• Het boek dat beter een kerstfilm had kunnen zijn

    Het boek dat beter een kerstfilm had kunnen zijn

    De uitspraak ‘het boek was beter dan de film’ is er een die menig boekliefhebber meermaals geuit zal hebben. In het geval van Jane Smiley’s Een winter in Parijs zal deze mening echter niet van toepassing zijn. Dit boek lijkt geschreven om bewerkt te worden tot kerstfilm dankzij dieren als hoofdpersonages, hun vriendschap met een kleine jongen en het zoete plot met een klassiek happy end.

    Peres is een Frans renpaard dat na een wedstrijd te hebben gewonnen op een onbewaakt moment besluit op avontuur te gaan. Het paard ziet altijd wel iets wat haar nieuwsgierigheid wekt en zodoende duurt het niet lang voordat de racebaan uit het zicht verdwijnt en Peres zich plotseling midden in Parijs bevindt. Daar ontmoet ze de zwerfhond Frida, die tot voor kort aan een straatmuzikant behoorde maar sinds diens dood rondzwerft door de stad. Frida kent het klappen van de zweep als eigenaarloos dier in Parijs en helpt Peres zich te verstoppen voor de mensen, terwijl ze er ook voor zorgt dat beide dieren genoeg te eten krijgen. Later in het verhaal voegen een eendenkoppel genaamd Sid en Nancy zich toe aan het gezelschap, en de raaf Raoul.

    Een perspectief op de mens

    De dieren hebben de hoofdrol in Een winter in Parijs. Ze hebben alle hun eigen karakter en staan allemaal model voor een archetype. Zo is de jonge merrie Peres de onschuldige van de groep die met onbevangen nieuwsgierigheid elk avontuur aangaat. Zij wordt beschermd en op het rechte pad gehouden door de zorgende Frida en beide dames ontvangen advies van de wijze en alwetende raaf. Het eendenkoppel Sid en Nancy snateren de hele dag door en scheppen een hoop onrust in het gezelschap, waarmee zij de rol van rebel vervullen. Hierover heeft de raaf Raoul, die in reïncarnatie gelooft, wel iets te zeggen: ‘En kijk naar Sid en Nancy. Verschrikkelijk bezorgd, zelfs voor wilde eenden. Ik vermoed dat zij in een vorig leven impulsief en roekeloos waren…’

    Dit is een leuke knipoog naar de popcultuur van de mensenwereld, waar de dieren vanzelfsprekend niets vanaf weten, waarnaar regelmatig wordt verwezen, zoals in dit geval naar roemruchte koppels als het punk-koppel Sid en Nancy of de net zo beroemde Bonnie en Clyde.
    De toevoeging van Sid en Nancy in het verhaal doet er eigenlijk niet veel toe. De eenden zijn namelijk erg op zichzelf en een voorbeeld van hoe de dialogen tussen de dieren – en de vele omschrijvingen van hun activiteiten – vaak weinig bijdragen aan het daadwerkelijke verhaal. Bijvoorbeeld in de volgende passage, waarin Frida Nancy opzoekt bij de vijver.

    ‘Ze zocht de treden op, liep naar beneden, rustte een poosje uit, maar bleef op haar hoede tot alles rustig was, en liep tenslotte weer naar boven, de straat in die langs de rivier liep. Niet lang daarna was ze terug bij de vijver. “Lieve hemel!” zei Nancy. “Je bent terug!” Frida zei: “Klopt. Hoe voel je je?” “Hoe denk je dat ik me voel? Wat een ellende allemaal. Het water is tot helemaal hier gestegen…” ze gebaarde met haar bek, “en ging toen weer omlaag. Het was een nachtmerrie. Maar ik kan Sid dit soort dingen proberen uit te leggen tot ik een ons weeg, hij gaat niet eens lúísteren, let op mijn woorden.” “Dat zal ik doen,” zei Frida.’

    Het perspectief van de dieren schept afstand tot de voor de lezer zo bekende wereld. De dieren zien de mensen, hun gedrag en hun spullen met andere ogen. Zo is een handtas een object dat de dieren fascineert en heeft vooral de raaf Raoul zijn eigen gedachten over de mens, bijvoorbeeld als de dieren een carrousel ontdekken in de stad en zich daarover verbazen: ‘Ik vermoed dat jullie dames er geen notie van hebben hoe veeleisend nakomelingen zijn. Ze moeten vermaakt worden, in het bijzonder die van mensen, die er jaren over lijken te doen voordat ze eindelijk in hun eigen onderhoud gaan voorzien, en wat moeten ze dan in de tussentijd doen? Wij aves bespreken dit mysterie dikwijls, de luiheid die endemisch is onder mensen, en dat ze niettemin gedijen…’

    Mensen als randpersonage

    Er komen ook mensen voor in het verhaal van de dieren, al fungeren deze voornamelijk als randpersonages die ervoor bedoeld zijn de dieren gevoed en verzorgd te houden. Een vriendelijke groenteverkoper kijkt er niet gek van op als hond Frida op eigen houtje boodschappen komt doen en de eigenaresse van een bakkerij staat ’s ochtends vroeg klaar met een bak haver voor Peres.
    Zo komt langzaam maar zeker ook het 9-jarige jongetje Étienne in beeld dat samen met zijn stokoude overgrootmoeder in een grote villa in het centrum van Parijs woont. Hier leidt hij een beschut en eenzaam bestaan. Hij gaat niet naar school, heeft geen vrienden en zijn enige bezigheden zijn het verzorgen van zijn blinde en dove overgrootmoeder en het lezen van boeken.

    Dit laatste zorgt ervoor dat hij over een flinke dosis fantasie beschikt. Zijn motto lijkt te zijn: als het in een boek kan, kan het vast ook in de echte wereld. Deze gedachtegang leidt ertoe dat hij een voorzichtige vriendschap sluit met Peres en Frida en uiteindelijk Peres in huis haalt. De overgrootmoeder merkt de aanwezigheid van het paard niet op. Met de nieuwe aanwinst van dit ‘huisdier’ krijgt Étienne ook het gezelschap van de raaf en de hond erbij.

    De mensen die in het boek betrokken zijn bij het leven van de dieren delen een paar eigenschappen met hen, namelijk dat zij in wezen vriendelijke mensen zijn met een groot bewustzijn van hun omgeving en de veranderingen daarin. Daarmee lijkt de boodschap van het boek te zijn dat als je vriendelijk met de wereld om je heen omgaat, je beloond zult worden met een goed verhaal, zoals het oplossen van het mysterie van een paard in Parijs, met natuurlijk een goede afloop.

    Eind goed, al goed

    Als de overgrootmoeder van Étienne uiteindelijk sterft, werken de dieren en de mensen samen om voor Étienne een passend nieuw thuis te vinden. De speciale band die de jongen met het paard heeft opgebouwd werpt vruchten af. Hij lijkt een training als jockey te kunnen beginnen vanwege zijn natuurlijke aanleg voor paardrijden.

    Zo maakt Jane Smiley het verhaal rond met een klassiek eind goed, al goed, dat nog eens bevestigt dat dit boek het beter zou doen als kerstfilm. Er gebeurt namelijk verder weinig in Een winter in Parijs, buiten lange en vaak zinloze dialogen tussen de dieren of beschrijvingen van hun activiteiten. “Vriendelijkheid” is het thema waar dit verhaal op gestoeld is. Dit had echter meer kracht gehad wanneer de dieren ook blootgesteld zouden worden aan onvriendelijkheid en de harde wereld om zich heen. Omdat Smiley ervoor kiest alleen de zoete en zachte kant van het verhaal te vertellen, is Een winter in Parijs meer een kerstsprookje dat zich te lang rekt. Als geschreven verhaal voelt het daardoor langdradig, maar als kerstfilm voor het hele gezin zou dit een prima keuze zijn.

     

  • Oogst week 4 – 2022

    Het voorval

    Het eigen leven tot onderwerp van haar boeken maken. Dat deed de Franse schrijfster Annie Ernaux al vanaf het eerste boek dat ze in 1974 schreef, over haar kindertijd. Daarna volgden romans over haar adolescentie, haar huwelijk. Ook haar ouders waren met hun individuele wedervaren onderwerp van Ernaux’ literaire aspiraties, zoals de maatschappelijke ontwikkeling van haar vader en de ziekte van alzheimer bij haar moeder. In haar eigen leven waren afzonderlijke gebeurtenissen aanleiding voor een boek. Zo was daar L’Événement (2000), dat in 2004 onder de titel Het voorval werd uitgegeven door Singeluitgeverijen.

    Na het succes van De jaren (2020), een vermenging van autobiografische fictie en sociologie, is er nu een derde druk van Het voorval, eveneens in de vertaling van Irene Beckers. Tijdens een heel korte zomerrelatie raakt Annie zwanger. Al snel is ze ervan overtuigd dat ‘dat’ weg moet en ze besluit tot abortus. Een riskante onderneming, want abortussen geschieden dan nog clandestien. De zwangerschap dwingt haar ook na te denken over de relatie met haar moeder en over het feit dat zijzelf leven door kan geven. Neutraal, eerlijk en authentiek beschrijft Ernaux de feiten, zoals ze in al haar negentien boeken doet. Van Het voorval is een film gemaakt die in 2021 in première ging.

    Het voorval
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2021

    Een winter in Parijs

    Het driejarige racepaard Peres duwt per ongeluk tegen de deur van haar stal op het Franse platteland en als de deur opengaat stapt ze naar buiten, ziet iets liggen wat ze kent. ‘Ze bracht haar neus ernaartoe, snuffelde er wat aan en ontdekte het hengsel. Ze pakte de tas op en draafde van het stallenterrein af, de renbaan op. Serieus, dacht ze, voor een paard dat net een lange race met veertien hindernissen achter de rug had, barstte ze eigenlijk nog van de energie. Ze maakte een uitgelaten bokkensprong en brieste.’ Dan gaat het paard op weg, wat het begin is van een avontuur over vriendschap. Jane Smiley schreef met Een winter in Parijs een boek vol vriendelijkheid, troost en hoop, in de trant van Charlie Mackesy’s bestseller De jongen, de mol, de vos en het paard.

    In Parijs komt Peres hond Frida tegen, later komen er twee eenden bij en een raaf. Samen scharrelen ze in de winterse kou hun kostje bij elkaar. Als Peres de achtjarige Étienne ontmoet, ontstaat er vriendschap tussen de jongen en het dierengroepje. Étienne smokkelt de dieren die dat willen naar binnen en ook een rat sluit zich aan. De dieren praten samen, zorgen voor elkaar, hebben ieder een eigen taak en ergeren zich soms aan elkaar. Ze hebben alle eigenschappen en gedragingen die mensen ook hebben. Smiley vertelt het verhaal vanuit de verschillende perspectieven van de dieren en de jongen met ieder hun eigen, unieke persoonlijkheid. Het is een lief boek geworden.

    Een winter in Parijs
    Auteur: Jane Smiley
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam 2021

    De expeditie

    Het boek De expeditie schreef Wessel te Gussinklo op verbeten toon al in 1963, in drie maanden tijd. Hij was toen tweeëntwintig jaar. Uitgeverij Koppernik laat het nu voor het eerst in druk verschijnen. Hoofdfiguur Ronald spiegelt zichzelf een helder beeld voor van de volmaakte vrouw. Hij legt het zijn geliefde, Mirjam, dwingend op en verwacht dat zij eraan voldoet. Hij verlangt naar een symbiose, naar een compleet samenvallen met de ander. Maar Mirjam weigert aan dat beeld te voldoen en volgt haar eigen belangen.
    In De Groene Amsterdammer zegt Te Gussinklo in januari 2021 over De expeditie: ‘Helemaal per ongeluk, toen ik net tweeëntwintig was, begin ik een verhaaltje te schrijven. Plotseling, zomaar, schoot het uit mij voort. Mijn schrijverschap ontwaakte toen. Ik wist opeens: verdomd, dit is het, dit wil ik met mijn leven.’

    Eveneens is in deze uitgave van Koppernik Het meesterwerk opgenomen, een autobiografisch en soms hilarisch verslag over de moeilijkheden en mislukkingen die Te Gussinklo ondervond bij het schrijven, vanaf het voltooien van De expeditie tot aan de publicatie van De verboden tuin. Voor deze tweede roman kon hij tien jaar lang geen uitgever vinden.

    Te Gussinklo, bewonderaar van Dostojewski en Sartre, vindt zichzelf meer een schrijver van inzichten dan van verhalen. Zijn thema’s zijn veelal de strijd met het dagelijks bestaan, macht, ideologieën, tirannen, beelden en visioenen. In 2021 won hij de Boekenbon Literatuurprijs voor Op weg naar De Hartz, het vierde deel van de romancyclus over zijn alter ego Ewout Meyster.

     

    De expeditie
    Auteur: Wessel te Gussinklo
    Uitgeverij: Koppernik 2021
  • Een hutje

    Een hutje

    Ik zoek een plek om te schrijven. Een berghok lijkt me goed, zo een als waarin romanfiguur Larry Morgan, als beginnend schrijver en verteller in Wat behouden blijft, zijn verhalen schrijft. Of zoals hij zegt, ‘eigenlijk schreef het verhaal zichzelf, het vloog eruit als een vogel die uit een kooi werd losgelaten.’ Met sommige boeken blijf ik bezig, lees opnieuw fragmenten, kijk hoe de schrijver het gedaan heeft, waar de magie zit. Twee columns terug schreef ik over dit boek dat ik niet eerder zoiets gelezen had. In de Amerikaanse romantraditie is Wat behouden blijft een bijzondere roman zegt schrijver Jane Smiley. In een nawoord schrijft ze dat Stegner met dit boek zich zowel ‘heeft ontdaan van Hemingway’s idee van solitaire mannelijkheid als van Fitzgeralds idee van romantiek.’

    Het boek begint als Larry en zijn vrouw Sally, op verzoek van Charity, in 1972 terugkeren naar de heuvels in Vermont, de plek waar ze hun gezamenlijke zomervakanties doorbrachten. Charity is ongeneeslijk ziek. Herinneringen brengen Larry terug naar de cruciale momenten in hun levenslange vriendschap. De eerste ontmoeting midden jaren dertig, toen het leven nog enkel uit toekomst bestond. Sid en Larry zijn beginnend docent aan de Universiteit van Wisconsin, de een wil dichter worden, de ander romanschrijver. Sally en Charity zijn tegelijkertijd zwanger, voor Sally de eerste, Charity de derde. Larry schrijft, zijn verhalen worden geplaatst in magazines. Voor Sid staat het docentschap, onder invloed van Charity op de eerste plaats. In plaats van dichten moet hij promoveren.

    Charity is gecharmeerd van het bohémienachtige leven van Larry en Sally, trekt ze hun leven in, waarna een vriendschap ontstaat die paradijselijke trekken heeft. De picknicks, uitstapjes, een voettocht door de jungle. Tot, zoals Larry zich herinnert, de onvermijdelijk slang die zich in elk paradijs verbergt, opduikt. In de vorm van polio Sally treft. Later is er nog een reis naar Italië. Er vallen dingen voor, er is verwijdering (vooral in afstand) maar de diepte van verbondenheid, van ‘elkaar nodig zijn’, is steeds aanwezig. Er is een schitterende dialoog die ik herhaaldelijk lees. Over vijf pagina’s zetten Sid en Charity zich uiteen voor ze hun gezamenlijke leven aangaan. Sid declameert voor Charity:

    ‘Ik zal opstaan en gaan nu, en gaan naar Innisfree,
    en daar een hutje bouwen, gemaakt uit klei en twijgen;
    negen rijen bonen zal ik daar hebben, een korf voor honingbijen,
    en wonen, heel alleen, op bij-doorgonsd gebied.’

    Charity reageert luid lachend, ‘O, póéh Sid! Dat is een schitterend gedicht, maar het is geen plan voor het léven.’
    Dan weet je dat de kaarten zijn geschud, de regels bepaald. Deze dialoog, (zo schrijft Larry, is deels verzonnen, deels uit tweede hand van degenen die bij dit gesprek aanwezig waren, ook een romanfiguur ensceneert) geeft aan hoeveel Sid en Charity voor hen betekend hebben. In hun kracht en falen haalt hij ze liefdevol naar de voorgrond, worden ze onvergetelijk. Het is deze intensiteit van vriendschap waarover ik nog nooit gelezen had.
    Maar goed, ik ben dus op zoek naar een plek waar ik mijn hoofd kan openzetten, de verhalen eruit vliegen, ze enkel hoef op te schrijven.

     

     

    Wat behouden blijft (Crossing to Safety (1987) / Wallace Stegner / vertaling Edzard Krol / uitgeverij Lebowski (2015) / 414 pag. Citaat: W.B. Yeats


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis, zoekend naar een goed verhaal.