• Hij verheerlijkte de schoonheid van het kwaad

    Hij verheerlijkte de schoonheid van het kwaad

    De schrijver Jean Genet (1910-1986)  leidde een zwervend, stelend en hoererend bestaan. Na elf arrestaties werd hij tot levenslang veroordeeld. Dit werd niet uitgevoerd , omdat een aantal beroemde auteurs als Jean Cocteau, André Gide, Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir een petitie indienden  bij premier Auriol, die hem daarop amnestie verleende. Dagboek van een dief is geen dagboek met data en uren chronologisch vermeld, maar een  autobiografisch verslag van zijn omzwervingen in Frankrijk, Spanje, Italië en België.

    De kleine crimineel

    Jean Genet vertelt zijn avonturen in een mix van een  lyrisch-literaire stijl en straattaal (argot). Zijn verhalen spelen aan de zelfkant van de maatschappij in de jaren dertig van de vorige eeuw en gaan over hoe hij tot de verheerlijking van het kwaad gekomen is. Hij wijdt dit aan zijn geboorte uit een buitenechtelijke relatie en dat zijn moeder hem na zeven maanden heeft afgestaan. Via een weeshuis komt hij als pleegzoon bij een familie in de Morvan. Als er iets gestolen is, rust al vlug de verdenking op hem. Dat geeft de doorslag om op zijn elfde de door hem geromantiseerde kant van de kleine crimineel op te zoeken. Wanneer hij op zijn negentiende in de gevangenis zit,  ontsnapt hij om in het Vreemdelingenlegioen te dienen.

    Vanaf 1942 schrijft  Genet autobiografische boeken, waarin de bourgeoisie belachelijk wordt gemaakt en diefstal verheerlijkt.
    ‘De verveling van mijn dagen in de gevangenis maakte, dat ik mijn toevlucht zocht in mijn vroegere leven, ook al was het zwervend, grimmig of armoedig. Later, toen ik vrij was, bleef ik schrijven om geld te verdienen. Voor een idee van een literair oeuvre haalde ik mijn schouders op.’ 

    Geromantiseerde werkelijkheid

    In Dagboek van een dief beschrijft Genet niet alles zoals het werkelijk gebeurd is. Sommige dingen worden mooier beschreven dan het was, andere gebeurtenissen worden weggelaten. De originele manuscripten konden toentertijd niet integraal worden uitgegeven, vond uitgever Gallimard. Er zaten te kruidige homoseksuele passages in, die destijds (nog) niet acceptabel waren. Op dit stuk doet de roman gedateerd aan, want we hebben na de oorlog veel kunstenaars gehad, die de burgerij geschokt hebben en homoseksualiteit is in Nederland sinds Gerard Reve in de jaren zestig in de literatuur geaccepteerd geraakt.

    Als redacteur bij een literair blad ontdekte Jean Cocteau de schrijver Jean Genet. In 1943 verscheen zijn eerste roman Onze Lieve Vrouwe van de Bloemen. Genet schreef zijn romans tussen 1942 en 1948, en vaak in de gevangenis. Hij schreef ook avantgardistische toneelstukken als De Meiden (1947) en Onder Toezicht (1949). Zijn artistieke en morele credo komt duidelijk in zijn werk naar voren: schoonheid ontspringt uit het lelijke en abjecte, moordenaars worden door hem vergeleken met heiligen en monniken. Het is haast onbegrijpelijk hoe hij erin geslaagd is zijn ervaringen in een lezenswaardige, literaire stijl te kunnen opschrijven. Wel is bekend dat hij als een bezetene Kafka, Dostojevski, Proust en Gide las.

    Geëngageerde teksten

    De criminelen waar hij mee optrok, bewonderde hij om hun krachtige en erotische uitstraling. Eén van de vaste trucjes van hem en zijn vrienden was dat een  jongeman met een rijke, oude man meeging en een derde dan de man overviel, soms chanteerde.
    Op het eind van zijn leven publiceerde hij niet meer. Hij koos partij voor The Black Panthers beweging en de Palestijnen. Waarvoor hij nog enkele geëngageerde teksten voor hen schreef.
    In 1986 werd Genet begraven in Larache, in Marokko. Zijn graf richt zich enerzijds op de voormalige Spaans-Marokkaanse gevangenis en anderzijds op een bordeel. Het is goed dat De Bezige Bij dit werk als klassieker opnieuw heeft uitgegeven, het geeft een goed tijdsbeeld van de Franse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. En alleen al om zijn poëtische stijl, is het waard dit boek te lezen.     

     

  • Hugo Raes mag wel weer eens herdrukt worden

    Op zeventien jarige leeftijd werd ik door een recensie van J.J. Oversteegen of  Hans Warren aangestoken om De vadsige koningen  (1961) van Hugo Raes te gaan lezen. Hugo Raes pakte mij met zijn stijl en onderwerpkeuze bij mijn kladden. Dit was een schrijver waar je als jongere van kon genieten, dat aansloot bij het moderne levensgevoel van de zestiger jaren. Zijn procedé in De vadsige koningen was de monologue intérieure, die hij vanuit de Engelse en Amerikaanse literatuur overgenomen had, zo begreep ik later. Hij was beïnvloed door Dos Passos, Joyce, Faulkner, Henry Miller, Bukowski, Kerouac, de Beat Poets, Céline en Louis Paul Boon. Ik was helemaal verrukt van zijn associatieve en lyrische teksten.

    Hugo Raes (1929-2013) was een Vlaamse schrijver, in de jaren zestig en zeventig een gevierd auteur in Nederland en België. Na zijn studie Germaanse talen werkte hij een periode in het middelbaar onderwijs. Als auteur schreef hij eerst poëzie en later proza, geëngageerde romans die aansloten bij de existentialistische stroming. In 1957 debuteerde hij met de verhalenbundel Links van de helicopterlijn. Daarna volgde zijn eerste roman De vadsige koningen bij De Bezige Bij. In de jaren zestig en zeventig was hij een belangrijk schrijver naast Hugo Claus, Jan Wolkers en Harry Mulisch.

    Wat ook interessant zou zijn om uit te geven, is zijn correspondentie met Anaïs Nin. Die brieven bevinden zich in het Letterkundig Museum in Antwerpen. Tip voor de serie Privé Domein van De Arbeiderspers. Hij schreef vrijmoedig over erotiek in bijvoorbeeld de roman Hemel en dier. Er waren zelfs recensenten die stelden dat hij op erotisch gebied de wegbereider is geweest voor de schrijvers Cremer en Wolkers.
    Raes raakte echter geleidelijk uit de literaire gratie doordat hij steeds meer naar het fantastische en sciencefiction-achtige genre uitweek. Een genre dat voor de literaire wereld niet zo interessant is.

    Omdat zijn werk nog steeds goed is, pleit ik voor een revival van de schrijver en zijn boeken. Met De vadsige koningen past hij goed in het rijtje van de Great Dutch Novels.