• De waarheid volgens Werner Herzog

    De waarheid volgens Werner Herzog

    In De Toekomst van de Waarheid waarschuwt de Duitse filmmaker en schrijver Werner Herzog (1942) tegen de ‘overweldigende opmars van nepnieuws’. Hij illustreert zijn zoektocht naar de waarheid met verwijzingen naar een groot aantal van zijn films en zegt dat de vraag naar de waarheid hem tijdens zijn loopbaan altijd heeft bezig gehouden. Herzog ziet die vraag als een ‘zoektocht die ons onderscheidt van de koeien in de wei’. Hij reflecteert op observaties en persoonlijke ervaring in zijn eigen praktische werk en zijn ‘artistieke ervaring van de wereld’. Daarmee wil hij zich buiten de filosofische debatten over het begrip waarheid houden.

    De vraag naar de waarheid achter een ‘zwak gloeiende bestemming in de verte’ drijft hem altijd, zoals hij het poëtisch uitdrukt.  Hij vraagt zich af of er waarheid bestaat in de kunst. Ook vraagt hij zich af of we onze oriëntatie niet kwijtraken door de wijdverspreide digitale vervalsingen en de leugenachtige propaganda in de politiek. Hij noemt de uiterst realistische video-imitaties van mensen. Als voorbeeld geeft hij een non-stop door AI nagebootst online gesprek van zichzelf met een Sloveense filosoof (Slavoj Žižek). Een gesprek dat ‘niets anders is dan mimicry’. 

    Het verborgene en het verhulde

    Volgens Herzog is een interview met een gevirtualiseerde Darwin over een mogelijk leven op Mars een vorm van ‘collectief zelfbedrog’, omdat zulke plannen ‘onzinnig en onuitvoerbaar’ zijn. Hij vindt het bovendien een obsceniteit om een onbewoonbare planeet bewoonbaar te maken ‘in plaats van ervoor te zorgen dat onze eigen planeet bewoonbaar blijft.’ Herzog ziet dan ook het idee van Elon Musk om miljoenen aardbewoners als kolonisten op Mars te vestigen als een reclame om zijn auto’s te verkopen en zichzelf als een visionair neer te zetten.

    De Toekomst van de Waarheid is geschreven in 2023, nog voor Elon Musk zich als aanhanger van Trump met halve waarheden en miljoenen een plek kocht in de nieuwe regering van de Verenigde Staten. Herzog vroeg zich toen nog af of de overname van Twitter wel zo’n goed plan was. Maar het plan om Mars te koloniseren ziet hij als zelfbedrog dat door Musk behandeld wordt als een waarheid, vegelijkbaar met een ‘sektarische geloofsovertuiging’.

    In zijn zoektocht naar de waarheid waaiert Herzog vele kanten uit. Hij zegt onder de indruk te zijn van het onderscheid dat de oude Grieken maakten tussen het verborgene, het verhulde en zijn tegenovergestelde, het onthulde dat vanuit het verborgene aan het licht wordt gebracht. Herzog ziet daarin een analogie met het fotografisch proces, met film, met beelden op celluloid. Hij ziet in dat proces de zoektocht ‘die ons dichterbij de niet onthulde waarheid brengt’, en ons, wat cryptisch geformuleerd, ‘een soort deelname aan iets onbereikbaars, aan de waarheid geeft.’ 

    Nepnieuws was nog nooit zo zichtbaar

    Nepnieuws is volgens Herzog van alle tijden, het is nu alleen zichtbaarder. Hij geeft een aantal voorbeelden van ‘historisch nepnieuws’: Ramses II, Numa Pompilius, Nero, Constantijn de Grote, en wat recenter de Potemkindorpen uit 1787 en nog recenter uit de jaren zeventig de Centraal Afrikaanse dictator Jean-Bedel Bokassa. Tegenover de dwaalleer ‘dat feiten identiek zijn aan waarheid’ stelt Herzog het begrip ‘extatische waarheid’, een ervaring voorbij het feitelijke (zie ook de recensie over Herzog’s Ieder voor zich en God tegen allen ). Volgens hem kunnen alleen stilering, fictie, poëzie en fantasie ‘een diepere laag van waarheid’ blootleggen. Hij heeft zich daarom ook verzet tegen de ‘cinema vérité’, een vorm van documentaire maken die hij een reactie noemt op de chaotische realiteit in de jaren zestig. 

    In zijn zoektocht naar de extatische waarheid geeft Herzog een aantal sprekende voorbeelden uit zijn eigen bekende en minder bekende films. Het eind van zijn film Cave of Forgotten Dreams, over rotstekeningen in Zuid Frankrijk, noemt hij voor het publiek onvergetelijk omdat er ‘zoiets bestaat als een collectieve bereidheid om rechtstreeks te worden getransporteerd naar het rijk van de poëzie, de waanzin en de pure vertelvreugde.’ Het gaat kort gezegd om ensceneringen en verzonnen teksten, die in zijn films open en bloot als extatische uitvindingen te zien of te horen zijn.  Herzog gebruikt de woorden ‘overdreven realiteit’ voor verzonnen elementen in de boeken van Daniel Defoe, Ryszard Kapuscinski en Bruce Chatwin, die daarmee volgens hem ‘levendiger en geloofwaardiger’ zijn. 

    In een van de laatste hoofdstukken ‘Postwaarheidstijdperk’ laat Herzog de tegenwoordige technische mogelijkheden zien om fictieve waarheden te produceren. Photoshop, chirurgische ingrepen, deepfakes, ChatGPT. Kunstmatige intelligentie is volgens hem tot veel in staat, tot veel meer dan de meeste mensen. Gedichten en teksten schrijven, foto’s en films maken. Maar het is nep. 

    Script geschreven door AI

    Tijdens het recente IDFA festival draaide de openingsfilm About a Hero,  de verfilming van een script geschreven door een AI die werd getraind op Herzogs oeuvre. Herzog had daar zes jaar geleden toestemming voor gegeven; nadat hij About a Hero heeft gezien, noemt hij het eindresultaat ‘alarmerend’. De film heeft hem gewaarschuwd en wellicht geïnspireerd tot dit boek. Wat te doen? In de met aan Lenin ontleende titel van het voorlaatste hoofdstuk vraagt Herzog zich af hoe we nepnieuws kunnen herkennen. Hij vindt dat we het kritisch denken moet herijken. Bij radio en fotografie hebben we door de jaren heen geleerd nepnieuws en vervalsingen te herkennen. Nu moeten we dat leren voor internet en mobiele telefoons. We moeten er een gewoonte van maken verschilllende bronnen te raadplegen. Door ‘schuldpresumptie’, wantrouwen, de veronderstellling van manipulatie, propaganda en leugens.

    Meer lezen en lopen

    En we moeten, aldus Herzog, meer lezen. Een boek kan een bewustzijn van ‘grotere processen’, van ‘conceptuele lijnen in onze werkelijkheid’ geven. De ontlezing is al jaren aan de gang, wie leest nog of is in staat een een eenvoudige gedachte op papier te zetten?  En we moeten meer lopen, ‘reizen te voet met bijna geen bagage, elementair, door diepe noodzaak gedicteerd.’ Volgens Herzog is dat de meest intense ervaring van de werkelijkheid. Uit een van zijn eerdere boeken citeert hij: ‘De wereld ontsluit zich voor wie te voet onderweg is.’ 

    De vaak wat megalomane filmmaker kan de vraag naar waarheid uiteindelijk niet beantwoorden en hij stelt vast, op basis van gesprekken met hersenonderzoekers, dat het menselijk brein geen waarheid kent. Aan het slot van zijn inspirerende, essayistische stukken schrijft Herzog dat we ‘de zoektocht naar de waarheid […] niet opgeven.’   

     

     

  • Memoires van een avontuurlijke filmmaker

    Memoires van een avontuurlijke filmmaker

    Meer dan zeventig films heeft hij gemaakt, de filmreus Werner Herzog. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag verschenen zijn herinneringen onder de veelzeggende titel Ieder voor zich en god tegen allen. Het boek is het weergaloze relaas van een levenslustige avonturier voor wie zowel mentale als fysieke grenzen er zijn om ze te overwinnen.

    Van meet af aan is Herzog van wereldformaat. Vanaf zijn tienerjaren reist hij de wereld rond, aangetrokken door het onbekende, het onmogelijke en het gevaar. Bij wijze van een karakterschets citeert hij uit een interview met zijn eigen moeder: ‘Toen hij op school zat, leerde Werner nooit. Hij las nooit de boeken die hij moest lezen. Het leek wel alsof hij nooit wist wat hij moest weten. Maar in feite wist Werner altijd alles. (…) Hij weet, hij ziet, hij begrijpt, maar hij kan niets uitleggen.’ Verder in een zelfanalyse gaat hij niet. Hij heeft een grondige hekel aan psychologie en beschouwt de twintigste eeuw, de eeuw van Freud, als een mislukking.

    Over zijn films schrijft hij daarentegen graag, en over wat het vak van de filmmaker inhoudt heeft hij een duidelijk idee. ‘Het belangrijkste wat ik over film moest weten, leerde ik binnen een goede week uit dertig à veertig bladzijden van een encyclopedie over radio, televisie en film. Ook nu ben ik van mening dat je niet meer kennis nodig hebt,’ stelt de man die zijn eerste filmcamera jatte. Die gestolen camera is een van de talrijke mythes over zijn filmcarrière, en hij geeft grif toe dat ook hij zelf een aardige bijdrage daaraan heeft geleverd.

    Geen hersenspinsels

    Het mythologische interesseert hem in allerlei opzichten. Zo bekeerde hij zich als veertienjarige schooljongen in München tot het katholicisme. De dogma’s van de georganiseerde religie lieten hem koud, maar des te meer zag hij in de legendes en verhalen over heiligen en helden. Toch, waarschuwt hij, moet je het mythische niet verwarren met het abstracte: ‘Mijn films bevatten een aantal terugkerende motieven, die bijna altijd op directe ervaringen in de werkelijkheid teruggaan. Films zijn in de regel niet geschikt voor abstracte hersenspinsels.’

    Uit de werkelijkheid distilleert hij steeds onderwerpen die tot de verbeelding spreken. Denk maar aan zijn operaverfilmingen of films zoals Encounters at the End of the World, waarin hij visionairen en wetenschappers bij elkaar laat komen op de Antarctica. Of aan Cave of Forgotten Dreams, een documentaire over de pas in 1994 ontdekte grot van Chauvet, waar hij als de enige heeft mogen filmen. Waarom juist hij en niet een Franse filmmaker de toestemming kreeg, mag curieus lijken, maar Herzog geeft een plausibel uitleg: de toenmalige Franse minister van cultuur bleek een grote fan van zijn films.

    Zoeken naar problemen

    Het ongeluk volgt hem op de hielen zodra hij aan een project begint, schrijft Herzog haast trots. Doorgaans komt hij terecht in ingewikkelde, zo niet onmogelijke situaties. Om een voorbeeld te noemen: zijn eerste speelfilm Lebenszeichen filmde hij in de jaren zestig in Griekenland tijdens de staatsgreep, met in de hoofdrol een koorddanser die tijdens het filmen zijn been brak. Typerend zijn ook zijn boude uitspraken en grootse beloften, waarvan de bekendste waarschijnlijk zijn weddenschap met Errol Morris is: lukt het deze zijn film af te maken, dan eet Herzog zijn schoen op. Morris maakte de film en Herzog hield zijn belofte, en niet alleen dat: de bevriende filmmaker Les Blank maakte er een documentaire van, Werner Herzog Eats His Shoe.

    Aan anekdoten heeft Herzog geen gebrek. Het plezier spat van het papier af als hij de obstakels beschrijft die hij moest overwinnen bij het maken van een van zijn bekendste speelfilms, Fitzcarraldo. Alleen al de voorbereidingen duurden jaren, en toen hij met zijn crew eenmaal de Peruaanse jungle bereikte, kwamen ze terecht in een grensoorlog tussen Peru en Equador. Daarna waren er ziektes, vliegtuigrampen en vijandelijke aanvallen van inheemse bewoners die vreemdelingen niet gewend waren. In de pers werd gerept over de onherstelbare schade, die Herzog aan de geïsoleerd levende oorspronkelijke bewoners zou hebben berokkend. In het boek weerkaatst hij de kritiek met een sarcastische verwijzing naar de Ray Ban-zonnebrillen en Travolta-T-shirts die hij bij dezelfde Amazon-bewoners tegenkwam.

    En dan was er nog Klaus Kinski, de hoofdrolspeler in Fitzcarraldo en vier andere films van Herzog. Naar zijn zeggen was Kinski een onmogelijke persoon, die om het minste in een woeste razernij kon raken; een onbestuurbare maniak, maar tegelijkertijd ook een man met een magnetische kracht. Fitzcarraldo, het bizarre verhaal over de negentiende-eeuwse rubberbaron die een schip door de jungle liet slepen, paste zowel Kinski als Herzog als een handschoen. In feite delen alle door Herzog bewonderde en soms ook bevriende mannen – altijd mannen; de ‘vrouwen in zijn leven’, zoals hij zijn vier echtgenotes noemt, zitten in één ietwat obligaat aandoend hoofdstuk gepropt – met hem een voorkeur voor het ongetemde en avontuurlijke. Onder andere: Philippe Petit, koorddanser. Bruce Chatwin, schrijver en wereldreiziger. Ryszard Kapuściński, journalist en schrijver, die, zoals later bleek, het niet altijd even nauw nam met de feiten.

    Poëtische waarheid

    Ook Herzog denkt het zijne over een feitelijke weergave van de werkelijkheid. Feiten zijn nodig als achtergrond bij het maken van documentaires, maar een film die zich bij de feiten houdt, is armoedig, want: ‘Ik beschouw waarheid nooit als vaste ster in de horizon, maar altijd als een activiteit, een zoektocht, een poging van een benadering.’ In een interview heeft hij gezegd dat zijn documentaires altijd speelfilms in vermomming zijn. In het boek staat hij uitgebreid stil bij wat hij de ‘extatische waarheid’ noemt: ‘De waarheid moet niet met de feiten overeenstemmen.’

    Hij is beslist niet de eerste die van mening is dat alleen dichters een diepere laag van waarheid zichtbaar maken, en tussen de regels door wordt al snel duidelijk dat hij zichzelf in de eerste plaats tot die dichters rekent. In de biografische documentaire Werner Herzog: Radical Dreamer van Thomas von Steinaecker, die tegelijk met het boek uitkwam, zegt Herzog: ‘Mijn bestaan heeft een betekenis wanneer ik een verhaal vertel dat in ons allemaal leeft, maar nog niet eerder gearticuleerd is.’

    De combinatie van het poëtische en het avontuurlijke is ook eigen aan Ieder voor zich en God tegen allen: het boek eindigt midden in een zin, en wel met een reden die Herzog in het voorwoord uit de doeken doet. Zo’n rare ingreep in de gang van zaken, bekend uit zijn films, is het ‘Herzog-moment’ komen te heten. Als Herzog zulke momenten in zijn herinneringen inbouwt, is hij op zijn best ook als schrijver. De associatieve overgangen en abrupte breuken aan de chronologie van zijn levensloop geven het boek een toegevoegde dimensie, die de lezer wakker houdt. Dan vergeef je hem de andere hoofdstukken, waarin hij eerder lijkt op een verslaggever dan de strijdlustige filmmaker die ook op z’n tachtigste aan vier, vijf nieuwe filmprojecten werkt.

     

    Noot: De documentaire Werner Herzog: Radical Dreamer is te zien op het internationale documentairefestival IDFA in Amsterdam tot en met 18 november 2022.

     

  • Oogst week 39 -2022

    Ieder voor zich en God tegen allen

    Wie ooit de film Fitzcarraldo met Klaus Kinski in de titelrol zag, zal vast nog het beeld voor zich hebben van de doorgedraaide fanaticus die zijn stoomboot de Molly Aida over modderige hellingen van de ene rivier in Peru naar de andere laat slepen. Ook in Aguirre worden we meegesleept in de bizarre gekte van een conquistador in Peru.
    Uit 1974 stamt zijn film Jeder für sich und Gott gegen alle waarin een bijzonder leven centraal staat, dat van Kaspar Hauser, de raadselachtige 16-jarige jongen die op Pinkstermaandag 1828 werd aangetroffen in Neurenberg en de bron van allerlei speculaties werd. Ieder voor zich en God tegen allen is nu ook de titel van de herinneringen van een van de belangrijkste Duitse cineasten, Werner Herzog, die de genoemde titels op zijn naam heeft staan. De in 1942 in München geboren regisseur haalt daarin herinneringen op aan de productie van zijn films, maar ook aan zijn eigen jeugd, zijn tijd in Engeland en Amerika en zijn befaamde wandeltocht van München naar Parijs, die hij beschreef in Over een voettocht door de kou.

    Ieder voor zich en God tegen allen
    Auteur: Werner Herzog
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De man uit de toekomst

    De man uit de toekomst. Het visionaire leven van John von Neumann van Ananyo Bhattacharya is een wetenschapsbiografie over de man die wel eens wordt vergeleken met Einstein maar nooit diens bekendheid kreeg. Von Neumann (1903-1957)was van oorsprong wiskundige die eens het ‘fonkelende intellect’ van de 20ste eeuw werd genoemd. Hij was een van de belangrijkste betrokkenen bij het Manhattan Project dat de atoombom ontwikkelde. Als kind al gaf hij blijk van een fabelachtig geheugen. Ananyo Bhattacharya, die onder andere voor wetenschappelijke bladen als Nature schrijft gaat in deze biografie meer in op de wetenschappelijke verdiensten van Neumann dan op strikt persoonlijke geschiedenissen. Toch vermeldt hij wel wat anekdotische details zoals het gegeven dat hij zo vaak zakte voor zijn rijbewijs dat hij het papiertje pas kreeg door de examinator om te kopen. Ook mét zijn rijbewijs bleef hij een gevaar op de weg.

    De man uit de toekomst
    Auteur: Ananyo Bhattacharya
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Strengel

    Jona Oberski (geboren in 1938) heeft veel gepubliceerd, maar dan als kernfysicus. Buiten de wetenschap is hij vooral bekend door de novelle Kinderjaren uit 1978, waarin de lezer door de ogen van een kind naar de Tweede Wereldoorlog kijkt. Zijn literaire oeuvre is beperkt tot drie romans/novellen. Daaraan wordt nu, vijfentwintig jaar na zijn laatste, een vierde toegevoegd: Strengel. Daarin probeert een man in brieven aan Liz vat te krijgen op de doorwerking van het verleden in zijn heden.
    In de tweede brief aan Liz reageert hij op haar vraag of hij misschien ergens bang voor is: ‘En of. Ik geloof er steeds meer in dat ik al zo lang als ik mij kan herinneren bang was, en ook op enkele uitzonderlijke ogenblikken na, voortdurend. Niet speciaal voor iets, of voor iemand, al herinner ik mij wel aangstaanjagende situaties en personen, maar eigenlijk voor alles en iedereen altijd, alsof het nergens speciaal op sloeg, maar algemener was, dus geen moment zonder angst’.

    Strengel
    Auteur: Jona Oberski
    Uitgeverij: Ambo/Anthos
  • Serieus?

    Serieus?

    Er zijn nogal wat genres binnen het boekenbedrijf waar een stigma op rust. Met name sportboeken en thrillers worden vakkundig uit de canon geweerd. Om nog maar te zwijgen van het genre dat doet denken aan Avatar, Disney Plus en The Hobbit: fantasy. Twee redenen hiervoor: het zou te gemakkelijk vermaak en totaal ongeloofwaardig zijn. Met Echt gebeurd is geen excuus, een fantasyboek avant la lettre, logenstraft Heinrich von Kleist deze kritiek. In 43 fragmenten bewijst de Frankfurter namelijk dat verhalen niet per se geloofwaardig hoeven te zijn, om te blijven hangen en imponeren. Sterker nog: hoe vreemder de gebeurtenis, hoe liever mensen haar geloven.

    Echt gebeurd is geen excuus is een compilatie van verhalen, die Heinrich von Kleist tussen oktober 1810 en maart 1811 schrijft voor de Berliner Abendblätter. Aangezien Berlijn reeds gedomineerd wordt door zes andere periodieken, bouwt Von Kleist op ongebruikelijke manier een trouwe klantenkring op: via absurdisme. Zijn avondblad wordt ongekend populair en zou dat in deze tijd ook zijn. Hoe idioter de verwikkelingen waarover Von Kleist vertelt, hoe realistischer hij ze weergeeft met eenvoudige, maar effectieve stijlgrepen. Daarnaast doet Von Kleists zwarte humor denken aan de 19de-eeuwse romantici. Omdat Von Kleist zo smakelijk fabuleert, wil de lezer graag geloven dat alles wat hij schrijft, waar is. Daarom is Echt gebeurd is geen excuus een prachtige titel. Niet waarschijnlijkheid bepaalt de mate van waardering, maar onze ontvankelijkheid.

    Dit verzín je toch niet?

    Een soldaat overleeft een pistoolschot door zijn hart. Een bomexplosie knalt een Antwerpenaar blessurevrij van de ene naar de andere Schelde-oever. Groenlanders vissen een waterman, die lijkt op een nimf, op uit zee. Een 500-jarige geest laat zijn botten opgraven door een Tsjechische dorpsgek. Slechts in literaire vorm overtuigen deze verzinsels. Von Kleist past veelvuldig de raamvertelling toe, het verhaal uit de tweede hand, nu eens verteld door een praatzieke officier, dan weer een herbergier. Bovendien bouwen zijn vertellers disclaimers in, opdat zij niet op hun leugenachtigheid gepakt worden: ‘”Drie verhalen zijn zodanig van aard dat ik zelf weliswaar geloof aan ze hecht maar evengoed het gevaar loop voor een windbuil gehouden te worden als ik ze zou vertellen.”’ Het publiek reageert dolenthousiast: ‘”U hebt gelijk! Een verhaal als dit geloof je inderdaad niet! (…) Zonderling!”‘, waarna een nóg absurder verhaal met nóg meer gretigheid wordt verslonden.

    Het christelijke motto ‘Credo quia absurdum’ van kerkvader Tertullianus had het motto van de bundel kunnen zijn. Het betekent ‘Ik geloof, omdat het absurd is.’ Oftewel: zulke onwaarschijnlijkheden kúnnen niet verzonnen zijn, dus ze moeten wel kloppen. Von Kleist doet er alles aan om zijn teksten een zweem van objectiviteit te verlenen. Voor hem is het een spel. Hij smijt met jaartallen en veelzeggende details, verwijzend naar krantenberichten en historische naslagwerken: ‘In de Wiener Zeitung van 30 juli 1803 wordt gemeld dat de visserijpachters van het Koningsmeer in Hongarije een soort, naar hun zeggen, naakt viervoetig schepsel hebben waargenomen. (…) Hiertoe behoort de zogenaamde Napolitaanse Nicola Pesce, van wie men een authentieke beschrijving kan vinden in Gehlers Physikalisches Lexicon.’ Maar Von Kleist kan meer dan spelen met fake news.

    Ik sta daarnet op de tramhalte…

    Zelfs zonder expliciet aangehaalde vertellers lijken Von Kleists verhalen levensecht. Geruisloos tilt hij het verleden naar het heden met een truc, zo oud als de weg naar Rome: het praesens historicum. Beginnend in de verleden tijd, schakelt hij onmerkbaar over op de tegenwoordige tijd, zoals bij de Tsjechische idioot die de botten van een fantoom opgraaft: ‘De geest, alleen zichtbaar voor Joseph, ging stilletjes voor hen uit. De tocht bracht hen dwars door het veld bij een heide die aan een veldweg lag. Daar staat Joseph stil en zegt tegen zijn moeder: ‘‘Hier moeder, hier moeten we graven.’’’ Over een Noord-Franse tragedie uit St. Omer anno 1803 schrijft hij: ‘Aldaar viel een grote dolle hond (…) twee onder een poort spelende kinderen aan. Hij verscheurt net het jongste kind (…) als hun moeder verschijnt. (…) Ze wurgt hem en valt door vreselijke beten verscheurd bewusteloos naast hem neer.’

    Von Kleist wekt continu de suggestie dat we met bloedserieuze documenten te maken hebben. Zo faket hij een anonieme ingezonden brief aan zijn eigen Berliner Abendblätter. De brief stelt als alternatief voor de elektrische telegraaf bommenpost voor die ‘holle, met (…) brieven en pakketten gevulde kogels wegschiet, die men zonder al te veel moeite met de ogen kan volgen en waar ze neerkomen, mits het geen moerasgrond is, weer kan terugvinden.’ Namens De Redactie reageert Von Kleist op het door hemzelf geschrevene: ‘De inzender van bovenstaande geestige brief geven wij hiermee te kennen dat wij ons met zijn (…) moraliserende en publicitaire eldorado niet kunnen bezighouden. Persiflage en ironie zullen in ons streven om het heil van het mensengeslacht te bevorderen (…) niet van de wijs brengen.’ Eén persiflage van de Pruis spant echter de kroon…

    Werther’s original

    Die Leiden des jungen Werthers van Goethe belichaamt de Romantiek als geen ander: een gevoelige jongeman correspondeert met de tere Lotte. Hun noodlottige liefde leidt tot zelfmoord. Van deze doodernstige Sturm-und-Drang-pathos maakt Von Kleist een lolletje.

    Zijn korte verhaal De nieuwe (gelukkigere) Werther gaat over Charles C… die hopeloos verliefd is op de vrouw van zijn patroon, koopman D… – de beletseltekens suggereren wederom een schijn van feitelijkheid, evenals de plaatsaanduiding ‘L…e’. Wanneer D met zijn vrouw op reis gaat, ziet Charles zijn kans schoon en gaat hij in het bed van zijn geliefde liggen. Dan schrijft Von Kleist: ‘’s Nachts komt om de een of andere reden die hier niet vermeld hoeft te worden het echtpaar onverwachts thuis en (…) treffen ze de jonge C… aan.’ Humoristisch is hier met name hoe de schrijver weigert de thuiskomst van het echtpaar te verklaren. Soms gebeurt iets gewoon even, want dat is leuker voor het verhaal. Net als de apotheose overigens.

    In zijn schaamte te zijn ontdekt in de echtelijke sponde, schiet Charles zichzelf door de borst met een revolver. Dit veroorzaakt zo’n harde knal, dat koopman D van de schrik sterft aan een hartaanval. Voor een degelijk uitgevoerde suïcide blijkt Charles te ‘klunzig’; hij houdt aan zijn zelfmoordpoging een klaplong over. Hij trouwt met de kersverse weduwe ‘en beiden waren in 1801 nog in leven, toen hun gezin, zoals een kennis vertelt, al uit vijftien kinderen bestond.’
    Echt gebeurd is geen excuus is als de uitkomst van deze Werther-bewerking. Te mooi om niet waar te zijn. Te goed om te laten liggen. Eine grossartige (K)Leistung!

     

  • Oogst week 40

    Tarantula

    Deze week twee omvangrijke boeken; een historische roman en een moderne klassieker uit 1981. De nieuwe vertaling van Bob Dylans Tarantula en een mensen/dierenboek over varkens.

    De enige roman – hoewel wat is een roman als je deze in het licht van liedteksten beschouwt – die Bob Dylan (1941) schreef, werd deze week opnieuw in het Nederlands uitgebracht. Dylan schreef  Tarantula in 1966 en het werd in 1971 gepubliceerd. Wat te verwachten van een roman van Bob Dylan? In ieder geval geen gestroomlijnd verhaal, daarvoor is de tekst te grillig en ongrijpbaar. Het is meer als een liedtekst opgeschreven, gezien de zinsbouw en het ritme van woorden waarmee het ook wel Dylans vreemdste songtekst genoemd wordt.

    Dylan toont zich, net als hij ooit deed in het radioprogramma Theme Time Radio Hour, waarvoor hij de muziek overal en nergens vandaan haalde. Ook in Tarantula komen we ze tegen: Aretha Franklin, Woody Guthrie, Leadbelly, de Carter Family en vele, vele anderen.

    Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat waardoor de dwarsverbanden in deze schat aan muziekstijlen zichtbaar worden gemaakt.

    Hoe Robbert Jan Henkes en Erik Bindervoet zich waagden aan een nieuwe vertaling van het schier onvertaalbare boek is te beluisteren op NPO1. Zij vertellen over het boek en de manier waarop zij zich de tekst van Dylan eigen maakten.

    Tarantula
    Auteur: Bob Dylan
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Varkens

    Ken het varken, dan ken je jezelf, zou wel eens een nieuwe leus kunnen worden na het lezen van Varkens van culturele wetenschapper Thomas Macho. Varkens zijn geliefd om hun bewezen intelligentie en gehaat om hun varkensgedrag (snorken en snuiven en altijd die smerige modder vermengd met eigen uitwerpselen). Macho volgde de carrière van het varken vanaf de vroegste domesticatie tot aan zijn positie als vlees- en metaforenleverancier nummer één. Het is een prachtig geïllustreerd pleidooi voor een fraai dier, een portret van oude en nieuwe rassen en vormt het bewijs dat het varken en de mens in complexiteit en tegenstrijdigheid niet voor elkaar onderdoen.

    Varkens verschijnt in November.

    Varkens
    Auteur: Thomas Macho
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De aarde huilt

    Peter Cozzens (1957) is een Amerikaans historicus en schreef meerdere boeken over de burgeroorlog. De strijd van de indianen is het omvangrijke verhaal van de decennialange strijd tussen het Amerikaanse leger en de stammen van de Great Plains en de Rocky Mountains aan het eind van de negentiende eeuw. Na een ontmoeting met president Abraham Lincoln dacht indianenleider Magere Beer dat hij niets te vrezen had van het leger. Lincoln had hem wel gezegd dat ‘zijn kinderen’ soms niet luisterden, maar Magere Beer had dat niet begrepen. Onbevreesd reed hij de troepen tegemoet. Wat dan volgt is geschiedenis. Cozzens schrijft niet alleen over de veldslagen en campagnes, maar ook over de slechte leefomstandigheden van de soldaten aan het front en de waardeloze verdragen, de onderlinge strijd tussen stammen en facties, de mentaliteit van de indiaanse krijgers en de ethische vragen die de betrokken officieren van het Amerikaanse leger zich stelden.

    De aarde huilt
    Auteur: Peter Cozzens
    Uitgeverij: Athenaeum Polak & van Gennep

    Lanark

    De Schotse schrijver en kunstenaar Alasdair Gray (1934) schreef meer dan 30 jaar aan zijn eerste boek Lanark, dat uiteindelijk in 1981 werd gepubliceerd. Na publicatie van dit moderne visioen van de hel dat als decor de steden Glasgow en Unthank heeft, werd hij direct vergeleken met Dante, Blake, Joyce, Orwell, Kafka, Huxley en Lewis Carroll.

    De roman opent met: “Je kwam Café Elite binnen via een trap vanuit de foyer van een bioscoop. Op twee derde van de weg naar boven was een deur die naar de bioscoop zelf leidde, maar mensen die naar de Elite gingen klommen verder en kwamen in een grote, groezelig ogende ruimte vol stoelen en lage koffietafels.’ Op de Athenaeumboekensite is het verdere fragment te lezen.

    Deze moderne klassieker uit de Schotse literatuur is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Lanark
    Auteur: Alasdair Gray
    Uitgeverij: Koppernik BV
  • Charlotte Köhler Stipendium voor Jan Sietsma

    Charlotte Köhler Stipendium voor Jan Sietsma
    Het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijks stipendium voor beginnend literair talent, is dit jaar toegekend aan Jan Sietsma (1981), vertaler uit het Duits.
    Jan Sietsma krijgt de prijs, waar een bedrag van 5000 euro mee gemoeid gaat, voor zijn vertaling van Athenaeum: fragmenten, essays en kritieken van de Duitse dichter en denker Friedrich Schlegel. Volgens de jury is Sietsma erin geslaagd ‘meer dan tweehonderd jaar verschil in denken en dichten te overbruggen. In soepel Nederlands maakt hij de Nederlandse lezer vertrouwd met een van de canonieke teksten uit de Duitse romantische traditie, die tot op de dag van vandaag ons denken over schoonheid en stijl beïnvloedt.’ De jury ziet in Sietsma een veelbelovende toekomstige gids ‘die de Nederlandse lezer leidt door de Duitse literatuur en filosofie en haar geheimen.’

    De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een veelbelovend auteur in een wisselend literair genre, dit jaar is dit literair vertalen. Vorige laureaten van het Stipendium waren onder meer Michael Bijnens (toneel, 2015), Mischa Andriessen (poëzie, 2014), Joost de Vries (proza, 2013) en Arieke Kroes (literaire vertalingen, 2011).

    De uitreiking vindt plaats op 2 december 2016 in het Goethe-Institut te Amsterdam.