• Tragiek van een huwelijk

    Tragiek van een huwelijk

    Natalia Ginzburg wordt wel de grande dame der Italiaanse literatuur van de vorige eeuw genoemd. De novelle Valentino verscheen in 1957 en is nu opnieuw vertaald door Jan van der Haar en samen met het korte verhaal De moeder. In 1957 moeten de Italiaanse grondvesten geschud hebben toen dit kleine maar fijne verhaal verscheen. Zonder iets te benoemen vertelt Catarina (Ginzburg zelf?) het verhaal van een arm gezin, haar zogenaamd veelbelovende broer Valentino, een tragisch huwelijk en een liefde zonder liefde. ‘Mijn vader dacht dat hij een groot man zou worden: daar was misschien geen reden voor, maar hij dacht het wel: hij dacht dat al sinds Valentino klein was en nu kon hij er misschien moeilijk mee ophouden.’ Valentino studeert medicijnen, maar weet zich altijd te drukken, liever gaat hij uit, maakt hij speelgoed voor de kinderen van de conciërge en speelt hij met de kat.

    Klaploper met een lelijke vrouw

    Door de ogen van zijn zus leren we hem kennen als lui en egocentrisch, vooral geïnteresseerd in zichzelf. De ouders hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen, maar hebben alles voor hun veelbelovende zoon over. De oudste zus, die met een man en kinderen keihard moet werken om haar gezin draaiende te houden, wil zelfs niets met hem te maken hebben.

    Wanneer Valentino, na tal van met knappe meisjes ‘met mutsjes’, thuiskomt met de lelijke, tien jaar oudere, maar schatrijke Maddalena, zijn de ouders ten einde raad, want de familie denkt dat hij op haar geld uit is. Het is het eerste vooroordeel waar je je ook als lezer op betrapt. Valentino en Maddalena trouwen, hij zegt van haar te houden en haar mooi te vinden, trekt bij haar in, en hoewel de lezer nooit de gedachten of beweegredenen van Valentino te weten komt, lijkt het een geslaagd huwelijk.

    Valentino luiert door de dag, zijn vrouw vertrekt al vroeg om haar landerijen te overzien, zij brengt het geld binnen en baart vervolgens hun drie kinderen. Nog een heilig huisje waar tegenaan getrapt wordt.

    Doorheen het hele verhaal blijft Valentino zichzelf. Hij heeft niet in de gaten dat zijn omgeving zich zorgen maakt, dat zijn ouders en Maddalena alles voor hem opofferen, dat het toch een beetje vreemd is hoe hij zich gedraagt in het huishouden van zijn vrouw. Een ras-narcist, denk je als lezer, of zelfs: geeft Ginzburg hier een dwarsdoorsnede van de man in het algemeen? Zijn het feministische zaadjes die Ginzburg in het hoofd van haar lezers plant?

    Empathie en onafhankelijkheid

    Als beide ouders komen te overlijden, ook niet zonder tragiek, gaat de jonge Catarina die voor onderwijzeres studeert, bij Maddalena en haar broer wonen. Ze ontmoet Kit, een neef van Maddalena, net zo’n klaploper als Valentino. Hij komt dagelijks naar haar huis, de twee mannen hangen rond en spelen spelletjes. Zonder het verdere verloop te verklappen: ook hier wordt de lezer met zijn neus tegen een heilig huisje geduwd.

    En daarmee is Valentino, klein maar fijn, een universeel verhaal over verwachtingen en verlangens. De vader verlangt dat zijn zoon een machtig man wordt, maar ziet niet dat die zoon in zijn eigen wereld ook macht heeft en gewoon gelukkig is. Maatschappelijke normen worden op hun kop gezet, zoals de vrouw die een mannentaak uitvoert door haar landgoederen te controleren en tegen de boeren te schreeuwen. De rolpatronen binnen het huwelijk worden bevraagd. Het vooroordeel van de lezer over de lelijke en dikke Maddalena wordt uiteindelijk ook omgezet in empathie, als ze vergeving toont wanneer haar huwelijk uiteindelijk toch mislukt. Zo wordt het verhaal herkenbaar.

    De personages en hun karaktertekening komen voort uit de perceptie van de vertelster, de zus. ‘Soms word ik overvallen door grote woede op Valentino. Ik zie hem door het huis zwalken in zijn versleten kamerjas, roken en kruiswoordpuzzels maken, terwijl mijn vader toch van hem dacht dat hij een groot man zou worden. (…) Ik volg hem met mijn blik als hij de straat opgaat (…) met die kleine krullenkop op zijn stevige schouders. Ik ben blij met zijn nog zo gelukkige, zegevierende tred, waar hij ook heengaat.’ Het verhaal gaat niet over Catarina, en indirect toch wel. Haar behoefte aan onafhankelijkheid is ook een thema in het boek. Zij is degene die bepaalt hoe de lezer het verhaal beleeft, neutraal, mild en vergevend.

    Ongeliefd

    De moeder is eigenlijk een hartverscheurend kort verhaal over een moeder die niet van haar twee zoontjes weet te houden zoals het zou horen volgens de sociale normen. Ze kan het niet, voelt zich ongeliefd en dompelt zich onder in een leven waarin ze ook niet gelukkig is. Ook zij snakt naar onafhankelijkheid, ze kan niet zien welke positieve dingen ze wel heeft en dat is treurig. Na haar moedwillige dood denken de jongens met schaamte aan haar terug en willen haar zo snel mogelijk vergeten. Hun grootmoeder, de conciërge en een tante die hen ook opvoedden, laten een veel prettigere herinnering achter op hun netvlies. Ginzburg deed zelf een poging tot suïcide en wellicht putte ze uit die ervaring voor dit verhaal dat zo krachtig is in zijn kortheid. Beide, Valentino en De moeder roepen genoeg op om nog even over door te mijmeren.

     

     

  • Oogst week 28 – 2025

    Oogst week 28 – 2025

    Valentino & De moeder

    De novelle Valentino van de Italiaanse Natalia Ginzburg (1916-1991) verscheen in 1957. Caterina vertelt het verhaal van haar broer, Valentino. Zijn ouders verwennen hem en hij groeit op in de wetenschap bijzonder te zijn. Zijn zussen daarentegen zien hem zoals hij werkelijk is: lui, apathisch, egocentrisch. Valentino is vooral geïnteresseerd in feesten, waar zijn studie aan de medische faculteit onder lijdt. Wanneer Valentino, uit het niets, zich verlooft met de rijke maar opvallend lelijke Maddalena is de familie geschokt, ze vertrouwen hem voor geen cent. Ginzburg, een van de grootste Italiaanse schrijfsters van de vorige eeuw, zet in dit korte verhaal een hele wereld uiteen van gecompliceerde familierelaties.

    In het korte verhaal De moeder dat in 1948 verscheen observeren twee jonge broers hun moeder. Een verhaal over een opvoeding in eenzaamheid, angst en hulpeloosheid, waarin de moeder zich niet kan conformeren aan de heersende, starre sociale normen. Een intiem en tragisch portret van een vrouw die weigert te accepteren dat moederliefde haar enige lotsbestemming vormt.

    Valentino & De moeder
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De man die achteromkeek

    De bundel De man die achteromkeek van de Palestijnse schrijver Amer Almassri ontstond dankzij het project Stemmen uit Gaza, dat in de zomer van 2023 werd opgezet om Palestijnse schrijvers een stem te geven in tijden van escalatie en repressie. In acht verhalen laat Almassri de alledaagse complexiteit van leven onder bezetting zien.

    Amer Almassri combineert tragiek en humor, waarmee hij bewijst dat een lichtvoetige en absurdistische toon krachtig werkt bij zware thematiek. Hij geeft meer inzicht in de Gazaanse samenleving, waarin de schrijnende situatie van de Palestijnen weliswaar altijd op de achtergrond sluimert. Maar de enorme veerkracht en menselijkheid van de personages staat centraal.

    Almassri werpt ook een kritische blik op de sociale conventies waarmee hij de lezer verrast en raakt. Zoals in het verhaal van Zainab. Ze is ongelukkig in haar huwelijk, haar moeder geeft advies, maar steeds zijn er redenen waardoor ze niet kan vertrekken.

    Eén staat niet gelijk aan één gaat over de ongelijkheid tussen meisjes en jongens. Tweelingbroer en zus, Safwaan en Asiel groeien zeer ongelijk op. De broer krijgt vrijheid, onderwijs en liefde, terwijl Asiel wordt opgesloten in tradities en schaamte.

    Amer Almassri schrijft over verlies, ontheemding, familiebanden, genderongelijkheid, religie, herinnering, ontmenselijking en veerkracht. Verhalen met een brede thematiek. Hij publiceerde reeds drie verhalenbundels en een roman. Hij is in 1995 geboren in Khan Younis, Palestina, en studeerde civiele techniek. Momenteel woont hij in Turkije. Over zijn werk zegt hij: ‘Ik ben er altijd op gebrand menselijke gevoelens op een literaire manier over te brengen.’

    De man die achteromkeek
    Auteur: Amer Almassri
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De verkavelingen

    De verkavelingen is het debuut van Arthur Goemans, een Vlaamse dorpsroman.
    In de lente van 2020 wordt een fiets uit de Wildaalse Vaart gevist. Hoe die daar terechtkwam, is een verhaal dat twintig jaar eerder begint, bij het ontstaan van de woelige drievuldigheid Robert, Wes en Jenny – drie vrienden die elk op hun manier een weg zoeken uit een ingeslapen plattelandsdorpje. Drie vrienden die gewapend met poëzie, alcohol en elektrische gitaren de strijd aanbinden met al wat te klein is. Drie vrienden die, terwijl hun dorp langzaam verkaveld wordt tot hippe randgemeente, architect worden van hun eigen tragedie.

    De Vlaamse Arthur Goemans (1995) is onderzoeker bij Google DeepMind, waar hij zich bezighoudt met de veiligheid van artificiële intelligentie. Hij voltooide de opleiding Creatief Schrijven aan de Schrijvers Academie in Antwerpen en woont en werkt in Londen.

    De verkavelingen
    Auteur: Arthur Goemans
    Uitgeverij: Horizon
  • Zware thematiek in een monument van licht

    Zware thematiek in een monument van licht

    Als van lucht is het levensverhaal van de met borstkanker gediagnosticeerde ex-balletdanseres Ada d’Adamo, geschreven aan haar zwaar gehandicapte dochter Daria. Kort na het uitkomen van de roman in 2023 overleed d’Adamo aan de gevolgen van borstkanker. De koude constatering van de ziekte vormt de proloog van de roman: ‘Invasief carcinoom. Rechterborst, bovenkwadrant. Botmetastase in th6.’ Je wordt meteen bij de lurven gegrepen en in de hoofdstukken erna, komt daar de diagnose van het HPE-syndroom van de pasgeboren dochter Daria nog bij. Het HPE-syndroom, ofwel holoprosencephalie, is een aangeboren hersenafwijking en Daria heeft de meest ernstige vorm. Ze is slechtziend, kan niet praten of bewegen en heeft epileptische aanvallen. Niet bepaald lichte kost, toch is ‘lichtheid’ wel degelijk wat deze roman kenmerkt.

    Zwaartekracht en inlijving

    Het boek is opgebouwd uit dertig hoofdstukken, een proloog, acht observaties van kinderen en twee korte verkenningen van de begrippen zwaartekracht en inlijving. Twee belangrijke termen in de studie van de dans, maar ook centrale begrippen in de relatie tussen moeder en dochter. Het openingscitaat is van de experimentele danser en choreograaf Steve Paxton: ‘Birth is not so much a beginning as it is an abrupt change in which suddenly there are different factors than those in the womb, and there is gravity.’ De zwaartekracht, een vanzelfsprekend thema voor d’Adamo — hoe vaak zweefde zij als danseres niet door de lucht om daarna weer terug op het podium te belanden —, maar een immer blijvend mysterie voor Daria, die vastgekluisterd zit aan haar rolstoel. Zwaar is de handicap, maar lichtheid wenst d’Adamo haar dochter toe: ‘Je bent Daria, je zult D’aria (come d’aria red.) zijn, van lucht.’ 

    Waar Ada in het begin van de roman de beperkingen van haar ziekte, zoals het ijzeren korset dat ze moet dragen, als een fysiek obstakel ervaart tussen haar lichaam en dat van haar dochter, komt daar aan het einde van het boek een andere ervaring voor in de plaats, namelijk die van de inlijving. ‘Zo blijf ik me verder en verder met jou vereenzelvigen. Mijn lichaam ervaart, zij het in mindere mate, de beperkingen van het jouwe. Eerst kende ik ze, voelde ik ze, betastte ik ze via jou; toen begon ik ze geleidelijk in te lijven. (…) Ik ben Ada. Ik word D’aria… Van lucht…’ Waar de lichamen door de geboorte, via de zwaartekracht werden gescheiden, komen ze nu via de inlijving weer tot elkaar. 

    Antiabortuswetgeving

    Had d’Adamo destijds de keuze gehad, dan had ze ‘abortus op medisch indicatie gekozen’, zo schrijft ze in februari 2008 in een ingezonden stuk in La Repubblica. ‘Ik schreef dat ik graag had kunnen kiezen. En een dergelijke, niet theoretische, maar uitgesproken stelling in bijzijn van een levend, florerend kind klonk sommigen onverdraaglijk in de oren.’ De abortuswetgeving is sinds 2008 onder de rechtse regering van Meloni alleen maar verder onder druk komen te staan, met als nieuw dieptepunt een voorstel om antiabortusactivisten toe te laten in abortusklinieken. Als van lucht kan gelezen worden als een aanklacht tegen die beweging: ‘Wie kan besluiten of een leven de moeite waard is om geleefd te worden?’ Als lezer word je geconfronteerd met het lijden van Daria, de epilepsieaanvallen als ze nog een baby is, het lijden van Ada, die door haar eigen ziekte geconfronteerd wordt met een nieuwe angst. Wie zorgt er voor Daria als Ada er niet meer is? D’Adamo werpt deze zware vraagstukken op, zonder pathos, droog bijna, in korte hoofdstukken waar geen woord te veel in staat.

    Rauwe realiteit

    Dat deze roman vooral lichtheid verschaft, komt door de korte dagboekachtige observaties van kinderen die met Daria in contact komen. Daria is een bron van verbeelding en licht voor hen: ‘Dialoog aan zee tussen je papa en Viola van vijf. Viola: “Ze kan niet zien, hè?” Papa: “Nee.” Viola: “Maar praat ze wel?” Papa: “Nee.” Viola: “Kan ze lopen?” Papa: “Nee.” Viola: “Maar dan is ze betoverd!”’

    De rauwe realiteit van het aardse leven wordt prachtig afgewisseld met de dromerige fantasiewereld van kinderen. De nuchtere schrijfstijl in combinatie met de poëtische observaties zorgen ervoor dat deze roman, die bolstaat van de heftige emoties, nergens melodramatisch of sentimenteel wordt. Als van lucht in de soepel leesbare vertaling van Jan van der Haar is een prachtig monument van licht, tegen de achtergrond van een loodzware thematiek. Het boek werd bekroond met de Premio Strega 2023, de belangrijkste literaire prijs van Italië.

     

     

  • Oogst week 25 – 2024

    Deze vreemde bewogen geschiedenis

    In de Aantekeningen achter in Deze vreemde bewogen geschiedenis schrijft Claire Messud (1966) dat haar boek fictie is: ‘Maar de wederwaardigheden van de familie Cassar sluiten nauw aan op die van mijn eigen familie. De ouders van mijn vader waren geboren en getogen in Algerije’.
    Deze vreemde bewogen geschiedenis begint op 14 juni 1940 in Salonika (Thessoloniki) waar Fransman Gaston Cassar marineattaché is op de ambassade van zijn land. De Duitsers hebben op die dag Parijs bezet en daarmee veranderen leven en werk van Cassar. Hij gaat niet in op de oproep van De Gaulle vanuit Londen aan alle nog vrije Fransen om zich bij hem aan te sluiten, maar besluit zijn eigen weg te gaan. Zijn vrouw Lucienne en de kinderen naar haar geboorteland Algerije. Daar worden ze bepaald niet meer welkom geheten omdat ze getrouwd is met een vertegenwoordiger van de koloniale heerser. Zo is zij, die al vreemdeling was in Salonika, nu ook in hun land van oorsprong niet thuis.
    Vanaf dat moment volgen we de familie Cassar gedurende drie generaties, om in 2010 te eindigen in Connecticut. Het verhaal van deze familie ontrolt zich in wisselende perspectieven en verspringend door de jaren.
    Van Claire Messud (1966) verschenen in Nederland eerder Het vorige leven, Meisje in brand en De kinderen van de keizer.

    Deze vreemde bewogen geschiedenis
    Auteur: Claire Messud
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Nooit moet je me vragen

    Eind vorig jaar verscheen in de privé-domeinreeks een heruitgave van de beroemde verzameling herinneringen, Familielexicon, van Natalia Ginzburg in de vertaling van Jan van der Haar. Nu, amper een half jaar later, is er de bundel essays en verhalen van de schrijfster, die in 1916 werd geboren als Natalia Levi en stierf in 1991 (Ginzburg was de naam van haar in de oorlog vermoorde man). De bundel die oorspronkelijk verscheen in 1970 is eveneens door Jan van der Haar vertaald. Eén van de verhalen is ‘De ouderdom’, geschreven in december 1968, toen ze dus 57 jaar oud was. Het begint als volgt: ‘Nu worden wij wat we nooit wilden worden: oud. Ouderdom hebben we nooit gewild of verwacht; en toen we ons die trachtten voor te stellen was dat altijd oppervlakkig, grofweg en vaag. Ze heeft ons nooit zo nieuwsgierig of belangstellend gemaakt. (In het verhaal van Roodkapje was degene die me het minst nieuwsgierig maakte haar grootmoeder, en het kon ons geen bal schelen dat ze veilig en wel uit de buik van de wolf kwam.) Het merkwaardige is dat we, nu ook wijzelf oud worden, geen belangstelling voelen voor de ouderdom (…) Onze blik zal altijd nog op de jeugd en kindertijd gericht zijn’.
    In het boek zijn tal van commentaren op het werk van Ginzburg opgenomen.

    Nooit moet je me vragen
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    Jericho

    Jericho is de vierde roman van schrijver en dichter Lammert Voos. Een roman over het behouden van waardigheid en menselijkheid in oorlogstijd. De journalist Adam bevindt zich als correspondent in de denkbeeldige stad Jericho. Het boek begint met een proloog waarin Adam worstelt met zijn herinneringen aan zijn oorlogcorrespondentschap in Jericho. ‘Niets had hem voorbereid op de stank en de chaos, de beelden die ’s nachts terugkwamen.’ Voos werkte als vluchtelingenwerker tijdens de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Deze roman is gebaseerd op zijn ervaringen. In het boek raken enkele mensen ingesloten in een belegerde stad waar vervolgend de anarchie uitbreekt.

    ‘De pantserwagen ploegde voort en bereikte het oude stadscentrum, reed langs de neoklassieke gebouwen, de eens zo mooie parken die nu allemaal kerkhoven waren, langs het station, in de richting van Hotel International. Achter het hotel lag de vn-compound en in het hotel huisden de fixers, de journalisten, hulpverleners, hoeren, pooiers en de gangsters die de stad in werkelijkheid controleerden. Mogadishu, Kabul, Goma, Bagdad; al die steden hadden zo’n hotel. Binnen heerste wapenstilstand, één stap buiten en je was vogelvrij.’

    De gebeurtenissen zijn schrijnend en beklemmend, ieder moet zichzelf redden (je maakt je een levendige voorstelling van Gaza als je dit boek leest). Ook denk je aan dat bijbelverhaal, ‘Val van Jericho’. En ja, zie dan je menselijkheid en waardigheid maar eens te behouden. Het boek is opgebouwd in kleine hoofdstukken, onderscheiden door steeds een witte bladzijde. Zo kan dit belangrijke verhaal in afgepaste stukje gelezen worden.

     

     

    Jericho
    Auteur: Lammert Voos
    Uitgeverij: Thomas Rap
  • Zinnen als vuistslagen met waarde voor het heden

    Zinnen als vuistslagen met waarde voor het heden

    In 2022 kwam in Italië Fratelli d’Italia (Broeders van Italië) aan de macht. De leider van die partij, en thans premier van Italië, Giorgia Meloni, won die verkiezingen met een tamelijk onwelriekende nationalistische, en in feite post-fascistische, agenda (‘God, land en familie’). Meloni is rechtstreeks afkomstig uit de inmiddels niet meer bestaande politieke partij Movemente Sociale Italiano die opgericht is door aanhangers van de Italiaanse dictator Benito Mussolini. Ze zal nu, wellicht voor de bühne, een iets gematigder toon aanhouden, maar dat zoiets zorgwekkend is, staat buiten kijf. Ook nu weer lijkt Italië met andere woorden klaar te staan ‘om zich te plooien naar de ergste regeringen. Het is zoals bekend een land waar alles slecht functioneert. Het is een land waar chaos, cynisme, incompetentie, verwarring heerst.’

    Deze zinnen verschenen echter niet vorig jaar, maar ruim zestig jaar geleden in een essay dat samen met tien andere essays van Natalia Ginzburg uit de jaren veertig en vijftig is gebundeld onder de titel De kleine deugden. De bundel verscheen al in de loop van de jaren zestig, in dezelfde volgorde en met deze titel, maar zijn nu in het Nederlands vertaald en ingeleid door journalist Jan Postma. In deze recensie komen overigens niet alle essays aan de orde.

     Verzet tegen het fascisme

    Ginzburg (1916-1991), geboren in Palermo als Natalia Levi, was een Italiaanse romancière, essayist en op latere leeftijd politica wier leven werk getekend zijn door precies datgene waar Italië nu weer mee te maken lijkt te krijgen: fascisme en nationalisme. Haar vader is joods en haar moeder katholiek, maar gelovig wordt ze niet opgevoed. Haar hele familie verzet zich tegen het in die tijd oprukkende fascisme; haar broer vlucht naar Zwitserland en haar vader en haar eerste man, Leone Ginzburg, een professor in de Russische literatuur worden vastgezet. Wanneer hij vrijkomt, wordt hij verbannen naar een klein dorpje in de Abruzzen.

    Over die tijd komt de lezer meer te weten in het openingsessay ‘Winter in de Abruzzen’, waarin ze in een droge, bijna ironische stijl beschrijft hoe zij die tijd met haar gezin doorbrengt. Ze verhaalt over de manier waarop ze proberen in te burgeren in een klein dorpje waar zij als stadsmeisje in eerste instantie geen voet aan de grond kan krijgen. Uiteindelijk keert haar man terug naar de stad, nadat de Duitsers Italië zijn binnengevallen. Hij wordt daar op gruwelijke wijze doodgemarteld door de Gestapo.

    Geknakt vertrouwen

    Achteraf moet ze constateren dat zij voor de dood van haar man en nota bene in ballingschap nog ‘vertrouwen in een lichte vreugdevolle toekomst [had], vol ingeloste verlangens, vol ervaringen en gewone heldendaden. Maar dat was de beste tijd van mijn leven en pas nu die me voorgoed is ontglipt, pas nu besef ik dat.’ En in een later essay, getiteld ‘De Mensenzoon’ dat na de oorlog verscheen, noteert ze: ‘Ik heb altijd het gevoel dat we op een goede dag weer ’s nachts moeten vluchten en alles, rustige kamers en brieven en herinneringen en kleding achter moeten laten (…). We genezen niet meer van de oorlog. (…) We zullen nooit meer onbezorgde mensen zijn, mensen die nadenken en studeren en in vrede hun leven leiden. Jullie zien wat er met onze huizen is gebeurd. Jullie zien wat er met ons is gebeurd. We zullen nooit meer geruste mensen zijn.’ Het zijn zinnen die je als vuistslagen treffen.

    Het zijn de essays waarin de (nasleep van) de oorlog een rol speelt, die het meest indringend zijn. Het essay waar het citaat in de inleiding uit komt, is zelfs een wat klagerig aandoend stuk over waarom Engeland geen fijne plek is. Ook het bekende en veelgeprezen ‘Hij en ik’, over haar relatie met haar tweede man, is een stuk minder indrukwekkend omdat het de lading lijkt te missen die essays als ‘Winter in de Abruzzen’ en de ‘Mensenzoon’ wel hebben.

    Aansprekend

    Maar onder aan de streep maakt dat niet uit; haar ogenschijnlijk eenvoudige stijl en de als gezegd soms licht ironische ondertoon maken dat ook de mindere essays de moeite van het lezen waard zijn – de zin met actualiteitswaarde aan het begin komt nota bene uit één van de mindere stukken. Maar haar persoonlijke blik op de gevolgen van het nationalisme en fascisme blijven de lezer het meeste bij. Zoals Jan Postma in zijn mooie inleiding terecht opmerkt, is de ‘materie autobiografisch, maar dat geldt niet voor het resultaat. Het proza is tegelijkertijd specifiek en intiem en voorzichtig losgeweekt van de particuliere omstandigheden van Ginzburgs leven. Ja, het is haar leven waarover ze schrijft, maar door erover te schrijven begint dat ene leven toch en beetje te voelen als hét leven.’

    Misschien is dat wel de reden dat de teksten ook nu nog aanspreken. Laten we hopen dat Ginzburg ook in het huidige Italië veel gelezen wordt – zodat Fratelli d’Italia het niet al te lang uithoudt in het centrum van de macht.

     

     

  • Esthetiek versus oorlog

    Esthetiek versus oorlog

    De Italiaanse schrijver Curzio Malaparte (1898-1957) is vooral bekend vanwege Kaputt (1944) en De Huid (1949), in Nederland uitgegeven in de prachtige serie Oorlogsdomein. Onlangs verscheen in Nederlandse vertaling De Wolga ontspringt in Europa; hierin zijn alle oorlogsverslagen gebundeld die Malaparte schreef voor de Corriere della Sera. Het eerste deel betreft zijn verslagen uit het begin van de Duitse oorlog tegen Sovjet-Rusland vanaf het Oekraïense front (juni-september 1941), het tweede deel zijn verslagen vanuit de loopgraven in Finland, op korte afstand van het belegerde Leningrad (maart-november 1942).

    Lezers die bekend zijn met het werk van Malaparte zullen direct zijn kenmerkende stijl herkennen, die opvallende, zo gehele eigen mengeling van oorlogsgruwelen en poëtische beschrijvingen. ‘De rookwolken van de branden deinen aan de horizon als enorme luchtballonnen die willen loskomen van de grond. Langs alle aanvalscolonnes stijgt een gordijn van rode stof en loodkleurige mist op, een onmetelijk waas waar de dalende zon gele en purperen borduursels in maakt.’ In zijn nawoord schrijft vertaler Jan van der Haar – die opnieuw voor een prachtige vertaling heeft gezorgd – over de stijl van Malaparte: ‘van rauw-realistisch, surrealistisch tot pastel-poëtisch. […] Wat hij met zijn beschrijvingen in Kaputt en De Wolga doet, is esthetiek tegenover oorlog stellen. Door die haaks op de gruwel van de oorlog staande schoonheid bereikt de schrijver vervreemding en van daaruit een scherp indringende beleving van het oorlogsgeweld.’

    IJs

    Een van de meest pregnante beelden uit Kaputt betreft de enorme groep in het Ladogameer bij Leningrad vastgevroren paarden. In De Wolga zijn het geen paarden, maar Russische soldaten die vastgevroren zitten in het ijs. ‘In het ijs, in het doorzichtige glas gedrukt verscheen onder mijn zolen een rij beeldschone mensengezichten. Een rij maskers van glas. (Als een Byzantijns icoon). Die me aankeken, aanstaarden. De lippen waren fijn, versleten, de haren lang, de neuzen scherp, de ogen groot, kristalhelder. (Het waren geen mensen, het waren geen lijken. Als dat zo was, zou ik het voorval verzwijgen.) Wat ik in de ijsplaat zag, was een schitterend beeld, vol van een zacht, ontroerend mededogen. Het was als de fijnzinnige, levende schaduw van mensen die waren opgegaan in de mysterie van het meer.’

    In de regels die daarop volgen geeft Malaparte zelf de beste beschrijving van zijn stijl en de oorsprong van het esthetische element in zijn werk: ‘De oorlog, de dood, heeft soms van die mysterieuze fijnzinnigheden, met een hoge lyrische stem. De oorlog weet soms zijn meest realistische beelden te veranderen in schoonheid, alsof hij op een gegeven moment zelf overmand wordt door het mededogen van de mens voor zijn soortgenoot, van de natuur voor de mens. Ongetwijfeld waren dat de beelden van Sovjet-soldaten die gesneuveld waren bij het doorwaden van de rivier.’

    Klei

    Malaparte is onder de indruk van de enorme logistiek die de oorlog met zich meebrengt. ‘En daar, op de flanken van de heuvel, onder in het dal, op de tegenoverliggende helling was wat ik zover mijn oog kon omvatten, wat ik met duizenden en nog eens duizenden zag oprukken, geen leger, maar een onmetelijke ambulante fabriek, een eindeloze, mobiele metaalfabriek.’ Een fabriek die ook nog eens regelmatig vastloopt in de Buna, de taaie klei waar je tot je knieën in wegzinkt.

    Meer dan een puur verslag van de strijd, wil Malaparte de gebeurtenissen duiding meegeven. ‘Daar schuilt precies de zin van deze oorlog, de betekenis van deze confrontatie tussen Duitsland en Rusland. Geen confrontatie tussen alleen mensen, maar ook tussen machines, technieken, vormen van industrialisatie. Niet alleen tussen de ingenieurs van Goering en die van Stachanov, maar ook tussen het reconstructie- en organisatiewerk van het nationaalsocialisme, en van de Pjatileki, de Sovjet-Russische vijfjarenplannen. Een confrontatie tussen twee volkeren dus, die via de industrialisatie of liever gezegd “motorisering van de landbouw” niet alleen de techniek, maar ook de “arbeidersmoraal” hebben meegekregen, die noodzakelijk zijn om in deze oorlog te kunnen vechten.’
    Gaande het boek zie je zijn sympathie voor de Russen en met name voor hun onverzettelijkheid toenemen. Het is diezelfde onverzettelijkheid die ervoor zorgt dat ze Leningrad niet opgeven, ondanks de onmenselijke situatie tijdens het beleg. Malaparte ziet in deze onverzettelijkheid ook de noodzaak van de Russen om de stad die symbool staat voor de oktoberrevolutie nooit op te geven. Het verbaast niet dat Malaparte, ooit aanhanger van het fascisme, na de oorlog communist werd. Dat vreemde traject, vlak voor zijn dood bekeerde hij zich zelfs tot het katholicisme, bevestigt eens temeer de bijzondere plaats die de schrijver én mens Malaparte inneemt in de literatuur van de 20e eeuw. In zijn waardering voor de Russische soldaten stond hij trouwens niet alleen, want hij bespeurt die waardering ook onder de Duitse soldaten.

    Embedded

    Lezen van De Wolga (en Kaputt) doet direct denken aan Vasily Grossman, die als verslaggever optrok met het Rode Leger. Eerst in de verdediging richting Stalingrad, na de slag om Stalingrad richting Berlijn. Ook Grossman schreef zijn verslagen die werden gepubliceerd in Rode Ster, het dagblad van het Rode Leger. En evenals Malaparte werkte Grossman deze verslagen verder uit in romanvorm in zijn twee grote meesterwerken Stalingrad en Leven en Lot. Het is daarom niet verwonderlijk dat je als lezer bij Malaparte evenals bij Grossman direct op het verhaal zit, je leeft het als lezer direct mee, vanuit het grote verhaal wordt voortdurend ingezoomd op de details die uiteindelijk de oorlogsverhalen vormen die deze boeken zo belangrijk en bijzonder maken. Aldus komt ook Malaparte steeds weer uit bij de mens. Het zijn ondanks alles en ondanks het grotere verhaal van de veldslagen de soldaten en de bevolking die dit ook maar overkomen en die er het beste van moeten en proberen te maken. Maar daar waar Grossman het lijden en afzien benadrukt, daar is het bij Malaparte naast de dood vooral ook het leven dat, ondanks de granaten, de doden en de verwoesting, gewoon doorgaat. Mooi is de anekdote van het varken dat onder een Duitse vrachtwagen terechtkomt. ‘Een paar soldaten verzamelden zich rond het dode varken, ze popelden zichtbaar om het mee te nemen, om het aan het spit te verorberen, en ze hebben het ook meegenomen na de eigenaar, een oude boer, schadeloosgesteld te hebben met een paar honderd lei. Dat bedaarde handjeklap, dat doodgemoedereerde onderhandelen in de zijlijn van de strijd leek iedereen logisch, de boer voorop.’

    Door deze directe aanpak maakt Malaparte ons ook deelgenoot van zijn eigen ongemakken. Het vinden van een geschikte slaapplaats is een terugkerend thema, en hij kan zijn geluk niet op als hij na weken alleen maar tomaten uit blik op brood eens wat ham te eten krijgt.
    De enorme veelzijdigheid van het werk van Malaparte maakt het ondoenlijk alle belangwekkende aspecten uit zijn werk en leven in het korte bestek van deze bespreking te beschrijven., zoals bijvoorbeeldhet feit dat Malaparte in de Eerste Wereldoorlog slachtoffer werd van mosterdgas, volgens velen de oorzaak van zijn dood ten gevolge van longkanker in 1957. De Wolga staat vol met kleine en grote verhalen over de oorlog, waarbij uiteindelijk de mens steeds weer de uiteindelijke focus is.

    Koop dit boek, lees en herlees het! Het werk van Malaparte behoort tot de beste literatuur geschreven in de 20e eeuw. De Wolga vormt daarop geen uitzondering.

  • Naar de ziel van zijn bestaan

    Naar de ziel van zijn bestaan

    In tijden van intelligente lockdown blijkt nog eenvoudig gereisd te kunnen worden, bijvoorbeeld door het Italië van dichter Giorgio Bassani (1916-2000). Nu de verplaatsing van mensen op een laag pitje staat, weet deze reisleider ons mee te voeren naar plekken die voor hem de ziel van zijn bestaan betekenen. En dat doet hij op haast terloopse wijze: een plaatsaanduiding, de naam van een regio, streek, straat of villa. Veel titels van de gedichten in de bundel Epitaaf (1974) bestaan uit zo’n naam, terwijl het betreffende gedicht de emotionele associatie van de dichter verbeeld. In het gedicht Forte Antenne – een eeuwenoud fort in de Romeinse wijk Parioli – gaat dat als volgt:

    ‘Een tak in het bos zijn
    het blaadje aan die
    tak
    weer worden als je was
    destijds op je derde vierde
    toen je geen vrouw kende
    buiten je
    moeder
    geen andere stad dan
    de jouwe’

    Wat het een met het ander heeft te maken blijft onuitgesproken, maar is wel voelbaar. Er wordt een bepaalde stemming opgeroepen door in de titel zo expliciet te verwijzen naar een plek, terwijl het gedicht een persoonlijke beleving weergeeft. Zoals het doorbladeren van een fotoalbum: bij iedere foto hoort een verhaal dat door de verteller met gloed wordt verteld. De luisteraar krijgt een samengestelde situatie voor ogen, waarvan de foto het enige letterlijke beeld is. De rest bestaat uit aanvullende indrukken en details. 

    Getuigenissen van liefde

    Bassani doet dat met de liefde van een reiziger voor de plaatsen waar hij geweest is. Of de plaats waar hij vandaan komt. Veel terugblikken naar zijn jeugd in Ferrara, naar verschillende familieleden met hun gewoontes en eigenaardigheden. Maar bovenal is het een krachtige getuigenis van de liefde in het algemeen, die meestal in verwondering wordt weergegeven. Met gedachten die een vraagstelling tot gevolg hebben. Zoals in het gedicht Op bed:

    ‘Gisteravond op bed was ik
    aan de rechterkant gaan liggen die zij
    inneemt als ze hier is
    en vanmorgen wakker wordend zag ik mij
    weer links liggen waar ik slapeloos in het donker soms
    het krachtige kloppen hoor van haar
    aanwezigheid

    Wat heeft me er derhalve toe bewogen om in de nacht
    de ruimte van haar grote
    afwezige lichaam
    te verlaten dan de hunkering zelf ook
    niets te zijn?’

    De meeste verzen van Bassani zijn een weerslag van zijn eigen existentie. Hij refereert aan mensen en aan plaatsen en zet zichzelf als vraagteken middenin die constructie. De situatie is vrijwel altijd een herinnering die zijn eigen positie heeft bepaald. Of een gelegenheid om die positie te bevragen. De terloopsheid waarmee dat wordt opgeschreven zorgt voor de bijzondere beleving dat hier geen antwoorden worden gegeven maar slechts vragen worden gesteld. 

    Ook het schrijven is voor Bassani geen concluderende onderneming. Hij weegt zijn woorden en blijft de beschouwende observator van zijn eigen werk. Eventuele kritiek wordt geanalyseerd, zoals in het bijtende Aan een andere criticus:

    ‘Als een gedicht inmiddels – naar jouw zeggen –
    uitsluitend beschouwd moet worden als een simpel
    communicatiemiddel
    zoals zo veel andere welnu
    het zij zo

    Communiceren via de kunst was altijd al
    mijn hoogste streven
    al durfde ik daar nooit maar dan ook nooit
    op te hopen zelfs niet bij jou
    klootzak’

    Lezen zonder houvast

    Het meest opvallende aan de gedichten in Epitaaf is de gecentreerde opmaak op de bladspiegel. Alle verzen staan op een centrale as en zijn niet links of rechts uitgelijnd, waardoor de lezer als het ware moet zoeken naar het begin van de nieuwe regel. Ook het feit dat er geen interpunctie wordt gebruikt en er effectief van enjambementen gebruik wordt gemaakt, maakt dat de gedichten zich niet direct openbaren aan de lezer. De verzen moeten meerdere malen gelezen worden om tot de kern door te dringen. Een leesavontuur dat niet alleen de betekenis als doel heeft, maar ook de talige kant van de dichter benadrukt. Hier dient een groot compliment gemaakt te worden aan vertaler Jan van der Haar.

    Bassani neemt de lezer mee op zijn reis, maar hij is geen openhartige reisleider. Het vereist de nodige concentratie en toewijding om hem op zijn weg te kunnen volgen. Een weg die vrijwel altijd uitkomt bij de liefde.

    ‘Vaak heb ik – alsof ik droomde – ons twee voor ogen naast elkaar
    ruggelings op een groot bed dat veel weg heeft van het onze in Maratea
    de slaapkamer blijkt eveneens nogal hetzelfde
    in het witte ultramoderne meubilair in de blanke
    gipswanden in het hoge raam
    daar verticaal rechts achter het doffe
    silhouet van je grote
    uitgestrekte lichaam
    en zelfs in het licht het matissiaans blauwe licht van zeven uur
    ’s ochtends dat al tussen de spijlen door dringt om
    de lauwe schemer te verslaan’

     

     

  • Oogst week 6 – 2020

    Buiten beeld

    De Nederlandse fotograaf Alex Laagland ziet tijdens een demonstratie in Caracas een jongen struikelen die kort daarop, net als hij zijn camera op hem heeft gericht, wordt neergeschoten: ‘Achter elkaar drukt Alex af, de demonstrant die zijn vuist in de lucht steekt en recht in de lens kijkt, het schot dat uit de loop vlamt. En dan de foto: het moment net nadat de kogel hem in zijn linkerschouder heeft geraakt en zijn mond openstaat in een schreeuw’ – de foto wint de Zilveren Camera. Met die scene begint Buiten beeld, de debuutroman van journalist Jurriaan van Eerten. Op de cover staat een afbeelding die geïnspireerd is op de beroemde foto De gier (Starving child and Vulture) waarmee de Zuid-Afrikaan Kevin Carter in 1994 de Pullitzerprijs won. Daarop zagen we hoe een gier wacht op de dood van een hongerend kind in Soedan. Het leverde Carter kritiek op. Was hij niet zelf een soort gier? Dat brengt Van Eerten in deze roman tot vragen over ethische dilemma’s van een journalist

    Buiten beeld
    Auteur: Jurriaan van Eerten
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Broze aarde

    Broze aarde is een nieuwe bundel gedichten van Antjie Krog. Thema is de kwetsbaarheid van onze planeet. Krog heeft in deze tweetalige verzameling (Zuid-Afrikaans en Nederlands) de opbouw gekozen van een hoogmis, een mis voor het Universum. In de gebruikelijke gezangen is niet God maar de ‘Brose Aarde’ de aangesprokene. Dat leidt tot bijvoorbeeld de volgende regels in haar versie van het Onze Vader:
    U gee ons elke dag
    ons daaglikse lig, getemperde water, fotosintese en brood
    maar ons besoedeling kan u nie vergeef nie,
    ook nie ons mishandeling en vernietiging van mekaar nie;
    lei ons in die versoeking om u bo alles lief te hê
    u te verlos van alle etterende ontering.
    Een indrukwekkende uitvoering van de mis door Krog met koor en orkest tijdens Poetry International 2019 is hier te zien.

    Broze aarde
    Auteur: Antjie Krog
    Uitgeverij: Podium

    Een ongeneeslijk heimwee

    Willem Brakman (1922 – 2008) heeft vijfenvijftig boeken op zijn naam staan en won in 1980 de PC Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn werk wordt nog steeds heruitgegeven en toch stond hij nooit hoog in beststellerlijsten. Zijn schrijftrant was niet geschikt voor lezers die een lineair verhaal willen. Nico Keuning schreef nu een biografie over hem, getiteld Een ongeneeslijk heimwee. Leven en werk van Willem Brakman. ‘Wim was een introverte, gevoelige jongen’, zegt Keuning in een recent interview: ‘Wellicht zou hij nu aangemerkt worden als hoogbegaafd. Hij keek op een indringende manier naar voorwerpen, kende elke winkel, iedere etalage en elk object. Een argeloos kind met veel fantasie, levend in zijn eigen wereld (…) Brakman schreef voor de ideale lezer. Dat hij daarmee geen groot publiek bereikte, heeft wel enigszins bitter gestemd, maar het weerhield hem er niet van om door te gaan op de ingeslagen weg. Hij kon niet anders. In een halve eeuw heeft hij een volstrekt uniek oeuvre bij elkaar geschreven. Een wereld op zichzelf. Daar heb ik enorme bewondering voor’.

    Een ongeneeslijk heimwee
    Auteur: Nico Keuning
    Uitgeverij: Querido
  • Mussolini greep macht via hypnotische toverij

    Mussolini greep macht via hypnotische toverij

    Het is 1919, de Eerste Wereldoorlog is net afgelopen. Italië speelde daarin een complexe rol. Het vormde aanvankelijk een alliantie met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, maar koos in 1915 de kant van de gealliëerden. Het land zou dus uiteindelijk gerekend kunnen worden tot de overwinnaars, maar dat werd door de Italianen niet zo gevoeld. Er waren honderdduizenden op een gruwelijke manier gesneuveld in de gevechten in de Alpen en nog meer keerden verminkt terug zonder dat Italië er iets mee was opgeschoten. Daar kwam bij dat Fiume (het huidige Rijeka) dat een overwegend Italiaanse bevolking had bij het Verdrag van Parijs niet aan Italië werd toegewezen, maar aan Joegoslavië. Voor de strijders uit de oorlog voelde het niet minder dan een vernedering, een gevoel dat een uitweg zocht waarop het fascisme kon opbloeien. Op dat punt begint de omvangrijke roman M. De zoon van de eeuw van Antonio Scurati.

    De zoon van de eeuw is inderdaad een roman. Toch benadrukt Scurati in interviews dat gebeurtenissen en zelfs dialogen niet verzonnen zijn. Scurati’s interpretaties en weergave van de dynamiek ervan zijn natuurlijk wel zijn dichterlijke invullingen. Dat de roman zich beweegt op die grens van feit en fictie is herkenbaar in de structuur van het boek. Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. De hoofdstukken hebben steeds een datum (als de macht eenmaal is gegrepen worden dat teksttitels) en ze worden steeds afgewisseld met letterlijke teksten in afwijkend lettertype uit brieven, verklaringen, redevoeringen, krantenberichten, dagboeken enzovoort, die door Scurati zijn geraadpleegd. Scurati verplaatste zich vijf jaar lang onafgebroken in het hoofd van Mussolini (de fascistenleider en de M uit de titel) en in de sfeer van de tijd. Zozeer dat hij zich na de voltooiing van deze roman, de eerste van wat een trilogie moet worden, zo labiel voelde dat hij de hulp van artsen nodig had om weer zijn evenwicht te vinden in zijn eigen dagelijkse bestaan. Dit eerste deel bestrijkt de periode van 1919, het jaar van de oprichting van de fascistische beweging, tot en met 1924, als Mussolini al enkele jaren premier is en zich ontpopt tot dictator.

    Metaforen

    Het is fascinerend en angstaanjagend om te zien hoe een aanvankelijk onbetekende beweging in zes jaar kon uitgroeien tot een dictatoriale macht. Angstaanjagend omdat je als lezer voortdurend parallellen voelt met bepaalde vormen van opkomend populisme in onze dagen.

    Als Mussolini in 1919 zijn Fasci di Combattimento opricht, een beweging van knokploegen die wordt gevormd door verbitterde oorlogsveteranen, stelt die nauwelijks iets voor. Bij de eerste verkiezingen in november 1919 behaalt ze als partij niet één zetel. Maar het land is een politieke warboel van fascisten, die het gepraat zat zijn en liever knuppelend rondgaan, socialisten, die proberen de Russische revolutie van 1917 naar Italië over te planten, anarchisten, communisten, liberalen, katholieken en radicalen.
    Mussolini is de formele leider van de Fasci, maar de schrijver Gabriele d’Annunzio, ‘Il Commandante’, doet in de eerste jaren het meest van zich spreken. Waar Mussolini afwachtend is, maar gespitst op situaties die hij kan gebruiken, gaat d’Annunzio de straat op. Hij weet de lagere bevolking op te zwepen tegen de lijdzaamheid van de elite. Hij is als literator ook de man van de metaforen: ‘de verminkte overwinning’ voor de afloop van de oorlog, Fiume als ‘de stad van het offer’ en later, als d’Annunzio deze stad eigenhandig met zijn mannen annexeert, ‘de wraakgodin’.
    Scurati kleurt de twee mannen bloemrijk in: hun houding, hun kleding, hun onbeschoftheid en bovenal hun rauwe taal, zoals ‘pisglazen van vlees’ voor de vrouwen op wie ze naar willekeur hun lusten botvieren.

    Passie

    Op de eerste landelijke vergadering van de fascisten komen amper honderd man af die niettemin het ‘Leve onze Duce! Voor Benito Mussolini eja, eja, eja, alalà’ inzetten als geloof in de toekomst. In de vele bijeenkomsten die volgen ontspint zich een richtingenstrijd. Moeten we de politieke orde van binnenuit om zeep helpen of willen we een buitenparlementaire beweging zijn? Dat pleit wordt door de sluw laverende Duce beslecht. Het wordt moeizaam de parlementaire route, maar de fascistische knokploegen blijven moordend door de straten trekken zonder dat Mussolini ze een strobreed in de weg legt.

    Wie zijn hun aanhangers? ‘De nieuwe fascisten zijn allemaal mensen die tot gisteren beefden van angst voor de socialistische revolutie, mensen die leefden op angst, angst aten, angst dronken, met angst naar bed gingen (…) Nu wordt op de bedelaarsbeurs het zware metaal van de benauwdheid ingewisseld voor de gewaardeerde valuta van dodelijke haat’, schrijft Scurati in de gedachtegang van zijn protagonist. En even later: ‘Het fascisme is geen kerk, het is een sportschool, het is geen partij, het is een beweging, het is geen programma, het is een passie. Het is de nieuwe kracht’.

    Dubbele gedachte

    Mussolini krijgt het uiteindelijk voor elkaar om als partij aan nieuwe verkiezingen mee te doen. Met succes. De fascisten zijn in 1921 verhoudingsgewijs de grote winnaars. Maar ook de Duce heeft geen programma. Hij is een sluwe tacticus die zijn kansen ruikt en ze waar mogelijk bewust zelf schept. Hij creëert wanorde om te laten zien dat hij de enige is die de chaos die hij zelf oproept kan beteugelen. Met de ene hand ontketent hij het geweld van zijn knokploegen en met de andere toomt hij ze in. Scurati: ‘Er komt een hypnotische toverij bij kijken waardoor je iets kunt doen en ontdoen, iets beweren en het tegendeel ervan, je bewust overtuigen van de waarachtigheid van iets en onbewust weten dat het onwaar is, vooral moet je kunnen vergeten en vergeten dat je hebt vergeten. Er is kortom een dubbele gedachte nodig. Zo blijf je altijd op het rechte spoor.’
    Het is de beangstigende parallel die veel lezers bij dit soort zinnen zullen herkennen met in onze tijd de populisten en dictators die verwarring zaaien, chaos scheppen en feiten voorstellen als niet meer dan verwerpelijke meningen. En de daarop volgende dringende vraag hoe deze ontwikkelingen te keren.

    Wachten als strategie

    Niemand blijkt bij machte Mussolini tegen te houden. De situatie in het land werkt er niet aan mee. Italië verkeert in 1922 in de tot dan toe langste parlementaire crisis. Niemand gelooft nog dat het geweld van het fascisme als politievraagstuk is op te lossen en er gaan stemmen op om de aanhangers juist regeringsverantwoordelijkheid te geven. Ook dat weet Mussolini uit te buiten. Hij wordt inderdaad premier. Zelfs als hij dreigt politiek te worden afgestraft voor de moord op de socialist Giacomo Matteotti in 1924 (Mussolini zou die hebben uitgelokt), weet hij zich daar uit te manoeuvreren en zijn macht te versterken tot een dictatorschap. Zijn macht berust op willekeur, geraffineerd opportunisme (‘Mussolini’s strategie is altijd dezelfde: wacht, wacht en wacht…’) en wellust. Dat laatste verbeeldt Scurati prachtig als de Duce, die zich graag voortbeweegt in sportauto’s en in een door hem zelf bestuurd vliegtuig, in de zomer van 1922 als zijn succes nog moet komen, vanuit de hoogte het land overziet: ‘Italië is echt een fantastisch land: in achtenveertig uur knuppelen is bereikt wat in een eeuw van strijd niet is gelukt: de socialisten zijn gebroken. Kijk daar die mensen beneden, die kranten, die socialistische organisaties die zich tot gisteren vertakten over de vlakten, de kusten, de bergruggen van dit geweldige land. Kijk ze nu toch… niet één gebaar, niet één kreet, ze durven niet eens adem te halen.’

    Beklemmend

    Het is verleidelijk om als één van de tekortkomingen van de roman te zien dat we zo weing lezen over hoe de gevestigde orde denkt over de aanpak van het fascisme. Evenmin komen we iets te weten over de aanhang van Mussolini onder het volk. Er worden alleen medestanders opgevoerd uit de directe coterie van de Duce en kopstukken van andere partijen. Toch is dat misschien een onterecht verwijt. We zien immers alles vanuit de optiek van Mussolini zelf. Hij luisterde niet naar argumenten en zorgen van zijn tegenstanders en het gewone volk interesseerde hem waarschijnlijk alleen voorzover hij er gebruik van kon maken. Het past daarom in het uitgangspunt van Scurati die schrijft vanuit het hoofd van de protagonist.

    In een ander opzicht vraagt de roman veel concentratie van de lezer en een lange adem. Die wordt overstelpt met namen van fascisten en andere politici, gekrakeel binnen allerlei stedelijke afdelingen van de beweging en gevechten over uiteenlopende politieke richtingen in het land. Scurati komt de lezer deels tegemoet door achterin twaalf pagina’s op te nemen met biografietjes van de belangrijkste personages. Een verdere tegemoetkoming aan de lezer zou hebben kunnen zijn om daaraan paginaverwijzingen toe te voegen.

    Wie zich echter door het oerwoud van namen laat afschrikken laat zich veel ontnemen. M. De zoon van de eeuw ontvouwt niet alleen een beklemmende geschiedenis maar doet dat ook nog eens begeesterd, beeldrijk en in smeuïg proza. Hulde ook aan de vertaler Jan van der Haar die dit alles in soepel Nederlands heeft omgezet.

     

  • Oogst week 45 – 2019

    Allesverpletterende

    Allesverpletterende is de titel van het deze week verschenen derde boek van Nicolien Mizee met faxen aan Ger Beukenkamp. De vorige twee delen waren De kennismaking uit 2017 en De porseleinkast uit 2018. ‘Allesverpletterende’ is één van de aanspreekvormen die Mizee gebruikt in haar correspondentie met Ger. ‘Een oprechte stem die zichzelf niet spaart’, schreef Inge Meijer in een column op deze site over Mizee. Zij vond het tweede deel al diepgravender en onderzoekender dan het eerste. De recensie van De porseleinkast door Thomas de Veen in NRC Handelsblad kreeg zelfs de kop mee: ‘Nog een paar van deze verslavende boeken en Mizee wint de P.C. Hooft-prijs’. Dat belooft wat voor Allesverpletterende.

    Allesverpletterende
    Auteur: Nicolien Mizee
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal

    Journalist Pieter van Os, onder andere voor De Groene, wist van het bestaan van de in Polen geboren joodse Mala Rivka Kizel, die tegenwoordig Marilka Shlafer heet en in Amstelveen woont. Ze is nu tweeënnegentig. Van Os had de grote lijnen van haar wonderlijke overlevingsverhaal al eens gehoord van haar kleinzoon en zocht contact met haar. Hij las haar memoires, voerde gesprekken met haar en bereisde de plekken waar ze gewoond heeft. Ze overleefde de oorlog doordat ze inwoonde bij een nazigezin in Zerbst. Ze gedroeg zich alsof ze volksduitse was. Ontroerend is het moment waarop de Amerikanen bij de bevrijding ontdekken dat Mala geen Duitse is als ze meezingt met een jiddisch lied dat enkele joodse soldaten onder de Yankees hebben ingezet. In Liever dier dan mens vertelt van Os meeslepend zijn zoektocht en de odyssee van Mala door Polen, de Oekraïne, Duitsland, Israël en Nederland.

    Liever dier dan mens, Een overlevingsverhaal
    Auteur: Pieter van Os
    Uitgeverij: Prometheus

    M.

    M. De zoon van de eeuw van Antonio Scurati werd in Italië bekroond met de belangrijkste literaire prijs van het land, de Premio Strega. De M uit de titel is Mussolini, maar dan niet in retrospectie. Scurati is in deze vuistdikke roman in het hoofd gekropen van de Duce, of beter: de aanstaande Duce. Hij leefde zich helemaal in in de psyche en het taalgebruik van een man die er van overtuigd was dat hij een grote rol zou gaan spelen in zijn land en de wereld. Maar Scurati wilde het latere oordeel van de geschiedenis daar zoveel mogelijk buiten houden. ‘De toekomst is van ons. Al ga je op je kop staan, er is niets aan te doen, ik ben net als een dier, ik ruik de tijd die komt’, denkt de dan 36-jarige Mussolini. Hij is klaar voor de oprichting van zijn fascistische partij. Het is 1919.

    M.
    Auteur: Antonio Scurati
    Uitgeverij: Podium
  • Oogst week 18 – 2019

    Ik heb het de tuin nog niet verteld

    In de oogst van deze week de laatste roman van de Italiaanse schrijfster Pia Pera, de vijfde roman van Jan Vantoortelboom, literair tijdschrift Tirade, en een bericht van de Turkse schrijver en politieke gevangene Ahmet Altan.

    Pia Pera (1956-2016) was een Italiaanse auteur en vertaalster Russisch. Ze schreef verschillende romans. In 1995 verscheen haar Dagboek van Lo, een hervertelling van Nabokovs Lolita, maar dan vanuit het vrouwelijke hoofdpersonage verteld. Later specialiseerde ze zich in boeken over tuinieren. Pia Pera overleed in 2016 aan de gevolgen van ALS. Ik heb het de tuin nog niet verteld is een semi-autobiografische roman en tevens haar laatste werk.

    Als Pia Pera ongeneeslijk ziek is, trekt zij zich steeds meer terug in de natuur. Zo lang als ze kan blijft ze actief om in haar Toscaanse tuin te kunnen werken. Wanneer haar spierkracht afneemt, ze invalide raakt is de Sri Lankaanse tuinier, Giulio, die voor haar en haar tuin zorgt. Naast meditatie, het lezen van enorme hoeveelheden boeken en lezingen die haar dagen structureren, is er ook de foxterriër die altijd bij haar is en een groot aantal vrienden die komen en gaan. Maar het is de tuin die als een spiegel elke stemming en elk teken van haar ziekte reflecteert. Het is een boek waar beweging in zit en leidt naar donkere diepten, naar geliefde dichters, filosofen en de muziek van Abba (een Chinese dokter adviseerde haar naar hen te luisteren, omdat het therapeutisch zou werken). Een zelfonderzoek over leven en dood, reflecterend op vragen waarop ze geen antwoord heeft. Vragen die een ieder raken, vroeg of laat.

    Ik heb het de tuin nog niet verteld
    Auteur: Pia Pera
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Jagersmaan

    De West-Vlaamse scrhijver Jan Vantoortelboom (1975) schreef sinds 2011 vijf romans, zijn tweede roman Meester Mitraillette, werd boek van de maand bij DWDD.

    In zijn nieuwste roman Jagersmaan schrijft Jan Vantoortelboom met over waar de grenzen van de liefde van een ouder voor een kind liggen en speelt in 1922. De jongeman Victor Vanheule leeft in armoedige omstandigheden en heeft een onwettig kind. Om de schande te ontvluchten vertrekt hij per boot naar Amerika. De boot verongelukt en Victor spoelt aan op de kust van Ierland. Daar woedt een burgeroorlog met een versplinterde Ierse Republikeinse Broederschap. In zijn poging een nieuw leven te beginnen, wordt Victor gedwarsboomd door anderen. Hij treft een gelijkgestemde ziel in een meisje waarvan de vader net geëxecuteerd is, samen hopen ze op betere tijden.

    Een sfeervol vertelt verhaal dat als volgt begint:
    ‘Ineens staat ie voor m’n neus, ‘k viel bijna achterover van ’t verschot. Hij komt zomaar via de achterdeur binnen, de smoelentrekker.’

    Jagersmaan
    Auteur: Jan Vantoortelboom
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Tirade

    Een dik nummer van de nieuwe Tirade plofte op de deurmat. Het is dan ook een dubbele editie, de nummers 474 & 475, met bijdragen van twaalf auteurs. Opvallend is dat de korte verhalen, van een behoorlijke omvang zijn en het middenstuk, het artikel Het literaire werk tussen feit en fictie van H.U. Jessurun d’Oliveira, ruim veertig pagina’s beslaat. Een zeer interessant stuk over het domein van de schrijver, die van de wereld literatuur maakt. En wie is er verantwoordelijk voor de karakters in het boek die de werkelijkheid weergeven? Moet de rechter de plaats innemen van de literatuurwetenschapper? Denk aan Peter Koelewijn die A.F.T. van der Heijden aanklaagde, en de rel rond Charlotte Mutsaerts over haar boek Harnas van Hansaplast, waarin haar broer als fictief hoofdpersoon fungeerde en natuurlijk ook het ‘Ezelproces’ van Gerard Reve.

    Daarnaast bevat Tirade poëzie van de Engelse dichter Christopher Levenson (1934), ingeleid en vertaald door Ad Zuiderent, en van Myrte Leffring. Verder verhalen van Willemijn Kranendonk, Rino Gouw (debutant in het tijdschrift), Pieter Kranenborg, Gilles van der Loo, Lia Tilon en Nathanael West (vertaling Caspar Wijers). De tirade van… is deze keer door Daan Doesborgh gevuld. Illustraties Cheerted Keo.

    Een nummer om de maand mee door te komen, met mooi proza en poëzie.

    Tirade
    Auteur: Redactie: Dean Bowen, Daan Doesborgh, Julien Ignacio, Anja Sicking, Marko van de Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik zal de wereld nooit meer zien

    De Turkse schrijver Ahmet Altan kreeg vorig jaar levenslang. In Ik zal de wereld nooit meer zien doet hij verslag.
    In 2016 werd er op een vroeg zomerochtend aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan. Hij  wist meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot levenslang in eenzame opsluiting.
    Altan beschrijft op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat.

    Een fragment:
    ‘Terwijl de politiemannen het huis doorzochten, zette ik thee-water op.
    ‘Willen jullie thee?’ vroeg ik.
    Ze zeiden dat ze niet hoefden.
    De stem van mijn vader nabootsend zei ik: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Exact vijfenveertig jaar geleden, op een ochtend als deze, waren ze ons huis binnengevallen om mijn vader te arresteren.
    Mijn vader had ze koffie aangeboden en toen ze het hadden afgewezen had hij lachend gezegd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’
    Wat ik meemaakte was geen déjà vu.
    Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid.’

     

    Ik zal de wereld nooit meer zien
    Auteur: Ahmet Altan
    Uitgeverij: Bezige Bij, De
  • Zomerboeken 2018 – Vakantiebestemming Corsica

    Zomerboeken 2018 – Vakantiebestemming Corsica

    De huid

    Corsica hoort bij Frankrijk en is Frans, ik zal het niet betwisten, maar de band met Italië is eveneens onmiskenbaar. Het eiland was vanaf de 14eeeuw tot het jaar 1768 onderdeel van de republiek Genua. Deze republiek kwam aan zijn einde door de bekendste zoon van Corsica: Napoleon Bonaparte. De vele Genuese wachttorens langs de gehele kust van het eiland, elk met zicht op twee anderen, zijn stille getuigen van de geschiedenis. Italiaanse invloeden kunnen ook worden teruggevonden in het eten, met pasta en een overvloed aan kaas, en in de locale taal, een variant van Toscaans.

    Voor deze zomerrubriek heb ik daarom gekozen voor literatuur waarin Frankrijk en Italië op een bepaalde manier samenkomen en er een, al dan niet vergezochte, connectie met Corsica kan worden gelegd.

    Curzio Malaparte – De huid (1949)
    Wie Corsica zegt, zegt Napoleon. In de eilandhoofdstad Ajaccio bevindt zich een groot monument voor de militante, zelfgekroonde keizer dat door busladingen Fransen wordt bezocht. Maar wie Bonaparte zegt, kan gemakkelijk verder associëren naar de literaire luis in de pels die zichzelf Curzio Malaparte doopte. Deze geboren Italiaan was de ultieme non-conformist. In beide wereldoorlogen was hij ooggetuige en betrokkene; tijdens de eerste vocht hij als jonge vrijwilliger voor het Franse vreemdelingenlegioen. In 1947 week hij uit van zijn beroemde huis op het ballingseiland Capri naar Parijs, maar was daar evengoed uit de gratie vanwege zijn ongrijpbare politieke opstelling. Hierover schreef hij in Dagboek van een vreemdeling in Parijs. Ook zijn eerste boek, Techniek van de staatsgreep, dat hem in conflict bracht met zowel Stalin als Trotski (hoe typerend), geniet nog steeds bekendheid. Zijn tijdloze plaats in de literatuur dankt Curzio Malaparte echter aan twee grote, essayistische oorlogsboeken: Kaputt en De huid. Vooral dit laatste werk is groots, huiveringwekkend, vlijmscherp, briljant, een unieke overdenking over de moraal van de mens in erbarmelijke omstandigheden. De huid is een van die uitzonderlijke boeken die gedurende vele jaren blijven hangen. Plan minstens een extra dag in om bij te komen.

     

     

    De huid
    Auteur: Curzio Malaparte
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2007)

    De preek over de val van Rome

    Jérôme Ferrari – De preek over de val van Rome (2012)
    De schrijversnaam en de titel werpen al direct lijnen uit van Frankrijk naar Italië, maar het boek dat in 2012 de Prix Goncourt won speelt zich daadwerkelijk af op Corsica. Ferrari’s ouders zijn afkomstig van het eiland en hij heeft er zelf gewoond en filosofie gedoceerd. De roman is een niet bepaald typische familiegeschiedenis, gedrenkt in de apocalyptische sfeer uit de preken van kerkvader Augustinus over de ondergang van Rome (ergo: de wereld). Ruzies en wraak blijken, na een idyllisch begin, onontkoombaar op het eiland dat nog niet zo lang geleden bekend stond om zijn bloedige vendetta’s. Het wordt allemaal prachtig opgeschreven door Jérôme Ferrari, in een moeiteloos vloeiende stijl van lange zinnen die je als lezer geregeld aan de pagina’s kluisteren. Niet het makkelijkste vakantieboek, maar wel zeer fraaie literatuur en ook nog eens op en top Corsicaans.

     

     

    De preek over de val van Rome
    Auteur: Jérôme Ferrari
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De Kartuize van Parma

    Stendhal – De kartuize van Parma (1839)
    Frankrijk, Italië en Napoleon, ze komen samen bij Stendhal. Deze 19e-eeuwse, Franse romancier, diende in het leger van Napoleon en woonde lange tijd in Milaan. De achtergrond van zijn bekendste romans (zoals Het rood en het zwart) wordt gevormd door precies deze, deels autobiografische elementen. Dat geldt ook voor De Kartuize van Parma, dat daarnaast vol staat met hertoginnen en hofintriges. Stendhal dicteerde zijn romans en tijdens het lezen krijg je soms inderdaad het gevoel dat iemand mondeling een verhaal aan het vertellen is. Een verhaal vol interne conflicten bij de protagonisten, even heftige als wisselende emoties, maar zonder het plechtstatige wat in de romantiek nog wel eens aanwezig is. Integendeel, de vertellerstoon van Stendhal is licht ironisch en zonder opsmuk, met een enigszins fragmentarisch aspect in de compositie die elke vorm van hermetische geslotenheid uitbant. De Kartuize van Parma kan derhalve betiteld worden als een luchthartig gevoelsavontuur dat een prima tijdsbesteding biedt tijdens een zonnige vakantie aan de Middellandse zee

    De Kartuize van Parma
    Auteur: Stendhal
    Uitgeverij: Atheneaeum – Polak & van Gennep (2017)