• Oogst week 50 – 2020

    Een man zijn

    Wat betekent het een vrouw te zijn, wat betekent het een man te zijn? Kunnen vrouwen zich beschermen tegen de slechte kant van mannen? Waarin schuilt de menselijke zwakte? Na vier romans laat de Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss met de bundel Een man zijn zien hoe lastig het is licht op deze hachelijke vragen te werpen. Beeldende en soms vervreemdende verhalen spelen zich af in de huidige tijd en overal ter wereld. De mannen zijn verleiders, minnaars, vaders, kinderen en zelfs echtgenoot. Een oude professor neemt zijn pasgeboren kleinkind mee naar het dakterras van een appartementengebouw. Een jong meisje heeft van een zakenman een briefje van 500 franc gekregen waarop het nummer van zijn hotelkamer vermeld stond. Een danseres is zo verregaand gefascineerd door de acteur Homayoun Ershadi in zijn rol in de film Taste of cherry dat ze ervan overtuigd is hem te moeten behoeden voor de zelfmoord die hij in die film pleegt. Krauss plaatst haar personages overal, van Zwitserland tot Japan en  Zuid-Amerika. Alle leeftijden zijn paraat, evenals levenservaringen met macht, sex, zelfkennis, passie en ouder worden. Sommige van deze meeslepende verhalen verschenen eerder in tijdschriften als Esquire en The New Yorker.

    Een man zijn
    Auteur: Nicole Krauss
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Walging

    Jean Paul Sartres wereldberoemde Walging (La Nausée) verscheen voor het eerst in 1938 en is sindsdien vele malen herdrukt en heruitgegeven. De belangstelling voor filosoof Sartre en het existentialisme is nog altijd groot. Uitgeverij Atheneum heeft Walging nu opnieuw uitgegeven.
    De verteller, historicus Antoine Roquentin, heeft zich uit de wereld teruggetrokken om een studie te schrijven over een achttiende-eeuwse markies. Teruggeworpen op zichzelf ziet hij zich geconfronteerd met niet alleen zijn eigen existentie maar met het hele bestaan, de hele wereld. Alles roept walging bij hem op, een walging die Sartre zintuiglijk beschrijft. Illusies heeft Roquentin na een bewogen leven al lang verloren. In zijn isolement gaat hij twijfelen aan zijn eigen gewaarwordingen, aan het verschil tussen dingen en mensen en aan de betekenis van het menselijk bestaan. Zijn zelfherkenning is hij kwijt. Het verhaal over de markies verdwijnt naar de achtergrond en Roquentin geeft zich over aan observaties van anderen. Het trachten te duiden van alles en iedereen doet hem tot de conclusie komen dat de mens een overtollig wezen is. Sartre schreef het werk na bestudering van de fenomenologie.

    Walging
    Auteur: Jean-Paul Sartre
    Uitgeverij: Athenaeum

    Het lichtje in de verte

    Ook eenzaam en alleen in een totaal verlaten bergdorp leeft Antonio Moresco’s hoofdpersoon in Het lichtje in de verte (2013). De dakpannen van zijn onderkomen vallen van het dak, deuren in leegstaande woningen sluiten niet meer, luiken klapperen. In huis hoort de man vreemde geluiden, hij voelt de aarde bewegen. Hij is nietig tegenover het universum en heeft daar vrede mee. Zwervend door het bos voert hij een dialoog met bomen, luchtwortels, vogels, dassen, vuurvliegjes en alle andere levende wezens en vraagt hij zich af wat mens en dier bindt. Hij piekert over het bestaan. ‘Waar kan ik heen om die ravage niet langer te zien, die onherstelbare, blinde wringing die ze leven hebben genoemd?’ Maar iedere nacht ziet hij op hetzelfde tijdstip aan de andere kant van de vallei een lichtje branden. Het intrigeert hem en uiteindelijk gaat hij op onderzoek uit, om een jonge jongen, een kind nog, te vinden die alleen in een huis in het bos woont. Wie of wat is dit kind? Op ontroerende en bespiegelende wijze toont Moresco de pijn van de wereld, en het niets, het absolute en het mysterieuze. In 2018 werd het boek verfilmd. Antonio Moresco speelde zelf de hoofdrol.

    Het lichtje in de verte
    Auteur: Antonio Moresco
    Uitgeverij: uitgeverij Oevers
  • Tuin als romantische valkuil

    Tuin als romantische valkuil

    ‘Ik heb niets interessants te vertellen, maar dat went’. Het zelfverkozen isolement dat Vincent van Meenen (1989) in zijn novelle Tuin beschrijft, leidt bij de hoofdpersoon niet tot interessante bespiegelingen of inzichten. De ik-persoon mag dit dan gelaten accepteren, menig lezer zal dit niet doen.

    De naamloze hoofdpersoon bevindt zich in een ommuurde tuin aan de rand van een stad. Al op de eerste pagina meldt hij dat hij niet weet hoe lang hij zich daar al bevindt en dat hij de tuin alleen zal kunnen verlaten door haar (sic!) van zich af te schrijven, haar een stem te geven. Zijn verblijf is een zelfverklaarde daad van verzet. Er wordt slechts spaarzaam iets losgelaten over de tijd voorafgaand aan de tuin: hij heeft op een kantoor gewerkt, er waren demonen, vervreemding heeft hem hiernaartoe gedreven. Hoewel beschreven wordt hoe hij zich in leven houdt met wat hij in de vervallen serre aantreft, is van meet af aan duidelijk dat de tuin een allegorie betreft.

    Vervolgens begint de beschrijving van de tuin die stilistisch gezien enigszins doet denken aan de observaties van Stefan Hertmans ‘Hoe langer ik stilsta bij het verkleuren van de bladeren, hoe intenser de tinten op me inwerken. Geel van woestijnzand, oker en roodtinten die aan verroest ijzer doen denken. Een zacht wiegen alsof elke boom een slapende baby draagt.’
    Maar waar de landschappen van Hertmans bezield worden door het verleden, door een verhaal dat tergend langzaam uit de doeken wordt gedaan, blijft dat verhaal hier uit. Waar is het Van Meenen dan wel om te doen?

    De lezer plezier laten beleven aan poëtische observaties van natuurschoon als inspiratie voor scherpzinnige bespiegelingen over het leven? Dat valt tegen. Veel is banaal: kale bomen die vergeleken worden met het ‘verticale verlangen dat zich gewoonlijk ophoopt ter hoogte van de geslachtsdelen’, quasi-diepzinnig: ‘hoe langer iets al bestaat, hoe groter de kans dat het nog veel langer zal bestaan’, onbegrijpelijk: ‘de menselijke inzoombeweging is er een die alleen beperkingen blootlegt’ of potsierlijk: ‘Natte vingers zijn ideaal om mee door je haren te strijken of in je ogen te wrijven’. Als er  al eens een interessante observatie is, wordt die niet uitgewerkt. De hoofdpersoon stelt zichzelf liever vragen als ‘hoe hoog kan het gras groeien?’ en ‘hoeveel dagen kan ik hier doorbrengen zonder iemand te zien?’ en geeft zelf toe dat hij niet verder komt dan dat.

    Dit onvermogen van de hoofdpersoon – en dit is interessant – wordt expliciet in verband gebracht met de tekortkomingen van het verhaal. Hoofdpersoon en schrijver vallen samen in bespiegelingen over de tekst zelf: ‘Wie ben ik en door wiens mond spreek ik? Waar is het personage, waar is het conflict?’ De verteller zegt niet te willen verzanden in een narratief waarin hij niet gelooft. In plaats van een verhaal te vertellen, probeert hij de boel te begrijpen, verdedigt hij zichzelf tegen criticasters uit het verleden die hem verweten te veel van de hak op de tak te springen.

    De ommuurde tuin verbeeldt de – beperkingen van de- eigen binnenwereld die de auteur wil doorgronden en beschrijven. Met jezelf opgescheept zitten is geen feest, betoogde Sartre al in Walging waarin het ik van Antoine Roquentin bijna geheel uitdooft en een leeg bewustzijn dreigt over te blijven. Sartre besluit zijn roman met een positieve boodschap: Roquentin spreekt de hoop uit zichzelf te kunnen accepteren als hij een roman zal schrijven: alleen het niet bestaande kan het bestaande rechtvaardigen.

    Het is Van Meenen gegund zijn bestaan te rechtvaardigen. De geschetste paradox (door te schrijven ben je tot jezelf veroordeeld, het resultaat betekent de ontsnapping) is interessant, maar biedt de lezer geen plezierige ontsnapping aan zijn eigen bestaan. Van Meenen weet weliswaar bij tijd en wijle een mooie zin met een goede cadans op papier te zetten (De nacht gooit Japanse blauwe inkt over de tuin waarin ik mijn vingers doop), maar tegelijkertijd wekt zijn proza ergernis vanwege te weinig scherpzinnigheid, te veel pretentie (Aan het eind van de rit sterf ik, om herboren te worden in het bewustzijn van alle mensen) en een gebrek aan humor: de valkuilen van romantische literatuur.