• Een boek om te proeven

    Een boek om te proeven

    In Nederland brak James Salter (1925-2015) pas in 2013 door bij het grote publiek met de roman Alles wat is die hij voltooide op 88-jarige leeftijd. Uitgeverij De Bezige Bij melkte dit succes meteen uit door de roman Lichtjaren (1975) in vertaling uit te brengen en die velen als zijn beste werk beschouwen. Nu is Spel en tijdverdrijf (1967) opnieuw verschenen, in vertaling van Else Hoog uit 1997. Het is een prachtig boek, waarin de schrijver een spel speelt met verbeelding en werkelijkheid.

    Het hoofdverhaal gaat over een jonge Amerikaan Phillip Dean die naar Europa komt naar het provinciestadje Autun waar hij een liefdesrelatie aangaat met de Française Anne-Marie. Het verhaal wordt verteld door een naamloze verteller die in Autun verblijft in het huis van vrienden. Hij beweert dat hij het verhaal over de twee geliefden van Dean zelf heeft gehoord, maar het is duidelijk dat hij ook veel verdicht heeft en waarschijnlijk heeft hij het verhaal geheel bedacht. Maar dat is verder niet van belang. Het gaat om het verhaal.

    Phillip ‘is verbonden met de kortstondigheid der dingen’, hij leeft bij de dag, op de bonnefooi, is zelfbewust en sterk, machtig in zijn verhouding tot het winkelmeisje Anne-Marie: een ongecompliceerde, toegewijde, tikkeltje ordinaire, sensuele vrouw. Ze leven zich uit in een volledig bevredigende seksuele relatie.

    Zwaard van Damocles
    We volgen het paar, dat rijdt in een open Delage, door Frankrijk. Een Delage is een zeer luxe personenauto, die al niet meer gemaakt werd in de tijd waarin het verhaal speelt (begin jaren zestig). Ze bezoeken allerlei Franse steden waar ze in hotels overnachten, copieus dineren, feesten en van elkaar genieten (sufneuken). Maar al snel wordt duidelijk dat er een noodlot boven dit paar hangt. ‘Dat weet je instinctief. Het hangt boven hun beider hoofd als een onuitgesproken vonnis.’ En: ‘Voor Dean is ieder uur hartverscheurend omdat het dichter bij het einde is.’ Dergelijke vooruitwijzingen door de verteller verpesten het verhaal overigens niet. Ze versterken de beleving van het moment, de uren dat ze (nog) samen zijn en elkaar seksueel dronken voeren. De hoofdpersonen zijn zich niet bewust van de afloop, terwijl de naamloze verteller die al aankondigt.

    De verteller verzint en bedenkt het leven van deze twee mensen. Een ideaal leven, waarop hij afgunstig is. Hij is zelf niet zo vrij, zo trots op zijn lichaam, zo zelfbewust, levend van de hand in de tand, bietsend en schooiend om geld van vrienden en familie, als zijn held Phillip Dean maar een wat oudere, burgerlijker figuur, voor wie ‘de jaren verdorren als bladeren.’. Hij is afgunstig op het paar dat op een kamer ligt als ‘vissen in de schaduw van een oever’ en als ‘vogels in een nest’, beschermd en afzijdig van de wereld.

    Zorgvuldig taalgebruik
    Het bijzondere van deze roman is de stijl. Iedere zin die Salter schrijft voegt wat toe aan het beeld dat je van een persoon hebt, maar neemt er ook iets van weg. De persoon wordt niet vastgelegd en een relatie niet gedefinieerd, maar langzamerhand onthuld en bedekt ineen. Na lezing van het boek weet je alles en niets en dat dwingt je om het boek opnieuw te lezen, te proeven, weg te leggen en opnieuw te pakken.

    James Salter schreef niet veel romans en zag het schrijven ervan als een enorme uitputtingsslag. Hij begon als schrijver van filmscripts waarin iedere zin raak moet zijn. Waarschijnlijk schreef hij geen bladzijden achter elkaar − snel in een jaar weer een boekje en op naar de volgende beurs van het Fonds der Letteren − maar sleep hij elke zin als een diamantbewerker en zocht hij net zo lang naar woorden tot hij het juiste woord gevonden had. Dat kost tijd: wachten, mijmeren en toeslaan op het juiste moment. Dat zou zijn schrijfstijl verklaren: kort en beeldend.

    Salter gebruikt veel dialoog, geeft weinig beschrijvingen waarom iemand wat doet, maar veel handeling en dat maakt de scènes waarin Phillip en Anne-Marie de liefde bedrijven zo goed, omdat er niet beschreven wordt waarom ze iets doen (het dus), maar hoe ze het doen tot in alle details. Gebaren, gelaatsuitdrukking, manier van kleden: alles doet er toe bij Salter. Hij noemt de dingen bij de naam:

    ‘Tegen de tijd dat hij de kussens onder haar glanzende buik heeft geschoven is ze zo nat dat hij met één verrukkelijke beweging naar binnen glijdt. Ze beginnen langzaam. Wanneer hij bijna klaarkomt haalt hij zijn pik eruit en laat hem afkoelen. Dan begint hij opnieuw, stuurt hem met zijn ene hand, loodst hem als een kabel naar binnen. Ze begint met haar heupen te bewegen, te gillen. Het is alsof hij zich aan een krankzinnige wijdt. Ten slotte haalt hij hem er weer uit. Terwijl hij afwacht, rustig, weloverwogen valt zijn oog telkens op glijmiddelen – haar gelaatscrème, flessen in de armoire. Ze leiden hem af. Hun aanwezigheid is beangstigend, als bewijsmateriaal. Ze beginnen nogmaals en ditmaal houden ze niet op totdat ze het uitgilt en hij zichzelf voelt klaarkomen met langzame, sidderende stromen en het gevoel dat de top van zijn pik tegen bot stoot. Ze liggen uitgeput naast elkaar, alsof ze zojuist een reusachtige boot aan land hebben getrokken.

    “Dit was de heerlijkste keer,” zegt ze uiteindelijk. “De heerlijkste.”’

    Lezen en herlezen
    ‘Goeie boeken moet je langzaam lezen. Daar wil je niet doorheen schieten. Je wilt ze in zekere zin proeven,’ zei James Salter in een korte documentaire over zijn werk. Het is of Salter over zijn eigen werk spreekt. Iedere zin van Spel en tijdverdrijf wil je proeven, iedere zin herlezen en als je de roman uit hebt wil je opnieuw beginnen. Niet omdat het boek zo spannend is. Spanning maakt maar een beperkt onderdeel van de charme uit. James Salter maakt door zijn prachtige stijl personen levensecht, begerenswaardig, afschrikwekkend, maar bovenal raadselachtig. Het genot van Phillip en Anne-Marie wordt (na)voelbaar en zichtbaar. De precieze stijl houdt deze scènes in evenwicht.

    Het bijzondere van dit boek is dat het gaat om een tragisch verhaal, waarvan de lezer weet dat het slecht zal aflopen zonder dat het pijn doet. Als het boek gesloten is blijft de herinnering aan een opwindend samenzijn van twee mensen, zoals ieder mens dat ooit een of meerdere malen in zijn leven ervaart of hoopt te ervaren. Voor velen, zoals de naamloze verteller, blijft dit een droom, waaraan we deze roman te danken hebben. Hierop is het citaat van toepassing dat Salter gebruikte voor Alles wat is: ‘Er komt een moment dat je/je realiseert dat alles een droom is,/en dat alleen de dingen die geschreven zijn/een kans hebben om echt te zijn.’

    Wat na lezing overblijft is de herinnering aan een verhaal over de liefdevolle omgang van man en vrouw. De vertaling van Else Hoog is prachtig.

     

  • Twee literaire tijdschriften

    Twee literaire tijdschriften

    Tirade 455, met nieuw werk van acht prozaschrijvers en vijf dichters viel al een tijdje geleden op de deurmat. De verhalen zijn van een kaliber zoals je ze graag wilt hebben. Sterke personages en beeldende ontwikkelingen die, zoals hierboven al geschetst, de onversneden werkelijkheid tot iets verhevens maakt. Want wat te denken van het verhaal Oom (vertaling Gilles van der Loo) van David Woodrell (1953), de country noir schrijver uit Missouri. Opent met: “In een wieg past mijn baby niet. Mijn baby weegt tweehonderd kilo met zijn rolstoel erbij)…)”. Een oudere man neemt jonge meisjes te grazen en sleept ze mee naar een oude hooischuur waar hij ze misbruikt. Ook zijn (inwonend) nichtje moet er aan geloven. Tot zij hem de hersens in slaat. Vanaf dat moment zorgt zij voor hem zoals een kind voor een babypop. En gooit de ‘pop’ van zich af wanneer ze er genoeg van heeft. Zoals dat gaat bij kinderen. Een pracht verhaal, een echt ‘histoire noir’.

    Walter van den Berg gaat in zijn verhaal Een eiland, vanuit het water bekeken, verder in (denk aan zijn prachtige roman Van dode mannen win je niet) op het effect van een (slechte) stiefvader op het verdere leven van een kind. Van James Salter is Nog zo, het enige (proza)gedicht dat hij ooit schreef, opgenomen. Opmerkelijk zijn de uit het Italiaans vertaalde gedichten door Marko van der Wal van Ilja Leonard Pfeiffer. Wat is er te zeggen over een Nederlandse dichter die in het Italiaans dicht en die vervolgens vertaald worden naar het Nederlands?  In Nawoord bij de Italiaanse gedichten, licht Pfeiffer toe wat het effect is van in welke taal je schrijft.

    Wytske van der Steeg schreef Overgave. Versteegs schijnbaar gevoelloze personages leveren een mooi verhaal op van meebewegen met de krachten die tegen je zijn. Dan zal je niets gebeuren. Verder onder meer proza van Arjaan van Nimwegen, Roos van Rijswijk, Valeria Luiselli. Poëzie van Amarantha Groen, Wim Brands en Eva Gerlach. In De Ambassadeur brengt schrijversduo Bindervoet & Henkes hun vroege liefde voor het werk van striptekenaar Aart Clerckx (1945) onder de aandacht. Kroniek van de roman door Carel Peeters (over De consequenties van Niña Weijers). De tirade van… is van Carolina Trujillo. Illustraties zijn van de hand van Floris Felix van Velsen. Een zeer rijkelijk en mooi gevuld nummer deze Tirade. Gewoon kopen is het advies.

     

    Tirade
    Verschijnt vijf keer per jaar
    Jaarabonnement € 50,00 – studenten € 35,00
    Uitgegeven door Van Oorschot
    Kijk ook op Tirade.nu


    10513416_10154379986980335_2473944956020619951_nKluger Hans is een Vlaams literair tijdschrift dat vrij jong, in 2013 in zijn vijfde jaargang ter ziele ging. Maar maakte begin 2014 met een vernieuwde redactie een doorstart. Kluger Hans #22 ( zomereditie, maar literaire tijdschriften zijn niet gauw gedateerd), is een op het Oosten  gerichte editie. In Het Oog vertelt  redactie lid Daan Oostveen dat Kluger Hans begin dit jaar werd vereerd  met een bezoek van twee Chinese monniken. Zij kwamen met een missie: leren mediteren bij een Nederlandse meester in de meditatie. Op zich is daar al wat voor te zeggen, maar wat ze op de burelen van Kluger Hans zochten, wordt niet duidelijk. Oostveen stelt voor zijn inleidend essay als leesadvies te gebruiken. Dit licht verwarrende advies vat hij als volgt samen: (…): lees de bijdragen in het nummer niet als ontvanger van de uitdrukking van een schrijver, maar als de actieve partner van de ontvangende geesten. Wij menen dat onze schrijvers liever niets hadden uitgedrukt, maar omdat het schrijvers zijn toch iets moeten uitdrukken. Misschien moet hierover gemediteerd worden om de boodschap over te laten komen.

    Op de site is te lezen wat KH wil zijn en waar ze voor staan. Het komt nogal bestdoenerig over, zodat je denkt: ‘show, don’t tell’. Het gaat om de bijdragen die het blad zullen moeten dragen. In deze editie werk van de Chinese schrijver Yu Jian met drie korte prozastukken (vertaling Audrey Heijns). Annet Bremen schreef tien jaar na 9/11, en gebaseerd op haar puberdagboeken, het gedicht 9.11.
    Mooie verhaal, qua stijl en inhoud is van de Vlaamse schrijver Davy Reggers. Eigenlijk zijn het twee fragmenten uit zijn ‘roman in wording’, getiteld 288Waarin de vlucht wordt beschreven van een elfjarig Chinees jongetje met zijn oom en moeder naar een oude theeplantage in de bergen. Het verhaal is gebaseerd op het 228 Incident door de Kwomintang: een opstand tegen de regering in Taiwan die begon op 27 februari 1947 en werd onderdrukt door de Republiek China. Goed geschreven en met kennis van land en gebruiken.

    Een essay van Wim Michiel over  wat literatuur zoal bewerkstelligt, of juist niet: Who’s afraid of Bertold Brecht? Over Brecht, China en de utopie. Hij richt zich op dat deel van het werk van Brecht, waarbij Brecht zich liet inspireren door de Chinese cultuur. Interessant Werk van de Canadees/Nederlandse schrijfster Willow Verkerk, The Same Face, is in het Engels opgenomen. Hierin maakt literatuur verschil, of beter, taal maakt het verschil. Mooi en intrigerend werk van de gezusters Clara en Lisa Spilliaert, Hotel Red Shoes. Op de naar binnen gevouwen achterflap van het tijdschrift een kleine biografie over deze beide dames en hun werk door Stefaan Willems. Een leuke verzameling van proza, poëzie en essay maar de gerichtheid van een thema kan als hinderlijk worden ervaren. Het neemt de wind uit de zeilen, daar waar de lezer zijn eigen richting wil zoeken. Maar ook Kluger Hans zou ik gewoon kopen.

    Kluger Hans verschijnt vier keer per jaar
    Prijs losse nummers: € 7,00
    Abonnementen: € 25,00 (B) – € 29,00 (NL)
    Uitgegeven door: redactie Kluger Hans

     

     

  • Oogst van de week 18

    Door Carolien Lohmeijer

    Er zijn mensen die niet van reizen houden, maar wel van lezen over reizen en het volgen op de kaart van andermans reizen. De reizen die Judith Schalansky beschrijft in De atlas van afgelegen eilanden zijn stuk voor stuk ‘grenzeloos absurde verhalen’. Het zijn verhalen over zeldzame dieren en zonderlinge mensen – over gestrande slaven en eenzame natuuronderzoekers, verdwaalde ontdekkers en verwarde vuurtorenwachters, vergeten schipbreukelingen en muitende matrozen.
    Judith Schalansky neemt je mee naar vijftig afgelegen oorden – van Tristan da Cunha tot het atol Clipperton, van Christmaseiland tot Paaseiland.

    De atlas van afgelegen eilanden/Judith Schalansky/Vertaald door Goverdien Hauth-Grubben/ Uitgeverij Signatuur/ 144 pagina’s/ € 39,95

    Zelfportret in brieven – Willem Wilnink

    9789038898285Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef verhalen en gedichten voor kinderen en volwassenen, teksten voor cabaret en liedjes, vertalingen en essays.

    Hij was ook een fervent brievenschrijver. Uit de brieven aan zijn ouders, vrienden en vriendinnen, collega-auteurs en uitgevers, bewonderaars en personen met wie hij iets uit te vechten had, hebben Wobke Wilmink-Klein en Vic van de Reijt een chronologisch geordend boek samengesteld. In zijn brieven had Wilmink het hart op de tong, ze gáán altijd ergens over. Het boek is de ideale opmaat voor de biografie van Wilmink, waarvoor Elsbeth Etty de opdracht gekregen heeft.

    Zelfportret in brieven/Willem Wilmink/Samenstelling: Wobke Wilmink-Klein en Vic van de Reijt/ Uitgeverij Nijgh&Van Ditmar/304 pagina’s/€ 34,95

    Lichtjaren James Salter

    LichtjarenJames Salter wordt alom om zijn stilistische capaciteiten geprezen. Onlangs is Lichtjaren verschenen, Salter’s roman uit 1975. Volgens uitgeverij De Bezige Bij  ‘een moderne klassieker; een verleidelijke, geestige, tedere en tot de verbeelding sprekende roman over een generatie mensen die de grenzen van hun geluk ontdekken.’

    Het leven van het echtpaar Nedra en Viri bestaat uit luxueuze etentjes met hun benijdenswaardige vrienden, ingenieuze spelletjes met hun kinderen en tot in de puntjes georganiseerde dagen die ze doorbrengen met schaatsen of zonnen op het strand. Maar er zitten barstjes in het ogenschijnlijk perfecte oppervlak, tekortkomingen die onherroepelijk tot het verval van hun relatie zullen leiden. Lichtjaren/ James Salter/vertaald door Peter Verstegen/304 pagina’s/ € 19,90

    Een Weense romance

    vdi9789025303518Michaël Rost wierp een blik door het raam naar de nachtelijke oever die doorvlochten was met dunne herfstige regendraden. Hij bromde ‘hmm’ en liep de kamer uit. Het was ongeveer tien uur. Een bruine roodachtige hemel lag op de daken, het trottoir blonk vochtig en nattig.’

    Uit: Een Weense romance, de in 2010 in Tel Aviv gevonden roman van David Vogel (1891-1944). Vogel werd in Nederland vooral bekend van Huwelijksleven.
    Een Weense romance/David Vogel/vertaald door Kees Meijling/Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep/ € 21,99

     

  • Een licht en op zichzelf staand ongeluk

    Een licht en op zichzelf staand ongeluk

    In de beste verhalenbundels gebeurt er iets tussen de verhalen door dat de verhalen verbindt. Niet per se een gemeenschappelijk thema, dat de lezer gaandeweg gaat ontdekken, minder nog pesonages die door verschillende verhalen lopen. In de beste verhalenbundels valt de bundel samen te vatten zoals een roman samengevat kan worden, als een ordening in de wereld op basis van een aantal verhaallijnen, sterk door de stijl ondersteund.

    In James Salters verhalenbundel Laatste nacht maken de welopgeleide, niet zeer uitzonderlijke, ongeveer middelbare hoofdpersonen die waarschijnlijk aan hun zoveelste belangrijke relatie bezig zijn iets mee dat van een beetje tot zwaar teleurstellend is, ontluisterend en dat ze confronteert met de gang van het leven. Of hoe hun eigen gesteldheid daar voorgoed een verontrustende zwaai aangeeft.

    Psychisch landschap

    Tot zover zouden het ook wel verhalen van Raymond Chandler kunnen zijn, Donald Barthelme of Flannery O’Connor, Jumpha Lahiri of welke goede (Amerikaanse) verhalenverteller dan ook. James Salter heeft een stijl die speciaal voor verhalen heel effectief is, een half woord geeft hij en de lezer moet de andere helft  maar zien te vinden. De opbouw is altijd zo dat slechts met het omslaan van de pagina’s langzaamaan duidelijk wordt hoe de vork in de steel zit, niet speciaal in de ontwikkeling van de handeling, maar meer in het psychisch landschap van de personages.

    Als in veel Amerikaanse korte verhalen speelt dialoog een beslissende rol. Het bijzondere van deze vertaling van Ronald Cohen is dat je niet steeds blijft denken: had ik de Amerikaanse uitgave maar. De vertaling van dialoog in deze bundel is heel natuurlijk. De onbepaaldheid van de dialoog vervolgens, is een belangrijk middel in de stijl van Salter. Hij geeft de lezer de gelegenheid een nauwkeurig beeld te krijgen van personages en situaties door ze maar zeer omcirkelend te beschrijven, en door ze te laten spreken zoals mensen dat doen: meer bedoelend dan zeggend, met zo nu en dan hilarische zinnen die geen vervolg krijgen als: ‘Ik geloof wel dat je met één man teveel naar bed kunt gaan’. En dan is er nog iets zeer krachtigs aan de eerste zinnen van deze verhalen, vaak toch het probleem in dit genre. Veel ruimte is er niet, dus het moet informatief zijn, maar anderzijds vereist de lichte weerzin van de lezer om na net een verhaal uitgelezen te hebben – en dus een wereld verlaten  te hebben – dat die introductie meteen verlokkend is, inkapselend. Vanaf de eerste zin moet de lezer deel uitmaken van het verhaal.

    ‘Philip trouwde met Adele op een dag in juni.’ of ‘Ze was klein en had korte benen, en haar lichaam had zijn vormen verloren.’of ‘Er lagen verfrommelde servetten op de tafel, wijnglazen met nog een donker bodempje erin, koffievlekken en borden met stukjes hard geworden brie.’ of ‘Toen ze het restaurant uitkwamen wilde Leslie bij haar thuis nog iets gaan drinken, het was maar twee straten verderop, een groot, oud flatgebouw met glas-in-loodramen beneden en uitzicht over Washington Square.’

    De lezer moet de suggestie krijgen in die eerste zin, dat hij de helft van het verhaal al kent; de illusie van een keerpunt in een grote roman. Een verhalenbundel als een roman met hoofdstukken uit verschillende levens.

    Het beste aan korte verhalen

    In het titelverhaal helpt een man zijn vrouw die ernstig ziek is met haar geplande zelfmoord. Met een etentje vooraf zoals je dat verwacht op zo’n omineus moment met twee flessen witte wijn van 575 dollar. Want wat moet je anders? Waarbij om de spanning te breken een gemeenschappelijke vriendin aanwezig is. Pijnlijk is het goede woord. Een goed woord voor het gemiddelde gevoel waar de lezer mee achterblijft, na elk verhaal. Niet de pijn, maar het gevoel dat pijn met zich meebrengt als je de pijn zelf wegdenkt, een licht en op zich zelf staand ongeluk. Zoals in het titelverhaal letterlijk gebeurt, betrapt de lezer in de levens van Salters personages deze beperkte mensen, die we zelf zijn. In een kort pijnlijk moment is het leven eigenlijk vol schaamte, waaruit je wegloopt en waarvan je weet dat het erbij hoort en dat het steeds onvermijdelijker wordt. Zulke momenten zijn hier in tienvoud bijeengebracht. Salter draait de verwachting van de lezer voortdurend om, zoals de ‘laatste nacht’ van de zieke Marit die toch uiteindelijk meer de laatste nacht van haar behulpzame man lijkt te zijn, als bedrieger.

    Dit is een verhalenbundel die behoort tot het beste dat er aan korte verhalen verschijnt in Amerika. Salter is een meester van het genre, en een superieur stilist. Je snakt na het laatste verhaal naar meer.