De weemoed van de reiziger is het zevenendertigste boek van Jan Brokken, met veertien meeslepende verhalen over dichters, musici en schilders wiens levens hij achterna reist. In één verhaal komt geen kunstenaar voor en sommige verhalen zijn door de corona-beperkingen herinneringen aan eerdere reizen. Brokken kan het schrijven niet laten. Een paar van zijn verhalen zouden ook zomaar het begin kunnen zijn van weer een dik boek van de weemoedige en nieuwsgierige reiziger die Jan Brokken is.
In deze qua stijl verschillende verhalen onthult Brokken tussen de regels door ook persoonlijke details, zoals zijn geboortejaar twee eeuwen na Goethe en de pittige mening van zijn echtgenote over zijn nieuwsgierigheid: ‘Je wilt altijd weten wat er nog meer komt. Het wordt je dood nog eens. En dan zal je nog over de rand van je kist kijken wat er allemaal om je heen gebeurt.’
Het korte verhaal ‘Dream a little dream of me’ gaat over een reis in 1976 door de Bohemen met een Mini Cooper, waarover hij zijn eerste roman schreef. Die werd nooit gepubliceerd: ‘Ik heb het manuscript na jaren nog eens ingekeken, en het toen weer snel weggelegd.’ De vluchtpoging van het stel dat zij daar ontmoetten, van wie de vrouw ‘met haren zo blond als de kraag van Budweiser bier en met ogen die blauwer waren dan de Moldau’, bleek ook een droom.
De methode van de schrijver
Het verhaal ‘Afscheid van Boedapest’ gaat over Bela Bartok en begint wanneer Brokken met vertaalster Judit Gera in New York Café zit en zij herinneringen aan haar moeder ophaalt over het laatste concert van Bartok in Boedapest. Het verhaal gaat vervolgens vooral over Bartok en zijn vertrek uit en terugkeer naar Boedapest. Brokken bezoekt ook nog het Bartok Museum op de Rozenheuvel. Dit is de methode van de schrijver bij al zijn verhalen. Hij bezoekt een plek en bouwt er dan een verhaal omheen met zijn eigenlijke onderwerp: een musicus (Bartok/Dvorak/Monteverdi), een schilder (Matisse), een dichter (Vroman/Machado), een architect (Depero/Rietveld) of een schrijver (Kadare/Kafka). De lezer laat zich daarbij meeslepen door Brokkens aanstekelijke nieuwsgierigheid.
Het kortste verhaal ‘De fakkel en het zwaard’ gaat over Kafka en Praag. De reis van Brokken bestaat in dit verhaal uit een wandeling langs een spoorbaan waarvan hij een paar honderd meter de loop volgt ‘over een pad dat zich langzaam van de Moldau verwijdert’ (…) ‘Ik blijf even staan, stel me de dertigjarige Franz voor, zie hem zitten met dat karakteristieke scherpe gezicht, achter het coupéraam, met een schrift voor zich op het uitgeklapte tafeltje, voorovergebogen, met een pen in de hand.’
Zou Kafka in de boemel treinen van die tijd hebben kunnen schrijven? Wie weet, in dit verhaal gaat het vooral over Kafka’s landurige knipperlicht relatie met Felice Bauer die als een nachtmerrie zal eindigen. Kafka wilde met haar trouwen en in Berlijn gaan wonen. ‘Maar daar komt niets van terecht, hij zal nooit naar Berlijn verhuizen, met Felice noch een andere geliefde.’ Al klopt dat niet helemaal. Kafka woonde in 1923/4 een half jaar samen met zijn laatste geliefde Dora Diamant in Berlijn.
Spanningsopbouw en charmante ontknopingen
In ‘De motorrijder van Rovereto’ krijgt Blokker een huwelijksaanzoek, daarmee begint het verhaal. De lezer zit meteen op het puntje van zijn of haar stoel. Twee bladzijden verder is het zover: ‘Boem, in één keer. In het Duits. Of het Engels? Ik was zo verbaasd dat ik me de taal niet herinner.’ De motorrijder uit de titel was de geliefde van Chiara, de betreffende dame, burgemeester van een dorp in de buurt die het aanzoek deed. Blokker maakt er een mooie spanningsopbouw van door een dag later met Chiara een prachtige tentoonstelling van de futuristische kunstenaar Fortunato Depero (1892-1960) te bezoeken, van wie Brokken nog nooit had gehoord. De meeste lezers vermoedelijk ook niet. Een verhaal met een charmante ontknoping. Fortunato Depero ontwierp ooit een décor voor Le chant du Rossignol van Strawinsky, dat werd door danser Sergej Diaghilev afgewezen en de opdracht ging vervolgens naar Henri Matisse. Hiermee verwijst Brokken terug naar het eerdere verhaal ‘De schilder en de non’ waarin Brokken over Matisse schrijft. Hij bezocht in Vence de Rozenkrans kapel die Matisse had ontworpen voor een non, die zijn model was geweest: ‘Een onmogelijke liefde. Of een gesublimeerde.’ Voor Brokken aanleiding om een verhaal te schrijven dat uitloopt op de schoonheid van het ontwerp door Matisse. ‘Meer kan ik er niet over schrijven. Je moet dat licht ervaren.’
Eén van de verhalen, ‘Liefde is een fluisterstem’ gaat over een ontmoeting met Leo Vroman in New York in 1980, waarover Brokken destijds een portret schreef voor de Haagse Post. Nu schrijft hij vanuit zijn herinnering over deze ontmoeting. Brokken wandelt met Vroman naar zijn laboratorium, de dichter doet hem een bekentenis en laat hem telefonisch met zijn vrouw Tineke praten. Als Vroman hem nog een proef met muizen en bloed wil demonstreren, wordt het Brokken te veel en gaat hij er snel vandoor. Einde ontmoeting: ‘Ik weet nog steeds niet wat me toen overviel.’
De essentie van het reizen
Voor de verhalen over cellist Anner Bijlsma, ‘De Servais’ en overGerrit Rietveld. ‘Leven vanuit je zintuigen’ hoefde Brokken niet te reizen, behalve in de literatuur en met zijn herinneringen. Over de essentie van reizen zegt Brokken met Goethe (in: Casa di Goethe): ‘Van jezelf loskomen, jezelf vergeten als iemand met een naam, een achtergrond, een geschiedenis, een reputatie, om aan een nieuw bestaan te beginnen.’ Voor Brokken begint met iedere reis een nieuw bestaan door middel van een nieuw verhaal. Brokken bedankt in zijn verantwoording Marie-Claude, zijn echtgenote als een onuitputtelijke inspiratiebron. ‘Niemand weet betere plekken op de wereld te vinden dan zij, niemand kan er ook zoveel achtergrond bij geven.’
Het laatste verhaal gaat over Brokkens ontmoeting in Tirana met de in juli 2024 overleden schrijver Ismail Kadere. Brokken vraagt zich in de eerste zin af: ‘Hoe zal ik op mijn zevenentachtigste zijn?’ Het eerste wat hem opvalt als hij is voorgesteld en naast Kadare gaat zitten: ‘Hij ruikt lekker…Hij ruikt naar scheerzeep en eau de toilette, vast een Franse; de ene helft woont hij in Albanië, de andere helft in Parijs.‘ Volgens Brokken is Kadare geen prater en het meeste in dit verhaal tekent hij op uit de boeken en verhalen van Kadare. Dan zegt Kadare opeens: ‘Ik benijd u.’ Brokken weet niet zeker of hij het goed verstaat, en gaat verder over de opkomst en faam van Kadare en over zijn bezoek aan het Kadare museum In Tirana. Op weg naar Tirana heeft Brokken Kadare’s boek Onenigheid aan de top gelezen, waarin een jaloersmakende passage over Boris Pasternak voorkomt. En hij zegt (in het Frans): ‘Ik ben jaloers op u.’ Kadare ziet er erg broos en vermoeid uit, maar door ‘iets van gloed in zijn ogen’ denkt Brokken dat je als je heel oud bent soms even jong kan zijn. ‘Zo zou ik dus oud willen worden’ is zijn laatste zin over deze weemoedige ontmoeting.




Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.
Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)
Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.
Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)
Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.
Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.
Het hart van de ever
Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)
De roman
Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (
Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch.
In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front
Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.
Ademloos las ik dit jaar
Dit jaar las ik
Bij lezing van dit boek uit
Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.
Hamid schreef met
Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
In deze bundel
Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
Een echte Viking is
Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’




Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.
Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)














