• Circulair lezen

    Circulair lezen

    Athanasius Kircher was een enorm leergierige jezuïet die leefde van 1602 tot 1680. Hij dacht zo’n beetje overal verstand van te hebben en voelde zich door de Voorzienigheid bestemd om de geheimen van de wereld te ontsluiten, of het nu ging om hiërogliefen, vulkanisme of insecten. Hij  schrok er daarbij niet voor terug om de hiaten in zijn bewijsmateriaal op te vullen vanuit zijn rijke fantasie.
    Dat mengsel van leergierigheid en bedrog heeft me geïntrigeerd sinds ik voor het eerst van hem hoorde. Wanneer dat was? Begin jaren 70 van de vorige eeuw mogelijk: 1974? Toen zond de VPRO de documentaire In het voetspoor van Athanasius Kircher uit, gemaakt door Anton Haakman. Maar het gekke is dat ik me niet kan herinneren dat ik die gezien heb.

    Het moet in ieder geval ver voor 1994 geweest zijn. Ik las toen Het eiland van de vorige dag van Umberto Eco en ik herinner me mijn lichte opwinding toen ik in Eco’s jezuïet Caspar Wanderdrossel mijn ‘vriend’ Athanasius herkende. Toen ik in 2010 las dat Waar de tijgers thuis zijn van Jean-Marie Blas de Roblès voor een groot deel over Kircher ging, moest alles waar ik in bezig was even opzij voor een dringende leeservaring.
    Er gingen jaren voorbij dat ik helemaal niet aan Athanasius Kircher dacht. Tot vorig jaar Tijl van Daniel Kehlmann verscheen. Ik recenseerde het voor Literair Nederland en was er vol lof voor. Vooral om de krachtproef van de auteur zelf, maar ook om het plezier dat hij mij deed met de wederopvoering van mijn ‘held’. Kircher is de man die in een aaneenschakeling van drogredenen Tijls vader Claus betrapt op steun aan hekserij. Het belangrijkste bewijsmiddel is een Latijns boek dat Claus op zolder heeft liggen terwijl hij geen woord Latijn kan lezen. Ik weet niet of Kehlmann het zo bedoeld heeft, maar ik zag in dat bewijsmiddel een parallel met Kirchers pedante claim de hiërogliefen te hebben ontcijferd (zoals Kehlmann meer parallellen verstopt heeft in zijn roman: als Tijl bijna verdrinkt  in een watermolen moet ik meteen denken aan de wonderbaarlijke redding van Kircher na een val in een watermolen – waarover hij vertelt in zijn autobiografie).

    Hoe dan ook: Tijl verleidde me om De onderaardse wereld van Athanasius Kircher van Anton Haakman, de maker van de VPRO-documentaire uit 1974, weer eens te lezen. En daarin overkwam me iets vreemds. Ik dacht heel wat details uit het leven van Kircher te kennen, maar één ding is me vreemd genoeg ontgaan. Ik lees dat de lagere school-onderwijzer van de jonge Kircher erom bekend stond dat hij de jeugd niet alleen kennis, maar ook vroomheid en godsvrucht bij bracht. En hoe heette die onderwijzer? Pater Johannes Altink. Het staat in de door Haakman eveneens vertaalde autobiografie (verschenen in De Revisor, jaargang 18). Verrassend dat een naamgenoot bijdroeg aan de ontwikkeling van iemand die mij nog steeds boeit.

     


    Adri Altink recenseert voor LiterairNederland en heeft belangstelling voor (cultuur)geschiedenis. Zijn lees ervaringen deelt hij in zijn columns.

  • Een zorgvuldig verborgen geheim

    Een zorgvuldig verborgen geheim

    Recensie door Rosalie Koster

    Sommige boeken roepen meer vragen op dan ze beantwoorden. Zo ook Middernachtsberg van Jean-Marie Blas de Roblès, de tweede roman van de Fransman, die eerder al Waar de tijgers thuis zijn schreef.  Evenals in zijn debuut vraagt Blas de Roblès opnieuw van de lezer het uiterste. Zo niet het onmogelijke.

    Wie Middernachtsberg wil begrijpen, moet dan ook van zeer goede huize komen, het is aan de lezer om zelf het verhaal te duiden. Alsof dit nog niet genoeg is, zit het boek ook nog eens propvol filosofische overpeinzingen  waarover nagedacht dient te worden. Want wat Blas de Roblès te verkondigen heeft, gaat verder dan het verhaal zelf. Maar wat is het dat hij wil vertellen?

    Allereerst het verhaal, Paul en zijn moeder Rose verhuizen naar een appartementencomplex in Lyon. Beneden hen woont een oude man, Bastien, die na zijn gedwongen pensionering in eenzaamheid zijn dagen slijt. Het contact tussen de buren verloopt in eerste instantie moeizaam maar langzaam raken de verschillende levens meer met elkaar verweven. Bastien en Rose ontdekken dat zij beiden gefascineerd zijn door Tibet. En ook de kleine Paul sluit met de oude man een innige vriendschap.De grootste droom van Bastien, Lhasa bezoeken, gaat in vervulling als hij door Rose wordt uitgenodigd om mee te gaan. De reis verloopt echter niet zoals gepland en Rose keert alleen terug naar Lyon.

    Jaren later, Paul is inmiddels volwassen, besluit hij een boek te schrijven waarin Bastien en zijn moeder de hoofdrollen vervullen. Ter beoordeling stuurt hij zijn moeder enkele hoofdstukken die ze zorgvuldig van commentaar voorziet. ‘Dit verhaal is mijn verhaal, en elke regel die ik lees, rakelt het schuldgevoel waarmee het in mijn herinneringen is verbonden weer op.’

    Tot zover het verhaal, dat hoewel het an sich weinig indruk maakt, de gevoeligheid van het achterliggende verhaal teniet wordt gedaan door de summiere uitwerking en een kille, sobere afstandelijkheid, blijft er genoeg over. Want aan onderwerpen heeft Blas de Roblès duidelijk geen gebrek. Zo zet hij niet alleen allerlei Oosterse filosofieën en wijsheden uiteen en geeft hij driftig commentaar op de Chinese overheersing in Tibet, hij laat ook duidelijk weten welke rol hij voor een schrijver ziet weggelegd. ‘Boeken zijn niet in staat de wereld te veranderen, maar vergeet nooit dat ze wel de middelen hebben om dat wat de wereld verscheurt te laten voortduren’

    Met deze woorden eindigt Rose een van haar brieven aan Paul. De waarheid moet verteld worden, zo drukt ze haar zoon op het hart. Ook een ander personage, bij wie Paul te rade gaat over zijn boek, houdt er een duidelijke mening op na over het schrijverschap en het vertellen van de waarheid. ‘Kijk naar Dan Brown en zijn Da Vinci Code. Het maakt  niet uit of die gast slecht schrijft of onzin verkoopt, het enige wat ik hem kwalijk neem, is dat hij zijn boek begint met de woorden: “Let op, alles wat u gaat lezen is de strikte waarheid, ik heb niets verzonnen”, terwijl hij je vervolgens Roodkapje vertelt.’

    Maar wat is de waarheid? Paul en zijn moeder blijken ieder hun eigen gekleurde herinneringen te hebben aan de jeugd van Paul. En dan is er ook nog het geheim van de oude Bastien. Als een zwaard van Damocles hangt een vroeger gepleegd vergrijp boven zijn hoofd. Welke misdaad hij begaan heeft, houdt hij angstvallig geheim. In Tibet, op zijn ziekbed, biecht hij eindelijk de waarheid op.

    Of toch niet? Want wat is er waar van de dingen die Bastien heeft verteld? Wederom krijgt de lezer geen adequaat antwoord. En zo eindigt het boek even raadselachtig als het begon. Toch moet worden gezegd dat Blas de Roblès geweldig mooi beeldend schrijft. Maar dit talent is niet genoeg om te overdonderen en de rest goed te maken. Want telkens opnieuw dringt al lezend de vraag op wat de schrijver nu wil met dit boek. Maar dit blijft, evenals het geheim van Bastien, zorgvuldig verborgen.