• De schoonheid van het menselijk tekort

    De schoonheid van het menselijk tekort

    ‘Alles wat ze hadden is weg, verdwenen, kwijt. Maar wat ze niet hadden, is er soms wel’. Met deze raadselachtige, maar prachtige zin, sluit Jan Wijnen zijn verhaal Kwijt af in zijn onlangs verschenen bundel IJsvogelblauw. Het verwijst naar dementerende bejaarden in een verpleeghuis, die weliswaar het zicht op de werkelijkheid kwijtraken, maar zich een eigen gefantaseerde wereld creëren waarin begrippen als tijd, plaats en ruimte een andere betekenis krijgen. Jan Wijnen gaat echter een stap verder en betrekt dit niet alleen op dementerende bejaarden. Het gaat op voor alle mensen, aldus dramadocent Sonja in het verhaal Lichaamstaal, als zij zegt: ‘Niemand is zichzelf’, we zijn niet wie we denken dat we zijn. We spelen niet alleen toneel op toneel. En niet alleen voor anderen. We nemen net zo goed onszelf bij de neus. Dag in dag uit.’ Dit is een rode draad in zijn verhalen. De eenzaamheid van de mens op zoek naar liefde, zin en betekenis. 

    Deze eenzame wereld

    IJsvogelblauw is alweer de vijfde verhalenbundel van Jan Wijnen en hopelijk niet zijn laatste. Hij beheerst het métier als geen ander. Zijn verhalen zitten heel doordacht in elkaar en zijn geschreven in een kraakheldere stijl, geboetseerd lijkt het wel. Korte, rake zinnen zonder overbodige franje of bedwelmende beeldspraak. Zij bevatten altijd meerdere lagen. Het feitelijke verloop van de gebeurtenissen wordt ingebed in een breder maatschappelijk of filosofisch kader. Een mooi voorbeeld hiervan is het verhaal Do not pass this line. In dit verhaal reist een leraar op een School met de Bijbel naar India om te controleren of het ingezamelde geld voor een onderwijsproject aldaar wel op de juiste plaats is terecht gekomen. In het vliegtuig komt hij in contact met een man met wie hij een adres uitwisselt. Terug op school krijgt hij in zijn favoriete klas, waar hij zich vertrouwd voelt, te maken met vrijpostige vragen van een leerling of hij een fijne tijd heeft gehad in India. Gekscherend gaat hij hierop in. Kort daarna wordt hij bij de directeur op het matje geroepen. Of het gerucht klopt dat hij in de klas over seksualiteit heeft gesproken. Of hij weet dat dit verboden is op de school en dat hem dat zijn baan kan kosten. Wat doet hij? In dit verhaal komt de actualiteit aan de orde rond de vrijheid van onderwijs en het openlijk mogen uitkomen voor je seksuele geaardheid. Maar het gaat hier ook om de individuele keuzes die wij maken en de eenzaamheid die daarmee gepaard gaat. Hoewel deze elementen kenmerkend zijn voor het werk van Jan Wijnen is hij in zijn onderwerpkeuze heel gevarieerd. Hij tast als het ware voortdurend in allerlei situaties af waar de keuzevrijheid van de mens ligt en dus zijn eenzaamheid. In die zin is Wijnen een echte existentialist. 

    De schoonheid van het menselijk tekort

    Hoewel het boek wat stroef begint met het verhaal Kandinsky over een, misschien wat uitgekauwd thema van een man, die alle mogelijke idioterie uit de kast haalt om maar niet ontslagen te hoeven worden uit de psychiatrische inrichting, bevat het verder kleine juweeltjes van vertelkunst. Jan Wijnen heeft een mooie pen waarmee hij in staat is een breed register aan emoties los te maken bij de lezer. Buitengewoon ontroerend, maar ook spannend is het verhaal Nadine en de bedplassers. Je leest het in één adem uit en komt dan even rustig bij, terwijl je terugbladert om te zien of je geen details over het hoofd heb gezien. Je hebt voor het moment ook genoeg aan één verhaal. Het is als een smakelijk gebakje. Dat eet je langzaam op met kleine hapjes. 

    Meneer Pastoor is een tragikomisch verhaal en zeer gelaagd, waarbij je aan het einde als het ware vanzelf ga meedrinken met meneer pastoor en de hoofdrolspeler in het verhaal. Tenslotte het laatste verhaal, De lege bladzijde, een fraai slotakkoord van deze verhalenbundel, waarin Jan Wijnen de lezer voor de laatste keer confronteert met de schoonheid van het menselijk tekort in deze eenzame wereld.

    Hoed af!

    De droom van iedere schrijver is om zich, na het schrijven van korte verhalen, toe te leggen op het grote werk, het schrijven van een echte roman. Het korte verhaal blijft zo een ondergewaardeerd genre. Dat is niet terecht. Klasse en diepgang leggen in een kort verhaal, is een vak apart. Geen woord, geen zin mag ondoordacht het papier bevlekken. Dat vraagt vakmanschap. In dat opzicht is Jan Wijnen beslist een vaandeldrager van het genre en een van de meest originele schrijvers. Dit boek is eens te meer een proeve van zijn bekwaamheid. Hoed af!

     

  • Bundel juweeltjes

    Bundel juweeltjes

    In april is van Jan Wijnen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de verhalenbundel Verkleurde tijd verschenen, al weer de vierde van zijn hand sedert zijn debuut in 2004. Wijnen is een zeer goed schrijver, die zijn verhalen zorgvuldig componeert en beschikt over een uitgebreid arsenaal stijlmiddelen om zijn verhalen spannend te houden. De kwaliteit van alle verhalen staat op een hoog niveau. Hoewel Verkleurde tijd een verhalenbundel is, heb je sterk de neiging door te lezen en het in één adem uit te lezen.

    Het eerste verhaal, ‘los Holandeses’, gaat over een echte loser, een afkickende junkie, die terugkijkt op zijn leven en zich spiegelt aan zijn burgerlijke, want succesvolle broer. Er rest hem niets anders dan drank en wrok, zich krampachtig vastklampend aan zijn anti-burgerlijk gevoel voor eigenwaarde, terwijl hij zichzelf in zijn dromen ziet dansen als tangoster samen met Elly, de vrouw van zijn broer. De bundel ontleent ook het motto aan dit verhaal, nl. de woorden van de Argentijnse zanger Carlos Gardel (1890 – 1935): ‘Volver, Volver’, ’Ik kom, liefste, ik kom terug’.

    Het tweede verhaal, ‘Maak een foto van me, alsjeblieft’, gaat over een getalenteerd fotograaf, die een reportage heeft gemaakt over een natuurramp in Colombia. Daar heeft hij een foto gemaakt van een meisje dat al 55 uur bekneld ligt onder het puin. Met deze foto zou hij een goede kans hebben gemaakt op de World Press Photo, aldus zijn vriendin Anna, maar hij publiceert hem niet. In dit sublieme verhaal raakt Wijnen aan zoveel absurde kanten van het leven, dat het je bijna gaat duizelen.
    Alleen om dit korte verhaal al is Wijnen een geweldige schrijver. ‘“Je moet de wereld door een andere bril bekijken,” zei  Anna. “Dat meisje was heus niet langer blijven leven als je haar niet vereeuwigd had.” “Vereeuwigd’’, bauwde hij haar na. Hij zag de pijn op haar gezicht. Het was niet alleen het verdriet om zijn woorden, het was haar persoonlijke pijn, de pijn van hun relatie.’

    Het derde verhaal, ‘Goede doelen’, is ook weer zo’n juweeltje, waarin in kort bestek verschillende aspecten van de eenzaamheid worden belicht. ‘Alles ontglipt hem de laatste tijd. Hij doet wat hij kan, voor zijn dochter, zijn vrouw, zijn kleindochter, maar wie is er voor hém?’ Prachtig hoe Wijnen speelt met de verlangens van de hoofdpersoon ten aanzien van degene die er wel voor hem is, nl. zijn hulp in de huishouding, een zwarte vrouw uit Afrika. Eigenlijk schaamt hij zich voor zijn sexuele verlangens ten aanzien van haar. Hij vindt het plat en ordinair daaraan toe te geven, maar toch…… !

    Het vierde verhaal, ‘Het schilderij’, is mooi, maar in zijn thematiek wat geconstrueerd.

    Het vijfde verhaal, ‘De gelieven’, gebaseerd op een strofe uit een gedicht van J.C. Bloem, leest heerlijk weg. Het gaat over vrienden die terugblikken op hun ‘ruige, jonge en artistieke jaren’, maar van wier dromen weinig is terechtgekomen.

    Het zesde verhaal, ‘Iets met woorden’, is een ode aan de geschiedenis. De ongeneeslijk zieke Adrie wordt vanwege de begrafenis van zijn vader gedwongen terug te kijken op hun turbulente relatie en zijn relatie met de rest van zijn familie. Een klassiek thema, maar aangrijpend verwoord.

    Het verhaal, ‘Goudman, wie is dat’, sluit de bundel af.  Dit is een mooi, tragi-komisch verhaal over de breekbare hulpeloosheid van een oudere man in het ziekenhuis, die op zijn kamer opgezadeld wordt met een Vlaamse kletsmeier als buurman, maar uiteindelijk aan deze zelfde kletsmeier zijn leven te danken zal hebben.

    De korte verhalen van Jan Wijnen lijken steeds iets langer te worden, alsof hij bezig is te groeien naar een grote roman. Voorlopig blijft hij een van de beste korte verhalenschrijvers van dit moment in Nederland. Een gegarandeerd leesplezier.

     

    Verkleurde tijd

    Auteur: Jan Wijnen
    Verschenen bij: Uitgeverij Nieuw Amsterdam
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: 17,95