zhovkva aan te schaffen. Dit enthousiasme en deze hartelijkheid troffen wij ook aan bij de priester van de plaatselijke Grieks-orthodoxe kerk, door ons opgetrommeld door het telefoonnummer te bellen, vermeld bij de toegangsdeur tot de kerk. Zijn rondleiding langs de prachtige iconostase en het daarachter liggende altaar met het heilige der heiligen, het tabernakel, zullen wij niet licht vergeten.

    Hoewel het tegenwoordig niet in de lijn ligt een bezoek te brengen aan de Oekraïne, kan ik toch een ieder een bezoek aan Lviv grenslandaanraden. De stad heeft veel te bieden, de reis is comfortabel en absoluut niet duur. Wie goed voorbereid aan deze reis wil beginnen, moet echt gebruik maken van de reisgids van Jan Paul Hinrichs en natuurlijk kijken naar de prachtige serie Grensland van Jelle Brandt Corstius.

     

     

     

     

    *Jan Paul Hinrichs in Lemberg –Lwów – Lviv, in de serie: Het oog in ’t zeil, uitg. Bas Lubberhuizen