• Wat dit boek zo boeiend maakt is de variëteit aan bronnen

    Wat dit boek zo boeiend maakt is de variëteit aan bronnen

    Jan Brokken is bewonderaar van het werk van de Caraïbisch-Britse auteur Jean Rhys (1890-1979). Vooral de roman De wijde Sargassozee die zich voor een deel afspeelt op Dominica, een van de Bovenwindse Eilanden van de Kleine Antillen, heeft zijn belangstelling. Het eiland van Jean Rhys is een onderzoek naar haar schrijverschap in de vorm van een literair reisverslag dat gebaseerd is op de bezoeken die Jan Brokken in 1991, 1992 en 1996 aan het eiland bracht en dat eerder al leidde tot de uitgave van Goedenavond mrs. Rhys in 1992. Hierna vestigde de auteur zich op het eiland Curaçao, waar hij de documentairemaker Jan Louter ontmoette die een film over Jean Rhys wilde maken. Na een verblijf in Londen, waar Brokken materiaal verzamelde over de schrijfster, werd een uitgebreide versie van Goedenavond mrs. Rhys onder de nieuwe titel En de vrouw een vreemde gepubliceerd. Het eiland van Jean Rhys is de derde versie van dit reisverslag.

    Onder de indruk van het eiland

    Jean Rhys wilde met De wijde Sargassozee een aanvulling geven op het vermaarde boek Jane Eyre van Charlotte Brontë uit 1847. Vanuit het perspectief van de half-Caraïbische Mrs. Bertha Rochester uit Jane Eyre, die in dit boek aan krankzinnigheid lijdt, geeft Jean Rhys vorm aan de ‘nieuwe Mrs. Rochester’, die in De wijde Sargassozee Antoinette Conway heet en evenals Bertha Rochester langdurig opgesloten wordt. Rhys toont in haar boek begrip voor de benauwende situatie waarin Antoinette verkeert. Ze geeft haar personage veel autobiografische gegevens mee om vat te krijgen op haar handelen en karakter. Haar kille Engelse echtgenoot voelt haar West-Indische sensualiteit niet aan. Ze groeien uit elkaar en het zelfbeeld van Antoinette komt in een negatieve spiraal terecht.

    Jan Brokken is onder de indruk van de natuurlijke schoonheid van het eiland die bij hem herinneringen oproept aan De wijde Sargassozee. Brokken laat in zijn boek diverse keren zijn reisverslag met Rhys’ roman in elkaar overlopen of met elkaar versmelten, wat prachtige passages oplevert. Hij wijst er ook op dat Rhys de roman in de negentiende eeuw laat spelen en zich soms bedient van negentiende-eeuwse woorden, hoewel de roman in de twintigste eeuw geschreven is en in zijn dialogen en beschrijvingen een moderne indruk maakt. Om eerst Jean Eyre te (her)lezen, daarna dit boek te vergelijken met De wijde Sargassozee en dan pas Brokkens Het eiland van Jean Rhys ter hand te nemen, is aan te bevelen, maar niet noodzakelijk. Het boek van Brokken kan onafhankelijk van de andere boeken gelezen worden.

    Karakteristieke eilandbewoners

    Niet de schrijfster Jean Rhys of haar roman De wijde Sargassozee, maar het paradijselijke eiland Dominica dat een magische uitstraling heeft op zijn bewoners en bezoekers is de hoofdpersoon van haar boek. Dat betoogde Mevrouw Daphne Agar, de dochter van de schrijfster Elma Napier, die Jean Rhys bij haar terugkeer op Dominica ontmoet heeft. Jean Rhys raakte met haar in conflict, maar Mevrouw Agar gaf wel toe dat De wijde Sargassozee een meesterwerk was. Deze dame van zevenenzeventig met haar ‘scherpe tong’, die al zestig jaar op het eiland woonde, vertelde aan Jan Brokken de familiegeschiedenis van Jean Rhys. Tijdens zijn bezoeken aan het eiland ontmoette Brokken veel karakteristieke bewoners met hun inheemse gewoonten die hun verhalen aan hem kwijt konden of die zich zwijgzaam tegenover hem opstelden. De meest genoemde persoon is Mr. Royce, de zwarte taxichauffeur die Jan Brokken op het eiland naar de plaatsen brengt die hij wil bezoeken.

    Brokken ontmoet ook de eilandhistoricus Lennox Honychurch, de oude man Mike Morrison die het eiland voor hem op papier uittekent en de jonge Paul Hindeman die hem de weg wijst naar de ruïnes van het huis waar Jean Rhys opgroeide en dat in 1930 door brandstichting werd verwoest. Hindeman zorgt ervoor dat Jan Brokken familieleden van de schrijfster ontmoet, neven en nichten van de oorspronkelijk blanke familie Lockhart. De hoteladministratrice Joséphine en haar echtgenoot Max vertellen hem over de Mardi Gras-opstand in de jaren zeventig vorige eeuw van de Black Power-achtige Dreads, zo genoemd naar hun Afrikaanse haardracht. Elke tocht die Brokken onderneemt, levert een bijzondere ontmoeting of ervaring op. Zo bezoekt Brokken de ruïne van de plantage Geneva Estate, waar hij even aan de bemoste stenen voelt.

    Op deze plantage had Jean Rhys gespeeld en waren haar de verhalen over de oproeren verteld. Op deze plek moet de schrijfster ook ‘de sfeer van verlatenheid en verval, van ondergang’ gevoeld hebben, die een belangrijke rol in haar roman speelt. In haar boek vindt hier de bloedige confrontatie plaats tussen het zwarte meisje Tia en het meisje Antoinette, met als gevolg dat de vriendschap van de twee hartsvriendinnen in één ogenblik omslaat in vijandschap. ‘Schoonheid en geweld, schoonheid en verval,’ zo geeft Jean Rhys de pijnlijke geschiedenis van het eiland met zijn natuurrampen, etnische verschillen en bloedige revoltes weer. In Het eiland van Jean Rhys maakt Brokken de geschiedenis voelbaar. Het boek staat vol persoonlijke verhalen en herinneringen van eilanders met wie Brokken in aanraking kwam en die bijdroegen aan de kennis van het vroegere leven op Dominica. 

    Bronnen van een schrijverschap

     ‘Als je je in een leven verdiept, komt er een moment dat je je volledig met je onderwerp vereenzelvigt. Het is een mooi moment en een gevaarlijk. De wereld verkleint zich tot dat ene.’, schrijft Brokken aan het einde van zijn boek. Identificatie kan leiden tot een vorm van kokervisie. Echter, wat dit boek zo boeiend maakt, is de variëteit aan bronnen die hij aanroert. Hij haalt zijn gegevens uit de bibliotheek van Roseau, uit geschriften van en over Jean Rhys en uit de verhalen van eilandbewoners en andere mensen die er geweest zijn.

    In het boek zijn een achttal foto’s opgenomen. De ondertitel Op zoek naar de bronnen van een schrijverschap is goed gekozen,  zijn reizen naar de Caraïben hebben hem uiteindelijk naar de oorsprong van Rhys’ auteurschap gebracht. Tegelijkertijd laat Het eiland van Jean Rhys een werkwijze en onderzoeksmethode zien die inzicht geeft hoe Jan Brokken zijn boeken schrijft en structureert. Dit boek gaat niet alleen over Jean Rhys, maar is tevens een spiegel van het schrijverschap van Jan Brokken. Bij hem is een boek een zorgvuldig afgewogen combinatie van een reportage, journalistiek onderzoek, een of meerdere literaire lagen, biografische gegevens en levensechte personages. Jan Brokken is een rasverteller, zowel van zijn eigen verhalen als die van anderen. 

     

     

  • Taal moet swingen

    Taal moet swingen

    Jean Rhys schreef buitenstaanders literatuur; haar overwegend vrouwelijke personages zijn outsiders op Dominica, in Engeland, Parijs en Midden-Europa. In swingende stijl worden hun verhalen verteld.
    Rhys kreeg bekendheid door haar roman De wijde Sargassozee (1966). Lang daarvoor schreef ze echter al kortverhalen, waarvan de eersten werden gepubliceerd in 1927. Op dat moment leidde de geboren Dominicaanse een bohemien bestaan in Parijs. Gedurende haar leven trouwde ze driemaal en woonde op verschillende plekken in Europa. Alle verhalen verzamelt het werk uit drie verschillende bundels, aangevuld met enkele losse teksten, en is daarmee de eerste integrale uitgave van Rhys’ kortverhalen in het Nederlands. Naast haar debuut The left bank and other stories (1927) gaat het om Tigers are better-looking (1968) (beide nu vertaald door Lisette Graswinckel) en Sleep it off, lady (Mens, slaap je roes uit) (1976) (al eerder vertaald door W.A. Dorsman-Vos).

    Europese dromen

    De vroegste verhalen tellen doorgaans maar enkele pagina’s en spelen zich voornamelijk af in Parijs, of preciezer; Montmartre en Montparnasse. Het gaat vaak over jonge vrouwen die, op zichzelf aangewezen, het hoofd boven water proberen te houden. Ze dansen voorzichtig op het slappe koord boven een afgrond van financiële onzekerheid maar moeten ook bedacht zijn op het kleinburgerlijke oordeel. Deze precaire balansoefening wordt met veel inzicht op papier gezet. Voor hen die falen is de wereld meedogenloos. Opvallend genoeg wordt de burgermoraal meestal belichaamd door een personage uit Engeland, met vaste wortels en overtuigingen. De protagonisten daartegenover zijn nergens thuis en moeten hun eigen denken en handelen vormgeven.

    Indruk maakt het langste verhaal uit dit deel, getiteld ‘Vienne’, gesitueerd in midden-Europa. Uit de opening blijkt dat het om een terugblik gaat, de beschreven tijd is vervlogen, zelfs bijna uit het geheugen verdwenen. Frances verkeerde met haar geliefde, Pierre, in de betere kringen van Wenen. Het is de tijd dat Japanse officieren als militair attaché de stad bevolken begin 1920, zodat een vrij bonte verzameling karakters de revue passeert. Al vrij snel blijkt dat dit leven op grote voet slechts van tijdelijke aard kan zijn omdat de financiële basis van Pierre niet zo solide is als hij voorwendt. Het paar ziet zich uiteindelijk gedwongen om uit te wijken naar Boedapest. Maar de echte vraag moet nog aan bod komen: kunnen ze met z’n tweeën ook slechte tijden het hoofd bieden? ‘Vienne’ is, met z’n dertig bladzijden, een rijk verhaal dat de lezer betovert en meevoert door een verdwenen Europa. De vloeiende stijl van Rhys komt helemaal tot z’n recht dankzij de gevarieerde setting en het vrije plot.

    Benauwend Engeland

    De tweede verhaalverzameling is geschreven in de vijftiger jaren van de 20e eeuw, toen Rhys teruggetrokken leefde op het Engelse platteland, waar zich ook enkele verhalen situeren. In ‘Al noemen ze ’t jazz’ volgen we Selina, die haar huurhuis wordt uitgezet wanneer ze het voorschot op een dag niet kan betalen. Ze ontmoet een man die haar, naar het lijkt met kwestieuze motieven, een vervallen woning aanbiedt. Hele dagen op zichzelf aangewezen, grijpt ze naar de drank en krijgt al snel ruzie met een stel kleingeestige buren. Dit komt haar uiteindelijk op een gevangenisstraf te staan. Onderweg naar de cel wordt ze begeleid door een vrouwelijke agent: ‘Ik pak haar hand vast want ik ben bang. Maar ze trekt ‘m weg. Koud en glad glipt d’r hand weg en haar gezicht is van porselein, glad als ’n poppengezicht en ik denk: dit is de laatste keer dat ik iets van wie dan ook vraag. Zo waarlijk helpe mij God almachtig.’
    Tijdens het luchtuur in de gevangenis hoort ze een vrouwenstem zingen. Het is een lied van moed en hoop, het Hollowaylied zoals ze later ontdekt, en betekent een ommekeer in haar gemoedsgesteldheid: ‘Ik ijsbeer op en neer en ik denk: ooit hoor ik dat lied met trompetten en dan vallen deze muren om, voorgoed. Ik wil hier zo graag vandaan dat ik wel op de deur kan beuken, want ik weet nou dat niks onmogelijk is en dat ik niks meer wil missen doordat ik hier opgesloten zit’.

    Cadans van de zin

    In het titelverhaal ‘Tijgers zijn aantrekkelijker’ worstelt de hoofdpersoon, een schrijver, met het vinden van de juiste toon voor zijn werk. Want ‘taal moet swingen, zoals iedereen weet’. Jean Rhys zal deze opvatting vast delen met haar personage: er valt praktisch geen stroef lopende zin te vinden in de eerste twee verhaalbundels. Het proza van Rhys kent veel snelheid en een fijne cadans. Nergens is haar formulering formeel, de korte zinnen zijn niet puntig en de lange nooit wollig. De laatste verzameling verhalen (Sleep it off, lady) maakt wat minder indruk qua stijl, wellicht dat dit samenhangt met de oudere vertaling. Een erg aardige tekst hier is ‘Troebel water’, dat zich afspeelt op Dominica. Het beschrijft de geschiedenis van een zekere heer Longa, die beschuldigd wordt van kindermishandeling. De verdedigers van Longa beweren echter dat er sprake is van een complot tegen hem vanwege zijn socialistische sympathieën. Het debat wordt deels uitgevochten in de krantencolommen van de Dominica Herald. Voor de rechter noch voor de lezer valt de waarheid van het gebeurde te achterhalen. Zuivere koffie wordt er door Rhys zo’n vijftig jaar na haar debuut nog steeds niet geschonken.

    De integrale uitgave van Alle verhalen van Jean Rhys is een aanwinst voor ons taalgebied en biedt een laagdrempelige mogelijkheid kennis te maken met deze auteur. De verhalen laten zich goed los lezen omdat ze zeer trefzeker zijn opgeschreven, maar door de thematische samenhang is het geheel ook meer dan de som der delen. Van een outsider wordt Rhys langzamerhand vanzelf literaire canon.