• Zomerboeken 2018 – In het hoofd van de lezer

    Zomerboeken 2018 – In het hoofd van de lezer

    Jaloezie

    In Jaloezie (1957) van Alain Robbe-Grillet mag de lezer zelf het verhaal achter de tekst construeren. Het decor van een Afrikaanse bananenplantage wordt ogenschijnlijk afstandelijk beschreven als door een camera-oog. Dat Robbe-Grillet ingenieur is proef je aan de vele staaltjes geometrische beschrijvingskunst. De observerende blik is die van de afwezige echtgenoot die nauwgezet registreert hoe zijn vrouw A… en zijn vriend Franck (die getrouwd is met een zekere Christiane die niet goed tegen het tropische klimaat bestand is) met elkaar omgaan. Als vanzelf laadt de tekst zich met een zekere suspense. De jaloerse echtgenoot neemt zelf niet actief deel aan het ‘verhaal’, maar zijn aanwezigheid wordt verondersteld als er bijvoorbeeld wordt ingezoomd op de tafelschikking. Heel subtiel lijkt er toch sprake van enig contact tussen hem en de geobserveerden.

    Het boek kent een aantal scènes die keer op keer in iets gewijzigde vorm terugkeren, al naar gelang de observerende verteller zich op iets andere details richt. De jaloerse argwaan van de ‘vertelinstantie’ raakt verstrikt in het cyclische verhaalverloop. Typisch voor Robbe-Grillet is ook dat A… en Franck op hun beurt praten over een roman waarvan de handeling zich in Afrika speelt en de heldin niet tegen het tropische klimaat lijkt opgewassen…

     

     

    Jaloezie
    Auteur: Alain Robbe-Grillet

    Stijloefeningen

    Een ander strak vormgegeven boek dat een eenmaal ingeslagen weg met een uiterste consequentie vervolgt is Stijloefeningen (147) van Raymond Queneau. Alleen spat hier wel de speelsheid van de 99 stijlversies van een en dezelfde gebeurtenis van de pagina’s af: een buspassagier neemt waar hoe een jongeman met een raar hoedje een medereiziger ervan beschuldigt voortdurend tegen hem op te botsen in het gedrang van in- en uitstappende mensen. Een paar uur later komt hij dezelfde jongeman in de stad weer tegen, lopend naast iemand die hem de raad geeft een extra knoop aan zijn overjas te zetten. Banaler kan het niet, zou je denken. Des te groter de uitdaging om dit Zinloze Feit de wereldliteratuur binnen te smokkelen door het in bijna ieder denkbare vorm te gieten: van telegramstijl tot alexandrijnen, van een ode tot een heus blijspel, van een breedsprakige stijl tot een eentje uit alleen maar tussenwerpsels opgebouwd.
    Speelde het verhaal zich oorspronkelijk in Parijs af, de vertaling uit 1978 van Rudy Kousbroek heeft het hele gebeuren naar het Amsterdamse getrokken en de boel dus flink vernederlandst. Heel behoorlijk werk, maar het voordeel van een vertaald boek is dat het opnieuw vertaald kan worden. Weinig boeken nodigen zo uit om om de 25 jaar opnieuw vertaald te worden als dit. En dat is een reuzecompliment voor Raymond Queneau.

     

     

    Stijloefeningen
    Auteur: Raymond Queneau

    Kindertijd

    Het derde boek, Kindertijd (1983), speelt deels op Frans grondgebied en deels op Russisch. De in 1900 in Ivanovo uit Russisch-joodse ouders geboren Nathalie Sarraute stond niet alleen aan de wieg van de Nouveau Roman maar wist die ook ruimschoots te overleven. Onder andere met dit op 83- jarige leeftijd geschreven boek dat in plaats van een anonieme verteller een autobiografische ik aan het woord laat. Al is de vorm niet bepaald die van een chronologisch afgerolde standaardautobiografie. De opgerakelde herinneringen aan de eerste, niet al te gelukkig verlopen twaalf jaar van haar leven, pendelend en opgedeeld tussen haar gescheiden ouders in Parijs (moeder) en Sint Petersburg (vader) en ingeklemd tussen beide talen, worden door een wantrouwende tegenstem steevast ondervraagd en kritisch tegen het licht gehouden: ‘Ben je daar zeker van?’ ‘Voelde je dat echt op dat moment?’. Het eigenlijke onderwerp is dan ook meer: hoe een zelfbewustzijn vorm krijgt. Een belangrijke component daarvan is haar gevoeligheid voor het zintuiglijke van woorden, en uitdrukkingen; het ‘blootleggen van alle rijkdommen’ die een woord in zich bergt. Ook de dubbelzinnigheid van taal en het gemak om met woorden iets anders te bedoelen dan men zegt. Zo heeft het jonge meisje op gegeven moment met haar moeder afgesproken dat ze haar als ze ‘gelukkig was zou schrijven: “Ik ben hier heel gelukkig” met een streep onder ‘heel’. En alleen ‘Ik ben gelukkig’ als ik het niet was.’ Sarrautes stijl is zoekend en tastend met bijbehorende puntjes… Nergens thuis en op haar plek weet zij zich uiteindelijk geborgen in haar zelf geschreven woorden.

     

    Kindertijd
    Auteur: Nathalie Sarraute
  • De kracht van het vrouw-zijn

    De kracht van het vrouw-zijn

    Onder leiding van Ruhollah Khomeini wordt in Iran op 1 april 1979 de islamitische republiek geboren. Voor Abnousse Shalmani en haar familie betekent dit het einde van een zorgeloos en vooral vrij leven. Vanaf dat moment zijn vrouwen gedwongen gesluierd door het leven te gaan. En de doek die de vrouwen bedekt, weet Shalmani, zal voor velen van hen een schaduw werpen over de rest van hun leven.

    Abnousse Shalmani, die op 1 april 1977 in Teheran wordt geboren, groeit daar na de revolutie op. Ook al kent ze de wereld niet anders dan hoe hij op dat moment is – vrouwen bedekken hun haren, dragen geen make-up en zoeken geen oogcontact – ze heeft het gevoel dat er iets niet klopt en dat ze tegen de schenen moet schoppen van de ‘gangbare manier van leven’. Als jong meisje kan ze maar één ding bedenken: haar blote kont laten zien. Na school kleedt ze zich uit. De hoofddoek, de voorgeschreven jurk en de voorschreven broek doet ze stuk voor stuk uit. En dan begint het spannende gedeelte: de vlucht naar de auto. Ze rent zo snel mogelijk het schoolplein over om de auto te bereiken zonder dat de ‘zwartjurken’ haar te pakken krijgen. Dit alles om te provoceren, om haar afkeer van de hoofddoek duidelijk te maken. Hij is grijs, lelijk en zit niet lekker.

    Hiermee wordt het strijdlustige karakter van Abnousse op jonge leeftijd al duidelijk. Khomeini, Sade en ik is dan ook een boek over strijden. Het gaat over de strijd tegen Khomeini, tegen de hoofddoek, maar vooral tegen de onderdrukking van de vrouw.

    In 1985 ziet de familie Shalmani zich genoodzaakt om te vluchten uit Teheran. Ze hopen dat Parijs hun een beter, vrijer leven kan bieden. Om de taal te leren en de cultuur te begrijpen, verdiept de jonge Abnousse zich al gauw in de Franse literatuur. De boeken helpen haar niet alleen om de Franse taal en cultuur te leren kennen. Om haar ideeën vorm te geven en haar gedachten om te zetten naar een concrete mening, is daar de literatuur. En wel de libertijnse literatuur.

    Ik ben een paar keer geboren. Een keer op een dag in april, een andere keer toen ik mijn sluier aflegde en mijn naaktheid onder de aandacht bracht, een derde keer toen ik voet zette op Franse bodem, ten slotte nog een keer toen ik een boek van Zolan opensloeg en de libertijse literatuur van de Franse achttiende eeuw ontdekte.’

    Sade ‘de goddelijke markies’ doet zijn intreden in juli 1997. Waar Khomeini de grote slechterik is in dit boek, is Sade de held die Abnousse haar wapens aanreikt voor de strijd. Zijn buitensporige romans geven Abnousse een ongemakkelijk gevoel. Ze leest de boeken eerst alleen in de veilige omgeving van haar slaapkamer en met elke bladzijde die ze omslaat, groeit haar verlangen om het boek weer snel weg te leggen. Sade beschrijft het lichaam tot in detail zonder enige schaamte. Hij is een atheïst, hij moet niets hebben van moraal, van fatsoen of godsdienst. Nieuwsgierigheid helpt Abnousse de verleiding te weerstaan om het boek weg te leggen en na het lezen van de laatste bladzijde heeft ze het gevoel dat ze een ander mens is. ‘Ik was niet langer een slachtoffer van de baardmannen, ik was hun ergste nachtmerrie.’

    Khomeini, Sade en ik is een boek met een krachtige boodschap. Die boodschap is dat vrouwen en mannen elkaars gelijken zijn. Dat vrouwen niet onder doen voor mannen, dat ze dezelfde rechten zouden moeten hebben, en zelf moeten kunnen bepalen wat ze met hun lichaam doen en hoe ze zich kleden. ‘Ik vecht niet tegen mannen of vrouwen maar tegen opvattingen, de ongezonde traditie en de gewelddadigheid van het vooroordeel.’ Eén van die ongezonde tradities is volgens Shalmani de hoofddoek. De hoofddoek die er volgens de voorstanders voor moet zorgen dat vrouwen geen lustobject zijn voor mannen, maar die er paradoxaal genoeg voor zorgt dat elk stukje huid en elk stukje haar dat aan de sluier weet te ontsnappen, begeerte opwekt bij de man . ‘De hoofddoek is de scherpste veroordeling van de nieuwe tijd. Toon me duizend gesluierde vrouwen van welke leeftijd ook en laat ze herhalen dat ze vrij zijn, dat ze zich gelukkig voelen onder hun sluier. Ik zal ze niet geloven.

    Khomeini, Sade en ik komt langzaam op gang, maar na een paar hoofdstukken vindt het zijn ritme. Het boek neemt ons mee van Teheran in 1997 naar Parijs in 2013 en vertelt gaandeweg Abnousses verhaal met haar blote kont als leidraad door het boek. Het vertelt over de hoofddoek en de ongelijkheid die ze in Teheran achter heeft achtergelaten, maar waar ze weer mee geconfronteerd wordt in Parijs. Het vertelt over haar problemen als vrouw en als Iraanse vluchtelinge.

    Het boek is zo nu en dan een beetje ‘los-vast’. De onderwerpen die aangehaald worden ter ondersteuning van het hoofdverhaal lijken niet altijd helemaal op hun plek. Ook de formulering doet soms een beetje nonchalant aan. Maar uiteindelijk gaat het toch vooral om de inhoud van het boek en die maakt veel goed. De boodschap die Shalmani met dit boek probeert over te brengen is duidelijk. De boodschap dat vrouwen gelijk moeten zijn aan mannen kennen we, maar in combinatie met het verleden van Shalmani en de argumenten en de ondersteuning die ze uit de literatuur haalt, krijgt de boodschap een originele klank.

     

    Khomeini, Sade en ik

    Auteur: Abnousse Shalmani
    Vertaald door: Jan Versteeg
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 320
    Prijs: € 21,95

  • ‘Nieuwe’ novelle van Simone de Beauvoir

    ‘Nieuwe’ novelle van Simone de Beauvoir

    Misverstand of vertwijfeling
    Toen was er ineens, 28 jaar na haar dood, een nieuw boek van Simone de Beauvoir, de grande dame van het existentialisme en aanstichtster van de Tweede Feministische Golf. De schrijfster verwijderde ‘Misverstand in Moskou’ uit de kopij van haar verhalenbundel De gebroken vrouw (1969). In 1992 verscheen het postuum in een Amerikaans tijdschrift en nu is er een Nederlandse vertaling. Misverstand in Moskou is vintage De Beauvoir, maar niet De Beauvoir op haar best.

    De jaren zestig van de twintigste eeuw. De gepensioneerde André reist met zijn vrouw Nicole van Parijs naar Moskou voor een bezoek aan Masja, zijn dochter uit een eerder huwelijk. Ze ‘doen’ de geijkte bezienswaardigheden die ze vaak al kennen van eerdere gelegenheden, maken uitstapjes voor zover het bureau voor buitenlanders dat toestaat, en vangen hier en daar een glimp op van het dagelijks leven onder communistisch bewind. André helpt Masja met redigeer- en vertaalwerk, en Masja geeft André Russische les. Nicole zakt weg in een soort depressie; voelt zich ongeliefd, buitengesloten en oud: ‘Masja had gezegd: u bent nog jong, toch had ze Nicole bij de arm genomen. Eigenlijk kwam het door haar dat Nicole sinds ze hier was haar leeftijd zo sterk voelde. Het drong tot haar door dat ze was blijven vasthouden aan het beeld dat ze van zichzelf had toen ze veertig was; ze herkende zichzelf in de sterke jonge vouw die Masja was; temeer omdat ze ervaring en gezag uitstraalde, even rijp was als Nicole; ze waren gelijkwaardig. Vervolgens herinnerde een gebaar, een stembuiging, een voorkomendheid haar er opeens aan dat er tussen hen een leeftijdsverschil bestond van twintig jaar – dat ze zestig was.’ En Nicole verveelt zich. Als André dan ook nog voorstelt langer te blijven zodat hij kan doorpakken met zijn Russisch, schopt Nicole een scène en loopt zelfs weg, Moskou in. Maar de twee vinden elkaar weer in een expat-bar en alles komt goed. ‘Het is een groot geluk met elkaar te kunnen praten, dacht ze. Als een paar niet in staat is zich van woorden te bedienen, is het begrijpelijk dat de misverstanden zich opstapelen en ten slotte alles tussen hen bederven.’

    Kamerspel
    In het verhaal springt het perspectief heen en weer tussen Nicole en André, zodat de lezer eerder dan de hoofdpersonen doorheeft welk misverstand uitdraait op een relatiecrisis. Ook André voelt zich oud en afgedaan. Hij worstelt met zijn gebrek aan ambitie (er is sprake van artikelen die hij ooit van plan was te schrijven), ervaart een groeiende afstand tot Nicole en drinkt om dat te verdringen. Misverstand in Moskou is een verhaal in grijstinten; een ‘Kammerspiel‘ over verdorrende liefde tegen een grauwe Sovjet-achtergrond. En dan is er nog het motief van desillusie in het politieke systeem – het Sovjetleven dat ‘zeker voor buitenlanders’ minder zegenrijk heeft uitgepakt als verhoopt. Het is ook een ‘redeneerderig’ verhaal. Dat is niets nieuws bij De Beauvoir, maar hier stoort het. Zie het lange citaat hierboven. Niets kan worden gezegd of gedaan zonder de begeleidende gedachten van Nicole of André daarbij uit te serveren. Als Nicole in de trein naar buiten staart, bij voorbeeld: ‘Ze had net vier mooie dagen achter de rug, Moskou was wel wat veranderd; het was vooral lelijker geworden. (Jammer dat veranderingen bijna altijd negatief uitpakken, wat zowel voor plaatsen als voor mensen geldt.)’ En dan is er dat plotse halfzachte einde, inclusief het belang van ‘met elkaar in gesprek blijven.’

    Persoonlijk en politiek
    Blijft de vraag: waarom heeft De Beauvoir Misverstand in Moskou niet gepubliceerd tijdens haar leven? Vond ze het niet goed genoeg in literair opzicht, of speelden andere factoren mee? Het existentialisme was in de jaren vijftig voor velen een complete levensstijl. De mens was in de wereld geworpen, het bestaan zinloos (zo had de Tweede Wereldoorlog nog eens aangetoond), en dus moest je actief werken aan het verwezenlijken van je authentieke essentie en je intermenselijke solidariteit. Dat vereiste dat je je onttrok aan de ‘bourgeois’-normen, waarden en instituties als huwelijk, geloof en beroep. Het persoonlijke werd politiek: vrije liefde, geestverruimend roken en drinken, en diepe gedachten uitwisselen in een keldercafé bij jazzmuziek en druipkaarslicht. Outfit: een zwarte coltrui en een zonnebril, óók na zonsondergang.

    Ook de Beauvoir en Sartre besloten al in de jaren dertig dat trouwen enorm bourgeois zou zijn en dus uitgesloten. Zij sloten een pact: een open relatie moest het zijn, met onvoorwaardelijke eerlijkheid, trouw aan elkaar en ruimte voor anderen. Niets voor elkaar verzwijgen, dan mocht alles. En daar werd het politieke persoonlijk, in hun leven. De Beauvoir schreef openhartig over haar relaties met bij voorbeeld schrijver Boris Vian, cineast Claude Lanzmann en uitgever Nelson Algren. Maar pas na haar dood werd duidelijk, uit biografieën en briefwisselingen, hoe complex het netwerk van verhoudingen was waarin Sartre en De Beauvoir elkaar insponnen. Liaisons dangereuses is er niets bij. De Beauvoir ‘deed’ niet alleen medewerkers, tijdschriftsecretarissen en veelbelovende nieuwelingen, ze knoopte ook relaties aan met (veelal jongere) vrouwen, die ze ‘overdeed’ aan Sartre. Of Sartre legde het aan met een zus of nicht van De Beauvoirs liefdespartners. En dat wisten ze dan allemaal van elkaar. Het klinkt incestueus, maar het werkte, totdat De Beauvoir zich oud voelde worden, in de jaren zestig. In een interview met The Paris Review in 1965 zei ze: ‘Ik was altijd al geobsedeerd door het verstrijken van de tijd en door de dood die ons onvermijdelijk insluit.’ In De ouderdom (1971) zou ze analyseren hoe de westerse maatschappij ouderen tot object maakt en onderdrukt. Maar dat was voor haar zelf te laat.

    In een vreemde huid
    In haar nawoord stipt Éliane Lecarme-Tabone parallellen aan tussen Misverstand in Moskou en het leven van de auteur: geregelde bezoeken aan Moskou met Sartre in de jaren zestig (uitgenodigd door de Schrijversbond), en groeiend onbehagen met het ooit bewonderde communistisch systeem. André’s dochter Masja blijkt geïnspireerd op Sartres Russische minnares Lena Zonina. Als we De Beauvoirs leven en werken zo met elkaar in verband gebracht zien (wat streng verboden is, zoals wij allen weten), wordt Nicole’s gevoel van afwijzing invoelbaarder en wordt het volgende citaat veelzeggender: ‘En toen was die onbekende jongen – een heel knappe knul – met André meegekomen; hij had haar met ongeïnteresseerde beleefdheid de hand gedrukt en opeens was er iets in haar veranderd. Voor haar was hij een man, jong en aantrekkelijk; voor hem was zij even seksloos als een oude vrouw van tachtig. Ze was die blik nooit meer te boven gekomen; ze was opgehouden met haar lichaam samen te vallen: ze zat voortaan in een vreemde huid, een treurigmakende vermomming.’ De vertwijfeling over het ouder worden, machtsverlies in de seksuele arena is, veel meer dan een relatie-communicatieprobleem, het onderliggende thema van Misverstand in Moskou. Happy end uitgesloten. Het lijkt erop dat de camouflage daarvan in dit verhaal te bangig en bleek uitpakte om te voldoen aan De Beauvoirs eisen wat betreft strijdbaarheid en onburgerlijkheid. Zo bezien wordt het toch nog een aangrijpend verhaal.

     

     

  • Een niet-vermalen graankorrel in een snee brood…

    Een niet-vermalen graankorrel in een snee brood…

    In één van de laatste hoofdstukken van Het boek van de eeuwige korte liefdes vindt een gesprek plaats tussen hoofdpersoon Dmitri Ress en Kira, een vrouw met wie hij vroeger in het weeshuis heeft gezeten. Gorbatsjov is intussen aan de macht en glasnost en perestrojka (openheid en hervormingen) hebben hun intrede gedaan. Kira probeert Dmitri te overtuigen dat zij en haar collega-dissidenten het einde van het communisme hebben bewerkstelligd. ‘Dus binnenkort’, reageert Dmitri, ‘zijn we dankzij jouw vrienden vrij, kunnen we schoenen kopen zonder ervoor in de rij te hoeven staan, hebben we dertig televisiezenders, kortom – een meerpartijenstelsel plus materiële welstand voor iedereen, of bijna… En daarna?’

    ‘En daarna?’ Die woorden vatten samen wat Dmitri in zijn leven onder de dictatuur van Stalin en Brezjnev heeft geleerd. Het communisme zal niet uitlopen op een heilsstaat, maar die heilsstaat ligt evenmin in een westerse levensstijl. Na enkele bijzondere ervaringen in zijn weeshuistijd kwam al vroeg

    het inzicht dat alle maatschappijen dezelfde soort wezens voortbrengen: wezens die met dierlijke slaafsheid alleen maar denken aan eten, zich voortplanten, buigen voor de macht van de staat die hen onderwerpt aan geestdodende bezigheden, hen overstelpt met slechte aftreksels van cultuur en hen elkaar laat vermoorden in oorlogen.

    Toch zal Dmitri geen fatalist worden. Hij ontdekt dat de mens geluk en liefde niet kan plannen, maar blijvend kan ervaren door oog te hebben voor schoonheid. Zoals een vrijgekomen gevangene hem ooit vertelde hoe gelukkig hij zich voelde toen hij in de Goelag in een snee brood een niet-vermalen graankorrel aantrof.

    Makine werd geboren in 1957 in Siberië en groeide op onder Chroesjtsjov en Breznjev. Hij vroeg in 1987 asiel aan in Frankrijk, waar hij een romanoeuvre opbouwde dat vrijwel volledig in Nederlandse vertaling beschikbaar is bij De Geus. Zijn Het Franse testament werd bekroond met de Prix Goncourt en de Prix Médicis. Toch kwam zijn erkenning moeizaam. Bekend is dat zijn in het Frans geschreven boeken pas een uitgever vonden toen hij ze aanbood als vertalingen uit het Russisch.

    Het ligt voor de hand om Het boek van de eeuwige korte liefdes autobiografisch te interpreteren. Net als Dmitri, groeide Makine op in een weeshuis. Ook hij droomde als kind van een Rusland waarin iedereen gelukkig zou zijn en geen haat of vijandschap zou kennen. En ook Makine verloor die droom toen hij zag wat er onder Brezjnev gebeurde. En ook Makine gelooft dat de mens zélf zijn geluk vindt in liefdevol omgaan met de natuur en zijn medemens.

    In verschillende korte hoofdstukken lezen we hoe Dmitri Ress liefde en schoonheid ervaart, soms in korte contacten met vrouwen, soms in de ervaring van bijzondere ontmoetingen – of beter: in gewone ontmoetingen waarin hij het bijzondere ziet. In zekere zin is Het boek van de eeuwige korte liefdes een spiritueel boek. We worden geconfronteerd met tal van misstanden onder het gewone volk tijdens de communistische dictatuur, maar Makine laat zien hoe zijn alter ego zelfs in die situaties schoonheid ziet en daar kracht uit put om mens te blijven. ‘De noodlottige fout die wij maken’, schrijft Makine, ‘is dat we naar altijddurende paradijzen zoeken.’ en ‘We zetten onze dromen liever in elkaar met oude granietblokken’. Daardoor lopen we tal van ‘kortstondige paradijzen’ mis, maar dat zijn de enige die voor ons bereikbaar zijn.

    Het zijn bijna breekbare voorbeelden van zo’n geluk, die Dmitri herkent. Korte momenten van liefde; liefde die uitgaat boven hartstocht, verliefdheid of lichamelijkheid. Neem het verhaal van de manke morieljeplukker Jorka die een bosje sneeuwklokjes voor Dmitri plukt om aan zijn vriendin te geven: ‘Hij geeft me de bloemen, loopt weg, en terwijl ik mijn dagen gehaast en achteloos voorbij laat vliegen, zijn zijn handelingen het begin van een leven dat blijvend is.’ Voorbeelden in dit boek van korte liefdes met eeuwigheidswaarde (zie de titel van de roman), zijn een oud echtpaar dat schuilend voor een hoosbui zijn levensverhaal vertelt, of Vika die Dmitri leert zien dat geluk niet in de toekomst ligt, of Maja met wie hij een arme Alexandra bezoekt die ooit voor Lenin werkte.

    Altijd bestaan de geluksmomenten bij Dmitri in harmonie met de natuur of de situatie waarin de ervaring wordt opgedaan. Ze laten in datgene wat we rationeel lelijk zouden noemen de schoonheid oplichten.

    Met heel mijn wezen voelde ik toen dat ik waanzinnig hopeloos verliefd was. Niet alleen op Maja en haar zwarte krullen die door haar harde lopen in de wind opwoeien. Maar ook op het gras dat golfde als ze langskwam, en op die naargeestige grauwe hemel, en op de lucht die naar regen rook.

     

    Het boek van de eeuwige korte liefdes

    Auteur: Andreï Makine
    Vertaald door: Jan Versteeg
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus (2013)

    Prijs: € 19,95