• Het meisje, de gangster en het paard

    Het meisje, de gangster en het paard

    Het was even slikken, na lezing van de eerste pagina’s van De ruiter, van Jan van Mersbergen. Dat hier een paard aan het woord was, een door een manege afgedankte knol die zijn laatste jaren doorbracht bij een eenzame zonderling, tja… Hoe geloofwaardig is dat. Maar literatuur wil de verbeelding prikkelen dus neem het ongebruikelijke vertelperspectief voor lief.

    Het went niet echt. Een paard zal niet tot de domste aller dieren behoren, maar de observerende knol die Van Mersbergen zijn lezers presenteert, is wel erg bijdehand. Was het beest dat voortdurend, op elke pagina, dan ga je op een gegeven moment mee in dat perspectief. Dat doe je in sprookjes en fantasy immers ook. Maar wat stoort in deze roman, is dat op de ene bladzijde het vertellende paard overkomt als een wijze grijsaard en op de andere als een onwetende peuter die voor het eerst de wereld om zich heen ontdekt. Dat op de ene bladzijde vanzelfsprekend weet wat een auto of een windmolen is en even later grote ogen opzet als hij een huis ziet waar water onderdoor stroomt en waar een wiel aan bevestigd is (een watermolen dus). Die heel naïef voorwerpen beschrijft die hij voor het eerst lijkt te aanschouwen, terwijl het een fiets betreft of een trein op een spoorlijn.

    Experiment
    Die inconsequenties doen de geloofwaardigheid geen goed, maar afgezien daarvan is De ruiter een experiment dat de moeite waard is om te lezen. Van Mersbergen kan goed schrijven en hij geeft het paard een eigen, warme stem.

    In De ruiter wordt een pubermeisje uit de stad door haar vader afgeleverd op de boerderij van diens vader. Opa moet maar een tijdje op het kind passen want het meisje gaat met de verkeerde vrienden om en pa wil dat daar een einde aankomt.

    Wat heel goed werkt, en dat is echt een vondst, is de manier waarop de schrijver andere personages, zoals de grootvader en het meisje, zelf hun verhalen laat vertellen. Daar moest hij iets voor verzinnen want als je alleen het perspectief van het paard volgt, dan blijven de andere personages vlak als de poppen van een marionettenspeler. Steeds als een van de menselijke personages het paard aanraakt, ‘leest’ het paard de gedachten van die persoon. Op die manier komen de personages tot leven en leert de lezer wat er is voorafgegaan aan de situatie die in de roman tot een conflict leidt.

    Wapen
    Daarnaast is het verhaal dat hij door de ogen van het paard vertelt, – het pubermeisje blijkt in de ban van een criminele, gewelddadige jongen, de leider van een jeugdbende -, actueel én spannend. Eén van de structuurmiddelen die de schrijver toepast, is die van een wapen dat min of meer toevallig opduikt. De Russische schrijver Anton Tjechov meende dat alles, ook toevallige voorwerpen, in een roman dienstbaar moeten zijn aan de structuur. Als ergens in het begin van het boek een geweer aan de muur hangt, zei hij, dan moet dat wapen verderop in het boek ook een keer afgaan. Dat heeft Van Mersbergen goed begrepen.

     

     

  • Boeken en koffiepraat

    Boeken en koffiepraat

    In een essay van Roel Weerheijm op de website van Tzum staat in een tussenzinnetje: ‘net als boekpresentaties lijken literaire polemieken op de koffieautomaat van een kantoor’. Het stuk gaat over recensies, belangenverstrengeling en wat er allemaal speelt op die vierkante centimeter die de literaire wereld van ons landje behelst. Zeer prettig proza over een onderwerp waarvan ik zo min mogelijk probeer te vinden omdat ergens-iets-van-vinden me vaak helemaal niet helpt.

    Ik heb geen kantoor. Thuis ben ik de enige die koffie drinkt, van een automaat geen sprake, bovendien ben ik zo’n zeurderig type dat uitsluitend biologische decafé in een cafetiere zet en dan aan het aanrecht wacht tot het water heeft gekookt en precies genoeg is afgekoeld, u kent het wel, dan kan ik eens rustig nadenken over al die zaken waarover ik geen mening heb (intussen schrijf ik geen woord). Wel ben ik onderdeel van een groep schrijvers die op woensdagen in de centrale bibliotheek aan eigen werk werkt. Na urenlange overwegende stilte – het gezucht en gedempte getik op de toetsenborden van meegebrachte laptops, het heen en weer lopen naar het toilet, de rook- en lunchpauzes – bespreken we waar we mee bezig zijn. Soms leest iemand voor en vraagt om commentaar, soms gaat het over randzaken: dingen die niet letterlijk over het schrijven gaan, maar juist alles daaromheen. Dus recensies en hun recensenten, prijzen en hun jury’s, uitgevers en redacteuren, romans en dichtbundels, boekhandelaars en, zoals Roos van Rijswijk fijntjes opmerkt in haar stuk Afleidende bijzaken op de site van Tirade.nu, het Literaire Internet. Koffiepraat, inderdaad.

    Nu ik een paar weken niet ben geweest, mis ik het. Wel bezoek ik de laatste tijd veel boekpresentaties. Heel vaak heb ik mensen horen zeggen dat je hen op elke willekeurige begrafenis aan het huilen krijgt. Of ze de overledene nu kenden of niet, die tranen komen er toch wel. Dat lijkt me niet vreemd: naast oprecht mededogen met andermans verlies roept hun verdriet eigen verdriet op, dus huil je, naast die ander, ook om jezelf. Bij boekpresentaties ervaar ik iets vergelijkbaars. Of ik de schrijver van het gepresenteerde boek nu goed ken of niet, ik bevind mij hoe dan ook in opperste staat van ontroering. Komt dat doordat ‘het’ bij mij binnenkort ook gaat gebeuren? Waarschijnlijk. En evengoed omdat ik blij word van boeken.

    Bij de presentatie van De Ruiter van Jan van Mersbergen denk ik terug aan dat zinnetje over die koffieautomaat. Strikt genomen gaat de koffie niet over het werk zelf, maar het is wel belangrijk. Die koffie betekent contact, betrokkenheid bij De Zaak en alles wat (en iedereen die) daarbij hoort. Zo is het met presentaties ook. Het grote schrijven is geweest, het boek is af, dat mag gevierd worden. Het gaat tegelijkertijd wel en niet over schrijven maar draagt allemaal bij aan De Zaak, aan lezen en literatuur. Daar geniet ik van. En dan weer aan het werk, stilletjes, met af en toe een uitstapje naar het aanrecht en de cafetiere.

     

     

  • Oogst week 46

    Lenteloos voorjaar Oorlogsdagboek 1940-1942

    Bij de oogst van deze week bevindt zich de uitgave van het eerste deel van de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis, de tiende roman van Jan van Mersbergen, een klassieker van Regina Ullmann en een verhalenbundel voor de donkere winteravonden van Jeanette Winterson.

    Na de dood van dichteres Hanny Michaelis (1922-2007), werd in haar nalatenschap een dagboek aangetroffen waarin ze gedurende enkele periodes van haar leven dagelijks notities had bijgehouden. Een verslag van haar ervaringen als gymnasiast, dienstmeisje en onderduikster. In dit eerste deel van het dagboek, Lenteloos voorjaar, worden de jaren beschreven tussen haar zeventiende en twintigste.
    Het dagboek gaat voor een groot deel over haar verliefdheden. Waarbij de aankomende oorlog een dreigende rol speelde. ‘Ik stond voor ’t raam en keek naar de zoeklichten, die als lange blauwlichtende vingers de stille, besterde hemel afzochten. En terwijl de zoeklichten uit en aan flitsten en een vliegtuig gedempt en angstaanjagend ronkte, had ik een vreemd, triestig gevoel; ik ondervond het als een soort heiligschennis van deze lichte, doorsterde voorjaarsavond.’
    In 2017 zal deel twee, Stilstaand water. Oorlogsdagboek 1942-1945, verschijnen.

     

    Lenteloos voorjaar Oorlogsdagboek 1940-1942
    Auteur: Hanny Michaelis
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De ruiter

    In De ruiter is de verteller een paard, wat op zich een intrigerende wijze van inzicht geeft in de menselijke beslommeringen. Er is een meisjes dat zich aangetrokken voelt tot een bendeleider die de halve stad terroriseert en meisjes als inwisselbaar behandelt. En dat kan niet goed gaan natuurlijk. Als dan ook blijkt dat het meisje in de stad niet meer veilig is, vertrekt ze naar haar grootvader. Een zwijgzame man die buiten de stad op een strook land woont nadat hij na de dood van zijn vrouw de polder introk om ruimte en rust te zoeken. Maar ook (of juist) op het platteland liggen dood en leven dicht bij elkaar.

    Hij richt zich tot de baas: Dus het is oké? Bij mij is er niks veranderd, zegt de baas.
    De man ademt uit, en met die adem de woorden: Ze heeft een beetje rust nodig. Goed, zegt de baas tegen hem, en tegen het meisje, iets harder: Kom. Dat ken ik van hem – kom, hop hup, klak klak met zijn tong. En weer krullen haar vingers als vogelpootjes om het handvat en ze trekt de koffer achter zich aan en loopt met de baas mee, trrr trrr doen de wieltjes weer, en als ze bij de tegels komen wordt het geluid trager t-r-r-r. Dan blijft het meisje staan en zegt: Is dat hem? Dat is hem, zegt de baas. Allebei kijken ze naar mij.
    Groot is-ie, zegt het meisje.

     

    De ruiter
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De landweg

    Regina Ullmann (1884-1961) is een belangrijk Zwitsers schrijfsters. Ze debuteerde in 1910, maar verwierf pas bekendheid met haar verhalenbundel De landweg(1921). In totaal publiceerde zij acht boeken.
    Volgens de achterflap spelen de verhalen zich af op het Zwitserse platteland en in een tijdperk waarin het archaïsche en het moderne samenkomen. De personages in haar verhalen worstelen met de dood, eenzaamheid in een onheilspellende wereld. In elk verhaal toont zij zich een meesterlijk observator van de kwetsbare mens. Haar proza is eigenzinnig en mysterieus wordt wel vergeleken met het werk van Robert Walser.

    De landweg
    Auteur: Regina Ullmann
    Uitgeverij: Lebowski

    Kerstdagen, 12 dagen, 12 verhaeln (plus1)

    Magie is een hoofdingrediënt in het speelse, vindingrijke oeuvre van Jeanette Winterson.  In de twaaf verhalen voor kerst, laat ze haar fantasie de vrije loop. Er is een verhaal van een afgelegen victoriaans huis aan zee, waar tijdens de langste nacht van het jaar, een eenzame gast ’s nachts mysterieuze geluiden hoort. Een verhaal van een vrouw alleen die wordt getroost door een filosofische fee die haar een wens laat doen. En over een ezel, die zijn bijzondere visie geeft op het verhaal van de geboorte van Jezus. Verhalen die het geloof in de kerst opnieuw zullen kunnen aanwakkeren. Deze verhalen worden door Winterson aangevuld met haar eigen bijzondere kerstherinneringen waarbij twaalf feestelijke recepten., de kerstsfeer op tafel zullen brengen.

     

    Kerstdagen, 12 dagen, 12 verhaeln (plus1)
    Auteur: Jeanette WInterson
    Uitgeverij: Atlas/Contact
  • Literaire ontwikkelingen in een momentopname

    Literaire ontwikkelingen in een momentopname

    De Revisor heeft oog voor kwaliteit en oorspronkelijkheid. Daarbij wordt er meer gelet op de stijl dan op de inhoud van een verhaal. Een goede maatstaf, want waar het verhaal ook over gaan mag, als de stijl niets is, wordt het met dat verhaal ook niets. De Revisor zet dan ook, zo verkondigd hun website, stijl voor boodschap; kwaliteit voor vorm en marketing en wil daarmee het beste podium voor proza, poëzie en het literaire essay zijn. Wanneer je het halfjaarlijks verschijnend boekwerk doorneemt kan dan ook geconstateerd worden dat ze daar steeds weer in slagen. De eerste editie van dit jaar (de tweede is onlangs gepresenteerd) bevat veel, of beter, niets dan prachtige, boeiende en verrassende bijdragen van bekend en ongekend talent. Alles zonder begin of eind dus ook geen plot. Dat levert mooie literatuur op.

    Mischa Andriessens Waar het heen moet? gaat over zijn mislukte eerste roman en is het verslag van de strijd een plotloze roman te willen schrijven. Hij faalde met het schrijven van die roman omdat het verhaal hem ergens heen wilde leiden. Daarom werd het niks. Andriessen kiest voor vrije ontwikkelingen in de roman die dus niet vrijelijk kunnen ontstaan als er een bedachte lijn in zit. Betekenisvolle zin hieruit: ‘Later borg ik die roman op in de berging van een inmiddels onbruikbare computer.’

    Wytske Versteeg is zo’n schrijver die zonder plot werkt, dat bespeur je in haar verhaal Beesten, waarin je als lezer de draad van een ontwikkeling volgt tussen twee personen die elkaar toevallig treffen en nergens heen gaan.

    Wim Noordhoek schrijft in Alle trams rijden naar de hemel een van zijn herinneringen uit. En dat doet hij in korte, sprekende zinnen en begint met: ‘In slaap gevallen in de tram was ik.’ een beeld gevend van een voorbije tijd, wat herinneringen zijn natuurlijk, maar Noordhoek tracht de tijd te behouden en laat ons een blik werpen op achtergebleven stukken rails in slordig geasfalteerde wegen. ‘Hier reed vroeger een tram, maar nu niet meer.’

    Van Sandra Heerma van Voss een persoonlijk essay Van Blaman tot Brookner, schrijven over eenzaamheid. Lees hier over de kunst of kitsch van het werk van Anna Blaman, dat meeblèren met Queens’ ‘Somebody to Love’ net zo lekker kan voelen als het werk van Blaman lezen. En over meer gedesillusioneerde en boze vrouwelijke auteurs als Jean Rhys (1890-1979) en Dorothy Parker (1893-1967). Dit zijn wat je noemt handreikingen uit de belezenheid van anderen.

    Nog eentje dan. Een essay van Poetry International programmeur Jan Baeke. Over de poëzie in de wereld. Waarin hij zich onder andere afvraag of er iets in de poëzie is veranderd. In tijden van internet en sociale media. En waarin hij ingaat op de poëzietraditie in China, die ervoor zorgt dat poëzie van eeuwen geleden nog altijd als referentiekader geldt. Voor de gretige liefhebbers die er hun blik op poëzieland mee kunnen vernieuwen.

    Meer mooie verhalen van onder andere Gilles van der Loo, Erik Lindner (en gedichten), Bart Koubaa, (beginnend talent) Jori Stam, Jerry Hormone (werkt aan zijn debuut), Jan van Mersbergenn en gedichten van Ider de la Parra, Ruth Lasters en Kees ’t Hart.

    Een teveel aan informatie mag er wel van de kleine recensies gezegd worden die onder elke bijdrage over het werk van de auteur en/of het gepubliceerde stuk staan. Sommige literaire tijdschriften geven zeer summier of zelfs geen informatie over hun auteurs en hun werk. De werkbiografietjes in De Revisor zetten een stempel waar je zelf zou willen oordelen. Maar goed, een kniesoor. Opmerkelijk is dat het stuk voor stuk mooie bijdragen zijn die je allemaal wilt lezen. En sommigen wilt herlezen. En nog eens.

     

     

     

  • Longlist AKO Literatuurprijs 2014

    Wat schreef Literair Nederland over zes van de vijfentwintig titels die de longlist haalden?

    Onlangs werd de longlist van de AKO Literatuurprijs, waarop maximaal 25 titels, bekend gemaakt. Uit deze longlist worden zes boeken gekozen die op de shortlist terechtkomen. Die lijst wordt vrijdag 26 september bekend gemaakt. Wie uiteindelijk de winnaar wordt van de AKO Literatuurprijs moet wachten tot donderdag 13 november. Dan zal de prijs worden uitgereikt in Den Haag in een bijzondere samenwerking met het festival Crossing Border. Het wordt een speciale Crossing Border avond waarin de genomineerde auteurs geïnterviewd zullen worden door  Wim Brands. De avond zal worden afgesloten met de bekendmaking van de winnaar van de AKO Literatuurprijs 2014.

    Zes van de vijfentwintig titels zijn door Literair Nederland besproken.

    indexMachiel Jansen over Appels en peren van Maarten Asscher: 
    De creativiteit zit ‘m erin dat je nieuwsgierig wordt gemaakt naar wat Asscher nu zo belangrijk vindt in een goeie roman. Want behalve over Het fregatschip gaat dit essay (kort gezegd) over de opvatting dat goede romans ideeën behoren te bevatten.

     

    thumb.phpIngrid van der graaf over De nacht van Merijn de Boer:
    Het blijkt dat Marcel de gewoonte heeft  op een willekeurige plek van zijn stadsplattegrond een konijn te tekenen, als uitdaging om delen van de stad te doorkruisen. Langs niet gekende wegen, waarbij hij zich niet mag laten afleiden door zaken die zijn aandacht trekken, moet hij het traject lopen dat correspondeert met het op de kaart getekende konijn. En dat is exact wat De Boer met zijn roman doet: hij daagt zijn lezers uit door de complexe verhaallijnen het spoor van Marcel te blijven volgen. De andere personages zijn in wezen van geen enkel belang maar tegelijk zijn ze onmisbaar om Marcel te kunnen laten stralen in zijn rol van klunzige buitenstaander.

    thumb.phpMenno Hartman over Vis in bad van Tijs Goldschmidt:
    Vis in bad
    is een gevarieerde essaybundel van hoge kwaliteit die aanzet tot denken en lezen. En vergelijken: het register van Vis in bad is alleen maar wat minder streng opgesteld dan dat van de eerste twee bundels. Zodat je moet constateren dat Goldschmidt in dit boek wel over ‘zee’ en ‘actrice’ heeft geschreven, en in de vorige twee niet. Of toch?

     

    thumb.phpAstrid van Wijngaarden over Zeer helder licht Wessel te Gussinklo:
    Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mogen we ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd.

    thumb.phpHelle Kuipers over De laatste ontsnapping Jan van Mersbergen:
    Terwijl het verhaalheden gaat over een tripje van het viertal naar Zuid-Frankrijk, is De laatste ontsnapping voor een groot deel een kaleidoscopische terugblik op de kroegbelevenissen en de wording van Ivan als vader.

     

    thumb.phpMartin Lok over Voor jou van K. Schippers:
    Voor wie nu denkt dat Voor jou louter een melancholische blik is van een verdrietig man; dat is geenszins het geval. Voor jou is ondanks de alomtegenwoordige Dood vooral een ode aan het volle leven. Het is een parade van herinneringen aan jazz, film en kunst. Billy Eckstine, Balthus, Rudy Kousenbroek, John Cage, René Margritte, Johnny Mercer, Édouard Manet en Geer van Velde. Allemaal komen ze bij Schippers langs, steevast in gezelschap van zijn vrienden.

    I. v/d Graaf

     

  •  Over weglopen voor verbondenheid

     Over weglopen voor verbondenheid

    Door Hella Kuipers

    Twee vaders en twee zonen. Een naamloze ik-verteller met zijn zoontje Ruben, diens  vriendje Deedee en zijn uit Joegoslavië gevluchte vader Ivan, die nu als een soort Houdini  werkzaam is in het Amsterdamse nachtleven. Zie hier de hoofdpersonen uit De laatste ontsnapping van Jan van Mersbergen.

    Deedee kent zijn vader niet maar wil weten wie hij is. Door niet te eten weet hij zijn moeder diens naam te ontfutselen. Zodra hij heeft uitgevogeld hoe hij zijn moeders mobieltje moet ontgrendelen, en ziet dat de naam van zijn vader er nog steeds instaat, belt hij Ivan op.  Bij de karateles van de jongens ontmoeten beide vaders elkaar voor het eerst, en een nachtlevenvriendschap ontwikkelt zich tussen hen.

    Terwijl het verhaalheden gaat over een tripje van het viertal naar Zuid-Frankrijk, is het boek voor een groot deel een kaleidoscopische terugblik op de kroegbelevenissen en de wording van Ivan als vader.

    Even mondjesmaat als de ik-figuur de informatie over Ivans vlucht opvangt, krijgt de lezer die toebedeeld. Veel jenever, vrouwen, kroegbazen, alles even schimmig en flarderig. De ik-figuur heeft ook nog een vrouw en een dochtertje, maar laat zich aan hen niets gelegen liggen.

    Pas als het verleden het heden heeft ingehaald (op ongeveer tweederde van het boek), en het heden het heden blijft – de laatste ontsnapping uit de titel – krijgt het verhaal met terugwerkende kracht een emotionele impact, vallen zaken op hun plek, en blijkt het verhaal deels zeer indrukwekkend. De geschiedenis van Ivan en zijn broertje, hoe die zijn vaderschap beïnvloedt, en hoe dat vaderschap zijn hele leven beïnvloedt – ontroerend en prachtig.

    Verschillende motieven spelen door het verhaal heen. Zo komt Johan, de barman van café de Johan, op een keer met een citaat op een briefje: ‘Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog.’
    Het vervolg van deze bijbeltekst (1 Korintiërs 13) staat er niet bij, maar dat geeft wel heel mooi weer waar het verhaal van Ivan en zijn nieuwgevonden zoon eigenlijk over gaat: Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ook voor de andere vader en zijn zoon Ruben geldt dat. Die realiseert zich steeds meer dat hij in al die jaren dat hij op kantoor zat, zich nooit voor zijn kinderen geïnteresseerd heeft. Ivan houdt hem een spiegel voor.

    Een ander motief is dat van Sandokan, de tv-serie. Ivan en zijn broertje speelden hem vroeger na, en zijn broertje was altijd de sterkere vechtjas die iedereen versloeg.
    Op het laatst vergelijkt Ivan zijn broertje met een Mexicaanse sprinkhaanmuis, een agressieve muizensoort die zelfs voor zwaar giftige duizenpoten niet bang is. Hoe en wanneer Ivan de gewoonten en geluiden van zo’n verweg beestje heeft leren kennen, wordt niet verklaard. Niets in zijn karakter of voorgeschiedenis maakt dat aannemelijk. Het voelt als een auteursintrusie, niet organisch.

    Over de verhaallocatie van de kroegen rondom de Zeedijk zegt Van Mersbergen in VPRO-boeken: ‘Het boek gaat heel erg over verbondenheid en over weglopen voor verbondenheid, en om samenhang, en om vluchten, en dat is iets wat in een buurt als dit [sic] heel erg samenkomt. Je voelt je ’s nachts heel snel verbonden met mensen, en de volgende ochtend is alles weer verdwenen. Dus eigenlijk betekent het echt heel weinig, en ik heb wel een tijd gehad dat ik dat wel opzocht …’

    In een interview met Van Mersbergen in Volkskrant Magazine staat over dit boek: ‘Het voelde anders deze keer. Na een lastminutewissel van perspectief was hij er ineens niet meer zeker van.’
    Nu wordt het verhaal op twee manieren gefilterd: door het brein van de schimmig blijvende ik-figuur, en ook nog doordat het zich niet in het heden afspeelt, maar in fragmentarische flashbacks. Qua vorm werkt dat wel: alles wat in het verleden gebeurde, zingt mee in het heden. Voor de identificatie werkt het minder goed, de vorm is continu aanwezig, de lezer moet zich steeds opnieuw oriënteren: waar ben ik, ten opzichte van het heden?

    In VPRO-boeken zegt Van Mersbergen over het perspectief: ’Ivan vertelde het eerst allemaal zelf, in één perspectief, in de ik-vorm, en dat klopte niet, dus ik had iemand nodig om wat afstand te nemen, dat je die spiegel krijgt. Dat is voor het maken van het boek een heel belangrijke keus geweest. Ook omdat diegene die het vertelt, daar kunnen veel mensen zich mee identificeren, en met een ex-Joegoslaaf die gevlucht is voor de dienstplicht, daar weet niemand iets van, daar kijkt iedereen een beetje tegenop, da’s net zoiets als een acteur in een film ofzo, of misschien een schrijver ook wel.’

    Is dat niet boeiend? Dat een schrijver een vertelpersonage kiest dat verdacht veel op hemzelf lijkt, omdat hij het de lezer niet toevertrouwt zich te identificeren met een gevluchte Joegoslaaf? Is hij het dan uiteindelijk niet zelf, die die confrontatie niet aandurft?

     

  • Nieuwe roman van Jan van Mersbergen, De laatste ontsnapping

     

    Etalage

    Jij bent mijn vader, zegt de jongen aan de telefoon. Hij heet Deedee en is tien jaar. Wat betekenen familiebanden als je elkaar nog nooit gezien hebt? De vader vluchtte ooit voor de dienstplicht uit voormalig Joegoslavië en treedt al jaren op in het nachtleven in Amsterdam met een ontsnappingsact, waar hij zich aan een stoel laat vastbinden en vrij moet zien te komen.
    Na het eerste telefoontje van de tienjarige jongen dringt het nieuws nog niet tot hem door. Neemt iemand hem in de maling? Na het tweede telefoontje ontmoeten ze elkaar. Nu hij de jongen voor het eerst ziet, weet hij het zeker: Deedee lijkt sprekend op zijn jongere broer, die in Joegoslavië achterbleef en wel ging vechten.
    Tijdens een verblijf aan de Zuid-Franse kust, waar de ontsnappingskunstenaar is uitgenodigd om op te treden, wordt duidelijk dat er meer speelt dan alleen de band met zijn zoon. Welke waarde heeft vrijheid als je volledig ongebonden bent? Op welke manier hebben je kinderen jou nodig en op welke manier heb jij je kinderen nodig?

    Volgens Kenneth van Zijl van Lezen &cetera, schreef Jan van Mersbergen met De laatste ontsnapping, een intiem onthutsende vaders-en-zonen roman die aan het denken zet.’  

    In de Boekenweek op 12 maart wordt de roman ism met literair tijdschrift Das Magazin feestelijk gepresenteerd in Amsterdam.

    De laatste ontsnapping

    Jan van Mersbergen
    Blz.:  224
    Prijs: € 18,90
    Verschijnt 24 februari bij uitgeverij Cossee

     

  • Opnamen literair praatprogramma 'Letteren &tcetera'

    Agenda

    Twee edities van de maandelijkse literaire talkshow Letteren &cetera worden op donderdag 23 januari opgenomen. Per editie interviewt Kenneth van Zijl drie schrijvers en/of vertalers over hun jongste boek, dat op enigerlei wijze door het Fonds is ondersteund. De opnamen zijn gratis bij te wonen.

    In de eerste editie praat Kenneth van Zijl met dichteres en beeldend kunstenaar Annemieke Gerrist over haar tweede dichtbundel Het volume van een logé, (verschijnt deze  maand bij De Bezige Bij): met dichter en vertaler Menno Wigman (1966) over zijn recente en voor de VSB Poëzieprijs 2014 genomineerde bundel Mijn naam is Legioen (Prometheus) en dichter en columniste Ester Naomi Perquin (1980) over haar met de VSB Poëzieprijs 2013 bekroonde bundel Celinspecties (Van Oorschot).
    De opname van dit programma vindt plaats om 17.00, inloop vanaf 16.30.

    In de tweede editie spreekt Kenneth van Zijl met Jan van Mersbergen over zijn nieuwe roman De laatste ontsnapping (verschijnt in februari bij Cossee), vertaler Rob van der Veer over de Zuid-Afrikaanse roman Kroniek van Perdepoort (1975) van Anna Louw die onlangs door hem voor het eerst in het Nederlands is vertaald (Van Oorschot) en reisverhalenschrijfster Carolijn Visser over haar met de Bob den Uylprijs bekroonde boek Argentijnse avonden. Van de Zwart Janstraat naar de pampa (Atlas Contact).
    De opname van dit programma vindt plaats om 19.30, inloop vanaf 19.00.

    Leterren &tcetera
    Bibliotheek van het Nederlands Letterenfonds
    Nieuwe Prinsengracht 89, Amsterdam.

    Toegang gratis, reserveren is verplicht via letterenetcetera.nl.
    Na aanvang van de opname is er geen toegang meer mogelijk.
    De programma’s zijn onder meer online te bekijken via Cultura24.

  • Literatuurhuis sluit seizoen met eerste sessie CitySessions succcesvol af

    Het was zo’n  zomerse zondagmiddag dat het beter is de stad te mijden wanneer je er niets te zoeken hebt. Ware het niet dat Het Literatuurhuis in de Winkel van Sinkel te Utrecht op 7 juli een ontmoeting had geregeld tussen ‘Nederlandse lezers’ en de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965). Terwijl de vrouw van McCann en zijn kinderen zich per boot over de Utrechtse grachten lieten vervoeren, bezong Jan van Mersbergen zijn schrijverskunst en ging Hans Bouman met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre. Het geroezemoes vanaf de straat dat door de geopende hoge deuren langs de aanwezigen gleed, samen met het uitzicht op de Domtoren en de Oude gracht gaf deze middag een onverwacht Zuid-Europees cachet.

    Het Literatuurhuis organiseert jaarlijks in april City2Cities, een internationaal literair festival waar twee Europese steden elkaar ontmoeten. Dit jaar waren Berlijn en Lissabon te gast. Voor de vierde editie in 2014 zijn Dublin en Boedapest uitgenodigd. CitySessions is in het leven geroepen om maandelijks of tweemaandelijks een buitenlandse schrijver een podium te bieden en het gebied tussen de City2Cities festivals te overbruggen. Colum McCann, die inspiratie vond bij schrijvers als John Berger (trilogie: De vrucht van hun arbeid) en Michael Ondaatje (De Engelse patiënt) en zelf auteur van zes romans was de allereerste gast van CitySessions.

    Voor McCann aan het woord kwam sprak Jan van Mersbergen  (Naar de overkant van de nacht) vol lof over hem. Van Mersbergen maakte in 2010 voor het eerst kennis met zijn werk. Het was tijdens een vakantie op Schiermonnikoog met zijn toenmalige vriendin en kinderen dat een dringende nood tot lezen hem naar de plaatselijke boekhandel dreef waar hij een boek van McCann kocht. Van Mersbergen is een gulzig lezer, nog voor hij het eerste boek uit had haastte hij zich nogmaals naar de boekwinkel en kocht een tweede boek van McCann. Hier was duidelijk sprake van liefde op het eerste gezicht. Hij geniet van McCann’s zegswijzen als: ‘Oh, wat veel regen voor zo’n kleine hemel,’ en sluit hiermee zijn lofrede af.

    Wat is er te ontlenen aan het feit dat je grootvader door dezelfde straten heeft gelopen als de auteur van Ulysses, James Joyces en je grootmoeder (inval)huishoudster is geweest bij Samuel Beckett? Het heeft er bij McCann in ieder geval toe geleid dat hij Ulysses ging lezen (om zijn grootvader te begrijpen moest hij het lezen) en schrijver werd. McCann is een makkelijke prater waar je graag naar luistert zoals ook zijn verhalen prettig lezen. Op de vragen van Hans Bouman (recensent Volkskrant) ‘hoe hij schrijft’ en waar hij het allemaal vandaan haalt gaf McCann antwoorden als: ‘Meest van de tijd weet ik niet wat ik doe. Later pas ontdek ik wat de roman vertelt.’ Of, ‘ Je herinnert je meer als je emigreert.’ En, “Ik beschrijf geen loze dingen, alles heeft een betekenis. Zola zei immers: ‘We zijn hier om ons leven hardop te leven.’” En dat is wat McCann doet in zijn boeken. Zijn romans hebben als uitgangspunt een historisch gegeven die hij vermengt met fictie waardoor het verhalen worden die ‘levensecht’ zijn en een ieder die nu leeft, aangaan. McCann houdt niet van de term historische romans. Hij brengt liever de historie naar het hier en nu.

    Dan leest McCann in korte, snel opeenvolgende zinnen voor uit zijn net verschenen roman Trans-Atlantisch dat speelt in 1845 en gaat over drie verschillende mannen en loopt langs evenzovele verhaallijnen. De eerste verhaallijn gaat over een zwarte Amerikaanse slaaf die in Ierland een willig oor vindt bij voorvechters van afschaffing van de slavernij. De tweede verhaallijn speelt in 1919. Twee piloten proberen het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog te vergeten en maken met een omgebouwde bommenwerper de eerste trans-Atlantische vlucht van Newfoundland naar het westen van Ierland. En in 1998 steekt een Amerikaanse senator de oceaan over om te bemiddelen in het Noord-Ierse conflict. Drie verhalen die op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten worden door vrouwen die de oversteek naar Amerika en terug naar Ierland hebben gemaakt.

    Het heeft iets betoverends, de resonerende stem van McCann die de zaal vult en door de hoge open deuren naar buiten uitwaaiert over de zomers geklede mensen die flaneren langs de gracht. Daarbij geven de hoge grijze gebouwen aan de overkant van de gracht met de donkerrood geschilderde balkonweringen de indruk aan, laten we zeggen het Praca do Rossio in Lissabon te zitten. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de Angolees/Portugese schrijvers, Eduardo Agualusa en Goncalo M. Tavares nog niet zo lang geleden de stad aandeden.

     

     

  • 'CitySessions' nieuwe programmareeks van Het Literatuurhuis

    Agenda

    Zondag 7 juli vindt in Utrecht de eerste editie plaats van CitySessions, een programmareeks, afgeleid van het internationale literatuurfestival City2Cities. Elke editie staat steeds in het teken van een hedendaagse Nederlandse of buitenlandse schrijver. Tijdens deze eerste CitySession presenteert de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965) zijn nieuwe roman Trans-Atlantisch. Hans Bouman (De Volkskrant) gaat met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre en zijn laatste boek. Jan van Mersbergen spreekt een lofrede uit voor McCann.

    In 2009 brak Colum McCann wereldwijd door met zijn roman Laat de aarde draaien waarvoor hij de National Bookaward ontving. In zijn nieuwe roman Trans-Atlantisch verenigt de schrijver zijn twee nationaleliteiten in een panoramisch verhaal dat meer dan 150 jaar Amerikaanse en Ierse geschiedenis bestrijkt.

    Met de programmareeks CitySessions wil Het Literatuurhuis het hele jaar door auteurs van internationale allure in contact brengen met Nederlandse lezers. Michaël Stoker, directeur van Het Literatuurhuis: ‘In april organiseren we jaarlijks het internationale festival City2Cities, maar in de loop van het jaar bezoeken nog veel meer buitenlandse schrijvers ons land. Met CitySessions kunnen we ook hen een podium bieden.’
    Vooruitblikkend naar de vierde editie van City2Cities in 2014 als Dublin een van de themasteden zal zijn, wordt de Iers-Amerikaanse auteur Colum McCann als eerste gast van CitySession uit genodigd.

    CitySessions: Colum McCann
    Zondag 7 juli, 15:00Utrecht,
    Winkel van Sinkel
    Zie voor meer informatie: www.hetliteratuurhuis.nl



  • Voorleesavond bij Horizonverticaal in Haarlem

    Agenda

    Op zaterdag 23 februari is er een voorleesavond bij Horizonverticaal in Haarlem. Schrijvers L.H. Wiener, Jan van Mersbergen, Lucas Hirsch en Joubert Pignon dragen voor uit eigen werk én uit het werk van hun literaire helden.

    L.H. Wiener leest F. Bordewijk en L.H. Wiener. Jan van Mersbergen leest Cormac McCarthy en Jan van Mersbergen. Lucas Hirsch leest Allen Ginsberg, Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Sirkka Turka en Lucas Hirsch. Joubert Pignon leest Richard Brautigan en Joubert Pignon.

    L.H. Wiener (1945) is een van Nederlands beste verhalenvertellers. Hij woont en werkt in Haarlem. Na tien verhalenbundels brak hij door met de succesvolle roman Nestor (2002), bekroond met de F. Bordewijkprijs.

    Jan van Mersbergen (1971) is auteur van zes romans. Zijn roman Naar de overkant van de nacht werd bekroond met de BNG Nieuwe Literatuurprijs 2011. Momenteel wordt dit boek verfilmd.

    Lucas Hirsch (1975) is dichter te Haarlem. Er verschenen drie bundels van zijn hand bij Uitgeverij De Arbeiderspers. Momenteel werkt hij aan een roman. Hirsch is oprichter van het Haarlemse literaire productiebureau Kleine Revolutie Producties.

    Joubert Pignon (1978) is schrijver te Haarlem en debuteerde eind 2012 met Er gebeurde o.a. niets, een roman in zeer korte verhalen. Momenteel werkt Pignon aan zijn tweede en zijn vierde boek.

    De avond begint om 20:30, deur is om 20.00 open.
    Entree 5,00 euro
    Adres: Houtmarkt 7, Haarlem

  • Olympiërs – verhalenbundel over de poëtische kant van topsport

    Gesignaleerd door de redactie

    Omdat de sportjournalist anno nu slechts op zoek is naar oneliners, records en schandalen, vroeg Literair Productiehuis Wintertuin negen schrijvers en dichters de magie van een Olympische sport te beschrijven. Wat maakt een wedstrijd op de Olympische Spelen zo bijzonder? Of, zoals Marcel Rözer in de inleiding van de bundel schrijft:  “Wie speelt heeft dromen. Dit is een bundel vol dromen, ver weg van de sportverslagen van gisteren en de voorspellingen voor morgen. Dromen over een gevecht zonder wapens, tegen een mens, een ploeg, de zwaartekracht. Met een winnaar en veel verliezers. In het besef dat verhalen in de sport altijd over de grote thema’s van het leven gaan, vullen jonge én ervaren auteurs deze bundel met de meest uiteenlopende verhalen.”

    In Olympiërs vraagt Ernest van der Kwast zich af wat schoonspringen tot een Olympische sport maakt, beargumenteert Jan van Mersbergen waarom wielrennen op de Spelen niet het praalstuk van de sport is en geeft Marcel Rözer een inkijkje in het Olympisch dorp. Ook Vrouwkje Tuinman, Frank Heinen, Nyk de Vries, Martijn Brugman, Rodaan Al Galidi en Elfie Tromp brachten de beeldende kracht van de topsport onder woorden.

    De bundel ligt voor € 10 in de boekhandel en is tevens te bestellen op wintertuin.nl/shop.