• Hij wilde leven

    Hij wilde leven

    Jarenlang hoort Jan Brokken, journalist bij Vrij Nederland, iemand in het belendende appartement op de Brouwersgracht piano studeren. Brokken is zelf goed op de hoogte van klassieke muziek en kan beoordelen dat wat hij hoort, niveau heeft. Als hij vijf jaar later in een concert zit van de Russische pianist Youri Egorov, herkent hij het spel van zijn buurman. Ze maken kennis en Brokken schrijft een artikel over hem. Dit is het begin van een hechte vriendschap.

    Egorov vlucht eind jaren zeventig uit de Sovjet Unie. Hij is een virtuoos pianist. Na zijn vlucht komt hij in Amsterdam terecht. Van daaruit maakt hij over de hele wereld furore.

    Youri mag in de Sovjet Unie dan wel gelden als een meesterpianist, hij is ook homo. Daarvoor kan je in de Sovjet Unie van 1976 veroordeeld worden tot jaren dwangarbeid in Siberië. Om zichzelf niet te verraden forceert hij zich anders te praten en te kijken. Zelfs zijn manier van lopen past hij aan. Ook cultureel voelt hij zich beperkt, niet alleen als uitvoerend kunstenaar maar ook in wat hij mag zien en lezen. Als hij als vervanger van een ander in Europa mag optreden merkt hij tot zijn verbazing dat er in het vliegtuig geen vertegenwoordiger van het Sovjetimpresariaat naast hem zit. Pas dan realiseert hij zich dat hij zo’n kans niet vaak meer zal krijgen. Hij vlucht.

    Youri loopt in Nederland vrijwel direct in de armen van Jan, een landschapsarchitect. In hun huis is het naar Russisch recept, een komen en gaan van diverse hechte vrienden, een enkele vriendin en – na optredens – van bewonderaars. Youri wordt steeds succesvoller en geniet van alle vrijheden die zijn nieuwe leven hem biedt. Hij speelt, reist, drinkt, leest, blowt, luistert, feest en geniet volop van de Amsterdamse homoscene. Tot hij aids krijgt. Aidsremmers bestaan nog niet en in 1988 overlijdt hij. Hij is dan 33 jaar.

    Op een prachtige manier vertelt Jan Brokken diens verhaal in In het huis van de dichter.
    Een boek dat veel meer biedt dan alleen het indrukwekkende en tragische levensverhaal van een meesterpianist.
    Uiteraard is het boek een beschrijving van de artiest Egorov, hoe hij zich voorbereidt, hoe zenuwachtig hij kan zijn en hoe veeleisend soms. Zijn mening over componisten en hun vertolkers. Meestal ingegeven door gefundeerde muzikale waarden, soms ook door emoties: Rachmaninov wilde hij bijvoorbeeld niet spelen omdat die te veel op begrafenissen van Sovjetleiders werd gespeeld.
    In het huis van de dichter is daarnaast ook een tijdsbeeld van het benauwde leven in de Sovjet Unie in de jaren zeventig en tachtig in contrast met het vrije Amsterdam uit die tijd: ‘Hij had op geen beter moment naar Amsterdam kunnen komen. Aan het einde van de jaren zeventig brak een culturele lente aan.’
    ‘En passent’ schrijft Brokken korte wetenswaardigheden over bijvoorbeeld het Concertgebouw, de Jordaan of de krakersbeweging. Over repetities met mindere goden of de opnames in de Abbey Road studio’s.

    Brokken is een echte verteller. Hij heeft ongetwijfeld een ode aan de musicus Egorov willen brengen met dit boek. Maar veel meer dan dat, is het eigenlijk de weerklank van hun vriendschap. Een warm en betrokken portret, dat heel dichtbij komt maar nergens klef en voldoende kritisch. Brokken bewondert Egorov als pianist maar houdt van hem als een ware vriend.

     

     

  • Recensie Feiniger voorbij – Jan Brokken

    Boeiend hoe twee karakters Oost en West uitbeelden.

    Door Dominique Rothengatter

    In deze pakkende novelle ‘Feininger voorbij’ neemt een middelbare Nederlandse schrijver, deel aan een zes maanden durend kunstproject in de geest van Feininger. Een groep van 24 kunstenaars krijgt in Schloss Freywalde met haar romantische omgeving alle ruimte en mogelijkheden om kunst te creëren.
    Met als achterliggende idee ‘dat een nieuw en hecht Duitsland gemaakt moet worden, en iedere tentoonstelling, kunstmanifestatie of samenwerkingsverband tussen schilders, schrijvers, dichters en denkers dient daar aan bij te dragen.’

    De Nederlandse schrijver door wiens ogen ik het verhaal lees, leert in Duitsland de kaalgeschoren Zane uit Phoenix, Arizona kennen, schilder en Bach liefhebber. En hij ontmoet op het strikt georganiseerde Schloss Freywalde, de hennarode bekrulde, Oost-Duitse fotografe Ute. Met haar lange beige jas en kleinbeeldcamera over de rechterschouder vertoont ze een treffende gelijkenis met de kunstenaar Feininger.
    Ute sympathiseert met het communisme.
    “Ik ben een Ossie. Mijn god, hoe kon je ook maar één seconde denken dat ik een Wessie was? Rood vanbuiten en rood vanbinnen. Door en door verziekt. Communist tot in mijn darmen. Een goede opvoeding verloochent zich niet. Ik drink ook alleen maar rode wijn, ik ben verslaafd aan rood.”

    Zo mededeelzaam als Ute is over haar rode inslag en rode uiterlijk, zo zwijgzaam is Zane over zichzelf en naar anderen toe. Op een dag bezoekt de Nederlandse schrijver Zane’s atelier in Freywalde en bekijkt zijn kunstwerk en schetsen. Zane vertelt hem over de reden voor zijn zwijgzaamheid.
    ‘Ik heb het niet zo op mensen. Je moet het me niet kwalijk nemen. Ik ben opgegroeid in een hippiekolonie in Californië. Altijd vrijende, hangende, stickies rokende volwassenen om me heen. En gewauwel, eindeloos, oeverloos gezeik. En vieze, half verwaarloosde kinderen. Op mijn achttiende ben ik de woestijn in getrokken, op mijn negentiende heb ik me in Arizona gevestigd. Ik houd van de stilte, ik wil zo min mogelijk mensen om me heen.’

    Ik merk dat Ute vrijwel meteen vanaf het begin een haast obsessieve belangstelling voor Zane aan de dag legt voor wie ze naar mijn idee geen échte sympathie schijnt te koesteren. Zane geeft aan de Nederlandse schrijver aan niets met Ute te willen aangaan. Maar hij lijkt haar toch ook erg interessant te vinden.
    Zowel Ute als Zane hebben een relatie. De mooie Ute met de veel oudere, kleine, dikke, onverzorgde en achterdochtige Rainer die ze ‘Der Boss’ noemt. Zane is getrouwd en heeft een dochter van 6.
    Met de Nederlandse schrijver bouwt Ute tijdens haar het verblijf een haast vriendschappelijke band op. De twee wandelen veel en praten samen. Er ontstaat een soort van driehoeksrelatie tussen Zane, Ute en de Nederlandse schrijver.
    Zane zegt daar het volgende over tegen de ik-persoon: ‘Ik ben een klankbord tegen wie ze kan zwetsen. Praten, het echte praten, doet ze met jou. Soms denk ik dat ze het met mij aangelegd heeft om jou over de streep te trekken. Ben ik degene die jouw jaloezie moet opwekken, en zo heftig dat je uiteindelijk haar in de armen vliegt.’

    Ik zie door het héle verhaal heen de parallellen tussen het leven van Feininger en dat van Ute en Zane. Feininger kwam van Amerika naar Duitsland en verliet zijn vrouw voor een jongere maîtresse. Eenmaal terug in New York ging het bergafwaarts met zijn carrière. Al lezende vraag ik me dan ook enigszins gespannen af hoe het met Ute en Zane verder zal gaan.

    Ook vraag ik mij af waar Brokken heen wil met dit korte verhaal. Het verhaal blijft een beetje mat en aan de vlakte. Het lijkt een soort van korte schets over kunstenaars die elkaar ontmoeten. Veel wordt aan de orde gebracht, maar hier wordt niet verder over uitgeweid, wat op zich niet gek is voor een novelle. Maar ik zou hier best een roman over willen lezen.
    Wellicht wil de schrijver op symbolische manier de bloei en het verval van Oost-Duitsland weergeven en het zoeken naar een nieuwe vorm na de val van de muur, in de persoon van Ute. En Zane die in zijn stilzwijgendheid de aantrekkelijke maar ook afstotende westerse vorm is die wellicht een nieuwe eenheid kan brengen?

    ‘Feininger voorbij’, is een knap staaltje vertelkunst. Brokken weet met zijn sobere en directe schrijfstijl de sfeer van het voormalige Oost-Duitsland op te roepen.
    Aan de oppervlakte is dit een vlot te lezen verhaal. Maar er zit een diepere laag onder die verhaalt over het spanningsveld tussen voormalig communistisch Oost- en kapitalistisch West in de vorm van: Ute’s vasthouden aan goede oude tijden door vasthouden aan typisch Oost-Duitse gebruiken, of juist Zane’s wanhopige poging deze oude tijd te willen vergeten.
    Ik zie hier als lezer ook het zoeken naar nieuwe vormen, het zoeken naar enerzijds herkenning en het zich anderzijds afzetten tegen de gevestigde orde. Ute symboliseert als zodanig Oost en Zane West. Tegenpolen als ze zijn, vinden ze volgens mij ook een zekere herkenning bij elkaar in het afzetten tegen de gevestigde orde waarin ze beiden leven of hebben geleefd.

    In een beknopte vertelling, ontmoeten kunstenaars elkaar in de sfeer van Feininger tegen de achtergrond van het voormalige Oost-Duitsland dat van Communistisch naar kapitalistisch is overgegaan en waarin door Duitsland naar nieuwe vormen en verbanden worden gezocht.

    Jan Brokken, Feiniger voorbij. Uitgeverij Atlas, paperback, 64 blz, € 12,50, isbn 9789045012001