• Beste boeken 2024

    Beste boeken 2024

    Literair Nederland vroeg zijn recensenten en redacteuren twee titels te noemen van boeken die zij dit jaar hebben gelezen en die de meeste indruk op hen maakte. Boeken die werden herlezen, inspireerden, troostrijk waren, of gewoonweg zo goed dat je ze nooit meer vergeet. Meer dan dertig titels kwamen boven uit de meer dan driehonderd boeken die er op Literair Nederland gerecenseerd of getipt werden. Sommige titels werden door meerderen genoemd als beste boek. We kunnen wel zeggen dat het een goed boekenjaar was en de keuze niet eenvoudig.

     

     

     



    Van de boeken die in 2024 een bijzondere indruk op me maakten is er een van vorig jaar dat me een nieuwe leeservaring bezorgde en een inmiddels bekroond boek is. Dat laatste is
    Het kleedje voor Hitler. Een imponerende familiegeschiedenis die me trof door het vermogen van auteur Bas von Benda-Beckman wel kritische vragen te stellen, maar nergens te veroordelen of op te hemelen. Mag je trots voelen op je voorouders of schaamte, verantwoordelijk zelfs?

     

     

    Ik herlas De kleine prins (1943) van Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) na het zien van de schitterende documentaire Het wonder van Le Petit Prince, over versies in uitstervende talen. ‘Native speakers’ van vier daarvan vertellen over de betekenis van het boek in hun leven. Ik herlas het (in de vertaling van Erik van Muiswinkel) met nieuwe ogen en zag de actualiteit, vooral om hoe het prinsje zijn roos beschermt tegen de woekerende baobab en onze zorgen om de opkomst van rechts extremisme. (Adri Altink)

     

     



    Verkeerd begrepen
    is de Nederlandse vertaling uit 1871 door Johanna van Swinderen van de meesterlijke
    tranentrekker Misunderstood (1869) van Florence Montgomery (1843-1923). Daarover schreef Vladimir Nabokov in Speak Memory dat het lot van de 7-jarige Humphrey hem een vakkundiger brok in de keel bezorgde dan wat dan ook van Dickens. Ook Lewis Carroll was een groot bewonderaar. In 2000 verscheen een Nederlandse bewerking van dit boek. Jammer. Er moet gewoon snel een serieuze nieuwe vertaling van dit prachtboek komen!

     

     

    Ander woord voor moeder (2024) is het ijzersterke poëziedebuut van Auke Leistra, vertaler van Paul Theroux, John Updike, David Sedaris e.v.a.. Een zeer persoonlijke bundel die in 42 gedichten een claustrofobisch universum van verdriet oproept. Ontsnappen lukt niet, maar door de stilistische brille en de humor toch wel af en toe bijna. Gedichten als ‘Bij nader inzien’, ‘Treintje’, ‘Zelfportret met schep’, ‘Pleister op de wonde’ en ‘Moederlijke zorg’ zijn voorbestemd evergreens te worden. (Hans Heesen)

     

     



    ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’ Dit is de aanvang van het evangelie van Johannes. Zo heet ook het hoofdpersonage in
    Ochtend en avond, novelle van de Noorse Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Johannes gaat dood, maar komt onder de handen van de schrijver prachtig tot leven. Vertaald door Marianne Molenaar. 

     

     

     

     

    Het is zo’n titel die tot in het ruggenmerg raakt: Jaag je ploeg over de botten van de doden (2021). Weer een Nobelprijswinnaar: de Poolse Olga Tokarczuk. Jarenlang heeft het boek naar me gefluisterd, totdat ik het niet langer kon negeren. Nu weet ik waarom het door mij gelezen wilde worden. Zelden ben ik zo diep geïnspireerd door een schrijver. Vertaald door Charlotte Pothuizen. (Jan Kloeze)

     

     



    Vertel me alles
    is het vijfde boek van Elizabeth Strout over de schrijver Lucy Barton. Lucy is erin geslaagd haar armoedige afkomst achter zich te laten en toch draagt ze die altijd bij zich. Fictie is verzonnen, maar die van Strout voelt waar. Ze heeft een geweldig gevoel voor sfeer en intermenselijke verhoudingen.
    Vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen.

     

     

     

     

    In Koud genoeg voor sneeuw (2022) van Jessica Au reist een dochter met haar moeder naar Tokyo. Ze lopen, eten in restaurant, bekijken kunst in musea en praten over onderwerpen die er ogenschijnlijk niets of juist alles toedoen. Dat dochter en moeder van elkaar houden is voelbaar, al blijft er veel onuitgesproken. Kunnen ze elkaar werkelijk bereiken? Vertaald door Marion Hardoar. (Juno Blaauw)

     

     


    Frank Nellen weet in De onzichtbaren in een zorgvuldige stijl de sfeer op te roepen van Oekraïne aan het eind van de Sovjettijd. Hij treft het karakter van de twee totaal verschillende hoofdpersonen – de ik-figuur (Dani) en zijn vriend Pavel -, buitengewoon raak. Er zitten sombere en naargeestige scènes in het boek, die tegelijk op een komische manier worden verteld. Daardoor blijven ze je des te meer bij. En de surrealistische verhalen, allemaal samen vormen ze een mozaïekroman. Groots verteld.

     

     

     

    Marjoleine de Vos schrijft in Zo hevig in leven over kanker die haar trof. Bijna een half jaar lang, van oktober 2022 tot en met maart een jaar later. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Associatief lopen herinneringen aan momenten die ze met haar overleden man, Tom van Deel beleefde, en het hier en nu in elkaar over. Haar toon is zachtmoedig en zoekend, raak en nuchter, intiem en intens. Troostrijk ook. (Els van Swol)

     

     


     

    Alkibiades (1923) van Ilja Leonard Pfeijffer heeft iets van een omgevallen boekenkast en lijkt geschreven door een auteur die van het weggeblazen dak van het Parthenon wil schreeuwen wat hij allemaal weet van het oude Griekenland. Maar het is ook een geweldige onderdompeling in wat ooit was en de bodem legde voor onze Westerse samenleving. Het was het eerste boek dat ik in januari uitlas dat meteen de lat voor 2024 torenhoog legde.

     

     

     

    Op vakantie in Sardinië ontdekte ik een vergeten schrijfster en Nobelprijswinnares Grazia Deledda (1871- 1936), geboren en gevormd in de ruige gebergten rondom Nouro. Terwijl ik vlak bij haar geboorteplaats verbleef las ik drie boeken van haar hand. Ze maakten allen een diepe indruk en verdiepten mijn verblijf. Vooral Elias Portolu (1901) greep me, over een verdoemde liefde en over de kerk als toevluchtsoord, waar de ziel misschien wel, of misschien geen, rust zal vinden. (Martin Lok)

     


    Het xoanon van Jan van Aken is een breed uitwaaierende roman over het Constantinopel van na WOI, met onvoorziene plotwendingen, dubbel-ingewikkelde intriges en een bijzonder sfeervolle inkleuring van de historische achtergrond. Geschiedenisboek, spionagethriller en avonturenroman in één.

     

     

     

     

    In De onzichtbaren van Frank Nellen wordt een zeer geloofwaardige, hoewel groteske weergave van de aftakeling van het Sovjetrijk beschreven, aan de hand van personages bij wie allemaal wel een stukje loszit. Spannend, vermakelijk, schokkend en overtuigend. (René Leverink)

     

     

     


    Vijf dagen trok ik op met Rut en Gorm uit Mijn iemand van de Noorse schrijverer Herbjørg Wassmo. Vroeger waren Rut en Gorm vage vrienden, maar ze verloren elkaar steeds weer uit het oog. Tot, gepokt en gemazeld door het leven, ze elkaar opnieuw ontmoeten en dit keer echt voor elkaar kiezen. Ze zijn elkaars iemand. Een verhaal over liefde en onafhankelijkheid, zielsverwantschap, egocentrisme en kunstenaarschap. Vertaald door Paula Stevens.

     

     

     

    Het kleedje voor Hitler van Bas von Benda-Beckmannis de gedegen onderzochte en zeer toegankelijk geschreven familiegeschiedenis van Bas von Benda-Beckmann. Aan de hand van ongelooflijk veel brieven en dagboeken beschrijft de historicus zijn Duitse familie, de generatie van zijn grootouders in de vorige eeuw. Zijn tante Luise was getrouwd met de vertrouweling van Hitler, Alfred Jodl. Hoe loyaal waren zijn oudtantes en oudooms aan het Nazi-regiem, keken ze weg of wisten ze het echt niet?  (Marjet Maks)

     

     


    In Woestijnpassages (2023) van Emmelien Kramer kiest de Catalaanse dichter Àngel Or voor blindheid om de wereld anders te zien. Na zijn arrestatie door de Guardia Civil en zijn daaropvolgende verdwijning probeert de journalist Rodrigo Torres het mysterie rond Ors’ leven te ontrafelen. Kramer verweeft thema’s als vrijheid, identiteit en tijd met historische Spaanse trauma’s. Haar elegante, zintuiglijke stijl en filosofische aanpak maken deze roman tot een unieke leeservaring die uitnodigt tot herlezing en reflectie.

     

     

     

    In zijn debuutroman De maat van alle dingen verweeft Johannes Westendorp een ingenieus netwerk van personages en verhaallijnen rond een aanslag in winkelcentrum Hoog Catharijne. Via rapteksten, nieuwsberichten, innerlijke monologen en sociale media onderzoekt hij thema’s als verlies, miscommunicatie en maatschappelijke spanningen. Westendorp breekt met literaire conventies en daagt de lezer uit om zelf verbanden te leggen. Deze gedurfde en strak geconstrueerde roman biedt een unieke, complexe leeservaring die blijft verrassen. (Anna Husson)

     

     


     

    Verhalen van Toergenjev (1818-1883) verscheen dit jaar in een nieuwe vertaling bij van Van Oorschot, 1024 pagina’s dundruk. Het bevat Notities van een jager en de novelle Eerste Liefde. Verhalen die 400 bladzijden beslaan met vlotte  dialogen en mooie natuurbeschrijvingen. ‘Een van de voornaamste voordelen van het jagen, beste lezer, is dat je dwingt voortdurend van de ene naar de andere plek te reizen, wat voor een man met weinig te doen bijzonder aangenaam is.’  Je maakt kennis met mensen uit het oude Rusland, adel, boeren, dienstmeisjes en bakkersdochters. Sjoukje Slofstra tekende voor de vertaling.

     

     

    Moeder na vader (2023) is het derde boek van Gerbrand Bakker in de reeks Privé-domein. Bakker beschrijft met veel oog voor detail een jaar uit het leven van zijn moeder nadat zijn vader is overleden. Ontroerend boek met liefdevolle observaties over dagelijkse dingen. De 87-jarige moeder is hulpbehoevend, Bakker belt haar vaak en gaat geregeld bij haar langs. ‘Toen we naar de auto liepen, zei ik tegen M. dat ik dit altijd het ergste moment vond. Gewoon weggaan, zo aan het einde van de middag; juist omdat we geweest waren, ineens extra leeg en stil.’ (Evert Woutersen)

     


     

    A rather haunted life (2017) door Ruth Franklin is de biografie van Shirley Jackson (1916-1965). Jackson schreef verhalen vol psychologische spanning in de traditie van the American Gothic, zoals ‘The haunting of Hill House’.  Franklin laat zien hoe groot haar betekenis was in het naoorlogse Amerika toen het niet gebruikelijk was dat een vrouw een literaire carriere had naast haar gezin. Maar naarmate haar carrière vorderde, werd haar huwelijk zwakker en nam haar angst toe. Deze biografie vertelt waarom Jackson thuishoort in de hoogste regionen van de Amerikaanse literatuur. 

     

     

    Mary Gauthier is een Amerikaanse singer-songwriter, te vondeling gelegd, geadopteerd, weggelopen, verslaafd aan alcohol en drugs en gered door folkmuziek. Saved by a song (2021) bestaat uit memoires, gedachten over kunst, hoe haar liederen tot stand kwamen en haar streven om met muziek mensen te inspireren en samen te brengen. Eenvoudig en oprecht vertelt ze hoe muziek en woorden voor haar heling en verlossing brachten en haar leerden dat empathie met alle wezens de enige manier is om te verbinden. (Hettie Marzak)

     


    Frank Nellen maakt in De onzichtbaren via de hoofdpersonen Dani en Pavel invoelbaar hoe het is (geweest) op te groeien in het oude Oostblok. Indoctrinatie, naïef maar niet minder oprecht strijden voor de socialistische heilstaat, leugens en bedrog, ontgoocheling en een trieste en troosteloze werkelijkheid die alleen te verdragen is door heel veel wodka te drinken tekenen hun wereld. Prachtig geschreven en aangrijpend interessant.

     

     

     

    Bep Rietveld heeft haar hele leven tegen de klippen op geschilderd en getekend. Tineke Hendriks schreef met Waar kleur is, is leven een roman over haar veelbewogen leven als dochter van de beroemde vader Gerrit, in haar strijd te mogen (leren) schilderen, over haar lessen bij Charley Toorop, haar overleven in een Jappenkamp in toenmalig Nederlands-Indië en over haar werk. Deze roman is alleen al belangrijk doordat hij een krachtige en belangwekkende 20e-eeuwse kunstenares een podium geeft. (Joke Aartsen)

     

     


     

    Mijn begin-van-de-vakantie-beloning is een dikke pannenkoek met kaas en stroop. Een zalige combinatie van vet, zoet en zout. Fout! Precies die drie ingrediënten. Teun van de Keuken schrijft in De mens is een plofkip over de verleidende, verslavende en ziekmakende voedingsindustrie. Waarom zijn er wel reclames voor ongezonde producten, maar amper voor gezonde? Hoe ambachtelijk is die ‘echte Italiaanse’ tomatensaus eigenlijk? En eten we onszelf bewust obees of treft de fabrikant ook nog blaam? Inzichtelijk en confronterend leesvoer.

     

     

     

    Een brug naar Terabithia (2007) van Katherine Paterson. Waar ligt Terabithia? Het is het geheime koninkrijk van Jess en Leslie die een ongebruikelijke vriendschap sluiten. Een zachtaardige jongen en een vrijgevochten ‘jongensmeisje’, gesitueerd op het Amerikaanse platteland van de jaren ’70. Herlezen is waardevol: lees je nieuwe dingen? Word je nog meegenomen in het verhaal, staat de taal nog overeind? Raakt de tragische gebeurtenis je nog steeds? Ja! Oorspronkelijk uit 1977, bekroond en verfilmd, maar verlies jezelf liever lezend in deze tijdloze vertelling. (Saskia M. Toussaint)

     


     

    Ik was verrast door de intrige waarin aantrekkingskracht en schuldgevoel in Raam, sleutel (2021) van Robbert Welagen om voorrang strijden. Schrijfster Karlijn raakt in de ban van haar gevoelens voor een vrouw die zij onverwacht ontmoet. Kort tevoren heeft ze haar vriend bij een ongeluk verloren. Welagen weet heel knap de gevoelens van rouw gelijk op te laten gaan met de verliefdheid voor de nieuwe vriendin. Dat spanningsveld zorgt ervoor dat je wil doorlezen. 

     

     

     

    Michail Sjisjkin is een Russische schrijver die in Zwitserland woont. Hij kent Rusland van binnenuit. In Mijn Rusland geeft hij een goede inkijk in het ontstaan van het dictatoriale politieke systeem door de eeuwen heen. De wijze waarop de bevolking in de greep wordt gehouden, is van alle tijden.  Het zal heel moeilijk zijn om deze eeuwenlange onderdrukking om te buigen naar een meer democratische richting. Dat biedt geen uitzicht op een betere toekomst in Rusland na Poetin. Vertaald door Jan Sietsma. (Johan Reijmerink)

     

     


     

    De leugenaar (1950) van Martin Hansen is een scherp psychologisch portret dat tegelijkertijd doortrokken is van een Scandinavische treurigheid van de landelijke en afgelegen omgeving waar het speelt. Met weinig woorden wordt enorm veel sfeer en karakter neergezet in een klein drama over verhoudingen op scherp en de last van het verleden, en over vogel spotten. Vertaald uit het Deens in 1984 door Gerard Cruys.
    Een doodgewoon leven (2017) van Karel Capek begint in alle opzichten als een doorsnee verhaal over een stationschef en zijn kabbelende leventje en ontvouwt zich tot een ware kakofonie van stemmen. Het innerlijk orkest van de hoofdpersoon komt al twistend met elkaar met volle kracht naar voren als hij terugkijkt op zijn leven en zijn motieven. Welke afslag was de ware en wat betekende zijn leven nu echt? Vertaald door Irma Pieper. (Ben Koops)

     

    In Drie zakken dameskleding, twee cakes Kyiv en een sniper beschrijft Jaap Scholten – die direct na het begin van de oorlog in Oekraïne het initiatief nam er hulpgoederen naar toe te brengen – wat hem bewoog en hoe het er was. Hij schakelde daarvoor o.a. zijn rugbymaten in, waaronder ook Tommy Wieringa. Een deel van de opbrengst van beide boeken wordt gebruikt om meer hulp te kunnen bieden.

     

     

     

     

    Tommy Wieringa beschrijft in Konvooi van binnenuit de ellende in Oekraïne, maar ook het optimisme en de heldenmoed van veel mensen. Het is niet altijd even prettig om te lezen wat de Russen daar allemaal uithalen; het bevestigt wat velen al vrezen. Beide boeken zijn ook te lezen als aanklacht tegen het wegkijken van veel westerse overheden en meer nog tegen de verdomming van met name radicaal rechtse partijen en/of regeringen. (Martenjan Poortinga)

     

     


     

    Het Internaat (2022) van Serhi Zjadan is een meeslepende Oekraïense roman die jaren voor de Russische inval is geschreven en tijdens de oorlog in de Donbas. In drie dagen maakt leraar Pasja een levensgevaarlijke tocht om zijn neefje uit een internaat in een onbenoemde stad op te halen. Hij reist door dorpen in een apocalyptisch landschap met militairen  legervoortuigen, bombardementen en ontheemden. Met zijn neefje op de onvoorstelbaar helse terugweg denkt Pasja: ‘Geen mens zou zoveel angst en nijd in z’ geheugen moeten meetorsen.’ Vertaald door Tobias Wals en Roman Nesterenco.

     

     

     

    In Vinvis der Vergetelheid (2022) van Tanja Maljartsjoek vertelt de vrouwelijke Oekraïense hoofdpersoon over teringleider en kluizenaar Vjatsjeslav Lypynski (1882-1931). Hij was historicus, conservatief politiek activist en Oekraïens gezant in Wenen. De vinvis staat voor de tijd die de hoofdpersoon met haar ‘gedachten, ervaringen en herinneringen’ opslokt. De hoofdstukken spelen begin deze eeuw, waarin de ik op drie blauwogige relaties terugkijkt, en begin vorige eeuw waarin zij het leven van Lypynski in verhalende vorm beschrijft – met veel politieke ontwikkelingen in Oekraïne. Op het eind schuiven de twee verhaallijnen in elkaar en de ‘blauwe vinvis sloot zijn bek en zwom verder.’ Vertaald door Marina Snoek en Tobias Wals.  (Ronald Bos)

     



    De tweelingen trilogie bevat Het dikke schrift (1986), Het bewijs (1988) en De derde leugen (1991) van Agota Kristóf (Hongarije 1935 – 2011), dit jaar opnieuw uitgeven door DasMag.
     Tijdens WO2 in Hongarije worden de tienjarige tweelingbroers Lucas en Klaus bij hun grootmoeder ondergebracht. In een schrift schrijven ze heel precies en objectief wat ze beleven: ‘Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij zien, wat wij horen, wat wij doen’. Alles zonder emoties. De karakters van Kristóf bezigen een logica die onbeschoft lijkt, maar (precies) is wat het is. Verrassende en intrigerende trilogie. Vertaald door Henne van der Kooy.  

     

     

     

    De openingszin van Café Dorian (2023) van Gilles van der Loo zet je direct op scherp. ‘Het is ochtend in de stad die ik je geef. Je trekt de voordeur dicht en kijkt naar de plaat met de verlichte bellen, het bordje met de naam die ik je gaf omdat ik over je wil schrijven.’ Die je is Guillaume, eigenaar van café Dorian. Een verhaal over mensen die elkaar niet kunnen bereiken. Twee tijdlijnen die af en toe op een wonderlijke manier in elkaar overlopen. Een verhaal van troost over mensen die elkaar niet kunnen bereiken, zo goed geschreven dat het je verleidt er opnieuw in te duiken. (Ingrid van der Graaf)





    Goudjakhals
     van Julien Ignacio is v
    erschillend in stijl en opzet. Zes verhalen die ogenschijnlijk los van elkaar staan, maar die met elkaar verbonden zijn door de thematiek. Het gaat over mensen die buiten hun eigen land, tegen de klippen op, een bestaan moeten opbouwen. Goudjakhals is een verpletterend goed boek. Een boek dat ertoe doet. Het maakt van de onbekende, ongeliefde vreemde een mens met een verhaal, een gezicht en een stem. Waarom ligt dit boek niet in grote stapels in de boekhandels?

     

     

    In Onderburen van Juli Zeh verhuist hoofdpersoon Dora in coronatijd van de stad Berlijn naar het platteland. Is ze op zoek naar afstand tot haar activistische vriend of juist naar meer rust en ruimte om zich heen? Niet alleen haar omgeving begrijpt haar vertrek en vooral haar bestemming niet, ze vraagt zichzelf ook af wat ze moet in die AfD-omgeving. Onderburen is geestig, goed geschreven en bevat rake dialogen. Vertaald door Annemarie Vlaming. (Carolien Lohmeijer)

     

     



    Je zou denken dat het niet kan, maar 
    Carolina Trujillo beschrijft in De instructies met hilariteit en humor hoe dierenactivisten hun soms vergaande acties voorbereiden en uitvoeren. Ook laat ze gedetailleerd weten hoe het er in slachthuizen en met het transport van de ter dood veroordeelde dieren aan toegaat. Niet altijd fijn om te lezen, wel goed voor mensen die het nog niet weten, al lezen die dit boek misschien niet. Ik-personage Mol vertelt met terugblikken het verhaal van de uit de hand gelopen brandstichting in een slachthuis. Trujillo weet voor alle personages sympathie op te wekken, al is het alleen al omdat deze de consequenties van hun actie – gevangenisstraf – zonder morren accepteren.

     

     

    Het Xoanon is een heerlijk avonturenverhaal van Jan van Aken tegen een nauwgezet weergegeven historische achtergrond en speelt in 1920 in Constantinopel. Het Ottomaanse rijk is verslagen, grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië bezetten de stad en Russische vluchtelingen zijn overal. Tegelijkertijd beginnen in de betere wijken de vrolijke jaren twintig en doemt in het oosten een nieuwe oorlog op. Verteller en vrijbuiter Beaujon raakt betrokken bij de jacht op een xoanon, een antiek houten beeldje dat in dit geval het palladium zou zijn dat Pallas Athene voorstelt. In een uitmuntende couleur locale vol geheimzinnigheid bevolken kleurrijke figuren de woelige straten van de stad waar de politieke situatie voelbaar is. (Anky Mulders)

     



    En dit vonden de recensenten van Literair Nederland de beste boeken (gelezen) in 2023.

  • Oogst week 10 – 2024

    Ik kom hier nog op terug

    Schijn en werkelijkheid lopen door elkaar en het verleden is prominent aanwezig in Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen. Hoofdpersoon Rob Hollander, journalist en voormalig student filosofie wordt naar Los Angeles geteleporteerd waar hij is uitgenodigd door een oude studiegenoot die een tijdmachine heeft uitgevonden. Deze Icks geeft hem de mogelijkheid om vijf keer terug te reizen in de tijd waar hij gemaakte fouten uit het verleden kan goedmaken. In die tijdreis stuit hij op een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd.

    Voor het zover is schildert hij bruggen in Amsterdam. Een journalist komt langs: ‘”Waarom gaat een jongetje van acht jaar in zijn eentje een donker bos in? Ik heb Gertjan Aalderink en Gertjan Baan gesproken, die zaten toen bij u in de klas toch? Die hebben u het bos in zien gaan, zelf durfden ze niet, zeiden ze.” Hij had zijn kwast nog eens in de verf gedoopt. “Kunt u zich er niets meer van herinneren?” Die vraag had ze niet moeten stellen. Nu kon hij haar antwoorden dat hij er zich inderdaad niets meer van kon herinneren, hoe oud was ik, precies, u zei het net al, acht, negen, het is lang geleden. Hij weet alles nog. Daarom leest hij alles wat los en vast zit, als het maar verzonnen is. Hij zit onder de lamp en wil verzonnen zijn. Hij is een verhaal. Met een begin en een einde.’

    Alledaagse werkelijkheid bestaat bij de auteur niet. Ook dit meeslepende verhaal heeft de verbluffende wendingen en het geloofwaardig absurdisme waar Van Essen patent op heeft.

     

    Ik kom hier nog op terug
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    In de mist van Golden Gate Park

    Met Wees onzichtbaar (2017) vestigde de vertelstem van Murat Isik zich voorgoed in de Nederlandse letteren. Het boek vertelt het verhaal van de vijfjarige Turkse Metin die met zijn moeder, zusje en ongelukkige, gewelddadige vader in de Bijlmer, een getto, komt wonen. De gevoelige en intelligente Metin weet het milieu te ontstijgen, net als zijn zus en ook zijn moeder, over wie Isik in 2019 het boekenweek-essay Mijn moeders strijd schreef. Wees onzichtbaar is los gebaseerd op Isiks eigen leven. Het boek werd een bestseller en won belangrijke prijzen. Zijn debuutroman Verloren grond (2012), over een familie in een door de Armenen gesticht Turks dorp, beleeft inmiddels de zeventiende druk.

    In de mist van Golden Gate Park bevat eveneens veel autobiografische elementen. Hoofdpersoon Metin gaat, net als Isik een half jaar deed, rechten studeren in San Francisco. Het is 2001. Waar hij in Amsterdam een teruggetrokken iemand was, is hij vastbesloten in zijn nieuwe leven de regie te pakken, zich van zijn oude leven te ontdoen en de ‘cool boy from Amsterdam’ te worden. Maar het vooruitzicht om zijn verdere bestaan in het keurslijf van de jurist door te brengen beklemt hem zo dat hij een uitvlucht zoekt, die hij vindt in het keuzevak Creative Writing.

    Metin stort zich op het schrijven en er komt ‘een bewijsdrang’ in hem los; hij wil gelezen worden. Hij ontmoet de naar depressie neigende Joan Springfield op wie hij tomeloos verliefd wordt. Samen gaan ze op bezoek bij de schrijver David Foster Wallace, met een voor Metin ongewenste uitkomst. Van thuis, waar het met zijn ouders niet goed gaat, komen steeds urgenter wordende mails. Hij wil zich er niet mee bezighouden en zijn autonomie beschermen, waardoor hij onaangename dilemma’s het hoofd moet bieden.

     

    In de mist van Golden Gate Park
    Auteur: Murat Isik
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Het Xoanon

    Na de Grote Oorlog is het Ottomaanse rijk verslagen. Constantinopel is bezet door de grootmachten, wit-Russische vluchtelingen stromen binnen. Hoewel in het oosten van het land een nieuwe oorlog dreigt, begint het er in de betere wijken van de stad alweer vrolijk aan toe te gaan. Deze situatie, vol overlevingsdrang en intriges, is de achtergrond van Het Xoanon, de nieuwe historische roman van Jan van Aken.

    Hoofdpersoon en vrijbuiter Beaujon, een ‘neutrale’ met een Nederlands paspoort die ‘zijn eigen geschiedenis op orde heeft gebracht’, is vanuit Colombia in Constantinopel terechtgekomen, waar hij gerieflijk leeft. ‘De papieren die ik in Barranquilla had gekocht, pasten beter bij me dan mijn officiële documenten. Ik had me daar enige tijd schuilgehouden, maar er liepen in die contreien nogal wat mensen rond die me in de eerste oorlogsjaren gekend hadden, dus toen ik een baantje kon krijgen op een schip dat uiteindelijk naar Europa zou varen, greep ik mijn kans.’

    Beaujons leventje wordt overhoop gehaald als hij getuige is van een aanslag op een antiek monument. Een kostbaar voorwerp uit de oudheid, een xoanon (een oud-Grieks houten cultusbeeld), is daarbij verdwenen. ‘De aanslag was niet gericht op de moskee, zoals ik aanvankelijk had gedacht, maar op de verbrande zuil bij Çemberlitaş die zich nu gedeeltelijk in een stofwolk hulde, als een derwisj in zijn opwervelende tennûre. (…) Ik bleef op enige afstand staan kijken. De zuil, ooit het middelpunt van het forum van Constantijn de Grote, leek nog intact, al kon ik ondanks het stof zien dat er een donker gat gaapte in de gemetselde voet van de kolom.’

    Het xoanon is Van Akens achtste historische roman. Zijn De ommegang werd in 2018 bekroond met de F. Bordewijk-prijs.

    Het Xoanon
    Auteur: Jan van Aken
    Uitgeverij: Querido
  • Zoektocht naar kennis

    Zoektocht naar kennis

    ‘De Umberto Eco van het Noorden’, zo wordt Jan van Aken wel genoemd. Toegegeven: ze schrijven beiden kleppers van historische romans, nauwgezet in details en historische accuraatheid en gaan filosofische uitweidingen niet uit de weg. Maar waar Eco zich al te vaak verliest in oeverloos filosofisch gekrakeel, doseert van Aken zijn theoretische kennis gepast en blijven zijn romans veel leesbaarder en aangenamer dan die van zijn Italiaanse collega. Ook in zijn nieuwste roman De ommegang gebruikt hij dezelfde technieken. Na De afvallige, zijn veelgeprezen roman die zowel op de Libris- als AKO-longlijst verscheen, waren de verwachtingen torenhoog. De ommegang lost ze niet allemaal in, maar komt wel dicht in de buurt.

    Deze keer verplaatste Jan van Aken zich naar het einde van de 14e en het begin van de 15e eeuw. Het verhaal is eigenlijk een raamvertelling die wordt gebracht door het hoofdpersonage: Isidorus van Rillington. De lezer maakt kennis met hem in een donkere kerker in Konstanz in 1415. Hij vertelt over zijn fantastische reizen en avonturen aan een verder anonieme medegevangene, waarmee misschien ook wel de lezer wordt bedoeld.
    De intrigerende levensgeschiedenis van Isidorus begint in 1373 wanneer hij te vondeling wordt gelegd aan de poort van een klooster in Yorkshire. Hij wordt opgevoed door de poortwachter Giles, die hem al vlug leert lezen en schrijven.

    De kunst van het memoriseren
    Isidorus raakt zo in de ban van lezen en kennis dat hij alle boeken die hij in zijn handen krijgt prompt uit het hoofd leert. De Rhetorica ad Herennium laat hem kennis maken met de geheugenkunst: hij creëert in zijn hoofd een volledige stad vol met fantastische gebouwen waarin hij alle kennis opslaat. Elke dag van zijn verdere leven maakt hij een ommegang in zijn geest om zo alle kennis van de wereld te vergaren. De kunst van het memoriseren wordt zijn ultieme doel. Hij raakt gefascineerd door het bouwen in zijn hoofd, maar wil ook daadwerkelijk bouwmeester worden en kathedralen bouwen. Vitruvius’ De Architectura wordt dan ook zijn bijbel. Oud genoeg om op eigen benen te staan, trekt hij de wijde wereld in. Hij studeert in Oxford, Parijs en Bologna en wordt een gerespecteerd geneesheer. Zijn omzwervingen brengen hem aan de Zwarte Zee in het keizerrijk Trebizonde, maar de pest en de veroveringsdrang van Turks-Mongoolse krijgsheer Timoer Lenk doen hem in Samarkand belanden, waar hij eindelijk zijn grote droom mag verwezenlijken: het bouwen van een moskee.

    Terug in Konstanz
    Na een pijnlijke mislukking en een vlucht tot in China, vinden we Isidorus terug op weg naar Konstanz waar Sigismund een einde tracht te maken aan het Grote Westerse Schisma en de strijd tussen de drie pausen. Een reis die hij maakt met een oude vriend Maelgys en diens dochter Lorea. Net voor het bereiken van Konstanz leert Maelgys hem ‘het grote inzicht’. Dat is ook het keerpunt in het boek. Zijn hoogmoed spuit een soort van mist in zijn hoofd en het gaat langzaam bergaf. Isidorus, die alle kennis van de wereld wil beheersen, komt tot het besef dat dit onmogelijk is. Het komt tot een botsing tussen de chaos en de grilligheid van de echte wereld en de ideale wereld in zijn hoofd. En hoewel hij al gauw naam en faam krijgt als geneesheer en als architect in de stad aan de Bodensee en veel steun geniet van belangrijke figuren (bisschoppen en politici), zal hij uiteindelijk door zijn hybris ten val komen en in de kerker belanden. Kennis is niet zaligmakend en hoogmoed, jaloezie en bijgeloof maken dat duisternis en eenzaamheid ervoor in de plaats komen.

    Doordachte structuur
    Het is duidelijk dat Jan van Aken niet heeft stilgezeten en zijn research grondig heeft gedaan. Alle historische details zijn correct, maar daarnaast heeft hij zich ook verdiept in de filosofische traktaten en theologische discussies van die tijd. Ook de medische experimenten en de vervolging van ketters gaat hij niet uit de weg. Over de structuur en opbouw van het boek is eveneens grondig nagedacht: de langere hoofdstukken over Isidorus’ reizen worden afgewisseld met korte hoofdstukken die de titel De Weg naar Konstanz dragen. Daarin doet hij verslag van zijn laatste reis naar Konstanz en de ware toedracht van het grote inzicht , wat uiteindelijk tot zijn ondergang zal leiden.

    De ommegang is een veelgelaagde titel: de dagelijkse ommegang in zijn hoofd en zijn ideale wereld, zijn omzwervingen door de hele wereld, de reis van de lezer en het ultieme besef. Die ommegang spijst Jan van Aken met zeer kleurrijke personages en bonte gebeurtenissen van studentikoze braspartijen, bordeelbezoeken en orgieën tot serieuze gesprekken tussen professoren, theologen en politici. Hij zorgt voor een aangename afwisseling tussen ernstige beschouwingen en komische en burleske taferelen waardoor het boek uiterst leesbaar is voor iedereen.

    Met De ommegang heeft van Aken uiteindelijk zijn eigen kathedraal gebouwd: stijlvol en met heel wat mooie versieringen, details en feitelijkheden. De Ommegang is een kanjer van een historische roman en bewijst de sublieme vertelkracht van Jan van Aken.

     

  • Het verhaal achter de erotische fantasie

    Het verhaal achter de erotische fantasie

    Je zou het de voorloper kunnen noemen van de Vijftig Tinten reeks. Leopold von Sacher-Masoch’s Venus in bont uit 1870 is een prikkelende roman vol slaafse liefde en erotische fantasieën. Het (sado)masochisme, een woord afgeleid van de naam van de schrijver, wordt in dit werk zelfs voor het eerst besproken. Door de prachtige uitwerking van het thema overstijgt deze klassieker het niveau van een oppervlakkige erotische roman.

    Severin logeert in een huis in de Karpaten waar ook de jonge weduwe Wanda een kamer heeft gehuurd. Hij heeft echter geen oog voor haar schoonheid, want hij is verliefd op het stenen beeld van Venus dat in de tuin staat. De koele blikken van Venus maken hem gek van verlangen en hij schrijft haar een liefdesbrief waarin hij zijn diepste fantasie uit de doeken doet. Niet lang daarna ziet hij, net als de beeldhouwer Pygmalion uit de Griekse mythologie, zijn geliefde stenen beeld tot leven komen. Maar het blijkt dat Wanda een grap met hem uithaalt. Zij heeft zijn liefdesbrief gelezen en representeert nu, als Venus gehuld in een bontmantel, zijn fantasie. Severin en Wanda gaan in gesprek en ze vertelt hem haar visie op liefde en verlangen. Hierdoor voelt hij zich zo tot haar aangetrokken dat hij op slag tot over zijn oren verliefd op haar wordt en er alles voor over heeft om door haar begeerd te worden. Ze waarschuwt hem: ze is niemands bezit en kan niet lang van iemand houden. Dan stelt hij voor haar bezit, haar slaaf te worden zodat zij als meesteres over hem kan heersen en alles met hem kan doen. Wanda houdt van hem en wil hem gelukkig maken door zijn fantasie te verwezenlijken. Zijn stoutste dromen doet zij uitkomen en hij is gelukkig. Totdat zij verliefd wordt op een andere man die met geweld een eind maakt aan Severins sprookje.

    Venus in bont is een uiteenzetting van de liefde als spel tussen hart en ratio. De literatuur toont vaak genoeg hoe wreed en oneerlijk dit spel kan zijn. Auteur Von Sacher-Masoch maakt hier gretig gebruik van en verwerkt enkele voorbeelden om zijn eigen ideeën kracht bij te zetten. De geschiedenis van Severin en Wanda wordt ingeleid met een droom. De vriend van Severin is hierin hevig in discussie met de Griekse liefdesgodin Venus, als vertegenwoordiger van het natuurlijk verlangen uit de Klassieke Oudheid/ het zuiden. Hij zelf representeert de moderne man uit het noorden, die waarde hecht aan de christelijke zeden, aan trouw en het intomen van het verlangen. Wanneer hij wakker wordt, gaat hij rechtstreeks naar Severin om zijn droom te vertellen. Severin geeft net zijn dienstmeisje een berisping en zet zijn woorden aan door met een zweep te dreigen. Als zijn vriend hem ter verantwoording roept, verklaart Severin:

    Nergens is Goethes “Je moet hamer of aambeeld zijn” meer van toepassing dan op de verhouding tussen man en vrouw, dat heeft mevrouw Venus je ook terloops in je droom onthuld. De macht van de vrouw ligt in de hartstocht van de man besloten, en zij weet maar al te goed hoe ze deze macht moet gebruiken, als de man niet uitkijkt. Hij moet kiezen of hij de tiran of de slaaf van de vrouw wil zijn. Nauwelijks geeft hij zich over, of hij heeft zijn schouders al onder het juk en krijgt met de zweep.’

    Vervolgens overhandigt Severin zijn vriend een manuscript. Het is een samenstelling van zijn dagboek, en vertelt de geschiedenis tussen hem en Wanda.

    Het bovenstaande citaat toont dat Venus in bont geen oppervlakkige erotische roman is. Het is eerder een psychologische verhandeling. De liefde maakt dat je dingen doet die je niet zou doen als je je logisch verstand gebruikt. Severin en Wanda spelen een spel met een sterke seksuele lading. Deze lading uit zich niet zozeer in de daadwerkelijke acties, maar meer in de prachtige beschrijving naar de climax. De seksuele spanning stijgt naarmate zij verdergaan in hun redeneringen over de inhoud van liefde, lust, bezit en verlangen en hun eigen conflict tussen hart en ratio heviger wordt. Wanda en Severin verkennen de grenzen van hun liefde en bespreken  in een eloquente, verheven stijl de mogelijkheden en de consequenties.

    Venus in bont is een indrukwekkende klassieker die bij de eerste druk in 1870 zijn tijd ver vooruit was en tot op de dag van vandaag uitnodigt tot een interessante discussie over liefde en seksuele onderwerping.