• Mooie bijdragen over schrijvers van toen (en nu)

    Mooie bijdragen over schrijvers van toen (en nu)

    In de eerste uitgave van De Parelduiker van dit jaar een herdenkingsstuk van Daan Cartens over Inez van Dullemen (1925-1921). In de rubriek ‘De laatste pagina’, schrijft Cartens over Dullemen als de vrouw die wars was ‘van clichés, vooroordelen, vastgeroeste meningen’. Cartens ontmoette de schrijfster in 1981 voor een interview in Het Vaderland, een Haagse krant die in 1982 ophield te bestaan (ook dat zijn prettige zaken om notie van te nemen). Het werd een openhartig interview waaruit een levenslange vriendschap ontstond. Over haar ontmoeting en leven met Erik Vos, oprichter van het Haagse toneelgezelschap De Appel, schrijft hij dat ze een twee eenheid vormden, ‘de één de muze van de ander, samen reizend door het labyrint van het leven’. Haar roman Het gevorkte beest noemt hij haar kernboek en ‘misschien ook wel haar beste’. Waardoor je deze roman opnieuw zou willen lezen om te herplaatsen binnen haar oeuvre.

    Omgevallen schaap of muizenplaag

    Lodewijk Verduin schreef  een mooi stuk over Anton Koolhaas (1912-1092), schrijver van absurdistische boeken als, Een punaise in de voet, Vanwege een tere huid, Corsetten voor een libel. Het artikel, ‘Dierenmens A. Koolhaas, zijn literaire ontwikkeling in drie en enige keerpunten’, wordt geleid door de vraag waarom Koolhaas als veertiger de stap het schrijverschap in wilde. Verduin herleid zijn vraag naar enkele schrijvers en hun keerpunt, naar ‘een zeker moment dat de inspiratie voor het eerste gedicht schonk, een gebeurtenis die de druk om te (…) publiceren opvoerde.’ Zo zette Gerard Reve zich tot het schrijven van zijn debuutroman, na te zijn aangemoedigd door zijn psychiater, schrijft Verduin. En was het ‘de zaak-Lebak die Eduard Douwes Dekker in Multatuli veranderde’. Ook bij Koolhaas is er een ‘oerscene’, door hemzelf aangehaald tijdens zijn dankwoord bij de uitreiking van de Frans Erensprijs in 1989. Hoe hij als tienerjongen een op de rug liggend schaap ziet: ‘Het was mijn eerste confrontatie met sterven. En in wezen de eerste confrontatie met het verschijnsel LEVEN, dat op het punt staat op te houden.’ Later vertelde hij in interviews dat zijn schrijversschap terug te voeren is op een muizenplaag in zijn kamer in Rotterdam. Met deze geweldige omkering van zaken: ‘Ik was niet de hoofdbewoner die last had van muizen, maar zij vormden de hoofdbewoners die last hadden van een man.’ Verduin haalt ook de relatie met uitgever Geert van Oorschot aan, echt boteren deed het niet tussen die twee. Wel geweldig om te lezen, de duiding van een schrijversschap aan de hand van zijn relaties.

    Singer-songwriter J.H. Speenhoff

    Van Jacques Klöters de bijdrage ‘Koos Speenhoff, voordat hij de heer J.H. Speenhoff werd’. Speenhoff (1869-1945) was de eerste Nederlandse singer-songwriter schrijft Klöters, daarbij was hij een begenadigd tekenaar en publiceerde in beide kunstvormen. Jan Greshoff en Carmiggelt waren liefhebbers van zijn werk, noemden hem ‘een superieure stilist’. Wie kent niet het liedje De schutterij (Daar komen de schutters) en Het broekie van Jantje, of Brief van een moeder aan haar zoon die in de nor zit, die zijn dus van Speenhoff. Klöters beschrijft hoe Speenhoff zich een weg zocht uit de verplichtingen die zijn vooraanstaande familie waaruit hij uit voortkwam, hem oplegde. Zijn hang naar- en vertoeven in de Rotterdamse kunstenaarskringen van die tijd. 

    Marco Entrop schreef over de dichter Andries de Hoghe die ooit één dichtbundel publiceerde, Strofen, die inmiddels tot de canon van de homo-erotische poëzie behoort. Een bundel die in homokringen werd gekoesterd en bewonderd en navolging vond. Zo schreef Het Nederlandsch Wetenschappelijk  Humanitair Komitee in een recensie over de bundel, ‘een bundeltje zuiver homosexueele poëzie, die tot het beste behoort, wat op dit gebied verschenen is’. En schreef dichter Jac. van Hattum een verhaal waarin de bundel het offer voor een mannenvriendschap is. Entrop onderzoekt of Andries de hoghe een poet’s poet was. Omdat de gedichten door P.C. Boutens bezorgd waren en er verder geen sporen van De Hoghe te achterhalen waren, moest het Boutens zelf wel zijn geweest die deze gedichten geschreven had. En was hij dat ook?

    Aankomend biografie Hans Keilson

    Van Jos Versteegen,  dichter en biograaf die op dit moment werkt aan een biografie van Hans Keilson die in 2023 zal verschijnen, het stuk, ‘De feesten en nachtmerries van Hans Keilson’. Keilson was een getormenteerd man, door de oorlogsjaren voor zijn verdere leven onderuit gehaald. Hoewel hij bekend werd in Amerika en ook in Europa succes had als schrijver over zijn leven, maakte dit hem niet gelukkig. “‘Mijn leven is mislukt,’ zei Hans Keilson als bijna honderdjarige tegen een collega-psychotherapeut. ‘Ik heb niets gepresteerd, ik ben niet eens professor geworden.’” Keilson leed aan depressies, en hoewel hij genoot van ‘de aandacht en belangstelling die hij kreeg, kon tegelijkertijd zijn droefenis niet groter zijn.’, schrijft Versteegen. De onvermoede krachten van een mens en hoe daar mee om te gaan. Naar de biografie wordt uitgekeken.

    Verder een ingezonden brief over een kritiek punt in de biografie van Louis Lehmann en een weerwoord daarop van biograaf Jaap van der Bent, zelf. In de rubriek Schoon&Haaks – over publicaties van privé-drukker en marginale uitgevers – bespreekt Jan Paul Hinrichs verschillende uitgaven waaronder een boekje over de laatste levensmaanden van H. Marman, die met zijn vrouw, zwervend door Zuid-Europa, omkwam op volle zee.
    Van Nico Keuning in de rubriek Laagwater ‘Een buurjongen uit plan Zuid’. Over hoe er wordt omgegaan met feit en fictie in een feitelijk verslag van Heere Heeresma in Kaddish voor een buurt, radiogesprekken die Anton de Goede met Heeresma voerde. Keuning biedt hier een inkijkje die verder reikt dan de neus lang is. Het credo wie schrijft die blijft, geldt hier volop, al zijn er derden voor nodig die schrijvers naar voren te halen. Gelukkig is daar De Parelduiker, die van elke lezer een literatuurvorser maakt.

     

     

  • Oogst week 11 – 2020

    De vlakte

    De 81-jarige auteur van De vlakte, Gerald Murnane, is op zijn zachtst gezegd een enigmatische figuur. Zo zou hij nooit een computer hebben aangeraakt – dat wil zeggen: hij zou er in ieder geval nooit een manuscript op hebben getypt –, en zou hij nog nooit een voet in een vliegtuig hebben gezet. Hoewel hij oorspronkelijk van katholiek-Ierse afkomst is, woont en verblijft hij al zijn hele leven in Australië. Zijn fictie staat haaks op die persoonlijke werkelijkheid. In zijn romans overstijgt hij juist gebieds- en landsgrenzen. Ondanks of dankzij Murnanes zonderlinge levenshouding werd hij eens ‘de grootste auteur in het Engelse taalgebied (waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord)’ genoemd (in The New York Times). De vlakte is een heruitgave, oorspronkelijk in het Engels verschenen in 1982, en bereikt nu voor het eerst een Nederlands lezerspubliek.

    In De vlakte strijkt een jonge filmmaker neer in Australië, waarmee een wisselwerking tussen werkelijkheid en fictie in gang wordt gezet. De beginzinnen zijn veelzeggend:

    ‘Twintig jaar geleden, toen ik voor het eerst op de vlakte aankwam, hield ik mijn ogen open. Ik zocht naar iets in het landschap wat leek te wijzen op een diepere betekenis onder het oppervlak.’

    De vlakte
    Auteur: Gerald Murnane
    Uitgeverij: Signatuur

    Hier zijn we

    Hier zijn we van de Britse schrijver Graham Swift gaat over drie jongeren die in een theater aan de pier van Brighton werken: Evie, Jack en Ronnie. Tegen de achtergrond van een voorspoedig, bruisend zomerseizoen komt de verhouding tussen de drie op scherp te staan. Die relatie tussen het algemene en het persoonlijke komt vaker terug in Swifts werk. Eerder schreef hij de historische novelle Moeders Zondag (Mothering Sunday), die in Nederland lovend werd ontvangen. Daarin speelt de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in Groot-Brittannië een bepalende rol, maar wordt juist ook het particuliere perspectief van hoofdpersonage Jane Fairchild uitgediept in het tijdsbestek van één beslissende dag.

    Graham Swift schreef negen romans en schreef daarnaast korte verhalen, gedichten en essays. Hij won de Booker Prize met Last Orders (vertaald als Laatste ronde).

    Hier zijn we
    Auteur: Graham Swift
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Parelduiker, Louis Paul Boon

    In het nieuwste nummer van De Parelduiker staat Louis Paul Boon (1912-1979), ook wel de ‘Vlaamse Multatuli’ genoemd, centraal. Hij is wijd en zijd bekend dankzij zijn magnum opus De Kapellekensbaan (1953), waarop in 1956 het vervolg Zomer te Ter-Muren verscheen. Boon werd lange tijd getipt als belangrijke kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij was niet alleen schrijver, ook zijn productie beeldende kunst valt ontzagwekkend te noemen.

    Geheel in lijn met het thema van de Boekenweek 2020, ‘Rebellen en dwarsdenkers’, wordt in De Parelduiker Boons rebelse imago binnenstebuiten gekeerd en aan een kritische herziening onderworpen, onder anderen door Boon-kenner Jos Muijres. Hoe kijken we met de kennis van nu naar Louis Paul Boon – wás hij inderdaad een rebel of dwarsdenker, of is dat vooral een rol die hem in retrospectief is toegekend?

    De Parelduiker, Louis Paul Boon
    Auteur: Eindredactie Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Vantilt
  • Oogst week 24 – 2019

    Sofia Express

    De oogst van deze week: twee non-fictie boeken en een roman. In de reeks ‘Literaire steden’ van Het oog in ’t zeil, werd onlangs het twintigste deel Sofia Express uitgegeven. De schrijver van dit deel is slavist Jan Paul Hinrichs, die op fantastische wijze deze stad in Bugarije tot literatuur verheft. Eerder schreef Hinrichs al in dezelfde reeks De Mythe van Odessa (2011) en Trefpunt Riga (2017). Sofia is de stad van de dissidente schrijver Georgi Markov. Eric Ambler situeerde er enkele van zijn thrillers en Lucebert schreef in 1955 een reeks reisgedichten over de stad. Ook spelen romans van Cees Nooteboom en Dimitri Verhulst in Sofia. Hinrichs laat zijn ‘Woord vooraf’ beginnen met een citaat uit een van de boeken van Eric Ambler:
    ‘Mag ik zo bescheiden zijn te vragen waar u heen gaat?’
    ‘Ik ga naar Sofia.’
    ‘Zo Sofia? Een schitterende stad – werkelijk schitterend.’

    Zo is ook Sofia Express een schitterend boek, met mooi fotomateriaal en intirgerende verhalen van Hinrichs. Zeker een boek ter voorbereiding voor wie naar Bulgarije afreist, en hart en ziel van de stad wil doorgronden.

    Sofia Express
    Auteur: Jan Paul Hinrichs
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    De avonturen van Alexander von Humboldt

    De avonturen van Alexander von Humboldt is de tweede graphicnovel van Andrea Wulf (1972) en heeft als onderwerp het leven van Alexander von Humboldt (1769-1859), de ontdekkingsreiziger naar Zuid-Amerika. In haar eerste graphic novel over Humboldt, De uitvinder van de natuur beschreef Wulf de gewaagde expedities die hij ondernam en gaf ze inzicht in zijn onderzoek naar de vorming van het landschap op verschillende continenten. In deze tweede duikt ze dieper in het leven van Humboldt. De avonturen van Alexander von Humboldt focust op de vijfjarige expeditie in Zuid-Amerika die hij in juni 1799 begon. Samen met Lillian Melcher geeft Wulf deze expeditie in tekeningen weer, compleet met fragmenten uit Humboldts dagboeken, atlassen en publicaties. Het is een mooi en intiem portret van de man die klimaatverandering door menselijke invloed al voorspelde, poëtisch narratief verkoos boven wetenschappelijke observatie en iconische figuren als Simon Bolívar, Thomas Jefferson en Charles Darwin beïnvloedde. Dit verslag van de expeditie laat niet alleen zien hoe Humboldt zijn baanbrekende kennis en begrip van de natuur verfijnde, maar laat ook een man met passies zien. Het is prachtig vormgegeven in een groot formaat boek.

    De avonturen van Alexander von Humboldt
    Auteur: Andrea Wulf en Lillian Melcher
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Welkom in het Rijk der zieken

    Welkom in het Rijk der zieken is de zevende roman van Hanna Bervoets (1984). Ze schreef onder meer de succesvolle romans Efter (2014), Ivanov (2016) en haar voorlaatste roman Fuzzie (2017). Ze debuteerde in 2009 met Of hoe waarom en twee jaar later verscheen Lieve Céline, waarvoor ze de Opzij Literatuurprijs kreeg. In 2017 won Bervoets de BNG Bank Literatuurprijs voor Ivanov en in datzelfde jaar kreeg ze de Frans Kellendonk-prijs voor haar hele oeuvre.

    Welkom in het, is een roman over ziek zijn, en onderwerp dat haar fascineert, zoals Bervoets zelf zegt. In de roman gaat het over de kinderoppas Clay, die ziek wordt na een bezoek aan een kinderboerderij. Hij krijgt hoge koorts en vecht voor zijn leven. Wanneer de koorts daalt, blijft de vermoeidheid en krijgt hij last van vreselijke pijnen. Q-koortsvermoeidheidssyndroom, luidt de diagnose. En daar zal hij nooit meer vanaf komen, wordt hem voorspeld. Dan volgt een zoektocht naar genezing. Behandelingen die niet aanslaan, zijn relatie houdt geen stand en eenzaamheid is zijn lot. Zo belandt hij in het Rijk der zieken, een wereld waar ondoorzichtige regels gelden en de eindbestemming onduidelijk is. Over de mallemolen van een chronische ziekte, in trefzekere taal geschreven.

    Welkom in het Rijk der zieken
    Auteur: Hanna Bervoets
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Lviv, een impressie van een literair geïnspireerd stadsbezoek

    Lviv, een impressie van een literair geïnspireerd stadsbezoek

    ‘Het is een ironie van de geschiedenis dat de stad Lviv, die gedurende haar lange geschiedenis pas enkele decennia een puur Oekraïense stad is, nu juist als het centrum geldt van de Oekraïense cultuur’ *

     

    ‘Directe vluchten tussen Oekraïne en Rusland zijn sinds zondag gestaakt. Dat is het gevolg van nieuwe sancties vanuit Kiev. Die zijn bedoeld om de Russen te straffen voor de annexatie van de Krim en het steunen van gewapende separatisten in Oost-Oekraïne.’, zo meldt het ANP op maandag 26 oktober 2015. Kiev International Airport is een middelgrote luchthaven, van de buitenwereld gescheiden door een omheining van rollen prikkeldraad. Op de luchthaven zelf zijn alleen vliegtuigen te zien van Ukraine International Airlines met aan de zijkaGalicische vertellingennt een paar militaire vrachtvliegtuigen. Russische bestemmingen staan niet aangegeven op de elektronische informatieborden. Na een verblijf van een paar dagen in de West-Oekraïense stad Lviv vliegen wij via Kiev terug naar Amsterdam. De vliegreis bekort ik met het lezen van de Galicische vertellingen van de Poolse schrijver Andrzej Stasiuk. Wat een geweldenaar, deze schrijver. In een serie korte verhalen schetst hij liefdevol het harde, soms rauwe boerenleven in een Galicisch dorp aan de rand van de Karpaten, schijnbaar onafhankelijk van elkaar, maar op een geraffineerde manier toch innerlijk vervlochten. Zo kom je thuis uit de Oekraïne!


    Lemberg, Lvov, Lwow en nu Lviv

    Lviv is een mooie, middelgrote stad van ca. 750.000 inwoners met een roerige geschiedenis. De uitstraling van de stad is Midden-Europees: veel barok en jugendstil met in de buitenwijken de bekende sovjetflats. De stad doet sterk denken aan het Poolse Krakau. galicie_DEF
    De hoofdstad van de landstreek Oost-Galicië ligt op de scheidslijn van Midden- en Oost-Europa. Vóór de Eerste Wereldoorlog behoorde de stad (toen Lemberg geheten) tot het Oostenrijks-Hongaarse kroonland Galicië. Nadien is ze beurtelings bezet door Russen, Polen, Duitsers en Oekraïners. Even zovele keren veranderde de stad van naam: van Lemberg naar Lvov, Lwow en nu dus Lviv. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie behoort de stad tot de onafhankelijke republiek Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het Joodse deel van de bevolking, ongeveer eenderde  van het totaal, volkomen uitgeroeid. Door het verschuiven naar het westen van de grenzen van Polen en de Sovjet-Unie na 1945, werd de Poolse bevolking gedwongen de stad te verlaten en mee te verhuizen. Voortaan maakte Lviv deel uit van de Sovjet-Unie. Nauwelijks beschadigd door bombardementen of andere krijgsverrichtingen staat het karkas van de stad nog overeind, een mooi karkas, dat wel. De Oekraïners hebben de lege huizen gevuld. Jan Paul Hinrichs noemt Lviv in zijn voortreffelijke literaire reisgids Lemberg – Lwów – Lviv de ultieme stad voor historici. En dat is dan ook de reden voor ons bezoek aan deze stad.


    Moderne stad met authentiek karakter

    Het zijn regenachtige dagen. De droge momenten zijn schaars. Wij laten ons echter niet weerhouden er op uit te gaan en iets dichter bij de geschiedenis van de stad te komen. De paraplu bewijst zijn diensten. Het historisch museum van de stad op het centrale plein biedt een goede ingang. Veel informatie over de strijd tegen de Turken in de 17e eeuw en de historische relaties met de kozakken, de Russen en de Polen; interessant allemaal, maar van het Joodse verleden is vrijwel niets terug te vinden, ook elders in de stad trouwens niet: een restant van een synagoge, geen enkel museum, een onduidelijk monument over de Shoah en verder niets. Toch curieus gezien het stempel dat de Joden in het verleden op deze stad hebben gedrukt, maar misschien wel verklaarbaar. De Oekraïners hebben het mogelijk te druk met hun eigen misère. Het wankele bestaan van hun jonge onafhankelijke staat bezorgt hen al kopzorgen genoeg. Overal liggen in kraampjes anti-Poetin prullaria te koop, van deurmatjes tot rollen wc-papier met zijn portret er op. Op het plein voor het monument van de onafhankelijkheid staan kraampjes waar jonge mensen actie voeren tegen de separatisten in het oosten van het land en overal staan in de winkels bij de kassa bussen waarin je geld kan deponeren voor de strijd. Het land is in oorlog. Toch beheerst dit niet het straatbeeld van Lviv. De stad maakt een moderne, westerse indruk met grote winkelstraten en verlichte etalages. De bekende winkelketens, waardoor bij ons alle winkelstraten op elkaar lijken, ontbreken echter grotendeels. Dit geldt ook voor de schreeuwerige lichtreclames. De stad behoudt zo zijn eigen authentieke karakter. Overal vind je naast de Oekraïense vlag de vlag van de Europese Unie. In gesprekken met de mensen merk je dat ze graag deel zouden uitmaken van de Europese Unie, een geluid dat bij ons nauwelijks nog gehoord wordt. Zij zijn de corruptie van hun eigen politici beu evenals de Russische militaire dreiging. Lviv is een groene stad met veel parken, plantsoenen en bomen, in de herfst werkelijk een lust voor het oog. Behalve wat bedelaars bij de kerkportalen, zie je weinig echte armoede op straat. De stad is schoon en oogt redelijk onderhouden. De mensen zijn over het algemeen goed gekleed. Wel zie je soms oude mensen vaag veegwerk verrichten op straat, een soort werkverschaffing, en in de restaurants zitten heel wat jongelui uren lang achter één consumptie. Wij zijn dan ook meer dan welkom als wij, voor weinig geld overigens, uit eten gaan en een fles voortreffelijke Oekraïense wijn bestellen. Er is een levendig uitgaansleven in het centrum van de stad. Bekend is het Bierrestaurant Pravda. Tijdens de maaltijd wordt de spijsvertering op gang gehouden door het oorverdovend lawaai van een big band.


    Actuele geschiedenis

    Tijdens een bezoek aan de grote begraafplaats Lychakiv, vergelijkbaar met Père Lachaise in Parijs, komt de geschiedenis erg dichtbij. Doorgaans hebben dit soort bezoeken een wat contemplatief karakter waarbij zich als vanzelf een glimlach rond je kaken plooit bij het zien van de soms nogal protserig aandoende, monumentale grafzerken van veelal nauwelijks bekende grootheden. Plotseling valt ons oog op een hele serie Poolse graven waarvan de portretmedaillons systematisch zijn kapot gemaakt. Grafschennis! Overduidelijk! Dit geeft een beklemmend gevoel: er zit veel haat en verdriet in deze samenleving. Het viel trouwens op dat het, ondanks het slechte weer, tamelijk druk was op de begraafplaats. Oudere stelletjes, armpje door, maar ook groepjes jongeren. Ernstig kijkende mensen. Vlak achter de enorme militaire begraafplaats van het type dat we wel kennen uit de omgeving van Ieper en Noord-Frankrijk, zien we een in der haast aangelegde nieuwe begraafplaats, overweldigd door een zee van bloemenkransen.  Hier rusten de doden van de oorlog tegen de separatisten in het oosten. Een jonge vrouw loopt rond met een kleurenfoto van haar broer, misschien wel haar vriend of man. Dit is een levende begraafplaats. Een zekere bedruktheid maakt zich van ons meester.


    Advies voor een heruitgave
    Het zout der aarde
    Na een bezoek aan de prachtige opera van de stad, verdiep ik mij in Het zout der aarde, een boek van de Galicische schrijver Józef Wittlin, mij aangeraden door Jan Paul Hinrichs in zijn hiervoor genoemde reisgids en aangeschaft op de veilingsite Catawiki. Het is een aangrijpende anti-oorlogsroman, in 1937 verschenen bij de Wereldbibliotheek en uitstekend vertaald door Dr. A.E. Boutelje. Als de uitgeverij het boek nog even door meestervertaler Karol Lesman kritisch tegen het licht laat houden, heeft zij, naar mijn mening, een mogelijke bestseller in huis. Het is voortreffelijk geschreven, aangrijpend, beeldend, humoristisch, geëngageerd en uiterst actueel, gezien de vele herdenkingen in het kader van de Eerste Wereldoorlog en de spanningen in de Oekraïne. Het was Wittlins wens om in Lwow een straat naar hem genoemd te krijgen: ‘Nee, geen hoofdstraat met paleizen, banken, gerechtsgebouw, gevangenis, school, handels- en nijverheidskamer of Turks bad. God Verhoede! Mij is een smalle straat zonder riolering en met tien huisnummers genoeg: een of andere nauwe hoek onder het Hoge Slot, bijvoorbeeld de Sieniawskastraat. En wie zou het schaden als de Miodovastraat verandert in de Józef Wittlinstraat.’ (Jan Paul Hinrichs, blz. 111)


    Kerkbezoek

    Een bezoek aan Lviv is niet compleet zonder bezoek aan de vele kerken van de stad. In het bijzonder moet hier genoemd worden de Armeense kathedraal; oriëntaals exotisch, maar ook met Mucha-achtige Jugendstill. Naar mijn smaak misschien wat erg bont en weinig ingetogen, maar wel een van de plaatsen waar veel mensen kennelijk rust en ruimte vinden voor persoonlijke overdenkingen, gezien het aantal in devotie verkerende gelovigen. En het gaat hier niet om enkel wat oudere mensen zoals bij ons, maar ook om jonge mensen in de kracht van hun leven.


    Zhovkva

    Op de laatste dag brengen wij met de bus een bezoek aan het plaatsje Zhovkva, zo’n veertig km buiten Lviv. Zo’n busrit is op zich al een belevenis. Je ziet wat van het platteland en van de plaatselijke bevolking. De armoede is hier natuurlijk groter dan in Lviv. Hier rijden vrijwel alleen nog maar oude Lada’s, terwijl dit in Lviv duidelijk anders is. Zhovkva staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO en is dan ook een prachtig stadje met een schitterend geometrisch Renaissanceplein. Het enige gebouw dat echt aan renovatie toe is, is de indrukwekkende Joodse synagoge gebouwd in 1699, ooit een van de mooiste in Europa. Ook hier is verder vrijwel niets over van wat herinnert aan het Joodse verleden. De man van de plaatselijke VVV was zo enthousiast over ons bezoek dat hij ons zeker een half uur aan de praat wist te houden. Wij konden niet vertrekken zonder zijn boek over de geschiedenis van Zhovkva aan te schaffen. Dit enthousiasme en deze hartelijkheid troffen wij ook aan bij de priester van de plaatselijke Grieks-orthodoxe kerk, door ons opgetrommeld door het telefoonnummer te bellen, vermeld bij de toegangsdeur tot de kerk. Zijn rondleiding langs de prachtige iconostase en het daarachter liggende altaar met het heilige der heiligen, het tabernakel, zullen wij niet licht vergeten.

    Hoewel het tegenwoordig niet in de lijn ligt een bezoek te brengen aan de Oekraïne, kan ik toch een ieder een bezoek aan Lviv grenslandaanraden. De stad heeft veel te bieden, de reis is comfortabel en absoluut niet duur. Wie goed voorbereid aan deze reis wil beginnen, moet echt gebruik maken van de reisgids van Jan Paul Hinrichs en natuurlijk kijken naar de prachtige serie Grensland van Jelle Brandt Corstius.

     

     

     

     

    *Jan Paul Hinrichs in Lemberg –Lwów – Lviv, in de serie: Het oog in ’t zeil, uitg. Bas Lubberhuizen

     

     

  • De Parelduiker 2015/1

    De Parelduiker 2015/1

    Aandacht voor Hans Keilsons eerste jaren in Nederland als Duits vluchteling en hoe hij zijn brood verdiende als tekstschrijver voor een reclamebureau. Ook aandacht  voor de Italiaanse jaren van Arthur van Schendel en zijn dochter Corinna (Kennie in de dagboeken van Frida Vogels). Wam de Moor wordt herdacht in de rubriek De laatste pagina. En wat te denken van een foto waarop de Duitse acteur Heinz Rühmann staat, samen met de Nederlandse acteur Jan Teuling. En een nieuwe serie, Groningse schrijvers. Dit alles weer geïllustreerd met prachtig beeldmateriaal.

    Onlangs In de ban van de tegenstander van Hans Keilson (1909-2011) gelezen. Verstilde literatuur, welke in eerste instantie door een uitgever werd geweigerd. Dat het een blijver van grote betekenis voor de wereldliteratuur zou worden, had deze er toen niet aan afgezien. Later kwam het wel goed met dat boek, maar pas in 2010, nadat een recensent van de New York Times de schrijver een genie noemde, ging de wereld als een gek (virtueel) met de toen 100 jarige Keilson op de loop.
    Keilson was in eerste instantie medicus en daarna pas schrijver. Hij schreef omdat hij als medicus oprecht geïnteresseerd was in de wereld van de ander, vriend of vijand. Het mooie is dat mensen als Keilson hun sporen nalaten gaandeweg hun zoektocht door het leven.
    Cultuurhistoricus Sjoerd van Faassen deed onderzoek naar de schrijver achter het pseudoniem Benjamin Cooper. Cooper werkte tussen 1938 en 1939 in opdracht voor het Amsterdamse reclamebureau Co-op 2. Deze produceerde een aantal gelegenheidsboekjes waarin teksten van verschillende schrijvers werden samengebracht door deze Benjamin Cooper.

    Hans Keilson bleek één van de schrijvers achter dit pseudoniem. De andere schrijver was Gerd Klaass, eveneens uit Duitsland gevlucht. Klaass en Keilson woonden in hetzelfde pension aan de Anna Vondelstraat in Amsterdam. Het gaat om zes publicaties waarvan één op volledige verantwoording berust van Klaass en één op Klaass en Keilson samen. Voor de overige vier was Keilson verantwoordelijk. De onderwerpen waren even uiteenlopend als illuster, zoals: Hendrik Colijn, Erasmus, Comenius en de vrede (met teksten van de paus, Krishnamurti, Mahatma Gandhi en Henriette Roland Holst). Volgens Van Faassen geen Exil-literatuur maar wel met een licht ideologische lading gepresenteerd. Naast een compleet beeld van de zes uitgaven, schetst Van Faassen een biografisch beeld van Keilson, Klaass, reclamebureau Co-op 2, eigenaar Paul Guermonprez en zijn illustratoren.

    In Schrijvers uit het land van koolzaad en aardgas (1) opent Herman Sandman de serie Groningse schrijvers, met een beschrijving van de provincie (veen- klei- en zandgrond) en het literaire verleden en de toekomst: een poëtisch leeg landschap dat (volgens Sandman) juist door die leegte inspireert en iets met je doet. Zo was hij ooit bij dichter Rutger Kopland op bezoek en begreep welk een invloed het uitzicht van Koplands schrijfkamertje, op zijn werk had. Veertig jaar had de dichter met uitzicht op hetzelfde stukje grond vanuit zijn raam, zitten schrijven. ‘Dit uitzicht was mede verantwoordelijk voor veertien bundels (…). Dat uitzicht, daar zat bijna copyright op.’

    Het is een prachtig spectrum aan schrijvers die naar Groningen trokken of er juist van weg gingen (Max Dendermonde, J.B. Charles en Bert Schierbeek, Belcampo, W.F. Hermans) en schrijvers die boeken, geïnspireerd op de Groningse cultuur schreven (Tessa de Loo’s Meander (1986) en De nieuwe man (2003) van Thomas Rosenboom). En wellicht had de Franse schrijver Georges Simenon zijn Maigret in Delfzijl bedacht. En daarbij dan die foto waarop de Europese vertolkers van Maigret te zien zijn bij de onthulling van het standbeeld van Maigret in 1966. Waaronder Heinz Rühmann (1902-1994) en Jan Teuling. Rühmann, waarvan de naam waarschijnlijk per abuis als Ruehman gespeld is, was het prototype van de ontwapende ‘kleine man’, in al zijn rollen. Mooi deze ‘kleine man’ hier te zien opduiken. Groningse schrijvers, een mooie kroniek waarvan nog twee delen zullen volgen.

    Dina Aristodemo, Italiaans letterkundige en publicist brengt de jaren dat Arthur van Schendel, met vrouw en dochter in Italië verbleef, op een speciale manier onder de aandacht. Het blijkt dat na de dood van Van Schendel er twee Italiaanse romans verschenen waarin episodes van zijn verblijf in Italië (en van zijn dochter) zijn vastgelegd. Het bestaan van deze boeken was tot nu toe onbekend in Nederland. Aristodemo onderzocht de overeenkomsten tussen de bekende biografische gegevens van de Van Schendels, en de beide romans en haar bevinding is: ‘dat we deze romans in de beeldvorming over de Van Schendels niet zonder meer ter zijde kunnen schuiven.’
    Lees en ervaar deze verrijking voor de literair hongerige geest.

    Met dank aan ‘Parelduikers‘ Sjoerd van Faassen, Herman Sandman, Frank Okker, Dina Aristodemo, Hans Olink, Jan Paul Hinrichs en Paul Arnoldussen.