• Oogst week 19 – 2023

    En toen ging hij

    Tussen 2001 en 2023 schreef Jannah Loontjes vijf dichtbundels en zes romans. Hoewel zij geboren werd in Kopenhagen en opgroeide in Zweden, zijn haar boeken Nederlandstalig. Naast literair talent bezit Loontjens wetenschappelijke kwaliteiten. In 2012 verschijnt haar proefschrift over modernisme en tussen de bedrijven door schrijft zij voor De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, de NRC en Trouw.

    In een interview merkte zij recent op: ‘Vertrouwen in de mens, ik zou willen dat dat nog bestond.’ Een duistere opmerking. Is dit pessimisme ook te vinden in haar nieuwste boek, En toen ging hij? Loontjens, geboren in het land van hygge, mikt met dit werk niet bepaald op knusheid. Eerder gaat de roman over verdwijnende vanzelfsprekendheden, geknakte hoop en – het blijft een Scandinavische pageturner – een politieke moord.

    Naar aanleiding van de aanslag op sociaaldemocraat Olof Palme wordt de moeder van hoofdpersoon Ebba gearresteerd. Het boek geeft een mooi beeld van de Zweedse couleur locale uit de jaren ’70 en ’80, zonder te behagen. In het licht van de voorgaande kritieken op Loontjens’ oeuvre zou dit verhaal een nieuw exportproduct kunnen worden voor Noord-Europa. Eerst had het de Edda. Toen was daar ABBA. En nu het verhaal van Ebba.

    En toen ging hij
    Auteur: Jannah Loontjens
    Uitgeverij: De Geus

    Waar ik ophoud – psychoanalytische essays

    De laatste jaren trekken nogal wat dubieuze beroemdheden de aandacht van jongemannen. Via non-fictieboeken, TikTok en Instagram bieden ”echte” mannen sturing in deze verwarrende tijden, waarin klassieke rolpatronen opgeheven dreigen te worden. Goede voorbeelden hiervan zijn atleet Andrew Tate (A Top G Story) en psycholoog Jordan B. Peterson (12 Rules for Life). Zij wijten de toegenomen onzekerheid onder jongemannen vooral aan de te ver doorgeschoten feminisering van de maatschappij.

    Wie een volwassener kijk op de wereld en tóch een beetje sturing verlangt, wende zich beter tot Arthur Eaton. Waar ik ophoud – psychoanalytische essays zou hierbij weleens heel nuttig kunnen zijn. Eaton heeft een psychologenpraktijk in Amsterdam en verkent het gebied van de psychoanalyse. Hierop promoveerde hij reeds in 2017 én De kleine Freud is ook van zijn hand. Welke onderbewuste processen beïnvloeden ons denken, gedrag en dus ons leven?

    Zijn eerste advies is dat meer mensen in therapie moeten gaan. Dit levert namelijk zelfkennis op die veel kan opleveren en leed kan voorkomen. Volgens Eaton is de psychoanalyse de enige vrijplaats waarin alle ideeën en gevoelens oordeelloos en vrij kunnen worden gedeeld. De mens is veel irrationeler dan hij over zichzelf wil toegeven. Een belangrijke voorwaarde om de gevaren van die onredelijkheid te ontmantelen, is haar te erkennen in onszelf. Daarom lijkt de aanschaf van Waar ik ophoud alleszins redelijk.

    Waar ik ophoud - psychoanalytische essays
    Auteur: Arthur Eaton
    Uitgeverij: Athenaeum

    Ei, foetus, baby – Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap

    Trudy Dehue (1951) wordt in 2011 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau voor haar wetenschappelijke relevantie en maatschappelijke invloed. Haar vakgebieden zijn de psychologie, wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis. Vooral De Depressie-epidemie en Betere mensen verstevigen Dehues academische reputatie. Tot haar emeritaat in 2016 is zij hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en sindsdien gaat Dehue gestaag door met belangwekkende publicaties.

    Ei, foetus, baby werpt een nieuw licht op zwangerschap en hoe de mensheid deze fase behandelt. Eigenlijk is ‘mensheid’ een te neutrale term, in ogenschouw genomen wie die bewuste behandelingen bepalen en altijd bepaald hebben. Bovendien staat abortus tot op de dag van vandaag in het Wetboek van Strafrecht onder bepaalde voorwaarden én krijgt de Nederlandse antiabortuslobby vanuit Amerika fikse financiële steun. Nog steeds zijn de vrouwelijke ervaring en realiteit niet leidend in het beleid.

    Met de zachtheid van harde feiten brengt Dehue in kaart hoe we omgaan met zwangeren en zwangerschap. De huidige cultuur vormt geenszins het humane eindpunt van een lineaire ontwikkeling, zo laat haar perspectief vanuit de vrouw zien. Vooral de pas sinds kort afnemende godsvrucht stelt het belang van de ongeboren vrucht steevast boven het belang van de vruchtdragende vrouw. Hoe dit zo ver heeft kunnen komen en wat dit betekent voor de vrouw, zet Dehue uiteen in een zeer belangrijke pennenvrucht.

    Ei, foetus, baby - Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap
    Auteur: Trudy Dehue
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Babystapjes of meer?

    Babystapjes of meer?

    Aan de vooravond van de bekendmaking van de nieuwe Nederlandstalige literaire canon valt het manifest Optimistische woede in de brievenbus. In vergelijking met de top-tien van 2002 staat op de lijst met auteurs een (één!) vrouw, namelijk Hella Haasse, doorgeschoten van plaats zesentwintig in 2002 naar plaats acht nu. Op de lijst met titels prijkt zij op plaats twaalf met Oeroeg. Haar naam wordt de laatste tijd terecht vaak genoemd als de vierde grote Nederlandse schrijver naast de zogeheten ‘Grote drie’: Hermans, Mulisch en Reve.

    En toch blijft er voor het schrijverscollectief Fixdit, de auteurs van Optimistische woede, werk aan de winkel. Veel werk kun je helaas wel zeggen. Fixdit bestaat uit de volgende Nederlandse en Vlaamse schrijvers: Yra van Dijk, Sanneke van Hassel, Rachida Lamrabet, Jannah Loontjens, Munganyende Hélène Christelle, Christine Otten, Gaea Schoeters, Shantie Singh, Fleur Speet, Manon Uphoff en Annelies Verbeke.

    Met twee maten meten

    De titel van het manifest, met het woord ‘woede’ erin, is opvallend. Immers: werd een vrouw niet lang neergezet als onsympathiek als zij kwaad wordt? Woede was lang not done, want een vrouw moet beheerst en liefst gelaten zijn. En aan het andere woord, ‘optimistisch’ werd tijdens een door De Balie in Amsterdam georganiseerde avond ook wat getwijfeld. Daarover straks meer.

    Het boek bestaat uit elf over het algemeen sterke stukken tekst van de schrijvers van Fixdit en het wat schreeuwerig opgemaakte Fixdit Manifest in het hart van de uitgave. Met onderaan de pagina’s doorlopend namen van vrouwelijke auteurs. Wat ontbreekt zijn korte biografieën van de schrijvers, al zijn de meeste namen wel bekend. Misschien valt dit in hetzelfde genre als ‘die vermaledijde verklarende woordenlijsten’ die Rachida Lamrabet de deur uit wil doen, omdat je een roman primair met ‘een literaire blik’ moet lezen? Al is dit natuurlijk geen roman.

    Op de vraag waarom vrouwen zoveel minder literaire prijzen dan mannen winnen (iets waaraan Marja Pruis tijdens genoemde avond in De Balie overigens twijfelde), worden in het boek verschillende antwoorden gegeven: door structureel seksisme of door ‘vooroordelen en beelden die we collectief geïnternaliseerd hebben [over] hoe een schrijver eruitziet’ (Shantie Singh). En ook door de vooroordelen van witte lezers ten aanzien van vrouwelijke auteurs van kleur, zoals Rachida Lamrabet schrijft.
    Ook op een andere vraag, of vrouwen minder goed zouden schrijven dan mannen, volgen verschillende antwoorden: nee, maar er wordt in de literaire kritiek met twee maten gemeten en dit idee is een culturele erfenis van eeuwen. 

    Wat is een vrouwenboek?

    Verschillende auteurs zoeken een andere insteek. Zo vraagt Sanneke van Hassel zich bijvoorbeeld af wat een ‘vrouwenboek’ eigenlijk is en concludeert dat het woord gewist moet worden. Fleur Speet vraagt zich af waarom er zo weinig historische romans zijn met een vrouw als hoofdpersoon. Zij stelt dat dit ‘een verdacht genre’ is en de auteurs vaak als ‘vertelster’ worden geafficheerd. Vervolgens komt ze met de vraag of het komt omdat ‘velen van ons niet weten hoe boeiend de geschiedenis van vrouwen is?’ Misschien leidde dit tot het ontberen van een rijke traditie van verhalen op dat terrein. Ze stelt voor ‘trots te zijn op de onderwerpen en thema’s die vrouwen juist vanuit hun eigenheid in de geschiedenis te berde hebben gebracht’. Manon Uphoff noemt gelukkig heel wat uitzonderingen, zoals Jeanette Wintersons Frankusstein, Anne van Eekerens Mary, Hemelse mevrouw Frederike van Maaike Meijer en Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje.

    De vooruitgang gaat met babystapjes. Zo is er dit jaar weer een vrouw (Lize Spit) aan de beurt om het Boekenweekgeschenk te schrijven en won als zeventiende vrouw Annie Ernaux dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. Maar, schrijft bijvoorbeeld Gaea Schoeters: begin bij jezelf. Als recensent, als lezer, door meer aandacht te schenken aan vrouwen in de letteren om ‘door hun ogen, op een andere manier naar de wereld te kijken’. Jannah Loontjens doet het in dit manifest. Zij gaat in haar eigen werk perspectieven na en perspectiefwisselingen, van man naar vrouw, of liever naar ‘meer ervaringen die bij vrouwenlevens horen’. Of zoals Munganyende Hélène Christelle, die in haar bijdrage komt met enkele namen van ‘intersectionaliteit’, zoals Gloria Wekker die zowel als vrouw als zwarte wetenschapper op de barricaden klimt. Om het noemen van namen gaat het natuurlijk, zoals Gustaaf Peek terecht opmerkte tijdens de avond in De Balie. Pas als er geen namen meer worden genoemd, is iemand echt dood en vergeten. 

    Avond in De Balie

    Die avond viel op de dag na het lanceren van de nieuwe canon en werd georganiseerd in samenwerking met Fixdit. Zo’n avond is een goede zaak, want de canon is iets om over te blijven discussiëren. Het mag geen gestolde opvatting zijn. Praten over literatuur, gendergelijkheid, diversiteit en inclusie is winst. In De Balie mochten onder anderen drie mensen een naam noemen die zij in de canon hadden gemist. Gustaaf Peek kwam met Dé-Lilah (pseudoniem van Lucie van Renesse), Marja Pruis met Patricia De Martelaere, en Nikki Dekker met Andreas Burnier. 

    Wat deze drie sprekers deden, was opmerken wat Fleur Speet in het manifest schrijft: het werk van vrouwelijke auteurs moet in hun eigenheid worden gelezen, ‘niet in vergelijking tot mannelijke auteurs, niet met de huidige canon als maatlat, maar in vergelijking tot henzelf’. Als ‘autonome kunstenaars’, schrijft Manon Uphoff. Door mannen en vrouwen die zich niets aantrekken van welke canon dan ook. In de uitgeverswereld, door auteurs, de literaire kritiek, docenten, bibliothecarissen en lezers. Dan zijn we meer dan een babystapje verder.

     

  • Vruchtbare twijfel

    Vruchtbare twijfel

    Filosoof en schrijver Jannah Loontjens (1974) heeft al een veelzijdig oeuvre op haar naam staan: ze schreef gedichtenbundels, romans, een proefschrift in de literatuurwetenschap en nu ‘Een kleine filosofie van het schrijverschap’: Mijn leven is mooier dan literatuur. Een essay over lezen, schrijven en literatuur. In dit werk komen haar achtergronden mooi samen: op filosofische wijze, en met kennis van de literatuurwetenschap, schrijft Loontjens over literatuur en het schrijverschap.

    Het begin
    De inhoud is net zo divers als haar achtergrond. Loontjens begint met het ‘Begin van een begin’: over de twijfels die bij beginnen horen, de wens om een volmaakte eerste zin te schrijven en de angst of je wel iets orgineels te vertellen hebt. Het laatste hoofdstuk heeft de titel ‘Eindig’: hoe kunnen we een verhaal beëindigen en als af beschouwen? In de hoofdstukken daartussen gaat zij in op invloedrijke leeservaringen, de vraag wat goede literatuur is en wat iemand tot een schrijver maakt.
    Al schrijvend maakt zij slingerende bewegingen en bewandelt zijpaden. Soms schrijft zij over haar eigen persoonlijke ervaringen als schrijver. Vaak verwijst zij naar werk van anderen: van Nijhoff tot Nietzsche, van Connie Palmen tot Marcel Proust en van Frida Vogels tot Virginia Woolf. De modernisten Woolf, Proust, Kafka en Faulkner komen vaak terug. Maar Loontjens verwijst net zo goed naar filmfragmenten, muzieknummers en televisietalkshows.

    De filosoof
    Wat dit boek van andere boeken over literatuur onderscheidt is het filosofische gehalte. Dat uit zich allereerst in de essayistische stijl. Loontjens twijfelt, stelt veel vragen en zoekt. Zij geeft geen pasklare antwoorden, maar zet je aan het denken. Een filosoof twijfelt en die twijfel is vruchtbaar voor literatuur: ‘Zonder twijfel geen eindeloos doorvragen en herbeschouwen. Twijfelen hoort bij denken en daarmee ook bij schrijven’.
    Interessante passages zijn die waarin Loontjens filosofie en literatuur bij elkaar brengt. Bijvoorbeeld als zij schrijft over de schrijversangst en die in verband brengt met het onderscheid dat Heidegger tussen angst en vrees maakt. Vrees hebben we altijd voor iets: voor een aggressieve hond of een gevaarlijke verkeersituatie. Zo’n aanwijsbaar object is er niet bij levensangst. Loontjens vergelijkt de schrijversangst met deze existentiële angst: ‘Het verlangen om ‘alles’ te omvatten gaat […] hand in hand met de angst om niets belangwekkends te kunnen verwoorden.’

    De literatuurwetenschapper
    Dat de modernistische schrijvers vaak genoemd worden in dit boek is geen toeval: Loontjens is gepromoveerd op de rol van modernistische literatuur als symbool van westerse ‘hoge literatuur’.
    Veel onderwerpen uit haar proefschrift komen terug in Mijn leven is mooier dan literatuur: zoals het beeld van de gekwelde schrijver in de film Adaptation, de boeken van Faulkner in de boekenclub van Oprah Winfrey en de verfilming van Michael Cunninghams roman The Hours.
    In het nawoord geeft zij aan dat dit boek bevat wat zij niet in haar proefschrift kwijt kon, maar dat ‘in feite de onderliggende voedingsbodem van mijn literatuurwetenschappelijke onderzoek vormde’.

    De schrijver
    Die voedingsbodem is haar eigen schrijverschap. In de introductie van haar proefschrift benadrukt zij dat haar persoonlijke ervaringen met het schrijverschap een bron zijn voor haar fascinatie, maar dat die niet in dit wetenschappelijke werk aan de orde komen: ‘An academic writer, as opposed to a literary writer, is not supposed to draw on intimate observations in her attempt to define aspects of contemporary society’. Haar eigen worstelingen met writer blocks, de angst om te falen en recensenten blijven daar buiten beschouwing. In Mijn leven is mooier dan literatuur kan zij die ervaringen wel een plek geven. Het zijn de mooiste passages in haar essays.
    In de persoonlijke fragmenten zie je ook de pen van een romanschrijver terug, bijvoorbeeld als zij terugdenkt aan een van haar eerste leeservaringen: de boeken Kikker en Pad van Arnold Lobel. Zij beschrijft niet alleen de magische ervaring van het lezen, maar ook – met gevoel voor detail – de ruimte waarin zij het las, de kamer in een kraakpand.

    Literatuur?
    Loontjens wijst erop dat wat we als echte literatuur beschouwen ‘niet alleen door een boek of onze ideeën over literatuur [wordt] bepaald, maar ook door de ontvangst, het lezerspubliek en het imago’. Zij illustreert dat met haar eigen twijfel bij een voorpublicatie van het eerste hoofdstuk van haar roman in de Libelle.
    Als zij gaat onderzoeken wat een tekst literair maakt, noemt zij veel verschillende factoren, zoals ‘aandacht en gevoel voor vorm’, ‘fijnzinnigheid in denken, waarnemen en verbeelden’ en ‘ambiguïteit en het suggestieve’. Het is opvallend dat juist in dit hoofdstuk weinig literaire citaten voorkomen waarin die kwaliteiten worden getoond. Wel haalt zij allerlei interessante uitspraken over literatuur van anderen aan, zoals deze van Arjen Fortuin: ‘Het gaat juist om de verrassing op vertrouwd terrein: de auteur maakt mij iets helder wat ik al vermoedde, maar nog niet zo geformuleerd zag’.
    Loontjens heeft ervoor gekozen zich te richten op fragmenten ‘waarin schrijvers hun eigen schrijverschap onder de loep nemen’. Zij maakt je nieuwsgierig naar meer essayboeken over literatuur. Hoe zou bijvoorbeeld een boek als Reading like a writer van Francine Prose in haar handen eruit komen te zien?

    Deel 2
    En zou Loontjes ooit nog een deel 2 schrijven van deze ‘kleine filosofie van het schrijverschap’? Nu gaat zij vooral in de hoofdstukken over het beginnen en eindigen van een roman in op haar eigen schrijfproces. Maar er zijn nog zoveel gebieden waar zij ons met haar onderzoekende blik een kijkje in de keuken van de schrijver kan geven: personages, dialogen, plot en details.
    Mijn leven is mooier dan literatuur maakt je benieuwd naar meer werk van de filosoof en essayschrijver Loontjes over haar ambacht in de hoedanigheid van romanschrijver en dichter.

     

    Mijn leven is mooier dan literatuur
    Een kleine filosofie van het schrijverschap

    Auteur: Jannah Loontjens
    Verschenen bij: Ambo
    Aantal pagina’s: 240
    Prijs: € 19,95

    (Jannah Loontjens, Popular modernism: representations of modernist literature in popular culture, 2012 (proefschrift)

    Francine Prose, Reading like a writer. A guide for people who love books and for those who want to write them. Union Books, 2012)