• Een coldcase met terugwerkende kracht uit het jaar 1625

    Een coldcase met terugwerkende kracht uit het jaar 1625

    Een cold case is een onopgelost ernstig misdrijf. In de roman Het proces van Sören Qvist, van Janet Lewis uit 1947, wordt een moord gepleegd die weliswaar op het moment zelf ontraadseld lijkt, maar waarvan de oplossing achteraf op foutieve conclusies blijkt te berusten. Al tijdens het proces werd er sterk getwijfeld aan de juistheid van de veroordeling, maar indirect bewijs gaf de doorslag. Het betreft hier een cold case met terugwerkende kracht dus. En een waargebeurd verhaal, ingrediënten die lezers kennelijk blijven boeien, gezien het feit dat dit boek alsnog in het Nederlands is uitgegeven. 

    De in veler ogen ten onrechte (en niet alleen in Nederland) onbekende Amerikaanse schrijfster Janet Lewis heeft op twee jaar na de hele twintigste eeuw meegemaakt. Ze schreef naast poëzie en korte verhalen ook novellen. Op aanraden van haar eveneens schrijvende echtgenoot zocht ze voor haar schrijverschap inspiratie in een negentiende-eeuws wetboek genaamd Famous Cases of Circumstantial Evidence van Samuel M. Phillips. Op basis van enkele waargebeurde ‘cases’ uit dat boek  schreef ze drie novellen, waarin ze vooral het falen van gerechtigheid door overmatig vertrouwen op indirect of vermoedelijk bewijs (presumptive proof) aan de kaak stelde. Het proces van Sören Qvist, volgend op  De vrouw van Martin Guerre zijn inmiddels in een mooie vertaling van Paul van der Lecq verschenen. De derde novelle, The Ghost of Monsieur Scarron, zal ongetwijfeld volgen.

    Openbare zitting van de rechtbank

    De setting is de eerste helft van de zeventiende eeuw, Jutland, Denemarken. De middeleeuwen lijken nog niet voorbij, een verlichtere vorm van geloof heeft heidense gebruiken niet helemaal verdrongen: heksen bestaan misschien nog en zijn in samenspraak met de duivel ‘gek op het kwaad dat ze aanrichten’, ze kunnen buiten de deur gehouden worden door rozemarijn of wijnruit en onheil kan verjaagd worden door een lijsterbes geplukt op de avond voor Hemelvaartsdag. 

    Lewis heeft veel aandacht voor sfeertekeningen; kleding, natuur en eten worden in kleuren en geuren, vaak poëtisch weergegeven: ‘(…) wel verschenen er witte sterren aan de zachtblauwe hemel. Toen het blauw zich verdiepte tot paars en het paars begon te vervagen, maar lichtgevend werd en transparant, vormden die sterren clusters en zwermen die tintelden als rijp. Uit de vijver verrees een nevel en op de bladeren en het gras verzamelde zich de dauw.’ Haar gedetailleerde beschrijvingen maken dat je als lezer weliswaar scherp mee kan kijken, maar tegelijkertijd toeschouwer blijft. Ze lijkt geen beroep te willen doen op ons inlevingsvermogen. Op geen enkel moment heb je de neiging je te identificeren met één van de hoofdpersonages. Je bent getuige van een zaak en ziet hoe het net zich geleidelijk en onvermijdelijk om de aangeklaagde sluit.

    Innerlijk duel tussen God en de duivel

    In een vredige Jutlandse parochie in 1625 ontspint zich een vreemde strijd tussen twee mannen die elkaars tegenpolen blijken te zijn. De alom gewaardeerde, rechtschapen, wijze dominee Sören Qvist botst met een ‘onbenul’, de kwaadaardige, luie en brutale knecht Niels. In theorie is een duel tussen deze twee onbestaanbaar. Toch slaat de vlam in de pan omdat de dominee één zwakke plek heeft: hij heeft last van woede-uitbarstingen met fysiek geweld die weliswaar niet zonder aanleiding ontstaan, maar die hij niet kan beheersen. Zijn aversie tegenover Niels interpreteert hij als een beproeving van God, waardoor hij zijn razernij moet leren meesteren.

    Evenals de naasten van de dominee ziet ook de lezer dat de taak die Sören Qvist zichzelf opgelegd heeft niet haalbaar is. Hij zit als bij een spannende film op het puntje van z’n  stoel, hoopt dat de dominee zijn dwaling inziet en een letterlijk verstandige beslissing neemt, dat wil zeggen de knecht ontslaat. Maar al ziet de dominee in dat zijn knecht Niels ‘de zuivere belichaming…van al het kwaad op aarde’ is, hij blijft vol schuldgevoel van zichzelf eisen dat hij deze duivelse verzoeking aan moet kunnen om Gods genade waardig te zijn. 

    Loyaliteitsconflict en morele dilemma’s

    Alle indirecte bewijzen wie de kwelgeest Niels vermoord blijkt te hebben, wijst in de richting van Sören Qvist. De dominee, aanvankelijk overtuigd van zijn onschuld, geeft zich tenslotte over. Niet zo zeer de erkenning van zijn schuld voor de moord doet hem bekennen, maar veeleer de erkenning van zijn morele tekortkomingen om zichzelf te beheersen: ‘Men noeme hem ook wel de tegenspeler. Hij is op mijn pad gekomen, heeft een valstrik gespannen en prompt ben ik daarin verstrikt geraakt.’ Het besef van machteloosheid om het eigen lot te controleren brengt de predikant tot acceptatie van zijn veroordeling en dus tot berusting. Dat lukt zijn naasten, die blijven leven, minder goed. Zijn dochter Anna en haar verloofde, tevens rechter in de zaak Sören Qvist, zijn slachtoffers van een hopeloos loyaliteitsconflict en worden in de val meegetrokken.  

    Wanneer twintig jaar later direct bewijs van de valstrik waarin de dominee gelokt is opduikt, is dit de ultieme, wrange illustratie van het bestaan van morele dilemma’s zonder verlossing. Wat op het eerste gezicht een niet al te ingewikkeld, spannend verhaal in een historische context met wat magische ingrediënten lijkt te zijn, ontpopt zich als een hersenkraker waarmee je als lezer kunt blijven stoeien. Of de schrijfster dat bewust nagestreefd heeft of niet, vragen als ‘wat is rechtvaardigheid?’, ‘welke rol speelt het lot  in een mensenleven?’, ‘wat is goed en wat kwaad?’ zijn onontkoombaar gesteld.

     

  • Ontevreden over een ten goede veranderde echtgenoot

    Ontevreden over een ten goede veranderde echtgenoot

    De titel van het boek De vrouw van Martin Guerre lijkt te suggereren dat de identiteit van de betreffende vrouw er weinig toe doet; haar naam wordt immers niet genoemd. Maar niets is minder waar. Bertrande de Rols krijgt zeer zeker een stem in dit boek uit 1941, dat werd geschreven door de Amerikaanse schrijver en dichter Janet Lewis (1899-1998) en dat werd vertaald door Paul van der Lecq. De vrouw van Martin Guerre is de eerste in een serie van drie novelles waarin Lewis waargebeurde en beruchte rechtszaken beschrijft. De serie wordt gezien als haar meesterwerk binnen een indrukwekkend oeuvre. Het boek werd vanwege de tot de verbeelding sprekende feiten al twee keer verfilmd.

    In 1539 werden in het Franse dorp Artigues twee elfjarige kinderen met elkaar in de echt verbonden. Tot de dag van het huwelijk had Bertrande de Rols nog nooit een woord gewisseld met Martin Guerre, maar het verbond tussen de beide huizen werd al lange tijd overwogen en als vrijwel onvermijdelijk gezien, zoveel voordeel viel er voor beide families aan te behalen. Na de huwelijksnacht waarin de kinderen roerloos in bed liggen zonder naar elkaar te kijken gaat Bertrande nog een paar jaar terug naar haar ouderlijk huis om op haar veertiende, na de dood van haar moeder, te gaan wonen in het huis van de familie Guerre. Aanvankelijk wordt ze door Martin met rust gelaten en daar is ze dankbaar voor. Wanneer Martin een paar jaar later succesvol op berenjacht is geweest merkt ze dat ze een genegenheid voor hem opvat die zich geleidelijk verdiept tot ‘een gloeiende hartstocht’. Ze baart haar eerste zoon op haar twintigste. Het echtpaar bevindt zich in een bijzondere positie: zolang de vader van Martin leeft, blijft Martin voor de wet een kind en wordt hij door zijn vader ook dienovereenkomstig behandeld. Op een dag pakt hij, wetende dat zijn vader hem dat zeker zou weigeren indien hij het zou vragen, tarwezaad uit de graanschuur van zijn vader om zijn eigen veld mee in te zaaien. Hij bespreekt met Bertrande dat hij veiligheidshalve (zijn vader heeft nogal losse handjes) ‘een tijdje op reis gaat’. Volgens Martin moeten acht dagen voldoende zijn. Zijn afwezigheid duurt uiteindelijk acht jaar.

    Inktzwarte zonde

    In de tussentijd overlijden zowel de moeder als de vader van Martin en wordt Bertrande, die na zoveel tijd niet meer durft te hopen op de terugkeer van haar echtgenoot, hoofd van het huishouden Guerre. Op een dag loopt de oom van Martin tot zijn grote vreugde toch zijn verloren gewaande neef tegen het lijf en doet een man met ‘een steviger postuur, volgroeid en met brede schouders’ zijn intrede bij de familie Guerre. Bertrande en haar zoon moeten eraan wennen dat hun echtgenoot en vader weer is teruggekeerd, alhoewel Bertrande aangenaam verrast is dat haar echtgenoot minder arrogant en kortaf is dan vroeger. Ze raakt opnieuw zwanger en wordt dan beslopen door ‘een vreemde ongerustheid, een angst zo gruwelijk en ongewoon dat ze die zelfs in het diepst van haar hart niet voor zichzelf durfde te erkennen. Stel nu eens dat Martin, die vreemdeling met zijn ruwe baard, niet de echte Martin was, de man die ze vaarwel had gekust op die dag rond het middaguur, aan de rand van het zojuist aangeplante veld? In zo’n geval zou ze een inktzwarte zonde hebben begaan, want haar intuïtie had haar daar toch zeker voor gewaarschuwd?’

    Hoffelijk

    Bertrande, die zich al vanaf haar elfde zonder weerwoord schikt in alles wat er voor haar beslist wordt, besluit zich niet neer te leggen bij de nieuwe situatie, ook al blijkt haar echtgenoot na acht jaar over een aantal kwaliteiten te beschikken waar ze op zich niet ontevreden over is. Hij is welbespraakter, vriendelijk en hoffelijk en reageert verbaasd en teder wanneer ze hem confronteert met haar verdenkingen dat hij een bedrieger is die zich voor haar echtgenoot uitgeeft. Hij doet niet eens moeite om haar beschuldigingen te weerleggen. Van een afstandje gezien zou je bijna kunnen vinden dat Bertrande er qua echtgenoot op vooruit gegaan is, maar Bertrande is ongevoelig voor de nieuwe kwaliteiten van haar echtgenoot; de waarheid is voor haar zwaarwegender. Ondertussen begrijpen de zussen van Bertrande en de pastoor niets van haar twijfels. Ze veronderstellen dat ze door de zwangerschap labiel is. Bertrande weet echter ook de oom van Martin aan het twijfelen te brengen over de identiteit van zijn neef en uiteindelijk komt het dan toch tot een rechtszaak, die er in de zestiende eeuw uiteraard anders aan toe gaat dan nu het geval zou zijn: er wordt hoofdzakelijk een beroep gedaan op getuigenverklaringen.

    Krankzinnig

    De vrouw van Martin Guerre is een vertelling die enerzijds heel pastoraal en idyllisch is: ‘Het veld liep schuin af, tot aan het roodbruine kreupelhout. Boven hen hoorden ze het murmelende beekje dat in de zomer tot een krachtige stroom aanzwol, maar nu weer was verschrompeld: het water kabbelde voort aan de voet van de kastanjebomen, omcirkelde het veld, liep onder hen door het struikgewas en vervolgde zijn weg door de smaller wordende vallei.’ Anderzijds is het een verhaal over het volwassen worden van een meisje dat zich wanneer ze jong is schikt naar wat er van haar verlangd wordt, maar dat zich naarmate ze ouder wordt realiseert dat zij in deze twijfelachtige omstandigheden ook iets mag vinden van het leven dat haar opgedrongen wordt. Lewis heeft duidelijk sympathie voor haar personage en beschrijft gedetailleerd wat er in haar omgaat, waarbij er genoeg ruimte blijft voor zowel de optie dat Bertrande het bij het rechte eind heeft als de optie dat ze zich vergist. De verwanten van Martin beschouwen haar inmiddels als krankzinnig en het vereist moed en doorzettingsvermogen van de jonge vrouw om zich niet neer te leggen bij wat er door hen en de pastoor van haar verwacht wordt, ook omdat ze zelf ook regelmatig aan haar eigen waarnemingen twijfelt. Tijdens een logeerpartij bij haar tante is ze bijvoorbeeld een keer zo verward, dat ze meent dat de zon in het westen opkomt. 

    IJzersterk

    De vrouw van Martin Guerre is een mooi en lichtvoetig geschreven verhaal. Niet Martin maar Bertrande heeft de hoofdrol gekregen in deze geschiedenis die daarom ook vanuit haar perspectief verteld wordt. Lewis springt met grote stappen door de tijd tot het moment dat de rechtszaken beginnen en bereikt in combinatie met de idyllische beschrijvingen van het landschap een bijna sprookjesachtig effect. IJzersterk is de alomtegenwoordige twijfel die de lezer in zijn greep houdt. De argumenten van beide partijen zijn zo plausibel dat zowel de waarheid van Bertrande als die van haar tegenpartij mogelijk kunnen zijn. Het boek blijft daarom tot de ontknoping spannend.